Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
Posts tonen met het label Puerto Rico. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Puerto Rico. Alle posts tonen
maandag 24 februari 2014
May Peters bij beste 20 op Puerto Rico
dinsdag 18 februari 2014
How the Puerto Ricans saved Afro-Cuban Jazz
by Robin
Lloyd
“If it
wasn’t for the Puerto Rican community of Spanish Harlem, of the South Bronx,
Afro Cuban music would never have survived in this country, and expanded to the
heights that it has.”—Bobby Sanabria from the film “From Mambo to Hip Hop”
![]() |
| The extremely quotable drummer, percussionist, producer and educator Bobby Sanabria. Photo © Joe Conzo, Jr. |
Cuban
musicians came to New York in the 1940s and 1950s to play jazz, and they gave
their African-influenced rhythms to the jazz world. By the late 1950s and
into the 1960s, however, the flow of these musicians slowed to a trickle and
then stopped. Revolution, political upheaval and tensions between the
Cuban and US governments made it difficult, if not impossible, for them to
leave the island.
The Puerto
Ricans, who from the 1930s on had settled in the South Bronx, in Brooklyn, and
in Spanish Harlem had a good working relationship with the Cubans, because they
shared some ancestry, history and culture. Notable Latin Jazz musicians
like Tito Puente and Ray Barretto were of Puerto Rican descent. The
generation of New York-born Puerto Ricans, who came to call themselves Nuyoricans,
also had close ties with the black community, particularly where music was
concerned.
“A
Nuyorican is a person from Puerto Rican descendants whose parents are from
Puerto Rico, grows up in South Brooklyn, Spanish Harlem, El Barrio or the South
Bronx, and grows up listening to Jazz, Afro-Cuban music, Funk, R&B, Rock,
and has a Jewish sense of humor.”—Bobby Sanabria interview Fox News Latino 2012
The
Nuyoricans picked up Afro Cuban music and mixed it with jazz and blues, then
later with urban pop and dance music. They made these mixtures into a
uniquely American sound.
“It is
Afro Cuban music, their rhythms, etc. But in New York, the way we play it
in New York is a whole different animal. This music gets here and all of
a sudden, boom, it advances even to a more rapid rate. Afro Cuban jazz is
a New York creation. So, therefore, it’s just as American as apple pie,
or Jimi Hendrix, or Aerosmith.” --Bobby Sanabria, PBS series Latin Music
USA
[van kplu.org]
*
donderdag 4 juli 2013
De Zeven Spirituele Wetten (4 en slot)
door May Peters
![]() |
| Foto © Kerry Washington |
Wet van Intensie en Verlangen
Dit is het punt dat ik omkeer en terugga. Althans dat
probeer ik, maar iets blokkeert mijn achterwiel… He…? Ik kijk en zie dat de rand
van de velg een beetje opbolt. Een centimeter. En die blokkeert bij de rem. Hoe
kan dat nou? Ik druk er tegen. Totaal geen beweging. Kaken op elkaar en nog een
keer… Ben je gek. Ik ben niet sterk genoeg. Het zweet gutst van mijn voorhoofd.
Een steen! Ik moet een steen hebben om die velg terug te duwen! Hoezo de Wet van
de Minste Weerstand? Het wiel kan al helemaal niet meer ronddraaien. En nu? Nu
sta je hier mooi met je Zeven Wetten!
De Wet van Intensie en Verlangen. Ik druk er nog een keer
tegen, tot mijn duim wel heel bleek wordt. En dan in ene: een knal!
‘Paaaaaaaaaf’ schreeuwt mijn spiksplinternieuwe achterband. En een heel stuk
van de rand van de velg schiet…LOS. Dankzij mijn grenzeloze nieuwsgierigheid
bij de fietsenmaker, of is het controledrift? weet ik dat je die achterrem eraf
kunt halen, zodat het wiel in ieder geval ronddraait. De Wet van Oorzaak en
Gevolg, dit is het gevolg, maar wat is de oorzaak? Hoe kán dit?
![]() |
| El Yunque, Puerto Rico. Foto © PR Pics. |
Mediteren
Ik zie het silhouet van El Yunque, het enige tropische
regenwoud van de VS, rechts aan de horizon. Zo ver ben ik dus van huis!
Vanaf dit punt is de terugreis normaal een uur en twintig minuten fietsen.
Hoever is dat lopen? Drie uur? Ik begeef me op weg. En ga gewoon weer
mediteren. Het regent niet! Een kwartier later stopt een auto, helemaal
volgepakt.’Qué pasa?' vraagt een man van mijn leeftijd vriendelijk. ‘Kom net
van de fietsenmaker vandaan. Ontploft mijn band hier op die brug!’ ‘Waar moet
je naartoe?’ ‘Ja, naar Ocean Park.’ ‘E-arayo…. (dat is Puerto Ricaans voor
‘sodemieters’). Maar, hier komt elk uur bus 53 langs.’ ‘Ja, die stopt bij mij om
de hoek op het strand,’ zeg ik. ‘Heb je geld?’ ‘Ik fiets altijd zonder geld,
dan valt er ook niks te overvallen.’ ‘Oh, je kunt vast wel iets met die
chauffeur regelen. Dat moet je echt doen.’ Hij grijpt naar achteren en haalt
een ijskoud flesje water te voorschijn: ‘Hier!’ ‘Wat aardig!’ En weg is ie. Ik
overweeg even om mijn buurman, redneck Stevie te bellen. Maar die had
vanochtend die prachtige zwarte Jaguar van zijn moeder in plaats van zijn eigen
oude Jeep. Of hij weer indruk wil maken op een vrouw? Hij heeft een Amerikaanse
vader maar de Puerto Ricaanse manieren van zijn moeder. Maar, ach! D’r is niks
spannends aan als ik nu regel dat hij me komt halen. ‘Leave it up to the universe’. The Law of
Detachment en laat losssss. Maar hoeveel minuten zal het duren voordat
een auto stopt?
Ik denk aan een moment op Curaçao, toen ik na afloop van het
Tumba Festival in het pikkedonker over een stoffige en stille weg naar huis
liep. Ook toen werd ik opgepikt en keurig bij mijn huis afgezet door een
volstrekt onbekende. Nee, dan die keer toen ik van het veer vanaf St. Maarten
in Anguilla, een Brits Maagdeneilandje, afstapte en naar ‘de jazzclub’ wilde
lopen. ‘Ja, ’t is aan het strand,’ had de bassist gezegd. Maar dat is alles op
een klein eilandje! Toen stopte een vrouw (die me een half uurtje eerder op de
boot een snoepje tegen mijn kriebelhoest had gegeven!) en bracht me naar de
jazzclub, waarvan ik bij god niet wist waar die was, laat staan hoe die heette.
![]() |
| Anguilla. Foto © Wegeman. |
Universum
Ik realiseer me hoe zeker ik van mezelf ben. Hoeveel
vertrouwen en rust het me nu geeft. Dat ik natuurlijk, net zoals in het
verleden, gewoon geholpen word...Of niet? Weg die gedachte! Verbonden met het
universum. En na de volgende bocht stopt aan de overkant toch een glimmende
zwarte Ford pick-up, met een vriendelijke oudere mijnheer. ‘Kan ik u misschien
helpen?’ Ik heb een glimlach van oor tot oor. ‘Wacht, ik zet hem even daar
neer.’ En parkeert even verderop buiten de bocht (erg on-Puerto Ricaans
rijgedrag, zo sociaal! De Wet van het Oordelen, ik weet het). Ik steek
hoofdschuddend met een wiebelende fiets de weg over. Mijn redder stapt uit,
neemt de fiets over en legt die in de open kofferbak. Ja, daar is zo’n pick-up
truck natuurlijk perfect voor!
‘Ik kwam u tegen. En ik zag u . Zo’n vrouw alleen. U maakte
zich vast zorgen.’ Dat is mijn meditatiegezicht. ‘En dus heb ik me omgedraaid.
En dacht, ik moet die señora helpen.’ ‘Nououou, hoe is het weer
mogelijk!’ Ik sla op mijn knie. ‘Geweldig! En wat is dit een mooie auto!’ ‘Ik
ben net terug van New York,’ zegt de Puerto Ricaan met natuurlijk een snor, dat
hebben alle pick uppers. ‘Ik ben namelijk vrijwilliger voor het Rode Kruis.’
‘Te gek! Dit is echt niet te geloven! Dat gebeurt me nou altijd. Nou, wat
lief!’ ‘Waar moet u naar toe?’ ‘Naar Ocean Park helemaal.’ ‘Ik ben even bij
mijn nichtje langs gegaan in Loíza. Ik woon in Luquillo.’ ‘He? Maar dan hoeft u
toch helemaal niet op deze weg te zijn?’ zeg ik verbaasd: ‘Luquillo is de
andere kant uit.’
![]() |
| Luquillo, Puerto Rico. Foto Facebook |
Synchroniciteit
Luquillo ligt pal tegenover el Yunque en heeft een
prachtig strand. Het is bekend vanwege de kraampjes met gefrituurde
vislekkernijen. ‘Dat klopt, maar ik dacht om even mijn linkerbanden te laten
checken. ‘Nou, jaaaaaa. Synchronicity!’ ‘Een zegening!’ zegt hij glimlachend.
‘Ja, dat kan je wel zeggen!’ ‘Bent u niet bang zo alleen op de fiets? Er
gebeuren de raarste dingen.’ ‘Oh, nee, helemaal niet! Punt 1 fiets ik daar te
hard voor… als de banden vol zijn…En ik ben altijd omringd door engelen en
heiligen!’ en sla mijn handpalmen quasi devoot uit elkaar. ‘Dat is waar’, zegt
mijn reddende engel. ‘Wat deed u in New York?’ ‘We waren daar met de Puerto
Ricaanse delegatie van het Rode Kruis.’ ‘Echt?’ ‘Ja, we hebben daar nog de
resten van Sandy geruimd.’ ‘Oh, god, ja, die orkaan.’ ‘Ik ben gepensioneerd
leraar. Het Rode Kruis betaalt de vlucht en het verblijf. Dat hoeft allemaal
niet luxe te zijn.’ ‘Wauauauw,’ zeg ik, terwijl ik nu ook de andere kant van
het fietspad zie. ‘Wat leuk! Kijk, daar fiets ik altijd.’ De Atlantische Oceaan
is op dat stuk altijd wild. Zo geweldig! 'En wat was u meest indrukwekkende
reis met het Rode Kruis?’ vraag ik. ‘Mijn reis naar Florida na een overstroming
daar. Ik ben José Ayala.’ '’k heet May Peters.’ Dat zeggen ze hier altijd op
zijn Engels maar dat is een afkorting van María.’ ‘Ken je de Ayalas in Loíza?
Dat zijn neven van me.’ ‘Wel ja! Ik was er nog op hun bomba-feest. Wanneer was
dat ook alweer? Man , hier in de Cariben heb ik geen idee van tijd!’
Krabben
‘Ah, sí. Dat is altijd in juli, hun feest op hun batey.’
‘God, wat was dat geweldig toen, gewoon voor hun huisje.’ ‘Ja, daar komen
altijd heel veel mensen op af.’ Ik kan me scene nog herinneren tussen de
krielkippen: zwetende bombadansers en tal van bekende gezichten die ik altijd
en overal tegen kom. ‘Wat leuk! Nu zie ik het eens aan de andere kant. Daar fiets
ik altijd,’ wijs ik voor de zoveelste keer, als we Piñones binnen rijden. De
187 loopt pal langs de Oceaan. Aan beide kanten liggen restaurantjes, de
beroemde kioskos, waar men op houtskool grote pannen met olie verhit. Stapels
pallets zie ik liggen, achterom, tussen een autowrak hier en daar. Kooien met
krioelende krabben... en vooral mooie dikke negerinnen die met of zonder
sigaret in de bek, alcapurria (krabkroketje van cassave en een andere wortel)
of bacalaíto (stokviskoekje) staan te frituren. Aan de linkerkant hebben
de Haïtianen hun winkeltjes. Hangmatten en grote kleurige badlakens met
kitscherige palmbomen of vrouwenlichamen, of fier de witte ster in de
licht blauwe zee, naast de rode en witte strepen: de Puerto Ricaanse lag.
Het spiegelbeeld van de Cubaanse. Ze zijn beide ontworpen in de
onafhankelijkheidsoorlog van de Spanjaarden en de Amerikanen.
We zijn zo in Isla Verde. En Luis slaat af bij de
fietsenmaker. Met een dankbaar hart stap ik uit. Luis is zo'n voorbeeld van de
Wet van Geven. Ik realiseer me dat ik deze man die mijn hele week goed gemaakt
heeft wellicht niet meer zie. Hij is het bewijs van het feit dat ik elke
gedachte in mijn hoofd kan realiseren. Dat ik dus kan TOVEREN!
![]() |
| Isla Verde, Puerto Rico. Foto © Verdura |
Fietsenwinkel
Ik open de deur van de fietsenwinkel voor de tweede keer die
dag. ‘Nou moet je toch eens raden wat er gebeurd is!’ roep ik lachend tegen de
fietsenmaker. ‘s Avonds op Facebook reageert een Duitse percussionist op de
foto die ik van mijn fiets geplaatst had. ‘De rem heeft de 'rim' opgevreten.’
Ik ben stomverbaasd. Ik heb dus de hele tijd met de rem erop gereden. Verrek,
vandaar dat hij dat remblokje ‘s ochtends had versteld! Het lijkt wel mijn
echte leven! De Wet van Oorzaak en Gevolg. Hoe is het mogelijk? Heb ik altijd
met de rem erop gereden, als een gek! Al die programma’s die over zelfboycot
gingen, de allesvernietigende Wet van het Oordeel. Ik heb de lat altijd zo hoog
gelegd voor mezelf...
Vandaag kook ik voor de laatste keer voor Kiko, de
opnametovenaar. Morgen ga ik voor het laatst naar zijn studio om het mooiste
project ooit dat ik in mijn leven heb gemaakt te masteren. The final step. Mijn
cd is geproduceerd door Eric Figueroa. En de cd zelf is een hommage aan
vrouwelijke Puerto Ricaanse componisten. Eric is een van mijn beschermengelen
van het eerste uur toen ik in 1994 in Puerto Rico kwam. Mijn leven is namelijk
een aaneenschakeling van synchronicities, zogenaamde 'toevallige
gebeurtenissen.' Dat zie je dan achteraf pas.
In 1993 speelde ik met de Venezolaanse salsaband van Javier
Plaza Orquesta Son Risa in Parijs. En er speelde een Puerto Ricaanse bassist
Tomas Pérez mee. De man was een vervanger en vertelde me onder de Eiffeltoren
dat ik rustig naar Puerto Rico kon gaan, als ik naar Cuba of Puerto Rico
wilde om me verder te verdiepen in de salsa. Hij kende bevriende
musici en die zouden me vast wel helpen... Negentien jaar later spelen twee van
deze musici op mijn cd. Eric heeft juweeltjes van arrangementen geschreven van
de composities uit de Puerto Ricaanse schatkist. Op la Isla del Encanto, het Eiland
van Betovering heb ik leren toveren, gewoon door de deur open te zetten naar
mijn eigen ziel. Alles wat ik wenste was er al, zat gewoon altijd al in me. Ik
leerde wie ik nou eigenlijk was.. en waarom ik hier moest zijn... de Wet van
Dharma.
Labels:
Anguilla,
Peters May,
Puerto Rico,
reisverslag
donderdag 27 juni 2013
De Zeven Spirituele Wetten (3)
door May Peters
![]() |
| Fort el Morro, Puerto Rico. Foto © Hirisave |
Lekke band
Kom bij de brug van Piñones, la Boca de Cancrejos, en
psssssssssssssss… Nondedjuu. Band lek. Dat is lang geleden. Mijn fietsmaker
heeft er een rubberen tussenlaag ingelegd, zodat ik niet elke week twee lekke
banden heb dankzij de kapotte groene exportflesjes Heineken op het zogenaamde
fietspad. De luchtbelletjes dansen over het achterwiel. Dus van oppompen kan
geen sprake zijn.
De Wet van de Minste Weerstand: 'Alles in het universum is
perfect zoals het nu is.' Dus, oké, teruglopen. Worden eens andere spieren
gebruikt. Maar bij het Marriott Courd Yart aangekomen, begint het weer te
regenen. En dat is hier dus met bakken tegelijk. Zoveel water dat ik bij elke
stap uit mijn Wolky sandalen floep. Zal ik ze uit doen? Op blote voeten verder
lopen door het warme water… lijkt me heerlijk… Maar mijn band is natuurlijk
niet voor niks lek. En ook al mediteer ik sinds ik Kenny Werner zes jaar
geleden op het Conservatorio heb ontmoet... ik ben nog steeds geen fakir. Dan
maar in het moment verder lopen. Na een uur kromme tenenwerk bereik ik mijn
straat. En breekt de sluiting van mijn sandaal. Nou, de laatste tweehonderd
meter strompel ik op een schoen verder en dan kan ik de fiets in het schuurtje
zetten.
Maandag, bij mijn meditatie op trombone, ‘een fitness
programma van twee uur’ kijk ik uit over het verpletterende oceaangroen van de
Atlantische Oceaan. Ja, ik ben gezegend dat ik deze missie mag volbrengen.
Daarna ga ik met een radio-uitzending van the Art of Joyful Living op mijn mp
3-speler mijn fietsband plakken. Met vier vorken loop ik naar het benauwde
schuurtje om de band van de fiets te halen. Je wordt hier zo creatief! Maar de
fiets heeft nu een universeel ventiel, waar je een verloopnippel voor nodig
hebt om hem op te pompen met een compressor. Snap jij het nog?
Een gewone fietspomp behoort niet tot de standaard inboedel
van een Puerto Ricaans schuurtje. De verloopnippel blijkt foetsie, dus
uiteindelijk toch maar snel naar de fietsenmaker. De jongen is altijd heel
aardig. Zet er een nieuwe binnenband op, die was namelijk ook kapot bij het
ventiel. Ik had natuurlijk met veel te veel geweld de band opgepompt met mijn
handpompje. Ay, de Wet van de Minste Weerstand.
![]() |
| Foto © Bicycle vacation Puerto Rico |
Rijgedrag
We hebben een onderhoudend gesprek over het rijgedrag van de
Puerto Ricaan. ‘Ze letten überhaupt niet op de weg, laat staan dat ze een
fietser zien! Maar ik heb altijd zoveel beschermengelen. Dat gaat altijd goed.
Krijg wel bijna een hartverlamming omdat de Puerto Ricaanse chauffeur geen
richtingaanwijzer gebruikt. Volgens mij doet negentig procent het niet! …Weet
je, zelfs de Politie niet! En ik hun daar maar steeds met veel gebaar op
wijzen, half omdraaiend op de fiets, om dan bijna tegen een auto op te knallen
die weer voor zo’n drempel hiervoor stilstaat. Of een voetganger laat
oversteken. Dat mag hier! Dat staat in de wet! (Dat weet ik dan weer uit mijn
Puerto Ricaanse theorie-examen.) Of ze laten een auto achteruit de weg op
rijden…’ ‘Ja, er is hier nog veel onwetendheid,’ glimlacht de
fietsenmaker. Hij frunnikt wat aan de achterrem: ‘Het remblokje raak de
velg.’ ‘Oh, wat goed van je!’ Nooit wat van gemerkt. Nu gaan bij mij nauwelijks
dingen vanzelf. Ja, behalve schrijven, als ik er nu zo over nadenk. Als ik
vertrek met een opgeknapte fiets houdt de fietsenmaker de deur voor me open:
‘Hou je taai!’
En twee uur later zit ik op de fiets langs de oceaan. Er
staat een stevige wind, dat wel. Maar ach, ik ben zo ‘afgetraind’, wát Wet van
de Minste Weerstand! Wat fijn dat ie die band gemaakt heeft en de rem. Heb er
nooit iets van gemerkt! Voelde wel mijn knieën bij het fietsen, maar goed daar
heb ik ook de knieën voor... en een meniscusoperatie voor gehad op mijn
veertiende. Hup, door het naaldbos over het andere fietspad. Aan de kant van de
rijweg zit altijd een oudere man, die me nog kent van mijn vorige lekke band..
Als hij me achter zich, over het houten fiets pad aan hoort komen denderen,
zwaait hij altijd: ‘¡Hola amiga!’ ‘Alles goed?’ roep ik terug met een arm in de
lucht. Niet helemaal ongevaarlijk, want het hout is of glad of ligt bezaait met
amandelen. Na dik een uur fietsen kom ik op het verste punt van mijn Energyroute,
de brug over de rivier de ‘Loíza’ die je zo de Oceaan in ziet stromen in de
verte. ‘Your heart is like the
mouth of a river, strong and silent,’ hoor ik Kenny Werner zeggen in zijn
Effortless Mastery-meditaties. Ik word steevast bevangen door dit natuurschoon.
De Wet van Pure Potentie. De tropische zon weerkaatst in het stromende water en
verblindt me.
[vervolg, deel; 4 en slot, klik hier]
zaterdag 15 juni 2013
De Zeven Spirituele Wetten (2)
![]() |
| May Peters |
door May Peters
Grenzeloos
Gisteren werd ik gebeld, terwijl ik op het strand aan het
mediteren was. ‘Profesora, is het goed als ik u vandaag om zes of zeven uur bel
voor het radioprogramma?’ En omdat ik van mijn vader ook geleerd heb om niets
uit te stellen, zei ik mijn medewerking toe. ‘Prima.’ De radiomaker van ‘Sin
Fronteras’, zonder grenzen, echt een titel voor mij, wist te vertellen dat
Holland is afgeleid van Houtland.... en dat de belangrijkste steden Den Haag,
Rotterdam, Oetresjt, Eindhoven en Máástrisjt waren. De eerste die het nu eens
niet over ‘Ansterdan’ had, waar ze vanaf de Achterzijds Voorburgwal de
koffieshop in- en uitrollen… Hij is dan ook geen salsamuzikant, maar zou zo een
model kunnen zijn: een Adonis die yogaleraar is…. Ik bedoel, hoe mooi kan een
mens zijn! Een schoonheid, onze Raúl Morris.
![]() |
| Mark Jong Pin. Foto © Jacco Breedveld |
En de opnametechnicus Kiko Hurtado is zo 'in the present
moment', zo perfect en precies, zo’n Wizzard of Oz, dat ik me regelmatig in
mijn arm moet knijpen of het allemaal echt is, wat ik meemaak. Ik ben omringd
met zulke mooie mensen. Maar met andere tempi dan van mij! Een tropische storm,
noemden ze me hier al. In een studio wordt gefocust, bewegingsloos en in
stilte. Zat ik donderdag vier uur lang in de Hairstudio van Annie, die de dag
van haar leven had. Want ze mocht dan eindelijk mijn haar verven zoals zij het
wilde. ‘Verander maar even van kleding,’ wijzend naar mijn shirtje en het
toilet. ‘Eh, de photoshooting is zaterdag pas! Ik heb geen andere kleding bij
me.’
Kapper
‘Nee, je kunt dat bloesje uitdoen en die duster aantrekken.’
Elke dag doe ik dingen die ik nog nooit gedaan heb. Ik kom niet meer bij van
het lachen! In Annie’s stoel mag ik niet bewegen!
‘Wie heeft die stoel verplaatst?’ vraagt ze kort als de
telefoon van de kapsalon gaat. Ik neem op omdat zij haar handen vol heeft met
kwasten en verf. ‘De advocate aan de lijn.’ ‘Zeg maar dat ze kan komen.’
‘Neem maar een koude witte wijn mee, als aperitief,’ zeg ik tegen de voor mij volstrekt onbekende beller, want inmiddels zit de vijf in de klok. Annie in een deuk. Die drinkt namelijk geen druppel met haar atletenlijf. Er komt een andere vrouw binnen. ‘Ik moet morgen om acht uur in Ponce zijn en kijk mijn haar.’ ‘Ik vind je haar prachtig,’ zeg ik als Hollandse tegen de latina bij wie een grijze lok uit haar zwarte haar steekt. ‘Aaaay, no, chica.’ ‘Ja, ik weet het. Jullie latinas zijn zulke verschrikkelijke ijdeltuiten!’ ‘Ja, dat klopt,’ en ze vliegt meteen in een pose. Ik kom niet meer bij. Ze zet haar bril op en vraagt: ‘Welke kleur ga je gebruiken, Annie? Dezelfde?’ Haar kleindochter van vijf bladert door wat tijdschriften met alleen maar modellen. Ja, dat wordt natuurlijk net zo eentje. Telefoon. Nu moet Veronica opnemen. Een gekkenhuis. En dat zou zo nog vier uur zo doorgaan. Op het laatst kan Annie niet meer gaan hardlopen met haar dochter, wat ze dagelijks doet.
‘Neem maar een koude witte wijn mee, als aperitief,’ zeg ik tegen de voor mij volstrekt onbekende beller, want inmiddels zit de vijf in de klok. Annie in een deuk. Die drinkt namelijk geen druppel met haar atletenlijf. Er komt een andere vrouw binnen. ‘Ik moet morgen om acht uur in Ponce zijn en kijk mijn haar.’ ‘Ik vind je haar prachtig,’ zeg ik als Hollandse tegen de latina bij wie een grijze lok uit haar zwarte haar steekt. ‘Aaaay, no, chica.’ ‘Ja, ik weet het. Jullie latinas zijn zulke verschrikkelijke ijdeltuiten!’ ‘Ja, dat klopt,’ en ze vliegt meteen in een pose. Ik kom niet meer bij. Ze zet haar bril op en vraagt: ‘Welke kleur ga je gebruiken, Annie? Dezelfde?’ Haar kleindochter van vijf bladert door wat tijdschriften met alleen maar modellen. Ja, dat wordt natuurlijk net zo eentje. Telefoon. Nu moet Veronica opnemen. Een gekkenhuis. En dat zou zo nog vier uur zo doorgaan. Op het laatst kan Annie niet meer gaan hardlopen met haar dochter, wat ze dagelijks doet.
![]() |
| San Juan, Puerto Rico. Foto © PR Pics |
Tropische regens
Daar zal je haar hebben, de advocate. Ik ben meestal
verbaasd over de upper class in Puerto Rico. Bleke poeder. ‘Nu ben ik nog de
plantainutres vergeten! Waar kan ik die halen?’ Tien minuten later komt ze
terug met vier zakjes bananenchips en flesjes water. Ik verrek van de
dorst! ‘Had ik ook niet gezegd dat jij highlights zou krijgen?’ zegt Annie. ‘Ik
bén de highlight!...’ Ze schieten in de lach. ‘Wat jij wilt, mi amor,’ zeg ik.
En vervolgens zit ik nog een uur in de kappersstoel en geef keurig gevouwen aluminium
velletjes aan Annie. Blij dat ik even iets nuttigs kan doen!
Zondag: het regent op zijn tropisch. Dat wil zeggen, het
komt met bakken naar beneden. En een paar uur later breekt de zon weer knallend
door. Je ziet de stoom uit het asfalt opstijgen. Snel de fiets op. Ik heb al de
hele week in de studio gezeten! Mijn energie moet even in banen geleid worden.
Alle ‘muertos’, drempels op de Isla Verde Avenue, heb ik goed overleefd. Het
gevaar zit niet in de veertig centimeter hoogte van zo’n drempel, maar in de
auto’s die abrupt afremmen, zodat elke Puerto Ricaanse fietser er zo tegenaan
zou kunnen vliegen. Edoch niet deze Hollandse… Voorbij Mariott Court Yard
Hotel. Daar moet ik vooral op zondag goed uitkijken, voor in- en uitrijdende
auto’s en taxi’s, omdat daar nog 'Hi Tea' salsa dansen gehouden wordt voor alle
Puerto Ricanen. Het gaat goed.
![]() |
| Foto © Jessica Boston |
Dan het met kuilen en kiezels bezaaide zandpad op, parallel
aan de snelweg langs het vliegveld, op naar Piñones. Voorbij het Strand van
Carolina. Drie politiemannen met kogelvrij vest roepen nog ‘pas op’ als ik in
vliegende vaart voorbij race, en natuurlijk een auto pats boem wil afslaan
voor het strand. Wie moet hier oppassen? Het is dat veel Puerto Ricanen, en dan
diegenen die geen voorrang verlenen, meestal een kapotte airco hebben. En
zodoende de ramen van de auto open hebben staan. Dus mijn verbale aankondiging
heeft mij al vaak behoed, ook nu: ‘¡Weeeeeeeepaaaa!’
[vervolg, klik hier]
Labels:
Peters May,
Puerto Rico,
reisverslag,
spiritualiteit
De Zeven Spirituele Wetten (1)
May Peters werkt in Puerto Rico aan haar debuut- cd. Daar komt meer bij kijken dan louter muzikaliteit en vakmanschap. Ook de geest dient in topvorm te zijn. En de deur naar je ziel moet wijd open staan.
door May Peters
Shamaan
Don Miguel Ruíz verkondigt het al jaren, vrij naar een Tolteekse wijsheid:
'Wees onberispelijk met je woorden.' Want woorden sturen je gedachten. En je
gedachten sturen je daden. Maar de reikwijdte van die uitspraak besef ik pas
nu ik als solist mijn cd aan het maken ben. In juli 2012 besloot ik om louter
schoonheid te laten horen. Daarvoor moeten je lichaam, ziel en geest schoon
zijn. Schoonheid, schoonmaak…
Ik heb
hulp van mijn Goede Fee uit Nederland, Deepak Chopra en zijn Zeven Spirituele
Wetten, meditaties, Kenny Werner's Effortless Mastery en de Manifest Anything
Now Radio. Ideale titels als je bezig bent een droom te realiseren en
bijna alle activiteiten die je daarvoor moet ondernemen nieuw voor je zijn!
Het is de essentie van elke artiest, en misschien wel van elk mens, en het
was het motto van Pablo Picasso: ‘Elke dag doe ik dingen die ik nog nooit
gedaan heb, in de hoop dat ik ze op een dag beheers.'
![]() |
| May Peters' Limburgse jeugd |
Creativiteit
In die
onzekerheid ligt de bron van creativiteit. En het helpt als je op zo’n
paradijselijk eiland als Puerto Rico woont, waar het lijkt of iedereen de Wet
van de Minste Weerstand beheerst. Behalve een Limburgse boerendochter die
vanaf haar zevende productief is in het arbeidsproces. Op die leeftijd zette
mijn vader me op een tractor. Daarom haalde ik op mijn achttiende vijf
rijbewijzen. Je ziet het nut van de gebeurtenissen pas naderhand in.
In de
Cariben heb ik geleerd mijn controle en planningdrift te laten vieren. Ik doe
dat liever niet, maar je weet hier nu eenmaal nooit wat het volgende uur
staat te gebeuren. Voor alles is een tijd, zoals mijn oud-collega aan het
Conservatorio, trompetlegende Luis Perico Ortiz, het zegt. Ze kennen hier
immers geen seizoenen...
[voor deel 2 klik hier]
[uit Caribe Magazine, 10 mei 2013]
Labels:
Peters May,
proep,
Puerto Rico,
reisverslag,
spiritualiteit,
wereldmuziek
maandag 25 maart 2013
Asiento (13)
Santo Domingo
Santo Domingo, het Oostelijk deel van het vroegere
‘Hispaniola’ (La Española) moest al gauw haar aanvankelijk belangrijke rol in
het Spaanse koloniale rijk afstaan aan landen als Mexico en Peru waar goud en
zilver in overvloed aanwezig waren. In tegenstelling tot het Westelijk deel van
‘Hispaniola’, het latere Haïti, waren er betrekkelijk weinig Afrikaanse slaven
in Santo Domingo. De Spanjaarden waren bang geworden sinds de eerste
slavenopstand van 1521 op de plantage van Diego Columbus en hielden het aantal
Afrikanen bewust klein. De Dominicaanse Afrikanen waren over het algemeen
‘criollos’, mensen die in het land zelf waren geboren.
![]() |
| Cocolos |
Na de onafhankelijkheid van Haïti, zijn er duizenden
Haïtianen naar Santo Domingo gekomen. Het land heeft zelfs een invasie en
bezetting van het Haïtiaanse leger gekend. Er kwamen ook immigranten uit Cuba
en Puerto Rico, Syriërs, Chinezen, arbeiders uit Barbados en Jamaica die
‘cocolos’ werden genoemd. Ook kwamen er Sefardisch Joodse handelaren uit
Curaçao die in een wijk woonden die ‘Punda’ heette.
Bij al die invloed van het Haïtiaanse Creools is het een
wonder dat het Spaans zich heeft weten te handhaven. Dat was vooral te danken
aan het onderwijs en de verbeterde communicatiemiddelen.
Puerto Rico
Ook in Puerto Rico bleef het aantal Afrikanen relatief
klein. Er zijn vooral aan het eind van de 18e, begin 19e
eeuw Afrikanen ingevoerd uit alle delen van Afrika (o.a. uit Senegambia, Sierra
Leone, Bénin, Ghana, Nigeria, Congo en Angola). Ook kwamen er slaven uit
Curaçao in Puerto Rico terecht, vooral in het Westelijk deel van het eiland.
Later kwamen er ook ‘vrije’ emigranten uit Aruba en Curaçao.
![]() |
| De Plena van Puerto Rico |
Puerto Rico werd één grote smeltkroes van Caribiërs en
Creoolse talen. Een tijdlang was het zogenaamde ‘Negerhollands’ dat door
Afrikanen van de Virgin eilanden werd gesproken een belangrijk
communicatiemiddel onder de zwarte bevolking (D.C. Hesseling, 1933, Papiamento
en Negerhollands. Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde nr 52).
Maar het aantal mensen van Afrikaanse afkomst was te klein
om het mogelijk te maken dat er Afrikaanse tradities in stand bleven, al zijn
er wel Afrikaanse culturele overblijfselen te vinden, bijvoorbeeld in de muziek. De ‘ Plena’ is
hiervan een voorbeeld. Kijkt u maar op You Tube (Plena Puertorriqueña Javielito
Oquendo jr quinto de plena canta John Rivera).
Wie meer wil weten over de Afrikaanse erfenis van Puerto
Rico kan luisteren en kijken naar ‘African
History in Puerto Rico, you tube’. Hoewel de titel Engels is wordt er alleen
(mooi) Spaans gesproken. Hij beperkt zich niet tot Puerto Rico maar schenkt
aandacht aan de spirituele Afrikaanse erfenis in het algemeen.
Colombia
Via de havens Cartagena, Riohacha en Santa Marta kwamen
duizenden Afrikanen Colombia binnen. In de eerste tijd kwamen ze uit
Senegambia, Sierra Leone en de Goudkust (Ghana), in de 17e eeuw uit
Nigeria en later uit Congo en Angola. Ze werkten in de landbouw en de mijnen (Popayán, Chocó,
Valle de Cauca, Cali, Zaragoza, Antioquia).
![]() |
| Een dansgroep van Palenque de San basilio, Columbia |
Bekend is de nederzetting voor gevluchte slaven Palenque de
San Basilio (zie: Palenque de San Basilio Colombia Ucros Travel, you tube). De
Creoolse taal die daar wordt gesproken is bestudeerd door o.a. Armin Schwegler.
U kunt de taal horen als u de koppeling op You Tube aanklikt.
Gemeenschappen van gevluchte slaven waren in heel Colombia
te vinden. In de steden hadden ze ook verenigingen (cabildos) die gebaseerd
waren op de etnische groepen waartoe ze behoorden (Arará, Mandinga, Mina
etc.).
Ik zou op deze plaats wat uitgebreider willen ingaan op de
situatie van de Afrikaanse bevolking in Colombia. Uiteindelijk ligt het land
vlak voor de Antilliaanse eilanden en heel dicht bij Aruba. Culturele
raakvlakken laten zich makkelijk vinden.
Hoewel Colombia, na de Verenigde Staten en Brazilië, het
land is met de meeste inwoners van Afrikaanse afkomst (één op de vier
Colombianen is van Afrikaanse origine) wordt Colombia in de Grondwet van 1991
nog steeds gezien als een land van mestiezen, mensen die een gemengd
Europees-Indiaanse afstamming hebben (vgl. Aruba). De koppigheid waarmee
Colombia nog steeds zo wordt voorgesteld vindt zijn oorzaak in het feit dat de
bevolking van Bogotá en de centrale hoogvlakte al vanaf de 18e eeuw
Europees-Indiaans van afstamming is. Degenen die er ‘anders’ uitzagen bleven
comfortabel uit het zicht.
![]() |
| De plaza van Palenque de San Basilio |
Als men de blik echter ook naar andere streken had gewend, zou
zich een heel ander beeld hebben voorgedaan.
Al in de 18e eeuw leefde één vijfde deel van de
Afrikaanse bevolking aan de Caribische kust. Nog eens één vijfde deel van de
zwarte bevolking leefde in Antioquia en de bergen van het Zuiden (Popayán,
Pasto). Helemaal Afrikaans was de 3% van de bevolking die aan de kust van de
Stille Oceaan verbleef. Een groot deel van de Afrikaanse bevolking vindt men in
de Caucavallei, de Patíavallei en langs de oevers van de Magdalenarivier. Ook
waren er dus de puur Afrikaanse gemeenschappen in Colombia te vinden van
gevluchte slaven, zoals de
Palenque de San Basilio bij Cartagena, die in het begin van
de 18e eeuw zelfs een beperkte autonomie van Spanje kreeg.
Dank zij de Wet 70 van 1993 (‘Ley 70 de negritudes’, ook op
het Internet te vinden) werd eindelijk erkend dat de zwarte gemeenschappen aan
de Pacifische kust recht hadden op een eigen culturele identiteit. Ik citeer
een deel uit de wet die ook een beschrijving geeft van wat er onder een ‘zwarte
gemeenschap’ moet worden verstaan:
![]() |
| Columbianen van Afrikaanse origine |
COMUNIDAD NEGRA: Conjunto de
familias de descendencia afrocolombiana que poseen una
cultura propia, comparten una historia y tienen sus propias tradiciones y
costumbres dentro de la relación campo − poblado que revelan y conservan
conciencia de identidad que los distinguen de otros grupos étnicos.
(vertaling: onder zwarte gemeenschap wordt hier verstaan een
geheel van families van Afro-Colombiaanse afkomst die een eigen cultuur, een
eigen geschiedenis en haar eigen tradities en gewoonten binnen het kader
platteland-dorp hebben, blijk geven van en nog
steeds bewust zijn van het feit dat ze een eigen identiteit hebben die
hen onderscheidt van andere etnische groepen).
PRINCIPIOS: (Beginselen)
·
Reconocimiento y protección de la diversidad étnica y cultural. Derecho a la
igualdad.
(Erkenning en bescherming van de ethnische en culturele
verscheidenheid. Recht op gelijkheid).
· Respeto a la integridad y a la dignidad cultural de las
comunidades negras.
(Vertaling: respect voor de integriteit en de culturele
waardigheid van de zwarte gemeenschappen).
Participación de la comunidad y de las organizaciones de las
negritudes, sin detrimento de su autonomía, en las decisiones que las afectan y
en las de la nación.
(Vertaling: deelname van de gemeenschap en de organisaties
van de zwarte groeperingen aan de beslissingen die hen en de natie betreffen,
zonder dat dit hun autonomie aantast).
Enzovoorts. Eigenlijk is het te gek voor woorden dat deze
mensen zolang op erkenning hebben moeten wachten en daaruit kan men afleiden
hoe het gesteld was met de situatie vóórdat die wet er kwam. Overigens heeft de
‘Ley 70’
geen betrekking op de zwarte gemeenschappen in de Caucavallei en aan de
Caribische kust. Daarvoor moet kennelijk nog een traject worden afgelegd.
Hoe keek men in de
koloniale tijd in Colombia tegen de mensen van Afrikaanse herkomst aan?
Het laagst op de sociale ladder stond de rechtstreeks uit
Afrika aangevoerde ‘negerin’. Het hoogst genoteerd stond ‘vanzelfsprekend’ de
Spanjaard. Daartussen had je een heel aantal categorieën die we nu maar laten
voor wat ze waren.
Ook de kerkelijke doopboeken maakten onderscheid tussen
Blanken en niet-Blanken. Pas tegen het midden van de 19e eeuw
verdween die gewoonte en ook de volkstellingen vermeldden niet langer het ras.
Ook al om interne spanningen te vermijden, waarschijnlijk. Curieus genoeg
‘verdween’ als het ware de niet-Blanke uit de officiële cijfers en kon dus
makkelijk over het hoofd worden gezien door mensen die daar belang bij hadden.
Immers, wat niet weet dat niet deert.
Ondanks die ‘verborgenheid’ van de niet-Blanke bleef de
Colombiaanse elite zich zorgen maken over de raciale samenstelling van de
bevolking (mestiezen, mulatten, indianen, negers) en gaf hun maar al te graag
de schuld van de geringe economische vooruitgang. Ze werd daarbij gesteund door
de abjecte opvattingen van de Fransman J.A. Gobineau. Ik kan de geschriften van
die man niet aanraden. Je wordt er niet goed van.
Vooral ‘negers’ en ‘indianen’ werden door de elite als
hinderpalen gezien. De elite hoopte dat ze door vermenging langzaam maar zeker
‘witter’ zouden worden, zodat ‘het probleem’ vanzelf zou verdwijnen. Nu was het
maar niks. Negers werden gezien als lui en indianen als dom. Omdat de natuur
voldoende en makkelijk voedsel bood (vruchten, vis, groenten) hadden deze
mensen genoeg tijd om te luieren. En dat is niet goed voor de economie.
Er waren natuurlijk ook mensen die er anders over dachten,
maar daar werd niet naar geluisterd.
In 1901 schreef F.J. Vergara y Velasco het volgende in zijn
‘Nueva Geografía de Colombia’:
‘Wat de zwarte Caribische kustbewoners betreft, die zijn
babbelziek, ijdel, opschepperig, moediger dan hun soortgenoten langs de
Magdalena en in de departementen Bolívar en Panamá; ze zijn dus duidelijk
anders dan de blanken en mestiezen van het kustgebied met wie ze de indolentie,
het vrolijke karakter, een voorkeur voor feesten en partijen en een speciaal
accent delen’.
![]() |
| Columbiaansen inheemsen |
Volgens menigeen was echter de Indiaan het grootste
struikelblok. De Indiaan werd beschouwd als ouwelijk, in zichzelf gekeerd en
somber. Nee, dan de negers. Dat waren net grote kinderen en ze hielden van
muziek, dansen en lachen. Ze namen wel de taal en religie over, maar gooiden er
ook een flinke scheut magie en bijgeloof bij. Hoewel de neger een grote
ijdeltuit was, was ie ook een trouwe vriend. De heer López de Mesa (Los
problemas de la raza colombiana, Bogotá, 1920) was eveneens van mening dat
zowel de Indiaan als de Neger zich konden ‘verbeteren’ door vermenging met
blanken.
Pas in de jaren 50 begon men zich in Colombia te
interesseren voor het Afrikaanse element in de bevolking, vooral dank zij het
werk van de Amerikaanse antropoloog Herskovits en zijn Colombiaanse leerlingen.
Men begon te schrijven over de Palenque de San Basilio en over de zwarte
folklore en muziek. In de jaren 70 droegen Nina Friedemann en Jaime Arocha bij
tot de zwarte bewustwording en begeleidden ook het proces dat uiteindelijk zou
leiden tot de ‘Ley 70 de Negritudes’ van 1993 (zie boven).
| Indigena columbiana |
Vanwege de zeer nabije ligging van Venezuela ligt het voor
de hand om, net als bij Colombia, iets dieper in te gaan op de Afrikaanse
aanwezigheid in dat land, ook al omdat er, cultureel gezien, veel raakvlakken
te vinden zijn met de tradities van de ABC eilanden.
[wordt vervolgd]
Labels:
Columbia,
Dominicaanse Republiek,
essays,
Haas Fred de,
Haïti,
Inheemsen,
Puerto Rico,
slavernij
zondag 17 februari 2013
Kinderen vieren de Feesten van San Sebastian in de Botanische Tuin (2 en slot)
door May Peters
May Peters trad dit jaar in de Botanische Tuin van San Juan op tijdens de Fiestas in het weekend van 20 en 21 januari 2013. Een paradijselijke omgeving waar een evenement voor kinderen wordt georganiseerd. (deel 2)
May Peters trad dit jaar in de Botanische Tuin van San Juan op tijdens de Fiestas in het weekend van 20 en 21 januari 2013. Een paradijselijke omgeving waar een evenement voor kinderen wordt georganiseerd. (deel 2)
Het zal toch niet, dat..?. Hup, alweer een gedachte. Weg
ermee, corrigeer ik me. Maar ja, die emoties zijn als de Oceaan hier om de
hoek. 'Je kunt het niet 12 uur van te voren afzeggen, Paquita, als we dit al
zeven maanden geleden hebben vastgelegd. Betaal me dan de helft alvast. En de
andere helft als je de subsidie binnenkrijgt.' Teleurstelling in een
vriendschap, paniek, bedrog vult mijn hart. Eeeeen corrigeer...
'Ik stel uiteindelijk voor dat we ons aan het contract
houden, waarop staat dat we tussen 1 en 6 spelen.' Zucht. 'Ik bel even Amilia
op want die gaat over de programmering,' antwoord Paquita bezorgd. Half 11,
de tijd dat ik normaal ga slapen. Een vriendin gaat je nu toch niet
belazeren? Dat kan niet...Ze belt tegen kwart over 11. ‘Om een uur daar.’ ‘Is
goed. Ik kan. Geen probleem.’ Maar ik weet niet wat die jongens doen, zeg ik
als ik heb opgehangen. TEGEN DE MUUR! Aaaaaarrrrggggh!! En trek aan mijn
haren! Stuur Pablo, Javier en Luis een tekstbericht. 'Bevestig alsjeblieft.'
Ben je gek!
Nadat ik met een Dreammeditatie van David Ji deze dag van
me af wil schudden, ben ik nog twee uur wakker. En ontspan! Alles is goed,
zoals het nu is. De volgende ochtend, half acht. Een kop van mijn goddelijke
Yaucona-koffie. Meteen die jongens weer schrijven. 'Ik bel jullie om negen
uur.' Een tekstbericht van niks. Bellen moet ik! Ik ben in Puerto Rico!
Mediteren, post doornemen en contact opnemen met mijn Goede Fee in Nederland:
'Neem contact met me op!' Ik bel Paquita. Geen antwoord en stuur dan een
tekstbericht: 'Neem je dan de helft van de gage mee vandaag? Bevestig mijn
bericht even.'
Ondertussen begin ik met mijn ochtendprogramma op mijn
trombone. Die bezorgheid kan er mooi uitgeblazen worden zo. Wauw, René heeft
die schuif echt goed gemaakt. Geweldig! Ik denk ineens aan de woorden van
mijn Goede Fee 'Zorg dat je niet afhankelijk bent van een ander.' Oké! Dan ga
ik dadelijk weer naar de bank en pin de rest van het geld ook, zodat ik die
jongens betaal. Telefoon. '¡Pablooooooooo!' 'May, wij moeten om 11 uur
dadelijk in San Juan spelen, maar we zullen ons uiterste best doen om om 1
uur in de Botanische Tuin te zijn.' Bij dat 'uiterste best' kun je in Puerto
Rico rustig het bijvoeglijk naamwoord weghalen. Want niemand gaat hier tot
het uiterste, alleen zo'n gek als ik. 'Aaaaaay, Pablo. Je weet toch ook dat
jullie nooit op tijd daar kunnen zijn. a) beginnen jullie niet om 11 uur. En
b) voordat je de gasten letterlijk bij elkaar hebt getrommeld om te
vertrekken... En c) voordat jullie dan in de auto zitten en door kunnen
rijden... Krijgen jullie betaald?'
Er schiet even door me heen om dat optreden van hen te
betalen uit eigen zak. 'Ja, niet zoveel. Wat stel jij voor?' Pablo heeft een
diplomatisch talent! 'Dat je dat optreden niet doet en naar de Botanische
Tuin komt. Ik wil niet dat Paquita een reden heeft om ons niet uit te
betalen, omdat wij ons niet aan het contract zouden houden, qua tijd.' 'Tja,'
zegt Pablo heel rustig. Zijn hoge vibratiegolven bereiken me al. 'Weet je wat
we doen? Ik bel je als we beginnen. En echt, we hoeven maar een uurtje. Ik
beloof je dat ik iedereen zo snel mogelijk mobiliseer.' 'Prima'. V E R T R O
U W E N.
Hup, nog een tiennootsoefening op de hoge D. Wham!
Luchtsnelheid! Pas op de begrafenis van mijn vader, met Kerst elf jaar
geleden, ontdekte ik dat trombone spelen een helende werking heeft op je
lijf. Diep inademen en diep uitademen. Tijdens mijn flexibilities, telefoon.
'Pablooooooooo!' 'Ja, May, ze hebben gisteravond iemand doodgeschoten. En nu
is de optocht verlaat.' Alles is perfect, zou mijn Goede Fee zeggen. 'Okéééé'
Mijn hersenen stuiteren. De vibraties die mijn brein produceert zijn gelijk
aan die van de flexibilities die ik studeer over twee octaven. 'We zijn er om
de tijd die ze met ons afgesproken heeft gisteren. Weet je, het is ook
eigenlijk hun probleem, om dat op het laatste moment te veranderen.' Terwijl
ik Paquita's stress absorbeer, vergeet ik mijn eigen stress, die er totaal
niet hoeft te zijn. Dat maakt Pablo me wel weer duidelijk. 'Je hebt gelijk,
Pablo,' zucht ik: 'Dan bel ik Paquita.' Geweldig.
Als ik opgehangen heb, juich ik naar het plafond: 'Bedankt
voor zijn rustige vriend!' Nog maar even snel die flexibilities erdoor jagen,
goed voor mijn lucht. Paquita moet dat wel weten. Dus als ik mijn koffie op
heb, bel ik haar. 'Is goed. Kom maar iets eerder. We moeten praten.' Bam,
alweer een Maaskei in mijn hart. Nog vergeten te vragen of ze dat voorschot
meeneemt! Snel de pedaalnoten, ontspan die lippen en die kaken. Heel veel
lucht heb je nodig voor lage noten! ...Myra! Ik wil niet dat het vuur door
deze stress mijn lippen uitkomt. Maar mijn aloëvera is op!
Dus ik bel mijn goede vriendin Myra op. 'Als je het
leuk vindt, neem je pandareta mee en speel mee.' 'Wat leuk, May, maar ik zit
zonder auto nu, he. Ik zal eens kijken of ik een vriend kan charteren...'
'Zou je me dan die aloë vera willen meenemen?' 'Als het me allemaal lukt,'
antwoordt Myra. 'Te gek!' En verder met die yoga ademhaling.
Eeeeindelijk skypt mijn Goede Fee! Die mij, zoals het een echte Goede Fee
betaamt vriendelijk, glimlachend, vol liefde en op een zachte toon zegt: 'Met
dat geld daar heb jij nog iets uit te zoeken. Dit komt niet voor niks op je
pad... Paquita probeert dat gewoon. Er zijn heel veel mensen die gewoon
proberen hoe ver ze met je kunnen gaan. Maar je kunt nu heel rustig zeggen,
zonder enige emotie, dat is belangrijk, dat je geen emotie toont, want anders
hebben mensen grip op je. Nu zeg je heel kalm: 'Luister Paquita ik had dat
graag voor je gedaan, maar dat kan nu niet anders. Punt. '
'Heeeee?' zeg ik totaal verbaasd: 'Echt?' 'Er is
altijd geld. Er is altijd overvloed. Denk niet in gebrek.' Oké... goed en
flits daar is ze weer weg. Hoe ik toch geholpen word! Ik loop naar de
bank, langs Llorén Torens, de achterstandswijk. Terwijl ik naar een programma
luister over 'abundance’, overvloed, loop ik over braakliggend terrein vol
onkruid,stenen en troep tussen scharrelende krielkippen en een wegschietende
leguaan. In de grootste chaos wemelt het van de mogelijkheden.
De Wet van Aantrekking werkt vaak niet omdat het niet in
het onbewuste zit.' Ja... Thuis maak ik de envelopjes klaar. Omdat het hier
zo vochtig is, plakten ze bij de eerste dag na aankoop al meteen aan elkaar.
Dus ik snij ze voorzichtig open met mijn koksmes. Ik voel het gewicht van het
mes nog eens in mijn hand. Wat je daar allemaal mee kan doen... met zo'n
mes... Tel het geld vier keer na, want ik raak steeds de tel kwijt en stop
het dan in de open envelopjes. Om drie uur kom ik aan, in een stralende zon
bij de Botanische Tuin. De wachter wijst me nu naar en andere plek waar ik
gisteren stond. Maar gewoon die mensen achterna lopen? En verrek, ik hoor de
muziek al. En wat een volk! Veel meer dan gisteren! Mijn ogen zoeken over een
duizend koppen razendsnel Paquita. Ik hoor me zeggen dat ze voor mij op de
loop is.
Neeeee, dat is mijn eigen gedachte en gevoel! Want als ik
haar vijf minuten later zie, kan ik me gelukkig ontladen, hoe vervelend ik
dat allemaal vind. 'Nee, geen probleem. May. Is goed.' Ja, nu weet ik nog
niks. Of beter gezegd ik weet het wel, maar zit nog steeds met mijn gevoelens
van totale twijfel. Vijfentwintig jaar tussen de ratten en de haaien van de
latinscene hebben mijn gevoel van vertrouwen in het lot aangetast. Niks
ervan! Paquita zegt dat het goed is, dus dan is het goed. Amalia. De volgende
die ik dat even moet zeggen! Wat een mensenmassa!
Zie Annie nog, Paquita's zus en mijn kapster die als een
gek in de weer is met broodjes en worstjes. Ze hoort me niet. Bij het podium
vind ik Amalia. 'De jongens komen om vier uur. Ze hadden nog een optreden
aangenomen. Ja, je had dat gisteren met hun afgeproken.' Weer veel teveel
woorden en gebaren...Was ik bij de gecancelde radiouitzending nog een
lotgenote, nu voelde ik haar lijnrecht tegenover me. Ze klemt haar tanden op
elkaar. 'Ik wist niet dat jullie geboekt stonden van 1 tot 6,' zegt ze
kortaf. Is niet erg en laat los. 'We spelen tussen de programma's door. Het
wordt vast leuk!' hoor ik me nog zeggen...
Het zondagmiddagprogramma is ook heel erg leuk. Ik heb
grote schik in al dat jonge talent. Een Suzuki vioolklasje, de bombagroep van
de Cepeda's uit Santurce met hun fantastische voorstelling, de Areito's. Ik
loop met mijn camera tussen het publiek. En zie een meisje van nog geen twee,
die toch echt vastbesloten is om met het ventje naast haar te gaan dansen. Ze
slaat haar armen om hem heen. Hij kijkt wat benauwd. Dat voelt ze, dus pakt
ze zijn handjes. En beweegt haar heupen. Ik kom niet meer bij, en de mensen
om me heen ook niet. 'En bedank hem nu maar dat je met hem mocht dansen,'
zegt zijn moeder vanuit een strandstoel. Ze kijkt hem diep in de ogen, zo van
'contact.'
Als de jongens de groene heuvel op lopen wachten we nog
dik een half uur. Pablo neemt me even apart. 'May, weet je, ik ben niet meer
de leider van Son de Pandero. Omdat ik het zo druk heb met mijn werk, regelen
de jongens dat nu onderling.' Ik glimlach en zeg: 'Ik heb Javier vanochtend
ook meteen gebeld en hem gezegd ervoor te zorgen er om 1 uur te zijn. En weet
je wat ie zei? ‘Ik volg Pablo wel, dat is de leider.’
Ik met een brede grijns, en Pablo hoofdschuddend met zijn
lippen op elkaar. ‘Pablo, je weet toch, dat Puerto Ricanen niks liever doen
dan de verantwoording van zich afschuiven! Het spook van de kolonisatie! Maar
ik ben zo blijijijij dat jullie er zijn!' en ik omhels hem: 'Jij
beschikt trouwens over uitzonderlijke diplomatische kwaliteiten! Ze kunnen
jou zo naar een Afrikaans land sturen om een stammenconflict op te lossen.
Dat deed je echt geweldig vanochtend! Het zijn gewoon mijn eigen gevoelens
uit het verleden, die zo'n situatie dan dreigen te bederven.' 'Luister May,
als Paquita je nou die tweede helft niet betaalt, je hoeft mijn deel niet te
betalen. Dat wil ik niet!' 'Aaah, dat is erg lief, Pablo. Maar ze zei dat het
goed was. Ik ben vandaag en gisteren naar de bank geweest en ik betaal jullie
vandaag allemaal.'
De Cepeda's zijn bezig met hun slotnummer. En Amalia wenkt
ons dat we meteen na hun voor de bühne kunnen spelen en dan op haar teken het
feestterrein op kunnen lopen. Ik groet de bombadansers. Hoor mijn naam en Son
de Pandero door de microfoon. En begin met 'A tí na má, te quiero a tí na
má'. Jou alleen, ik hou van jou alleen, om mee te dansen om plezier mee te
hebben. Half omkijkend, verschijnt daar inene Myra in het wit tussen de
luidsprekers met een pandereta in de hand en zingend achter Pablo, en een
vriend die ook pandereta speelt. Met achter hem een luidskeel zingende
Paquita die de Puerto Ricaanse guïro speelt! Dan heeft ze toch verstand van
live muziek! Vanuit het publiek sluit ook een klein ventje met een quinto aan
(de kleinste maat pandereta). En meppen op dat ding! Ik kom niet meer bij!
Meteen die honderden mensen ook meezingen!
Alles is vergeten van 'het afgelopen etmaal. Hier gaat het
om, dit is het moment. In het nu! Als een magneet trek ik kinderen aan! Een
meisje van een jaar of zes staat glunderend naast me met zo'n blik van 'Ik
vind jou leuk. Ik ga met jou mee!' We hebben zo'n succes, dat als Amalia me
gebaart om door te lopen naar de eetkraampjes tweehonderd meter verderop, we
nauwelijks door kunnen lopen. Ik voel me een soort rattenvanger van Hamelen.
Kinderen achter en voor ons, links en rechts naast me. De mensen in de rijen
bij de eetkraampjes stralen allemaal.
Puerto Ricanen laten zich zo gemakkelijk in rijen zetten.
Dus we hebben plotsklaps een publiek van vijftig man op rij! Mijn
vriendinnetje staat ook al weer naast me en geeft me glunderend een high
five. 'Hola, mi amor,' zeg ik. Myra een en al smile. Alsof ze bij de band
hoort! Onze zanger Luis, heeft zijn megafoon bij zich. En die zet daarmee nog
eens de tent op de kop. Gebaart naar me, mambo. Oké, en ik verzin een
instrumentaal tussenstukje. En weer coro, wat alle wachtenden meezingen.
Aplausooooo. Het zweet gutst van mijn hoofd. Het meisje naast me houdt de
trombone vast, stralend. Zo van, dan ben je ook een beetje trombonist als je
die vasthoudt. Haar moeder tikt haar vermanend op de arm. Ik kijk naar de
vrouw. 'Dat mag hoor!'
Een ander meisje, dat echt de helft van mijn instrument
is, heeft me al een tijdje totaal geobsedeerd staan te bekijken. Komt dichter
bij in haar roze jurkje. Pakt mijn trombone, gefocust op het mondstuk en een
blik van 'daar deed jij iets mee, he?' En roeeeef vliegensvlug zet ze haar
lipjens erop. Ik moet zoooo lachen! En houd de trombone even voor haar mond,
zodat ze dan op zijn minst even kan blazen. Maar haar moeder belet dat. 'Laat
haar toch even.' Nee. Ik zucht. Nee, dan de vader die pandereta speelde met
zijn zoon, dat is een ander voorbeeld. 'Mi amor, hoe oud ben jij?' 'Drie.'
'Oh, en wat speel jij goeoeoeoed!' En hij gaat nog eens even precies zo staan
als die quinteros, wanneer ze een solo spelen. De rug lichtelijk gebogen, de
quinto zo vastgehouden met de handpalm naar binnengericht. En meppen, jongen,
met opeengeklemde lippen!
Ik lig dubbel. Zo'ne poet! Nou, ja, er staan zo’n dertig
mensen om ons heen te fotograferen en te filmen. Een meisje van een jaar of
negen staat ook al gefascineerd naar me te kijken. En schrikt als plotsklaps
mijn schuif eruit vliegt op het asfalt. Ik ook trouwens! René heeft die veel
te goed gerepareerd! De schade valt mee, zo op het eerste oog. Hij schuift
nog. En verder met 'Mañana por la mañana', een andere plenaklassieker die ik
in 1994 voor het eerst met Plena Libre speelde op de Universiteit in Ponce.
Ik werd toen overvallen door hetzelfde gevoel van verrassing, blijschap,
delen, verbazing als nu. Hoe Puerto Ricanen op hun plena reageren, is net
zoals honden en kinderen. Dan vallen remmingen weg en wordt square line
gedanst en keihard koortje gezongen.
Amalia komt ons halen om voor het andere programma te
spelen, maar de artiesten staan al op het podium. 'Is niet erg,' zegt ze
lachend. Son de Pandero sluit de Fiestas de San Sebastián in de Jardín
Botánico op het podium. En alweer een legio kinderen naast ons. Een kleine
antilope met zo'n prachtige bos krullen van een jaar of acht die plena danst
en zo ongelofelijk goed. Ze ís gewoon een danseres! Haar fragiele bouw, de
soepele bewegingen in haar schouders, handen, heupen, de passen die ze maakt!
Ik ben verbaasd. En dankbaar nemen we het applaus in ontvangst. 'Myra, wat
een ontzettende verassing dat je gekomen bent!' 'Ik heb de sávila voor je bij
me,' zegt ze. 'Oh, echt? Geweldig.' Ik neem afscheid van de jongens:
'¡Muchísimas graciassss!' en loop naar een gelukkige maar nog even chaotische
Paquita achter een kraampje, die het fooien potje aan het tellen is.
'Paquita, zal ik je dan morgen bellen om de betaling te regelen?' 'Ja, is
goed.' 'Bedankt, he! Ik bel je deze week.' Jahaaaaaa.
Myra neemt me even apart en zegt zachtjes: 'Je hoeft me
niet te betalen voor dit optreden. Maar je zou me een groot plezier doen met
$10 of $ 20. Ik zit op zwart zaad en dan geef ik mijn vriend wat voor de
benzine.' Een gevoel van dankbaarheid hangt al een half uur over me heen.
Denkend aan de Wet van Geven. 'Och, weet je Myra, zo'n rot klein tubetje
koortslip creme kost $ 20,- en het helpt niet. Dus natuurlijk! 'En zonder
enige twijfel haal ik een $20,- biljet tevoorschijn en geef het haar. 'Je
weet niet wat voor een plezier je me hier mee doet,' en ze omhelst me.
Bij de auto overhandigt ze me de grootste stengel aloë
vera die ik ooit gezien heb. 'Hier, gewoon even wassen en invriezen.' 'Te
gek!' 'Waar staat je auto?' 'Eeeeh, daar ergens.' En ik zou daar nog een dik
half uur rondlopen, heuvel op, heuvel af, terwijl de schemer
razendsnel inzet. Wanneer was het de laatste keer dat je je auto kwijt was? Je
onderbewustzijn slaat dat op, je bewustzijn niet, hoor ik een radio
citaat. Heilige, Anthonius beste vrind. Kom ik bij een bewaker. ‘Misschien
moeten we even een bewaker bellen dat hij met u rondrijdt.’ Dat is ook niet
de eerste keer. Vorige week nog op de Kerstborrel (ja, 17 januari) van de
meidensalsaband op die waanzinnige plek, een park aan de inham van Cataño en
Oud San Juan. Myra kwam toen ook al niet meer bij, toen ze mij triomfantelijk
in de pick-up van een bewaker zag aankomen, die mij vierhonderd meter lopen
wilde besparen. Ach, ik heb allang ontdekt dat ik het leven van bewakers
kleur geef door gewoon ‘ja’ te zeggen, als ze vragen: ‘zal ik u even
brengen?’
Maar nu wil ik even contact hebben met het
onderbewustzijn. Ja, vind je het gek? De staat van zijn waarin ik was toen ik
hier aankwam! Een bocht om en weer diezelfde bewakers: 'Bent u een trap
afgelopen?' ... 'Uuuurrrrgg, ja! ' 'Ah, dan moet u die kant oplopen de
achterkant van dat gebouw.' En ja hoor! Vermoeid stap ik in en verlaat de
parkeerplaats. Telefoon. Paquita. 'Maaaaay, waar ben je?' 'Eh, ik ben hier op
een parkeerplaats weet ik veel waar!' 'Ja, kom de helft van dat geld nu even
halen. Wat we hadden afgesproken.' Een huivering schiet over mijn ruggegraad.
Hier zijn hogere krachten aan het werk... Mijn benen trillen. Daarom moest ik
een half uur rondlopen! 'Bij jou boven op het terrein?' 'Ja, wat dacht jij
dan?' 'Oké, ik kom eraan.' Ook dat zal nog twintig minuten duren, want
bewakers zien er overal hetzelfde uit. En ze sturen me overal naartoe. Maar
nadat mijn kapster Annie me nog even heeft begroet als een artiest: 'Wat zie
jij er goed uiuiuiit!', overhandigt Paquita me en envelop en kust me. ‘Heeeel
erg bedankt, May! En we drinken deze week even een glas. Bel me.’
Hoofdschuddend, glimlachend, verbaasd over dit knap staaltje
'synchronicity' en met een lampje zoek ik mijn weg over de boomwortels
naar de auto.
De dag erna toch maar mijn maatje René gebeld. 'Ja, kom
maar langs. Ik heb nog wel een kurkje.' René en zijn werknemer zien, net zoals
bewakers veel te weinig vrouwen op hun werkterrein, dus ik krijg weer een
partij testoron binnen via de cosmos. 'Je weet dat jij een speciale klant
bent.' 'Heb je een cd speler hier? dan laat ik je even Dí corazón horen van
mijn cd. Dat heb ik met drie trombones opgenomen. Zo gek om dat terug te
horen! Dan hoor ik echt drie persoonlijkheden, drie gezichten.'
'Ja drie gezichten!' zegt de andere reparateur
lachend. Slaat zijn hand eerst op zijn linker- dan op zijn rechterborst en
dan zijn gezicht.'Ja, zo kan ie wel weer! Ik merk het al. Hier is een
tekort aan vrouw in de werkplaats! zeg ik met groot gebaar. 'Hier moeten
vrouwen in bikini werken,' zegt René zich verkneukelend, terwijl hij een
nieuw kurkje op mijn ventiel zet: 'Zo! Klaaaaar!' 'René, wil je ... ehm,
misschien ook even naar mijn schuif kijken... Ehm?' Je zei alleen het
kurkje?' 'Ja, maar je had mijn schuif zo goed gemaakt, dat hij gisteren uit
mijn handen schoot met die kinderen... Ik schaam me dood om dat te
vertellen.' Twee paar ogen prikken grinnekend door mijn gekwetste ego.
'Ooooh, wij leven hier van de schaamte van anderen!' En alle drie schateren
we het uit. 'Hoeveel ben ik je verschuldigd?' 'Aaaah, vijf dollar.''Hier, in
godsnaam $ 10,- ,van vrijdag erbij...' De wet van het Geven.
maandag 11 februari 2013
Kinderen vieren de Feesten van San Sebastián in de Botanische Tuin (1)
![]() |
| San Juan. Foto © Arlene D Nsik |
door May Peters
Ik
glimlach altijd als mijn vriendin Paquita mij belt. Ze spreekt op diezelfde –
heb erbarmen toon - als ze verlegen zit om een muzikale invulling. Het liefst
voor niks, of een oorkonde (daar zijn Puerto Ricanen dol op, een
houtsnijwerkje met jouw naam als artiest erop). Sinds ik full time bezig
ben met een Oosterse levenswijze in de West Indies om het beste uit mezelf te
halen voor mijn nieuwe cd, gebeuren de wonderbaarlijkste dingen. Als je al je
chakras open gemediteerd hebt, merk je dat direct aan je omgeving.
Twee species op deze aarde reageren direct op de energie die dan
vrijkomt: honden en kinderen.
Had ik een
aantal maanden geleden nog een halve roedel woeste honden aan mijn
pedalen hangen als ik voorbij stoof op mijn 'mounty-bike' op de Energy-route.
Nu is dat niet meer zo. Ze kijken hooguit even op en dutten verder. Het
is zelfs zo dat ik tijdens mijn after dinner-wandeling langs de Oceaan ineens
vergezeld werd van een allervriendelijkste kortharige bastaard, op drie
poten, met een prachtige glimmende huid. Hij keek me aan met grote, trouwe
hondenogen en zei: ‘Ik vind jou leuk. Ik ga met jóu mee!’ Mien leef hondj!
Tegen honden en hele kleine kinderen spreek ik ook altijd Limburgs, mijn
moedertaal.
Na mijn
muzieklessen tijdens het zomerkamp in de Botanische Tuin in 2009 weet Paquita
hoe ik met kinderen omga. Ik had op dat zomerkamp meteen een vierjarige
die in mijn been klom en haar wang ertegen aandrukte. Daar heb ik dan ook de
benen voor. Binnen vijf minuten stond de hele klas op de kop! Mijn twee
professionele groepsbegeleidsters waren na een maand hees! Oké, Paquita is
niet zo van internet en Facebook, zegt ze zelf. Maar ik had haar in mei 2012
cybernetisch ons voorstel gestuurd. Zaterdag en zondag van 1 tot met 6 uur.
Prijs per dag. ‘Paquita, dit is de vriendenprijs en basta.’
Mijn
maatje Pablo, de leider van Son de Pandero, had de muzikanten geregeld. Ik
weet dat het moeilijk is om die middagen vrij te houden. Maar acht maanden
van te voren een afspraak boeken, dat moet lukken. De Fiestas de San
Sebastián zijn één groot volksgebeuren. Met als middelpunt : de plenamuziek,
naast de bomba de originele dans van Puerto Rico, die op pandaretas gespeeld
wordt (een soort tambourijn). Vorig jaar hebben de jongens van Son de Pandero
zelfs voor niks gespeeld. `Paquita belde toen de dag van te voren: 'Er is
geen geld, weet je,' op zo’n klaagtoon: ‘Geloof jij in vrijwilligerswerk?’
Ja, als je een weduwenpensioen hebt en twee appartementen van je overleden
echtgenoot, ja. Maar ik heb noch een echtgenote, laat staan eentje die
overleden is en mij een vermogen achterliet.
![]() |
| Zonsondergang in Puerto Rico. Foto © Valentina Sokolskaya |
Gek,
Paquita is niet de enige jonge weduwe die ik ken en die niet geheel
onbemiddeld achterbleef…Mijn agrarische genen verraden een geest die altijd
keihard werkt en studeert. Vorig jaar zat Pablo zat in New York, dus
Javier nam toen de honneurs waar als bandleider. Zo goed, dat hij me 's avonds
om half twaalf terugbelde en ze een etmaal later zouden verschijnen,
gratis! Dat krijg je ook alleen in Puerto Rico voor elkaar!
Belt Paquita vorige week op. Of ik naar een radio-uitzending kan gaan om
reclame te maken. Oké, doe ik ook nog voor niks. ‘Kan je niet iets speeeelen
in de studio?’ vraagt ze weer klagelijk. ‘Dat zou ik heel graag doen,
Paquita. Maar het is een praatprogramma en die mensen hebben de
technische middelen niet om een trombone goed te laten klinken! Een toon en
ik blaas die speakers op. Ik neem een cd met opnames van me mee.’ Paquita is
een schat en een regelnicht ten top, maar van livemuziek heeft ze geen
verstand.
Om zeven
uur ben ik opgestaan, mijn ochtendprogramma van twee uur op trombone
afgewerkt en om 11 uur naar de studio. Daar zie ik een vriendelijke latina,
de programmeur van Paquita’s evenement: Amalia. Ze zwaait aan de telefoon.
‘Ja, May Peters, die komt hier net binnen.' Paquita, articuleert ze, en geeft
me een kus. ‘Ik kom net van de rechtszaal. Had een bekeuring voor fout
parkeren.’ ‘Oh, hou op!’zeg ik: ‘Schud het van je af.’ En sla mijn
rechterhand langs mijn linkerarm.’ Dat wat die santeros allemaal doen.
Schoonmaken.’ Amalia lacht. Goed zo. ‘Ja, en dan dat wachten!’ zucht ze: ‘Ik
heb zo moeten haasten om hier op tijd te komen.’ ‘Kind toch! Je komt in
Puerto Rico nooit te laat! Ik wacht trouwens nooit meer. Hier…’ en laat haar
mijn mp3-speler zien.
‘Meditatie’s,
radio programma's over ‘welzijn’, je staat van zijn. Het huidige moment!’ Ik
sla mijn handpalmen tegen elkaar en spreid mijn ellebogen. ‘Direct contact
met het universum.’ Amalia geniet. Leuk. Daar komt een gestresste en struise
dame de studiodeur uit. Geeft ons gehaast een hand en begint te ratelen. ‘Is
er livemuziek?’ Ik begin automatisch, onbewust een parrandaliedje te buzzen.
Amalia schiet in de lach. Maar dat kan de dame niet bekoren. ‘Dit is May
Peters!’ stelt Amalia me voor. Dat zegt de vrouw helemaal niks, en dat wil ze
ook graag zo houden. ‘Ik heb geen trombone bij me.
Maarrrrr,
ik heb een cd!’ en laat die meteen zien: ‘Met daarop: de opname die ik maakte
met la Sonora Ponceña op hun…’ Ik word bruut onderbroken. ‘Nee, dat gaat
niet!’ ‘En waarom gaat dat niet?’vraag ik vriendelijk. Puerto Ricanen vragen
zoiets nooit. En zo’n blik wordt mij dan ook meteen toegeworpen. ‘Het
programma is al opgenomen. En we hadden livemuziek verwacht.’ ‘Nee, dat heb
ik duidelijk tegen Paquita gezegd, señora. Mijn ervaring met een
praatprogramma is dat het geluid van een slechte kwaliteit is. Maar als u dat
per se wilt, dan haal ik mijn trombone.’
‘Daar is
geen tijd voor.’ Amalia is al op de rand van een zenuwinzinking. ‘Eliza, we
zijn alle drie buitenlanders’, probeert ze. Maar deze dame wilt daar niks van
weten. Edoch ik wel, want ik heb hier natuurlijk met een Cubaanse deserteur
te maken, die gevlucht is voor het bewind en louter in het buitenland woont
omwille van de dollars! ‘Fiél me quitó t'o, pero aquí etoy', Fidel heeft me
alles afgenomen, maar hier ben ik! ‘Ik ben nieuwsgierig. Waar komt u
vandaan?’ Oh, dat had ik niet mogen vragen. ‘Hoezo?’ ‘Nou, uw abrupte manier
van optreden is totaal niet Puerto Ricaans! Die zijn juist heel volgzaam,’
zeg ik: ‘Ik ben schrijfster!’ verklaar ik mijn interesse.
![]() |
| San Juan. Foto © Bryan Chang |
‘Ik kom
uit Venezuela.’ Mijn hart springt op: ‘Eeeeeecht? Ik ben mijn carrière
begonnen bij een Venezolaanse band in Keulen. En nu ben ik in de eindfase van
mijn nieuwe cd met Eric Figueroa als produ…’ Terwijl ze een preek afsteekt,
komt er toch een stroom negativiteit binnen in mijn zonnevlecht. Als ze klaar
is zeg ik: ‘Luister, señora het maakt míj niet uit of ik in uw programma
kom.’… Ze valt even stil en zegt dan inene: ‘U bent wel ad rem.’ Ik geef haar
mijn kaartje. ‘Bezoekt u vanavond eens rustig mijn website en geniet van de
muziek die ik heb opgenomen. Dat zal u goed doen!’ ‘Jullie wilden toch iets
anders?’ slaakt Amilia: ‘Nou , deze vrouw heeft een verhaal!’ ‘Daar is geen
tijd voor.’ ‘Prima, geen probleem,’ en zo voelt het ook, sinds ik de Wet van
de Minste Weerstand onder de knie heb: ‘Vamos.’ En mijn lippen produceren al het
parrandaliedje 'Vamonos, vamonos, Vamonos, que la fiesta se acabó'. (We gaan,
we gaan. Want het feest is afgelopen!)
Het is
sterker dan mezelf! Als ze de deur achter zich sluit, schiet ik in de lach en
pak Amalia bij de arm! ‘En uit!... En laat los, de Wet van Detachment!’ ‘Als
er een ding mis gaat, dan gaat ineens van alles mis,’ zucht ze. ‘Haaaa, dat
is dadelijk weg. Dat zijn louter je emoties, die je gedachten bepalen. En
voor je er erg in hebt, ook nog je handelingen ook. Maar geloof me, deze vrouw
heeft zoveel negatieve vibraties. Echt, ik voel ze nog! Hier!’ en druk op
mijn maag. ‘Sinds ik zoveel mediteer, komt alles wham, ongefilterd binnen!’
Mijn vader zaliger zou zo iemand ‘een sjlechte kuit’ genoemd hebben (een
bijna niet te vertalen gezegde van Zwaantjeshof dat neerkomt op 'carnaille,
loeder'). En ik zou hem daar ook nog volledig gelijk in hebben gegeven.
Echter, een van de Zeven Spirituele Wetten is de Wet van het Oordelen. En
oh,oh, oh, hoe vaak ik die vanwege mijn dna niet overtreed?
‘Dat is te
gek voor woorden!’ zegt Paquita kwaad en verbaasd als ik haar een uurtje
later aan de lijn heb. Ik lach alleen maar: ‘Maak je niet gek, Paqui. Het
wordt vast en zeker een prachtig gebeuren!’ En dat is het! Zaterdagmiddag ben
ik om 2 uur in de Botanische Tuin, die onderdeel uitmaakt van de Universiteit
van Puerto Rico. Wat is dit toch een Hof van Eden, zo midden in de
metropolitan era. Ik stop bij het wachtershuisje: ‘Waar is het San Sebastián
evenement? Ik moet hier spelen met Son de Pandero.’ ‘Die auto’s volgen,’zegt
hij. En ik bedenk hoe vol vertrouwen ik toch moet zijn om een stel onbekenden
achterna te rijden op een 114 ha groot terrein. Ik begin al Puerto Ricaans te
worden, een volgeling, iemand die vertrouwt.
Het
feestterrein herken ik. Op dit podium heb ik in juni 2009 de eindvoorstelling
van het zomerkamp gegeven met de kinderen. Overal kraampjes met artesanos, de
vaklieden, houtsneewerk, borduursels, planten. ‘Heeft u ook Oloë Vera?’ vraag
ik de verkoper terwijl ik een klein soort agave plantje zie. ‘Nee, helaas
niet.’ Mijn lip is opvallend snel hersteld van herpes vorige week dinsdag.
Mijn goede vriendin Myra, de directora van de meiden salsaband had me in
augustus een paar stukjes Aloë Vera meegenomen. ‘Doe dat op je lip en het is
zo over!’ Myra's oma praat met geesten. Dus dat zijn háár genen. Niks werkte
toen, noch de peperdure Amerikaanse antikoortslipcreme, noch de aloë vera.
Uit de Dosha-quiz bleek dat ik een pitta type ben (al dat vuur wat eruit kan
knallen..) Dus ik had nu nog één stengel sávila in de diepvries. Snij een
stukje stengel overdwars, en dep de slijmerige binnenkant op mijn lip. Daar
komt de Spaanse naam vandaan: sávila: slijm. En binnen 48 uur was ik genezen!
Eerste wonder! Dat moest ook wel want afgelopen donderdag had ik Pablo
beloofd mee te spelen met een plenaband tijdens de opening van de ‘Sanse’ in
de Calle San Sebastián in Oud San Juan.
Opwinding
alweer! Rond het middaguur, op weg naar mijn meditatieplek op het strand om
de hoek, loop ik zowat tegen mijn Venezolaanse collega Miguel Padrón uit
Amsterdam aan! ‘Hoe weet jij waar ik woon?' Ik wist nog maar net dat hij op
het eiland was. Hij had geen telefoon, niks. Tweede wonder! Natuurlijk neem
ik hem mee naar Viejo San Juan. En de dag erna naar mijn maatje René, die een
muziekwinkel heeft en reparateur is. Miguel koopt drie campanas. En René
brengt de schuif van mijn trombone weer in alignment voor een kopje koffie
van Subways, de schat. Ging het met mijn geest maar zo snel om die in
alignment te krijgen met het universum. Terwijl ik een dag later, over het
glooiende gazon omhoog klim, hoor ik een jongetje zingen. Wat een stem! En
dat vibrato ook. Niet te geloven! Icoon Danny Rivera treedt op met de finalisten van Idols Kids. Ja, zie
je wel!
Telefoon.
Pablo: ‘We komen eraan.’ Puerto Ricanen bellen altijd wanneer ze vertrekken.
Dan dat ze onderweg zijn, en dan ‘We zijn er!’ Stap drie laat vijftien
minuten op zich wachten, totdat ik mijn collega’s de heuvel op zie klimmen.
Ik begroet hun met een omhelzing: ‘Ik moet zelf de optredens regelen om
jullie weer te zien!’ Grote glimlachen vallen mij ten deel. ‘May, ik wil je
voorstellen aan Luis, onze zanger van vandaag’, zegt Pablo terwijl hij me
voorgaat naar de tenten waar je kunt eten. ‘Maestra’, zegt een
Amerikaans-dikke man en maakt een buiging: ‘Een eer om met u te spelen.’ Ik
glimlach: ‘Nououou, dank je wel!' Het verbaast me elke keer weer als
collega's ‘maestra’ tegen me zeggen. Maar dat komt omdat je hier twee soorten
musici hebt: de musici en de muzikanten.
![]() |
| Suikerrietkappers in Rio Piedras. Foto © Library of Congress |
De eerste
groep is veelal daarin opgeleid en full time met muziek bezig. De tweede
groep heeft een compleet andere levensbeschouwing, flexibiliteit nul en
ook een andere progressie, geen eigenlijk. Ja, of in Caribisch
tempo...laaaaangzaam. ‘Jij zegt me welke nummers we spelen, he?’ vraag ik.
Dat gaat bij plena allemaal uit het hoofd. En als je pech hebt ook nog in de
meest exotische toonsoorten. Gelukkig heb ik die de dag ervoor nog even
uitgezocht met een zingende Pablo aan de andere kant van de telefoon, en ik
achter het keyboard. Luis bekijkt mijn repertoirelijstje. 'Ja, dat heb ik
ook,' zegt hij glimlachend: 'We gaan gewoon naast elkaar staan.’ En dan moet
jij eens opletten! Ik hoor Amalia's stem die ons aankondigt voor een paar
honderd man publiek. En wat voor publiek! ‘Ik kom uit Nederland, helemaal aan
de andere kant van de Oceaan. En daar weten ze niet eens wat plena is. Ze
kunnen het al helemáál niet dansen,’ zeg ik door de microfoon, terwijl ik
over mijn benen struikel. 'Waaaaaaa…’, die kinderen meteen. ‘Dus jullie
moeten mij dat voor doen, he?’
Meteen vliegen
een paar van die apekoppen naar me toe. Luis is een ware entertainer.
Iedereen zingt de liedjes mee. Een jongetje van een jaar of zeven danst naast
me. Elke beweging die ik maak, en dan vooral ook in mijn gezicht wordt meteen
opgemerkt. Af en toe grijp ik eens onverwacht naar achteren. En dan springt
hij lachend opzij. ‘Mijn moeder komt uit Mayaguëz en mijn vader uit
Santurce’, vervolgt Luis: ‘De plena uit Mayaguëz is een stuk langzamer. En
die gaat zo.’ Die kinderen hoef je maar iets voor te doen en ze apen het
meteen na. Ach, ook de volwassenen zingen ook harder, als we hun daarom
vragen. Het uur vliegt om. We nemen dankbaar het applaus in ontvangst en ik
klap voor ons publiek. Hartverwarmend. ‘Luis, je bent geweldig!
Absoluut een vakman,’ roep ik naar onze zanger. Luis glimlacht
bescheiden: ‘Ik geef ook workshops over bomba en plena.' 'Ahaaaa, zie je
wel! Hoe jij die kinderen inpakt!'
Kan net
even Amalia bij d'r lurven grijpen. 'Hoelaat morgen, Amalia? Ook drie uur?' 'Nee,
jullie kunnen dan tussen het publiek lopen. Vier uur is goed.' 'Prima.'
'Muchachos, morgen vier uur.' Sprint naar Paquita. 'Querida, betaal je me
morgen het optreden van vandaag en morgen?' Weet niet eens of mijn vraag wel
tot haar doordringt. Want Paquita is net zoals ik, maar dan de Latijnse
uitvoering: snel en overal tegelijk aanwezig, maar fulltime bezig haar
vrouwelijke charmes tot het maximale uit te buiten. Ze kijkt even moeilijk.
'Ik zie die jongens niet meer, dus neem dat geld morgen mee.' 'Is goed.' Ik
zeg het ook nog tegen Amalia. 'Herinner jij Paquita daar nog even aan? Want
die heeft zoveel aan d'r kop.' 'Oh, ja, is goed.'
![]() |
| Puerto Rico, LeLoLaiFestival. Foto © E. Peoples |
's Avonds
schrijf ik haar toch even een sms. Puur intuïtief. Met een tweede erachter
aan. 'Heb je genoeg bewaking naast je om met zoveel geld op pad te zijn?'
Krijg ik een paar minuten later een geschrokken Paquita aan de lijn, die
meent dat de dagprijs het totale bedrag van twee dagen is! 'Nooooo, mi
amorrrrr. Dat heb ik je toch in mei gezegd! Het staat ook in onze email!' En
ze schiet meteen in haar oude patroon: 'Aaaaaaaaay, Maeeeee! Ja, het is
natuurlijk ook niet veel, maar kunnen we niet iets regelen?' en klaag, klaag.
Ondertussen krijg ik een steek in mijn hart en denk aan de Antilliaanse
gangster die me helemaal niet betaald heeft, drie jaar geleden na een
optreden in zijn inmiddels falliete zaak in Heel. Ik heb toen al mijn musici
uit eigen zak betaald. De schatten wilden maar 70%.
[vervolg, klik hier]
[uit Caribe
Magazine, 26 januari 2013]
Abonneren op:
Posts (Atom)



































