Posts tonen met het label Barbados. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Barbados. Alle posts tonen

vrijdag 28 maart 2014

Winnaars vierde subsidieronde Dr. Silvia W. de Groot Fonds

Silvia de Groot
Het Dr. Silvia W. de Groot Fonds, dat door de Vereniging KITLV beheerd wordt, is bedoeld om studenten of jonge onderzoekers afkomstig uit het Caraïbisch gebied, bij voorkeur van Marron-afkomst, financieel te ondersteunen bij de voorbereiding van een wetenschappelijke publicatie in de sfeer van de geschiedenis of cultuur van de Caraïben. Jaarlijks is een bedrag van € 10.000 beschikbaar, te verdelen over één of meerdere aanvragers. Het bestuur van het fonds heeft in de vierde subsidieronde de aanvragen van drie onderzoeksters gehonoreerd:
• Wendeline Flores, MA-student Geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Onderzoek: ‘De Antilliaanse en Surinaamse studentenbeweging (1950-1975)’.
• Guiselle Starink-Martha, PhD-kandidaat Culturele Studies aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Onderzoek: ‘Mobility, national identity and the politics of black aesthetics in the Dutch Caribbean: The case of the new Caribbean nation of Curaçao’.
• Jenna Marshall, PhD-kandidaat Politieke Wetenschappen, Queen Mary University of London. Onderzoek: ‘Decolonising through education? Caribbean radical politics of development: A study of education in Barbados’.

Guiselle Starink-Martha
Guiselle Starink-Martha
Titel van het project: Vooronderzoek 'Mobility, national identity and the politics of black aesthetics in the Dutch Caribbean: The case of the new Caribbean nation of Curaçao'

Het gehonoreerde project van Guiselle Starink-Martha is een eerste stap naar een groter onderzoek naar de samenhang tussen esthetiek en zwarte identiteit in het Caribisch gebied. Starink-Martha gaat onderzoek doen naar visuele representaties van 'zwartheid' in zowel culturele producten als in het dagelijkse leven. Dit vooronderzoek richt zich specifiek op esthetische constructies van zwartheid binnen het fenomeen 'natuurlijk haar' op Curaçao. Hoe wordt Afro-Curaçaos 'natuurlijk haar' beleefd en vormgegeven in het dagelijks leven en hoe gaan Curaçaoënaars om met 'kroeshaar'? Hoe wordt het uitgebeeld in de media en populaire cultuur? Hoe verhoudt dit zich tot de constructie van een Curaçaose nationale identiteit in het algemeen en tot een Afro-Curaçaose identiteit in het bijzonder? Hoe verhoudt deze Afro-Curaçaose beeldvorming zich tot de heropleving van de 'natural hair scene' binnen de mondiale Afro-diaspora?

In het Caribisch gebied zijn de huidige processen van natievorming en collectieve identiteitsconstructie, die gekenmerkt worden door zowel racialisering als post-kolonialisme, niet los te zien van bredere processen van globalisering. Door huidige Curaçaose debatten over ras, kleur en identiteit te koppelen aan visuele representaties en esthetiek, zoekt dit onderzoek nieuwe manieren om te denken over ras en post-kolonialisme in het geglobaliseerde Caribisch gebied van de 21ste eeuw.
Guiselle Starink-Martha is op Curaçao geboren en getogen. Zij heeft Talen en Culturen van Latijns-Amerika aan de Universiteit van Leiden gestudeerd. Zij is als promovenda verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar promotieonderzoek betreft constructies van collectieve Curaçaose identiteit onder transnationale Curaçaoënaars door middel van muzikale performances. Haar onderzoek richt zich op hedendaagse populaire cultuur en huidige belevingen en constructies van identiteit. Zij is vooral geïnteresseerd in de verhouding tussen critical theory en alledaagse  beeldvorming en gewoontes.

Wendeline Flores
Wendeline Flores
Titel onderzoek: De Antilliaanse en Surinaamse studentenbeweging (1950-1975) 
Het onderzoek van Wendeline Flores, ondersteund door het Silvia W. de Groot Fonds, richt zich op de Antilliaanse en Surinaamse studentenbewegingen tussen 1950 en 1975. Het wordt verricht in het kader van haar masterscriptie en dient tevens ter voorbereiding van diverse toekomstige publicaties en vervolgonderzoek. De vraag wat de positie van de Antilliaanse en Surinaamse student immigranten in de naoorlogse, (post)koloniale samenleving (1950-1975) was en hoe zij de positie van zichzelf en hun ‘landgenoten’ trachten te veranderen, staat hierbij centraal. Het onderzoek richt zich op de actieve deelnemers, leiders en oprichters van Antilliaanse en Surinaamse studentenverenigingen en studentenbladen in Nederland. Zij zijn de belangrijkste bronnen en zullen in Nederland, Curaçao, Aruba en Suriname geïnterviewd worden. Dit zal verder worden aangevuld met relevante archiefstukken. Het onderzoek is bedoeld om een geschiedenis vast te leggen die vooralsnog onvoldoende aandacht heeft gekregen. De documentatie van de ervaringen van de hoofdrolspelers uit de beide bewegingen is hierbij van essentieel belang en is door middel van de genereuze subsidie van het Silvia W. de Groot Fonds mogelijk gemaakt.

Wendeline Flores (1989) is studente Geschiedenis MA aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Gedurende haar studie heeft zij onderzoek gedaan naar de geschiedenis van Curaçao, het geboorteland van haar vader, maar ook naar het Caribische gebied in bredere zin. Ze heeft stage gelopen bij het Tropenmuseum en daar onderzoek gedaan naar de Suriname collectie. Tevens heeft ze stage gelopen bij het Nationaal Instituut Nederlands Slavernij Verleden en Erfenis, waar zij ook als vrijwilligster actief is geweest. Wendeline Flores schreef haar bachelorscriptie over het Antilliaanse studentenblad ‘Kambio. Portabos Independiente Antiano’ (1965-1968) en haar redactie. Op basis van archiefonderzoek in Nederland en interviews met de voormalige redactieleden in Nederland en Curaçao is de geschiedenis van ‘Kambio’ in kaart gebracht. Thema’s die in haar  onderzoek centraal staan zijn o.a. (post)kolonialisme, ras en slavernij.

Jenna Marshall
Jenna Marshall
Titel onderzoek: Decolonising through education? Caribbean radical politics of development: A study of education in Barbados
Jenna is a second year PhD candidate in the School of Politics and International Relations, Queen Mary University of London. With an MRes from the School, she also holds a bilingual Honours degree from York University (Canada). Her recent work includes Assistant Curator of the Making Freedom Project in partnership with the Windrush Foundation, UK Royal Geographical Society and the Marcus Garvey Library. Additionally, she has undertaken the role of Teaching Assistant for the first-year undergraduate module 'Introduction to International Relations'.

A researcher by training, she has worked on areas related to economic and social development within Latin America and the Caribbean. Prior to joining the School, Jenna has held posts which include Research Fellow for the Barbados Coalition for Service Industries, Print Media Journalist and Correspondent with the United Nations Development Programme.

Her overall research interests seek to explore the impact of global civil, political and economic actors and their relations within the developmental process of small island developing states, with particular reference to the Caribbean. Successfully obtaining a Special Award from the Ministry of Education and Human Resource Development in Barbados, her current research seeks to locate education as part of a broader radical political project in the developmental process in nation-building period after constitutional independence in Barbados.  She aims to identify and analyse the various political and economic actors within informed the politics of development particular in the area of education as conceptualised as a key driver of both social and economic development opposed to other variants of development approaches employed in the Caribbean region.

Cricket in Barbados



dinsdag 25 maart 2014

The 33rd Annual West Indian Literature Conference

UWI Barbados

Call for Papers 

The 33rd Annual West Indian Literature Conference will take place on October 2-4, 2014, at the University of the West Indies-Cave Hill, Barbados. This year’s theme is “Literature, Culture and the Environment.” The deadline for submitting abstracts is May 17, 2014. 

Description:  “Living landscapes have their own pulse and arterial topography and sinew which differ from ours but are as real – however far-flung in variable form and content – as the human animal’s … the vibrancy or pathos in the veined tapestry of a broken leaf addresses arisen consciousness through linked eye and ear in a shared anatomy that has its roots in all creatures and all things” (Wilson Harris “Living Landscapes”)
The physical contours of the Caribbean have been so radically transformed by colonial conquest, plantation and state-sponsored “development” from the seventeenth to the present century that establishing a historically informed sense of place is inevitably fraught. Our interactions with the world around us are not only written on the environment, but in the textual and spatial expressions of our imagination.  The relationships across landscape and language, location and representation are significant to a Caribbean cultural praxis that contemplates notions of displacement and territory, routes and rootedness, performance and personhood.  In order to examine the social and cultural implications of the diverse interplay of environment and cultural/literary text, the 33rd Annual Conference of West Indian Literature invites papers and panel proposals on topics that are relevant to the conference theme.
Barbados

Issues to be addressed might include: ecocriticism and environmental poetics; territorialising identities; geography and cultural iconography; literary cartography and Caribbean spaces; performing places, cultivated spaces; visual and scribal representations of the Caribbean; revisiting Sylvia Wynter’s “Plot and Plantation” paradigm; and inscribing the exotic on the “blank slate of the Caribbean archipelago” [Or Debunking the romanticization of Caribbean culture as a site of the exotic?].

Abstracts should not exceed 250 words in length, and should include (1) a title, (2) name, status and institutional affiliation of the presenter(s), (3) a contact email address, and (4) a mailing address. Please also let us know if you require any special equipment. Papers will be a maximum of twenty (20) minutes in length.
Abstracts or proposals for panels comprising three papers should be emailed by May 17, 2014 to kerry.lucas@cavehill.uwi.edu;  nicola.hunte@cavehill.uwi.edu orandrew.armstrong@cavehill.uwi.edu.


Barbados sunset



dinsdag 14 januari 2014

Werelderfgoed en de Nederlandse cultuurpolitiek

Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam. Foto © Mireille Heersma

door Benjamin S. Mitrasingh

Met alle sympathie voor de Stichting Gebouwd Erfgoed kan de directeur ervan, Stephen Fokké hemel en aarde bewegen om Unesco ervan te overtuigen dat het niet de schuld is van zijn stichting dat Suriname onvoldoende aandacht heeft besteed aan zijn twee (monumenten en de natuur) Werelderfgoed-projecten. Dat kon ook niet anders, want het cultuurbeleid van Suriname bevindt zich sinds mensenheugenis in de politieke lappenmand. Geen probleem voor veel ontwikkelde burgers van Suriname, omdat vooral deze hebben geleerd dat ’s lands belang andere prioriteiten kent. De twee en een halve ministers van Financiën hebben dat ook geweten. Dat waren drie Surinaamse academici die ook hart hadden en nog steeds hebben voor de Surinaamse zaak, maar dat stemde niet overeen met het belang van de politieke leiders.
Het Surinaamse cultuurbeleid

In Suriname moeten politici altijd scoren bij het grote publiek, de bekende zogenaamde achterban. Vakbondsleiders kennen dit fenomeen ook maar al te goed; ze mochten nog zo populair bij hun leden zijn, maar als het op stemmen aankomt in de politiek, haalden zij het nooit. Zij werden omhoog getrokken door hun coalitiepartners.

Modderbank 
Dit lot is het Surinaamse cultuurbeleid ook beschoren. Het publiek geniet van alle pracht en praal van de cultuuruitingen van Suriname, maar draagt er zelf nul centen bij. De makers van het monument van Baba en Mai en nu nog steeds de bestuurders van het Lalla Rookh-complex, kennen dit ook maar al te goed; er worden door grote ondernemers en succesvolle bedrijven gouden bergen beloofd maar als het op betalen aankomt, ontdek je dat we eigenlijk nog steeds vastzitten op een modderbank; een culturele modderbank wel te verstaan.

In de cultuursociologie zeggen we dan dat het milieu van de ‘sponsors’ nog niet zo goed ontwikkeld is om culturele projecten te financieren. Het hele Surinaamse cultuurbeleid lijdt hieronder. Al gauw bleek ook dat gestudeerde mensen geen goede culturele bagage hebben en daarom mislukken ook vele leuke culturele projecten.

Nederlandse cultuurpolitiek 
Een slecht voorbeeld is de Nederlandse cultuurpolitiek in het buitenland. In alle gevallen ging het eerst om het Nederlandse belang en dat moeten Surinamers ook nog leren, bij alle buitenlandse hulp moet het belang van de gever altijd zijn gediend. In het september nummer van de Nederlandse National Geographic wordt in een aparte bijlage ‘Werelderfgoed van morgen’ aandacht besteed aan het Nederlandse erfgoed. Suriname en Indonesië worden in de bijlage wijselijk verzwegen, blijkbaar vanwege hun ‘politieke’ onafhankelijkheid. Maar in de bijlage staat al in de intro een pleidooi voor het plantagesysteem van West-Curaçao, het Marine Park op Bonaire en de Mount Scenery op het eiland Saba, die moeten worden geplaatst op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco.
Saba

Tijdens de ICOM-conferentie in Rio de Janeiro in 2013, waar Suriname ook aanwezig was, hadden de ontwikkelingslanden wederom hun misnoegen geuit over de dominante rol van de rijke landen. In zijn eindverslag heeft de Surinaamse vertegenwoordiger [= Benjamin Mitrasingh, de schrijver van dit artikel – red. CU] dit ongenoegen ook tot uiting gebracht in de zin van, wij vertegenwoordigen weliswaar een arm land als Suriname maar wij – gesponsord door Unesco - komen niet op zulke belangrijke museumconferenties van de Unesco om naar’ kinderverhalen’ te luisteren over het moderne museumwezen van de rijke landen.

Erfgoed: oud Indianenhuis. Foto © Sasha Dees


Want wat zouden de rijke landen ervan vinden als wij een project van de leeggeplunderde suikerfabriek van Mariënburg zouden sturen naar bijvoorbeeld de World Monuments Fund in Washington? Dan was er toch weer onmiddellijk ruzie tussen ons en de Nederlandse politiek, maar hopelijk niet tussen ons en de doorsnee Nederlandse burgers, zoals Janneke Braamburg uit Enschede. Zij bekritiseert het Werelderfgoed in de rubriek Forum in het november nummer van de Nederlandse NatGeo. Daarin vraagt zij, waarom er geen aandacht wordt geschonken aan de 445.000 levend aangekomen slaven in Suriname en Curaçao die een zeer grote bijdrage hebben geleverd aan de Nederlandse economie in de zeventiende eeuw (de gouden eeuw). ‘Nakomelingen hiervan worden elke keer gekwetst wanneer wij bij het enthousiasme over wat wij hebben bereikt, hun bijdrage niet genoemd wordt.’
Misschien zou het goed zijn wanneer de Surinaamse burger die in Nederland heeft gestudeerd en ook daar heeft gewerkt, vaker rechtstreekse contacten onderhoudt met zijn oude vrienden in Nederland. 

Architecturaal erfgoed op Barbados. Foto © Leon Jaspaert


Na het grote sociologisch onderzoek: Een nationaal onderzoek voor een cultuurbeleid in Suriname onder 3.161 scholieren en 675 volwassenen, een Unesco-project 00 SUR 602, uitgevoerd door twee Surinaamse academici (B.S. M[itrasingh] en C.R. B[adal]) werd in het eindverslag (van 50 bladzijden) in februari 2002, een kleurenpagina opgenomen met foto’s en de bijpassende tekst: ‘Als wij dit alles hebben beschermd, gered en verzorgd, blijft de culturele vorming van onze medemens nog altijd ons aller zorg. Daar gaat u ons toch ook mee helpen?’
Toen en tot nu, twaalf jaar later, heeft niemand erop gereageerd. Helaas!

[uit Starnieuws, 13 januari 2014]

zondag 12 januari 2014

Lewd and proud: How Rihanna brought the moves and sexuality of the Caribbean dancehall to leafy Twickenham

Hold on tight! Rihanna didn't hold back as she performed
 at London's Twickenham Stadium on Saturday night
by Donna McConnell

Appearing on stage to song Phresh Off The Runway just before 9pm, Rihanna didn’t keep the audience waiting too long – unlike the killer lines at the toilets in the stadium.
Dressed in Riccardo Tisci’s baroque style ‘batty rider’ shorts with a matching cloak of invincibility it was soon very clear that Rihanna was not going to struggle to project her personality in that huge space.
Rihanna announced after the first song: 'What's up London? Are you enjoying yourself? Well good, we are only getting f**king started.’

Racy! Rihanna didn't hold back as she performed at London's Twickenham Stadium on Saturday night, despite having her parents and brothers in the audience

Hold on tight! Rihanna didn't hold back as she performed at London's Twickenham Stadium on Saturday night

The girl from Barbados soon broke out her signature moves, the gyrations seen in the dancehalls and carnivals of the Caribbean. Complete with dancehall queen crotch-grabbing and slapping, the uber-sexual singer who has enjoyed massive worldwide success since moving to the US as a 16-year-old seeking success, rattled through three of her hottest numbers; Phresh Off The Runway, Birthday Cake, and Pour It Up as she kicked off her stadium show.

Like the dancehall and carnival queens of the Caribbean, Rihanna is very aware of her sexual power - onstage at least. She constantly thrusted and wined and touched herself in a fashion instantly recognisable to those familiar with Jamaican dancehall culture – but admittedly it might have proved confusing to some of the younger members of the audience.

Rihanna displayed an effortless rhythm and sensuality that completely worked with her music, and entranced the audience. Songs such as Say My Name and Rude Boy were grinded out on stage, and thankfully she had a very well rehearsed band featuring Nuno Bettencourt, best known for his role as the lead guitarist of rock band Extreme to give things an extra gear.

Bad gal: The 25-year-old singer certainly didn't seem to be on her best behaviour, and instead put on a particularly racy display involving plenty of crotch-grabbing and swearing

Bad gal: The singer certainly didn't seem to be on her best behaviour, and instead put on a particularly racy display involving plenty of crotch-grabbing and swearing

And a troupe of dancers that let’s face it, nobody was watching, as all eyes were on Miss Robyn Fenty as she popped her booty and dipped it low.

It’s that mix of Caribbean swagger and pop music that gives Rihanna her edge and realising where her strengths lie, she certainly plays to them.
Not many Caribbean girls make it to be global pop stars. Rihanna has much in common with Jamaican born Grace Jones who came before her. She is fearless, lewd at times, foulmouthed, edgy and a fashion trendsetter.
Strutting her stuff: The Diamonds singer opted for a sexy ensemble for her performance, teaming thigh-high leather boots with a sheer top and a visible bra


While her oversharing on Instagram can be wearing, as a performer she has come of age.  Twickenham was like a mini-carnival as fans and even grown men attempted to copy the carnival queen’s gyrations while dancing in the crowd. Vocally she represented, and has certainly improved since the Loud Tour.

Her joy at performing to a sell-out crowd at Twickenham Stadium was touching and she brought her whole family to see her upgrade to the big time asking the crowd to say her name which she said would make her mother cry. She might also have cried at her daughter’s potty mouth too.
The ascendance of her career comes at a time when she has been through the emotional mill due to her rekindling of doomed relationship with Chris Brown, who now appears to have rather publicly returned to his ex-girlfriend Karreuche Tran.

During song Talk That Talk when Rihanna sang the line ‘And you will never get a girl like me’ perhaps in reference to Brown she added a very loud: ‘Oh hell no!’
Working it! Evidently not at all bothered by her family members in the audience, the pop superstar writhed around on stage in a particularly racy display
Working it! Rihanna put on a performance that felt like a carnival.
Rihanna in Bob Marley-shirt in Barbados

Rihanna’s visit comes a few weeks after pop behemoth Beyonce hit the UK. Beyonce had a huge, tightly rehearsed and professional show, and there’s no doubting her work ethic and skill. But what Rihanna lacks in routines she makes up for in mere presence, moves you can actually copy and use on the dancefloor and that onstage sensuality beloved by all her fans.
The concert concluded with her biggest hits Only Girl in the World, Where Have You Been, We Found Love, and ballads Stay and Diamonds.
At 25 Rihanna is selling out stadiums, cranking out hits and still has some years to go before she has to put down the batty riders. A charmed life indeed.

[from Daily Mail Online,16 June 2013]


woensdag 23 oktober 2013

Apoplectic Inside out in première

Apoplectic

door Audry Wajwakana

Paramaribo - De documentaire Apoplectic Inside out van Kevin Headley gaat donderdag 24 oktober in TBL Cinemas in première. Fans, familie, vrienden, maar ook sponsoren krijgen op het beeldscherm te zien wat de Surinaamse populaire rockband sinds hun vorig jaar gelanceerde album ‘Unleash’ bereikt heeft. De documentaire geeft volgens Headely een glimps achter de schermen van de vervaardiging van het album en hun optredens in Suriname, Nederland en België.
Het filmpje heeft Headley in samenwerking met de band gemaakt. "Het idee was eerst een korte film te maken voor de sponsoren en andere mensen die hun bijdrage hebben geleverd aan de lancering van het album", legt Headley uit. "Maar gaandeweg is het project uitgegroeid met de bedoeling meer inzicht te geven in de belevenissen van de groep en de bereikte resultaten sinds de release van het album." Volgens de filmmaker laat het 55 minuten durende filmpje zien dat je met een dosis doorzettingsvermogen en de juiste mindset met muziek toch veel kunt bereiken.De rockband die al vijftien jaar bestaat, heeft het album Unleash in de Platinum Sound Studios in New York opgenomen. De studio waar grootheden als Rihanna, John Legend en Wyclef Jean ook hun opnames doen.
Rihana op de carnavalsparade van Barbados

Verrassing
De première is bedoeld voor genodigden, maar voor de fans die er toch bij willen zijn, zijn er enkele kaarten ter beschikking. Na de vertoning is er een gezellig samenzijn in de lobby. "Bezoekers krijgen dan in de gelegenheid eventuele vragen te stellen, maar ook gezellig met de band bij te praten", zegt Headley. Ook is er een verrassing aan het hele gebeuren gekoppeld. "Wat dat is, kan ik nog niet prijsgeven, want dan is het verrassingselement weg", lacht hij geheimzinnig. Het filmproject zegt de filmmaker zelf met de band uit eigen middelen gefinancierd te hebben. Na de première wordt de documentaire in het weekend van 25 tot 27 oktober vertoond. Daarnaast wordt eraan gewerkt om aan de vertoning een scholenprogramma te koppelen. "Vooral voor jongeren die bezig zijn met muziek, moet het als motivatie dienen om door te zetten en niet op te geven", zegt Headley. De details over het schoolprogramma is hij nog aan het uitwerken.


[uit de Ware Tijd, 22/10/2013]


donderdag 8 augustus 2013

Space in the Caribbean: Idee of ideologie?

door Karin Lachmising


‘Als we echt Caribisch zijn, moeten we onze eigen omgeving dan niet beter leren waarderen?’, vraagt Karin Lachmising zich af.

Billboards in Paramaribo en langs de verbindingsweg van het vliegveld Zanderij naar de hoofdstad kondigden het al weken van tevoren aan: Suriname is het gastland voor Carifesta XI. Deze maand zijn we beland in zichtbare Caribische sferen dankzij dit elfde festival of creative arts. Een evenement dat de verbondenheid van de regio door middel van kunst tentoonstelt, althans dat is een van de vele doelen. Zullen deze twee weken vol vibes ons bewustzijn vergroten over de hechte connecties tussen de Caribische landen, of worden we slechts meegesleept in een tijdelijk enthousiasme van ons ‘Caribisch’-zijn om daarna weer terug te keren naar de dingen van de dag die ons eerder dichter bij Nederland, Amerika en zelfs China brengen, dan bij een eiland enkele honderden kilometers voor onze kust?



Space in the Caribbean ‘Space’
Die vraag werd ook gesteld op de multidisciplinaire conferentie van de Associatie voor Caribische Studies in Grenada. Suriname kan zich, net als de wereld buiten onze regio, vaak moeilijk het imago van een Caribisch land aanmeten. Want wie denkt eraan Suriname als het over witte stranden, blauwwater en beach life gaat? Ook wij zelf lijken dit uiterlijke toeristische imago te verwarren met de onderliggende verbinding, die er wel degelijk is. Juist daarom kan een kunst- en cultuuruitwisseling misschien wel van betekenis zijn. Carifesta kan ruimte bieden aan artiesten die hun beleving van de samenleving uiten op podia, in kunsthallen, ballrooms en meer. Een samenzijn dat een gezonde dialoog over onze eigen ontwikkeling tot stand kan brengen. In de openingsspeech van Eudine Barriteau op de conferentie in Grenada werd dit samenzijn een ‘ruimte van creatieve coalities ’genoemd. De professor in Gender and Public Policy aan de University of the West Indies te Barbados gaf in een zeer wervelende toespraak weer, dat zij als uitgesproken gender-voorvechtster ervaren heeft dat ‘je case’ niet binnenskamers bij gelijkgezinden mag blijven. Haar zaak, een betere positie voor vrouwen, bereik je niet door mogelijke oplossingen in eigen groep te laten circuleren. Je moet die ruimte vergroten, jouw visie en jouw aanpak onder de aandacht brengen buiten jouw groep. Onze indigenous frameworks, de structuren van onze samenleving, moeten meegenomen worden in de internationale discussies over de ontwikkeling van ons gebied. We zijn hier niet alleen om te kijken en naar elkaar en te luisteren, niet alleen om ons gebied te bestuderen, maar om alles wat hier tot stand komt ook naar de tafels te brengen waar de besluiten worden genomen over onze regio, over onze gebieden en over ons eigen vorm van leven. Het woordje ‘space’ werd ongewild en onbedoeld de rode draad van de conferentie.

Foto © Charl Danoe


Invloed
Ruimte bleek in verschillende presentaties overal voor nodig. Er zijn magazines nodig die ‘space’, dus ruimte creëren voor uitwisseling van creatieve ideeën. Zoals het Caribisch kunsttijdschrift ARC. Er zijn pleinen nodig waar de massa bijeen kan komen, terwijl die bijvoorbeeld in Puerto Rico in beslag worden genomen door gebouwen, waardoor letterlijk ruimte ontbreekt. Tijdens de presentaties bleek ruimte een oplossing voor uiteenlopende maatschappelijke vraagstukken .In de vele jaren dat we als Caribische gemeenschap zowel in de kunst als op andereo ntwikkelingsgebieden bij elkaar komen, werd de regio vooral gebruikt als onderzoeksmateriaal, podium, tentoonstellingsruimte of tijdelijk verblijf. Op de conferentie leek het echter alsof een ieder tijdens de voorbereiding van zijn presentatie stil was blijven staan bij het toekennen van waarde aan het léven in de Caribbean. De aandacht was verschoven van de gedachte ‘wij hebben oplossingen nodig’ naar een andere invulling van de ‘idee’ ontwikkeling. Filmmaker Miguel Coyala geeft in zijn film Memorias de desarello (Herinneringen aan onderontwikkeling) een indringend en confronterend beeld van hoe ‘ideeën’ en concepten verward raken wanneer deze ‘geplakt’ worden in een andere omgeving. Zijn film vertelt het verhaal van een intellectueel die na de Cubaanse revolutie denkt in de Verenigde Staten een nieuw leven, ver van onderontwikkeling, op te bouwen. De collageachtige manier van filmen versterkt de boodschap van de vervreemding die je voelt wanneer jouw wereldbeeld niet meer klopt met de omgeving waarin je leeft. In mijn eigen presentatie bracht ik de connectie van mens en omgeving naar voren, de invloed daarvan op onze kennis en ervaring en welke plek deze kennis inneemt binnen het denken over ontwikkeling en het aandragen van oplossingen.

Barbados. Foto © Barbapress


Ditzelfde onderwerp werd aangesneden in een paneldiscussie over ontwikkeling in het Caribisch gebied met de uit Puerto Rico afkomstige José Buscaglia Salgado en de zeer gepassioneerde spreker Tyehimba Salandy uit Trinidad. Ze stelden: ‘We moeten kritisch zijn wanneer we praten over ontwikkeling en de begrippen die we daarbij klakkeloos overnemen, want te vaak merken we dat de realiteit genegeerd wordt.’ In onze regio zitten we in een gecompliceerde ruimte, zou je kunnen zeggen. De ruimte wordt bepaald door dominante ontwikkelingsvisies die geen rekeninghouden met onze realiteit: met onze jongeren die in Europa of de Verenigde Staten studeren, onze omgevingservaring en traditionele kennis. Het Caribisch gebied kent een andere benadering van duurzame ontwikkeling dan het Westen. Daar is de discussie over duurzame ontwikkeling ontstaan vanuit rampen die hebben plaatsgevonden. In het Westen is het een ideologie die voorschrijft hoe de wereld eruit zou moeten zien, in plaats van een idee, een set mogelijke stappen die vanuit de werkelijkheid genomen kunnen worden. Als wij ontwikkeling als een idee benaderen, vraagt het van ons vooral een kritische houding ten opzichte van strategieën die de kennis en ervaring vanuit de regio negeren.

In een discussie na de presentatie over dit onderwerp werd de kritische vraag gesteld in hoeverre wij daartoe in staat zijn, als wij ons richten op het vieren en tentoonstellen wat we hebben, zonder een podium te creëren voor kritisch gedachtegoed dat zal leiden tot een model van aanpak voor ‘life in the Caribbean’.

Bonaire. Foto © Enrique Alpeñes Miralles


Kritische massa
We hebben meer media in het Caribisch gebied nodig die een visie uitdragen, een podium biede nvoor de verhalen en ervaringen van eigen bodem, onze kennis vergroten over onszelf, wat bij ons speelt, door ons gemaakt wordt, onze aanpak, onze ideeën. Publicaties die een kritische massa kweken en ruimte bieden voor het uitwisselen van kennis. Omdat nagenoeg alle Caribische landen in dezelfde fase van ontwikkeling zijn en daarbij verreweg dezelfde uitdagingen een rol spelen ,kan het Caribisch platform een inspiratiebronzijn voor een succesvolle ontwikkeling van ons gebied. Onderwerpen als natievorming, identiteit, klimaatverandering, gemeenschapsontwikkeling, duurzame ontwikkeling, kunst, cultuur, literatuur en ga zo maar door, kunnen daar heel anders benaderd worden. We bewegen ons dan in een ruimte van gelijkwaardige discussies en vergelijkbare oplossingen in plaats van de exotische ruimte die ons te vaak toebedeeld wordt. Misschien moeten we leren waarderen wat onze omgeving ons biedt, kijken naar onszelf in plaats van buiten onszelf, leren oog te hebben voor wat nodig is in de omgeving waarin wijzelf leven.
De publicatie Ster in de stad, behorende bij de gelijknamige tentoonstelling over Bombay van het kindermuseum Villa Zapakara, is een goed voorbeeld van het respecteren en waarderen van je omgeving. Geen boekje over hoe zielig de inwoners van Bombay zijn, zoals je zou denken bij een tentoonstelling over een miljoenenstad met meer dan honderd sloppenwijken, maar een boek over de verhalen, ervaringen en capaciteiten van mensen binnen de context van hun eigen omgeving. Het definiëren van onze capaciteiten betekent het plaatsen van de voor anderen vaak onbekende ervaringen in het grote rgeheel. Een plek waar je geen vreemde bent en je land niet constant vraagtekens oproept.

Regenwoud. Foto © Hedevia

Tijdens de conferentie was mijn Amazoneregenwoud net zo gewoon als het witte strand met palmbomen. Dat kan ik niet kan zeggen wanneer ik met studenten in dialoog ga op de campus van de Universiteit van Amsterdam of op andere Europese podia. Op de campus van St. George’s University te Grenada vervalt het vreemde van het zogenaamd exotische. Voor de regio is het alleen daarom al belangrijk om in deze space aanwezig te zijn. Het valt op dat onze diaspora in vergelijking met die van andere Caribische landen nog weinig bijdraagt aan de discussies over ontwikkeling in samenhang met de plek waar wij werken, wonen en leven. En gezien het grote aantal goed opgeleide Surinamers in diaspora, zou het helpen om wat meer de vruchten te proeven van deze intellectual cruising, het reizende Surinaams intellect. Carifesta zal misschien in staat zijn om voor even de aandacht te vestigen op de samenhang tussen Suriname en het Caribisch gebied, hopelijk los van een exotisch karakter en met meer aandacht voor de inzichten die achter de creaties van dit festival liggen. Of we vervolgens die Caribische ruimte ook daadwerkelijk kunnen bereiken om de creatieve coalities aan te gaan, zal afhangen van de vruchten van deze ‘creatieve en intellectuele Caribbean cruising’.

Surinamerivier. Foto © M. Janson


Schrijver en publicist Karin Lachmising opereert in het maatschappelijk middenveld als ‘communicatiestrateeg met een filosofische inslag’.

[uit Parbode, 1 augustus 2013]

zaterdag 3 augustus 2013

Carifesta Nieuws

De pre-Carifesta show op het Onafhankelijkheidsplein heeft aardig wat mensen op de been gebracht.  Nu is het wachten op de echte opening. Intussen wordt er steeds meer informatie vrijgegeven aan de pers. Zo is de preprogrammering al uit. De meeste activiteiten van Literary Arts vinden plaats op de Grand Market op het KKF-terrein. Het publiek kan daar van 17 tot en met 24 augustus van 10.00u ’s morgens tot 23.00u ’s avonds terecht, o.a. voor het kopen en bezichtigen van boeken. Book Business Meetings en Master Classes vinden in de middaguren plaats. Ook deze zijn open voor het publiek. Elke dag zijn er voordrachten van schrijvers, dichters, rappers etc, die ook via de radio zullen worden uitgezonden. Naast de activiteiten op de Grand Cultural Market is er ook een apart storytellersprogramma.  De landen die meedoen aan de literaire onderdelen op de Grand market zijn Guyana, Belize, Trinidad and Tobago, Barbados, St. Kitts and Nevis, Cuba, St Lucia en Suriname. Op de website van S’77 is aangegeven hoe schrijvers en anderen die bij het literaire veld betrokken zijn, kunnen deelnemen aan het Carifestaprogramma.

[Mededeling Schrijversgroep '77]

Barbados

zondag 12 mei 2013

Caribisch talentontwikkelingsplan vergeet literatuur

Barbados
Het Caricom-secretariaat is begonnen met het ontwikkelen van een professioneel strategisch, artistiek ontwikkelingsplan voor de regio. Dit plan moet uiteindelijk leiden tot een culturele industrie binnen de Caricombestaande uit: muziek, toneel, mode, film en visuele producties, dans, drama en beeldende kunst. Helaas is literatuur niet genoemd in het plan. Het secretariaat heeft voor dit plan de cultuurdeskundige Paloma Mohamed aangetrokken. Zij zal maandag consultaties hebben in Suriname, in het gebouw van het Nationaal Jeugdinstituut op het terrein van het Cultureel Centrum Suriname (CCS). Hiervoor is S’77 ook uitgenodigd. Uit de gesprekken moet komen vast te staan wat er in de landen aanwezig is onder jongeren tussen de 15 en 29 jaar. De Caricom zal zorgen dat strategieën worden ontwikkeld om de talenten verder te ontwikkelen en zorgen voor de deskundigheid hiervoor.


[Mededeling van Schrijversgroep '77]

woensdag 1 mei 2013

Giving a Voice to 18th Century Women in the Caribbean


A Barbadian artist who has spent much of her career giving voice to people who historically had no voice — 18th Century women in the Caribbean, will be in Bermuda to speak about her work at the Bermuda National Gallery (BNG), as Jessie Mniz reports in this article for Bermuda’s Royal Gazette.

Joscelyn Gardner will give a lecture on Thursday called “ … and others, of the Female Sex …”: Addressing Silences in the Colonial Archive. She is known for her printmaking and multimedia installation artwork, and provocative images that explore the female identity in the context of Colonial plantations. Her work is meant to open conversation about history, race, relationships and power. One series of her work that explores the lives of female slaves uses a combination of African hair styles, iron collars used in slavery and plants that can cause abortion. Another series looks at the more privileged lives of white Creole women in the Caribbean.
“The history of these women has rarely ever been told because history is basically written by the white male,” she said. “We all know that.”

Her own background is white Creole. Her ancestors were among Barbados’ earliest white settlers, and came from England and France.
“There have been many voices that have been overlooked,” she said. “Part of this is about looking back at my own history in Barbados, the history of my family and trying to understand how things have come to be the way they have.”
Many of her works contain the names of real woman who were enslaved in the 18th century Caribbean.
“The naming is important,” she said. “I want to give these women a voice.” She found many of the names in the diary of Thomas Thistlewood, a British slave owner who owned the Egypt Plantation in Jamaica in the mid 1700s. He regularly jotted down his rape of his female slaves and also brutal punishments he meted out, as side notes to information about crops and plantation business.
“I first came across the diaries through Douglas Hall’s book on Thistlewood: In Miserable Slavery. The diaries have recently been made available for viewing at the Beinecke Library (rare books) at Yale University and I was recently able to view them there. Before that, they were in a private collection in the United Kingdom. On first reading excerpts from the diary, I was certainly shocked, appalled, horrified.”

Barbados


A typical entry in the diary: Friday, 2nd July, 1768. “In the evening I rode over to Egypt. Coming home, Cum Mirtilla mea, sup. terr. in the old Boiling house piece, by the morass side, over Cabritto Bridge. Gave a bitt.”
“The words in italics are Latin,” said Ms Gardner. “Basically, he raped a slave named Mirtilla on his way home and gave her some money when he was finished. Often the entries also include details of the sexual position he took and punishments meted out.”

While the diary notes may have been written out of some sick need to remember sexual exploits, they also inadvertently shed light on what life was really like for Caribbean slaves in that era.
The reason she includes plants with abortive properties in some of her work, such as Coffee arabica or Bromeliad penguin is that these plants were often the only control that women in the Caribbean and South America had over whether they had children.
“Many slaves did not want to bring a child into such a brutal world,” said Ms Gardner.
Unfortunately, if they were caught they would be placed in torturous iron collars as punishment. Slave masters viewed slave children as new stock and labour.

Barbados


Ms Gardner’s work started to receive a lot of attention in 2004 when she had a show at the Barbados Museum. At first the museum was a little unsure about how the general public would react to such a sensitive topic, but it turned out that the general public showed great interest in her efforts.
“If you bring the subject up in a sensitive manner that allows voices from the past to come out, and do it in a way that is not confrontational, it allows people to access that history, think about it and hopefully understand some of the hurts that have gone on along the way,” she said. “There is a feeling that you can release it if you confront it. If you confront it in the right way then it is a healing process and not something destructive.”

She is currently teaching art history at Fanshawe College in London, Ontario. She lives between the Caribbean and Canada. Her work has been shown in solo exhibitions in the USA, Canada, Spain, and the Caribbean, and she has been the recipient of several awards including the Biennial Grand Prize at the 7th International Contemporary Printmaking Biennial in Trois-Rivières, Quebec in 2011.

She will give a PartnerRe Lecture on Thursday (May 2) from 5.30pm to 7pm at the BNG. Tickets are $10 for members and $20 for non-members. There will also be a free luncheon reception on Friday from 12 to 1.30pm at the BNG and former senior curator of the Nassau County Museum of Art in New York, Franklin Hill Perrell. For more information e-mailadmin@bng.bm or telephone 295-9428.


[from Repeating Islands]

maandag 11 maart 2013

Verdraagzaamheid, een programma voor vrijheid (14)

Foto © Jeffry Surianto


door Willem van Lit

In deel 14 wordt het programma voor de ontwikkeling van het vermogen tot verdraagzaamheid in één aflevering voorgesteld.

Een programma voor tolerantie
Op basis van voorgaande uitgangspunten en het idee van de retorica heb ik een programma ontworpen om het vermogen van de tolerantie tot ontwikkeling te brengen[1]. Het is een programma van tien punten waarin stellingen zijn opgenomen die voor debat vatbaar zijn. Dat het een programma van een mooi rond geheel van tien punten is, berust op toeval; ik heb er niet doelbewust naar toe geredeneerd. De punten kunnen in de volgorde zoals ik ze hier presenteer, gelezen en ontwikkeld worden. Dit is geen noodzaak. Sommige punten zijn eventuele activiteiten die gelijktijdig of in omgekeerde volgorde kunnen plaatsvinden. Het is echter wel zo dat hun kracht alleen gevoeld zal worden, als ze in een zekere samenhang tot uitvoering komen. Kortweg zijn de stellingen voor het debat de volgende:

1.       Welvaart democratiseert en schept voorwaarden voor de basis voor tolerantie.
2.       Vrijheid en waardigheid krijgen een kans als men los komt van de gunst van de gift.
3.       Tolerantie kan pas ontstaan als men het eigenbelang kan onderkennen en als uitgangspunt kiest.
4.       De zogeheten statische ‘wortelidentiteit’ maakt plaats voor de dynamische ‘relatie-identiteit’.
5.       Eigenwaarde kan men gaan ervaren als men zich verbijzondert tegenover anderen vanuit het idee: ‘Ken u zelf’.
6.       Ontwikkelen van zelfredzaamheid is een voorname morele plicht.
7.       Het doorbreken van de barrière van schuld en schaamte gaat op basis van een gemeenschappelijk plan, waarbij het belang van de een nadrukkelijk is verbonden met – ja zelfs voortkomt uit – het belang van de ander.
8.       Men wordt uitgenodigd te ontsnappen aan de eigen leugen door de waarheid niet te monopoliseren.
9.       Het vermogen tot empathie vormt de kern van trots en bevlogenheid in een sociale context.
10.   Het dynamiseren van cultuur ontwikkelt het geestelijke en morele vermogen en daardoor de verdraagzaamheid in de menselijke betrekkingen.

Deze stellingen staan hierna een voor een uitgewerkt en zij vormen de context voor het debat dat hierbij kan worden gevoerd.

Welvaart democratiseert. Als we ervan uitgaan dat welvaart daadwerkelijk democratiseert, dan ligt hier de basis voor het ontwikkelen van de voorwaarden tot tolerantie. Tolerantie kan naar voren komen binnen de context van democratie. Aangezien op de eilanden het geweld van de armoede nog veel huishoudens treft, zijn mensen daardoor niet in staat op een goede manier deel te nemen aan het openbare leven. Zelfs het naar school gaan van kinderen is hierbij in gevaar. Op deze manier ontbreekt een belangrijke conditie om het vermogen tot tolerantie op gang te brengen. De ruilinteractie en het debat moeten eerst op gang komen door het stoppen van het geweld van de armoede. In die zin had Marx gelijk: eerst het vreten en dan de moraal.
Albert Roessingh - Meisjes met baby

Herkennen van de blokkade door de gunst van de gift. Hierbij gebruik ik het voorbeeld van de schoolgang van (jonge) kinderen. Laten we ervan uitgaan dat moeders in een normale situatie willen dat hun kinderen naar school gaan. Op de eilanden wonen veel alleenstaande vrouwen die op jonge leeftijd al kinderen hebben gekregen. Een groot aantal van hen leeft sociaal geïsoleerd door armoede getroffen. Uit schaamte houden ze hun kinderen thuis van school: ze moeten uit geldgebrek dikwijls het ontbijt missen en voor behoorlijke kleding is geen geld. De vraag is hoe men deze moeders met behoud van hun waardigheid de schaamte kan laten overwinnen, zodat ze de kinderen uit eigen beweging steeds naar school brengen of laten komen. De ruilinteractie bestaat er uit dat men van hen heel gericht verlangt de kinderen naar school te sturen in ruil voor materiële voorwaarden, die de reden voor het niet-sturen ongedaan maken. Men beweegt de moeders hun schaamte te overwinnen.

Een dergelijke basis is wat anders dan het ongericht cadeautjes uitdelen in de wijken gedurende verkiezingstijd, zoals een aantal politieke partijen doet. Hiermee koopt men stemmen; het aannemen van ongerichte presentjes is niet vrijblijvend. Het is een vorm van patronage waarmee verplichtingen worden geschapen en dus verlies van eigen vrije keuze in algemene zin wordt verkocht, een vrije keuze die aan de basis ligt van het behoud van eigenwaarde.
Foto © Placeholder

Onderkennen van eigenbelang. Het los komen uit de gunst van de gift kan ontstaan uit het besef van eigenbelang. Ik blijf nog bij het voorbeeld van de alleenstaande moeders. Dit is niet echt willekeurig gekozen. Het basisprobleem op veel Caribische eilanden is verwaarlozing van kinderen, waardoor de brandstof voor beschaming in generaties wordt opgeslagen met alle gewelddadige gevolgen van dien. Het bestuur van de eilanden moet zich bewust zijn van de sleutel van deze situatie. Kinderen zijn de investering voor de toekomst. Men moet de moeders het besef geven dat zij met hun kinderen een waardevol bezit hebben: het belang van de ontwikkeling voor komende generaties. Een bestuur (overheid, regering en betrokken instanties uit het maatschappelijk middenveld) moet de waarde hiervan bevestigen en erkennen. Doordat de moeders hun kinderen gaan ervaren als eigenbelang, ontstaat er een basis voor het tot stand brengen van de ruilinteractie op dit vlak. Het is het startpunt voor het scheppen van ruimte in onderlinge relaties, waardoor dienst met wederdienst kan worden vergolden. Een belangrijk middel om het besef van eigenbelang te ontwikkelen, is het onderwijs. De kwaliteit hiervan moet op de eilanden drastisch omhoog en dit wil onder andere zeggen dat de kinderen op Papiamentssprekende eilanden meertalig moeten worden opgeleid. Naast het Papiamentu moeten zij zeker nog twee tot drie talen leren beheersen: Engels, Spaans en/of Nederlands. Verheffing van het volk, zoals dat deftig heet, is niet meer dan het op gang brengen van de werking van de ruilinteractie. Dit kan door investering in eigen kennis, kunde en competentie met een daaraan gekoppeld bewustzijn van de waarde daarvan. Meertalig opvoeden, zelfs in meer dan twee talen, hoeft voor kinderen geen probleem te zijn. Er zijn op de wereld verschillende voorbeelden te geven van plaatsen waar kinderen zich moeiteloos meerdere talen tegelijkertijd eigen maken. Juist dit bevordert de dialoog en de kunst van het debat.
Antillianité

De dynamiek van identiteit. Doordat mensen de werking van de ruilinteractie leren waarbij ze eigenwaarde en eigenbelang gaan ervaren, onderkennen ze ook de dynamiek van de eigen identiteit. De uitwisseling van dienst en wederdienst is een sociaal evenement; het zijn gebeurtenissen die de relaties tussen mensen in beweging zetten. Men ervaart de dynamiek van de wisselende posities, de inspanning die het kost om in de dagelijkse omgang vooruit te komen. Dit betekent dat de ‘wortelidentiteit’ zijn belang langzaamaan verliest. Men hoeft dan niet meer zo nodig op zoek naar de statische en onwrikbare hoedanigheid van afkomst (daar waarin men denkt geworteld te zijn), geschiedenis, stam of ras om te begrijpen hoe men kan functioneren. Het gaat om de dagelijkse beweeglijkheid van menselijke betrekkingen: de plek, omstandigheid en houding waarin men elkaar ontmoet in vertrouwen, waardering, nabuurschap en dan als kennis, kameraad, vriend, collega of zakenrelatie. De identiteit die hier wordt bedoeld, is de dynamische relatie-identiteit. Dit is een gedachte die onder andere door de Antillanité-beweging op de Frans-Caribische eilanden is ontwikkeld, zoals ik eerder in dit hoofdstuk heb besproken. Het ligt voor de hand dat meertaligheid – zeker op de Papiamentssprekende eilanden – dit type identiteit kan bevorderen.
Foto: Zuleika Coffie

Zichzelf ervaren als bijzonder: ken uzelf. Mensen zullen zichzelf positioneren in het beweeglijke veld van de sociale relaties doordat zij eigenwaarde, eigenbelang en een dynamische identiteit kunnen ontwikkelen. Op deze manier zullen ze zichzelf verbijzonderen, als uniek beleven ten opzichte van anderen in de omgeving. Het is een vergroot besef van het functioneren in de betrekking tot anderen: wat is mijn invloed en wat verandert er doordat ík iets zeg of doe? Wat betekent het voor familie, kennissen, collega’s, klanten, buren en andere relaties? Door de ontwikkeling van het besef van die interacties, is het ook gemakkelijker geworden keuzes te maken: het vertrouwen in eigen kunnen, weten en ervaren is groter geworden (zonder gebruik te hoeven maken van inktzwarte ironie of grof cynisme, het dodelijk nihilisme). Men ziet de effecten van de eigen acties. Hierdoor is de bereidheid tot veranderen van de eigen identiteit ook toegenomen en is de behoefte aan erkenning van (de statische) afkomst steeds minder. De dynamiek van actieve uitwisseling komt sterker op gang. Het zelfvertrouwen neemt in gezonde twijfel toe.
...zelfredzaamheid...

Zelfredzaam zijn. Zoals al eerder gezegd in dit boek kan de reddende waarheid door niemand buiten jezelf worden geboden. Het is dus van levensbelang dat je jezelf veranderbaar opstelt om je eigenheid in de sociale werkelijkheid van elke dag tot uitdrukking te brengen. Zelfredzaamheid wil zeggen dat je loskomt uit de zwijgende rol van het slachtoffer dat vol verzet en passief ontladen een voortdurend appel doet op het latente schuldgevoel van de “daders”. Hierdoor wordt het gevoel van medelijden in stand gehouden samen met de vernederende gunst van de gift, die de afhankelijkheid alleen maar versterkt en de apathie verdiept. Het laat tevens toe dat patronage in bestuur in stand blijft. Zelfredzaamheid betekent dat men actief de uitwisseling met anderen zoekt. Dit onderdeel van de dynamisering van de tolerantie is cruciaal. Het kan uiteraard niet los worden gezien van de voorgaande punten en het vormt een belangrijke sleutel voor verdere ontwikkeling. Op dit punt komt namelijk een eerste omslag in de thymotische energie tot stand. Het onverzettelijke scherm van wrok trilt van zijn plaats en men gaat, gesteund door het gevoel van eigenwaarde én de vrijheid die men ervaart in beweeglijkheid van de relatie-identiteit, zichzelf overtuigen van eigen kracht tot handelen, kennen en kunnen. Als men ontdekt dat het lukt, ontstaat er enthousiasme.
...stekelige verhouding met het 'Moederland'...

Doorbreken van de barrière van schuld en schaamte. Dit punt vereist een aanpak in een breder verband en op een ander niveau. Het is nog wel het meest intrigerende punt van de reeks. Uiteraard staat het niet los van alle andere. Het ligt in het verlengde ervan. Hebben we eerst gekeken naar de werking van de ruilinteractie in de eerste ring (directe omgeving van individuen), bij dit punt moet er een structurele aanpak worden besproken. De sleutel van de oplossing komt uit de hand van bestuurders en hierbij is de houding van de Europese partner in het Koninkrijk van groot belang. Dit hangt samen met het besef dat we in het Koninkrijk van (rijks)délen wonen.

Eerder in dit hoofdstuk heb ik de houding van Nederland als volgt getypeerd: onverschilligheid, die bestaat uit een combinatie van desinteresse, niet-willen en niet-durven. Het is de houding van neerbuigendheid vanuit een zelfgenoegzame fatsoenscode in samenhang met gêne, het schuldgevoel om het verleden. Hierdoor wordt een cultuur van vermijding in stand gehouden en die wordt verward met tolerantie. Dit is heden ten dage nog steeds de kern van de opstelling van waaruit politiek wordt gevoerd binnen het Koninkrijk der delen Nederlanden. Het is een merkwaardig soort conformisme waaraan niemand zich wil onttrekken, maar het leidt tot een halfslachtige vorm van ruilinteractie [2]. Hierdoor onderhoudt men vanuit het Europese deel van het Koninkrijk de aard en de werking van patronage, de nepotisme-economie, zoals Signer dat noemde (hoofdstuk 5 onder “Bestuurlijk knutselen”). Zo is de patstelling van de ziekmakende omhelzing op politiek gebied geschetst: de effecten van een voortdurend uitgesteld leven, die de verhoudingen in het Koninkrijk der delen steeds meer verzieken. Ook de opsplitsing van het land Antillen op 10 oktober 2010 heeft hieraan bijgedragen. Het bood en biedt geen oplossing. Het was de oplossing van opportunisten en halfslachtige onverschilligen die tot een nieuw uitstel met voortgaande stagnatie en verdere teloorgang leidt. Wat ontbreekt, is een integraal inhoudelijk plan binnen de totale context van het Koninkrijk met een substantiële bijdrage van het Europese deel. In zo’n plan moet de Europese partner zich de vraag stellen: “Wat zit er voor ons in of wat heb ik er aan”? Deze vraag moet komen vanuit de intentie wat we gezamenlijk écht willen met het koninkrijk en wat ieders idee en voorstellen zijn voor het geheel. Voor de Caribische Nederlanders is een directe en open lijn met Europa van groot belang, maar hoe die er precies moet uitzien en wat exact de voordelen daarvan zijn, moet helder gemaakt worden. Iedere bewoner van de eilanden moet dat kunnen zien en ervaren. Het Europese Nederland moet een actieve rol vervullen in het ontwikkelen van de relatie tussen het Caribische deel en Europa. Zo kan Europa via de eilanden de voordelen gaan ervaren van de treeplank naar opkomende economieën in Zuid- en Midden-Amerika. De Caribische eilanden hebben een strategische positie in die lijn.

Als de werking van de interactie van dienst en wederdienst niet van de grond komt, moet het Europese Nederland zich realiseren dat men geconfronteerd blijft met de slepende stagnatie, gevangen in het mechanisme van het voortdurende uitgestelde leven en de ziekmakende omstrengeling van schuld en schaamte. Dit is onontkoombaar. Guépin noemde dit de talio van de wraak, de ruilinteractie van de wraak waarbij wandaad met wandaad wordt vergolden en meer dan dat, omdat in de wraakneming het “dubbel en dikke” er nog bovenop komt. Dit kan alleen maar ongedaan gemaakt worden als men het kan “ontveinzen door edele motieven”, zoals hij dat noemt. Omgekeerd geformuleerd wil dat zeggen dat men vertrouwen moet winnen door oprechtheid van intentie. Dat is al moeilijk genoeg en dit kan alleen maar komen vanuit een werkelijke interesse in een gezamenlijke oplossing, een federaal getint plan voor het hele Koninkrijk. In mijn eerdere boek De Caribische eilanden, het alternatief heb ik een uitgebreid voorstel gedaan tot de ontwikkeling van een dergelijk plan. Hiervoor is momenteel nog een restauratie nodig van het land Antillen, waarbij men in de relatie tot Europa eindelijk eens aan de federale staatsvorm kan gaan werken. Dát het Koninkrijk der Nederlanden een federatie is, zal ik later in dit hoofdstuk aan de hand van de ideeën van Michiel Bijkerk toelichten.

De waarheid niet monopoliseren. En ontsnappen aan de eigen leugens. Het Europese Nederland kan niet los gezien worden van het gehele Koninkrijk. Indien men tracht te ontkomen aan deze werkelijkheid, zal men er telkens weer (eventueel met misbaar) bij gesleept worden. De wederzijdse huidige houding en relaties hebben heel duidelijk een invloed op de interne verhoudingen binnen de eilanden zelf. Deze situatie trekt opportunisten, fanatici en nationalistische populisten aan die de verhoudingen steeds op scherp zetten. Ze hameren zonder oponthoud op de brandende complexen van schuld en schaamte. Men zegt daarbij dat de interne verhoudingen polariseren en dat dit in ernst lijkt toe te nemen. Gepolariseerd wil zeggen dat de spelregels van dialectiek en retoriek geweld aan worden gedaan: de zelfbeheersing bij opvattingen en in taalgebruik raakt steeds verder zoek. Het dreigt te ontsnappen aan de redelijkheid. Op het ogenblik dat ik dit schrijf, is er (wederom) een politieke crisis op Curaçao waarbij de tegenstanders op zekere momenten met elkaar op de vuist gaan [3] .

Loskomen van fanatisme en opportunisme is geen gemakkelijke opgave. Het hangt samen met de opvatting de beste te zijn of in elk geval het idee dat je opponent minder gelijk heeft en het je op grond daarvan geoorloofd is elke gelegenheid te baat te nemen de ander dwars te zitten om er zelf beter van te worden, zelfs als je daarvoor (tijdelijk) vrienden zou moeten worden. Fanatisme gaat daarbij soms gepaard met veel thymotische energie, die latent aanwezig is en die laaiend tot uiting komt bij confrontaties. Fanatici zoeken veelal de randen op van de democratische spelregels of gaan er overheen, terwijl ze hun tegenstanders zelf heftige verwijten maken als deze gebruikmaken van middelen om de democratie te verdedigen. Om verdraagzaamheid te ontwikkelen – als vermogen – is de gecombineerde werking van de voorafgaande middelen, methoden en manieren nodig. Men moet los komen van de gunst van de gift, het patronagesysteem, zowel binnen de eigen eilandverhoudingen als in de relaties binnen het Koninkrijk zelf (punten 3 en 7). Daarnaast – en tegelijkertijd – is het noodzakelijk de dynamiek van de eigen identiteit te gaan ervaren (mentaal los komen van de zogeheten wortelidentiteit) (punten 4 en 5). Hierdoor leren we onszelf te verbijzonderen ten opzichte van anderen in een sociaal krachtenveld. We leren ook een beweeglijke positie in te nemen vanuit het besef het eigenbelang te dienen als we dat van de ander in de gaten houden. Tegelijkertijd zal zelfredzaamheid tot ontwikkeling komen (punt 6). Doordat in deze combinatie de eigenwaarde beter tot ontwikkeling komt, zal het minder nodig zijn vast te blijven houden aan het eigen gelijk. De ruilinteractie is van levensbelang om de verdraagzaamheid te kweken.
Uit The New Yorker

Empathie als bron voor trots en bevlogenheid. Zichzelf bevrijden van de kleefwand die apathie en lethargie heet. Dit kan gebeuren als men de eigen dynamiek in menselijke betrekkingen als energiegevend gaat ervaren: de interactie tussen mensen komt op gang op basis van eigenwaarde. Dit is het noodzakelijk vermogen tot empathie en het brengt een ander thymotisch karakter: die van trots en bevlogenheid. Trots ontstaat als men zichzelf als waardevol gaat ervaren bij menselijke betrekkingen. Bevlogenheid ontstaat als men zichzelf voelt groeien binnen die verbanden: men kan iets betekenen voor de ander. Ruilinteractie krijgt de vorm van genegenheid, constructieve dienstverlening en genoegdoening door uitwisseling van welgemeende waardering: gemeenschapszin die de sociale cohesie versterkt. Dit is geen naastenliefde maar ervaring van kracht die ertoe doet: men kan zichzelf via de ander als waardevol gaan ervaren waarbij men de eigenheid herkent: het principe van ken uzelf.
Sofie Hollander - Schoenrelatie

Dynamiseren van cultuur. Dit is het laatste punt. In het voorgaande ben ik voortdurend uitgegaan van de redelijkheid als beginsel van het menselijk handelen en denken. Het gaat er hierbij voortdurend om weg te blijven uit de valstrikken van de paradoxen van vrijheid, tolerantie en dogmatisme. Hiertoe moeten we ons voortdurend oefenen in eerbied door het onderhouden van het besef van eigenwaarde en het belang van de ander. Het is de verzameling van wegen die mensen in vrijheid moeten bewandelen in de constante zoektocht naar waarheid over zichzelf en de dagelijkse werkelijkheid. Beschaving. Zo heet dat. Met het idee dat dit de sociale werkelijkheid is waar geweld geen rol meer mag en kan spelen. Cultuur als Bildung.

Zelfredzaamheid: Barbados
Om het wederzijdse karakter van de oefeningen in beschaving te typeren, hebben we het begrip gemeenschapszin[4]. Hierin zit uitdrukkelijk besloten dat alle groepen in de samenleving de noodzaak moeten ervaren hieraan deel te nemen. Het oefenen van verdraagzaamheid in een dynamische cultuur vergt de bijdrage van elke deelnemer, individueel en in groepsverband. Zelfredzaamheid is hierbij een belangrijk element.

(wordt vervolgd)




[1] Volgens Guépin is dialectica een vraag- en antwoordspel waarin de vrager door het stellen van vragen die de antwoorder wel moet beamen, de antwoorden dwingt zijn uitgangsstelling (principium) te herzien en dit staat tegenover de retorica, dat een debat is tussen twee of meerdere personen. Guépin, De Beschaving, pag. 50 en 149.
[2] Guépin heeft de werking van de ruilinteractie op politiek terrein beschreven in situaties waarbij in de oudheid grote rijken door veroveringen en kolonisatie ontstonden, zoals in het val van het Perzische rijk (o.l.v. Cyrus) of bij Alexander de Grote. De heersers toen begrepen dat het veel verstandiger zou zijn als men de veroverde volkeren in hun waarde liet en “ieder naar waarde en specialisatie, te laten bijdragen tot de algemene welvaart, en daarmee die van de heersende dynastie”. Men begreep – met andere woorden – dat men gebruik moest maken van ieders potentieel en ambities om tot een gezamenlijk voordeel te komen en dat men daarbij ieder moest stimuleren aan die gezamenlijke inspanning deel te nemen, zonder elkaar uit te sluiten, te vernederen of te verketteren. Op deze manier zou ieder er beter van worden. Guépin noemt dit: inzien van het nut van tolerantie. Guépin, De Beschaving, pag. 241.
[3] Op internet verschijnt een fictief krantenartikel, waarbij een scenario wordt geschetst bij een Curaçao dat ongeveer een half jaar onafhankelijk is. De noodtoestand is uitgeroepen; er zijn mensen op politieke gronden gearresteerd en er lopen knokploegen door de straten. De fanatici en misdadigers hebben de macht gegrepen. Nederland roept: “Da’s dan jammer. We hebben het nog zó gezegd”. 13 september 2012 ‘Golf van arrestaties na noodtoestand’.
[4] “Gemeenschapszin, oikeosis, societas, als ‘wenkend perspectief’, een universeel Idee dat eenieder ‘begiftigd met rede en geweten’ motiveert zich in de geest van broederschap te gedragen”. Ida Lamers – Versteeg, pag. 2.