Posts tonen met het label Hindostanen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hindostanen. Alle posts tonen

maandag 19 mei 2014

Souvenir van een verleden

Poelepantjebrug Paramaribo
door Jerry Dewnarain

‘Ik probeer zo waarheidsgetrouw mogelijk te zijn, zodat de historische waarde ervan niet verloren raakt’, schrijft Tjait Ganga in de inleiding (episode 1) van zijn boek dat eind april 2014 uitkwam. Ganga’s boek Souvenir van een verleden. Autobiografische verhalen omvat persoonlijke herinneringen vanaf de vooroorlogse jaren tot het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw. Het is belangrijk dat Ganga zich bewust is van de noodzaak om zijn herinneringen juist weer te geven, want levensverhalen zijn wetenschappelijk ‘lastig’, ze zijn subjectief en gekleurd. Ter voorkoming van de valkuilen ‘subjectiviteit’ en ‘gekleurde bril’, dienen deze altijd gecheckt te worden. Bovendien moeten ze in een context geplaatst worden. Verifiëren en vergelijken kan dus door middel van ‘harde middelen’, zoals kranten, archieven en internet. Bovendien zullen de oudere lezers van dit boek vaak Ganga’s herinneringen herbeleven. Mijn moeder is zo een voorbeeld. Ze is ongeveer tien jaar jonger dan Ganga en heeft het boek met plezier gelezen. Zij vindt de herinneringen van Ganga herkenbaar en deze zijn nostalgisch. Als meisje van de Koningstraat en zelf ook ex-onderwijzeres herkent zij vele episodes die in het boek zijn beschreven.

Souvenir van een verleden is een egodocument. Egodocumenten zijn documenten over persoonlijke gebeurtenissen en levenservaringen. Het begrip is een verzamelterm om autobiografieën, memoires, dagboeken, persoonlijke brieven en dergelijke teksten mee aan te duiden, kortom, alle teksten waarin de auteur schrijft over eigen handelen en gevoelens. De nadruk wordt gelegd op het ego, het ik, dat de kern van het egodocument uitmaakt. Deze definitie maakt ook duidelijk dat de auteur het egodocument bewust creëert met een welbepaald motief. Dit motief is het overbrengen van zijn verhaal om anderen zowel te informeren als te beïnvloeden. Wat is het historische belang van Ganga’s persoonlijke herinneringen oftewel het documenteren van gewone mensen in het recente verleden?
Houten woningen van Brits-Indische contractarbeiders

Er zijn weinig schriftelijke bronnen over gewone mensen. In archieven is materiaal te vinden ‘over’, maar nooit ‘door’ de gewone man. Levensverhalen bieden een menselijke maat om processen, die het verstand vaak te boven gaan, te kunnen begrijpen. Ze bieden ook mogelijkheden om grote zwart-wit tegenstellingen te nuanceren, zoals de horrorverhalen uit de dertiger en veertiger jaren te Baka Crepy (episode 3) of over liefde en huwelijk (episode 14), enzovoort. Via levensverhalen kom je dichter bij de ‘grote geschiedenis’. Herkenning en empathie daarvoor kunnen daardoor tot stand komen. In het onderwijs kun je jongeren hiermee sneller bij de officiële historie betrekken. Een voorbeeld: ‘De toenmalige minister van Onderwijs de heer drs. Ronald R. Venetiaan heeft tijdens zijn twee ambtsperioden alles in het werk gesteld om dat nobele doel [van onderwijsvernieuwing] te bereiken... het is goed om deze [en andere] namen te vermelden, aangezien deze schoolbegeleiders van het eerste uur, het land hebben doorkruist om de nieuwe curricula op alle basisscholen te implementeren. Het model van de Didaktische Analyse heeft zeker het didaktisch handelen van leerkrachten verbeterd!’ schrijft Ganga. (pp. 193-194)

Van mijn vader hoorde ik zo vaak de verhalen over de ‘Poerpangie-broki’ waar mijn grootvader uit Saramacca aan het begin van de vorige eeuw landbouwproducten verkocht. Ganga schrijft het volgende over deze brug: ‘De Poelpantje brug was de belangrijkste verbinding tussen Paramaribo en Para pasie, Domburg, Paranam, en de rest van het binnenland. Deze brug was een ijzeren ophaalbrug die, zo ver mij bekend, door de Amerikanen was gebouwd. Deze brug over de Domineekreek is in de historie bekend als “Poerpangi-broki”.’ (pp. 106-107) Een foto van deze brug staat op pagina 107. Het is jammer dat Ganga niet over de economische activiteiten rondom de Poerpangi-broki vertelt. Hindostaanse landbouwers uit Saramacca voeren enkele dagen over de Saramaccarivier en het Saramaccakanaal om uiteindelijk hun producten op ‘Poerpangi’ (Domineekreek) te verkopen. Zij raakten bevriend met hun creoolse klanten en vaak genoeg overnachtte mijn grootvader ook bij deze creoolse broeders totdat hij zijn producten had verkocht. Toen al begon de verbroedering en samenwerking tussen de hindostanen uit de districten en de stadscreolen!

Souvenir van een verleden is onderverdeeld in 29 episoden. Bij het lezen van het boek snap ik waarom Ganga niet kiest voor hoofdstukken maar voor episoden. Elke episode staat op zichzelf en zou als het ware een aflevering van een soap- of tv-serie kunnen zijn. De foto’s verduidelijken het verhaal en sommige zijn waardevol voor de Surinaamse geschiedenis, zoals de foto van de brug over de Domineekreek (zie ook omslag van het boek). Het boek leest prettig en is zeker een aanwinst die onder meer het leven schetst van personen en een beeld geeft van bepaalde delen van Paramaribo en districten, met name ook Nickerie en de zeereis ernaartoe, enkele decennia lang van de vorige eeuw, bekeken vanuit het vertelperspectief van Tjait Ganga.

Tjait Ganga: Souvenir van een verleden. Autobiografische verhalen, 244 pp. Paramaribo, 2014. ISBN 978-99914-7-287-4


dinsdag 1 april 2014

Leuk boekje over Plantage Mariënburg

Commewijne. Foto © Anne Blondé

door Benjamin Mitrasingh

In de boekhandel is een leuk boekje over de plantage Mariënburg te vinden, alleen schrik je onmiddellijk van de prijs van het boek. Dan is het grote boek van dr André Loor wel redelijk in de prijs. Een compliment verdient zeker de schrijfster van het boek Anne Blondé, maar dan moeten wij ook erbij vermelden dat zij bij elk volgend schrijfproduct van haar wel een nauwkeuriger eindcorrector moet raadplegen. Want het stoort bij het lezen wel enorm, als er bij het woord ‘suikerrriet’ de lidwoorden ‘de’ en ‘het’ door elkaar worden gebruikt. Het woord is ‘het’ suikerriet en dan mag de eenvoudige Toekijan Soekardi in zijn notities wel ‘de’ suikerriet’ hebben geschreven, maar dat mag hij, want het zijn zijn eigen aantekeningen die hij nu nog gebruikt als bescheiden toeristengids van de plantage. Die aantekeningen biedt hij niet te koop aan, wat Anne Blondé wel doet met haar boekje. Hierdoor krijgt haar boekje wel het predicaat van ‘wat zielig, maar wel een leuk boekje’.
Anna Blondé

Sommige fototeksten ontbreken helaas volledig in het boekje en de witte teksten op de foto’s zijn bijna onleesbaar. Want wie zijn de mensen op de foto op bladzijde 92. Die foto is gehaald uit een album van de man op de foto, die alles heeft vermeld behalve zijn eigen naam. Hij was agent op Mariënburg en ergens onthult hij zijn eigen borstbeeld.

Als onderzoekster en schrijfster verdient Anne Blondé wel beter, omdat zij nu al een goed voorbeeld is voor alle politici van het district Commewijne maar vooral ook voor de onaantastbare geniale ‘luchtkastelenbouwer’ van de suikerplantage. In het boekje (bladzijde 54) krijgt het historisch onderzoek naar het massagraf van 1902 ook aandacht en wordt er ook vermeld: ‘de lichamen van de contractarbeiders werden begraven in een kuil met ongebluste kalk, wat het zo goed als onmogelijk maakt iets van hun resten te vinden’. Met deze conclusie heeft Anne Blondé een enorme ondersteuning gegeven aan het werk van het onderzoeksteam op Mariënburg dat steeds dichterbij komt van de juiste lokatie van het massagraf. Voor de boringen zijn nu langere verstelbare ‘Emperor’ assenstaal boren geleend bij de GMD. De archeologie en de Dienst voor Bodemkartering (DBK) werken namelijk met lichtere en kortere galvaanboren.

De foto’s en kleuren schema’s in het boek zijn heel mooi, maar waarvoor Anne Blondé samen met haar vrienden, zeker een dikke pluim verdient, zijn de uitgebreide noten en de gebruikte literatuur in het boek. Die maken het eindeloos zoeken naar de juiste bronnen, en zeker in Nederland, heel makkelijk.

In het verslag van het onderzoeksteam van Stichting Hindostaanse Immigratie zal je straks kunnen lezen wat het woord Mariënburg precies betekent, waar het vandaan komt en hoeveel slachtoffers er op 30 juli 1902 werkelijk ter plaatse zijn gevallen en hoeveel in het ziekenhuis op Mariënburg zijn overleden. Het is ook nog onduidelijk waar opeens de namen zijn verdwenen van de hoofdmoordenaar Budree en waar die van de verzetsleiders Hardat en Wongsoredjo? Als het boek de maand en het jaar van het onderzoek naar het massagraf van 1902 keurig kan vermelden, namelijk als juni 2013, wie gaat dan schrijven over de uitverkoop van Mariënburg en over de minachting en enorme verwaarlozing van de oud-Javaanse arbeiders? Dit proces begon al na de sluiting van de suikerplantage in medio 1985 en in 2013 was dit proces nog steeds in volle gang?

Als Anne dat niet doet, doen wij het wel. Want sinds 1980 praten we in Suriname over de maatschappelijke relevantie van wetenschapsbeoefening en dat stukje hebben wij gemist in het boekje. Jammer, maar de tijd zal ons hopelijk beter leren. Maar aan Anne en aan ‘kan’ Toekijan, in elk geval een heel hartelijk dankjewel voor hun mooi boekje!


Stichting Cultuureducatie 

[van Starnieuws, 1 april 2014]


zaterdag 29 maart 2014

Het geheim van Mariënburg

Foto van de opnames van Het geheim van Mariënburg. Rechts zittend Ramdjan Abdoelrahman

Zaterdag 31 augustus ging het docu-drama Het geheim van Mariënburg in Suriname in première in TBL Cinema. Regisseur Ramdjan Abdoelrahman laat in dit docu-drama  de opstand van contractarbeiders aan het begin van de vorige eeuw zien.  Bloedige scènes van mishandelde arbeiders, vernedering van vrouwen, moord op de directeur, gevolgd door massamoord in opdracht van het toenmalig gezag. Historica/schrijfster  Cynthia Mc Leod en ex-directeur van Mariënburg Michel Sjak Shie vertellen tussen de gedramatiseerde scènes historische feiten. De doden spoken vanuit hun nog steeds niet ontdekte massagraf rond op Mariënburg. Een puja brengt soelaas voor de geplaagde nabestaanden. Het docu-drama zal in Suriname ongetwijfeld veel emoties oproepen. Jammer dat gebruik is gemaakt van onervaren  acteurs in belangrijke rollen. Bij de rol van oma en oom ontkomt men niet aan de indruk dat de spelers vooral zijn gekozen om hun belangrijke positie in de Hindoestaanse gemeenschap en kennis van de Hindoestaanse leefwereld en minder vanwege hun acteertalent.  Ook gebruik van de Engelse taal had wat meer geoefend kunnen worden. Het Engels in de mond van de blanke directeur en zijn opzichters klinkt erg Nederlands. In het docu-drama is ook onze huidige minister van onderwijs Ashwin Adhin te zien, die een rol als arbeider vertolkte.

[van Schrijversgroep '77]

Opnames voor de film in Guyana in 2012. Links de regisseur. Foto © Onno van der Wal



dinsdag 18 maart 2014

Opvoering Maharaas Leela

© KB Photography 2014

door Kishan Bhagwandin

Op zaterdag 15 maart is in een bomvol Theater Thalia de Maharaas Leela opgevoerd. Dit is een kathak en Brij Raas uitgevoerd klassiek dansoptreden gebaseerd op het 10e hoofdstuk uit de Bhagavad Gita waarbij uitsluitend dansen van Krishna samen met Radha en de Gopi’s in het bos van Vrindavan worden uitgebeeld.
Deze combinatie van Kathak en de Raas van Brindaban is uniek. De choreografie lag in handen van mevrouw Radhika Shah, docent aan het Indiaas Cultureel Centrum (ICC), die heeft bijgedragen dat 56 studenten van dit instituut een pracht van een optreden hebben verzorgd. Tijdens volle maan besloot Shri Krishne deze Raas met zijn Gopi’s te dansen wat de relatie tussen God en de ziel benadrukt. Dit werd heel prachtig uitgebeeld door de opkomende danseres Shanita Bhagwandin.

Een uitmunted décor met optimale belichting gedaan door de heer Hans Bhawan en prachtige kostuums bewerkt door mevrouw Geeta Kanhai. Het Directoraat Cultuur in samenwerking met de Indiase Ambassade maakten dit gratis optreden mogelijk. Het publiek heeft volop genoten, wat te merken was aan het daverend applaus en het gefluit door de zaal heen.

[van GFC Nieuws, dinsdag 18 maart 2014]



maandag 17 maart 2014

Holi-uitzending OHM kleurt groen

Foto © Roel Wijnants

door Roy Khemradj

Ik ben geen fervent kijker van Studio Sport. Mijn Nederlandse buurman ook niet. In afwachting van het Achtuur- journaal zap ik en blijven we hangen bij een uitzending van de Organisatie Hindoe Media. Onder de weinig inspirerende titel 'Van modderfeest tot volksfeest' wordt op prime time aan Nederland uitgelegd dat Hindoes wereldwijd, holi vieren. Mijn buurman worstelt zich door de teksten en beelden en zegt halverwege ; " Ik begrijp er niet zoveel van. Is dit jullie Suikerfeest?" Ik ben opgelucht als de aftiteling in beeld komt.

Dan verschijnt als donderslag bij heldere hemel Desh Ramnath in beeld. Hij is lid van de programma-adviesraad van de OHM. Hij legt uit waar holi voor staat. "Nu pas begrijp ik het een beetje", zegt buurman. "Maar waarom zat hij niet in het programma?" "Tsja, buurman, je moet toevallig weten dat die meneer in beeld, kandidaat is voor het Christelijk Democratisch Appel in Den Haag. “Ooo..Hhh..Mmm.” Buurman: " En waarom hij alleen dan? Er zijn toch meer Hindoestaanse kandidaten? “Tsja buurman, er vindt niet voor niemendal onderzoek plaats naar de integriteit van het bestuur van OHM en de directeur. Ook ik had liever een mooi politiek debat gezien over de maatschappelijke betekenis van Holi i.p.v. een verkapte uitzending van een politieke partij."

[van Facebook]

woensdag 26 februari 2014

In de ban van slavernij - Zo tolerant is Suriname helemaal niet

Foto © Northeast Kingdom Photography


door Nancy de Randamie

De Surinaamse regering doet haar uiterste best om aan haar volk en de rest van de wereld te tonen dat het land een culturele en etnische melting pot is. Daarom werden het afgelopen jaar op grootse wijze alle herdenkingsdagen gevierd. Gezamenlijk, gecoördineerd en landelijk. Deze termen werden bedacht door de Nationale Commissie Herdenking Jubileumjaren, NatCom. Helaas blijft de intolerantie, segregatie, discriminatie en zelfs racisme hier dwars doorheen sijpelen.

Toen ik elf jaar geleden vanuit Nederland naar Suriname terugkeerde, haalde ik opgelucht adem. Pim Fortuyn was net twee weken voor mijn vertrek vermoord. Nederland stond aan het begin van een reeks rechtse kabinetten, dat weer symbool stond voor een meer openlijk intolerantere samenleving. De CDA-er Jan Peter Balkenende werd premier en partijen als de VVD en Fortuyn's LPV regeerden mee. Geert Wilders maakte na de dood van Pim zijn politieke opmars en Mark Rutte werd premier.

Ik ben teruggekeerd naar Suriname omdat ik mijn geboorteland beter wilde leren kennen en een steentje wilde bijdragen aan de ontwikkeling. Maar het feit dat Nederland alsmaar verhardde, heeft zeker meegespeeld in mijn beslissing te remigreren.

Interkrasie
Ik raakte flink ontgoocheld  toen ik er al snel achterkwam dat Suriname lang niet zo tolerant en muliticultureel is als wordt beweerd. Ja, aan de oppervlakte is het pais en vree. En het klopt: in tegenstelling tot buurland Guyana in de jaren zestig bijvoorbeeld, zullen hier niet snel rassenonlusten uitbreken. Toch is er sprake van een behoorlijke dosis intolerantie, discriminatie en zelfs racisme. Deze zijn onderhuids aanwezig en juist dat is gevaarlijk.

Deze regering (en in feite alle regeringen aan hen voorafgaand) gaat er met zo’n beetje het hele Surinaams volk er prat op dat Suriname zo multi-etnisch en mulitcultureel zou zijn. De cabaretgroep 1+1=3 twijfelt hier, net als ik, aan. Op 10 november, de laatste dag van de door de NatCom uitgeroepen Jubileumdag, uitte 1+1=3 op ludieke wijze wat ik bedoel: een racistische opa van Creoolse komaf, zoals er zovele zijn in Suriname, wordt door twee buurtgenoten terechtgewezen. Het is zijn Hindostaanse buur die het op een gegeven moment heeft over interkrasie. Ras, etniciteit, het zal allemaal vervagen, als maar genoeg kinderen van gemengde komaf geboren worden. Dat is nou interkrasie. Krasi is Surinaams voor geil.

Voor Suriname is het niet moeiljk om multicultureel en multi-etnisch te zijn. De kolonisator heeft ons ooit samen gebracht. In mijn ogen is dit niet iets om trots op te zijn. We moesten noodgedwongen samenleven.

Remigrantendiscriminatie
Dat samenleven gaat tot op zekere hoogte goed, maar lang niet altijd. Zo word je als remigrant regelmatig gediscrimineerd. Op de werkvloer. In het voorbijgaan. In winkels, kantoren, discotheken. Zo hoorde ik vorige maand nog iemand in een verkeersincident tegen mij roepen "Ga terug naar je eigen land!"

Runderen aan de waterkant. Foto © Haydo Simoons


Mijn ervaring is niet uniek. Veel remigranten ervaren vaak een onwelkome behandeling bij terugkeer. Een vingerwijzing dat er wel degelijk iets niet goed zit en dat Surineds worden gediscrimineerd, blijkt uit de cijfers van het Algemeen Bureau voor Statistiek. Van de 13.000 Nederlanders (meerendeels Surinamers met een Nederlands paspoort, Surineds) die in de periode 2000 tot 2012 naar Suriname kwamen om zich te vestigen, keerde 40 procent terug naar Nederland.

Dat kan de regering Bouterse met haar diasporabeleid mooi in haar zak steken. De reden van terugkeer van deze groep is nog niet onderzocht. Maar ik ken een flink aantal van hen die terugkeerden en bij hun beslissing speelde niet zelden mee dat ze zich in Suriname onvoldoende welkom voelden. Een nog grotere groep aarzelt om naar Suriname terug te keren precies om deze reden.

Maar ik kijk er anders tegenaan. Men kan nog zoveel tegen mij zeggen of doen, maar mij laten ‘wegpesten’ uit mijn eigen geboorteland zal niemand lukken. Als ik wegga, is dat omdat ik het tijd vind. Dat wegpesten gebeurt heel subtiel. En het ergste is: veelal hebben de plegers het zelf niet goed door. Dat is natuurlijk typisch voor discriminatie. En ook kenmerkend voor het racisme in Suriname. 

Moskee Keizerstraat. Foto © Hannes Rada

Hoezo multicultureel en multireligieus?
De verschillende bevolkingsgroepen leven in vrede naast elkaar, maar nog altijd niet echt met elkaar. Men proeft letterlijk van elkaars cultuur dankzij interkrasie en door elkaars gerechten te eten, maar daar blijft het in feite bij. De leus Eenheid in Verscheidenheid, bedacht door wijlen staatsman Jnan Adhin, lijkt wel een vloek te zijn geworden.

Waarom praat men nog over 'ik ben een Hindostaanse Surinamer' en 'Ik ben een Javaanse Surinamer'? Dat hokjesdenken – overgenomen van een ooit verzuild Nederland? – houdt juist integratie tegen! Tijdens de afgelopen Divali, het belangrijkste Hindoefeest, werd door Christenen een duizendmannenmars gehouden. De loop had als eindpunt het Onafhankelijkheidsplein. Daar bevond zich ook het centrum van de nationale Divaliviering. De ambtenaar die de vergunning voor de loop had afgegeven, moet vast Christen geweest zijn. En de duizend mannen Christenen. Je vraagt je af waarom ze uitgerekend op het belangrijkste Hindoefeest van het jaar deze mars moesten houden.
Shareen Damrie. Foto © Samir Photography

Sommigen zagen deze gang van zaken als het summum van multiculturalisme en multireligiositeit. Ik niet. Ik zie het als het geen respect tonen aan een andere religie. Andersom zou geen Hindoe het in zijn hoofd halen om op Eerste Kerst op het Onafhankelijkheidsplein een pudja – een traditionele hindoeceremonie – te houden. Multicultureel en multireligieus betekent voor mij dat je elkaars hoogtijdagen samen viert of tenminste respecteert dat een andere religieuze groep haar hoogtijdag heeft. Die duizend mannen mars had op een andere dag of ten minste op een andere plek gehouden kunnen worden.

Etnische politiek
De verscheidenheid is er zeker. Maar echte integratie blijft uit. Een nieuwe Surinaamse cultuur is zeker aan het opkomen, maar veel te langzaam. En als het erop aankomt, maken teveel mensen zich schuldig aan racisme. Een mooi voorbeeld is het huidige kabinet. Terwijl de regering Bouterse met man en macht zegt te streven naar  integratie van culturen en natievorming, vindt de toedeling van ambtenarenposten op basis van etniciteit onverminderd plaats.
Javaans feestje. Foto Facebook

Etnische politiek, onderdeel van de Oude Politiek zoals Bouterse dat zelf ooit noemde, staat nog recht overeind. Etnische politiek is een systeem van samenwerking op basis van etnische segregatie. En dit systeem werkt op haar beurt racisme in de hand. Etnische politiek is weer een uitvloeisel van Verbroederingspolitiek. Voor mij is meer dan duidelijk dat verbroederingspolitiek haar langste tijd heeft gehad. Toen het door wijlen staatsmannen Jagernath Lachmon en Johan Adolf Pengel eind jaren zestig van de vorige eeuw werd ingevoerd, bewees het in eerste instantie haar nut. De twee grootste bevolkingsgroepen, de creolen en hindostanen, moesten verbroederen omdat er onderhuidse rassensentimenten sluimerden. Nu, meer dan 40 jaar later, blijkt dat Verbroederingspolitiek werkelijke integratie belemmert, omdat het zich heeft ontwikkeld tot etnische politiekvoering.
Surinaamse kip.
Foto © Michiel van Kempen

Depolitiseren
Een voorbeeld: op het ministerie van Transport zit nu een marronminister, dus zie je steeds meer ambtenaren op dit departement, van hoog tot laag, die van marron komaf zijn. Dit beeld voltrekt zich overigens op elk department. Laatst maakte Paul Somohardjo (leider van het Javaans partijblok Pertjajah Luhur in het parlement) zijn misnoegen bekend over het feit dat Ashwin Adhin (een jonge hindoestaanse minister op de post onderwijs) aan depolitisering van ‘zijn’ ministerie deed. Wat Somo bedoelde is dat ‘de mensen die op hem lijken’ niet automatisch meer aan de bak komen en zelfs ontslagen worden op dit ministerie. Wat er aan de hand is? Minstens 16 jaar zwaaide een Surinamer van Javaanse komaf de scepter bij het ministerie van Onderwijs en zo werden een aantal van de belangrijkste posten toebedeeld aan Javanen. Volgens Somohardjo moet Adhin het veld ruimen als hij zo doorgaat.
Paul Somohardjo

Ook buiten de politiek woekert het racisme welig. Het racisme is terug te vinden in de manier waarop men zich uitdrukt. Als men het hier in Suriname heeft over ‘Surinaams' eten, bedoelt de gemiddelde Surinamer creools eten. Oftewel: Hindostaans, Javaans, Chinees, Marron en Indiaans etens is dus niet echt Surinaams? Dit is iets waar men niet bij stilstaat.

Roy en Rubia
Toen Pim de la Parra in 1975 Wan Pipel maakte, over de liefde tussen de creoolse Roy en hindostaanse Rubia, kwam het onverholen racisme van Rubia’s familie aan het licht. Wie deze film nog niet heeft gezien, moet dat zeker doen. De thema’s uit de film waren kenmerkend voor het Suriname van toen, maar zijn helaas nog actueel.
...huidskleur telt nog altijd... Foto © P. Somohardjo

Gelukkig gaan steeds meer jongeren en zeker ook remigranten multi-etnische relaties aan. Maar Suriname kent nog altijd haar Roy’s en Rubia’s. Racisme op basis van huidskleur is er ook. Als lichte creool wordt je door anderen anders bejegent dan een donkere creool.

In mijn periode hier, heb ik vaak genoeg meegemaakt hoe huidskleur een rol speelt bij intermenselijke relaties, zowel privé als op de werkvloer. Het zelfbeeld wordt vaak ook bepaald aan de hand van de kleur van de huid. Ik ken helaas heel wat donkergekleurde mensen die zich minder voelen en zich als zodanig gedragen ten opzichte van Surinamers met een lichtere huidskleur. Ook de autoriteiten discrimineren. In Nederland worden donkere jongens die in een groep op een hoek staan te lanterfanten eerder aangehouden door de politie. Dat geldt ook voor Suriname!

Zenora Bharos. Foto Facebook
Tien Koeien
Tegelijkertijd is men overgevoelig voor discriminatie. Grappen over andere etnische groepen maken kan niet, vinden sommigen. Een mooi voorbeeld is het lied Tien Koeien, waar de succesvolle rapper Scrappy W op hilarische wijze de verboden liefde tussen hem en een hindostaanse verwoord. Scrappy W is van marron komaf. Hij zingt dat hij tien koeien en een Zundapp bromfiets zal kopen voor zijn aanstaande schoonvader om zo zijn liefje te schaken. Toen dit lied op de radio werd afgedraaid, vonden veel mensen dit niet kunnen. Enkele hindostanen, maar ook niet-hindostanen reageerden beledigd. Want: hindostanen zijn toch allang niet enkel landbouwers? Waarom dan zo denigrerend over hen praten? Het lied werd zelfs op een bekend radiostation verboden. Na protest werd dit verbod teruggedraaid. Een grote misstap van dit station. Juist als je niet kan lachen om elkaars eigenaardigheden of typische kenmerken, ben je aan het discrimineren. Wat een overgevoeligheid. Het is in mijn ogen precies hetzelfde als wanneer je iemand beoordeelt op de tint van diens huidskleur. 

Geforceerde unificatie
Wat zou moeten gebeuren is dat je erkent dat er typische verschillen tussen de rassen zijn, maar dat deze er in the end helemaal niet toe doen, omdat wij nu eenmaal allemaal mensen én Surinamer zijn. Verschillen hoeven dan ook niet constant te worden benadrukt. Dat leidt tot segregatie en soms zelfs discriminatie. Behalve als 1+1=3 het doet of Scrappy W. Dan wordt het weer leuk.

President Bouterse heeft het op zich goed gezien dat de integratie van culturen in Suriname nog geen feit is. Het afgelopen jaar heeft hij via de viering van de jubileumdagen – 140 jaar Hindostaanse immigratie, 150 jaar afschaffing van de slavernij, 160 jaar vestiging Chinezen – angstvallig geprobeerd de groepen nader tot elkaar te brengen, via de instelling van de NatCom.
Carifesta. Foto © Sirano Zalman

Je zag het terug op het podium op het Onafhankelijkheidsplein. Was het 140 jaar Hindostaanse immigratie? Dan dansten en zongen de creolen, marrons, javanen, chinezen, indianen mee. Elke jubileumdag was telkens weer een weergaloos mooi multicultureel spektakel. Maar daar bleef het helaas bij.

Onderhuids, zelfs binnen de organisatie van de NatCom en haar vertakkingen, was animositeit, zelfs discriminatie en racisme te bespeuren. Ik kan het weten. In april werd ik gevraagd zitting te nemen in de Commissie Afro Surinaamse Organisaties, dat resorteert onder de NatCom. Ik aarzelde, maar heb het toch gedaan. Mijn motivatie? Ik ben ook hier om iets terug te doen voor Suriname en helpen bijdragen aan natievorming doe ik graag.  

Avondvierdaagse. Foto © J. Voskuil
Bondru
Racisme en discriminatie in Suriname is anders dan in Nederland. Het is heimelijk en onder de oppervlakte. Wat hetzelfde is, is dat ook hier discriminatie en racisme zo diep geworteld is, omdat het een erfenis is van de slavernij. Wij Surinamers discrimineren onze eigen mensen. Die bondru, eenheid die we zo graag zeggen te willen, helpen wijzelf om zeep. Jammer hoor!

Een verandering zal er niet 1, 2, 3 komen. In ieder geval niet vanuit de politiek. Politiek Suriname gedijt op het etnisch sentiment. Ook al krijgen steeds meer mensen hier genoeg van. Ook binnen de politiek.
Natievorming en uitbanning van discriminatie en racisme is iets dat moet komen vanuit de mensen zelf. Er zijn er al genoeg die beseffen hoe het anders kan en die hiernaar leven. De verandering zal van onderop moeten komen. Het geld van al die commissies kan beter worden besteed. Ik richt mijn ogen op de organisaties, artiesten, kunstenaars en vele jongeren die het al wel hebben begrepen. De Scrappy W’s en de 1 en 1 is 3’s.


[van www.oneworld.nl, 11-11-2013]


maandag 24 februari 2014

Boekpresentatie West-Indische Contractarbeiders in Suriname 1863-1899

Houten woningen gebouwd voor contractarbeiders achter plantage Mon Souci.
Ca. 1941. Foto Tropenmuseum

Het Nationaal Archief Suriname(NAS) organiseert de presentatie van het boek West-Indische Contractarbeiders in Suriname 1863-1899. Deze presentatie wordt gehouden op woensdag 26 februari in de vergaderzaal van het Nationaal Archief in Paramaribo. Volgens een uitnodiging van het Surinaamse ministerie van Binnenlandse Zaken een tweetalig boek dat handelt over de West-Indiërs die tussen 1863 en 1899 als contractarbeiders naar Suriname werden vervoerd. Onder de titel West-Indische Contractarbeiders in Suriname, 1863 – 1899 hebben de auteurs, H.E. Lamur, N.H.A. Boldewijn en R. Dors een veelheid aan gegevens over de West Indische contractarbeiders in een databank opgenomen.
Deze publicatie is tot stand gekomen in samenwerking met de Stichting Matzeliger Instituut.


woensdag 19 februari 2014

Jong Suriname krijgt boek opgedragen

Van links naar rechts Jan Haakmat, Humphrey Lamur en minister Moestadja die over het boekwerk  West Indische Contract Arbeiders in Suriname 1863-1899 van gedachten wisselen

De jonge generatie Surinamers, en wel de groep die met de onafhankelijkheid is opgegroeid, heeft een boek opgedragen gekregen. Het gaat om West Indische Contract Arbeiders in Suriname 1863-1899. De uitgevers van dit boek zijn de Stichting Matzeliger Instituut en het Nationaal Archief Suriname (NAS) dat ressorteert onder het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Contractarbeiders bij het 'Koeli-depôt' in Suriname


Gisteren bracht één der uitgevers, de Stichting Matzeliger Instituut in de persoon van Jan Haakmat, en één der schrijvers (professor Humphrey Lamur) een bezoek aan minister Soewarto Moestadja van Binnenlandse Zaken. Er werd kort over het boek gesproken. Het is de bedoeling dat het boekwerk binnen niet al te lange tijd wordt gelanceerd. De voorbereidingen worden getroffen om president Desi Bouterse een exemplaar aan te bieden. Zowel de schrijver als minister Moestadja is blij dat er een boek is uitgegeven dat bijdraagt aan het verrijken van de kennis. De overtuiging bestaat dat dit boek een positieve impact zal hebben op de samenleving. ‘Met dit boek wordt de voet op het historische gaspedaal gehouden om de geschiedenis van Suriname in een juist perspectief te belichten c.q. te herschrijven.’ Een stuk vergeten geschiedenis van Suriname wordt door deze publicatie blootgelegd, staat in de inleiding van de pennenvrucht. Het boek is verder geschreven door mr. Norine Boldewijn en drs. Ruth Dors. Het boek is zowel in het Nederlands als in het Engels uitgekomen.
  
[van Starnieuws, 19-02-2014]

dinsdag 18 februari 2014

Vitaliteit Hindostaanse jongeren

Foto © Kyan Rampersad

Studie, familie, verwachtingen. Cabaretier Rayen Panday worstelt net als veel Hindostaanse jongeren met wat van hem verlangd wordt en wat hij zelf wil. Hij vertelt hoe het is om op je 29ste samen te wonen met je ouders, de jarenlange relatie met zijn vriendin en de verwachtingen waar hij tegenaan loopt. Trouw struint hij alle familiefeestjes af en komt zo op de bruiloft van zijn ex-vriendin waar hij eigenlijk zelf bruidegom had moeten zijn. Eenmaal op de bruiloft zijn alle ogen op Rayen gericht. Gelukkig heeft hij genoeg afleiding van de grappige Bollywood wedding singer en de speechers.

Op zondag 2 maart deelt Rayen zijn belevenissen middels de voorstelling Drie keer Rayen, Eén keer Klein. Het optreden wordt ingeleid door wethouder Karsten Klein, die na de voorstelling samen met Rayen in gesprek zal gaan met de jongeren in het publiek over studie, vrije tijd, identiteit en cultuur.

Rayen Panday
Over Rayen Panday
Rayen Panday won in 2008 de persoonlijkheidsprijs op het Groninger Studenten Cabaret Festival. Na zijn optreden bij Raymann werd hij tekstschrijver voor het succesvolle tv programma van Jörgen Raymann. Daarna schreef hij ook voor De Dino Show van Jandino Asporaat. Sinds 2010 is Rayen een van de vaste comedians bij het Comedy Café in Amsterdam, waar hij elke week speelt.

Over Karsten Klein
Karsten Klein is een jonge wethouder voor het CDA in het haagse college van B en W. Klein zijn ambitie is om jongeren te betrekken in de vormgeving van de stad Den Haag.

Zondag 2 maart van 14.00-17.00 uur
Zaal Concordia, Hoge Zand 42, 2512 EM Den Haag


Organisatie: Amrit Consultancy in samenspraak met de Gemeente Den Haag (wethouder Karsten Klein)
Toegang: gratis voor jongeren t/m 30 jaar. Voor bezoekers boven de 30 is de toegang 5,-.
Let op! Kaarten zijn alleen voorafgaand aan de voorstelling te verkrijgen via mail. Er is dus GEEN kaartverkoop aan de kassa. Er zijn maximaal 200 plaatsen.
Reservering verplicht: Klik hier om je aan te melden.
Informatie: Sitla Bonoo, tel.: 06-12.09.72.16

Deze bijeenkomst wordt van harte aanbevolen door het Sarnamihuis.

zondag 16 februari 2014

Bhagavad Gita seminar

door Sushma Biere


Vijai Misri in gesprek met enkele deelnemers van het seminar.
 (Foto: Sushma Biere)
Vier dagen hebben meer dan tweehonderd belangstellenden kennis opgedaan tijdens het Bhagavad Gita seminar dat gehouden werd in ballroom Lalla Rookh. De presentator, Vijay Misri (36), heeft op een interactieve wijze de kennis overgedragen in het Nederlands. Als zeventien jarige vertrok Misri naar India op zoek naar antwoorden op vragen die hem dwars zaten over de religie. Hij is de mening toegedaan dat hij de ervaring en kennis die hij heeft opgestoken ook met andere geïnteresseerden moet delen.

Misri heeft de materie via brandende vraagstukken uit het dagelijks leven uitgelegd. Er is ingegaan op het doel van het leven, het yoga systeem, de wet van Karma en Bhagavad Gita in de praktijk. "Tegenwoordig is het huwelijkslevens een zintuiglijke waarneming, als wij niet tevreden zijn dan scheiden wij. Stel God centraal in het leven, zo kun je als partners naar elkaar groeien, maar ervaar eerst de hogere smaak. Dit zeg ik niet, dat staat in de geschriften", legt Misri uit.

De passages werden door de geleerde in het Sanskriet gereciteerd en vervolgens in het Nederlands vertaald. De aanwezigen hebben alle dagen met even veel interesse de inhoud tot zich genomen. De organisatie was stiptelijk met de tijd, het drie uren durende seminar werd toepasselijk ingevuld. Het seminar werd afgesloten met vrolijke religieuze liederen over Lord Krishna en het serveren van zoetigheid (prasad), die door het aankomend echtpaar Vijai Misri en Preschana Kewalbansing (lid van de organisatie), was bereid. De twee initiatiefnemers kregen een staande ovatie. De deelnemers kijken uit naar een vervolg van de inspirerende sessie.

[van Starnieuws, 15 februari 2014]

maandag 3 februari 2014

Felicitatie gedicht

Charmant, charismatisch, de ‘ch’ van Chan,
Een man die bewijst dat hij het echt kan,
Een man met waardigheid en veel eer,
Een man die wint keer op keer.

Met sterke passen en een zelfverzekerde blik,
Een leider die op democratie mikt,
Niemand, die opgewassen is tegen zijn stem,
Als hij eenmaal gas geeft, trapt hij niet meer op de rem.

Tegenstanders zijn tegen deze strijder kansloos,
Een vechter was hij toch al een hele poos.
Integriteit, solidariteit en vrijheid,
Een volksleider, zonder spijt.

Hij is zijn tegenstanders de baas,
Een man die een storm wegblaast,
Een leider als hij, nergens, echt nergens,
Deze man verzet bergen en echt bergen


Zijn naam is synoniem voor  daadkracht
Hij is een kanjer op wie Suriname wacht
Chandrikapersad Santokhi, heet hij, ook gekend als Chan,
Ja Chan en Chan alleen is de enige echte man.

Happy Birthday to Chan
VHP-mediacommissie

[verschenen in GFC Nieuws, 1 februari 2014]


John Wladimir Elskamp - Pandra beries

Foto© Stuart Vrede
(Tu saram dewe palwár ke)

Het eerste dat mij bij het meisje opviel, was het feit dat zij een goedontwikkelde boezem had. Pittig en vrijpostig staken haar 'bobbetjes' naar voren. Ik wist dat zij een oogje op mij had en om mij steeds weer in de winkel van Moenalal kwam. Zij keek mij altijd uitdagend aan, ik zat meestal bier te drinken aan het tafeltje onder de tent voor de winkel, om vervolgens de winkel in te gaan om iets onzinnigs te kopen. Zij zag er jong en fris uit, maar vooralsnog wilde ik geen 'wanpipeltoestanden' hebben. Zij was een Hindostaanse en ik een Creool (eigenlijk een dogla, maar voor mijn baywa's maakte het niet uit). Ik was ook een behoorlijk aantal jaren ouder; zij was een tiener en ik was toen dichtbij de dertig, maar ja... hoe jonger de duif, hoe krachtiger de soep.

Ik ontdekte de winkel van Moenalal min of meer per ongeluk, toen ik de verkeerde zijstraat nam om ergens met een 'koelieband' te gaan oefenen. Lekker gelegen, met veel parkeerruimte en een tent voor de winkel om de 'zuipgasten' te accommoderen, lekkere masalavlees en gebakken vis; kortom, de plaats was ideaal. Moenalal legde mij die dag uit dat ik niet hoefde te draaien, maar verderop, via een andere zijstraat, in de juiste straat zou komen. Niet ver vandaar was de oefenlokatie. Ik dacht het meisje ook die dag in de winkel gezien te hebben, maar ik kon mij ook vergissen. Daags daarna was ik weer bij Moenalal. Ik werd vaste gast. Vaker bracht ik een van de bandleden mee en het was meer regel dan uitzondering dat wij Hindostaanse muziek ten gehore brachten, waarbij de tafels als tabla en dholek gebruikt werden. De eigenaar vond het niet erg, hij genoot er juist van en het bracht klanten naar de zaak.

Het meisje woonde schuins tegenover de winkel. Zij zat een keertje bij het raam van haar eenvoudig houten huisje en ik wuifde voor haar en maakte kusbewegingen. Prompt gaf zij dezelfde response. En zo kwam zij haar show maken en gekke dingen als snoep, lollipop, popcicle en dergelijke kopen. De meeste gasten deden alsof zij niet zagen dat het jong meisje zich aan mij wilde opdringen; ik was een soort van celebrity geworden bij Moenalal. Een kafri die alle Hindostaanse liedjes uit het hoofd kende en ook goed het ritme op de tafeltjes van de bar kon slaan.

Ik herinner mij nog die regenachtige dag, een vrijdagmiddag. Het had nagenoeg de hele dag geregend in de stad, maar tegen vieren klaarde het weer een beetje op. Wij zouden oefenen met de band, maar dat zou pas tegen zessen beginnen. Desondanks was ik al bij Moenalal, omdat ik alvast “iets” in het bloed wilde hebben; Hindostaanse muziek klonk en speelde beter als jouw bloed wat ethanol bevatte en ik wilde ook het meisje ontmoeten. De vorige avond had ik een natte droom gehad, mijn deken bevatte een spermatozoïde, liquide stof, met een bepaalde viscositeit (a mang John ey gebruik wan l’o hoge woorde; zeg gewoon dat trek op die vokkieng deken was). Ik wist zeker dat zij de protagonist (a mang John, praat normaal no!) in de droom was. En het was geen “bolliewoetdroom” hoor; er werd echt “iets” gedaan in mijn droom. Het meisje had pittige borsten en waar haar benen bij elkaar kwamen, had zij ook een indrukwekkende driehoekvorm. Het werd tijd om van de verboden vrucht te proeven.

Ik had mijn auto strategisch geparkeerd. Bijna niemand kwam achter de winkel, slechts een enkele boromang van de andere straat riskeerde een slangenbeet om zo tijd te besparen om Moenalal te bereiken. Nauwelijks zat ik met mijn sopie, of het meisje kwam en nauwelijks was zij onder de tent, of de regen kwam en hoe! Met bakken tegelijk viel Gods water over Gods akker. Ik wenkte haar met mij in de auto te gaan zitten en zij hapte toe. De auto zat ook onder het dak van de tent, omdat de eigenaar zelf zijn voertuig daar zette en dus de tent naar de achterkant verlengd had. Ik had mijn lippen al op de hare en zou net mijn tong introduceren in het spel, toen een barse stem klonk; “Sunita, kha behl. Tu saram dewe palwár ke. Pandra beries....”*. de rest van zijn woorden gingen verloren in het lawaai van de regen op het dak van de tent, maar ook omdat hij verder liep; het was een van de zeldzame boromangs van de andere straat die de “binnendoor route” achter het erf van de winkel namen. Ik had echter al genoeg gehoord. De man vroeg aan Sunita wat ze deed en zei dat ze haar familie schande gaf. Verder zei hij iets in de geest dat zij pas vijftien jaar oud was. Als bij instinkt trok ik haar bloesje naar beneden; twee tennisballen vielen eruit. Een stukje stof viel op uit haar jeans. Ik trok eraan en een hele lap stof kwam tevoorschijn. Mevrouwtje had dus mij willen verleiden door ouder te lijken; tennisballen om de bobbetjes te “vergroten” en lapje stof om de poenie een bollere vorm te geven. Het hoefde geen betoog dat ik haar flink de levieten gaf en haar naar huis stuurde. Daarna verontschuldigde ik mij bij de mannen in de bar.

(Men knikte begrijpend; in deze “koeliebuurten” worden er – verborgen voor de buitenwereld- relatief veel zedendelicten gepleegd.)

* Pandra beries = vijftien jaar oud

woensdag 29 januari 2014

Nieuwe editie Bhásá

André Loor
De nieuwe editie van Bhásá is uit. Bhásá is een digitaal blad over cultuur en geschiedenis met het accent op de Hindoestaanse cultuur. Het blad is gratis per email te ontvangen. Aanvragen bij stgbhasa@hotmail.com.

Het blad bestaat al drie jaar. In dit nummer een artikel over de culturele ontwikkeling in verband met de toetreding van Suriname tot Unasur. Verder interviews met seniore Hindoestanen over het verleden. Een artikel over de violist Tiyaitram Ganga, iets over de kunstenaars Rahied Abdoel en George Ramjiawansingh, over André Loor, over de familie Pierkhan en over mevrouw Mahadei Jawahierkhan van Peperhol, Saramacca. Ook informatie over de Culturele Unie Suriname, waaruit o.a. zijn voortgekomen het assembleelid Asiskumar Gayadien en minister Ashwin Adhin.

woensdag 22 januari 2014

Standbeeld Lachmon ‘tuinkabouter’

Het standbeeld van Jaggernath Lachmon op het VHP-terrein aan de gelijknamige straat. Kunstenaars plaatsen kritiek bij het kunstwerk. Foto: Claudio Barker


door Meredith Bruce

Paramaribo - “Ik vind het jammer dat men dit als een kunstwerk beschouwt, want daar valt het echt niet onder”, reageert kunstenaar Erwin de Vries op het zaterdag onthulde beeld van VHP-oprichter Jagernath Lachmon.
Erwin de Vries

De onthulling was in verband met de feestvergadering van de VHP op het partijterrein aan de Jagernath Lachmonstraat. Het beeld dat in India vervaardigd is, suggereert een blanke huidskleur in tegenstelling tot van wijlen Lachmon die een bruine huidskleur had. Daarnaast zijn de armen langer in verhouding tot de rest van het lichaam.
De Vries legt uit dat de kwaliteit van een monument van een persoon bepaald wordt door het karakter van die persoon "en niet de versierselen zoals kleur en ondeugdelijke anatomische fouten. Het doet mij meer denken aan een tuinkabouter", vervolgt hij.
Ook Patrick Tjon, docent Beeldende Kunst op de Academie voor Hoger Kunst- en Cultuur Onderwijs heeft kritiek op het kunstwerk. "De proportie van het beeld is anatomisch niet correct en niet naar realistische verhouding. De kleuren zijn ronduit afschuwelijk, wat maakt dat het beeld voor de omgeving zal gaan afsteken", zegt Tjon. Hij vindt daarentegen dat de zwarte broek en het witte hemd wel karakteristieke kenmerken waren van Lachmon.
Kunstkenner Sonny Hira

VHP-bureauwoordvoerder Sonny Hira is echter tevreden met het kunstwerk. "De verhoudingen, afmetingen en gebruikte kleuren zijn door de beeldhouwer, aan de hand van zowel foto-als filmmateriaal, zo getrouw mogelijk weergegeven", meent hij. Hira zegt dat het beeld "vanwege betrekkelijk lage kosten" in India is vervaardigd. "Alle in Suriname uitgebrachte offertes lagen enkele duizenden US dollars boven de Indiase prijs", aldus Hira.

Hoeveel is neergeteld voor het beeld kan hij vooralsnog niet exact aangeven. Namen van kunstenaars die een offerte hebben ingediend wil de woordvoerder vanwege discretie niet noemen.



[uit de Ware Tijd, 22/01/2014]

zondag 19 januari 2014

Standbeeld Mr. Lachmon onthuld op VHP-terrein

Standbeeld van Mr. Jagernath Lachmon.
 (Foto: René Gompers)
Fier als een kankantrie staat het standbeeld van de oprichter van de Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP), Mr. Jagernath Lachmon op het terrein van stichting 'de Olifant'. Ter gelegenheid van de 65ste jaardag van de VHP is dit standbeeld onthuld. 

VHP-voorzitter Chan Santokhi zei bij de onthulling vanavond dat Lachmon vaak is gaan liggen als een riethalm. Hij heeft zich vernederd in het belang van het land. "Maar hij gaat nooit meer liggen. Hij staat nu als een kankantrie", zei Santokhi. Het publiek werd naar het standbeeld begeleid door een tazza-groep.

De VHP-leider haalde aan dat diverse politieke partijen vertegenwoordigd zijn in het partijcentrum. "Dit is de verbroedering waar voorzitter Lachmon al die tijd over sprak", zei Santokhi. Naast de partijen van het Nieuw Front, zijn ook aanwezig een delegatie van de KTPI, Pertjajah Luhur, ABOP, DOE en de BEP. Na de onthulling werden bloemen gestrooid bij het beeld, dat in India is ontworpen. De mensen zijn laaiend enthousiast over het standbeeld. "Dit is een emotioneel moment. Dit is Mr. Lachmon, met het witte overhemd dat zo karakteristiek was voor hem", zei menigeen. 

[van Starnieuws, 18 januari 2014]


maandag 6 januari 2014

Kamai Dhotie Wala - Khai Tophie wala

Klik op afbeelding voor groter formaat
Natak: Kamai Dhotie Wala - Khai Tophie wala
Met Nederlandse boventiteling

Zondag 16 februari 2014 13:30 uur  in Theater de Regentes Den Haag
Zondag 23 februari 2014 13:30 uur in Theater Zuidplein Rotterdam
Zondag 2 maart 2014 in Theater de Kom Nieuwegein
Zondag 9 maart 2014 in Oostvaarder college in Almere
Zondag 23 maart: locatie nog niet bekend 

Let op! Nieuwe natak dvd Saas Calcatia - Behu Parnasia alleen in het theater verkrijgbaar met Nederlandse ondertiteling




woensdag 1 januari 2014

Hindostaanse nachtmerrie

Hindostaanse
door Freek L. Bakker

De roman De suiker die niet zoet was van Safdar Zaidi is de Nederlandse bewerking van het eerder in 2005 in het Urdu geschreven toneelstuk Desh-Pardesh. Van dat Urdu toneelstuk is in 2008 een filmscript gemaakt en in 2013 een Nederlandse roman.

Het boek gaat over een Hindostaanse man, Radj, die met zijn eveneens Hindostaanse vrouw Lakshmi in Den Haag woont en sinds kort bij het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking werkt. Zijn leven verloopt voorspoedig. Lakshmi en hij hebben een goede baan en een gelukkig huwelijk. Maar sinds kort heeft hij last van een telkens terugkerende nachtmerrie. Die brengt hem van zijn stuk en ontwricht zijn leven uiteindelijk zeer grondig. Verderop in het boek wordt duidelijk dat de nachtmerrie zijn oorsprong vindt in het Hindostaanse verleden waarin talloze mensen vanuit India naar Suriname trokken in de hoop daar een beter leven te kunnen leiden.
Sherlyn Chopra

Het is niet mijn bedoeling de clou van de roman prijs te geven. Maar ik wil wel iets opmerken over de indruk die hij op mij maakte en die het de moeite waard maakt dit boek te lezen. Het boek is spannend en soms zeer verrassend, ook op het einde: het is geen eind goed al goed verhaal. Daar komt bij dat de lezer die niet zo vertrouwd is met het Hindostaanse familieleven en met de rol van de hindoereligie daarin, op een heel vanzelfsprekende manier hiermee bekend wordt gemaakt. Dat gebeurt bovendien niet kritiekloos. Ook de minder fraaie kanten van deze religie komen in dit boek naar voren. Desondanks is het geen antireligieus boek geworden. Integendeel, het laat weliswaar de bekrompenheid van veel religieuze overtuigingen en gebruiken zien en hoe mensen deze religie gebruiken om zichzelf te bevoordelen, maar ook hoe de religie – en vooral de wijsheid en inspiratie die daarin verborgen ligt – mensen verder kan helpen.
En dan aan het eind, als de lezer denkt dat hij aanvoelt hoe het boek gaat aflopen, is daar opeens een nieuwe wending.

Helaas wordt het boek ontsierd door het relatief grote aantal spelfouten. Verder is hier en daar te veel vastgehouden aan de Nederlandse spreektaal. Een voorbeeld is ‘Radj zijn moeder’. Dat wordt gezegd, maar in een boek schrijft men dan ‘Radjs moeder’ of eventueel ‘Radj’ moeder’. Een extra redactionele controle door een Nederlandse native speaker zou het boek zonder meer ten goede gekomen zijn.

Iets anders dat afbreuk doet aan deze publicatie is de passage van p. 89 waarin een bezoek wordt beschreven van de Nederlandse vertegenwoordiger van de West-Indische Compagnie, Peter, aan Calcutta met daarbij de opmerking ‘Peter was vaker naar Nederlands-Indië gevaren met de VOC schepen en was nu met een WIC schip in Brits-Indië aangekomen.’ Dit speelt in de jaren zestig of zeventig van de negentiende eeuw. De VOC is in 1795 opgeheven, en de WIC al eerder. Het had de roman goed gedaan als de auteur op dit punt zijn research iets grondiger had aangepakt.

Ondanks deze kritiek is het een interessant boek, vooral omdat men van binnen uit kennis maakt met de wereld van de Nederlandse en Surinaamse Hindostanen. In geval van een tweede druk wordt een extra redactionele controle sterk aanbevolen.

Safdar Zaidi, De suiker die niet zoet was. Voorburg: Uitgeverij U2pi bv, 2013. 199 p., ISBN 978 90 8759 356 8, prijs € 17,50.

[uit Oso 2013, nr. 2]


maandag 25 november 2013

Presentatie twee nieuwe uitgaven van Rabin Baldewsingh

Op woensdag 27 november 2013 presenteert uitgeverij Surinen twee nieuwe uitgaven van Rabin Baldewsingh: Man ke mauni / In de stilte van de ziel is een tweetalige (Nederlands/Sárnami) dichtbundel; Párwasi is een boek met gedichten foto’s van de contractarbeiders die vanuit India naar Suriname trokken om er op de plantages te werken; het boek gaat vergezeld van een cd. De boekens worden door de dichter aangeboden tijdens een literair programma in het Haagse theater De Vaillant aan Michiel van Kempen. Baldewsingh licht toe: ‘Ik bied ze aan omdat Michiel van Kempen de “lopende encyclopedie” is van de Surinaamse literatuur, omdat hij de Caraïbische letteren een warm hart toedraagt en omdat hij op dit moment als hoogleraar erg belangrijk werk verzet op dit terrein.’ 

Inloop vanaf 19.00 uur. Aanvang programma 19.30 uur in de theaterzaal: vraaggesprek, voordracht, muziek, aanbieding van de uitgaven.
20.30 nazit met buffet in de foyer


Locatie: Theater De Vaillant
Hobbemastraat 120
2526 JS Den Haag
Na afloop zijn de bundels te koop in de foyer.

Aanmelden bij rabinbaldewsingh@gmail.com

zaterdag 23 november 2013

De rehabilitatie van een heroïsche Surinamer


door Sonny Hira

Op 25 november zullen wij 38 jaar staatkundige onafhankelijkheid gedenken. Een gebeurtenis die door veel jongeren slechts aan de hand van wat foto- en filmbeelden en oude krantenartikelen herbeleefd zal worden. Voor hen die er wel bij waren, babyboomers en de generatie daarvoor, vormt de herinnering aan de nacht van 25 november, naast die van een imposante nationale festiviteit, ook nog de verlossende apotheose van een bijna rampzalig historisch evenement.

Het toentertijd voortslepende politieke vraagstuk van 'Onafhankelijkheid nu, of later', bleek kort na de algemene verkiezingen van 1973 plotseling geen issue meer. De overwegend Creoolse NPK, die door een nipte meerderheid van enkele zetels in het parlement een coalitieregering onder leiding van premier Henck Arron had gevormd, maakte kort na de inauguratie, als donderslag bij heldere hemel, bekend dat niet later dan 25 november 1975 Suriname een onafhankelijke staat zou zijn.


Bij de oppositionele, overwegend Hindostaanse VHP sloeg dit onverwachte besluit evenwel als een kanjer van een bom in en werd de soevereiniteitsaankondiging veeleer als een dolksteek in de rug van de natie ervaren. Immers, het thema van de onafhankelijkheid was volgens de Oranjepartij nergens aan de orde gekomen tijdens de bewuste verkiezingsstrijd van 1973. Bovendien was de VHP van oordeel dat een dermate belangrijke historische stap zeer wel overwogen en uiterst nauwkeurig diende te worden voorbereid. Derhalve moest volgens de Oranje partijleiding tegen dit abrupte plan van de NPK-regering op alle fronten krachtige weerstand worden geboden en de totale natie, doch in het bijzonder de eigen traditionele aanhang, zou tegen dit voornemen in stelling moeten worden gebracht.

Met deze felle actie en reactie ultimo 1973 was de toon gezet voor het glibberige politieke traject naar november 1975. Eigenlijk toen reeds, tot kort voor de onafhankelijkheidsdatum zouden op partijbijeenkomsten en propagandacampagnes, in stad en land, rede en ratio nauwelijks meer factoren van betekenis zijn. Laaiende redevoeringen over en weer, druipend van emotionele retoriek en geladen opzwepende taal zouden de overheersende kenmerken worden in het credo van beide strijdvaardige politieke leiders. De impact naar de samenleving was vernietigend. Het land gleed langzaamaan af naar de grenzen van oproer en anarchie en naarmate de datum van 25 november nabij kwam raakte het volk steeds meer overmand door wanhoop en vertwijfeling. Politiek en sociaal-maatschappelijk onbegrip en onbezonnen historische gedrevenheid hadden Suriname onafwendbaar naar de rand van een etno-culturele catastrofe gebracht. Menige oprechte landgenoot hield bevreesd het hart vast voor de ramp die dreigde zich te voltrekken en duizenden andere doodangstigen besloten het zekere voor het onzekere te nemen door huis en haard voor een schijntje van de hand te doen en de wijk te nemen naar het koude verre Nederland…

De van eertijds stralende blauwe hemel boven de hoofdstad werd grauwer en gaandeweg onheilspellend donker... Immers, Surinames meest dominante demografische karakteristiek... Hindostanen en Creolen, waren na ruim een eeuw van spontane tolerantie en voorbeeldige symbiose, door ongefundeerde angst en politieke onvolwassenheid op ramkoers geraakt... Over en weer werden de messen nu geslepen en het kruit stevig aangestampt... 's Lands gezapige toekomst leek ineens onstuitbaar af te glijden naar een luguber donker zwart gat...
George Hindori. Foto ANP


Zo ongeveer was het diep tragische politieke landschap aan de vooravond van de onafhankelijkheid toen ineens, als een reddende engel, een nobele, waardige zoon van ons land, vastbesloten de ontstane impasse* te doorbreken, doelbewust ertoe overging zich op te werpen als redder van de natie door over te stappen naar het 'vijandige' kamp en alzo, welbewust zijn eigen politieke vaartuig (VHP) achter zich verbrandde. George Hindori, de eenzame held van 25 november 1975. Door zijn eigen politieke toekomst op te offeren had hij de onafhankelijkheid van ons land gered en het licht in onze samenleving weer doen schijnen...

Iedere seniore VHP'er weet hoe het Hindori nadien in de partij is vergaan. Welke vernederende afgang hij heeft moeten doorstaan. Zijn excommunicatie door de toenmalige paternalistische voorzitter van de Oranjepartij. En zijn talloze vergeefse pogingen om als renegaat toch nederig 'naar Canossa te gaan'. En hoe hij in de Olifant een onverbiddelijke partijleiding vond die hem genadeloos degradeerde van nationale held tot politieke paria. Gedetailleerd daar nog verder op in te gaan heeft vanwege veronderstelde bekendheid met de feiten in dit kader weinig zin.
Henck Arron en de toenbmalige VHP-leider Jagernath Lachmon. Foto ANP


Wanneer de inmiddels bekende beelden van het festijn van de  onafhankelijkheid wederom in de ether zullen zijn en het toenmalige boegbeeld van de VHP, in close-up omhelsd wordt en breedlachend felicitaties in ontvangst neemt, moet men zich wel in alle ernst afvragen of dat wel het juiste paard is dat daar de haver krijgt toegediend. En of na 38 jaar het niet de hoogste tijd is de kronieken van onze onafhankelijkheid meer in overeenstemming te brengen met de echte werkelijkheid; en wat deze specifieke historische passage betreft de 'de tuin van Clio' netjes wordt opgeschoond.

Met het imposante aantreden van de fiere, fleurige en dynamische voorzitter: Chandrikapersad Santokhi, nu inmiddels drie jaar de onbetwiste en blitse leider van de Oranje partij, heeft de geest van progressie, innovatie en natievorming in de VHP zich meer dan ooit stevig en onaantastbaar vast genesteld.
Chandrikapersad Santokhi

Het is dit bestuur, hoe kan het ook anders, aan wie thans geappelleerd wordt de historische daad te volbrengen George Hindori, helaas postuum, in ere te herstellen. Meer nog, hem wederom in de partij te doen registreren en in de galerij der ereleden zijn verdiende plaats te geven. Rehabilitatie van George Hindori is in elk opzicht toe te juichen en in nationaal-historisch perspectief zeer wel gerechtvaardigd. Eerherstel van zo’n grote zoon en VHP-er, zal uiteindelijk niet enkel de bevestiging zijn van 's mans uitzonderlijke vaderlandsliefde en verheven maatschappelijke moraal doch eveneens de onuitwisbare manifestatie van een progressief, kranig en kordaat hoofdbestuur van Surinames meest toonaangevende politieke partij.


*gedoeld wordt op de patstelling in het parlement toen er, vanwege staking der stemmen, geen wettelijke basis voor onze soevereiniteit kon worden bereikt.