Posts tonen met het label Barron Gerrit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Barron Gerrit. Alle posts tonen

zaterdag 5 april 2014

Kinderen Marowijne leven zich uit tijdens boekenfestival

Kinderen van Marowijne tonen hun talenten op het podium. (Foto © KBF)


Talentvolle jeugdigen uit Marowijne hebben op het podium laten zien wat ze kunnen. Onder hen waren er presentatoren, vertellers, zangers, drummers, toneelspelers, rappers, dansers, muurschilders, musicalspelers, dichters en schrijvers. Ook ouders die met hun kinderen zijn meegereisd vanuit verschillende dorpen in het Boven Marowijne- en Tapanahoniegebied hebben tijdens het kinderboekenfestival kennis genomen van educatieve activiteiten die hun kinderen doen groeien, meldt het Kinderboeken Festival (KBF).

Meer dan drieduizend kinderen hebben het festival in de ochtenduren bezocht - van peuters, kleuters, basisschoolleerlingen, VOJ- en VOS-leerlingen. In het middagprogramma participeerden woensdag ruim 800 bezoekers, donderdag 1000 en op de slotmiddag vrijdag bezochten 1200 kinderen en volwassenen het kinderboekenfestival op Albina. Enkele festivalactiviteiten waren opvoering van de musical Marwina gaat naar school onder leiding van Annelies den Boer-Aside en Sandra Purperhart, de activiteiten van het Nucleus Centrum Albina, de gastschrijver Peter Vervloed en filmproducent Peter Lammerts van Stichting Mondiall. Eftee Books verzorgde een Karaoke-activiteit, Gerrit Barron van Boekhandel Afaka leverde een bijdrage aan het festival. Er was een workshop voor opvoeders 'In liefde opgroeien doet levenslang bloeien'.

Geconstateerd is dat de jeugd van Marowijne weinig educatieve activiteiten heeft, waardoor hun belangstelling vaak naar minder positieve bezigheden uitgaat. Yvonne Caprino, Agnes Ritfeld en Karin Blufpand van het KBF uitten hun ernstige zorg hierover tegenover districtscommissaris Theodorus Sondrejoe en gaven aan dat als er niet onmiddellijk geïnvesteerd wordt in educatieve activiteiten die op structurele basis in het district plaatsvinden, er een gebrek aan goed gevormde, voorbeeldige jeugdigen zal zijn, die leidinggevende posities kunnen overnemen! De verwachting is dat beleidsmakers en functionarissen van het ministerie van Onderwijs, van Jeugdzaken en van Regionale Ontwikkeling zich ernstig over groei en ontwikkeling van Marowijne zullen buigen, stelt de organisatie.

[van Starnieuws, 5 april 2014]


zaterdag 29 maart 2014

‘Anansitori zijn niet bedoeld voor kinderen’

Gerrit Barron
Interview met Gerrit Barron

door Jerry Dewnarain & Christine F. Samsom

... een opmerkelijke uitspraak aan het eind van ons interview met de kinderboekenschrijver Gerrit Barron. ‘Anansi is een oplichter, een dief. De tori over hem werden/worden verteld door volwassenen op onder andere ded’oso en zijn bedoeld als agersitori.’ We staan op het punt Tori Oso te verlaten na een twee uur durend interview waar de twee redacteuren van de Ware Tijd Literair hebben geluisterd naar de woordenstroom van deze bekende Surinamer-in-hart-en-nieren.

Vorig jaar vierde Gerrit Barron zijn veertigjarig schrijversjubileum. Wat heeft hem gestimuleerd om schrijver te worden? We hoeven ons interview niet te beginnen met de vraag: ‘Wie’s je vader, wie’s je moeder?’ Hij begint zelf te vertellen: ‘Schrijver word je niet zomaar. Het heeft alles te maken met je wordingsgeschiedenis. De ervaringen om je heen hebben je beïnvloed.’


Hij werd in 1951 geboren in Moengo in een gezin van elf kinderen uit Coroniaanse ouders, met voorouders uit onder andere India en St. Lucia. Zijn vader is werkzaam bij Suralco als security guard en in zijn vrije tijd als landbouwer. Gerrit woont als tiener midden in de ‘apartheid’, de klassentegenstellingen in het bauxietstadje Moengo van de jaren zestig. Daar vertelt hij indringend over. Met het verzet daartegen is zijn nationalistische kijk op de Surinaamse samenleving begonnen. Na het mulo - waar hij kennis maakt met het werk en de persoon van Dobru en waar hij zich al bezighoudt met het schrijven van gedichten, maar ook met toneel, dans en voordracht - vertrekt hij naar de stad om op het Algemeen Pedagogisch Instituut (API) voor onderwijzer te studeren. Hij maakt de grote stakingen van 1973 mee met als dieptepunt de dood van de vakbondsman Abaisa en publiceert in dat zelfde jaar zijn eerste gedichtenbundel, Falawatra.

In 1974 vertrekt hij naar Nederland, haalt er zijn hoofdakte en werkt als remedial teacher. Veel gezinnen verlaten in die tijd vóór de onafhankelijkheid Suriname. Hij merkt hoe de Surinaamse kinderen worstelen met het onderwijs in Nederland. Er zijn geen boeken voor hen. Voor het eerst komt het idee bij hem op om boeken te gaan schrijven voor het Surinaamse kind.


Toch debuteert Barron met poëzie voor volwassenen: Falawatra (1973), Bloeddruppels op mijn kussensloop (1975) en Surinamensje in powesi (1977). Na terugkeer in 1977 komt hij het volgende jaar uit met zijn eerste kinderboek, Een lach en een traan, mede geïnspireerd door de regisseur en poppenkastspeler Henk Zoutendijk. Sinds 1978 schrijft hij voor kinderen en wordt de meest gelezen auteur van Suriname. Een lach en een traan (1978) gaat over het alledaagse leven van kinderen in een gezin, maar Barron beschrijft het verhaal met pedagogisch vermanende vinger, zoals eigenlijk in al zijn kinderboeken te merken is. Het gezin bestaat uit vader Johan, hindostaan, moeder Thea, creoolse (wat nadrukkelijk vermeld wordt) en hun vier kinderen: een meisje van zeventien, drie jongens van respectievelijk vijftien, elf en tien. De jongsten, Harold en Kela, zijn nogal eens ondeugend en halen allerlei kattenkwaad uit. Maar alles komt steeds weer goed, want het is een leuk gezin en bij de Soravasinghs ‘wordt er meer gelachen dan boos gekeken.’

Titri en Toto (1979) is voor kinderen van de laagste klassen die net hebben leren lezen. Het is een verhaaltje over aka, Surinaamse roofvogels. Barron wil hiermee zijn jonge lezers ook bewust maken van de flora en fauna van Suriname. Via de Stichting Kinderkrant verscheen Bij Anoekoe in het dorp (1980). De twee jongens uit Een lach en een traan, Harold en Kela Soravasingh, gaan in het Surinaamse binnenland logeren en beleven er allerlei avonturen. Het is een vlot leesbaar verhaal van 31 bladzijden. De overzichtelijke bladspiegel, de duidelijke letter en niet het minst de tekeningen van Paul Woei maken dit boek aantrekkelijk voor kinderen. Er gingen meer dan 20.000 exemplaren van over de toonbank van winkels naar scholen.

Een boek voor wat oudere kinderen is Barrons Kamla en de vergulde man (1981). Oom Tapi vertelt een fantastisch verhaal aan Kamla en Astrid over de indianen en hun hoofdman Lindo - een vergulde man - en de witte veroveraar Jan Pieter Jansen. De koning is er nog steeds maar heeft zich onzichtbaar gemaakt. ’s Nachts droomt Kamla. Ze wil Lindo zoeken en wordt geholpen door de bakru (geest) Kimpo en heel wat dieren als sneki, owrukuku, aboma, anyumara, aasgier en schildpad.

Avonturen van Kira en Kisa (1984) is bedoeld voor kleine kinderen. In het bos krijgt een kapasi (gordeldier) vijf jongen in het hol van de slang. Als het bos brandt wordt een jong door een roofvogel gevangen, de moeder wordt de prooi van de jager die ook nog twee andere kleintjes vangt en meeneemt. Alleen Kira en Kisa blijven over. Ze moeten zich nu grotendeels zelf redden, graven een groot hol, zoeken eten, enzovoort. Ze proberen de twee gevangen kapasi te bevrijden, maar dat mislukt.

Het geheim van de Goslar (1984) is een spannende detective. Harold en Kela gaan bij hun oom en tante in Paramaribo logeren. Ze leren de stad kennen via een buurjongen Steven. Deze heeft een papier van de kapitein van de Goslar uit 1940. Steven vertelt over het zinken van het schip midden in de Surinamerivier toen de wereldoorlog ook naar Suriname oversloeg. Wat was er allemaal aan boord? Wat had de Duitse kapitein te verbergen? De drie jongens besluiten op onderzoek te gaan. Barron schreef met dit boek een gefantaseerd verhaal dat van historische gegevens gebruik maakt: het is een traditionele detective in Surinaamse setting. Barron verwerkte ook enkele politiek-sociale elementen. De eigen omgeving is natuurlijk iets wat de jeugd aanspreekt.

Het wrak van de Goslar in de Surinamerivier. Foto © Raw Fotografie


Opgevoed met westerse helden als Tarzan en Winnetou uit Amerikaanse kinderboeken en de olifant Babar uit de Franse kinderliteratuur, streeft Gerrit Barron doelbewust naar het creëren van eigen helden met wie Surinaamse kinderen zich kunnen identificeren in het proces van dekolonisering: Boni, Barron, Jolicoeur. Hij ziet het kinderboek als een middel om je eigen identiteit te ontdekken, trots te zijn op jezelf. ‘Daarom’, zegt hij, ‘zijn mijn boeken meer familieboeken, waarin niet alleen kinderen, maar alle gezinsleden zich kunnen herkennen.’ Nationalisme is voor Barron geen gepasseerd station. Daarin heeft Dobru hem geïnspireerd. Wie zijn wij? Kennen we ons land? Harold en Kela, de twee kinderen die in verschillende van zijn boeken voorkomen, brengt hij van het district Saramacca naar de stad: Het geheim van de Goslar, vandaar naar het binnenland: Bij Anoekoe in het dorp en naar Fort Buku in een binnenkort te verschijnen boek.

Behalve in Avonturen van Kira en Kisa gaat het ook in Titri en Toto en Het verhaal van Bati en Dew onder andere over de natuur van Suriname, maar ook saamhorigheid en medeleven spelen een belangrijke rol, zoals ook in De kinderen van Sadoema, waarin bakru-kinderen met een beperking blijken te zijn die hulp nodig hebben. Alle kinderboeken van Barron noemen is ondoenlijk. Het zijn er in ieder geval heel veel! Als extra verrassing geeft hij de laatste jaren bij elk boek een poster cadeau, als alternatief voor de Donald Duck-, Dora- en Assepoester-posters die in zoveel kinderkamers aan de muur hangen. In alles merk je het: Gerrit Barron wil kinderen én volwassenen trots maken op het eigene.

Hij is blij met het jaarlijkse Kinderboekenfestival, al spreekt hij liever van een Kinderfestival met het boek als thema. Bereiken we ons doel, namelijk van het kind een leisibakru maken? En wat doet het Minov? Barron verwijt het Minov een groot gebrek aan visie, het eigene komt in het onderwijs weinig of niet aan bod. In alle landen om ons heen worden kinderboeken van eigen bodem op school gebruikt, in Suriname niet. Het Minov is een conservatief bolwerk, waar teveel mensen zitten die ons onderwijs zien als een verlengstuk van het Nederlands onderwijs. Ten slotte, er is nog zoveel meer te zeggen over deze ‘lusumbe’ (duizendpoot). Zo heeft hij naast zijn bakru om kinderboeken te schrijven, ook spelletjes uitgegeven als Taxibo, die hier spelen. En hij heeft iets met plattegronden en landkaarten, waarin helden van Suriname een speciale plaats innemen en gebergten een nieuwe, Surinaamse naam krijgen. Zijn boodschap geeft hij ook door via zijn radiostation in Moengo, ‘Barrons Omroep Bedrijf’ (BOB).

Voor Barron geldt: ‘Sabi Su’ fosi, bifo yu kari kari ‘I love Su’!

zaterdag 22 maart 2014

Populairste Surinaamse kinderboeken

Het Kinderboekenfestival in Paramaribo van 3 tot en met 8 maart, was een succes. De organisatie was vlekkeloos en daardoor was de sfeer ontspannen en vrolijk. De kinderen zijn in de loop der jaren ‘gegroeid’. Ze durven meer, communiceren beter en laten zien dat ze nadenken.

Het Kbf in stad en districten is een steeds terugkerende activiteit die de jeugd (en hopelijk ook de leerkrachten) beslist doet ‘groeien’, het thema van dit jaar.

Dat is een zegen in deze samenleving waarin veel mensen niet durven te praten over moeilijke onderwerpen en weinig weten van onze geschiedenis vanaf de onafhankelijkheid. Daardoor kunnen ze de huidige situatie van het land ook niet begrijpen.

In de stand ‘Lees je wijs!’, voor de klassen 4, 5 en 6, mochten de kinderen na de Surinaamse jeugliteratuur bekeken te hebben op een flap schrijven naar welk boek hun voorkeur uitgaat. 310 kinderen hebben dat gedaan! Ze hebben 85 boektitels opgeschreven. De meeste stemmen, 48, heeft voor de zoveelste keer de serie over het meisje uit het binnenland, Amaisa, uitgegeven door PCOS, oorspronkelijk ter ondersteuning van een taalcursus voor moeders van jonge kinderen in dorpen aan de Boven-Suriname. Eenvoudige en herkenbare boekjes met duidelijke illustraties bij korte teksten.

Tweede werd De fiets van Anne Huits, met 25 stemmen, over een meisje dat leert fietsen, net zo eenvoudig. Veel andere eenvoudige boekjes werden gekozen door de vierde, vijfde en zesde klassers, onder andere uit het grote aanbod van schrijversgroep Wagina uit Wageningen. De leesontwikkeling staat nog aan het begin en daarmee dient rekening gehouden te worden. Een grote vooruitgang is dat Laat me niet alleen van Indra Hu, een echte jeugdroman en nog wel over hiv en aids, 12 stemmen kreeg! Kennelijk is het in sommige zesde klassen behandeld!

Ten slotte een opvallende opmerking van Gerrit Barron die een stapel kinderboeken op zijn naam heeft staan en aan wiens 40-jarig schrijverschap ‘dWTL’ binnenkort aandacht besteedt. In het actualiteitenprogramma ‘Halaat’ van RBN-TV vertelde hij, staande voor zijn stand op het Kbf, dat er regelmatig Surinaamse kinderboeken uit schoolbibliotheken verdwijnen. Ook bij bovengenoemde stand ‘Lees je wijs!’ wordt dat opgemerkt: Surinaamse kinderen dragen geen Nederlandse kinderboeken weg, wel Surinaamse. Daarmee geven ze ons in ieder geval een sein: ‘Geef ons maar Surinaamse boeken!

zaterdag 1 maart 2014

Groeien in Nickerie op het Kinderboekenfestival


door Els Moor

Van 3 tot en met 5 februari was het eerste Kinderboekenfestival van dit jaar in Nickerie.  Nickeriaanse kinderen zijn over het algemeen flink; ze durven te praten, hun meningen te uiten. In mijn stand ‘Lees je wijs!’ging het steeds over het thema ‘groeien’. We begonnen met een versje dat gezegd werd, samen in de kring, en met gebaren en bewegingen werd uitgebeeld:

Groeien, groeien, groeien / Wij leren, wij spelen, wij stoeien / daardoor wordt ons hoofd wijs en ons lichaam lang / Zo groeien we elke dag een beetje meer’/ bewegen helpt ook mee , elke keer / En door boeken te lezen gaan we op reis / Leren de wereld kennen: Lees je wijs!

Daarna werkten we met een boek waarin het thema ‘groeien’aan de orde komt, aangepast aan de leeftijd van de groep. Dit gebeurde  nog steeds in de kring, maar nu zittend op stoelen. Een boek over Nickerie voor oudere kinderen  is  De kleine Jaggernath, van Gerrit Barron. Het gaat over twee buurkinderen, een jongen en een meisje, die niet met elkaar mogen omgaan. Het verhaal speelt omstreeks 1930. Toen mochten jongens en meisjes elkaar niet aanraken, niet naast elkaar lopen, enzovoort. Deze twee groeien enorm in wijsheid. Soms hebben ze stiekem even contact. Er groeit een verliefdheid. Ze laten zich niet van de wijs brengen: ze leren goed, komen voor vervolgonderwijs in de stad terecht en later op een universiteit in Nederland. Zij wordt zelfs arts…  en hij later een groot politicus. En ze trouwen! Groei dus door eigen inzet, maar ook door steun van volwassenen die hun inzet en capaciteiten inzien.  Is Nickerie gegroeid sinds die tijd? Ja, bevestigen de leerlingen: er is een weg naar de stad, Nickerie is een echt stadje geworden met veel bedrijven. En hoe gaat het tussen jongens en meisjes? Stilte. Nu mogen ze naast elkaar lopen, samen spelen, sport beoefenen, samen in dezelfde klas zitten, maar trouwen? Dat is toch vaak nog moeilijk, komt er met moeite uit, als de ouders de partner niet uitgezocht hebben… vooral in de polders. Wel groei dus, maar die groei moet wel nog groeien!
Kindermusical 2013 van het KBF

De musical
Ook weer in Nickerie heeft Sandra Purperhart, deze keer samen met leerkracht Dorien Mac Donald,  met de kinderen van scholen in het district een musical voorbereid, Nickerie yu alesi en meki wi gron. Rijst deed en doet Nickerie groeien. Vanuit het heden wordt teruggekeken naar het verleden van het district. Op een originele manier: kinderen en jongeren praten op het ‘Brassaplein’ met de zeer oude  ex-districtscommissaris  Bharos, die een sociaal voelende dc was. Voor de jeugd in de musical is hij een ‘opa’. ( In werkelijkheid is hij al overleden.) Hij praat met hen en vertelt over het verleden van het district, over de ontwikkeling van de rijstcultuur, hoe eenvoudig het leven in zijn jeugd was, hoe hij opgroeide met melk, rijst,  suiker en bacoven. Hij werd gespeeld door een talentvolle jongeman uit het mulo-onderwijs, die ook nog een geweldige zwemmer is.  Later komt de huidige dc ( een jongen van 8 jaar in uniform met pet op) die de scholen eigen computers belooft en ook ‘the first lady’ (een mooi meisje).  Verleden en heden  komen naar voren. Het goede van nu, maar ook het slechte, hoe stropers de prachtige rode ibissen dood maken om ze op te eten en hoe ook in Nickerie de bescherming van de rijke natuur niet altijd serieus genomen wordt.  Het pedagogische aan de musicals van Sandra Purperhart is dat ze de kinderen losmaakt, doet groeien en bloeien. Ze durven vrij te praten en vooral ook te zingen en te dansen. Het enthousiasme straalt van ze uit. Groepjes die al dansend en zingend de natuur van Nickerie laten zien. Creatief en vol beweging is de musical en beweging doet groeien! Groeien is een prachtig thema voor zo’n musical!

Het beeld van Tata Colin in Totness
Foto © Michiel van Kempen
Tata Colin
Er waren ook groepen uit Coronie op het Kinderboekenfestival in Nickerie. Van een groep uit Totness wist niemand wie hun grote held Tata Colin was, van wie er nota bene een standbeeld staat op het plein in het dorp. De geplande vertelstof verdween en Tata Colin stelde zich voor aan de groep en vertelde over zijn leven, hoe hij als slaaf een soort bonuman was, langzaam maar zeker de andere slaven aanzette tot opstand. Hoe hij door  toedoen van zijn masra wreed afgetakeld werd en drie jaar zijn vermogen tot spreken kwijt was, later in een slavenziekenhuis gezet werd,  waar zijn mede-opstandelingen hem nog stiekem bezochten en waar hij weer kon praten. Hoe hij uiteindelijk in de stad in Fort Zeelandia werd opgesloten, maar voordat hij teruggevoerd zou worden naar Coronie om als afschrikwekkend voorbeeld opgehangen te worden… was hij verdwenen uit zijn afgesloten cel. We hebben er een verzonnen stukje aan vastgeknoopt. Toen de slaven dit hoorden, kregen ze weer moed en  kwamen ze werkelijk in opstand en met z’n allen takelden ze de masra die hen bezocht op hun plantage af. 

Van  Ruud Mungroo  ( 1938 – 2003)  is er in 1982 een boekje verschenen, en in 1989 een herdruk,  Tata Colin, met dit verhaal. Het is duidelijk dat dit herdrukt moet worden en op de scholen van Coronie terecht moet komen! Als er weer een Kinderboekenfestival  in Coronie is? Met een musical over de held die weg weet te vliegen uit zijn gevangenschap? Een motief uit de Caraïbische literatuur, en zelfs van de Nobelprijswinnares in de VS, de zwarte schrijfster Toni Morrison. 



donderdag 20 februari 2014

Internationale Dag van de Moedertaal

Elk jaar wordt door de UNESCO op 21 februari de Internationale Dag van Moedertalen gevierd. Voor de UNESCO zijn talen het instrument om het culturele erfgoed levend te houden. Door de moedertaal in ere te houden, blijft de taalkundige en culturele traditie bestaan en wordt men zich meer bewust van de verschillen tussen de diverse mensengroepen, hetgeen moet leiden tot meer onderling begrip.

Ook dit jaar zal het Directoraat Cultuur van Suriname aandacht besteden aan deze dag. Het Thema van 2014, is ”de Mogelijkheden van de Surinaamse talen; gedichten en verhalen.”

De Afdeling Cultuurstudies van het Directoraat Cultuur nodigt u uit ook dit jaar de Internationale Dag van de Moedertalen te vieren.
Gerrit Barron (rechts) wordt geïnterviewd

Datum              : vrijdag 21 februari 2014
Tijd                  : 19.30-  22.00 uur
Plaats               : Self Reliance auditorium (ingang Heerenstraat)

De hoofdspreker dit jaar is de heer Eddy van de Hilst. Hij zal het hebben over mogelijke oorzaken waarom het correct spreken van het Sranan door velen als moeilijk wordt ervaren.

Gerrit Barron, zal de vooroordelen die er bestaan over het niet romantisch zijn van het Sranan bespreken en middels voordrachten de mogelijk demonstreren.
Er zullen ook verhalen en gedichten worden voorgedragen in het Surinaams- Javaans, de Inheemse talen en de Marrontalen.
Na de presentaties zal gelegenheid worden geboden voor het stellen van vragen.
In verband met organisatie van voorzieningen wordt u dringend verzocht u uiterlijk op 20 februari 2014 - bijvoorkeur per email - te melden met volledige naam en telefoonnummers bij: dir_cult@hotmail.com/

Voor nadere informatie  kunt u bellen naar het Directoraat Cultuur telefoon 520582 of 08602172.


zaterdag 18 januari 2014

Dieren in de Surinaamse kinderliteratuur: info voor jeugdbegeleiders


 door Els Moor

Kinderen hebben over het algemeen belangstelling voor dieren. Ze vinden het dan ook fijn om verhalen over dieren te horen of om er boeken over te lezen en de plaatjes te bekijken. In ons land met zijn rijke natuur leven veel-veel dieren, van verschillende soorten. Wilde dieren in het bos, maar ook tamme bij mensen. Er zijn verhalen over dieren van vroeger, zoals over Kantjil en Anansi, maar kinderboekenschrijvers van nu hebben zelf verhalen verzonnen waarin dieren een belangrijke rol spelen, of boeken met illustraties zodat kinderen de verschillende dieren leren kennen. We geven hieronder een overzicht van kinderboeken waarin dieren belangrijk zijn. Dat zijn er heel wat, maar vanwege de ruimte moeten we een keuze maken.

- ANANSI
Er zijn rijk geïllustreerde boeken met de oude anansitori. Het bekendste: Het grote Anansiboek van Johan Ferrier met tekeningen van Noni Lichtveld, bezorgd door uitgeverij Conserve in 2010. Hierin zijn de verhalen opgetekend zoals Ferrier ze voor de Nederlandse televisie vertelde. Noni Lichtveld heeft ook zelf een anansiboek gemaakt, Anansi de spin weeft zich een web om de wereld, de tweede editie is uitgegeven bij VACO in 2012. Er zijn redelijk veel anansiboekjes waarvan het verhaal verzonnen is door de schrijver. Van Ismene Krishnadath: Nieuwe streken van koniman Anansi (1989) en Bruine bonen met zoutvlees (1992). Moderne verhalen die aansluiten bij die moeilijke tijd van schaarste en de Binnenlandse Oorlog. Anansi moet alsmaar streken bedenken om zichzelf en zijn gezin te redden. Ook Marylin Simons heeft een grappig anansiboekje, Anansi Dala (PCOS, 2004), dat goed past bij de moderne tijd, waarin zoveel mensen altijd op geld uit zijn, op wat voor manier dan ook.

- KENNIS OVER DIEREN
Op een leuke manier kennis verwerven over verschillende dieren is een doel dat Wim Veer en Gerrit Barron nastreven met hun dierenboekjes. Van Wim Veer is de serie fotoboekjes over verschillende dieren, met een verhaaltje waarin veel info over het betreffende dier: tjamba de raaf; misi powisi; modo todo; kwibus de ibis; awari en de kip; het doksje dat niet wilde zwemmen en Wat vliegt daar? Vogels rond het huis (uitgegeven in eigen beheer met prachtige fotos.)

En van Gerrit Barron: Titri en Toto over twee jonge vogeltjes, met als thema zelfstandig worden, en zijn serie uit de jaren 90 over allerlei dieren, zoals Een korjaal vol dieren en Een sloot vol vissen.
Rupsje Regenboog van Indra Hu geeft op een beeldende manier in een verhalend gedicht weer hoe Rupsje Regenboog zich ontwikkelt tot een prachtige vlinder. Het verhaal kan kinderen aan het denken zetten: Rupsje wordt een mooie vlinder... wat word ík later?

- DIEREN IN HET BOS
Een leerrijk thema. Monique Pool heeft op dit gebied een prachtig experiment uitgevoerd. Carlize gaat naar het bos/... goes to the forest. Op verschillende manieren kunnen kinderen kennis nemen van de inhoud: het boek heeft alleen beeldende illustraties van Chad Abdoellah en er is een bijbehorende cd waarop Helen Kamperveen het verhaal vertelt. De kinderen kunnen aan de hand van de platen eerst hun eigen verhaal maken en dan luisteren naar dat van Monique Pool. Veelzijdig dus. We geven hier het verhaal niet: ga eerst kijken! Het boek is nog volop verkrijgbaar! Met Kwata op reis (2010) van de stichting Klimop, laat kennismaken met veel dieren. Vanuit het bos gaat de aap Kwata met zijn vrienden per korjaal naar de zee. Ze ontmoeten andere dieren en beleven avonturen. Spelenderwijs leren de kinderen de dieren kennen, ook door de illustraties van Ginoh Soerodimedjo. Aanbevolen!

Illustratie van Goenoh Soerodimedjo uit Met Kwata op reis


- DIEREN EN HET MILIEU
Een belangrijk en kritisch thema dat gelukkig niet aan de jongeren voorbijgaat. Avontuur bij de grote rivier is van Natasia Agard en verscheen in 2008 (in eigen beheer). Het onderwerp: de gevaren die het bos bedreigen door activiteiten van mensen - zoals goudzoekers - met de bedoeling veel geld te verdienen. Het einde van het verhaal is verrassend: dieren van alle soorten werken samen om het bos te redden. Samen bedreigen ze de mens-mannen die de rivier vervuild hebben met hun goudzoekersactiviteiten. Die mannen rennen dan doodsbang naar hun boten en geen dier heeft ze ooit teruggezien. Een boek dat op scholen thuishoort, waar de leerlingen en leerkrachten er samen over kunnen praten!
Cobi Pengel stelt deze thematiek aan de orde in enkele van haar verhalen. Wolkje en de groenhartboom bijvoorbeeld is een sprookjesachtig verhaal met een actuele thematiek: de mensen smijten vuil op straat, dat soms vreselijk stinkt, waardoor de mooie groenhartbomen hun bloei verliezen. Het meisje Cynthia dat vlak bij een groenhartboom woont, wordt door die boom uitgenodigd om samen met haar vriendin en het konijntje Wolkje met Mamabon mee te vliegen naar een krutu van bomen met de bedoeling om het probleem op te lossen.

- DIEREN EN MENSEN
Vooral voor jonge kinderen een herkenbaar thema. Honden spelen hierin een belangrijke rol, zoals in Lafu (VACO: derde druk 2007) van Cynthia Mc Leod. Lafu is een hondje en Sita is zijn bazinnetje. Wat beleeft Lafu allemaal in het gezin en in de buurt? Als het een keer kattenbrokjes heeft gegeten uit de bak van de kat, is het bang een kat te worden! Een leuk boekje voor iets meer gevorderde lezertjes (ongeveer klas 2 en 3), ook om thuis zelf te lezen. En dan is er nu een gloednieuw boekje verschenen, Bruno de zwervershond, debuut van Hetty Amat. Bruno zwerft, komt in het dierenasiel terecht en vindt daar zijn baasje weer. Binnenkort gaan we dit boekje bespreken. Er zijn veel boekjes over honden: Eveline Wielzen schreef Dagboek van een straathond met leuke illustraties van Reinier Asmoredjo en grappig geschreven. Marja Themen, onze redacteur van kinderliteratuur, die zelf veel met dieren bezig is, schreef Overpeinzingen uit een Hondenleven.... Ook in de drie delen over Manga, het paard uit Baboenhol van Susan van Dijk-Leefmans met beeldrijke illustraties van Reginald Kartowirjo, lezen we over het leven van een dier bij mensen, een paard op een boerderij. Hoe zij vriendschap sluit met een schaap, gedekt wordt door een paard van een andere boerderij en een veulen krijgt en hoe er in het derde deel feest voor haar gevierd wordt. Leuk om deze boeken te combineren met een uitstapje naar een boerderij, misschien wel naar Manga zelf!

- DIEREN IN FANTASIEVERHALEN
In veel boeken vinden we sprookjesachtige en/of spannende fantasieverhalen waarin dieren een belangrijke rol spelen. Twee toppers uit de Surinaamse kinderboekenwereld: Seriba in de schelp van Ismene Krishnadath dat gaat over het meisje Lilia, op vakantie in Galibi, dat door haar slimmigheid een groot probleem van een verliefd stel - watermeisje Seriba en sekrepatu Warana - oplost, waardoor ze een gelukkig leven tegemoet gaan... en van Effendi N. Ketwaru Rani en de slangenkoning met schitterende tekeningen van de auteur zelf. Die lieve slangenkoning, die Rani bijstaat in haar moeilijke leven met een heks, blijkt een betoverde jongen te zijn. Happy end!

Al deze boeken (er zijn er nog veel meer!) helpen mee om kinderen meer leesplezier te laten krijgen en vooral, als hun begeleiders ze ertoe aanzetten, om naar aanleiding van verhalen over dieren na te denken over wie ze zelf zijn! Ga met uw kinderen naar de boekwinkel!

vrijdag 14 juni 2013

Van welk boek houd je het meest?


door Els Moor

Op het Kinderboekenfestival lagen in de stand ‘Lees je wijs!’ bijna alle ooit verschenen Surinaamse kinder- en jeugdboeken. Netjes recht en in alfabetische volgorde van de namen der schrijvers of schrijversgroepen, zoals Wagina uit Wageningen. Niet volgens leeftijdsgroepen dus. In Suriname zijn boeken niet voor bepaalde leeftijdsgroepen, maar ze worden gelezen naar leesniveau. Het boek dat je aan kunt op grond van het niveau waarop je de schooltaal kunt lezen, dat kies je om te lezen of door te bladeren.

Vanaf de beginjaren van Gerrit Barrons schrijverschap (begin zeventiger jaren) tot de nieuwste uitgaven die op dit Kbf werden gepresenteerd, lagen de boeken op tafels in de stand.

’s Morgens kwamen er veel klassen, van de vierde tot en met de zesde, veel vierde en vijfde en slechts enkele zesde klassen. Leerlingen zo tussen de negen en veertien jaar. Na een inleiding met ’n grappig versje of een mop maakten de leerlingen kennis met een boek uit de Surinaamse kinderliteratuur waarin het thema ‘welzijn’ duidelijk aanwezig is. Middels dit verhaal gingen ze het thema begrijpen. Als je je welzijn door problemen verloren hebt, heb je hulp en adviezen nodig van iemand die met je meeleeft en goed nadenkt hoe je te kunnen helpen. Maar degene die geholpen wordt moet openstaan voor de bevrijding of redding en vooral durf hebben. Na deze activiteit met veel werkvormen die de thematiek zichtbaar maken, waren er nog zo’n zeven tot tien minuten over. Dan mochten de kinderen de uitgestalde boeken bekijken en als ze er een vonden dat ze het mooiste, spannendste of leukste vonden, mochten ze met een stift op een flap de titel schrijven. Kinderen met leeservaring kozen meestal een boek dat ze al gelezen hadden en erg goed vinden, anderen kozen boekjes die ze voor het eerst zagen en die  hen aanspraken. Zo kreeg bijvoorbeeld een boekje van Soecy Gummels dat op woensdagavond gepresenteerd was, op donderdag al stemmen!
 
Soecy Gummels
In die vijf ochtenden, van maandag tot en met vrijdag, hebben driehonderdzestig kinderen de titel van hun favoriete boek opgeschreven. Als de flap vol was, werd die opgehangen in de stand, voor iedereen zichtbaar. Op alle flappen samen staan honderdvier verschillende titels. Sommige boeken zijn vaak gekozen, andere veel minder en veel maar één keer. Meer dan de helft van de uitgestalde boeken is helemaal niet gekozen. De nieuwste blijken de populairste en dat is een goede ontwikkeling.

De keuzes hebben we geordend naar enkele boeken en naar series, zoals de Amaisa-serie, uitgegeven door het PCOS zelf en de MoiBoi-serie van schrijversgroep Wagina uit Wageningen. De Amaisa-serie over het leven van een meisje in een dorp uit het binnenland heeft achtendertig stemmen gekregen. Voor de zoveelste keer is de Amaisa-serie de grote winnaar. De inhoud van de boekjes is zeer eenvoudig qua taal en beeldend qua inhoud. Dat laatste komt ook door de tekeningen van Rodney Vrede jr. Die tekeningen verbeelden wat er geschreven staat in grote letters op de pagina ernaast. Met deze leuke, eenvoudige boekjes leer je de moeilijke schooltaal als die niet je moedertaal is. En dat is kennelijk in Paramaribo en omstreken ook het geval voor veel kinderen. Amaisa werd in iedere klas wel een of meer keren gekozen. Ook kinderen die de schooltaal wel redelijk beheersen, maar nog geen of weinig leeservaring hebben, kiezen vaak voor Amaisa. Een mooi begin, toch. Als je daarna meer wilt lezen, ga je steeds moeilijker boeken kiezen. Dus meesters en juffen van scholen en bibliotheken, zeg er niets negatiefs over als kinderen in uw klas heel eenvoudige boeken kiezen om te lezen. Door steeds meer te lezen verhogen ze hun niveau en als ze er plezier in hebben, komen ze bij moeilijker boeken met veel tekst terecht!

Voor de MoiBoi-serie van schrijversgroep Wagina geldt ongeveer hetzelfde. In deze boekjes staat een jongen centraal en ieder deeltje geeft met eenvoudige tekst en duidelijke tekeningen van Trimo Kangen iets weer uit zijn leven. Ook de vele andere boekjes van Wagina hebben samen veel stemmen gekregen. De meeste, dertien, heeft Anja uit de serie over ‘special kids’, kinderen met een beperking of een probleem. Anja haar ouders zijn gescheiden en ze heeft een tweede vader, de vriend van haar moeder, die bij hen woont en die heel lief is. Maar hoe moet ze hem noemen? Haar eigen, echte vader ziet ze nog regelmatig. Hij blijft haar vader. Door in woordenboeken te zoeken vindt Anja een oplossing. Dat dit boekje zo vaak werd gekozen toont aan dat het kennelijk een herkenbaar probleem is.


Indra Hu

Niet alleen makkelijke boekjes met weinig tekst en veel illustraties zijn gekozen. Ook moeilijker boeken vol tekst en met weinig illustraties, in klas zes maar ook in vier en vijf. Door de ‘echte’ lezers dus. Laat me niet alleen van Indra Hu, waar ook een film over is, kreeg vijftien stemmen. Het spannende en avontuurlijke boek Draken en Heksendrank van Marja Themen-Sliggers kreeg er twaalf en echt niet alleen van kinderen op scholen met veel goede lezers, zoals bijvoorbeeld de Nassy Brouwer School.

Veel stemmen kregen ook fictie- en non-fictieboeken over de Surinaamse natuur. Het Wereld Natuur Fonds heeft er samen met Surinaamse schrijvers en tekenaars enkele uitgegeven, zoals Mijn bizondere bossen en De Groene Familie gaat naar Boven Suriname. Het laatste boekje heeft zelfs veertien stemmen. Kinderen vinden het heel fijn om via boeken kennis te maken met ons binnenland! Ook zijn er boeken in het Engels en Nederlands over schildpadden en er was op het festival een stand, gewijd aan al deze ‘natuurboeken’. Ook het boek over Natuurclub Activiteiten is gewild, vooral door de creativiteit van de activiteiten. Zowel leerkrachten als leerlingen kunnen veel leren als ze met zo’n boekje bezig zijn.



Door zo’n eenvoudig onderzoekje kom je veel te weten over de voorkeur van kinderen met verschillende leesniveaus. Ze houden van herkenbare boeken, dat is weer duidelijk geworden. Als ze wat meer gevorderde lezers geworden zijn, willen ze graag lezen over hun land, vooral ook het binnenland en over de natuur. Ook maatschappelijke en huiselijke problemen in boeken spreken veel kinderen aan. Die zijn vaak herkenbaar en kunnen zelfs oplossingen suggereren binnen mooie verhalen! ‘Lees je wijs!’ De kinderen worden wijs door boeken te lezen, en de flappen leren ons dat leesbevordering in stapjes plaatsvindt, niet met grote stappen naar moeilijke boeken, maar met kleine stapjes naar dat wat je aankunt!

Ans Lieveld-Steffens, Mirafroiti de miereneter

woensdag 12 juni 2013

Het vijfendertigste Kinderboekenfestival



door Els Moor

5 X 7 = 35! Zeven is ’n geluksgetal. Vijf maal zeven betekent dan veel geluk! En dat is zo: het vijfendertigste Kinderboekenfestival dat van 27 mei tot en met 1 juni gehouden werd in Paramaribo, bracht veel kinderen geluk, welzijn. En ‘welzijn’ is het thema van de afgelopen drie jaren dat nu afgesloten werd.
Kusuwe

Het festival begon in 1999 en dit was het veertiende jaar. Ieder jaar vindt het plaats in twee districten en tot slot in de stad. Er is veel ervaring opgedaan door de vaste medewerkers.
Het vijfendertigste festival omvatte subthema’s. Donderdag was de Carifesta-dag met aandacht voor Caraïbische cultuur, kunst en kookkunst. Kunstenaars/schrijvers uit verschillende landen/eilanden waren daarbij aanwezig (in augustus is Suriname gastland van Carifesta!). Vrijdag bracht iets nieuws: ‘Dag van de financiële educatie’. Met een workshop voor kinderen door ‘Aflatoun’: een wereldwijde organisatie die kinderen wil inspireren zich sociaal en economisch te versterken om veranderingen in hun leven te bewerkstelligen én te werken aan een vooral eerlijker wereld. Een nuttig initiatief in deze tijd waarin té vaak eigenbelang en geldzucht centraal staan! Een folder van Aflatoun met het motto ‘Onderzoek, Denk, Ontdek en Doe!’ is verkrijgbaar bij het PCOS.
Zaterdag was de dag van ‘Welzijn’. Bezoekers liepen vrij naar de stands die hun interesse hadden en musicals werden bezorgd door kinderen uit Atjoni, Commewijne en Paramaribo, onder leiding van Sandra Purperhart. Tijdens de afsluiting werd het nieuwe thema voor de komende jaren door Yvonne Caprino bekend gemaakt: ‘Groei’. Een thema dat aansluit bij ‘Welzijn’.

Foto © Peter de Rijk

Gesprekken
Een heer komt in onze stand. We vragen hem wat hij vindt van dit festival. ‘Heel goed’, antwoordt hij. Waarom hij dat vindt: ‘De kinderen ontdekken de wereld.’ Dit antwoord inspireert ons om rond te lopen en meer mensen vragen te stellen over hun werk op het Kbf in verband met het thema. 

Onderweg naar Yvonne Caprino, hoofd van de leiding van PCOS, vragen we een jongen wat hij van het boekenfestival vindt. ‘Leerrijk en leuk!’ roept hij en zijn armen gaan omhoog.
Over thema’s zegt Yvonne: ‘We proberen ervoor te zorgen dat de thema’s niet verloren gaan. Eerst hadden we “Milieu”, daarna “Communicatie” en nu “Welzijn”. Het is een continue verbreding, een groei. “Groei” wordt dan ook het volgende thema. Groei op het gebied van educatie zien we vooral bij kinderen die van peuter tot tiener elk jaar weer gekomen zijn naar ons festival. Vorming, groei in ontwikkeling op een prettige manier, dat willen we. We leggen een accent op leesplezier. Op een gegeven moment grijpt een kind zelf naar een boek en wordt een lezer. Dat is “Vorming”.’
Ans Engel


Ans Engel werkt samen met het Wereld Natuur Fonds. De aantrekkelijke kinderboeken, uitgegeven in het Nederlands of Engels én Nederlands, staan centraal. A Turtle. De Droom van een Zeeschildpad en Het activiteitenboek van de zeeschildpad hebben grote belangstelling van de kinderen. ‘We zijn samen met hen bezig tegen de vervuiling van water, vooral door plastic, waar de dieren niet tegen kunnen en uiteraard ook tegen het stelen van de eieren, waardoor de soort dreigt uit te sterven. De kinderen zijn betrokken. “Overleven” is het thema dat samenhangt met “Welzijn”.’ In de stand zijn kinderen bezig met activiteiten in verband met het thema. Ze maken zelfs schildpadden!
Marja Themen-Sliggers

Marja Themen-Sliggers van onze kinder- en jeugdredactie en schrijfster, onder andere van de nieuwe verhalenbundel Elf, zegt: ‘Onderwijs en Volksontwikkeling moeten ervoor zorgen dat er aan “Welzijn” gewerkt wordt. Dit door ervoor te zorgen dat schoolkinderen en gehandicapten in tehuizen en vormingsinstituten welzijn voelen, maar ook zelf door activiteiten aan hun welzijn kunnen werken. Een jongere die niet kan lopen, kan in zijn wagen door een andere jongere rondgereden worden, zodat hij ook wat ziet. Surinaamse liedjes draaien en samen zingen met kinderen die niet kunnen lezen en schrijven, en veel vertellen op eenvoudige wijze. Dat brengt ontwikkeling naar “Welzijn”. Alle kinderen, ook die met een beperking, hebben recht op “Welzijn”.’
Ed Hogenboom

Ed Hogenboom van VACO die ook een stand heeft waar boeken te koop zijn, vindt het Kinderboekenfestival ‘ontzettend nuttig’ omdat het kinderen laat zien hoeveel boeken er zijn waar ze naar hartenlust in kunnen bladeren. Ze zien van alles wat ze nog nooit gezien hebben. Wat je nog niet wist, vind je in boeken. Het thema ‘Welzijn’ vindt hij belangrijk. De kinderen verbreden hun gezichtsveld en dat zorgt voor ‘welzijnsverbreding’.

Els Jap A Joe heeft een stand over ‘geheimschrift’. De kinderen lossen geheimen op. Ze gaan daardoor begrijpen dat ze eigenlijk met van alles iets kunnen doen. Els houdt rekening met niveauverschillen. Sommigen lossen een eenvoudig geheimschrift op en als dat nodig is worden ze geholpen. Anderen kunnen zelf al een ‘geheimschrift’ maken. Met het thema ‘Welzijn’ is zij het helemaal eens.

Ook Indra Hu komt aan het woord. In haar stand laat ze kinderen knutselen aan de hand van verhalen in haar boeken. Haar trapje is: Lezen ..& Leren..& Doen! Er zijn zelfs kinderen die samen of alleen een eigen boekje maken. Haar Zigzagboekje met plaatjes voor heel jonge kinderen is dan het voorbeeld. Over ‘Welzijn’: ‘De kinderen leren zich uiten op een eigen manier en hebben er plezier in.’

Marcel Leune, vaste medewerker van PCOS, begeleidt kinderen die in een ruimte vol computers er op mogen werken. Hij had gehoopt dat de kinderen gingen zoeken naar onderwerpen die betrekking hebben op hun schoolvakken. Maar nee... ze gaan niet op zoek naar wetenswaardigheden... ze doen ‘games’. Ze spelen. ‘Maar ze hebben het naar hun zin, “Welzijn” dus’, zegt hij laconiek.
Hilde Neus

Hilde Neus is de auteur van de bewerking voor de jeugd van De Toover-lantaarn van Mr. Furet uit 1840 van W.E.H. Winkels. Met schitterende illustraties van de schrijver. Het is een verhaal over een blankofficier op een slavenplantage. Het boek is er een van drie die in één band uitgegeven zijn door het Surinaams Museum. Het museum heeft ook een stand met aan de wanden heel grote mooie illustraties uit de boeken. Waarom staan ze hier? Hilde antwoordt dat er veel behoefte is aan mooie boeken die het geschiedenisonderwijs op de basisscholen ondersteunen. Het boek met de bewerking voor de jeugd wordt dan ook apart verkocht. Ze is blij dat net nu het boek uit is, er een Kinderboekenfestival is, waardoor het boek bekendheid krijgt. In het boek komt het tegenovergestelde van welzijn tot uiting: de blankofficier uit Holland die weinig geld krijgt van zijn meester, slecht behandeld en gediscrimineerd wordt. Hij is menselijk met de slaven en enkelen van hen waarderen hem. Maar hij sterft in eenzaamheid. Je ziet hier wat er gebeurt als je géén welzijn hebt!
Christine Feenstra

Christine Feenstra, medewerkster van PCOS, is de schrijfster van de eerste vijf Amaisa-boekjes. Die kwamen eigenlijk uit in het kader van een taalproject voor moeders met jonge kindjes in negen dorpen aan de Boven-Suriname. Maar de boekjes bleken ook elders een enorm succes. Ze voldoen aan de behoefte van veel kinderen om te lezen over een herkenbare belevingswereld, met duidelijke tekeningen erbij. ‘Welzijn’? Christine: ‘Welzijn zit in zoveel aspecten van het leven. Taalgevoeligheid speelt een grote rol hierbij. Kunnen zeggen wat je wilt uiten! De boekjes helpen kinderen om het moeilijke Nederlands met plezier te leren en niet bang te zijn ervoor!

Soecy Gummels heeft altijd leiding gegeven aan de vrouwen van de schrijversgroep Wagina uit Wageningen. Vijfenveertig boekjes zijn er al verschenen sinds 2006. Het doel: betaalbare boekjes maken uit de eigen leefwereld. ‘Samenwerking is essentieel bij zo’n project’, zegt Soecy. Niet met elkaar concurreren, maar elkaar aanvullen! Elkaar feedback geven! Ze zijn erin geslaagd, de dames uit Wageningen en wij kunnen adviseren dat er in dorpen in districten en in het binneland schrijversgroepjes ontstaan die samenwerken met het ‘Welzijn’ van de kinderen voor ogen. We willen ze altijd, indien nodig, helpen.

Gerrit Barron - dit jaar is hij veertig jaar schrijver. In de zeventiger jaren sloot hij aan bij het streven om ‘eigi sani’ uit te dragen. Binnenkort maken we een pagina over zijn werk. Hij ziet ook dat momenteel kinderliteratuur groeit in Suriname en steeds belangrijker wordt. ‘Suriname leert’, zegt hij lachend. ‘Het gaat om een “eigen literatuur”, net als in Latijns-Amerikaanse landen.’ Kinderen houden van zijn boeken. Ze hebben verschillende niveaus. Barron kijkt ook naar de nabije toekomst. Hoe gaat het verder? De wereld en ook de literatuur wordt gedigitaliseerd. Suriname moet daar ook mee bezig zijn. Welzijn? Barron kijkt naar het land: ‘Zolang er armoede is, hebben we geen welzijn. Vanuit ons eigen “zijn” moeten we het ontdekken.’ Wat het Kbf betreft vraagt hij zich af: ‘Is het nu een Kinderboekenfestival of een Kinderfestival? Lang niet alle stands werken met boeken. Er moet een evaluatie komen!
Els Moor

Ook de Ware Tijd heeft een stand. Daar leren kinderen wat een krant is en doet. Ze doen veel kennis op, zien bijvoorbeeld ook hoe belangrijk advertenties zijn. Die zorgen ervoor dat de krant financieel blijft bestaan en goedkoop verkocht kan worden. De kinderen interviewen in groepjes met een medewerker van de krant mensen over belangrijke zaken in de samenleving. Wateroverlast bijvoorbeeld! Ook mogen ze in groepjes een krantje maken. ‘Als kinderen gevoed worden met kennis, dan werk je aan hun “Welzijn”’, zegt een van de ‘dWT’-medewerkers.

Dat is een mooi slot voor dit artikel waarmee we PCOS, al 13 jaar organisator en uitvoerder van het Kinderboekenfestival, willen complimenteren met hun inzet, hun creativiteit en doorzettingsvermogen. Vechten om tot ‘Welzijn’ te komen voor het festival en de ‘groei’ te bevorderen! Grantangi!

donderdag 28 maart 2013

Carifesta XI moet kunst- en cultuurbranche versterken

door Hugo den Boer

Paramaribo - Carifesta XI wordt door president Bouterse gebruikt om de Surinaamse kunst en cultuurbranche naar ee hoger niveau te tillen, waardoor meer mensen er hun brood mee kunnen verdienen. De organisatie van het evenement wordt daarom gecoördineerd vanuit het Kabinet van de President.

Dc Sondrejoe en kunstenaars Marcel Pinas en Gerrit Barron tijdens de installatie van de Carifesta subcommissie Marowijne. Foto © Hugo den Boer

Dat zei Humphrey Hasarat, secretaris van het Carifesta Hosting Comité, bij de installatie van de Carifesta subcommissie Marowijne. In de subcommissie Marowijne zitten de gerenommeerde kunstenaars Marcel Pinas en Gerrit Barron. Verder ook vertegenwoordigers van de Marron, Javaanse en Inheemse gemeenschap. Wat Carifesta eind augustus in Marowijne speciaal gaat maken, wil ondervoorzitter Pinas nog niet prijsgeven.

Hasrat benadrukte dat Carifesta niet slechts een toevallig cultureel feestje is, maar vooral het startpunt voor verdere ontwikkeling van de kunst en cultuur in Suriname. "Het thema luidt 'Culture for development'. Carifesta XI moet iets tastbaars achterlaten, zoals organisatievermogen, samenwerkingsverbanden en gebouwen." Voor duurzame capaciteitsopbouw in de cultuurbranche en de toerismesector worden er trainingen verzorgd.

[uit de Ware Tijd, 27/03/2013]

woensdag 27 februari 2013

Districtscommissaris Naana: Leescultuur moet worden bevorderd


Ruim 3000 tot 4000 kinderen van Boven Suriname in het district Sipaliwini zullen het Kinderboekenfestival kunnen bezoeken. Districtscommissaris (dc) Naltus Naana is ingenomen met dit groots gebeuren voor het district. "De kinderen hebben geen leescultuur. Daarom is het heel belangrijk dat het lezen wordt bevorderd", stelde hij vandaag in een live uitzending vanuit Atjoni van Radio Boskopu, verzorgd door Ramon Keijzer. 

Leerlingen luisteren naar schrijver Gerrit Barron op het Kinderboekenfestival in Atjoni. (Foto: Ramon Keijzer)

Het Kinderboekenfestival werd geopend door First Lady Ingrid Bouterse-Waldring. Zij benadrukte hoe belangrijk het is om te lezen. "Door veel te lezen, kom je ook veel meer te weten", zei ze. Hoewel het festival drie dagen duurt, is het volgens de echtgenote van de president de activiteit nu al een succes. Dit baseert zij op de opkomst van de scholen, de presentaties en de activiteiten die aangeboden worden. De kinderen van Boven-Suriname zullen met boten het festival bezoeken.

SRD 1.5 miljoen 
De kinderen worden niet alleen beziggehouden met lezen, maar er zijn diverse creatieve activiteiten. Er zijn 35 stands, waarbij het thema 'welzijn' aan de orde komt. Ook de Schrijversgroep 77 is een van de vaste deelnemers. Het Kinderboekenfestival wil de kinderen op diverse gebieden stimuleren. Dit project wordt door de regering ondersteund, legde Ingrid Bouterse uit. Directeur van Onderwijs, Grace Malm-Lackin was ook aanwezig en beantwoordde enkele vragen van kinderen over lezen en welzijn.

Yvonne Caprino van het Kinderboekenfestival legde uit dat het bijzonder moeilijk was om alles voor elkaar te krijgen. Vooral het vinden van geld om de onkosten te dekken, heeft veel energie gekost. Uiteindelijk is het gelukt om de middelen rond te krijgen. De drie festivals die voor dit jaar gepland zijn, kosten SRD 1.5 miljoen. Na Sipaliwini gaat het Kinderboekenfestival naar Commewijne in april en een maand later volgt Paramaribo.

[uit Starnieuws, 27 februari 2013]


zondag 27 januari 2013

Drie generaties voorleesplezier

door Christine F. Samsom

Mijn vader kwam uit een gezin van dertien, één vader, één moeder. Zelf wilde hij een dozijn kinderen naar analogie van het boek Voordeliger per dozijn’van Ernestine en Frank Gilbreth, dat naast de Bijbel één van zijn favoriete boeken was, maar het lukte niet omdat mijn moeder na de moeilijke geboorte van nummer tien geen kinderen meer mocht van de huisarts. Omdat pa van al zijn zussen en broers de meeste kinderen kreeg, had hij recht op een erfstuk uit de familie: de grote, ronde tafel met de dikke poot in het midden en onderaan drie leeuwenklauwen. Die tafel kon met planken eindeloos worden verlengd tot een ovaal waar we, als er gasten waren, soms wel met achttien personen konden aanschuiven. Elke zaterdagavond, van televisie hadden we nog niet gehoord, waren wij kinderen om half acht present aan die grote tafel, want dan deden we spelletjes of we knutselden. Maar het hoogtepunt van die zaterdagavond was steevast het moment waarop vader het boek dat aan de beurt was, nam en opende bij het hoofdstuk waar hij de vorige zaterdag was gestopt. Of hij had een ander spannend boek gekozen uit de wereldkinderliteratuur, omdat het vorige uit was. Alleen op de wereld van Hector Malot, Nils Holgerssonns wonderbare reis van Selma Lagerlöf, De Kinderkaravaan van An Rutgers van der Loeff-Basenau, Het Achterhuis van Anne Frank en de Sprookjes van de gebroeders Grimm, het waren stuk voor stuk boeken die klein en groot boeiden en ontroerden en waaruit we wijze lessen leerden.

Toen ik zelf drie prachtige kinderen kreeg, had de tv al zijn intrede gedaan. Er mocht na Tante Lien en haar poppenkast, het dierenprogramma van dokter Van Ommeren, het plantenrijk van Iwan Wijngaarde of de onvergetelijke geschiedenisverhalen van André Loor, geen avond voorbij gaan zonder het voorleeshalfuurtje: van Nijntje van Dick Bruna via De kleine kapitein van Paul Biegel, Pippi Langkous van Astrid Lindgren, Panokko en zijn vrienden van Anne de Vries, Kon hesi baka van Henk Barnard... tot, ja hoor, ook Het geheim van de Goslar van Gerrit Barron, want eindelijk kwamen de eerste Surinaamse kinderboeken op de markt. Er kwam wel steeds meer concurrentie van die televisie, maar nog lang won het voorlezen het met de originele boeken van Joke van Leeuwen, Guus Kuijer en Jan Terlouw en ook de Anansi-verhalen van Ismene Krishnadath en Noni Lichtveld.

Nu ben ik de trotse oma van vier kleinkinderen van twaalf, tien, zes en vier jaar. Vorig jaar was voor Ella en Yannick, de twee oudsten, het populairste voorleesboek Draken en Heksendrank van onze eigen Marja Themen-Sliggers, naast, tot mijn verbazing, Het gouden voorleesboek van W.G. van der Hulst. De jongsten, Ayana en Zoë, genoten van Rozengeur voor Oma Roos van Cobi Pengel; ze waren immers zelf kort ervoor naar de Raleighvallen geweest. Eet je erwtjes op van Kes Gray heeft deze oma al minstens twintig keer voorgelezen, hahaha, want als je vier bent is niets leuker en vertrouwder dan eindeloos herhalen met precies dezelfde woorden, wat je al twintig keer hebt gehoord.

Foto © Nicolaas Porter


De grote, ronde tafel is nu bij mijn jongste broertje, nummer tien dus. Hij heeft van ons de meeste kinderen, vier, wel met twee vrouwen...! Of hij zijn kinderen en kleinkinderen voorleest aan die tafel...? Voorlezen? Er is toch teevee en IPad en IPhone!
Maar als het gaat zoals het moet gaan, zal zijn oudste dochter Roos de tafel met de leeuwenklauwen erven en ik weet zeker dat zij de voorleestraditie wel voortzet met haar drietal.

vrijdag 30 november 2012

‘Surinaams Nationalisme wordt beïnvloed door literatuur’

Ismene Krishnadath bezig met haar lezing over de invloed van literatuur op natievorming en volksnationalisme. Foto © Stefano Tull


Paramaribo - ‘Literatuur, nationalisme en politiek, oftewel de invloed van schrijvers op het maatschappelijk denken in Suriname vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw tot heden.’ Een lange titel voor een lezing van de Schrijversgroep ’77. De inleider was voorzitter Ismene Krisnadath. Ze gaf in vogelvlucht een korte weergave van de geschiedenis van de Surinaamse literatuur. De panelleden waren schrijvers Robby ‘Rappa’ Parabirsingh, Cynthia Abrahams en Gerrit Barron.

Vastleggen
Gerrit Barron. Foto @ Nicolaas Porter
Krisnadath begon haar lezing door Cynthia Mc Leod, Gerrit Barron en Rappa voor te stellen als de schrijvers die tot de populairste zijn uitgeroepen in 2012 door VOS-studenten. Volgens de voorzitter komt de bekendheid doordat zij de Surinaamse identiteit bevestigen en daarom geliefd zijn. Zij schrijven soms ronduit nationalistisch zoals Barron en hebben een bijdrage willen leveren aan de eenheid en verbondenheid van het volk door hun werk. "Dus aan het proces van natievorming", stelde de inleider.

Nationalistische beweging
"Schrijvers hebben vanaf het begin een duidelijke rol gehad in de nationalistische beweging. Al in 1933 presenteerde Anton de Kom een politiek programma waarin de staatkundige onafhankelijkheid was opgenomen. Vanaf 1959 toonde ook politiek activist/dichter Dobru zich een voorvechter van onafhankelijkheid. Hij was lid van de Partij Nationale Republiek (PNR). Deze politieke partij kwam voort uit de culturele vereniging Wie Eegie Sanie (Ons eigen ding), die algemeen beschouwd wordt als het thuisfront van de groep nationalisten van de zestiger jaren," legde Krishnadath uit.

Surinaamse identiteit
Taal was een belangrijk element in het nationalistisch denken. Het Sranan was de taal die stond voor de strijd voor het eigene, omdat die taal vanaf 1876 na de invoering van verplicht onderwijs in het Nederlands systematisch was onderdrukt. De inleider roemde hoe de schrijvers toen met woorden de eigen Surinaamse identiteit trachtte te creëren. "Zoals Cynthia Mc Leod met Hoe duur is de suiker?. Zij nam hele dialogen in het Sranan op in het boek."
Michiel van Kempen: Erg geliefd

Jaren tachtig
Uiteraard kon de inleider er niet onderuit om te spreken over de jaren tachtig. De Decembermoorden en de pamfletten die diverse schrijvers uitgaven als protest tegen het gebeuren. Maar ook hoe Surinamers in het begin nog sympathie hadden voor de revolutie en dat enkele schrijvers zich aansloten bij de ideologie, zoals Dobru die minister werd. De inleider eindige met de stelling: kritiek van Nederlandse critici werkt versterkend op de populariteit van schrijvers en personen in Suriname'. Ze haalde als voorbeeld aan Hoe duur was de suiker? van Cynthia Mc Leod dat sterk bekritiseerd is door de Nederlandse Michiel van Kempen. "Ik denk dat de populariteit van Bouterse ook op die manier gestuwd wordt. Het is bekend dat hij niet gelust wordt door de Nederlandse regering. En wat zien we? Bouterse wordt gekozen tot president. Misschien heeft hij dit aangevoeld en gevoed met zijn slogan 'Neks no fout'. In ieder geval zien we dat hij momenteel als president functioneert en zijn functioneren als zodanig vrij algemeen geaccepteerd is in ons land."

[uit de Ware Tijd, 30/11/2012]

Voor een reactie van Rolf van der Marck, klik hier