![]() |
| Frantz Fanon |
Op een Nederlands forum voor Creolen vond ik de volgende
twee uitspraken uit 2011:
- ‘Ik vindt het triest dat sommige creoolse of hindoestaanse
vrouwen hun gezicht bleken. Soms zie ik dames die ik nog ken uit mijn
schooltijd en ik weet dat ze van nature donker waren. Maar plotseling zie je ze
na jaren met een lichtere tint in hun gezicht terwijl de rest van hun lichaam
nog donker is. Of ze bleken hun hele lichaam. Hebben deze mensen een complex of
zo? Waarom kan je niet mooi zijn als je donker bent? Weten ze niet dat het
bleken van je huid heel gevaarlijk is? Nep om te zien man!’
- ‘de media maakt ons nog steeds wijs dat je niet mooi ben
als je donker ben’
Fanon was het hiermee eens en vond dit soort gedrag (zoals
het gladmaken van kroeshaar en bleken van de zwarte huid) ook ongelofelijk dom.
![]() |
| Julian Coco |
Julian Coco en Helmin
Wiels
Ik herinner mij in dit verband (nooit ontkennen dat je zwart
bent) de gewoonte van Julian Coco, de onlangs overleden zwarte meestergitarist
uit Curaçao, om een kamer vol blanken binnen te komen met de woorden: ‘wie wil
er een kus van deze zwarte lippen?’ Julian wist dat de mensen hem erg zwart
vonden en, geestig als hij was, nam hij altijd de vlucht naar voren. Hij was
iedereen vóór door de aandacht te vestigen op zijn kleur en kreeg altijd de lachers op zijn hand. Dat had, vond ik, altijd iets
tragisch. Maar zo deed Coco het nu eenmaal en, in zekere zin, was dat een
effectieve zelfbescherming. Julian Coco had trouwens helemaal geen hekel aan de
Hollanders. ‘Ik heb een zwak voor die Makamba’s, ’ zei ie altijd. Hij was trouwens met een getrouwd.
![]() |
| Helmin Wiels |
Iemand die ook zijn kleur niet onder stoelen of banken stak
was Helmin Magno Wiels, de leider van de Curaçaose volkspartij, de Partido
Soberano. Herinnert u zich nog dat Helmin een video-opname had laten maken
waarin hij achter tralies een banaan zat te eten? Hij deed dit om op een
meedogenloze - maar geestige - manier te laten zien hoe blanken over zwarten
konden denken. Dat tafereel (ik heb er verschrikkelijk om moeten lachen)
was duidelijk geïnspireerd door wat Fanon schreef op bladzij 90 van Peau
noire, masques blancs (een boek dat Helmin Wiels waarschijnlijk in een
Nederlandse of Engelse vertaling onder
zijn hoofdkussen had liggen):
‘Ik wierp een objectieve blik op mezelf, ontdekte mijn
zwartheid, mijn etnische eigenschappen en op mijn schedel voelde ik woorden
beuken als: kannibalisme, achterlijkheid, fetisjisme, raciale gebreken,
slavenhalers en vooral, vooral de reclameboodschap ‘Y’a bon Banania!’
Y’a bon Banania
Toen ik in mijn jonge jaren veelvuldig gebruik maakte van de
Parijse metro viel me altijd één affiche op dat op elk station minstens één
keer voorbijflitste. Dat affiche was banaangeel en er stond een forse, zwarte
soldaat op die lachend de boodschap ‘Y’a bon Banania’ ( = wat is die Banania
toch lekker!) verkondigde. Het feit dat ik me dat nu nog steeds herinner betekent dat
de reclamejongens van 1912 – zo oud is het merk Banania al - voortreffelijk werk hadden gedaan.
Drie jaar lang heeft er op het Banania affiche uit 1912 een
Antilliaanse vrouw gestaan, maar in 1915 werd ze vervangen door een zwarte
Senegalese soldaat. Dat was de man die ik steeds had gezien in de ondergrondse.
De slogan ‘Y’a bon Banania’ was een verzonnen soort pidgin-Frans dat Afrikanen
en Antillianen geacht werden te spreken als ze hun Creoolse taal gebruikten.
Het product Banania was een chocoladedrank in poedervorm van cacao,
bananenmeel, tarwe, honing en suiker. Wel lekker. Je kon het met melk koken en
het was in tien minuten klaar. Het was voedzaam en prima geschikt voor het leger.
De soldaat op de affiche beantwoordde volledig aan het beeld
dat de gemiddelde blanke zich toen maakte van de ‘neger’: een vriendelijke maar
domme Afrikaan met dikke lippen en een grote mond die nogal onnozel lachte en
eruitzag als een groot soort kind. En hij sprak natuurlijk (!) geen algemeen
beschaafd Frans. Kortom, hij was het perfecte symbool van de Creools sprekende
onderdaan uit de Franse koloniën. De tekening wekte de lachlust op en zorgde
ervoor dat het product Banania gretig aftrek vond bij het grote publiek.
De firma heeft die reclame lang weten te handhaven en pas in
2011 vaardigde de rechtbank van Versailles op verzoek van de ‘Beweging tegen het racisme en voor de vriendschap
tussen de volken’ het verbod uit
om het product
Banania nog langer te verkopen met de slogan ‘Y’a bon’. Op straffe van 20.000
euro per overtreding per dag.
Fanon merkte al op dat de zwarte man op die affiche
eigenlijk gereduceerd was tot een voorwerp temidden van andere voorwerpen.
Wie het Banania-effect wil vergelijken met de Zwarte Piet
discussie in Nederland is ver van huis. Zolang er nog niet op elk treinstation
in Nederland 24 uur per dag een Zwarte Piet en een Sinterklaas te zien is valt
het allemaal nogal mee in onze gebieden.
Racisme en
intolerantie
Vreemdelingenhaat, racisme en intolerantie zijn verwante
zaken die meestal moeilijk van elkaar zijn te onderscheiden. Tegenwoordig
schuilen ze nog wel eens onder de vlag van ‘strijd tegen het terrorisme’. Die
camouflage werkt goed, want niemand wil natuurlijk terrorisme, behalve de
terroristen zelf.
![]() |
| Kopvoddentax? Foto Annette Lamothe-Ramos |
In Nederland zijn velen bang voor ‘geestelijke terreur’ van
de kant van fanatieke Moslims en zijn daarom gauw bereid beledigende
opmerkingen aan het adres van moslims te vergoelijken. De Nederlandse PVV politicus Wilders heeft ooit voorgesteld
belasting te heffen op het dragen van Islamitische hoofddoekjes onder de naam ‘Kopvoddentax’. Met
dit verbaal nogal beledigende voorstel heeft hij de vrije meningsuiting wel erg
hoog in het vaandel geheven. Vanwege dit soort uitspraken wordt hij dag en
nacht bewaakt. Obsessie, ijdelheid en moed gaan bij hem hand in hand. Opvallend
is ook zijn laatste politieke streek: een anti-islamsticker die je bij hem kan
bestellen. De sticker stelt de vlag van Saoedi-Arabië voor met daarop een
Arabische tekst die o.a. de volgende inhoud heeft: “De Islam is een leugen.
Mohammed is een boef’.
Dit lijkt me niet de juiste manier om geesten rijp te maken
voor een open discussie. Wat zou hij ervan zeggen als ze in Saoedi-Arabië
gingen rondlopen met de Nederlandse vlag waarop stond: ‘Jezus is een oplichter
en de Paus is zijn profeet’?
![]() |
| De anti-islamsticker van Wilders |
Het vervelende bij Wilders is dat ie ook wel eens gelijk
heeft met zijn uitspraken. Zo is hij van opvatting dat je niet zó tolerant moet
zijn dat je anderen de volledige vrijheid moet geven om intolerant gedrag te
vertonen.
Geen speld tussen te krijgen…
Frantz Fanon stelde in zijn tijd dus al vast dat racisme,
intolerantie en geweld overal aanwezig waren. In zijn tijd kreeg de Franse
schrijfster Simone de Beauvoir nog een officiële waarschuwing omdat ze gearmd
met de zwarte schrijver Richard Wright over straat liep.
![]() |
| Simone de Beauvoir met Ellen en Richard Wright, New York, 1947 |
Europa en Amerika blijven ook heden ten dage gewelddadig en
racistisch. Denk aan de massamoord in het voormalige Joegoslavië. Denk aan de
Verenigde Staten waar nog altijd stadswijken zijn waar alleen zwarten,
Spaanssprekende Latijns-Amerikanen of Aziaten wonen. En nog niet zo lang
geleden, in 1991, speelde de zaak Rodney King, de zwarte jongeman die op
sadistische wijze werd afgeranseld door blanke politieagenten die hiervoor niet
werden veroordeeld…
Een donkere president Obama helpt wel een beetje en de
woorden die hij in 2008 als presidentskandidaat richtte tot de Afro-Amerikaanse
gemeenschap waren ongetwijfeld oprecht gemeend:
‘[…] in feite hebben we geen keus als we willen voortgaan op
de weg van een betere saamhorigheid. Voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap
betekent dit dat we de last van ons verleden moeten accepteren zonder er slachtoffer
van te worden, dat wil zeggen dat we echte rechtvaardigheid moeten blijven
eisen in alle aspecten van het Amerikaanse leven’.
Meer dan vijftig jaar geleden zei Frantz Fanon hetzelfde en
de omstandigheden waarin hij toen verkeerde waren heel wat slechter. Nog steeds
heeft zijn boodschap niets aan kracht ingeboet en die boodschap geldt ook voor
Latijns-Amerika waar de zwarte, gekleurde en Indiaanse gemeenschappen nog
altijd zwaar worden gediscrimineerd (o.a. in Brazilië, Colombia, Perú enz.).
[wordt vervolgd]

















