Posts tonen met het label With Julian. Alle posts tonen
Posts tonen met het label With Julian. Alle posts tonen

zondag 18 mei 2014

Kinderen slachtoffer van piranha’s

De verwonding aan de voet van het zesjarig meisje.
Wat een leuk uitstapje moest zijn voor de familie Rambhadjan is geëindigd in een drama. Twee kinderen van 6 en 8 jaar zijn op het recreatieoord Overbridge gebeten door piranha’s. 

Vader Adjai Rambhadjan vertelt aan Starnieuws dat zijn zoon van acht en zijn dochter van zes jaar op maandagmiddag 5 mei aan het spelen waren in het door netten afgesloten gedeelte in het water. Zijn vrouw was ook in het water bij de kinderen, terwijl hij op het strand de hangmat aan het losmaken was. 

Op een bepaald moment begonnen zij te gillen en renden het water uit, zegt Rambhadjan. “Een toegesnelde Franse toerist heeft mijn dochter opgetild en ik zag het bloed over haar benen lopen. Ik heb de wond in haar voet met mijn hand dichtgemaakt en wij zijn samen met mijn zoon gerend naar de eerste hulppost.” Bij de hulppost hebben de Fransman en Rambhadjan de wonden schoongemaakt en verbonden. “Het personeel van Overbridge was niet in staat eerste hulp te verlenen. Zij wisten niet wat zij moesten doen.”

Samen met zijn vrouw is Rambhadjan met zijn kinderen naar het Academisch Ziekenhuis Paramaribo gereden voor medische hulp. Het verplegend personeel heeft op grond van de wonden bevestigd dat het piranha-beten zijn, zegt de vader. Hij heeft de vakantie van zijn gezin afgebroken en zijn ze allen zo snel als ze konden naar Nederland teruggereisd voor “verdere medische verzorging en verwerking van de [sic] trauma.” Uit Nederland vertelt Rambhadjan dat het nu beter gaat met de kinderen, maar dat het helingsproces nog een tijd zal duren.

Hij heeft intussen Overbridge-directrice Susan Wong gesproken en ook met haar vader. “Zij vinden het erg wat er is gebeurd, maar wijzen alle verantwoordelijkheid van zich af. Zij hebben een advocaat in de arm genomen om zich te beraden op hun verantwoordelijkheid.”

Districtscommissaris (dc) Jerry Miranda zegt aan Starnieuws dat zijn team een half uur na het incident op de plek was. De afdeling Milieu en Gezondheid van het districtscommissariaat is uitgerukt en is gelijk een onderzoek begonnen, vertelt de dc. Hij zegt dat toen het team op Overbridge kwam, het personeel van het recreatieoord al bezig was de netten te controleren op eventuele beschadigingen. Miranda zegt dat het probleem serieus werd aangepakt.


[van Starnieuws, 18 mei 2014]

Mag het een onsje milder zijn?

Innerlijke criticus of zelfbevlekking?
door Wim Berends

‘De stinkende hypocrisie bij veel stadscreolen in Suriname’. ‘Wat maalde er door je door cocaïne verlamde neuronale cellen toen je deze rotzooi opschreef?’ ‘De dwangneurotische leugenaar Guillermo Samson’. ‘Mijn leven is een prachtig voorbeeld van succes’. Dit zijn vier - geheel uit hun verband gehaalde - uitspraken van drs. Julian S. With in zijn nieuwste boek. Hier is een polemist aan het woord, zoveel is duidelijk. Eentje die er niet op uit is om vrienden te maken met zijn kritieken.

Je tegenstander wegzetten met een neerbuigende of zelfs beledigende kwalificatie en jezelf bewieroken als een deskundig en geslaagd mens is bepaald niet nieuw in de polemiek. Maar of dat wel effectief is om je eigen inzichten bij anderen aanvaard te krijgen, lijkt iets te zijn waaraan Julian With geen al te hoge waarde hecht. In het eerste deel van zijn 436 pagina’s tellende boek, ‘Correspondentie met intieme vrienden’ geheten, gaat With de pennenstrijd aan met journalisten, recensenten en andere publicisten die zijn verbazing of gramschap hebben gewekt en dat gaat er hard aan toe. Stukken worden niet alleen inhoudelijk maar ook taalkundig gefileerd en de opstellers krijgen scheldwoorden toegevoegd waarvan je je afvraagt of die nu wel nodig zijn om je argument kracht bij te zetten.



In ‘Opiniepeilingen en andere wetenschappelijke onderzoeken in Suriname’ legt With inderdaad opmerkelijke domheden en blunders bloot in onderzoeken van IDOS en het Algemeen Bureau voor de Statistiek. Dus krijgen John Krishnadath en Iwan Sno ervan langs. Of die dat persoonlijk kan worden aangerekend, al zijn ze verantwoordelijk voor de publicaties, is voor mij een vraag maar voor With blijkbaar een vaststaand gegeven. Het is wel leuk ‘leesvoer’, net als ‘Stommiteiten en merkwaardigheden in de media’, waarvan de titel de inhoud uitstekend dekt. Wat With daar ten tonele voert moet menig krantenlezer of radioluisteraar toch ook hebben verbaasd, zou je denken. Of ten minste hopen.

Het hoofdstuk ‘De anti-With-kliek’ speelt zich voornamelijk in de Amsterdams-Surinaamse kringen af. Onder andere wordt een vete met ‘Mart Radio’ uitgevochten. Meer iets voor de insiders.
 
Foto © Annette Lamothe Ramos
Weer leuk worden de ‘Persberichten’, waarvan With er een aantal heeft gevonden die zowel lachwekkend als tenenkrommend zijn. ‘De man is anders gebouwd dan de vrouw’, staat er in zo’n bericht, blijkbaar in de veronderstelling dat men daarmee interessant nieuws brengt.

In ‘De slavernijklucht’ is With geheel op dreef, net als in ‘Inzake de Marrons’. Beide onderwerpen liggen With na aan het hart en hoewel hijzelf in het binnenland is geboren, spaart hij marron-politici geenszins. Hij legt de vinger op zere plekken in het onderwijs en hij gaat uiteraard in op de typering ‘djoeka’.

Zijn laatste hoofdstukken vormen een bonte verzameling van misstanden, merkwaardige opvattingen die hij scherpzinnig analyseert en mensen die hij inzake hun uitspraken of handelingen nog even over de hekel wil halen. Op zichzelf wel een boeiend tijdsbeeld.

Het is opmerkelijk hoe fel With wordt aangevallen door degenen die hij eerder heeft bekritiseerd. Hij neemt hun stukken vaak integraal op alvorens erop te reageren. Vervolgens maakt hij er qua inhoud en taalbeheersing gehakt van. Dit is zowel vermakelijk als leerzaam, hoewel ik vermoed dat de betrokkenen er niet werkelijk iets van zullen (willen) leren.

Julian With: 'Mijn leven is een prachtig voorbeeld van succes.'


En daarin zie ik de tragiek van de criticus en polemist Julian With. Hij kan wel degelijk argumenteren. Zijn analyses en zijn argumenten kloppen, hoewel je het met zijn standpunten uiteraard niet altijd eens hoeft te zijn. In zijn argumentatiestrategie gebruikt hij vrijwel alleen ‘ethos’. Hij valt de tegenstander zowel persoonlijk (ad hominem) als op hun inhoud aan en hij schermt graag met zijn eigen kwaliteiten als psycholoog en taalbeheersingsdeskundige. Dat mág overigens in de polemiek als dat zinnig is voor het debat. Op ‘logos’-drogredenen zul je Julian With niet betrappen. Misschien wel op de ‘autoriteitsdrogreden’, al zal With onmiddellijk aanvoeren dat je dan moet bewijzen dat hij zijn uitspraken (waar, niet waar?) ten onrechte koppelt aan zijn deskundigheid. Nee, de kern zit ’m meer in het gebrek aan ‘pathos’ bij de schrijver. With spreekt zowel de tegenstander als de lezer voornamelijk aan op het ‘verstand’ en niet of nauwelijks op het ‘gevoel’. Tenzij je daarbij het opwekken van haatgevoelens meerekent, daarin slaagt Julian With helaas uitstekend.



Het is menselijk om een warm gevoel te willen hebben bij de spreker of schrijver, zelfs al brengt die een boodschap waar je niet blij mee bent. Denk aan de ‘strenge doch rechtvaardige’ leraar die je misschien niet direct, maar later wel dankbaar bent voor de opbouwende kritiek. Of aan de politicus die je vertelt dat je nu de broekriem moet aanhalen, maar ook uitlegt wat jij en je kinderen daar te zijner tijd voor terugkrijgen.

De academicus en criticus Julian With wordt echter door eigen toedoen weggezet als een polemist die het meer om de strijd dan om de overwinning of het inzicht gaat. Op de eerste pagina’s van zijn boek verdedigt hij zijn stijl door te wijzen op schrijvers van polemische literatuur die ook niet mals waren, zoals Willem Frederik Hermans, Hugo Brandt Corstius en Gerrit Komrij. With geeft expliciet noch impliciet aan in dat rijtje thuis te horen, maar breekt een lans voor schrijvers die domheid, onkunde, hoogmoed en vileine intenties aan de kaak stellen en er daarbij geen been in zien, man en paard te noemen. Dus ook voor Julian With zelf.

Maar wat is dan de tragiek? Ten eerste dat Julian With wel degelijk zinnige dingen te zeggen heeft. En dat die dingen vaak nog onderhoudend en leerzaam zijn ook. Ten tweede dat zijn boek, hoewel wat intellectualistisch van toon, heel goed leesbaar is. Ten derde dat zijn boek een heel aardige kroniek vormt van wat er zoal speelt onder de Surinamers van deze tijd. Alleen al daarom vind ik het boek een aanrader. De weerzin die With weet op te wekken bij zijn tegenstanders en ook bij (een deel van) het publiek zou overigens heel wat minder kunnen zijn als hij een wat mildere toon zou aanslaan en wat meer sympathie zou proberen op te wekken voor zowel zijn standpunten als zijn persoon. Vandaar mijn vraag: ‘Mag het een onsje milder zijn?’

Drs. Julian S. With: Kritieken, het schoonmaakmiddel van de geest. Utrecht: eigen beheer, 2014. ISBN 978 90 817585 1 2


vrijdag 7 maart 2014

Kritieken, het schoonmaakmiddel van de geest

Op zaterdag 29 maart vindt de presentatie van Julian Withs boek Kritieken, het schoonmaakmiddel van de geest (436 pagina’s) plaats in het SPA-gebouw aan de Fred Derbystraat te Paramaribo. Het geheel begint om 19:30 en duurt tot 22:30 uur.




vrijdag 14 juni 2013

Oprichting van een Surinaamse omroepvereniging in Nederland

Jörgen Raymann
door Julian S. With

Geachte heer/mevrouw,

Radio Ratio heeft vanaf zondag 2 september wekelijks het twee uur durende programma ‘Het verstand boven alles’ uitgezonden en dit seizoen blijven wij uitzenden tot de tweede week van juli. Heeft u nooit een uitzending van ons beluisterd, dan kunt u gebruik maken van de onderstaande links om naar de uitzending van zondag 26 mei te luisteren. Zo kunt u een indruk krijgen van ons programma. Klik hier of hier

Alle overige uitzendingen van Het verstand boven alles zijn nog op de volgende wijze te beluisteren: www.salto.nl ---> uitzending gemist ---à Caribbean FM on demand ---à datum en tijd.
De format van ons programma dat elke zondag van 14.00 – 16.00 uur wordt uitgezonden, ziet er als volgt uit:
Kritiek op politieke gebeurtenissen in Suriname en Nederland;
Kritiek op publicaties in de Nederlandse en Surinaamse media;
Commentaar op maatschappelijk relevante gebeurtenissen in Suriname en onder Surinamers in NL.
Aart Staartjes, Gerard Spong, Gerda Havertong

 Omdat wij dit jaar een vergunning willen aanvragen bij het Commissariaat voor de Media om vanaf 2016 via de publieke zenders radio- en televisieprogramma’s te gaan uitzenden, moeten wij voor april volgend jaar 50.000 mensen werven die bereid zijn om jaarlijks een contributie te betalen van € 6,75 per persoon. In deze fase vragen wij u nog niet om geld over te maken. Dat gaan wij pas doen, als wij in december het vereiste minimum aantal leden gehaald hebben, dat betekent dat al deze mensen zich bereid hebben verklaard om jaarlijks die financiële bijdrage van € 6,75 per jaar te leveren. Pas dan ontvangt u een oproep van ons om dat bedrag over te maken. Mocht het aantal betalingen onverhoopt onder de 50.000 blijven, dan ontvangt iedereen zijn bijdrage, minus de verifieerbare bankkosten, terug. Wij zullen u maandelijks op de hoogte houden van het aantal personen dat zich opgegeven heeft.

Regen in Suriname. Foto @ Settie

Op zondag 26 mei hadden wij in het programma een vraaggesprek met ir. Deryck Ferrier die ons haarfijn uitgelegd heeft waarom Paramaribo elk jaar weer onder water loopt als het flink geregend heeft. Ik heb kritiek geleverd op een persbericht van de Surinaamse belastingdienst, dat zeer publieksonvriendelijk geschreven is. Ook de wens van de Vereniging Surinaamse Bedrijfsleven om betrokken te worden bij de gesprekken over de hervorming bij de douane heb ik van de nodige kritiek voorzien. In Suriname zwijgen de meeste deskundigen, omdat ze bang zijn voor hun brood, dus moet de kritiek maar van hier komen. Dankzij het internet hebben wij ondertussen heel veel luisteraars in Suriname.
Humberto Tan

De wijze waarop zwarte mensen in Nederland op de televisie geportretteerd worden vormt al jarenlang een bron van ergernis voor velen. Veel praatprogramma’s en actualiteitenrubrieken laten alleen een zwart gezicht op de televisie zien als het om muziek, dans, stand up comedy en sport gaat. Hoewel iedereen met luide stem benadrukt hoe belangrijk de integratie is voor deze samenleving, kom je bij de tientallen adviesraden van de overheid geen Surinamers tegen. Over de samenstelling van de besturen van de grote bedrijven, zullen we maar zwijgen. Televisieprogramma’s als Buitenhof of Nieuwsuur nodigen geen Surinamers uit om over welke maatschappelijke gebeurtenis dan ook te praten. Als een gebeurtenis zich voorgedaan heeft in Suriname of de Nederlandse Antillen, dan nodigt het bekende duo van de VARA niet een deskundige die het publiek zinvolle achtergrondinformatie kan geven, maar een zangeres of een documentairemaker om commentaar te komen leveren, terwijl bij onderwerpen die met de Nederlandse maatschappij te maken hebben, wel de juiste personen voor de camera verschijnen. Het heeft weinig zin om kritiek te leveren op deze mensen, want wat ze doen, vloeit voort uit hun mensbeeld en dat blijkt onveranderbaar te zijn. De beste manier om minder last te ervaren van deze etnische onhebbelijkheid van onze autochtone medelanders, is om over een eigen radio- en televisiezender te beschikken, zodat de eigen groep geen slachtoffer hoeft te worden van het beeld dat de bestaande media ons voorschotelen.
...stigmatisering... (Imani Halfhide)

Velen met ons ergeren zich mateloos aan de stigmatisering van de zwarte vrouw door de zogenaamde liefdadigheidsinstellingen die aids buiten Europa bestrijden. Als ze geld zoeken, laten ze steevast een zwangere Afrikaanse vrouw zien, alsof aids alleen in Afrika slachtoffers maakt. Als een zwarte persoon in een advertentie verschijnt, dan worden eerder de racistische denkbeelden van de witte mensen tot uiting gebracht dan dat er reclame wordt gemaakt voor een commercieel product. Wie heeft zich niet mateloos geërgerd aan de reclame van radio 6, waarbij Sylvana Simons, een zwarte vrouw, met zwarte verf overgoten wordt. Dat zo’n mens zich durft te lenen voor zo’n advertentie! Ondanks de geweldige prestaties van zwarte voetballers in dit land, zien wij zelfs in de sportprogramma’s geen zwarte oud-voetballers als deskundige optreden. De enige groep voor wie de deur op een kiertje wordt gehouden, zijn stand up comedians. Maar wij hebben in dit land meer te bieden dan alleen grappenmakers.
Er zijn bepaalde maatschappelijke problemen van zwarte mensen in dit land waar de reguliere media geen belangstelling voor hebben. Neem bijvoorbeeld het decennialange beleid waarbij zwarte leerlingen op de basisschool een advies krijgen voor de lagere vormen van het voortgezet onderwijs. Dit intellectuele vandalisme vindt ondertussen langer dan 35 jaar plaats in Nederland en geen enkele regering peinst erover om maatregelen te treffen tegen deze vernietigende vorm van discriminatie en voor de politieke partijen is dit ook geen issue. Dit probleem kan met succes aangepakt worden als wij de gelegenheid krijgen om via radio en televisie de verantwoordelijken ter verantwoording te roepen en de doelgroep te mobiliseren zich te organiseren, want als er een ding is waar men in dit land niet van houdt, dan is het dat er veel kabaal gemaakt wordt over de misstanden waar de samenleving liever over zwijgt.
Turken en Marokkanen: weerbaar

De Turken en Marokkanen en Marokkanen zijn in staat geweest veel van hun organisaties nog in stand te houden en we kunnen alleen maar jaloers op hen zijn. Zij staan veel actiever in de Nederlandse samenleving en reageren ook veel pro-actiever dan wij Surinamers. Enkele weken geleden had ik de onderwijsdeskundige van Forum, de heer Zekir Arslan, in ons radioprogramma, dit vanwege een onderzoek van dit instituut, waaruit blijkt dat veel scholen in Nederland moslimkinderen weren. De moslims verzetten zich met hand en tand tegen deze vorm van discriminatie en slagen erin deze misstand terug te dringen. Onder de Surinamers is het oorverdovend stil en deze stilte is zelfvernietigend.

Toen wij in de tweede helft van de jaren zeventig massaal naar hier toe migreerden, hadden Surinamers nog een geweldige positie in minderhedenland; de Turken en Marokkanen bestonden uit een zeer grote groep ongeschoolde klasse die het vuile werk in dit land deed. Nu studeren er relatief meer Marokkaanse en Turkse jongeren aan de Nederlandse universiteiten dan Surinaamse. Het aantal Tweede Kamerleden van Turkse en Marokkaanse Nederlanders is veel groter dan Surinaamse. Het aantal gemeenteraadsleden van Marokkanen en Turken afzonderlijk was in 2006 tweemaal meer dan het aantal Surinaamse en Antilliaanse gemeenteraadsleden samen. De burgemeester van de op een na grootste stad in NL (Rotterdam) is een Marokkaan.
De vooruitgang van de moslims in Nederland is merkwaardig, omdat zij vanwege hun geloof veel meer weerstand ondervinden in deze samenleving dan wij Surinamers. De Nederlandse Moslimomroep heeft van 1993 tot 2010 landelijk televisieprogramma’s uitgezonden en nu heeft De Stichting Zendtijd Moslims (SZM) 175 uur en twaalf minuten per jaar om radioprogramma’s uit te zenden op de publieke radiozenders. Op televisie heeft de stichting tot eind 2015 jaarlijks 58 uur en twaalf minuten tot haar beschikking, maar Surinamers is het nog steeds niet gelukt om een stukje van het ‘vijandelijk gebied’ dat Hilversum heet, te veroveren.

Wij zien het als een plicht om een serieuze poging te ondernemen geschiedenis te schrijven in dit land. Het gemakkelijke van deze onderneming is dat wij alles zelf in de hand hebben. Door te voldoen aan de eis die aan alle omroepverenigingen wordt gesteld, namelijk dat zij minimaal 50.000 mensen moeten werven die de omroep steunen, moeten wij in staat zijn om dit voor elkaar te krijgen. Wij zijn ons zeer bewust van de macht van de media en van de maatschappelijke gevaren die schuilgaan bij de concentratie van mediamacht bij slechts een groep in de samenleving: de dominante groep. U draagt bij aan de beëindiging van deze situatie door u niet alleen op te geven als potentieel lid van Radio Ratio, maar vooral ook door deze mail verder te verspreiden onder al uw kennissen. Heeft u vragen, dan kunt u die altijd stellen en u ontvangt zo spoedig mogelijk antwoord van ons.

Met vriendelijke groeten,

Drs. Julian S. With (030-6055963 of 0653-428454)

vrijdag 25 mei 2012

Julian With



Portret van de Surinaams-Nederlandse schrijver Julian With, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 71 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto is ook in verschillende uitvoeringen te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Lezing houden voor Surinamers, een kwelling

door Julian With


Surinamers zijn zeer rare mensen. Sinds de verschijning van mijn boek Waarom wij het niet redden heb ik een aantal lezingen gehouden en elke keer weer heb je van die lieden die geen verstand hebben van bepaalde zaken, maar toch menen om jou als spreker in het openbaar te kunnen corrigeren. Enkele jaren geleden hield ik een lezing voor een Surinaamse club in Amsterdam. Daar kreeg ik na mijn inleiding van een jurist te horen dat ik de wijsheid niet in pacht had. Op mijn laconieke vraag waarop hij die uitspraak baseerde, kon hij geen antwoord geven. “Nou, als u niet kunt aantonen dat ik de wijsheid niet in pacht heb, dan heb ik logisch bekeken de wijsheid wel in pacht”, riposteerde ik. De arme man was niet geweldig geschoold in de logica, dus kon ik met deze uitspraak wegkomen.



Toen ik in december 2005 het boek in Suriname presenteerde, kreeg ik van iemand die op een zeer vreemde manier aan zijn doctorstitel was gekomen, te horen dat ik geen groepen met elkaar mocht vergelijken en dat generalisatie ook verboden was. Je hebt van die figuren die in Nederland tot de zwakke broeders der afgestudeerden behoren. Het vreemde is dat deze mensen bij terugkeer in Suriname zich een wetenschapper wanen, en overvallen door een soort intellectuele overmoed hun superieuren in het openbaar in verlegenheid willen brengen. De betrokkene heeft het geweten. Want in mijn reactie heb ik aangetoond dat hij onder normale omstandigheden verstandelijk te beperkt is om les te geven aan een universiteit in Suriname.

Enkele maanden na Suriname hield ik een lezing in Discotheek Caribbean in Amsterdam. Daar liet een academisch gevormde zwarte vrouw mij weten dat wat ik geschreven heb niet nieuw was, want zij had al in de jaren zestig over de problematiek gepubliceerd. Mijn uitnodigingen aan haar om mij te laten zien wat ze allemaal over de problemen die in mijn boek voorkomen, gepubliceerd had, zijn tot op heden tevergeefs geweest. Haar suggestie dat ze toen ook al over tienerzwangerschappen onder zwarte meisjes had gepubliceerd, is een leugen, want in de jaren ’60 waren er te weinig Surinamers in Nederland en de groep die er was bestond voornamelijk uit studenten van het mannelijke geslacht. En die konden onmogelijk problemen geven op het gebied van tienerzwangerschappen.



In februari dit jaar (2007) kreeg ik in Delft van de gastheer te horen dat ik onzin uitkraamde omdat ik geweigerd had te antwoorden op zijn malle vraag een definitie van zwart te geven. Mijn reactie was dat niemand ooit gevraagd heeft om een definitie te geven van een Chinees, een Javaan, een Hindoestaan of een witte persoon. We weten allemaal aan welke groep gerefereerd wordt met deze aanduidingen, dus mag ik aannemen dat iedereen in de zaal wel weet wie tot het zwarte ras behoort en wie niet. Dat een gastheer jou als spreker voor het publiek komt vertellen dat je onzin uitkraamt na gratis een lezing voor zijn vereniging te hebben gehouden. De onbeschaafdheid van sommige Surinamers is met geen woorden te beschrijven.

In Den Haag kreeg ik van de moderator te horen dat er een onderzoek was gepubliceerd waaruit bleek dat de zwarte vrouw, in tegenstelling tot het beeld dat ik schetste, sterk was. Er is in dit land namelijk nooit een onderzoek gepubliceerd, waaruit blijkt dat zwarte vrouwen sterk zijn. In mijn boek wijs ik juist op de gevaren van deze mythe. Maar wie niet de moeite neemt om eerst het boek van de schrijver te lezen, voordat je een lezing gaat modereren, die loopt natuurlijk het risico blunders te maken.

Foto @ Eunice Lieveld


Zondag 24 juni hield ik op uitnodiging van Martradio weer dezelfde lezing in Amsterdam. Daar kreeg ik niet alleen te horen dat ik uit beleefdheid de vragenstellers in de ogen moest aankijken (mijn reactie was dat ik moeilijk aantekeningen kon maken van de vragen en de vragensteller tegelijk in de ogen aankijken, bovendien bepaal ik zelf of ik de vragensteller in de ogen wil aankijken of niet). Dan was er een mevrouw die beweerde dat ze ook universitair geschoold was (alsof dat ertoe doet) en een zeer onsamenhangend verhaal afstak, waar ik niets mee kon. Ze was namelijk van mening dat de titel van mijn boek wel Waarom wij het niet redden is, maar voor haar staat er eigenlijk Waarom wij het nooit zullen redden. Gelooft u mij beste lezers, lezingen houden voor Surinamers is een kwelling. Wat moet je als inleider met zo’n warhoofd die haar eigen fantasie niet onder controle heeft en zelfs zo ver gaat dat ze de titel van je boek verandert alleen maar om daarop te kunnen afgeven. Aan het slot van haar warhoofdige verhaal vroeg zij mij welke oplossingen ik heb voor de problemen die ik in het boek aan de orde stel. Laat ik nou aan het slot van mijn lezing 11 maatregelen noemen die de zwarte gemeenschap moet nemen om verandering te brengen in haar situatie, dan komt zo iemand je vragen wat jouw oplossingen zijn. Naderhand kreeg ik te horen dat die universitaire geschoolde warhoofd pas na mijn lezing de zaal binnenkwam. Deze mevrouw heeft duidelijk niet geleerd dat je geen recht van vragenstellen hebt als je een lezing niet gevolgd hebt, waarmee ze aangetoond heeft dat een universitaire opleiding absoluut geen garantie geeft dat de betrokkene bekend is met de normen die gelden bij een intellectuele activiteit als een lezing.



Ten slotte moest ik mijn ergernis ook bedwingen toen een van de bezoekers mij kwam wijzen op het feit dat statistieken tekortkomingen hebben. Ik vertelde namelijk dat het grootste deel van de mensen die in Suriname in de gevangenissen zitten uit Creolen bestaat en dat het overgrote deel van de zwerverspopulatie in dat land ook uit mijn rasgenoten bestaat; dat in Nederland het grootste deel van de jongeren die in aanraking komen met justitie uit een eenoudergezin komen; dat de meeste drop-outs uit een eenoudergezin komen en dat ook de meeste tienermoeders uit een eenoudergezin komen. Er zijn Surinamers die ooit ergens gehoord hebben dat statistieken soms tekortkomingen vertonen, maar van het vak totaal geen verstand hebben. Nu is niets hinderlijker dan mensen die van een bepaalde materie niets afweten, maar zo overmoedig raken dat ze jou en pleine publique menen te moeten kapittelen. En wat nog erger is, is dat er altijd een groepje bijzit dat voor de stupide opmerkingen van zo’n persoon gaat applaudisseren.

Wie na mijn cijfermatige informatie te hebben ontvangen, beweert dat ik geen waarde hoor te hechten aan statistieken, omdat die soms tekortkomingen vertonen, die heeft de plicht om aan te tonen waarom ik op basis van de cijfers die ik gepresenteerd heb niet aan de alarmbel hoef te trekken. Moet ik op een lezing over mijn boek ook nog aan bezoekers gaan vertellen dat geen enkel land regeerbaar is zonder statistieken? Moet ik in een lezing over mijn boek aan de bezoekers gaan uitleggen dat alleen mensen die een verstandelijke aanpak haten, geïrriteerd raken als ze cijfers horen? Door alleen maar te roepen dat statistieken tekortkomingen vertonen, vertonen deze slimmeriken het gedrag van de struisvogel en die had vanwege zijn domheid niet zo’n gelukkig einde. Je vraagt je af of deze criticasters van statistieken zich ooit hebben afgevraagd waarom de Nederlandse overheid honderden miljoenen per jaar uitgeeft om het Centraal Bureau voor de Statistiek in stand te houden.

Ik begin te geloven dat een behoorlijke groep bezoekers van mijn lezing niet zo zeer ernaartoe komen omdat ze interesse hebben in de problematiek die ik bespreek, maar omdat ze de drang niet kunnen weerstaan het publiek te laten zien dat ze mij op de vingers kunnen tikken. Erg he?

[van de website van Julian With]


zondag 25 maart 2012

Cursus Nederlandse grammatica en stilistiek

Op dinsdag 3 en donderdag 5 april verzorgt Julian With de cursus Nederlandse grammatica & stilistiek voor gevorderden. Cursisten die de eerste training gevolgd hebben, worden bij voorkeur toegelaten. De volgende onderwerpen komen aan de orde: Interpuncties, Stijlfiguren, Samentrekkingsfouten, Verschil tussen een samenstelling en een afleiding, drievoudige samenstellingen, Anakoloeten, Verkeerd geplaatste zinsdelen.
Tijd: 18.00 – 21.00 uur.
Plaats: Onbekend.
Bijdrage: wel bekend: SRD 175.
Aanmeldingen: julianwith@live.nl, 8506898 of 8749137.

[Bericht van Schrijversgroep '77]

maandag 13 februari 2012

Surinaamse kranten in de Idos-peiling

Om maar met het meest aansprekende en saillante detail te beginnen, de favoriet van de Surinaamse kranten volgens het in januari van dit jaar gehouden Idos-Omnibusonderzoek is Times of Suriname (52,5%), gevolgd door de Ware Tijd (29,5%), Dagblad Suriname (9,8%), De West (0,5%), Chinese krant (0,2%). 7½ van de respondenten leest geen krant. Voor dit onderzoek werden 1.000 personen geïnterviewd in de leeftijd van 18 jaar en ouder, foutenmarge ± 3%. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in de districten Paramaribo, Wanica, Commewijne en Nickerie.

Foto rechts: John Krishnadath

Ter verduidelijking geef ik u eerst een uitleg van wat wát is. Het Instituut voor dienstverlening, onderzoek en studiebegeleiding (Idos) is een enquête- en onderzoeksbureau dat verbonden is aan de Academie voor Hoger Kunst- en Cultuur Onderwijs (AHKCO), dat wordt geleid door John Krishnadath. Bij een omnibus-onderzoek als het onderhavige, ook wel multi-cliënt-onderzoek genoemd, worden de respondenten in een en hetzelfde onderzoek bevraagd over zaken van verschillende opdrachtgevers. Dealniettemin werd het onderzoek onmiddellijk aangevallen door Julian S. With, de man die het altijd beter weet, die vraagtekens plaatst bij de representativiteit van het onderzoek en de validiteit van de vraagstelling. Over dat eerste kan ik niet oordelen, maar met zijn twijfels over de validiteit van de vraagstelling heeft hij zeker een punt.

Times of Suriname is zonder meer te complimenteren met haar ‘by far’ onomstreden positie op de eerste plaats, zeker tegen de achtergrond van haar slechts 7-jarig bestaan. Toen ToF begon was het het vierde dagblad naast de Ware Tijd, De West en Dagblad Suriname. De belangrijkste twee redenen van deze spectaculaire start zijn ongetwijfeld a) de aandacht die ToS heeft besteed aan de distributie van haar krant, dat blijkt duidelijk uit de cijfers van het onderzoek naar district, en b) wat ik gemaks- en duidelijkheidshalve wil noemen haar ‘Telegraaf’-aanpak, met daarbij als vaste prik op de voorpagina veelal gruwelijke foto’s van ongelukken die schaamteloos worden afgedrukt. Dat spreekt –helaas– nu eenmaal tot de verbeelding.

Foto rechts: Leo Morpurgo

Voor de inmiddels 55-jarige de Ware Tijd betekent deze peiling een ware afgang van de krant die onder hoofdredacteur Leo Mopurgo onbetwistbaar tot dé Surinaamse kwaliteitskrant was uitgegroeid. Na pensionering van Morpurgo in het midden van de jaren ’90 is het blad echter in de versukkeling geraakt, mijn inziens te wijten aan mismanagement binnen dit familiebedrijf, dat onvermijdelijk ook verantwoordelijk is voor het veel te grote aantal wisselingen van hoofdredacteur sindsdien. Men is op zijn lauweren gaan rusten, waarschijnlijk in de veronderstelling dat de eigen positie ongenaakbaar was. Ook de komst van Times of Suriname en Dagblad Suriname heeft in die houding geen verandering gebracht en daarvoor moet de Ware Tijd nu het gelag betalen.

de Ware Tijd heeft onvoldoende beseft dat zij a) het kwaliteitsimago koste wat het kost in stand moest zien te houden, en b) dat zij moest investeren in de nog altijd amateuristische distributie van de krant. Daarentegen heeft de krant gemeend om in navolging van Times of Suriname en Dagblad Suriname te moeten investeren in een uitbreiding van de krant door het nieuws deels ook in het Engels op te nemen, hetgeen helemaal niets toevoegt, maar enkel geld kost. En naar het distributiesysteem is absoluut niet gekeken.

Helaas, de Ware wás het, maar ís het niet meer!

zaterdag 17 december 2011

Het komt nooit meer goed

door Euritha Tjan A Way

Julian With is zwaar getraumatiseerd. Zoveel blijkt wel uit zijn laatste publicatie met de titel Het komt nooit meer goed. Tijdens zijn lezing op 6 september 2008 gaf hij een hint over de oorzaak van zijn trauma. Enige tijd nadat hij van het binnenland naar Paramaribo verhuisde, maakte een onderwijzer hem belachelijk vanwege zijn gebrekkige Nederlands.
De nasleep daarvan is dat With nu boeken publiceert waarin hij zichzelf het forum toeëigent een ieder te beledigen die het ook maar een beetje met hem oneens is. Door het Nederlands in brieven van tegen- of medestanders te corrigeren, probeert hij de onderwijzer nog steeds te bewijzen dat hij de taal nu wel goed beheerst.
Hoe het ook zij, de mislukkeling die hem dit heeft aangedaan, moet gestenigd worden, al is het alleen omdat de goede bedoelingen van Julian With nu ondergesneeuwd raken door zijn misplaatste superioriteitsgevoel. Zo schrijft hij op pagina 111: ‘De Marrongemeenschap gaat juist vooruit door de implementatie van mijn intellectuele inzichten’. Niets doorzettingsvermogen of opofferingen van de Marrons: hun succes is aan With te danken.
Het boek is een verzameling van columns, meningen en correspondentie zonder enige samenhang. De bedoeling is niet dat de lezer het snapt, maar dat With zijn ei kwijt kan, getuige de pagina’s 89 tot 94, waarin hij een brief schrijft aan een zekere X, die hij bekritiseert in verband met een discussie over Marrondag. De lezer kan het niet volgen, want niet eens de kern van de discussie wordt beschreven.
With kweekt daardoor ook geen sympathie voor het goede werk dat hij wel doet met zijn programma Reparatie Intellectuele Schade (RIS). De bedoeling daarvan is dat leerlingen in het binnenland extra lessen krijgen om zo hun achterstand in te halen die is ontstaan door gebrekkige faciliteiten, onvoldoende en onbevoegde leerkrachten.
Ook heeft With gelijk wanneer hij zegt dat er neergekeken wordt op Marrons in onze gemeenschap. Maar hij kijkt zelf ook neer op Marrons, wanneer hij Bert Eersteling ‘de domste Marron’ in Suriname en Eddy Jozefzoon ‘een gatlikker’ noemt. Een paar pagina’s later is een radiopresentator de pisang, omdat die toestaat dat Ronald Venetiaan een aap genoemd wordt.
Het boek is dus een aaneenschakeling van scheldkanonnades en de enige zwarte die iets goed doet, is With. Als u houdt van zinloos bijtende monologen en aan belachelijkheid grenzende egotripperij, moet u het boek vooral kopen. Niet? Bespaar uzelf dan de zoveelste spastische uitspatting van Julian With.


Julian With, Het komt nooit meer goed, 2011, ISBN 9789081758505

[uit Parbode, 1 december 2011]

dinsdag 30 augustus 2011

'Met de zwarte Surinamer komt het nooit goed'

De Surinaamse criticus Julian With gooit de handdoek in de ring als het om de zwarte Surinamer gaat. Zijn nieuwste publicatie heet dan ook Het komt nooit meer goed.

In zijn boek zijn brieven en eerder verschenen columns opgenomen. With pakt mensen op een harde manier aan. Vooral de stadscreool moet het ontgelden. Zelf is hij Marron, maar dat die ook zwart zijn doet niet terzake: "Ik kan rationeel aangeven wat niet goed is." Dat niemand luistert is voor hem onbegrijpelijk.

With haalt sociale gebruiken aan om zijn stelling te bewijzen, zoals het spaarsysteem kasmoni en de winti. Mensen raken erdoor in financiële problemen, zegt hij. "De winti brengt zwarte mensen naar de verdoemenis. Die geeft alleen maar adviezen om geld te spenderen."

Dwaze ideeën
De zwarte gemeenschap brengt zichzelf in de problemen, vindt With. De gezinnen van vrouwen met kinderen van meerdere vaders leveren sterke vrouwen op, wordt vaak gezegd. "Maar het is geen normale gang van zaken. Laat je niet belazeren!" De stadscreool moet uit 'zijn dwaze ideeën' worden gehaald. Dat is zijn doel en daarom ontkent With dat hij iets tegen hen heeft.

Dat hij harde kritiek heeft op hele groepen mensen heeft hem veel aanvaringen opgeleverd, erkent With. "Er zijn idioten die zeggen dat ik een trauma heb, omdat ik in het binnenland geboren ben." Hij wil met hen niet in discussie, want dat is volgens hem een onzinnige uitspraak. Zijn doel met zijn boek is dat voor de toekomst wordt vastgelegd dat er tenminste iemand was die zich druk maakte over 'de schandalige wijze waarop zwarten met elkaar omgaan'.

[RNW, 25 augustus 2011]

Julian With: Brunswijk had nooit de wapens moeten oppakken

Auteur en psycholoog Julian With zegt dat Ronnie Brunswijk nooit de wapens had moeten oppakken tegen de militairen om de democratie te herstellen. Hij heeft kritiek op president Desi Bouterse die Surinamers heeft opgeroepen om de irrationele vijandigheid tegenover landgenoten in Nederland te staken. With presenteert zaterdagavond zijn nieuwste boek Het komt nooit meer goed. Bij de presentatie hoort een lezing waarbij de auteur zijn visie zal geven op verschillende vraagstukken.


Ronnie Brunswijk in een vliegtuig, in 2008

Wth zegt desgevraagd aan Starnieuws dat de strijd van het toenmalige Jungle Commando disproportioneel veel levens van Marrons heeft gekost en heel veel sociale problemen heeft veroorzaakt. “Dus als wij een kosten- en batenanalyse maken, dan moeten wij concluderen dat hij een ernstige beslissingsfout gemaakt heeft door zoveel levens van Marrons te riskeren voor het herstel van de democratie in een land waarvan wij weten dat de inwoners de mensen uit het binnenland minachten”, stelt With.


Kritiek op president

With heeft kritiek op Bouterse, die zijn nek uitgestoken heeft voor Surinamers in Nederland. “Ik ben van mening dat de vijandigheid in een andere intergroepsrelatie belangrijker is dan die van de Surinamers uit Suriname tegenover de Surinamers uit Nederland”, zegt de auteur.

Ook de aanpak van het onderwijsprobleem vindt hij niet slagvaardig genoeg. Het is bekend dat op de scholen in het binnenland veel onbevoegde leerkrachten werkzaam zijn. De overheid moet volgens With ervoor zorgen dat voortaan alle kinderen, ongeacht waar ze geboren zijn in Suriname, les krijgen van bevoegde leerkrachten. Door de huidige situatie wordt het lage gemiddelde geslaagden voor de GLO-toets sterk beïnvloed door de grote groep kinderen uit het binnenland die de GLO-toets niet haalt. Om dit probleem op te lossen heb je geen commissie nodig. De president benoemde eerder deze maand een ‘Task Force’ onder leiding van Eddy Jozefzoon.

Ook in het mulo-onderwijs worden de leerlingen geconfronteerd met onbevoegde leerkrachten. Ook hiervoor is er geen commissie nodig, vindt With. “Pas als je ervoor zorgt dat over de hele onderwijslinie bevoegde leerkrachten werken en de resultaten zouden toch nog slecht zijn, dan heb je redenen om een onderwijscommissie in te stellen. Dezelfde slagvaardigheid die nu gedemonstreerd wordt door belastingdeskundigen uit Nederland te halen om het belastingstelsel hier te repareren, zou ook aan de dag gelegd moeten worden om de problemen in het onderwijs op te lossen”, meent With.


Incompetente personen
De Surinamers hier noemen landgenoten uit Nederland verraders, “maar bij nader inzien blijkt dat zij zich ernstig vergissen, want de beslissingen die leiden tot stagnatie in de ontwikkeling van Suriname worden niet door de Surinamers in Nederland genomen, maar door Surinamers in Suriname”, betoogt With. Hij wijst erop dat de benoeming van incompetente personen op bestuurlijk belangrijke posten niet de verantwoordelijkheid is van Surinamers uit Nederland. Die groep uit Nederland is juist zeer solidair. Jaarlijks maakt ze meer dan 125 miljoen euro over naar familieleden in Suriname. De SLM en de reisbureaus in Suriname zouden niet kunnen bestaan zonder Surinamers in Nederland, stelt With.

Stellingen
Enkele stellingen waarop With zijn visie zal geven zaterdagavond zijn: de nutteloosheid van het geschiedenisonderwijs in Suriname, afschaffing van 1 juli als nationale feestdag. De slavernij heeft geen enkele invloed op het hedendaagse gedrag van Creolen, dus is het ook niet mogelijk dat er zwarte mensen rondlopen met een slavernijtrauma. De rampzalige gevolgen van het onvermogen bij Creolen om op basis van statistieken het gedrag en denken te veranderen. De onhebbelijkheid bij Creolen om bij alles wat ze doen andere etnische groepen te betrekken. De onverschilligheid onder Creolen over het nut van het onderwijs. Het verzet bij de stadscreolen tegen de maatschappelijke vooruitgang van de Marrons. De hoogopgeleide verraders onder de Marrons. Het misverstand dat de djoeka’s in Suriname uit het binnenland komen; het wetenschappelijk bewijs dat ze allen in Paramaribo geboren zijn. Redding voor allen die lijden aan het djoekasyndroom.

Het boek (SRD 50) wordt voor de aanvang van de lezing en tijdens de pauze verkocht. With zegt dat hij de presentatie in Nederland heeft kunnen 'overleven', “dus heb ik geen enkele reden om pessimistisch te zijn over aanstaande zaterdag”. De lezing begint om half 8 in het SPA-gebouw.

[[uit Starnieuws, 213 augustus 2011]