Posts tonen met het label multiculturele samenleving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label multiculturele samenleving. Alle posts tonen

donderdag 10 april 2014

Niqaabdraagsters maken zich zorgen: ,,Wij worden vaker fysiek aangevallen”

Niqaabdraagster aangevallen op straat
Het ene moment liep de 27-jarige Um Hafsa uit Eindhoven nog, zoals elke dag, samen met haar baby en een tas boodschappen naar haar auto. Het volgende moment voelt ze een harde vuistslag in haar rug. Waarom? Omdat de Brabantse moslima inmiddels al drie jaar een niqaab draagt. ,,Ik was bijna bij mijn auto toen er twee grote mannen op mij afkwamen. Eerst riepen ze alleen: hup Holland hup en  wij willen die dingen niet in ons land.” Um Hafsa, zoals het slachtoffer zichzelf noemt, negeerde de opmerkingen. De mannen waren echter niet klaar met de niqaabdraagster en trokken haar niqaab af, gevolgd door een vuistslag.

,,Niemand hielp!”
Um Hafsa is een dag later nog van slag. ,,Ik was erg bang, vooral voor mijn baby. En het ergste was, niemand hielp!” Ze geeft toe dat er ook weinig mensen liepen. Een man en een vrouw die voorbij liepen, probeerde ze aan te spreken. ,,Ik riep: Kijk wat er gebeurt, willen jullie voor mij getuigen? Maar toen gingen ze aan de andere kant van de weg lopen.”
,,Schandalig”,  vindt Um Abdurrahman, een vriendin van Um Hafsa. ,,Dat mensen niet durven te helpen snap ik, maar ze kunnen toch ook om de hoek de politie bellen?” Nog bozer is Um Abdurrahman op de twee mannen, die haar vriendin aanvielen. ,,Waar halen ze het recht vandaan? Kijk scheldpartijen, dat zijn we gewend, maar dit fysieke geweld gaat een grens over!”

Vaker geweld tegen niqaabdraagsters
Volgens Um Abdurrahman, een 35-jarige bekeerde moslima, die al veertien jaar een niqaab draagt, is dit het vierde geweldsdelict tegen niqaabdraagsters sinds de zomer van 2013. ,,En dan heb ik het alleen over Eindhoven!” Eerder werd de auto van een kennis van haar bij een stoplicht bekogeld. ,,Toen ze uit haar auto stapte om verhaal te halen bij de vrouw in de auto, werd ze van achter aangevallen door de man, die was uitgestapt. Ook hier werd haar niqaab afgetrokken en kwam er geweld bij kijken.” Een andere kennis van haar werd aangevallen in een bus. ,,Ook bij het incident bij het stoplicht, was er niemand die ingreep. Hoewel er een enorme rij stond en mensen wel waren uitgestapt om te kijken.”

,,Als ik een dag niet uitgescholden word, ben ik verbaasd.”
De Brabantse niqaabdraagsters trekken niet als enige aan de bel. Ook de 18-jarige Aisha uit Utrecht maakt zich zorgen. Net als Um Abdurrahman heeft zij zelf nooit te maken gehad met fysiek geweld. Daarentegen is verbaal geweld aan de orde van de dag. Aischa: ,,Ik draag de niqaab nu een half jaar. Er wordt vaak naar me geroepen dat ik moet oprotten naar Saoudie Arabie.”  Um Abdurrahman heeft dagelijks te maken met negatieve opmerkingen. ,,Als er een dag niks naar me geroepen word, ben ik verbaasd.”

Omgaan met scheldpartijen
De drie vrouwen proberen de opmerkingen zoveel mogelijk te negeren. Um Hafsa: ,, Het hoort erbij, als je raar bent. Toen ik mijn gezicht nog niet bedekte, was ik mondig. Nu ben ik voorzichtiger en negeer ik het gewoon.” Ook Aisha doet dat, al heeft ze er nog veel moeite mee. Um Abdurrahman negeert opmerkingen als ‘Ga terug naar je eigen land’ en ‘Doe dat ding eens af’ zo veel  mogelijk. Maar als de scheldpartijen erg grof zijn, staat ze wel haar mannetje. ,,Toen ik eens een vrouw hoorde zeggen dat ik zou moeten worden neergeschoten met een mitrailleur, heb ik wel even om opheldering gevraagd.” Die opheldering verliep vredig. Na een korte woordenwisseling had ze een leuk gesprek met de mensen. Dat een gesprek helpt, merkt ook Aisha. ,,Ik leg mensen uit dat ik mijn schoonheid wil bedekken en ik geloof dat de meeste schoonheid in het gezicht van vrouwen zit. En dat een hoofddoek voor mij dus niet volstaat.”
Foto's © Hidrico

,,Een niqaab past binnen de Nederlandse samenleving”
De vrouwen zijn er van overtuigd dat een niqaab past binnen de Nederlandse samenleving. Um Hafsa: ,,Ik heb mijn eigen autootje, kan gaan en staan waar ik wil.” Aisha denkt dat er ondanks het dragen van een niqaab genoeg mogelijkheden zijn op de arbeidsmarkt. ,,Ik denk bijvoorbeeld aan een winkel met islamitische vrouwenkleding.” Pragmatisch is ze overigens wel: ,,Als het echt moet,  ben ik wel bereid om mijn gezicht op werk te laten zien. Maar eerst ga ik er alles aan doen om een baan te vinden, waar ik mijn niqaab kan blijven dragen.  Um Abdurrahman snapt niet waarom mensen zo fel op haar reageren. ,,Ik heb nooit een uitkering genoten, mijn man ook niet, iedereen in onze familie is hoogopgeleid. Mijn kinderen doen het goed op het VWO.  Waarom zou ik dan vragen om scheldpartijen en geweld?”


[van moslimomroep.nl, 10 april 2014]

dinsdag 8 april 2014

Brabants schoonmaakbedrijf huurt niemand in die geen 'echte Hollander' is

Screenshot van de website van Budget Cleaning Brabant.

door Kaya Bouma

Met discriminatie heeft het niets te maken, vindt Wesley de Laat (30), eigenaar van schoonmaakbedrijf Budget Cleaning Brabant. 'Ik mag zelf bepalen wie voor mij werkt.' Als hij kan kiezen tussen Ali, Ahmed, Kees of Jan, is de keuze wat hem betreft snel gemaakt. Of het nou Polen zijn of Turken, Marokkanen of Bulgaren, het zijn geen echte Hollanders. En dus komen ze er bij De Laat niet in.


De advertentie van Budget Cleaning Brabant
De negen medewerkers die Budget Cleaning Brabant telt, zijn 'alleen maar Nederlanders', en dat is een bewuste keuze. 'Allochtone klanten bellen ook maar een ander bedrijf.'

Te veel getalenteerde Nederlanders zitten werkloos thuis, vindt De Laat. Vandaar de personeelsadvertentie die het schoonmaakbedrijf in regionale kranten in 'half Nederland' liet plaatsen. 'Gezocht: glazenwassers, schoonmakers en schilders.' Met onderaan, in vette letters: 'Wij zijn een Hollands bedrijf met Nederlandse werknemers.'

De advertentie verscheen ook in het programmaboekje van de voetbalwedstrijd RKC Waalwijk-Ajax vorige week. En mocht de boodschap van de advertentie nog niet duidelijk zijn, op de Facebookpagina van het bedrijf worden de kwalificatie-eisen nog eens in hoofdletters toegelicht: 'Voor onze nieuwe locatie zijn wij altijd op zoek naar de beste werknemers van HOLLANDSE bodem!'
Niets nieuws
Een werkgever die liever geen allochtoon personeel aanneemt is voor Jessica Silversmith niets nieuws. De directeur van Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam krijgt daar wel vaker klachten over binnen. 'Maar meestal gaat dat een stuk bedekter.'

Expliciet vragen om Hollands personeel is uitzonderlijk. 'Dit maakte ik in de jaren tachtig nog wel mee, dan vroegen ze om Hollandse jongens.' Silversmith vindt dat het schoonmaakbedrijf aangesproken moet worden op de advertentie.

Niet in overtreding
Bij discriminatiemeldpunt Radar in Brabant is een klacht binnen gekomen over de advertentie. Volgens medewerkster Mary Orgelist is het schoonmaakbedrijf nog niet in overtreding. De zin in de advertentie kan volgens haar gezien worden als een feitelijke mededeling. 'De lezer kan zelf bepalen wat hij daar mee doet.' Pas wanneer het schoonmaakbedrijf werkelijk personeelsleden afwijst op basis van afkomst, is dat in strijd met het grondwettelijke verbod op discriminatie.

Een echte Brabantse
Wesley de Laat ligt niet wakker van de klacht. 'Ik mag mijn mening toch uiten?' Bovendien vindt hij dat hij het netjes aanpakt. 'Ik nodig die mensen niet uit voor een gesprek, dus ik geef ze ook geen valse hoop.'

Voor de nieuwe vestiging die zijn bedrijf binnenkort opent in Rotterdam is hij trouwens ook op zoek naar een allochtone medewerker. 'Er wonen daar veel mensen met verschillende nationaliteiten, die willen wij de kans geven bij ons te werken in plaats van de criminaliteit in te gaan.'

En in Brabant? 'Hier niet.'



[uit de Volkskrant, 08/04/14]

dinsdag 25 maart 2014

Hoezo discriminatie?

Een relaas over discriminatie door Julino Willem Anthony (William Anthony)

Hij had twee problemen. Het eerste: hij was zwart, hij was creatief, hij was intelligent, hij was wat eigenzinnig en hij kan schrijven. Het tweede: hij wilde graag een baan bij het GVB, het Amsterdamse Gemeentevervoerbedrijf. Maar dat laatste kon en mocht blijkbaar niet. Hoewel hij keer op keer slaagde voor de examens die hij moest afleggen, werd hem een vaste aanstelling in ambtelijke dienst bij de gemeente Amsterdam formeel gedwarsboomd.
En waarom dan wel? Omdat degenen die bij het GVB op allerlei niveaus leiding moesten geven toestonden dat hij door collega's bij voortduring werd gepest en zwart gemaakt. Haat kortom - in zijn venijnigste vorm. (...) Het slachtoffer werd tot schuldige verklaard. Dit draaide ten slotte uit op een bijna lachwekkende - maar daarom niet minder trieste - vertoning, waarbij door een Amsterdamse overheidsdienst honderden manuren werden besteed aan de vraag: 'Hoe lozen we deze koppige allochtoon?'
Hoezo discriminatie? beschrijft de lijdensweg van een zwarte Amsterdammer, die alleen maar aardig wilde zijn en zijn werk wilde doen.

William Anthony
Over de schrijver:
Julino Willem Anthony werd op 23 februari 1956 geboren op Bonaire. Daar doorliep hij de lagere school en vervolgens de LTS. Deze opleiding ronde hij op Curaçao af. Daarna volgde een bedrijfsopleiding bij Shell Curaçao N.V.
De liefde voor het zingen begon al op jonge leeftijd. Op Curaçao heeft hij deze hobby verder ontwikkeld. Onder de artiestennaam William Anthony nam hij deel aan verschillende muziekactiviteiten op de eilanden en in de regio waar hij verschillende onderscheidingen won. Anthony heeft inmiddels ook een aantal CD's in eigen beheer uitgebracht.  Deze en al zijn andere artistieke belevenissen vormen de basis voor zijn boek Musika Maestro. De eerste editie verscheen in 2002. De tweede editie is bijgewerkt en in 2014 gepubliceerd. Van de auteur verscheen in 2014 ook het prozaboek Sobra. Hiermee toont William Anthony zijn veelzijdigheid.
Deze activiteiten ontplooit hij naast zijn reguliere baan. Verder geniet hij van wat het leven te bieden heeft.
In 1986 verhuisde William Anthony naar Nederland. In Hoezo discriminatie? vertelt hij over zijn ervaringen en hoe hij omging met de opgelopen cultuurshock.

Hoezo discriminatie? door Julino Willem Anthony (William Anthony)
Edited by Pierre Heijboer ; guest editor Kitty Terpstra, Scarlet Windster.
Verschenen: 21 maart  2014
ISBN/EAN13: 1496045033 / 9781496045034
114 pagina’s


zondag 23 maart 2014

Samen tegen racisme

Amsterdam, zaterdag 22 maart 2014. Een fotoreportage van Johan Janssen.


Anousha Nzume

Burgemeester Van der laan
Alex van Stipriaan










Mohammed Rabbae

Quinsy Gario

maandag 17 maart 2014

White Privilege

door Mireille Liong

Als vriend van Jörgen Raymann zijn facebook pagina zag ik de volgende vraag voorbij komen: “Just curious, what do you think 'white privilege' means?”

Tot mijn verbazing bleek uit de antwoorden dat de meesten de term “White Privilege” letterlijk vertaald “witte privileges” duidelijk niet begrepen. Daardoor viel het commentaar gauw uit context. Aangezien ik het voorrecht heb meer te weten over dit onderwerp leg ik het graag uit. Niet alleen omdat ik zelf zwart ben en kroeshaar heb en zeker niet omdat ik graag de rol van slachtoffer van de slavernij op mij neem. Absoluut niet.  
A conversation about Race Soledad OBrian
 
Soledad O'Brian, Bartunde Thurston en Tanner Colby

Ik denk dat ik het voorrecht heb omdat ik opgegroeid ben in multicultureel Suriname, gestudeerd heb in Nederland, nu al langer dan 10 jaar in Amerika woon en beschik over een redelijk analytisch vermogen. Misschien nog belangrijker te vermelden is het feit dat het onderwerp racisme en alles wat hiermee te maken heeft me eigenlijk pas goed is gaan interesseren sinds ik begonnen ben met kroeshaar.com.

Vandaar ook dat ik in September ben geweest naar “An conversation about race” (een conversatie over ras) in het Sub Culture theater in Manhattan. Het panel werd geleid door niemand minder dan van Soledad O'Brien, journalist en programmamaker bij CNN. De twee andere pannelleden waren Bartunde Thurston Comedian en auteur van How to be Black en Tanner Colby auteur van “Some of my best friends are Black.”

Het doel van deze conversatie was zoals Solidad in de introductie zei om racisme in een avond, of niet eens een hele avond, binnen een paar uur eigenlijk, op te lossen. Hoewel ik bekend was met de CNN programmamaakster, haar ook al eens in levende lijve tegen was gekomen en wist dat het een intelligente vrouw was, had ik geen idee dat ze ook beschikt over een gigantisch gevoel voor humor.


Ik had het kunnen weten met iemand als Bartunde Thurston in het panel. Als je het hebt over briljante humor moet je zijn boek eens lezen: How to be Black. Colby was ik nog nooit persoonlijk tegen gekomen maar zijn boek was me wel al bekend en met zijn ivy league achtergrond en gevoel voor humor was hij meer dan gewaagd aan de rest van het gezelschap. De een-tweetjes tussen Soledad en de panelleden waren dan ook hilarisch, verheffend en doeltreffend. Zelfs toen het onderwerp white privilege aan bod kwam en niet iedereen het met elkaar eens was.

Hoewel hij begrijpt waar het om gaat is Colby, zelf wit van zeer bevoorrechte achtergrond, het niet eens met de terminologie. Volgens hem roept de term aversie op bij witte mensen omdat het over zou (kunnen) komen als een verwijt welke een beschuldiging inhoudt dat witte mensen verworven privileges zouden moeten opgeven om het leven van zwarte mensen te vergemakkelijken. Soledad, zelf getrouwd met een witte man, ging daarop in en legde uit.

Haar man die even wit is als Colby was eens op weg naar London, zijn paspoort vergeten. Vol ongeloof vertelde ze dat hij na uitleg zonder enig probleem het vliegtuig in is gestapt en de overtocht heeft gemaakt. Let wel een internationale vlucht, post 11 september!
Soledad vertelde dat ze tegen haar man zei: je begrijpt dat dit alleen mogelijk is geweest omdat jij als witte man hetgene belichaamt wat niet beangstigend is. Dat ze iemand in de exact zelfde positie als jij maar met een andere kleur niet hadden doorgelaten. Ze ging verder en vertelde het publiek, het is mij wel eens overkomen maar ik heb gesprint om een taxi te pakken, zo snel mogelijk mijn paspoort te halen en het personeel te smeken om mij op de vlucht te laten. En ik ben bekend! Aan het bulderende gelach was duidelijk dat het kwartje was gevallen en Colby gaf aan dat hij het snapte ook als was hij het misschien nog steeds oneens over de woordkeus.

White privilege is geen verwijt zei ze maar een term voor een conversatie om de privileges die witte mensen automatisch genieten uit te lichten. Waar het in essentie om gaat is dat witte mensen privileges genieten die anderen puur vanwege hun uiterlijk worden ontzegd.
 
Foto © Sherma de Lima
In het dagelijks leven zijn er talloze voorbeelden van. Een heel simpel voorbeeld: Als een witte man in een dure auto rijdt is er niks aan de hand, maar niet-witte-mannen worden bij voorbaat aangehouden omdat het verdacht zou kunnen zijn. Witte mensen beseffen vaak niet hoe vaak zwarte mensen voor onbenulligheden worden aangehouden en ondervraagd omdat ze bij voorbaat als verdacht worden gezien. Witte mensen staan hier daarom ook niet bij stil. White privilege is geen beschuldiging het is meer om de maatschappij erop te attenderen dat dit onrecht is dat moet worden rechtgetrokken.

Mireille Liong
Als Sociaal Entrepreneur die bezig is met kroeshaar heb ik ook een passend voorbeeld. Een van de ongeschreven bevoorrechte regels is dat witte mensen het recht genieten om met ongekamd haar de straat op en zelfs naar het werk te gaan. Van diverse collega’s heb ik het wel eens gehoord. Ach, ik doe gewoon mijn hand door mijn haar en hup, het huis uit.

Als zwart persoon met natuurlijk kroeshaar weet je dat je dit niet hoeft te proberen. Waarschijnlijk kom je niet eens je huis uit want je familie vraagt bij voorbaat of je gek bent geworden. We zijn zo geconditioneerd te denken dat niet kan maar de vrees dat je zal worden uitgelachen of misschien zelfs opgepakt, is niet ondenkbaar.

Om aan te geven wat je hieraan kunt doen als wit of meer geprivilegieerd persoon zie het voorbeeld en uitleg van Joy Degruy. Het is absoluut geen plicht en geen enkel recht schrijft dit voor maar het helpt een betere maatschappij creëren voor iedereen.

on 16 maart 2014 . . .

zondag 16 maart 2014

Stap naar Nederland groter dan je denkt

Lucia Martis. Foto's: © Mineke de Vries
door Mineke de Vries

Het is bijna haar levenswerk geworden: vanaf haar start in Nederland heeft Lucia Martis zich vanuit het welzijnswerk sterk gemaakt voor Antillianen en Arubanen in Nederland. “Veel mensen komen in de problemen door de taalbarrière, doordat ze geen huis of baan vinden of de weg kwijt zijn in de samenleving en komen als gevolg daarvan in de schulden, lopen onderwijsachterstand op, vervallen soms tot criminaliteit. Ik zie het als mijn persoonlijke missie dat mensen het goed hebben, dat iedereen die problemen heeft zijn weg weet te vinden en kan werken aan zijn toekomst.”


Alhoewel studenten worden opgevangen als ze naar Nederland komen, voor anderen die ‘’zomaar’’ komen, is er geen enkele opvang. Het is voor studenten al een hele klus hun weg te vinden, laat staan voor diegenen die zonder enige opvang op Amsterdam aankomen. Martis werkt vanuit ProFor - bureau voor samenlevingsopbouw - aan het opbouwen van de levens van mensen die zijn stukgelopen. Alhoewel het bureau toegankelijk is voor iedereen, blijkt zestig procent van Antilliaanse afkomst te zijn. “We hebben vanuit het verleden dan ook een enorme expertise opgebouwd met deze doelgroep.”

ProFor, wat betekent ‘voor kracht’, stelt zich ten doel vanuit die eigen kracht anderen te helpen, trainen en coachen. “Wij zijn laagdrempeliger dan het reguliere maatschappelijk werk, staan met onze voeten in de modder, helpen met alles wat er speelt rond die persoon en kijken niet op de klok. Aan de hand van de hulpvraag ontwikkelen we methodes en koppelen mensen zoveel mogelijk aan lopende projecten. We kijken dus naar het totale beeld van een cliënt en zijn of haar omgeving en pakken aan alle kanten aan, bieden de cliënt bijvoorbeeld ook nog taalles en sturen zijn kind naar onze huiswerkbegeleiding.”
 
Lucia Martis
Denk na voor je gaat
Het was anders toen Martis zelf in 1977 op 21-jarige leeftijd naar Nederland kwam en er opvangcentra voor Antillianen en Surinamers waren. “Je woonde daar de eerste tijd en werd met alles geholpen, je sofinummer aanvragen, beroepenoriëntatie, trainingen om te participeren in de samenleving, alles vanuit de opvang en het ministerie geregeld. Je werd snel zelfstandig gemaakt. Vanuit het opvangcentrum, dat bovendien banden had met de woningbouw werd naar een zelfstandige woonplek gezocht. Eigenlijk kwam iedereen goed terecht, dat is nu anders. Een fors aantal, dat komt om een nieuwe start te maken, komt terecht in een circuit van zwerven, soms stelen om te overleven.” Martis zegt niet genoeg te kunnen benadrukken dat mensen die de stap zetten om naar Nederland te komen zich vooraf uitgebreid moeten oriënteren: verdiepen in de samenleving, wetten en regels, websites bekijken. “Het is vechten om je doel te bereiken, zeker als je niemand hebt om je op te vangen en realiseer je dat het in Nederland crisis is, zo gemakkelijk kom je niet aan werk. En heb je geen werk en dus geen binding met een stad, kun je je er niet inschrijven. In de loop der jaren zijn de regels verscherpt, je komt niet zonder meer in de bijstand. Het is niet meer: ‘Nederland zorgt voor je vanaf je geboorte tot je dood’, je krijgt net voldoende om in leven te blijven. Zeker als je met kinderen komt, sleep je hen mee in een mogelijke mislukking. Want ook ten aanzien van kinderen zijn de regels verscherpt: zorg je niet goed voor ze, worden ze onder toezicht gesteld of soms uit huis geplaatst.” Nederland eist dat je participeert in de samenleving, een samenleving waarbij je op jezelf bent aangewezen. Martis: “Denk er serieus over na of je deze stap aankunt. Ondanks dat ik alle mensen een nieuw leven gun, is het soms beter in eigen land te blijven.”

Nederlands basis
Eén van de allerbelangrijkste criteria is in de ogen van Martis de taal. Beheers je het Nederlands niet, kom je in grote problemen in de samenleving, maar ook in je studie. Zelfs goede studenten worden drop-outs doordat ze hun lessen niet goed kunnen volgen. “Ik zou het tegen alle mensen en in het bijzonder tegen de beleidsmakers op Curaçao, de mensen in het onderwijs willen zeggen dat de beheersing van het Nederlands een voorwaarde is te slagen in de toch al zo gecompliceerde samenleving. Tegen ouders wil ik zeggen: praat en lees met je kinderen in die taal. Als inmiddels ervaringsdeskundige kan ik zeggen dat mijn generatie enorm veel voordeel heeft gehad van het feit dat Nederlandse de voertaal was, zowel op school en vaak ook thuis.”
Het belang van goed taalonderwijs werd in 2008 nog eens onderstreept toen ProFor samen met het alfabetiseringsproject van Pro Alfa op Curaçao het Appeltje van Oranje kreeg, een prijs van het Oranjefonds die wordt uitgereikt aan organisaties die zich inzetten voor een betere samenleving. Met taalcursussen biedt Fundashon Pro Alfa mensen een tweede kans om beroeps- en taalvaardigheden te leren.

Antillianen grootste groep
Martis, geboren uit een Antilliaanse moeder en Surinaamse vader doorliep het Maria Immaculata Lyceum om daarna allerlei baantjes aan te pakken om te sparen voor haar ticket naar Nederland. “Ik wilde mijn vleugels uitslaan en Nederland leren kennen. Ik maakte een langzame start wat mij geholpen heeft nu in deze positie te zitten. Naast mijn werk via uitzendbureaus deed ik cursussen en behaalde uiteindelijk de HBO-management.”

In 1986 begon ze ‘onderaan’ in het welzijnswerk, wat haar zo greep dat ze zich ging specialiseren en er nooit meer wegging. “Met mijn werk bij het eerste Platform voor Antillianen en Arubanen (POAA) is de liefde voor het welzijnswerk geboren.” Vanuit dat platform ontstonden nieuwe organisaties, waaronder het huidige ProFor. Toen de overheid wilde gaan decentraliseren werd POAA afgebouwd en de gedecentraliseerde organisatie Forsa met dependances in het hele land gestart, gesubsidieerd vanuit de provincie. “Ik ging als vanzelf mee en klom op van coördinator naar manager naar lid van de Raad van Bestuur.” Toen de provincie in 1997 afwilde van uitsluitend categoriaal werken werd naast Forsa - die zich nu richt op medische zorg voor alle doelgroepen - dochter Profor opgericht, die alle welzijnstaken in alle doelgroepen verzorgt. “Van een puur Antilliaans/Arubaanse organisatie zijn we in een multiculturele organisatie veranderd. Ondanks dat we openstaan voor alle doelgroepen ligt onze kennis vanuit het verleden bij de Antillianen die zoals gezegd het merendeel van onze klantengroep vormen. Bovendien blijven er steeds nieuwe stromen komen, het is een migratievolk en heb je de ene groep op de rails, dient de volgende zich aan.”
Martis zat overigens ook in het oprichtingsbestuur van NiNsee, was actief in de landelijke Arubaanse vrouwenbeweging en bij Fostin, de Surinaamse organisatie voor 50-plussers.

Lucia Martis
Projecten
ProFor - die in en rond Amsterdam haar werkgebied heeft, maar ook van ver daarbuiten hulpvragen krijgt - heeft diverse projecten in huis. Eén daarvan is het maatjesproject. “We koppelen kinderen en jongeren met een hulpvraag aan een jongere van zijn eigen leeftijd om hem mee te trekken en te stimuleren. Ze trekken  een heel jaar met elkaar op, zowel thuis, op school, met sporten. Dit kan zowel op sociaal/emotioneel als op gezondheidsgebied zijn (bijvoorbeeld bij obesitas).” Binnen dit onderwijsproject Future Kids worden per jaar zo’n 150 kinderen begeleid, kinderen die op school een achterstand hebben als gevolg van taalproblemen, cultuurverschillen, armoede en onvoldoende stimulerende thuissituaties. Soms is er sprake van gedragsproblemen. Ouders worden op de hoogte gehouden door oudermiddagen, nieuwsbrieven en individuele gesprekken. 

Vaderrol
“Een prachtig project is het Family Coach project, waarin we gezinnen, ook eenoudergezinnen coachen op alle gebied. Meegaan naar artsen, maar ook begeleiding bij huiselijk geweld behoort daartoe. Een belangrijk speerpunt is de vaderrol. “We hebben de laatste jaren veel voor vrouwen gedaan, het is nu de beurt om vaders te empoweren hun vaderrol op te pakken. Vanuit de Antilliaanse achtergrond is dat een probleem, maar wij willen vaders wijzen op hun essentiële rol in de opvoeding. Daarnaast hebben we nog een seksualiteitproject. Door middel van theater bespreken we met jongeren en hun ouders thema’s als grenzen stellen, homoseksualiteit en acceptatie. Tot slot hebben we een blinden- en slechtziendenproject. Met een denktank willen we zicht krijgen op de situatie en de problemen van deze groep blinden en slechtzienden met een andere etnische achtergrond.” Overigens werkt ProFor bij elk project met een doelstelling, die aan het einde wordt getoetst en vergeleken met de nulmeting aan het begin.

Bij alle projecten biedt PorFor individuele begeleiding maar ook adviestrajecten en trainingen voor vrijwilligers, zelforganisaties, professionals uit  zorg/welzijn/onderwijs, instellingen en bedrijven, alles in het kader van diversiteit. “We zijn bruggenbouwers die werken aan betere communicatie en beter begrip.”
Ook op Curaçao, Bonaire en in Suriname werden in samenwerking met slachtofferhulp trainingen huiselijk geweld verzorgd. “Altijd als ik daar kom, zoek ik contact met sleutelfiguren om ook daar een bijdrage te leveren.”

Tienermoeders in Kas Broeder Pius
Foto © Catrien Ariëns
Samenwerking
Het was voor PorFor dramatisch dat per 2013 de subsidie werd stopgezet. Van een organisatie die bestond uit 35 betaalde krachten krompen ze in tot twee betaalde krachten en twintig vrijwilligers, want stoppen wilden ze niet. “We hebben veel professie in huis, er liggen trainingen op de plank die we in de loop der jaren hebben ontwikkeld, qua materiaal hebben we voldoende.” Er wordt aandacht besteed aan het trainen van vrijwilligers om professioneel te werken en daarbij werken ze met zo’n vijftig HBO-studenten van de Hogeschool van Amsterdam en de Sportacademie. “Het mes snijdt aan twee kanten: zij lopen bij ons stage en wij helpen met hun specialisaties, die wij op onze beurt weer gebruiken voor verdere specialisatie. Onlangs werd bijvoorbeeld door studenten een project over tienermoeders gedaan. Sommige tienermoeders willen graag een eigen baby’tje, maar hebben geen idee wat er bij komt kijken, sommige meiden durven gewoon niet voor zichzelf te kiezen. Dit soort grote sociale problemen moeten van huis uit worden opgepakt.” Overigens bleek uit het studentenonderzoek ook dat het aantal abortussen onder autochtonen veel hoger ligt dan onder allochtonen, een bijkomende verklaring voor de hoge aantallen tienerzwangerschappen onder Antilliaanse meisjes.”Wij stimuleren de meisjes na de bevalling overigens weer te gaan werken of naar school te gaan.” Naast de studenten probeert ProFor als leerbedrijf via incidentele projecten haar voortbestaan zeker te stellen.
 
Lucia Martis
Om de problematiek van geldgebrek, sociaal economische problemen te doorbreken, moet je de cirkel zien te doorbreken. “De basis zijn de ouders, hen moet je informeren over opvoeding, over de noodzaak van betrokkenheid van zowel moeder als vader. Deze betrokkenheid uit zich in meegaan naar ouderavonden, het blijven praten met je kind zodat je weet wat er in zijn hoofd omgaat, maar ook belangstelling voor de vrienden van je kind. Daarnaast is goed onderwijs onontbeerlijk. Wij blijven onverminderd werken aan opbouw, of het nu gaat om het terugdringen van criminaliteit, tienerzwangerschappen of huiselijk geweld. Heel soms raden we mensen aan om terug te gaan als het niet gaat. Gezinnen die geen plek vinden, zijn beter af om terug te gaan.”




woensdag 12 maart 2014

ING noemt student 'boef uit Curaçao'

Reedie krijgt per ongeluk discriminerende mail

door Barbara de Jong 

Reedie heeft aangifte gedaan bij de politie en het
 antidiscriminatiebureau © Sanne Donders.

De Rotterdamse student Reedie voelt zich zwaar gediscrimineerd door een medewerker van ING. Hij wilde dolgraag stage lopen bij de bank, maar kreeg per ongeluk een interne mail onder ogen waarin hij 'die boef uit Curaçao' wordt genoemd. Hij heeft aangifte gedaan.

De 23-jarige student bedrijfseconomie zou eind januari een sollicitatiegesprek hebben bij de ING-afdeling lease. Na wat heen en weer mailen kreeg hij per ongeluk een e-mail, waarin stond 'Die boef uit Curaçao wil misschien vanmiddag komen om 15.00 uur. Ben je dan in the house?'

'Ik heb die mail meerdere keren gelezen en kon werkelijk mijn ogen niet geloven,' zegt Reedie verbijsterd. 'Dit heb ik echt nog nooit eerder meegemaakt.'

Hij trok naar de balie van het Rotterdamse hoofdkantoor van ING om de kwestie te bespreken. Maar na een tijdje te hebben gewacht, was voor de student de maat vol en stapte hij naar de politie om aangifte te doen.


'Een grapje'
Onderweg naar het bureau kreeg hij een telefoontje van de betreffende medewerker die stelde dat het 'een grapje' was. Maar Reedie laat het er niet bij zitten. 'Discriminatie is echt onacceptabel. Ik ken deze man niet, hij heeft mij nog nooit gezien en toch noemt hij mij 'die boef uit Curaçao'. Waar slaat dat op?' De student heeft naar eigen zeggen een blanco strafblad.

Hij wil 'eenmalig naar buiten treden' met zijn verhaal. 'Het is belangrijk mensen bewust te maken dat dit soort dingen blijkbaar gebeurt. Maar allochtonen hebben hetzelfde recht als anderen op een stageplek.' Behalve aangifte bij de politie heeft Reedie de kwestie ook gemeld bij anti-discriminatiebureau RADAR.

De Hogeschool Rotterdam neemt de zaak hoog op en noemt de kwestie ongehoord en onacceptabel. Per brief is opheldering gevraagd aan ING. 'Dit is een hele botte vorm van racisme,' zegt voorzitter Ron Bormans van de Hogeschool Rotterdam. 'Wij veroordelen dit ten zeerste. Het is zorgelijk dat gevoelens die blijkbaar in de samenleving voorkomen, op deze wijze bij onze studenten terechtkomen. Een stageplek moet een veilige plek voor onze studenten zijn.'

'Onbehoorlijk'
ING laat weten de zaak 'ten zeerste te betreuren' en passende maatregelen tegen de medewerker, een autochtone productspecialist, te hebben genomen. 'De woordkeuze van deze medewerker was onbehoorlijk en druist in tegen al onze principes. We hebben de Hogeschool Rotterdam en de student onze oprechte excuses aangeboden.'

De ING heeft een nieuwe stageplek aangeboden, maar die heeft Reedie geweigerd. Met de excuses is voor de Hogeschool Rotterdam de zaak afgedaan.

De Sociaal Economische Raad komt binnenkort met een advies om discriminatie op de werkvloer aan te pakken.



[uit AD, 12-3-14]

maandag 10 maart 2014

Campagneposter VVD wekt grote afschuw op

’De politiek moet dienstbaar zijn, de VVD bespeelt de onderbuik’

Foto © ANP/ inzet: AD.

door Marjolein Kooyman


Rotterdam - Een campagneposter van de VVD in Rotterdam wekt in heel Nederland grote verontwaardiging en afkeer op. De posters met de tekst 'In Rotterdam spreken we Nederlands' hangen sinds gisteren op verschillende plekken in de stad.

De oranje onderstreepte VVD-boodschap zorgde gisteren voor een storm verontwaardigde reacties, onder meer van cabaretier Jan Jaap van der Wal: 'In Rotterdam hebben we de betekenis het liberalisme even afgezonken in de Maas.' Ook uit eigen kring, van VVD'ers elders in het land, klonk kritiek op de tekst, die breed afgekeurd werd. 'In Wormerland is iedereen welkom,' tweette de plaatselijke VVD-lijsttrekker.

De VVD moet onmiddellijk ophouden met provoceren, stelt Aydin Peksert, de nummer twee op de kandidatenlijst van de moslimpartij Nida in Rotterdam. 'Uiteraard geniet Nederlands de voorkeur, maar gun mensen de ruimte om zich te uiten in de taal die hen het beste past. Dit is weer zo'n voorbeeld van oude politiek die burgers voorschrijft hoe zij zich moeten gedragen. De politiek moet dienstbaar zijn, de VVD bespeelt de onderbuik.'
 
Jeannette Baljeu
De Rotterdamse lijsttrekker van de VVD, Jeannette Baljeu, zei gisteravond geen spijt te hebben van de provocerende slogan. 'Wij hebben opzettelijk gekozen voor een prikkelende stelling om de discussie op gang te brengen. Dat is gelukt.'

De borden, die uit de koker van de Rotterdamse VVD-afdeling komen, blijven hangen tot de verkiezingen op 19 maart. 'Wij vinden dat mensen die zich hier vestigen Nederlands moeten spreken. Dat is niet alleen belangrijk voor henzelf, maar ook voor hun kinderen. Anders beginnen die met een hele grote leerachterstand op school.'

Op sociale media barstte gisteren vanuit heel het land een stroom verwijten los. De VVD kreeg op Twitter het verwijt dat de stelling 'onthutsend' is, zeker in een internationale stad als Rotterdam.

Expats welkom
Volgens lijsttrekker Baljeu is de tekst echter niet bedoeld voor de expats die zich in Rotterdam vestigen. 'Expats zijn hier zeer welkom, maar zij blijven hier nooit lang, anders zouden het Rotterdammers zijn. Als mensen hier blijven moeten ze echter Nederlands spreken.'

Al eerder wekte een campagne-uiting van de Rotterdamse liberalen weerstand op. Toen klonk kritiek omdat de tekst van een VVD-T-shirt wel erg leek op die van een Rotterdams tekstbureau.


­­

[uit AD/Rotterdams Dagblad, 7-3-14]

maandag 24 februari 2014

Brief van Barryl Biekman aan Philomena Essed

Zaterdag 15 februari 2014

Dierbare Philomena,

Dankzij de altijd weer alerte sister Hellen Gill ontvang ik de interessante informatie over de Book launch. Ik zou er graag bij willen zijn maar verwijzend naar de bijlage dan weet je dan precies de reden waarom.

In de beschrijving van de Book launch die van Hellen is ontvangen lees ik over de verschillende vormen van discriminatie maar niet over anti black racism. Wist je dat de UN HRC akkoord is gegaan om deze vorm van Racisme te betitelen als Afrofobia. Ik ben benieuwd of, hoe en in welke mate deze vorm van Racisme in het boek wordt belicht. Ik hou me aanbevolen voor een exemplaar. Laat weten waar het te koop is.

Overigens ik ben nog steeds dankbaar voor jouw interventie tijdens mijn presentatie in de NPRD in 2006 over Zwarte Piet is Racisme toen ik op 'schandalige' wijze (zo kwalificeerde je het gedrag toen)werd aangevallen. Bijna alle NPRD participanten inclusief vertegenwoordigers van het CIDI, het Anne Frankhuis, Artikel 1 (LBR), Forum waren van mening dat het Sint Nicolaas concept een onschuldig kinderfeest is dat niet thuis hoort op de agenda van de NPRD. Dat het concept niets te maken zou hebben met Racisme. Ik werd aangemaand om het liever niet meer erover te hebben. Sommigen hadden zich geërgerd aan de videopresentatie, die voorafgaande aan mijn presentatie werd vertoond waaruit de visie over zwarte piet van o.a. wetenschappers zoals Henri Dors naar voren kwam. Als er een gat wat waar ik stond was ik erin gevallen zo geschrokken was ik van organisaties die naar mijn mening zouden moeten weten hoe racisme werkt. Ik schaamde me tot op het bot.
Els Borst

Dankzij de zeer zeer krachtige stellingname van jou, ondersteund door mevrouw Mulder van Amnestie International, werd het mogelijk gemaakt om middelen beschikbaar te krijgen om de conferentie "Focus op Zwart" te organiseren. Ik herinner me een emailbrief van de pas overleden (helaas vermoorde!!!)  Els Borst (toen voorzitter NPRD) die mijn 'overdrijven' nogmaals bevestigde. 'U moet niet zo overdrijven en deze kwestie op de spits drijven' werd mij door haar verweten tijdens de bijeenkomst.

Waarna jij aandacht vroeg van iedereen. Jouw betoog over hoe racisme werkt dwong iedereen tot stilte en besef waarna ik de middelen beschikbaar kreeg om de conferentie "Focus op Zwart" te organiseren. Geen enkel lid van de NPRD verscheen op de conferentie behoudens een vertegenwoordiger van Justitie en Politie. Els Borst die wel aanwezig was bij conferenties die andere organisaties organiseerde verontschuldigde zich wegens andere verplichtingen.

Ik heb veel redenen om bij het thema racismebestrijding altijd terug aan jou te denken. Onze lange gesprekken in het kader van de speciale vakgroep (INDRA) en het boek Bijvoorbeeld (Essed & Helwig) en mijn panellidmaatschap tijdens de presentatie van: Bijvoorbeeld zal altijd in mijn herinnering blijven. Eén van de redenen waarom ik in één van de hoofdstukken van mijn proefschrift uit Bijvoorbeeld heb geciteerd. Dit in het kader van de op "partijpolitieke en etnisch raciale gebaseerde motieven/overwegingen bij processen van werving en selectie.

Ik wens je heel veel succes bij de Book presentatie.


Vriendelijke groet,


Barryl Biekman

Dutch racism

Platform for Postcolonial Readings

Philomena Essed
The 15th meeting of the Platform for Postcolonial Readings is dedicated to the new book Dutch Racism (Rodopi 2014), a timely intervention in a very polarised and often simplifying debate, edited by Philomena Essed (Professor of Critical Race, Gender and Leadership Studies, Antioch University) and Isabel Hoving (associate professor Film and Literary Studies and Diversity Officer, Leiden University).
This book is the first of its kind to present a comprehensive picture of the nature of (often-denied) Dutch racism. An interdisciplinary group of contributors carefully unfolds the legacy of racism in the Netherlands and the (former) colonies. They demonstrate how Dutch racism operates within and beyond the national borders, how it is shaped by European and global influences, and in what ways intersects with other systems of domination. Topics include colonial histories revisited, Afrikaner settler racism, everyday antisemitism and islamophobia, racism and interaction at work, contemporary novels, government policy, the integration exam, the psychology of racism in public debates, and 21th century resistance.
Isabel Hoving

During the Platform meeting we will predominantly focus on the following questions:
×          what is specific to Dutch racism,
×          what contributes to its complexity, and
×          why is racism so intensely contested in the Netherlands?

We have invited Gloria Wekker (Utrecht University) and Guno Jones (Free University Amsterdam), contributors to the volume, to respond to these questions, taking their own contributions as a starting point for the presentation of their insights and opinions. The editors will moderate the meeting and guide us through this precarious and heavily contested field. In the discussions that follow the contributors' presentations, comparative attention will be paid to racism in Belgium and beyond.

The meeting takes place at the Tropenmuseum, where the fascinating exhibition Zwart & Wit addresses similar topics and themes. We strongly recommend participants to visit this exhibition previous to the Platform meeting.
The meeting is open for all researchers, Research Master and PhD students working in the field of postcolonial studies and for all others interested in the topic of Dutch Racism. Please register with Eloe Kingma of NICA/OSL (nica-fgw@uva.nl). On request you can receive the introduction of Dutch Racism as preparatory reading.
Friday, 21 February 2014, 2-5 PM
Venue: Kenniscentrum Tropenmuseum, Linnaeusstraat 2, Amsterdam
The programme starts at 2PM sharp. Doors open at 1.30PM. Drinks afterwards.
The fee of 12,50 includes entrance to the museum and to the exhibition Zwart & Wit. (For reductions see: www.tropenmuseum.nl; free entrance with Museum Card).

Organizers: Elisabeth Bekers (VUB), Sarah De Mul (OU), Isabel Hoving (UL), Liesbeth Minnaard (UL), in collaboration with Nancy Jouwe (Kosmopolis Utrecht), Philomena Essed (Antioch U) and the Tropenmuseum Amsterdam.

zaterdag 22 februari 2014

Gezamenlijk het hoofd buigen

door Mineke de Vries

Het jaar 2013 was het jaar waarin we herdachten dat 150 jaar geleden de slavernij werd afgeschaft. In Nederland een jaar vol met tentoonstellingen en herdenkingen, met als officieel moment de kranslegging door Suriname, Curaçao, Aruba, Sint Maarten, Ghana en Nederland bij het slavernijmonument in Amsterdam op 1 juli. De tijd mag verstrijken, de aandacht voor het gezamenlijke slavernijverleden lijkt steeds meer een sense of urgency te krijgen, zo concludeert Joyce Overdijk–Fra
Joyce Overdijk-Francis; foto Mineke de Vries
ncis, bestuurslid van NiNsee, het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis.


“Natuurlijk geeft 150 jaar herdenking en viering een directe aanleiding erover te praten, een moment waarop je terugkijkt naar deze geschiedenis.” Joyce Overdijk ziet daarentegen ook steeds meer openheid ontstaan om over dergelijke thema’s te praten en een bewustwording bij de nazaten. “Na al die jaren lijkt het of de tijd meer dan ooit rijp is om werkelijk te kijken naar het verleden en ons terdege te realiseren dat Nederlandse rijkdom mede is gebaseerd op uitbuiting van de medemens. We moeten niet met de vinger naar elkaar wijzen, maar het zien als gezamenlijke geschiedenis die we in geen enkele vorm moeten willen herhalen.”

Verleden omarmen
Voorheen voelde ze zich wel eens een roepende in de woestijn, maar er komen steeds meer mensen die als breekijzer dienen om aandacht te vragen, hun stem wordt steeds luider. Het aantal docenten van allochtone afkomst stijgt, er is meer vraag naar colleges over dit onderwerp, meer mensen verdiepen zich erin. “Toen ik naar Nederland kwam, was ik één van de weinigen van de Antillen. Nu zijn er niet alleen meer, er is ook meer samenwerking, integratie en de omgang onderling is anders, de drempel is lager om samen te praten.” Daarvoor is het belangrijk dat Nederlanders weet krijgen wat er is gebeurd; geschiedenislessen besteedden wel aandacht aan de Gouden eeuw, maar de slavernij die eraan ten grondslag lag, werd gemakshalve overgeslagen. Overdijk: “Pas als de ‘witten’ de slavernijgeschiedenis omarmen, krijg je draagvlak. Mensen moeten inzien dat het niet normaal is, daarvoor moet je het verleden wel kennen. Als de ‘witten’ het erkennen en de ‘zwarten’ uit de slachtofferrol stappen, komt er synergie en zie je samen het verleden onder ogen.”

Een suikerrietpers door paarden aangedreven. Uit Philippe Fermin.


Zwart-wit tekent familiegeschiedenis
Joyce zelf stamt ook af van een slavenfamilie. Generatie na generatie trekt het een rode draad door familiegeschiedenissen, ook die van haar. “Mijn overgrootmoeder was een vrijgekochte slaaf die naar de stad ging en daar jaren samenleefde met een Joodse man met wie ze negen kinderen kreeg. Bijzonder is dat deze man van rijke komaf bij haar bleef, maar deze ’minderwaardige’ tak is wel uit de stamboom van Maduro geschrapt, alsof ze nooit hebben bestaan.” De afstamming speelt telkens weer een rol in de familiegeschiedenis. “Mijn moeder trouwde ‘naar beneden’ met de zwarte Francis van St. Kitts. Er was zelfs toestemming van de bisschop nodig om een methodist te trouwen. Ik heb het gevoel dat mijn moeder er haar hele huwelijk last van heeft gehad, ook mijn vader voelde zich nooit voor vol aangezien, wat bleek uit zijn strijdbaarheid. In tegenstelling tot de gemengde huwelijken op Curaçao leek het of de Engelsen in de Britse koloniën de zwarten zo minderwaardig vonden dat ze er geen kinderen van wilden; je ziet daar meer echt zwarte mensen, nauwelijks mengingen. Het ontwikkelde wel de weerbaarheid en trots van de bevolking.” Joyces vader  kwam als achttienjarige voor Shell naar Curaçao en begon later met zijn vrouw in de Middenstraat een fietsenzaak. Hij leverde onderdelen en repareerde en breidde uit tot witgoedzaak en importeerde – naar eigen zeggen – de eerste tv’s. Mr Typewriter, zoals hij werd genoemd vanwege zijn reparaties aan typemachines was British, een Engelsman in hart en nieren; liep zonder uitzondering in tie en jacket en lichtte zijn hoed als hij goedendag zei: “Morning”. Door het huwelijk van haar ouders en later zelf in Nederland voelde Joyce zich tot twee keer toe allochtoon. “Het zwart-wit blijft spelen in onze familie. Zelf heb ik één dochter die erg ‘wit’ is uitgevallen, het lievelingetje van tante die onomwonden zei: De witten zijn toch ook mooier? Met dat ideaalbeeld zijn wij wel groot geworden.”

Slavenhuis op Curaçao


Curiosa vriendin
Overdijk-Francis ging met haar HBS-B-diploma van het MIL op zak met een Shell beurs farmacie studeren in Leiden, een studie overigens die ze niet afmaakte. Wel werd ze actief in de Antilliaanse studentenvereniging OASA. “Opeens ga je met mensen om uit families waarmee je op Curaçao niet omging; hier ben je één en heb je elkaar nodig.” Tevens was ze de eerste zwarte student binnen de vrouwelijke studentenvereniging van het corps (LVSV, Leidse Vrouwelijke Studentenvereniging). “Er waren in die tijd weinig Antillianen, ik was voor velen dan ook een soort curiosa-vriendin; mensen vonden het leuk nieuwe dingen van mij te leren, bij mij te eten. Pas in de jaren tachtig kwam een grote groep met weinig tot geen opleiding, waarvan een aantal voor problemen zorgde.” Na haar studie rechten begon de veelzijdige loopbaan van Overdijk, waarin de betrokkenheid bij allochtonen- en minderhedenbeleid, migratie en integratie centraal stond en waarbij ze trachtte op politiek, juridisch en bestuurlijk niveau buitenlanders en in het bijzonder Antillianen op de kaart te zetten.

Naast het schilderij dat de rijkdom toont wordt in een uitspraak van
 Joyce Overdijk-Francis de keerzijde getoond. Foto Mineke de Vries

Aan de vele organisaties waaraan Joyce zich in de loop der tijd verbond, valt op te maken hoeveel instellingen zich bezighouden met integratiebeleid voor Antillianen. Ze deed onderzoek naar cassatierechtspraak in de Nederlandse Antillen na de onafhankelijkheid, richtte de werkgroep Recht en Rassendiscriminatie op, was docent vreemdelingenrecht, was lid van de denktank opgericht door minister Verdonk naar aanleiding van Antillianenproblematiek, voorzitter van het Team Ondersteuning Participatie Antillianen (TOPA), deed projecten als intercultureel management. Haar loopbaan startte echter bij de landelijke vereniging voor Antillianen en Arubanen (POA), met als belangrijkste doel kennisuitwisseling en belangenbehartiging van Antillianen bij de Rijksoverheid. Later richtte ze het Landelijk Bureau Racismebestrijding op, gesubsidieerd door justitie aangezien internationaal rekenschap moest worden afgelegd over bestrijding van discriminatie en racisme. Ook stond Overdijk aan de wieg van NiNsee in 2002.
 
Suikerrietkappers
Keerzijde van de rijkdom
Afgelopen jaar ontplooide NiNsee, samen met de Gemeente Amsterdam en Stichting herdenking slavernijverleden 2013 - waarvan Overdijk ook bestuurslid is - initiatieven rond 1 juli, de dag waarop de wetswijziging afschaffing slavernij inging. Het gehele jaar, maar in het bijzonder de maanden mei, juni en juli stonden in het teken van het slavernijverleden, waarvoor iedereen projecten kon indienen. Ondanks dat er ook schepen voor de slavenhandel vertrokken vanuit Hoorn/Enkhuizen, Rotterdam en Zeeland, speelden de meeste activiteiten zich tijdens150 jaar herdenking af rond Amsterdam, dat hiervoor heel wat geld kreeg. Op het Curaçaohuis lichtte Joyce alle activiteiten toe voor de Caribische gemeenschap. “Er zijn debatten, een stille tocht langs panden van slavenhandelaren, theaterproducties, themabijeenkomsten en een groot aantal musea heeft tentoonstellingen ingericht, zoals Swart op de Gracht in het Geelvinck-museum, waaruit blijkt dat iedereen in Amsterdam profiteerde van de slavenhandel en de tentoonstelling Verrijking door uitbuiting in het Scheepvaartmuseum.” Het Amsterdams museum paste de tentoonstelling over de gouden eeuw aan in De gouden eeuw nu met zwarte bladzijde:  naast de werken van belangrijke meesters wordt in een traditionele Ghanese doek de tegenhanger van de rijkdom getoond, een uitspraak of foto geeft de keerzijde weer. Zo hangt naast een schilderij van een prachtig schip een foto van het ruim van een slavenschip. Ook in deze tentoonstelling wordt pijnlijk duidelijk dat we niet kunnen blijven doen of er niks is gebeurd.

Ook  is een internationaal symposium over culturele trauma’s georganiseerd, er is een voorouderavond, waarin wordt stilgestaan bij de spirituele en religieuze godsdienst die de tot slaaf gemaakten meenamen en die nog is terug te vinden in de maatschappij. Met de Fairwork-expositie in de Stopera wordt een bewustmaking van de moderne slavernij beoogd. “Met de focus op erkenning van ons verleden willen we de ogen openen voor moderne vormen van slavernij, want als uitvloeisel van slavernij ontstonden allerlei vormen van racisme. Het kolonialisme - zonder enig respect voor de zwarte bevolking wat het volkomen legaal maakte deze te onderdrukken - bracht het racisme voort.”
Op 1 juli zelf begon na een gezamenlijk ontbijt, de kranslegging en toespraken het  Keti Koti-festival met ’s avonds de uitvoering van de opera van Randal Corsen en Carel de Haseth. Katibu di shon.
 
Randal Corsen
NiNsee hoopt op doorstart
“Door middel van alle activiteiten beogen we een doorbraak in de geschiedenis die verteld moet worden”, zegt Joyce Overdijk-Francis. Het onderschrijf tegelijkertijd de doelstelling van NiNsee, die naast kennisuitwisseling draagvlak wil creëren voor herdenking op landelijk niveau. “Op dat laatste leggen we ons de komende jaren toe. De subsidie mag dan zijn stopgezet, wij zoeken naar een doorstart waarbij we ons toeleggen op verbreding van kennis in de samenleving, waarbij alle gemeentes worden betrokken, zodat het niet beperkt blijft tot een Amsterdamse aangelegenheid.” Maar ook wordt de aandacht verlegd van inhoudelijk onderzoek naar beleving. Een voorbeeld is het promotieonderzoek van Valika Smeulders, die vooral het menselijke verhaal vertelt.
NiNsee, vertegenwoordigd door Surinamers, Caribische Nederlanders en Ghanezen is nu tien jaar actief en in die jaren is veel bereikt: onderzoek naar de erfenis leverde informatie in de vorm van documentaires, artikelen, voorstellingen, maar leverde ook een leerstoel op en het slavernijverleden werd opgenomen in de Nederlandse Canon. Half juni werd een website gelanceerd voor middelbare scholieren om vooral de jeugd erbij te betrekken. NiNsee realiseerde tevens het slavernijmonument in het Oosterpark, waar het sinds 2002 op 1 juli de herdenking organiseert.


Joyce: “We zien dat 1 juli meer Surinamers aantrekt dan Antillianen. Surinamers beleven 1 juli heel diep, het is daar ook een vrije dag. Bij de kranslegging bij de ambtswoning van de burgemeester - de voormalige woning van een slavenhandelaar - op 1 juni waren veel Surinamers, ook in klederdracht, waarbij ze een plengoffer brachten, maar amper Antillianen.” Het heeft volgens haar te maken met het feit dat Curaçao 17 augustus de Tula-herdenking heeft. “Curaçao heeft een eigen vrijheidsstrijder, die in 1795 een slavenopstand ontketende wat hij moest bekopen met de dood: alle botten gebroken, onthoofd en in zee gegooid met de boodschap: dat is je voorland als je iets doet.” In Amsterdam brak op 17 augustus  het Grachtenfestival los. Na het herdenkingsjaar wordt het stokje overgedragen aan Zeeland, dat in 2014 Honderd jaar beëindiging slavenhandel herdenkt. Afschaffing betekende namelijk niet dat slavernij direct stopte. Dat zou nog vijftig jaar duren.
Joyce Overdijk-Francis: "We dienen samen - 
nazaten van zowel onderdrukkers als 
onderdrukten - het verleden van de slavernij 
onder ogen te zien." Foto Mineke de Vries

Moeder verkocht
In het kader van 150 jaar herdenking zijn afgelopen jaar ook debatten georganiseerd. Eén ging over het aanbieden van excuses door de Nederlandse overheid. Een ander behandelde de vraag of tienerzwangerschappen te maken hebben met de erfenis van slavernij. Sommigen vinden het vergezocht, maar het verband zou bestaan uit het feit dat ouders en kinderen nog steeds getekend worden door een gebrek aan hechting. Vaders als passanten in het leven van vrouwen en kinderen, die hun verantwoordelijkheid niet nemen, die langskomen en vertrekken. Dit is geheel andere problematiek dan bijvoorbeeld bij Marokkanen, die hun vrouwen wellicht wel onderdrukken maar waar wel sprake is van gezinsverbondenheid. Hebben Antilliaanse mannen dit niet geleerd door de slavernij? Overdijk-Francis: “We kunnen amper bevatten dat het in die tijd voorkwam dat een blanke op een feest zijn oog liet vallen op een zwarte bediende en die gewoon kocht om nog diezelfde avond mee te nemen. Niemand stond erbij stil dat ze partner was van een man, moeder van kinderen. Realiseren we ons voldoende wat het betekende als zij voor de ogen van haar kinderen werd verkocht en voorgoed verdween?”

1 juli, de grote herdenking van 150 jaar vrijheid, waar door de nazaten van slaven nog altijd in stilte wordt gehoopt op excuses. “In alle landen is dat gedaan, zelfs in Durban door de Nederlandse politiek, nooit echter in Nederland. Het aanbieden van excuses is een staatsrechterlijke aangelegenheid die kan zorgen voor erkenning.” Maar vooral als gebaar van respect en begrip zal het een enorme impact hebben op diegenen die afstammen van de onderdrukten. Samen het hoofd buigen. Joyce Overdijk: “Het zou er een prachtig moment voor zijn.”


[eerder verschenen in de Amigoe, bewerkt]