Posts tonen met het label Bezaz Naima el. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bezaz Naima el. Alle posts tonen

maandag 7 maart 2011

Naima El Bezaz bedreigd met 'deportatie'

De Nederlands-Marokkaanse schrijfster Naima El Bezaz en haar kinderen hebben bedreigingen ontvangen via Twitter. Vanaf het account NLvoorNL-ers viel zondag het bericht te lezen: "Naima El Bezaz ongewenst. De deportatiepolitie komt u en uw kinderen morgen ophalen in de Vinexwijk. Wees voorbereid."

[Lees hier verder]

zondag 30 januari 2011

Voor depressieve slaven

door Gijsbert Pols

Ruimtelijke ordeningen
Wat zijn dat eigenlijk, vinexwijken? Naima El Bezaz weet het antwoord al op de eerste pagina van haar boek Vinexvrouwen: ‘Het zijn woonplekken met fantasieloze, razendsnel gebouwde huizen die gemaakt lijken van karton. Als de buurman tien deuren verderop boort, is het net alsof de tandarts met mijn verstandskies bezig is.’ Eigenlijk is de rest van haar boek niets anders dan een herformulering van dit antwoord. De vinexwijk is dodelijk saai, de mensen zijn er onbeschoft, racistisch en promiscu; ze geloven nergens meer in en zijn heel erg ongelukkig, de schrijfster niet uitgezonderd.
Dat El Bezaz haar beschrijving van het uitzichtloze bestaan in de vinexwijk uitsmeert over bijna tweehonderd pagina’s, roept natuurlijk een tweede vraag op: wat bezielt iemand om in een vinexwijk te gaan wonen? Wie het antwoord op die vraag in Vinexvrouwen zoekt, vindt alleen maar vaagheden. Het is er ‘goed voor de kinderen’ – dat althans zegt El Bezaz tegen zichzelf en tegen haar man, ze zegt het tegen andere vinexbewoners, die het op hun beurt ook weer bekrachtigen. Waarom precies blijft onduidelijk. Ook wordt er steeds weer gezegd dat het ‘rustig’ in de wijk is. Erg overtuigend is dat niet, want El Bezaz beschrijft aan de lopende band burenruzies, uit de hand lopende feestjes, geschreeuw uit de achtertuin en het gehij dat de komst van nog meer vinexwijk aankondigt.
Hoe zit dat met die vinexwijken? Een opvallend belerend artikel op Wikipedia voert de oorsprong van het begrip terug op de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra uit het begin van de jaren negentig – en Wikipedia heeft gelijk. De nota beoogde door grootschalige nieuwbouw aan de rand van grote en middelgrote steden de verstedelijking van het platteland tegen te gaan, het gebruik van de auto als vervoersmiddel voor woon-werkverkeer te reduceren, de doorstroom van sociale huurwoningen naar betaalbare koopwoningen te stimuleren en de internationale concurrentiepositie van de Randstad te verstevigen. Wie in de vinexwijk woont, hoeft geen huis meer in een dorp of een natuurgebied te bouwen, kan met het openbaar vervoer naar zijn werk, draagt elke maand een beetje van de hypotheek af en werkt in een kantoor dat ergens in de buurt van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht staat omdat bedrijven daar gemakkelijk goed opgeleid personeel kunnen recruteren.
.


Het is geen toeval dat de vinex-nota werd aangenomen onder een regering van CDA en PvdA. De ambities achter de vinexwijk zijn overduidelijk op waarden van de middenklasse geënt: veiligheid, mobiliteit, natuurbehoud en vooral economische zekerheid. Dat de vinexwijk de wijk van de middenklasse is, wordt ook duidelijk in de architectuur: de eenvormigheid zorgt ervoor dat noch succes, noch maatschappelijk ongeluk aan de huisvesting af te lezen is. Integendeel: de huizen maken iedereen gelijk. Dat maakt de vinexwijk veilig, overzichtelijk en af: als je er geboren wordt, staan je kamer, je klimrek en je schooltje klaar; als je er doodgaat, wordt je plek opgevuld, zonder dat er een spoor van je achterblijft. Vermoedelijk is de vinexwijk de omvangrijkste poging ooit om de geschiedenis stop te zetten.

Geen ontsnapping
In Vinexvrouwen wordt duidelijk welke prijs de middenklasse voor de realisering van die ambities betaalt. De vinexbewoners zijn weliswaar veilig opgeborgen in een overzichtelijk landschap, maar ze kunnen aan dat landschap geen eigen betekenis meer toevoegen. De voorgevormde wereld waarin ze leven is im Grunde onveranderlijk, hooguit kan het meubilair worden ingewisseld. Maar ook daarbij is de speelruimte uitermate beperkt: bij El Bezaz gaan twee buurvrouwen elkaar te lijf omdat de één haar huis opnieuw heeft ingericht met de meubels die de ander beweert als eerste in de shopping-mall gezien te hebben. In hun prefab wereld raken de vinexbewoners hun singulariteit kwijt. Met alle gevolgen van dien.

Evenwel maakt de grap over de kijvende buurvrouwen ook duidelijk dat El Bezaz zich niet van de door haar beschreven voorgevormde hel kan bevrijden. Zeer terecht hebben Pieter Hoexum en Pieter Steinz El Bezaz’ manier van schrijven in verband gebracht met cabaret. Nadat de preek zijn autoriteit had verloren, werd cabaret het middel waarmee een aanzienlijk deel van Nederland, en met name Jan Modaal, zijn verhouding tot de werkelijkheid is gaan begrijpen. Maar waar de preek nog tot reflectie en verandering aan probeerde te zetten, is cabaret bij uitstek behoudend. Hoe moralistisch Youp, Freek en hun navolgers ook van wal mogen steken, uiteindelijk verzoenen ze hun publiek met de wereld zoals die is door het er om te laten lachen. Om het nog iets duidelijker te formuleren: cabaret is voor slaven.

Een goed voorbeeld van de manier waarop El Bezaz zich het cabaret inschrijft is te vinden in haar vijfde hoofdstuk. Daarover moet allereerst opgemerkt worden dat er eigenlijk niet meer van hoofdstukken gesproken kan worden als die gemiddeld niet langer dan vijf pagina’s duren, met bovendien een stevig opgerekte bladspiegel. Eerder zijn het stukjes, die de spanningsboog van een cabaretesk nummertje hebben. In stukje nummer vijf maakt El Bezaz zich er in gesprek met haar vriendin Maartje kwaad over dat de supermarkt een traditionele Marokkaanse soep, harira, in pakjes verkoopt. Dat is ‘heiligschennis’, want harira is voor haar een ‘symbool’, een ‘mysterie’, ‘iets bijzonders’ – ‘Als je het maakt, voel je allerlei wonderlijke emoties door je heen stromen. Je ziel, je hart, je liefde gaat erin zitten.’ Maartje reageert lakoniek – ‘Nou, een lekker soepie gaat er wel in.’ – tot walging van El Bezaz.

Die walging is de walging van de cabaretier, die zich over het Hollandse provincialisme in extase brult. Vergelijk het met Van ’t Heks sarcastische gebrul over broekpakken, Tiel en caravans. Evenzeer des Youps is ook het holle pathos dat El Bezaz tegenover Maartjes provincialiteit stelt: symbool, mysterie, heilig, ziel, hart en liefde – geen begrip is zwaar genoeg om El Bezaz’ verlangen naar authenticiteit te evoceren, dat daarmee volkomen vaag en vrijblijvend wordt. En haar woede leidt niet tot verzet, niet tot inzicht, maar wordt omgezet in agressie richting iemand ten opzichte waarvan ze zich superieur kan voelen. Ooit werd dat klasserancune genoemd, en misschien zijn we dat woord vergeten omdat het fenomeen zo alomtegenwoordig geworden is.


Capitulatie
Waarover El Bezaz ook schrijft, haar cabareteske vertoog ontdekt meteen de ontluistering. In seksualiteit kan ze alleen maar het vulgaire, het desolate ontdekken. Waar het er niet is, legt El Bezaz het er in: zo kan ze er maar niet over uit hoe vies ze haar naakt in de tuin zonnende buurmeisjes vindt. Contact met anderen loopt continu uit op misverstanden, onbegrip en ruzie en wordt consequent beschreven op een manier die het grappig moet doen laten lijken, om je het vervolgens als onontkoombaar te laten slikken. Zelfs een bezoek aan Egypte – toch wel iets anders dan de vinexwijk – wordt onder de schrijvende hand van El Bezaz een domme grap: haar foto verschijnt op de voorpagina van alle kranten omdat de naam El Bezaz in het Egyptische dialect ‘de tiet’ betekent. En dat was het dan, met Egypte.

Haar dromen, haar woede, haar verdriet, haar wanhoop – El Bezaz drukt het allemaal de kop in door het grappig te willen maken. Dat maakt Vinexvrouwen tot een affirmatief boek: El Bezaz sluit zich op in een manier van schrijven die even eenvorming, gemakzuchtig en uitzichtloos is als datgene wat ze probeert te beschrijven. Een erg wrang voorbeeld is te vinden in een stukje waarin ze terugkijkt op haar jeugd in Alphen aan den Rijn. Ze identificeert zich met de Marokkaanse hangjongeren die er zichzelf met drugs en criminaliteit de vernieling in probeerden te helpen en door iedereen met walging werden bezien, om dan te concluderen: ‘Er is niets veranderd. Die jongens zijn ouder geworden, vele zijn succesvol, gelukkig, hebben gezinnen en willen een mooi leven voor hun kinderen. Wij Marokkanen zijn de schreeuwers, daarom vallen wij ook op. Wij eisen opgemerkt te worden. Ik eis dat ook. Ik schreeuw: “Ik ben hier, zie mij, erken mij, accepteer mij!” En nu moet ik nog leren hoe ik mezelf kan accepteren.’ Wat even een geëngageerd en vlammend proza lijkt te worden, wordt onderuitgehaald door de laatste zin: grappig bedoeld, maar een dooddoener, in de meest letterlijke zin. En zo capituleert El Bezaz voor haar toestand.

Dat is des te wranger omdat de conflicten in Vinexvrouwen wel degelijk reële conflicten zijn. El Bezaz beschrijft een verjaardagsvisite en benadrukt daarin dat iemand met haar uiterlijk en afkomst bij haar blanke buren hooguit erkenning kan krijgen als ‘goed aangepaste Marokkaan’. Dat is een passage die voor het Nederland van 2011 realistisch genoemd kan worden. Evenzeer realistisch lijkt me de passage waarin een groepje moskeebestuurders voor haar deur maar gegeneerd blijft vragen naar haar vader, onwillig om met een vrouw te spreken, ook als ze die al twintig jaar kennen. Hier wordt een conflict zichtbaar dat voor veel kinderen van immigranten herkenbaar zal zijn: ze kunnen niet terug naar waar ze vandaan komen, maar waar ze zijn worden ze nooit voorbehoudsloos geaccepteerd.

Ook elders in haar boek blijkt de wereld van het overvolle flatje van het immigrantengezin onverenigbaar met het leven tussen de autochtone middenklasse in de vinexwijk. De woede, het verdriet en de verwarring die dit conflict met zich meebrengt hadden van Vinexvrouwen niet alleen een maatschappelijk relevant boek kunnen maken, maar ook schitterende literatuur. De onmogelijkheid van het leven in twee onverenigbare contexten heeft namelijk vaak genoeg onvergetelijk werk geprovoceerd – een schitterend voorbeeld vond ik onlangs bij Melinda Nadj Abonji. Maar door zich vast te leggen op het maken van flauwe grappen verstikt El Bezaz de mogelijkheden die de literatuur haar biedt om op een creatieve manier vorm te geven de onmogelijkheid van haar situatie.


Vinex forever
Ook met het eerder beschreven dilemma van de vinexbewoners weet El Bezaz uiteindelijk niets anders aan te vangen dan zich er met leedvermaak en zelfspot mee te appeasen. En dat, terwijl ze wel degelijk begrijpt wat er in de vinexwijk misgaat: ze wéét dat ze, net als haar buren, haar dromen en haar vrijheid heeft opgegeven voor stabiliteit, veiligheid en comfort; ze wéét dat ze samen met de hele buurt is geketend door hypotheek, werk en de laatste trend van de meubelboulevard; ze wéét waar haar ongeluk vandaan komt. Maar ze laat het erbij zitten en trakteert haar lezers op nog maar weer een lolletje over antidepressiva.

En daarom is Vinexvrouwen niet het woedende, verdrietige en verwarrende commentaar op de Nederlandse maatschappij dat het had kunnen zijn. Er gaat geen provocatie van uit, het is nergens confronterend. Goed, enkele buurvrouwen uit Zaanstad waren not amused, maar dat was niets anders dan gefnuikte ijdelheid. Tot slot nog dit: als El Bezaz aan het einde van haar boek ziet hoe er een nieuwe wijk naast de hare aan het verrijzen is, hoopt ze van harte dat die bevolkt gaat worden door ‘onaangepaste mensen’, want: ‘Dan kunnen we lachen.’ Precies, zou ik willen zeggen, dan wel.

Vinexvrouwen van Naima El Bezaz
Querido, Amsterdam, 2010,
ISBN 9789021439082 / 190p.


[overgenomen van dereactor.org; voor verschillende reacties klik hier]

maandag 13 december 2010

Naima El Bezaz blaast lezing af na bedreiging

De Marokkaans-Nederlandse schrijfster Naima El Bezaz heeft bedreigingen gekregen van een buurman. Daarom heeft ze een lezing in de bibliotheek van Nieuwegein afgezegd. De buurman had El Bezaz afgelopen weekend bedreigd na lezing van haar autobiografische roman Vinexvrouwen, waarin ze het leven in een zogenaamde Vinexwijk op luchtige wijze beschrijft.

[Lees hier verder]

zaterdag 11 december 2010

Onrust in de Vinexwijken

door Thomas Vaessens

Bewoners van een Vinexwijk in Zaanstad zijn boos op hun buurtgenote Naima El Bezaz (NRC Handelsblad, 5 december, p.2). In haar roman Vinexvrouwen beschrijft El Bezaz onder andere het promiscue gedrag in de buurt, het grootscheepse gebruik van illegaal door een buurvrouw verhandelde pillen en de gewoonte van autochtone vrouwen om topless in hun achtertuin te zitten. Tsjonge. Het is maar waar je je als Vinexvrouw of -man druk om maakt.

Vanochtend hadden we het in het hoorcollege van de eerstejaars over Werner Sollors' Beyond Ethnicity: Consent and Descent in American Culture (1987), en aan de hand daarvan over het gedicht 'De schil waarop wij leven' van Mustafa Stitou (2003). Ook dat gaat over Vinexwijken, en het is wel een paar graadjes heftiger dan de roman van El Bezaz. Geen seks met de buurvrouw of stiekeme pilletjes bij Stitou. Welnee. Deze Marokaanse Nederlander pakt net even steviger uit: de zelfbenoemde "pioniers" uit de Vinexwijken krijgen bij hem wel onaangenamere eigenschappen. "Schuilt er geen oneindig soort / Genoegzaamheid in deze oorden?", zo vraagt het gedicht zich af: een (zelf-)genoegzaamheid van angsthazen, gebaseerd op orde en op het onderscheid tussen "wij" en "zij":

en wie niet te categoriseren valt
in een aparte doos – woonkamers wemelen
van geruchten over een pedofiele buur

en asielkampen moeten het liefst
aan de horizon staan, zo scheidt men
het goede van het zwarte

Hier staat niet de truttige lelijkheid of de nauwverholen burgerlijkheid van de Vinexwijken ter discussie, zoals bij die arme El Bezaz, maar hier legt een dichter de vinger op xenofobie en racisme.

Voor zover ik weet heeft nooit één Vinexbewoner bij Stitou aan de deur geklopt. Waar El Bezaz volgens NRC van vanavond al boze buurmannen aan de deur heeft gehad, daar bleef Stitou's gedicht in 2003 onopgemerkt, ook al las hij het voor in een prime time uitgezonden televisieprogramma (Het nieuwe Nederland, VPRO). Je kunt Vinexbewoners kennelijk beter boosmaken door ze te verwijten dat ze topless zonnen dan door ze racisme aan te wrijven.

Voor wie Stitou's fenomenale bundel Varkensroze ansichten uit 2003 niet in huis heeft: het gedicht 'De schil waarop wij leven' is onder meer hier in zijn geheel te lezen.

[overgenomen van De Amsterdamse lezing]

maandag 4 oktober 2010

Onderzoek: 'Recensenten kijken niet langer naar afkomst schrijver'

door Hans Cottyn

Volgens een wetenschappelijk onderzoek is de etnische achtergrond van Marokkaans-Nederlandse auteurs de afgelopen jaren steeds minder belangrijk geworden. De auteurs van het wetenschappelijk artikel in Mens & Maatschappij hebben vastgesteld dat recensenten in de periode 1995-2009 steeds minder vaak de etniciteit van een auteur hebben vermeld.

De wetenschappers analyseren in het sociaal-wetenschappelijk tijdschrift Mens & Maatschappij bijna 130 recensies van de boeken van negen Marokkaans-Nederlandse auteurs, onder wie Hafid Bouazza, Abdelkader Benali en Naima El Bezaz. "Het gebruik van etnische minderheidslabels in de recensies van Marokkaans-Nederlandse auteurs neemt tussen 1995 en 2009 significant af", schrijven ze. Ter vergelijking hebben de onderzoekers ook gekeken hoe de literaire kritiek in de Verenigde Staten en Duitsland de afkomst van schrijvers in krantenstukken opnam. Voor de Amerikaanse recensent bleek de Mexicaanse afkomst van een auteur veel minder een vermeldenswaardig feit dan voor de Nederlandse of Duitse criticus die een Marokkaanse Nederlander of een Turkse Duitser moest beoordelen. Volgens het artikel is dit in de Nederlandse kritiek de laatste jaren dus minder een punt, terwijl in Duitsland ook nu nog vaak de Turkse afkomst van een auteur wordt aangehaald. Zie ook Nu.nl.

[Ontleend aan De Papieren Man]

zaterdag 31 juli 2010

Crossing Border 2010

Van 17 tot en met 20 november 2010 vindt in Den Haag het Crossing Border Festival 2010 plaats. Onder de gasten van dit unieke festival dat popmuziek combineert met literatuur, staan dit jaar o.m. vermeld I Am Oak, Bruce Bherman, Smoke Fairies, John Grant, Tom McRae, Ganglians, Willem van Toorn, Laurent Binet, Thijs de Boer, Spoon, Annuals, Naima El Bezaz en Edem Awumey

Muzikale bevestigingen

Bruce Bherman is één van de best bewaarde geheimen van de folkpop, maar verdient nu met de EP Untagged eindelijk een groter publiek.

John Grant heeft met Queen of Denmark een briljant solodebuut afgeleverd. Twaalf perfecte popliedjes met de heren van Midlake als backing band.

Tom McRae blijft een ware liedjesjuwelier en melancholie is nog steeds zijn favoriete edelmetaal. Óók op z’n nieuwe plaat The Alphabet of Hurricanes.

Ganglians brengen hun eigen mix van psychedelische lofi folk-punk. Monster Head Room is de perfecte soundtrack voor een lange, stonede surffilm, vol scènes van dronken jongelui die dansen op het strand tot ze out gaan.



Literaire bevestigingen

Willem van Toorn is een literaire alleskunner. Zijn meest recente publicatie is de mooie verhalenbundel De geur van gedroogde appels.

Thijs de Boer maakte dit jaar een spectaculaire literaire entree met Vogels die vlees eten, en is ook al zo’n mooie verhalenverteller.

Naima El Bezaz (foto rechts) – een van de meest veelbesproken auteurs uit de afgelopen jaren is terug met een roman over een ogenschijnlijk oer-Hollands fenomeen: Vinexvrouwen.

Edem Awumeys Vuile voeten is een roman over een Afrikaanse vluchteling in Parijs. ‘Even poëtisch als snijdend treurig opgeschreven’, aldus NRC Handelsblad. Genomineerd voor de prestigieuze Prix Goncourt 2009.

Laurent Binet schreef het beste Franstalige debuut volgens de jury van de Prix Goncourt 2010: HhhH, oftewel ‘Himmlers hersens heten Heydrich’. Een bloedstollend verhaal over de aanslag op het leven van SS-er Heydrich, dat tegelijkertijd de vraag opwerpt hoe ver je als romancier mag gaan met de historische werkelijkheid.

Voor de website van Crossing Border klik hier

maandag 16 november 2009

Karin Amatmoekrim wint BMW Literatuurprijs

Karin Amatmoekrim
Foto © Bert Nienhuis
Op de afsluitingsavond van het Black Magic Woman-festival - gisteravond in het Bijlmerparktheater in Amsterdam - is bekendgemaakt dat Karin Amatmoekrim met haar roman Titus de eerste winnaar is geworden van de Black Magic Woman Literatuuroprijs.

De andere genomineerden waren Tessa Leuwsha met Solo, een liefde en Naima el Bezaz met Het Gelukssyndroom. De jury van deze eerste BMW Literatuurprijs bestond uit Laetitia Griffith (Tweede Kamerlid voor de VVD), Christine Otten (schrijfster), Lucia Nankoe (letterkundige en specialiste in Caraibische vrouwenliteratuur), Michiel van Kempen (letterkundige en Surinamist) en Alfred Schaffer (schrijver en redacteur Bezige Bij).

Hieronder het integrale juryrapport.


Titus van Karin Amatmoekrim

De jury is er unaniem over eens dat het hier een geboren schrijfster betreft die het vak beheerst en een duidelijke ambitie aan de dag legt om het eigen schrijverschap serieus op de kaart te zetten. Dat eigen schrijverschap stoort zich niet aan grenzen: voor de nieuwe generatie vallen grenzen alleen samen met de hele globe. Amatmoekrim is een schrijfster die trefzeker beschrijvingen neerzet, overtuigende dialogen schrijft, die het verhaal zorgvuldig opbouwt en er niettemin flink de vaart in houdt. Zij bedient zich van een eigenzinnige manier van schrijven die overtuigt, en die het existentialisme van de jaren ’50 een geheel nieuwe dimensie geeft als eigentijds kosmopolitisch verhaal.
De thematiek in dit boek is intrigerend: ieder einde is een nieuw begin. Vervreemding en ontworteling zijn zeer goed uitgewerkt. Het is een schrijversprestatie om zo de andere kant van verdriet te laten zien.



Het Gelukssyndroom van Naima El Bezaz

De jury is vol lof over de Het Gelukssyndroom. Deze, ogenschijnlijk eenvoudig geschreven en gecomponeerde roman, heeft vele lagen. Het verhaal gaat over vriendschap, ziekte, dood, de gevolgen van migratie, cultuurverschillen, over schrijven en, niet in de laatste plaats, over een diepe depressie. De schrijfster toont moed in het literair uitwerken van persoonlijke dilemma’s (depressie) ; ze stelt zich kwetsbaar op zonder larmoyant te worden. Haar taal lijkt eenvoudig, maar de beelden van zowel Marokko als Nederland die El Bezaz oproept, verraden een scherp literair gevoel. Haar stijl is oorspronkelijk en consistent. Het verhaal is meeslepend en beeldend geschreven. De schrijfster weet wat ze teweeg brengt. De roman bevat van begin tot het einde komische passages, en is zeer beeldend geschreven.
Bij de passages die zich in Marokko afspelen waant de lezer zich in Marokko en roept de auteur een wereld op die niet bekend is bij de gemiddelde Nederlandse lezer.
De meerdere lagen in Het Gelukssyndroom zijn ingenieus; door te schrijven over het schrijven zelf, krijgt het verhaal nog een duidelijke extra betekenis en diepgang. De urgentie dampt van iedere pagina, dit boek is geschreven op het scherpst van de snede.


Solo, een liefde van Tessa Leeuwsha
Het verhaal Solo van de Surinaamse Tessa Leeuwsha doet een beroep op alle zintuigen en op een subtiele manier waant de lezer zich in Suriname.
De jury is zeer onder de indruk van deze gave van de schrijfster, de sferische beelden, de geuren en kleuren, ze overtuigen.
De schrijfster weet ook op natuurlijke en herkenbare manier de Surinaamse cultuur en geschiedenis in het verhaal te verweven.
Het thema, het niet kunnen ontstijgen van je eigen milieu , is zowel actueel als universeel.
De omgekeerde Orpheus-mythe verwerkt in het boek is een mooie vondst. De schrijfster slaagt er verder in de levens van de personages en de omgeving op herkenbare en ontroerende wijze neer te zetten.

zaterdag 24 oktober 2009

Nominaties Black Magic Woman Literatuurprijs

Van 12 t/m 15 november pakt Het Black Magic Woman Festival uit in het spiksplinternieuwe Bijlmer Parktheater met het thema New Beginnings.

Er wordt ook een nieuw begin gemaakt met de Black Magic Woman Literatuurprijs voor zwarte-, migranten- of vluchtelingenschrijfster voor een gepubliceerd verhaal/boek in het Nederlands of algemeen beschikbaar in een Nederlandse vertaling.

De genomineerden zijn Tessa Leuwsha met Solo, een liefde, Naima el Bezaz met Het Gelukssyndroom en Karin Amatmoekrim met Titus. De drie geselecteerde boektitels worden gejureerd op zeggingskracht, originaliteit en actualiteit van schrijfsters in de diaspora.

De jury van deze eerste Literatuurprijs bestaat uit Laetitia Griffith (Tweede Kamerlid voor de VVD), Christine Otten (schrijfster), Lucia Nankoe (letterkundige en specialiste in Caraibische vrouwenliteratuur), Michiel van Kempen (letterkundige en Surinamist) en Alfred Schaffer (schrijver en redacteur Bezige Bij).