Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
donderdag 15 augustus 2013
Is dit discriminatie?
zaterdag 16 juli 2011
Charlatan blijft charlatan
In een café, paar jaar geleden
een onvergetelijk amusant verleden
terwijl hij zat, nippend aan een glas
waarvan de inhoud een alcoholplas
Is dit een strofe van een gedicht? Nou, het is in ieder geval wel gerijmel: geleden – verleden, glas – plas. Verder is het een stuntelig in elkaar geknutselde scène waarvan het niet duidelijk is wat er nu exact wanneer gebeurt. Het gedicht heet ‘Mijmeraar aan de bar’ dus de hij-figuur zal wel die mijmeraar zijn. Maar zit hij daar nou een paar jaar geleden? Of denkt hij aan een paar jaar geleden? Hij zit daar, zo wil het cliché ‘nippend aan een glas’ – een tegenwoordig deelwoord dat bij elke schrijfcursus direct naar de afvalbak met het etiket ‘moeizaam taalgebruik’ wordt verwezen. En wat zit er in zijn glas? ‘waarvan de inhoud een alcoholplas’ – hoe een plas in een glas kan behalve omdat die woordjes in het Prima Rijmwoordenboek staan? Joost mag het weten. Is het rimisch? Is het metrisch? Is er iets dat op poëzie zou kunnen duiden? Nee. Kan dus ook allemaal in dezelfde afvalbak ‘moeizaam taalgebruik’.
Tweede strofe:
Plots, het ontwaren van een gedaante
geheel begiftigd met een pedante
bekoring van een lieflijke schoonheid
waarvoor op de knieën iedere vent
zelfs lijdend aan een statische loomheid
Volgt u het nog, lieve lezer? Of bent u na 9 regels van dit vers al helemaal dolgedraaid? Nee, denk niet dat u nu arrogant bent als u denkt dat u dit zelf tienmaal beter zou kunnen. Het is zo!
De twee strofen maken deel uit van de 27 rijmsels die Rabin Gangadin
(foto rechts) samenbracht in het bundeltje De stadswandelaar. Er zit geen liefde in deze rijmsels, geen mededogen, geen inleven in de geobserveerde personen. Moet dat dan? Nee, dat moet niet, het mag allemaal puur sarcasme zijn, maar dan moet het wel superieur zijn verwoord, en geen zinloze woordenbrij zoals hier.Plagiaat
De stadswandelaar is Gangadins eerste boekpublicatie sinds een kleine vijfentwintig jaar (!). Hij publiceerde een handvol dichtbundels, een essay en een verhalenbundel die door Michiel van Kempen treffend getypeerd werd als ‘kotsen op de landgenoten’ (lees die recensie hier). Toen die literaire carrière gesmoord werd in de grootste doodzonde die een schrijver kan begaan: het overpennen van het werk van anderen en dat dan publiceren als eigen werk, ofwel plagiaat, was het gedaan met de literaire krullendraaierij. De charlatan was ontmaskerd. De auteur dook nog wel eens op internetfora die speciaal gecreëerd lijken te zijn om te schelden, en hij werd geïnterviewd door Vrij Nederland in een reeks van mislukte schrijvers, een interview waarin hij bekende in de bijstand te zijn beland. Hoe kon dat? Hij was toch een schrijver die publiekelijk verkondigde minstens een twaalftal academische studies te hebben gevolgd? Die allerlei proefschriften had geschreven en die een reeks van titels gebruikte (zie hier)? Zo’n man moest toch allang minstens staatssecretaris zijn geweest? Dat moet hij zelf ook gedacht hebben, want hij spande een proces aan tegen Van Kempen die wat kritischer was over al zijn titels. Gangadin v
erloor het proces smadelijk (zie een verslag hier).Nu werkt Gangadin aan zijn ‘literaire come-back’, hij wil zo graag literator zijn, hij wil zo graag Literèèèr schrijven. Ik denk niet dat er nu veel plagiaat zit in zijn nieuwste boekje. Je vindt gewoonweg geen auteur die zo slecht schrijft, dat je die zou willen plagiëren. Maar de geciteerde strofen maken wel één ding duidelijk over Rabin Gangadin: een literaire charlatan blijft altijd een literaire charlatan.
De stadswandelaar in verschenen in de reeks De Windroos.
zaterdag 25 juni 2011
Vonnis tegen schrijver Rabin Gangadin vandaag betekend
De betekening van het vonnis tegen de schrijver Rabin Gangadin is vandaag van kracht geworden middels publicatie in Het Parool (zaterdag 25 juni 2011). Eerder kon de betekening van het vonnis niet plaats hebben, omdat de gerechtsdeurwaarder Gangadin (foto rechts) niet aantrof op het door hem bij de rechtbank opgegeven Utrechtse adres. Op een ander adres bleek Gangadin met de noorderzon te zijn vertrokken, met achterlating van een forse huurschuld. Omdat de schrijver 'voortvluchtig' is, is het vonnis nu van kracht geworden door openbare publicatie in een dagblad.
Rabin Gangadin werd wegens herhaaldelijke lasterlijke uitlatingen tegen de Amsterdamse hoogleraar Michiel van Kempen veroordeeld, op straffe van een dwangsom van 250 euro per dag, al zijn uitlatingen over Van Kempen van het internet te verwijderen. Tevens werd hij veroordeeld in de proceskosten. Hij had tijdens het proces zijn gelijk proberen te halen met verschillende brieven van derden (o.m. gemeentelijke en universitaire instellingen), die echter allen getuigden dat de brieven door Gangadin vervalst waren.
Details over het vonnis staan in dit bericht.
vrijdag 17 juni 2011
De titelgeilheid van Surinaamse academici
door Gracia Nelson
Parlementariër Ronny Asabina heeft de heren en dames academici een spiegel voorgehouden in het parlement. Titelgeil en cv-geil is de groep Surinaamse hoogopgeleiden. Er wordt veel te weinig aan onderzoek gedaan. Wie de schoen past, trekke hem aan? Professor Jack Menke en Ricky Stutgard allerminst. “Maar wie niet mentaal sterk is, zal zeer waarschijnlijk niet volharden.”

Suriname telt bijkans 17.000 hoogopgeleiden. Van dit aantal is 9.760 universitair geschoold, dus wetenschapper. Ofschoon het grote aantal hooggeschoolden zijn de wetenschappelijke publicaties die per jaar uitkomen op een hand te tellen.
Daar heeft Ronny Asabina scherpe kritiek op. Hij trok fel van leer bij zijn spreekbeurt in het parlement. “Waarin we koning zijn, is om onze titel te vermelden.” Er wordt veel te weinig aan onderzoek gedaan in dit land, oreerde hij. “We zijn doctorandus maar de meeste van ons hebben niet eens een boek geschreven of wetenschappelijk onderzoek gedaan. Ons wetenschappelijk onderzoek is beperkt tot onze afstudeerscriptie of proefschrift.”

Asabina ziet graag dat maatschappij relevant onderzoek wordt gedaan. “Alleen door onderzoek kan je doen aan verantwoord ondernemerschap. En als we ons niet focussen op onderzoek, zullen we gedoemd zijn leverancier te zijn van ruwe grondstoffen.” De ontwikkeling van het land is afhankelijk van onze onderzoeksdrift, zegt hij min of meer. Onderwijs zonder innovatie is een consumptie-uitgave. “Hoe lang praat men al over de Brazilianen in ons land; we hebben een probleem met de Chinese invasie; er zijn voldoende studieonderwerpen.”
Met zijn redevoering in de assemblee stak hij eigenlijk ook de hand ook in eigen boezem, want Asabina is van huis uit bedrijfseconoom gespecialiseerd in het belastingsysteem, maar van een publicatie van zijn hand is het nooit gekomen. “Ik maak ook deel uit van de groep.” Toch vond hij het nodig zich kritisch te uiten over zijn collega-academici. “Ik kan me voorstellen dat ik mensen tegen de schenen heb geschopt.” Zijn motief: “Ik vind dat een maatschappelijke discussie op gang moet komen hierover. Want wat gebeurt er nadat we zijn afgestudeerd? De bul verdwijnt in onze boekenkast en verder wil men blad maken.”
Niet aangesproken
Professor Jack Menke en voedingstechnoloog Ricky Stutgard, die wel de drive van onderzoeken en publiceren hebben, voelen zich allerminst aangesproken. Menke vindt: “Nee, er is niks aan de hand. Het is allemaal zo lang bekend. Voor mij heeft hij een open deur ingetrapt.” Maar hij wil hetgeen Asabina stelt wel nuanceren, “want er zijn wel mensen – de stille werkers – die veel professionaliteit aan de dag leggen en heel creatief zijn.”
Stutgard aan de andere kant, wijst Asabina’s betoog categorisch naar het rijk der politieke uitspraken. “Je kan van alles zeggen in de politiek; deze uitspraken zijn voor de wetenschap irrelevant. Ze krijgen pas betekenis als er gedegen onderzoek is gedaan.” Hij waarschuwt ervoor om iedereen over een kam te scheren. Je schiet hiermee mensen tekort. Je doet ze onrecht aan.”
Menke ziet het probleem in een bredere context. Hij legt daarbij een link met de geschiedenis: de kolonisatie en dekolonisatie. “Iedere samenleving heeft mensen die leadershipskwaliteiten en de creativiteit hebben. Maar wanneer je in het proces van kolonisatie en dekolonisatie zit dan krijgen deze aspecten een verschrikkelijk grote deuk. Daarvoor krijg je in de plaats: een samenleving waar een deel hard werkt om te overleven en een ander deel zoekt naar glitter en status en dat geldt ook voor de groter geworden groep academici. Statuszoekers heb je op alle niveaus van de samenleving waar het kolonialisme is geweest en een nieuwe orde de macht overneemt. En wanneer we overnemen beginnen we dezelfde gekke dingen te doen van die bakra. Zij kregen in de jaren ‘40 overal waar ze kwamen een voorkeursbehandeling. Wat we zien anno 2011 is dat bijvoorbeeld sommige Surinamers die uit Holland komen met een groot vermogen – vanwege de hoge koers – dezelfde apenkuren vertonen. Komen ze uit de supermarkt dan willen ze het tasje dat nog geen kilo weegt niet zelf naar de auto dragen. Overigens doen sommige Surinaamse Surinmers dat nu ook. Die auto wordt bovendien nog net niet in de winkel geparkeerd. Dit verschijnsel van de statuszoekers komt op een heleboel niveaus terug. Ook bijvoorbeeld onder sommige diplomaten en politici.”
Eigenlijk bedoelt Stutgard hetzelfde wanneer hij het heeft over: “de werkpaarden en sierpaarden op de universiteit.” “Wat Asabina misschien niet weet”, zegt Stutgard, “is dat het werk van de universiteit op drie poten gestoeld is: onderwijs, dienstverlening en onderzoek. Bovendien worden halfjaarlijks studenten afgeleverd aan de maatschappij. Het probleem met onderzoek is dat het duur en tijdrovend is. Soms duurt het jaren voordat resultaten bekend zijn. Een andere keer zijn de resultaten teleurstellend. Vandaar dat de universiteit eerder in de dienstverlening en onderwijs investeert. Bij de richtingen infrastructuur en werktuigbouwkunde wordt vooral sterk aan dienstverlening gedaan."
De derde poot, onderzoek heeft enorm te lijden onder motivatie, faciliteiten en geld, zegt Stutgard. Asabina geeft toe dat er weinig geld wordt vrijgemaakt voor onderzoek. Hij pleit daarom voor een fonds voor de financiering van dergelijke projecten.
Menke ontkracht dit gebrek-aan-geld-verhaal. “Er is geld, maar de bronnen worden niet aangesproken. Er worden bijvoorbeeld heel weinig projecten ingediend bij het Research Development Fonds. Ik ben er zeker van dat als ik een goed project schrijf en het indien bij Staatsolie of Self Reliance minstens de helft wordt gefinancierd.”
Hij haalt nog een voorbeeld aan: “Suriname heeft in de beginjaren negentig een tijd gekend waarin 155 miljoenen aan Nederlandse ontwikkelingsgelden vrij waren voor onder andere het boosteren van het onderwijs. Het resultaat: nada.” Er werd gehold achter voornamelijk donorgedreven projecten die werden opgelegd van buiten. “Dit werkt negatief op een positieve cultuur om vanuit onze eigen werkelijkheid met onderzoek als basis de wetenschap van binnen uit te ontwikkelen. Wat je kreeg was het gevecht om reisjes.”
Teleurstelling
Hoewel Menke minder last heeft van het financieringstekort op de Universiteit – omdat hoewel er weinig onderzoeksfondsen beschikbaar zijn een groot deel blijft liggen vanwege de geringe onderzoeksoutput van de meerderheid van de docenten – zegt Stutgard wel gefrustreerd te worden door het geldspook. Hij is teleurgesteld dat het vakantiemicrobiologieproject vorig jaar is afgelast vanwege geldgebrek. De bedoeling van deze vakantiecursus is om jeugdigen te interesseren om in hun latere schoolloopbaan de universiteit te bezoeken en onderzoek te doen.
In het land waar hij zijn masters behaalde, België, wordt zwaar geïnvesteerd in onderzoek, weet hij. Niet alleen door de overheid maar vooral ook door het bedrijfsleven. De Agrarische richting op de universiteit kent nauwelijks opdrachten van het bedrijfsleven. “Ik vind het soms goed frustrerend. Docenten raken gedemotiveerd en als je niet tot de mentaal sterken behoort, zal je waarschijnlijk niet volharden.”
[uit de Ware Tijd, 28/05/2011]
zaterdag 16 april 2011
Rechter veroordeelt Rabin Gangadin wegens laster
Michiel van Kempen; foto @ M. Hogeboom; klik op afbeelding voor groter formaat
De schrijver had zelf een proces aangespannen, omdat hij meende schade ondervonden te hebben van uitspraken in Van Kempen Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Deze had twijfel geuit over de academische pretenties van Gangadin. Als bewijsmateriaal overlegde de schrijver vijf brieven waarin hij bij sollicitaties werd afgewezen op grond van wat Van Kempen in zijn werk had geschreven. Ter rechtbank bleken echter vier van deze brieven door de schrijver bewijsbaar vervalst en de vijfde naar alle waarschijnlijkheid ook. De schrijver kon geen proefschrift tonen, vergistte zich voortdurend in de titel van zijn proefschrift en overlegde enkel een diploma afkomstig van de Cosmopolitan University in Florida die voorkomt op de lijst van Amerikaanse frauderende instellingen. De rechtbank oordeelde dan ook dat Van Kempen op goede gronden vraagtekens had gezet bij de beweringen van Gangadin, en wees Gangadins vorderingen af.
De schrijver had op verschillende plaatsen Van Kempen beschuldigd van corruptie, onbekwaamheid en ook diefstal uit Surinaamse archieven. O.m. de voormalig Surinaamse minister van Binnenlandse Zaken, Maurits Hassankhan, getuigde schriftelijk dat hier totaal geen sprake van was. Bovendien had de schrijver zich van het emailadres van Van Kempen en anderen bedient om lasterlijke mails rond te sturen. De rechtbank verbood Gangadin nog langer feitelijk onjuiste en voor de reputatie van Van Kempen schadelijke beweringen te doen, op straffe van 250 euro per overtreding, en veroordeelde hem al zijn onjuiste beweringen van het internet te verwijderen, op straffe van een dwangsom van 250 euro per dag. Hij werd bovendien veroordeeld in de proceskosten van in totaal ruim 2.100 euro.
