Posts tonen met het label emigratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label emigratie. Alle posts tonen

zondag 16 maart 2014

Stap naar Nederland groter dan je denkt

Lucia Martis. Foto's: © Mineke de Vries
door Mineke de Vries

Het is bijna haar levenswerk geworden: vanaf haar start in Nederland heeft Lucia Martis zich vanuit het welzijnswerk sterk gemaakt voor Antillianen en Arubanen in Nederland. “Veel mensen komen in de problemen door de taalbarrière, doordat ze geen huis of baan vinden of de weg kwijt zijn in de samenleving en komen als gevolg daarvan in de schulden, lopen onderwijsachterstand op, vervallen soms tot criminaliteit. Ik zie het als mijn persoonlijke missie dat mensen het goed hebben, dat iedereen die problemen heeft zijn weg weet te vinden en kan werken aan zijn toekomst.”


Alhoewel studenten worden opgevangen als ze naar Nederland komen, voor anderen die ‘’zomaar’’ komen, is er geen enkele opvang. Het is voor studenten al een hele klus hun weg te vinden, laat staan voor diegenen die zonder enige opvang op Amsterdam aankomen. Martis werkt vanuit ProFor - bureau voor samenlevingsopbouw - aan het opbouwen van de levens van mensen die zijn stukgelopen. Alhoewel het bureau toegankelijk is voor iedereen, blijkt zestig procent van Antilliaanse afkomst te zijn. “We hebben vanuit het verleden dan ook een enorme expertise opgebouwd met deze doelgroep.”

ProFor, wat betekent ‘voor kracht’, stelt zich ten doel vanuit die eigen kracht anderen te helpen, trainen en coachen. “Wij zijn laagdrempeliger dan het reguliere maatschappelijk werk, staan met onze voeten in de modder, helpen met alles wat er speelt rond die persoon en kijken niet op de klok. Aan de hand van de hulpvraag ontwikkelen we methodes en koppelen mensen zoveel mogelijk aan lopende projecten. We kijken dus naar het totale beeld van een cliënt en zijn of haar omgeving en pakken aan alle kanten aan, bieden de cliënt bijvoorbeeld ook nog taalles en sturen zijn kind naar onze huiswerkbegeleiding.”
 
Lucia Martis
Denk na voor je gaat
Het was anders toen Martis zelf in 1977 op 21-jarige leeftijd naar Nederland kwam en er opvangcentra voor Antillianen en Surinamers waren. “Je woonde daar de eerste tijd en werd met alles geholpen, je sofinummer aanvragen, beroepenoriëntatie, trainingen om te participeren in de samenleving, alles vanuit de opvang en het ministerie geregeld. Je werd snel zelfstandig gemaakt. Vanuit het opvangcentrum, dat bovendien banden had met de woningbouw werd naar een zelfstandige woonplek gezocht. Eigenlijk kwam iedereen goed terecht, dat is nu anders. Een fors aantal, dat komt om een nieuwe start te maken, komt terecht in een circuit van zwerven, soms stelen om te overleven.” Martis zegt niet genoeg te kunnen benadrukken dat mensen die de stap zetten om naar Nederland te komen zich vooraf uitgebreid moeten oriënteren: verdiepen in de samenleving, wetten en regels, websites bekijken. “Het is vechten om je doel te bereiken, zeker als je niemand hebt om je op te vangen en realiseer je dat het in Nederland crisis is, zo gemakkelijk kom je niet aan werk. En heb je geen werk en dus geen binding met een stad, kun je je er niet inschrijven. In de loop der jaren zijn de regels verscherpt, je komt niet zonder meer in de bijstand. Het is niet meer: ‘Nederland zorgt voor je vanaf je geboorte tot je dood’, je krijgt net voldoende om in leven te blijven. Zeker als je met kinderen komt, sleep je hen mee in een mogelijke mislukking. Want ook ten aanzien van kinderen zijn de regels verscherpt: zorg je niet goed voor ze, worden ze onder toezicht gesteld of soms uit huis geplaatst.” Nederland eist dat je participeert in de samenleving, een samenleving waarbij je op jezelf bent aangewezen. Martis: “Denk er serieus over na of je deze stap aankunt. Ondanks dat ik alle mensen een nieuw leven gun, is het soms beter in eigen land te blijven.”

Nederlands basis
Eén van de allerbelangrijkste criteria is in de ogen van Martis de taal. Beheers je het Nederlands niet, kom je in grote problemen in de samenleving, maar ook in je studie. Zelfs goede studenten worden drop-outs doordat ze hun lessen niet goed kunnen volgen. “Ik zou het tegen alle mensen en in het bijzonder tegen de beleidsmakers op Curaçao, de mensen in het onderwijs willen zeggen dat de beheersing van het Nederlands een voorwaarde is te slagen in de toch al zo gecompliceerde samenleving. Tegen ouders wil ik zeggen: praat en lees met je kinderen in die taal. Als inmiddels ervaringsdeskundige kan ik zeggen dat mijn generatie enorm veel voordeel heeft gehad van het feit dat Nederlandse de voertaal was, zowel op school en vaak ook thuis.”
Het belang van goed taalonderwijs werd in 2008 nog eens onderstreept toen ProFor samen met het alfabetiseringsproject van Pro Alfa op Curaçao het Appeltje van Oranje kreeg, een prijs van het Oranjefonds die wordt uitgereikt aan organisaties die zich inzetten voor een betere samenleving. Met taalcursussen biedt Fundashon Pro Alfa mensen een tweede kans om beroeps- en taalvaardigheden te leren.

Antillianen grootste groep
Martis, geboren uit een Antilliaanse moeder en Surinaamse vader doorliep het Maria Immaculata Lyceum om daarna allerlei baantjes aan te pakken om te sparen voor haar ticket naar Nederland. “Ik wilde mijn vleugels uitslaan en Nederland leren kennen. Ik maakte een langzame start wat mij geholpen heeft nu in deze positie te zitten. Naast mijn werk via uitzendbureaus deed ik cursussen en behaalde uiteindelijk de HBO-management.”

In 1986 begon ze ‘onderaan’ in het welzijnswerk, wat haar zo greep dat ze zich ging specialiseren en er nooit meer wegging. “Met mijn werk bij het eerste Platform voor Antillianen en Arubanen (POAA) is de liefde voor het welzijnswerk geboren.” Vanuit dat platform ontstonden nieuwe organisaties, waaronder het huidige ProFor. Toen de overheid wilde gaan decentraliseren werd POAA afgebouwd en de gedecentraliseerde organisatie Forsa met dependances in het hele land gestart, gesubsidieerd vanuit de provincie. “Ik ging als vanzelf mee en klom op van coördinator naar manager naar lid van de Raad van Bestuur.” Toen de provincie in 1997 afwilde van uitsluitend categoriaal werken werd naast Forsa - die zich nu richt op medische zorg voor alle doelgroepen - dochter Profor opgericht, die alle welzijnstaken in alle doelgroepen verzorgt. “Van een puur Antilliaans/Arubaanse organisatie zijn we in een multiculturele organisatie veranderd. Ondanks dat we openstaan voor alle doelgroepen ligt onze kennis vanuit het verleden bij de Antillianen die zoals gezegd het merendeel van onze klantengroep vormen. Bovendien blijven er steeds nieuwe stromen komen, het is een migratievolk en heb je de ene groep op de rails, dient de volgende zich aan.”
Martis zat overigens ook in het oprichtingsbestuur van NiNsee, was actief in de landelijke Arubaanse vrouwenbeweging en bij Fostin, de Surinaamse organisatie voor 50-plussers.

Lucia Martis
Projecten
ProFor - die in en rond Amsterdam haar werkgebied heeft, maar ook van ver daarbuiten hulpvragen krijgt - heeft diverse projecten in huis. Eén daarvan is het maatjesproject. “We koppelen kinderen en jongeren met een hulpvraag aan een jongere van zijn eigen leeftijd om hem mee te trekken en te stimuleren. Ze trekken  een heel jaar met elkaar op, zowel thuis, op school, met sporten. Dit kan zowel op sociaal/emotioneel als op gezondheidsgebied zijn (bijvoorbeeld bij obesitas).” Binnen dit onderwijsproject Future Kids worden per jaar zo’n 150 kinderen begeleid, kinderen die op school een achterstand hebben als gevolg van taalproblemen, cultuurverschillen, armoede en onvoldoende stimulerende thuissituaties. Soms is er sprake van gedragsproblemen. Ouders worden op de hoogte gehouden door oudermiddagen, nieuwsbrieven en individuele gesprekken. 

Vaderrol
“Een prachtig project is het Family Coach project, waarin we gezinnen, ook eenoudergezinnen coachen op alle gebied. Meegaan naar artsen, maar ook begeleiding bij huiselijk geweld behoort daartoe. Een belangrijk speerpunt is de vaderrol. “We hebben de laatste jaren veel voor vrouwen gedaan, het is nu de beurt om vaders te empoweren hun vaderrol op te pakken. Vanuit de Antilliaanse achtergrond is dat een probleem, maar wij willen vaders wijzen op hun essentiële rol in de opvoeding. Daarnaast hebben we nog een seksualiteitproject. Door middel van theater bespreken we met jongeren en hun ouders thema’s als grenzen stellen, homoseksualiteit en acceptatie. Tot slot hebben we een blinden- en slechtziendenproject. Met een denktank willen we zicht krijgen op de situatie en de problemen van deze groep blinden en slechtzienden met een andere etnische achtergrond.” Overigens werkt ProFor bij elk project met een doelstelling, die aan het einde wordt getoetst en vergeleken met de nulmeting aan het begin.

Bij alle projecten biedt PorFor individuele begeleiding maar ook adviestrajecten en trainingen voor vrijwilligers, zelforganisaties, professionals uit  zorg/welzijn/onderwijs, instellingen en bedrijven, alles in het kader van diversiteit. “We zijn bruggenbouwers die werken aan betere communicatie en beter begrip.”
Ook op Curaçao, Bonaire en in Suriname werden in samenwerking met slachtofferhulp trainingen huiselijk geweld verzorgd. “Altijd als ik daar kom, zoek ik contact met sleutelfiguren om ook daar een bijdrage te leveren.”

Tienermoeders in Kas Broeder Pius
Foto © Catrien Ariëns
Samenwerking
Het was voor PorFor dramatisch dat per 2013 de subsidie werd stopgezet. Van een organisatie die bestond uit 35 betaalde krachten krompen ze in tot twee betaalde krachten en twintig vrijwilligers, want stoppen wilden ze niet. “We hebben veel professie in huis, er liggen trainingen op de plank die we in de loop der jaren hebben ontwikkeld, qua materiaal hebben we voldoende.” Er wordt aandacht besteed aan het trainen van vrijwilligers om professioneel te werken en daarbij werken ze met zo’n vijftig HBO-studenten van de Hogeschool van Amsterdam en de Sportacademie. “Het mes snijdt aan twee kanten: zij lopen bij ons stage en wij helpen met hun specialisaties, die wij op onze beurt weer gebruiken voor verdere specialisatie. Onlangs werd bijvoorbeeld door studenten een project over tienermoeders gedaan. Sommige tienermoeders willen graag een eigen baby’tje, maar hebben geen idee wat er bij komt kijken, sommige meiden durven gewoon niet voor zichzelf te kiezen. Dit soort grote sociale problemen moeten van huis uit worden opgepakt.” Overigens bleek uit het studentenonderzoek ook dat het aantal abortussen onder autochtonen veel hoger ligt dan onder allochtonen, een bijkomende verklaring voor de hoge aantallen tienerzwangerschappen onder Antilliaanse meisjes.”Wij stimuleren de meisjes na de bevalling overigens weer te gaan werken of naar school te gaan.” Naast de studenten probeert ProFor als leerbedrijf via incidentele projecten haar voortbestaan zeker te stellen.
 
Lucia Martis
Om de problematiek van geldgebrek, sociaal economische problemen te doorbreken, moet je de cirkel zien te doorbreken. “De basis zijn de ouders, hen moet je informeren over opvoeding, over de noodzaak van betrokkenheid van zowel moeder als vader. Deze betrokkenheid uit zich in meegaan naar ouderavonden, het blijven praten met je kind zodat je weet wat er in zijn hoofd omgaat, maar ook belangstelling voor de vrienden van je kind. Daarnaast is goed onderwijs onontbeerlijk. Wij blijven onverminderd werken aan opbouw, of het nu gaat om het terugdringen van criminaliteit, tienerzwangerschappen of huiselijk geweld. Heel soms raden we mensen aan om terug te gaan als het niet gaat. Gezinnen die geen plek vinden, zijn beter af om terug te gaan.”




maandag 10 maart 2014

Bosman-wet onder vuur


André Bosman verdedigt woensdag in de Tweede Kamer 'zijn' Bosman-wet. De wet stelt voorwaarden aan de vestiging in Nederland voor mensen uit Curaçao, Sint Maarten en Aruba. Iemand die langer dan zes maanden in Nederland wil verblijven moet voldoen aan één van deze vier voorwaarden: een baan of een eigen onderneming in Nederland hebben, in het eigen onderhoud kunnen voorzien met eigen middelen, een erkende opleiding in Nederland volgen of gezinslid zijn van een Nederlander. Tegen de wet is veel kritiek, omdat deze discriminerend zou zijn. Vanavond gaat Bosman hierover in debat met Quinsy Gario en Danitzah Jacobs in het programma Pauw & Witteman.

Rajen Budhu Lall geeft commentaar:

Vanavond gegarandeerd vuurwerk bij P&W! Laat ik deze wet uit de boezem van de VVD vanuit Surinaams perspectief bekijken. Je bezet een land van 1667-1975, ruim 300 jaar en geeft een fooi mee en laat vervolgens de relatie domineren door de relatie in de afgelopen 39 jaar. Van Curaçao lees ik dat het pas sinds 1791 een officiële Kolonie is van Nederland en samen met Aruba, St. Maarten en Nederland deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden. De wet komt van de VVD af en wil vestiging van " kansarme" Antillianen ontmoedigen. Ook hier constateer ik een eeuwenoude relatie die gedomineerd wordt door de relatie en ervaringen in de laatste 20-30 jaar. Hoe ASOCIAAL kan de VVD zijn door dit wetsvoorstel uit haar Fractie te ondersteunen? Hoe sociaal is de PvDA als regeringspartner? Lees de 15 bezwaren van het OCAN, verwoord door de voorzitter Glenn Helberg tegen dit initiatiefvoorstel en de opvattingen dat dit wetsvoorstel van de Liberale partij van de Premier in strijd is met Internationale Verdragen en Rechtsprincipes en het oordeel van de Commissie Meijers .Vandaag de Antillianen en morgen......? NEE tegen de VVD Bosman WET!

dinsdag 4 maart 2014

Tweede Kamerdebat over 'Bosmanwet'


Curaçao Pontjesbrug. Foto © Hema Hermens

Oproep: kom naar het Tweede Kamerdebat over de ‘Bosmanwet’, wo. 5 mrt. 18.30h, Den Haag: weren/ opsporen/ deporteren van Arubanen, Curaçaoënaars en Sint-Maartenaren

Tweede Kamer debatteert over vestigingseisen voor Arubanen, Curaçaoënaars en Sint-Maartenaren

Op woensdag 5 maart 2014 om 18.30h vindt in de Tweede Kamer het plenaire debat plaats over devestigingseisen voor Nederlanders afkomstig uit Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Kansarme Caribische Nederlanders (criteria o.a. onvoldoende opleiding, onvoldoende kennis van de Nederlandse taal), die naar Nederland komen op zoek naar een baan, wordt het zodoende nóg moeilijker gemaakt om werk te vinden. Deze 'raswetgeving' maakt het tevens mogelijk voor de politie om personen die - naar 'objectieve maatstaven gemeten' en 'bij een redelijk vermoeden' - zich in strijd met de vestigingseisen in Nederland bevinden, staande te houden ter vaststelling van identiteit, nationaliteit en vestigingspositie. Uiteindelijk kunnen Caribische Nederlanders met deze wet gedeporteerd worden. De wet geldt niet voor kansarme Nederlanders afkomstig van andere delen buiten Nederland en het Koninkrijk.

Aruba. Foto © B.J. de Hoos

We vinden het heel belangrijk om te laten zien dat wij opkomen voor onze burgerrechten. Wij roepen daarom eenieder - (Caribische) Nederlanders, sympathisanten - zijn of haar gezicht te laten zien tijdens het debat op de publieke tribune. 

De ingang van de Tweede Kamer bevindt zich op Lange Poten 4, Den Haag, naast 'Nieuwspoort' en vlakbij 't Plein. Voor de toegang tot de Tweede Kamer is een legitimatie verplicht. Voor meer info over de vergadering klik hier.

OCAN is van mening dat het door VVD-Kamerlid André Bosman geïnitieerde wetsvoorstel het doel – ‘minder uitkeringsgerechtigden en criminelen' vanuit de eilanden - niet dichterbij brengt. Daarnaast bevat het wetsvoorstel een schending van diverse elementaire mensenrechten. Een alternatief voor vestigingseisen is investeren in armoedebestrijding, vaderbetrokkenheid en een daadwerkelijk mensenrechtenbeleid in het gehele Koninkrijk. Daarmee kunnen instabiele gezinssituaties voorkómen worden en burgers uit het Koninkrijk betere sociaaleconomische perspectieven geboden worden.   

Zowel de Raad van Europa, Commissie Meijers, het College voor de Rechten van de Mens, als enkele deskundigen op het terrein van mensenrechten en staats- en bestuursrecht (mr.dr. Mito Croes, prof.dr. Peter Rodrigues en prof. dr. Rogier) hebben aangegeven dat met het wetsvoorstel sprake is van rassendiscriminatie. OCAN heeft diverse adviezen gepubliceerd over het wetsvoorstel, zie www.ocan.nl en het wetsvoorstel onder de aandacht gebracht bij onder meer de ECRI en de OSJI. Het plegen van rassendiscriminatie is een strafbaar feit. Wordt het niet eens tijd om het doen van discriminerende wetsvoorstellen strafbaar te stellen?
OCAN roept eenieder op aanwezig te zijn op de publieke tribune van de Tweede Kamer woensdagavond 5 maart om 18.30h. 

Sint Maarten. Foto © Prensa

woensdag 26 februari 2014

In de ban van slavernij - Zo tolerant is Suriname helemaal niet

Foto © Northeast Kingdom Photography


door Nancy de Randamie

De Surinaamse regering doet haar uiterste best om aan haar volk en de rest van de wereld te tonen dat het land een culturele en etnische melting pot is. Daarom werden het afgelopen jaar op grootse wijze alle herdenkingsdagen gevierd. Gezamenlijk, gecoördineerd en landelijk. Deze termen werden bedacht door de Nationale Commissie Herdenking Jubileumjaren, NatCom. Helaas blijft de intolerantie, segregatie, discriminatie en zelfs racisme hier dwars doorheen sijpelen.

Toen ik elf jaar geleden vanuit Nederland naar Suriname terugkeerde, haalde ik opgelucht adem. Pim Fortuyn was net twee weken voor mijn vertrek vermoord. Nederland stond aan het begin van een reeks rechtse kabinetten, dat weer symbool stond voor een meer openlijk intolerantere samenleving. De CDA-er Jan Peter Balkenende werd premier en partijen als de VVD en Fortuyn's LPV regeerden mee. Geert Wilders maakte na de dood van Pim zijn politieke opmars en Mark Rutte werd premier.

Ik ben teruggekeerd naar Suriname omdat ik mijn geboorteland beter wilde leren kennen en een steentje wilde bijdragen aan de ontwikkeling. Maar het feit dat Nederland alsmaar verhardde, heeft zeker meegespeeld in mijn beslissing te remigreren.

Interkrasie
Ik raakte flink ontgoocheld  toen ik er al snel achterkwam dat Suriname lang niet zo tolerant en muliticultureel is als wordt beweerd. Ja, aan de oppervlakte is het pais en vree. En het klopt: in tegenstelling tot buurland Guyana in de jaren zestig bijvoorbeeld, zullen hier niet snel rassenonlusten uitbreken. Toch is er sprake van een behoorlijke dosis intolerantie, discriminatie en zelfs racisme. Deze zijn onderhuids aanwezig en juist dat is gevaarlijk.

Deze regering (en in feite alle regeringen aan hen voorafgaand) gaat er met zo’n beetje het hele Surinaams volk er prat op dat Suriname zo multi-etnisch en mulitcultureel zou zijn. De cabaretgroep 1+1=3 twijfelt hier, net als ik, aan. Op 10 november, de laatste dag van de door de NatCom uitgeroepen Jubileumdag, uitte 1+1=3 op ludieke wijze wat ik bedoel: een racistische opa van Creoolse komaf, zoals er zovele zijn in Suriname, wordt door twee buurtgenoten terechtgewezen. Het is zijn Hindostaanse buur die het op een gegeven moment heeft over interkrasie. Ras, etniciteit, het zal allemaal vervagen, als maar genoeg kinderen van gemengde komaf geboren worden. Dat is nou interkrasie. Krasi is Surinaams voor geil.

Voor Suriname is het niet moeiljk om multicultureel en multi-etnisch te zijn. De kolonisator heeft ons ooit samen gebracht. In mijn ogen is dit niet iets om trots op te zijn. We moesten noodgedwongen samenleven.

Remigrantendiscriminatie
Dat samenleven gaat tot op zekere hoogte goed, maar lang niet altijd. Zo word je als remigrant regelmatig gediscrimineerd. Op de werkvloer. In het voorbijgaan. In winkels, kantoren, discotheken. Zo hoorde ik vorige maand nog iemand in een verkeersincident tegen mij roepen "Ga terug naar je eigen land!"

Runderen aan de waterkant. Foto © Haydo Simoons


Mijn ervaring is niet uniek. Veel remigranten ervaren vaak een onwelkome behandeling bij terugkeer. Een vingerwijzing dat er wel degelijk iets niet goed zit en dat Surineds worden gediscrimineerd, blijkt uit de cijfers van het Algemeen Bureau voor Statistiek. Van de 13.000 Nederlanders (meerendeels Surinamers met een Nederlands paspoort, Surineds) die in de periode 2000 tot 2012 naar Suriname kwamen om zich te vestigen, keerde 40 procent terug naar Nederland.

Dat kan de regering Bouterse met haar diasporabeleid mooi in haar zak steken. De reden van terugkeer van deze groep is nog niet onderzocht. Maar ik ken een flink aantal van hen die terugkeerden en bij hun beslissing speelde niet zelden mee dat ze zich in Suriname onvoldoende welkom voelden. Een nog grotere groep aarzelt om naar Suriname terug te keren precies om deze reden.

Maar ik kijk er anders tegenaan. Men kan nog zoveel tegen mij zeggen of doen, maar mij laten ‘wegpesten’ uit mijn eigen geboorteland zal niemand lukken. Als ik wegga, is dat omdat ik het tijd vind. Dat wegpesten gebeurt heel subtiel. En het ergste is: veelal hebben de plegers het zelf niet goed door. Dat is natuurlijk typisch voor discriminatie. En ook kenmerkend voor het racisme in Suriname. 

Moskee Keizerstraat. Foto © Hannes Rada

Hoezo multicultureel en multireligieus?
De verschillende bevolkingsgroepen leven in vrede naast elkaar, maar nog altijd niet echt met elkaar. Men proeft letterlijk van elkaars cultuur dankzij interkrasie en door elkaars gerechten te eten, maar daar blijft het in feite bij. De leus Eenheid in Verscheidenheid, bedacht door wijlen staatsman Jnan Adhin, lijkt wel een vloek te zijn geworden.

Waarom praat men nog over 'ik ben een Hindostaanse Surinamer' en 'Ik ben een Javaanse Surinamer'? Dat hokjesdenken – overgenomen van een ooit verzuild Nederland? – houdt juist integratie tegen! Tijdens de afgelopen Divali, het belangrijkste Hindoefeest, werd door Christenen een duizendmannenmars gehouden. De loop had als eindpunt het Onafhankelijkheidsplein. Daar bevond zich ook het centrum van de nationale Divaliviering. De ambtenaar die de vergunning voor de loop had afgegeven, moet vast Christen geweest zijn. En de duizend mannen Christenen. Je vraagt je af waarom ze uitgerekend op het belangrijkste Hindoefeest van het jaar deze mars moesten houden.
Shareen Damrie. Foto © Samir Photography

Sommigen zagen deze gang van zaken als het summum van multiculturalisme en multireligiositeit. Ik niet. Ik zie het als het geen respect tonen aan een andere religie. Andersom zou geen Hindoe het in zijn hoofd halen om op Eerste Kerst op het Onafhankelijkheidsplein een pudja – een traditionele hindoeceremonie – te houden. Multicultureel en multireligieus betekent voor mij dat je elkaars hoogtijdagen samen viert of tenminste respecteert dat een andere religieuze groep haar hoogtijdag heeft. Die duizend mannen mars had op een andere dag of ten minste op een andere plek gehouden kunnen worden.

Etnische politiek
De verscheidenheid is er zeker. Maar echte integratie blijft uit. Een nieuwe Surinaamse cultuur is zeker aan het opkomen, maar veel te langzaam. En als het erop aankomt, maken teveel mensen zich schuldig aan racisme. Een mooi voorbeeld is het huidige kabinet. Terwijl de regering Bouterse met man en macht zegt te streven naar  integratie van culturen en natievorming, vindt de toedeling van ambtenarenposten op basis van etniciteit onverminderd plaats.
Javaans feestje. Foto Facebook

Etnische politiek, onderdeel van de Oude Politiek zoals Bouterse dat zelf ooit noemde, staat nog recht overeind. Etnische politiek is een systeem van samenwerking op basis van etnische segregatie. En dit systeem werkt op haar beurt racisme in de hand. Etnische politiek is weer een uitvloeisel van Verbroederingspolitiek. Voor mij is meer dan duidelijk dat verbroederingspolitiek haar langste tijd heeft gehad. Toen het door wijlen staatsmannen Jagernath Lachmon en Johan Adolf Pengel eind jaren zestig van de vorige eeuw werd ingevoerd, bewees het in eerste instantie haar nut. De twee grootste bevolkingsgroepen, de creolen en hindostanen, moesten verbroederen omdat er onderhuidse rassensentimenten sluimerden. Nu, meer dan 40 jaar later, blijkt dat Verbroederingspolitiek werkelijke integratie belemmert, omdat het zich heeft ontwikkeld tot etnische politiekvoering.
Surinaamse kip.
Foto © Michiel van Kempen

Depolitiseren
Een voorbeeld: op het ministerie van Transport zit nu een marronminister, dus zie je steeds meer ambtenaren op dit departement, van hoog tot laag, die van marron komaf zijn. Dit beeld voltrekt zich overigens op elk department. Laatst maakte Paul Somohardjo (leider van het Javaans partijblok Pertjajah Luhur in het parlement) zijn misnoegen bekend over het feit dat Ashwin Adhin (een jonge hindoestaanse minister op de post onderwijs) aan depolitisering van ‘zijn’ ministerie deed. Wat Somo bedoelde is dat ‘de mensen die op hem lijken’ niet automatisch meer aan de bak komen en zelfs ontslagen worden op dit ministerie. Wat er aan de hand is? Minstens 16 jaar zwaaide een Surinamer van Javaanse komaf de scepter bij het ministerie van Onderwijs en zo werden een aantal van de belangrijkste posten toebedeeld aan Javanen. Volgens Somohardjo moet Adhin het veld ruimen als hij zo doorgaat.
Paul Somohardjo

Ook buiten de politiek woekert het racisme welig. Het racisme is terug te vinden in de manier waarop men zich uitdrukt. Als men het hier in Suriname heeft over ‘Surinaams' eten, bedoelt de gemiddelde Surinamer creools eten. Oftewel: Hindostaans, Javaans, Chinees, Marron en Indiaans etens is dus niet echt Surinaams? Dit is iets waar men niet bij stilstaat.

Roy en Rubia
Toen Pim de la Parra in 1975 Wan Pipel maakte, over de liefde tussen de creoolse Roy en hindostaanse Rubia, kwam het onverholen racisme van Rubia’s familie aan het licht. Wie deze film nog niet heeft gezien, moet dat zeker doen. De thema’s uit de film waren kenmerkend voor het Suriname van toen, maar zijn helaas nog actueel.
...huidskleur telt nog altijd... Foto © P. Somohardjo

Gelukkig gaan steeds meer jongeren en zeker ook remigranten multi-etnische relaties aan. Maar Suriname kent nog altijd haar Roy’s en Rubia’s. Racisme op basis van huidskleur is er ook. Als lichte creool wordt je door anderen anders bejegent dan een donkere creool.

In mijn periode hier, heb ik vaak genoeg meegemaakt hoe huidskleur een rol speelt bij intermenselijke relaties, zowel privé als op de werkvloer. Het zelfbeeld wordt vaak ook bepaald aan de hand van de kleur van de huid. Ik ken helaas heel wat donkergekleurde mensen die zich minder voelen en zich als zodanig gedragen ten opzichte van Surinamers met een lichtere huidskleur. Ook de autoriteiten discrimineren. In Nederland worden donkere jongens die in een groep op een hoek staan te lanterfanten eerder aangehouden door de politie. Dat geldt ook voor Suriname!

Zenora Bharos. Foto Facebook
Tien Koeien
Tegelijkertijd is men overgevoelig voor discriminatie. Grappen over andere etnische groepen maken kan niet, vinden sommigen. Een mooi voorbeeld is het lied Tien Koeien, waar de succesvolle rapper Scrappy W op hilarische wijze de verboden liefde tussen hem en een hindostaanse verwoord. Scrappy W is van marron komaf. Hij zingt dat hij tien koeien en een Zundapp bromfiets zal kopen voor zijn aanstaande schoonvader om zo zijn liefje te schaken. Toen dit lied op de radio werd afgedraaid, vonden veel mensen dit niet kunnen. Enkele hindostanen, maar ook niet-hindostanen reageerden beledigd. Want: hindostanen zijn toch allang niet enkel landbouwers? Waarom dan zo denigrerend over hen praten? Het lied werd zelfs op een bekend radiostation verboden. Na protest werd dit verbod teruggedraaid. Een grote misstap van dit station. Juist als je niet kan lachen om elkaars eigenaardigheden of typische kenmerken, ben je aan het discrimineren. Wat een overgevoeligheid. Het is in mijn ogen precies hetzelfde als wanneer je iemand beoordeelt op de tint van diens huidskleur. 

Geforceerde unificatie
Wat zou moeten gebeuren is dat je erkent dat er typische verschillen tussen de rassen zijn, maar dat deze er in the end helemaal niet toe doen, omdat wij nu eenmaal allemaal mensen én Surinamer zijn. Verschillen hoeven dan ook niet constant te worden benadrukt. Dat leidt tot segregatie en soms zelfs discriminatie. Behalve als 1+1=3 het doet of Scrappy W. Dan wordt het weer leuk.

President Bouterse heeft het op zich goed gezien dat de integratie van culturen in Suriname nog geen feit is. Het afgelopen jaar heeft hij via de viering van de jubileumdagen – 140 jaar Hindostaanse immigratie, 150 jaar afschaffing van de slavernij, 160 jaar vestiging Chinezen – angstvallig geprobeerd de groepen nader tot elkaar te brengen, via de instelling van de NatCom.
Carifesta. Foto © Sirano Zalman

Je zag het terug op het podium op het Onafhankelijkheidsplein. Was het 140 jaar Hindostaanse immigratie? Dan dansten en zongen de creolen, marrons, javanen, chinezen, indianen mee. Elke jubileumdag was telkens weer een weergaloos mooi multicultureel spektakel. Maar daar bleef het helaas bij.

Onderhuids, zelfs binnen de organisatie van de NatCom en haar vertakkingen, was animositeit, zelfs discriminatie en racisme te bespeuren. Ik kan het weten. In april werd ik gevraagd zitting te nemen in de Commissie Afro Surinaamse Organisaties, dat resorteert onder de NatCom. Ik aarzelde, maar heb het toch gedaan. Mijn motivatie? Ik ben ook hier om iets terug te doen voor Suriname en helpen bijdragen aan natievorming doe ik graag.  

Avondvierdaagse. Foto © J. Voskuil
Bondru
Racisme en discriminatie in Suriname is anders dan in Nederland. Het is heimelijk en onder de oppervlakte. Wat hetzelfde is, is dat ook hier discriminatie en racisme zo diep geworteld is, omdat het een erfenis is van de slavernij. Wij Surinamers discrimineren onze eigen mensen. Die bondru, eenheid die we zo graag zeggen te willen, helpen wijzelf om zeep. Jammer hoor!

Een verandering zal er niet 1, 2, 3 komen. In ieder geval niet vanuit de politiek. Politiek Suriname gedijt op het etnisch sentiment. Ook al krijgen steeds meer mensen hier genoeg van. Ook binnen de politiek.
Natievorming en uitbanning van discriminatie en racisme is iets dat moet komen vanuit de mensen zelf. Er zijn er al genoeg die beseffen hoe het anders kan en die hiernaar leven. De verandering zal van onderop moeten komen. Het geld van al die commissies kan beter worden besteed. Ik richt mijn ogen op de organisaties, artiesten, kunstenaars en vele jongeren die het al wel hebben begrepen. De Scrappy W’s en de 1 en 1 is 3’s.


[van www.oneworld.nl, 11-11-2013]


dinsdag 7 januari 2014

Steeds meer Filipijnse contractarbeiders naar Suriname


Filippijnse artsen zijn binnenkort werkzaam in het Sint Vincentius Ziekenhuis op de Spoedeisende Hulp. De Filippijnen is een republiek in Zuidoost-Azië, bestaande uit 7.107 eilanden. Naast het Filippijns wordt ook Engels, Chinees en Spaans gesproken. Het Spaans is een overblijfsel uit de koloniale tijd, toen het land 300 jaar lang onder Spaans bestuur stond. Dit bestuur werd na een korte onafhankelijkheid van nog geen jaar overgenomen door de Amerikanen. Omdat het land een kolonie van de Verenigde Staten werd, is de tweede taal Engels.

Daar waar het land vooral om wordt herdacht is Imelda Marcos. Zij staat niet alleen bekend als “Steel Butterfly”, maar ook als grootste schoenenverzamelaarster ter wereld. Door armoede konden vele inwoners van de Filippijnen geen schoenen dragen, maar presidentsvrouw Imelda Marcos had een verzameling van 1.220 paar schoenen. Inmiddels, na een aantal revoluties, zijn de Filipijnen uitgegroeid tot een sterk groeiende economie met een opmerkelijk exportproduct, namelijk werknemers. Elk jaar wordt de “Baygong Bayani” uitgereikt. De naam vertaald zich als “hedendaagse held” en wordt toebedeeld aan de 20 meest uitstekende Filipino’s die in het buitenland werkzaam is. Deze wordt elk jaar uitgereikt op 7 juni, ook wel bekend als ‘Migrantarbeidersdag’. Het is geen nieuwigheid dat er Filipino’s naar Suriname komen.
Eerder heeft Staatsolie voor de uitbreiding van de raffinaderij gezocht in het Zuidoostelijk Aziatisch land. Nu zijn er ook acht SEH-artsen die binnenkort ingezet gaan worden van het St. Vincentius Ziekenhuis. “We hebben gezocht onder Surinaamse artsen, maar we hebben geen kandidaat kunnen vinden.” Zo laat Manodj Hindori, directeur van het St. Vincentius Ziekenhuis, weten. “Toen kwamen we via via in contact met een Filippijnse arts die werkzaam was op Nevis.” Deze arts liet weten dat er een apart uitzendbureau bestaat die Filipijnse contractarbeiders over de hele wereld uitzendt. De meeste zijn werkzaam in landen als Dubai, Qatar en andere landen waar weinig mensen zijn, maar wel een groot kapitaal aanwezig is.



De artsen zijn in de Filippijnen opgeleid, maar hun opleiding is gelijk aan de Surinaamse opleiding, laat Hindori weten. Na een stage van een aantal maanden zijn de Filippijnse artsen door de overheid in staat gesteld om als SEH-arts te werken in de nieuwe SEH bij het SVZ. Het ziekenhuis is zich ervan bewust dat de taal een barrière kan vormen en heeft daarom de artsen verplicht gesteld om Nederlands te leren.
Daarnaast zal Engelssprekende verpleging aanwezig zijn om het gesprek tussen dokter en patiënt en eventueel familie te vertalen. “Het is niet de bedoeling dat er in de toekomst alleen nog Filippijnse artsen naar Suriname komen, voor het opvullen van vacatures. Het is een oplossing die het SVZ gezocht heeft nadat er een probleem was ontstaan met de komst van de SEH”, verduidelijkt Hindori. In eerste instantie zullen vacatures binnen Suriname zelf gezocht worden, maar wanneer deze niet ingevuld kunnen worden, zal het aantrekken van specialisten uit het buitenland tot één van de mogelijkheden behoren.

[uit Dagblad Suriname, 07-01-2014]


zaterdag 4 januari 2014

Ga mee naar Suriname, daar kun je rijk worden

door  Nina Jurna

Rocinha
Voor de gemiddelde bewoner van de sloppenwijk Rocinha in Rio de Janeiro, is Suriname geen compleet onbekend land. De meeste bewoners uit deze grootste sloppenwijk van Latijns-Amerika komen uit dezelfde streek als de Brazilianen die naar Suriname trekken: het arme platteland in het noordoosten van Brazilië. Ze trokken in de jaren zeventig en tachtig naar de steden Rio de Janeiro en São Paulo om hun geluk te beproeven, terwijl streekgenoten hun heil zochten in de goudsector in Frans-Guyana en Suriname. “Mijn oom zei: ‘ga mee naar Suriname, daar kun je snel rijk worden’.” 

Nathan Bonifacio (35) staat bij de ingang van Rocinha naast zijn scooter. Achter hem staan nog minstens twintig scooters opgesteld. De bestuurders dragen oranje jasjes met het opschrift  ‘Mototaxi’ en laten de motor van hun scooter draaien. Voor twee reais (vier Surinaamse dollar) rijden deze scooterboys je rond in de wijk en naar het hoogste topje van de berg, met uitzicht over Rio de Janeiro. “Opschieten, anders neem ik die dame met de boodschappen mee”, roept Nathan en geeft gas. Spring snel achterop, dan begint het avontuur in Rocinha.
Rocinha

Behendig manoeuvreert Nathan zijn scooter over de steile smalle weg de wijk in. Rocinha ligt tegen een van de heuvels rondom Rio de Janeiro aan. We passeren moeders met kinderen, marktkraampjes met levende kippen, mannen die aan een bar staan en pure cachaça (rum) drinken om tien uur ’s ochtends. Kinderen spelen midden op straat een potje voetbal. Voor ons komt een enorme bus aangereden, maar Nathan laat zich niet afschrikken. Hij geeft gas en slingert soepel om de bus heen, verder naar boven de wijk in. Rocinha is de grootste sloppenwijk van Latijns-Amerika. Er wonen bijna driehonderdduizend mensen, meer dan in Groot-Paramaribo. En dat aantal stijgt nog steeds.
“Mijn vader komt uit Maranhão. Hij kon niet lezen en schrijven toen hij hier kwam in de jaren zeventig. Wij, mijn broers en ik, zijn hier geboren”, zegt Nathan. Zijn vader vond werk als klusjesman en werd later een van de vele portiers rondom de luxe flats bij de stranden Copacabana en Ipanema. Vanaf Rocinha nog geen half uur met de bus. Lezen leerde hij beetje bij beetje. “Zijn handschrift doet denken aan een kind van tien.”
 
Brazilianen in Suriname
Armen
Bij het hoogste punt heb je een prachtig uitzicht over de Cidade Maravilhosa, de wonderbaarlijke stad, zoals Rio de Janeiro ook wel genoemd wordt. De zon schittert over de Atlantische Oceaan, die vandaag blauwer dan ooit lijkt. In de verte pronkt het beroemde Jezusbeeld, met wijd open armen. “De armen hebben het mooiste uitzicht over de stad. Vroeger wilden de rijken hier wonen om hun villa’s te bouwen, maar in plaats daarvan hebben de armen hier hun krotten gebouwd”, zegt Nathan lachend.
Rocinha is een op zichzelf staande, eigen wereld. Een stad in een getto, zou je kunnen zeggen. De wijk ontstond rond 1920 en is opgebouwd door gelukszoekers uit het armste gebied van Brazilië, het noordoosten. De trek van het platteland naar de stad, die nog tot ver in de jaren tachtig doorging, deed de bijna duizend favelas, de sloppenwijken van Rio, verder uitdijen.
Braziliaansen in Suriname

Florerende seksindustrie
Uit het noordoosten trokken ook duizenden Brazilianen naar Frans-Guyana en Suriname, om daar in de goudvelden of de florerende seksindustrie geld te verdienen.  Staten als Pernambuco, Para, Piaiu, of Paraiba horen bij de armste gebieden van Brazilië. Meer dan 75 procent van de bevolking hier is analfabeet. In Pernambuco zijn honderden suikerplantages waar nog een verkapte vorm van slavernij heerst. Voor maar vijfhonderd reais per maand (negenhonderd srd), met tienurige werkdagen, wordt daar onder extreem zware omstandigheden met de hand suikerriet gekapt. Na een week controleert een opzichter of de werknemers genoeg hebben gekapt. Zo niet, dan wordt er op hun loon gekort. Grootgrondbezitters in de staat Para hebben macht over hun werknemers. Die bouwen vele schulden op bij hun baas, als ze niet aan hun vaste lasten kunnen voldoen. Een juk waar je vaak pas onderuit komt door weg te trekken, met de hoop op een beter leven in de grote steden. Of, zoals sinds de jaren negentig massaal gebeurt: naar Frans-Guyana of Suriname. “Ik heb twee ooms in Frans-Guyana. Een andere oom is vanuit Frans-Guyana naar Suriname vertrokken, omdat de goudmijn waar hij werkte illegaal was en er jacht wordt gemaakt in Frans-Guyana op illegale garimpeiros. Hij heet Leonardo Nascimento Filho. Er gaan verhalen in de familie dat hij rijk is en niet van plan is om terug te komen naar Maranhão”, zegt Nathan. “Ik kan hem geen ongelijk geven. Hier zou hij de zoveelste Braziliaan in een sloppenwijk zijn.”
 
Een Braziliaanse zwartrok in Suriname lijkt de Hitlergroet te brengen
Drugs
De situatie voor de Brazilianen in Suriname lijkt, ondanks spanningen en geweld rondom de goudvelden, een stuk veiliger dan in favelas als Rocinha. Veel sloppenwijken, ook deze, zijn thuishavens van rivaliserende bendes die de handel in drugs domineren. Hoewel nog geen drie procent van de bewoners in Rocinha rechtstreeks met de drugshandel te maken heeft, is de aanwezigheid van het heersende kartel met de naam Amigos dos amigos (vrienden van vrienden) goed zichtbaar. Vooral als de schemer valt. Groepen jongeren, vaak bewapend, struinen dan de straten af. Ze werken voor de plaatselijke drugsbaas, ‘Nem’, die de scepter zwaait in Rocinha.
Braziliaanse kerk in Suriname

Overdag is Rocinha een grote gezellige drukke buurt met schoolgaande kinderen, vrouwen die boodschappen doen en mensen in de rij bij de bank. Nathan liep tot een paar jaar geleden ook met een geweer rond, toen hij nog de persoonlijke lijfwacht was van de toenmalige bendeleider, de voorganger van Nem. “Ik werkte als traficante, drugsdealer. Ik was tien jaar lang zijn persoonlijke lijfwacht. Ik heb dingen meegemaakt en gezien die verder gaan dan films zoals Cidade de Deus of Tropa de Elite. Ik kon de wijk niet uit of ik zou opgepakt worden. Mijn vriendin en ik konden nooit een avondje naar de bioscoop en zelfs het strand was al riskant. Geld had ik genoeg, maar geen vrijheid.” In die tijd ontmoette hij ook zijn oom, die met kerst even terug in Brazilië was. “Wat indruk maakte, was dat hij met een zak vol speelgoed terugkwam voor de neefjes en nichtjes,  met drie mobiele telefoons en een flatscreentelevisie. Ik dacht: ‘je gaat als goudzoeker naar een onbekend land en komt terug met zoveel dure spullen. Dan moet het daar wel heel goed zijn’.” Zijn oom wilde Nathan toen meenemen om hem uit het drugscircuit te halen. “Hij zei: ‘ga mee naar Suriname, daar kun je rijk worden’.”
São Paulo. Foto © Rowan Sims

Dat zich in Frans-Guyana en Suriname inmiddels blijvend vele duizenden Brazilianen hebben gevestigd en er straten, zelfs woonwijken zijn waarop de Brazilianen zichtbaar hun stempel drukken, zoals de Anamoestraat of Prinsessestraat in Paramaribo-Noord, is volgens Nathan meer dan logisch. “Wat is het alternatief? Het is hier al overbevolkt, de sloppenwijken puilen uit. Een nieuw land, een nieuwe toekomst, waar je met duizenden landgenoten bent. Er is nauwelijks geweld, hetzelfde klimaat als het noordoosten en nog veel mogelijkheden. Brazilianen zijn harde werkers. Ze pakken alles aan, als er maar geld mee is te verdienen. In Brazilië is het leven keihard. In een samenleving waar het vreedzamer is, zijn wij succesvol. Bovendien heb je daar geen rivaliserende drugsbendes zoals hier. Hier weet je dat er iedere dag iemand vermoord kan worden die je lief is.”
 
Een Braziliaanse priester in Suriname
Verlost
Nathan ging niet in op het aanbod van zijn oom, maar stapte wel uit het drugscircuit. Met hulp van de immens populaire kerk ‘Assembleo de Deus’, een charismatische christelijke stroming die ook in Suriname populair is onder de Brazilianen. “Ik ben naar mijn baas gestapt en heb uitgelegd dat ik mijn leven in dienst van God wilde stellen. Eerst geloofde hij me niet, maar toen hij zag dat ik daadwerkelijk naar de kerk ging en bekeerd was, kreeg ik toestemming. Ik heb geluk gehad, want veel jongens lukt het niet om eruit te stappen.” Tegenwoordig werkt Natan nog steeds als bewaker, maar nu op een particuliere school in de rijke, nabijgelegen wijk Gavea.
Een ander groot voordeel voor de Brazilianen in Suriname is, dat ze in Suriname de mogelijkheid hebben om hun sociale klasse te ontstijgen. Brazilië is een klassenmaatschappij.  Een handjevol extreem rijken bezit het grootste deel van de landbouwbouwgronden en heeft veel politieke invloed. Onder voormalig president Luiz Inácio ‘Lula’ da Silva lukte het ruim 25 miljoen Brazilianen vanuit armoede op te klimmen naar de middenklasse met speciale gezinsuitkeringen, de zogenoemde bolsa familia. Maar er leven nog altijd twintig miljoen Brazilianen in extreme armoede. Het merendeel woont in het noordoosten. Nathan: “Mijn oom schijnt een auto te hebben. Als hij in Maranhão was gebleven of naar Rocinha was gekomen, zou het hem als ongeschoolde man nooit zijn gelukt een auto te kopen. Lula heeft veel gedaan, maar niet genoeg.”

Het Braziliaanse model Luiza Freyesleben. Foto © Ford Models

Schoonheid
In een van de vele zijstraatjes van Rocinha, de Via Apia, poseert de beeldschone Gabriella (15) tussen het rondslingerende vuil. Fotograaf Jean Ribeiro ontdekte haar op straat, in de krioelende menigte van brommers, mensen en volgestampte marktkraampjes. Jarenlang werkte hij voor glossy magazines in Brazilië en maakte fotoshoots voor grote winkelketens zoals Lojas Americanas, de Braziliaanse variant van Kirpalani. “Allemaal interes-sant werk, maar toen ik voor het eerst in deze sloppenwijk kwam, viel ik als een blok voor de prachtige vrouwen en de filmische sfeer. Dit is een totaal andere wereld.” Onlangs heeft Jean ‘Studio Libra’ geopend, het eerste modellenbureau in deze sloppenwijk.
“De vrouwen hier zijn zo mooi vanwege de mix die hier is ontstaan. In het arme noordoosten heb je veel mensen met Indiaanse en blank-Europese roots. Je ziet dat duidelijk in staten als Para en Pernambuco. Maar in Bahia wonen weer overwegend mensen van Afrikaanse afkomst. Al deze verschillende mensen zijn hiernaartoe getrokken en je hebt daardoor een bijzondere mix gekregen. En schitterende vrouwen.”
Het Braziliaanse model Lais Ribero

Het doel van Ribeiro is om de modellen in hun eigen leefsituatie te fotograferen. Schoonheid in de sloppenwijken, zeg maar. Dus maakt hij de omgeving waar Gabriella in poseert niet mooier, maar fotografeert hij haar in de rommel. “Dit is onze realiteit, waarom moeten we ons daarvoor schamen?”
Gabriella moet eraan wennen dat ze nu plotseling model is. Ze zit nog op school en laat zich pas na schooltijd fotograferen; studeren gaat voor. Haar ouders komen uit Belém. Van haar vader heeft ze al jaren niets vernomen.  “Hij is vertrokken naar Frans-Guyana of Suriname om daar te gaan werken. ‘Je vader werkt in het goud’, zegt mijn moeder altijd. Waar precies, weet ik niet. Hij stuurt nog steeds af en toe geld, maar ik heb hem al jaren niet gezien.”
Over Suriname herinnert ze zich het nieuws uit 2009, toen er rellen uitbraken in Albina tussen de lokale bevolking en de Braziliaanse goudzoekers. Er vielen doden en Braziliaanse vrouwen deden aangifte van verkrachting. “Je zag dat toen hier ook op het journaal. Ik dacht: Zit mijn vader erbij? Inmiddels weet ik dat hij nog leeft. Maar contact hebben we niet.”

Brazilianen in Suriname

  
Vredespolitie
Sinds 2009 worden de Braziliaanse sloppenwijken schoongeveegd met het oog op het WK (2014) en de Olympische Spelen (2016) die in Brazilië worden gehouden. Het leger en de politie proberen de drugsdealers uit de wijk te krijgen, om er vervolgens een eenheid te plaatsen van de zogenoemde ‘Vredespolitie’. Dit zijn speciaal getrainde politieagenten, maar met een menselijker en socialer gezicht. Door de favelas te ‘pacificeren’, zoals dit proces genoemd wordt, ontstaat er een leefbare situatie. Het streven is om geweld en drugs uit de wijken te verbannen, zodat Rio de Janeiro veiliger wordt voor de geplande festiviteiten. Wijken zoals Cidade de Deus (Stad van God), ooit een van de beruchtste sloppenwijken en het decor van de beroemde gelijknamige film, zijn nu rustig. De laatste grote inval in een sloppenwijk was vorig jaar november, toen het leger en de politie met tanks Vila Cruzeiro en Complexo Alemão introkken om de drugsbendes op te jagen. Rocinha is nog niet gepacificeerd en in handen van drugsbendes, maar de burgemeester van Rio de Janeiro, Eduardo Paes, heeft aangekondigd dat binnen een paar maanden ook Rocinha wordt binnengevallen en schoongeveegd.


[uit Obsession, 30 november 2013]

vrijdag 15 november 2013

Proclamatie Platform Surinaamse Diaspora


Op zaterdag 23 november 2013 wordt in het Conferentiecentrum De Baak aan De Horst 1 in Driebergen het Platform Surinaamse Diaspora geproclameerd.

Wereldwijd groeit de aandacht voor de belangrijke rol die de diaspora speelt bij de ontwikkeling van de landen van herkomst. De Surinaamse overheid wil de diaspora meer betrekken bij de economische ontwikkeling van het land. Vandaar haar groeiende interesse voor de Surinaamse gemeenschap in Nederland en in andere landen. Maar in de diaspora investeren blijft ondanks de vele beloftes gemakkelijker gezegd dan gedaan.
  
Na meer dan 30 jaren van afstandelijkheid en terughoudendheid tegenover de eigen diaspora, zijn er nu signalen dat de Surinaamse regering bewust begint te raken van de potentie van de Surinaamse diaspora. Met de invoering van de toeristenkaart op 25 november 2011 en binnenkort de komst van de PSA-kaart heeft de Surinaamse overheid de eerste serieuze stappen gezet in de richting van een te voeren Diasporabeleid.

Het Platform Surinaamse Diaspora i.o. bestaande uit vertegenwoordigers van Kenniskring Nederland-Suriname (KK), het Surinaams Inspraak Orgaan (SIO) en de Vereniging Surinaamse Nederlanders (VSN) heeft het initiatief genomen om op zaterdag 23 november 2013 van 13.00 uur tot 17.00 uur het Platform Surinaamse Diaspora te proclameren. Het verbinden van Surinamers wereldwijd en het bijdragen tot verbetering van hun welvaart en welzijn is de belangrijkste missie van het Platform. De proclamatie vindt plaats in Conferentiecentrum De Baak aan De Horst 1 in Driebergen.
 
Waterkant, Paramaribo
U kunt zich aanmelden via info@sioweb.nl. Aanmelding is verplicht en de toegang is gratis. Indien u zich opgeeft voor de bijeenkomst verplicht u zich ook daadwerkelijk aanwezig te zullen zijn en actief te zullen deelnemen aan het programma. Na ontvangst van uw aanmelding ontvangt u een bevestiging met het programma en een routebeschrijving.

Met vriendelijke groet,

Het bestuur van Kenniskring Nederland Suriname (KK)
Het bestuur van het Surinaams Inspraak Orgaan (SIO)
Het bestuur van de Vereniging Surinaamse Nederlanders (VSN)

zondag 22 september 2013

Verschillen in aanpak seculariteit en ‘moslimschap’

West-Europese natiestaten waren lange tijd ervan overtuigd dat zij hun ‘probleem’ met religie hadden hadden opgelost door te kiezen voor seculariteit. Nu moslimmigranten tot moslimminderheden zijn geworden, is het complexe en kwetsbare evenwicht tussen religie en seculariteit opnieuw gedestabiliseerd. Dit heeft de omgang met moslimgroepen en met hun verlangen om een plek in de samenleving te krijgen er niet eenvoudiger op gemaakt. Dit stelt socioloog Carolina Ivanescu in haar proefschrift Regimes of Secularity. Citizenship, Religion and Muslimness in Rotterdam, Leicester and Marseille waarop zij op  19 september 2013 promoveerde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

...selectieve seculariteit...
Ivanescu onderzocht vanuit een historisch perspectief de invloed die veranderingen in houding ten opzichte van religie hebben gehad op moslimimmigranten in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. In de sterk multiculturele steden Rotterdam, Leicester en Marseille bekeek ze vervolgens hun behoeften en de problemen die zij ervaren bij het verwezenlijken daarvan. Zij ging na hoe het lokaal beleid, direct dan wel indirect, uitpakt voor moslimgroepen. Daarnaast onderzocht ze hoe elk van de drie genoemde steden omgaat met grassroots-initiatieven van islamitische groepen.

Ivanescu concludeert dat nationale en lokale overheden, de civil society, alsmede de moslimgemeenschappen zelf ieder een eigen perspectief hanteren op wat ‘moslimschap’ feitelijk inhoud. Daarbij redeneren zij vooral vanuit hun eigen belang. Nationale overheden gaan ervan uit dat het seculiere karakter van de samenleving tot elke prijs moet worden behouden, lokale overheden gaan met dit vraagstuk veel pragmatischer om, terwijl moslimgroepen zich vaak ‘islamitischer’ opstellen dan hun feitelijke opvattingen rechtvaardigen. Zo vinden ze gemakkelijker gehoor bij de autoriteiten.


Het onderzoek brengt verschillende typen seculariteit voor het voetlicht: een gepolitiseerde seculariteit in Nederland, een selectieve seculariteit in het Verenigd Koninkrijk en een voorkeursseculariteit in Frankrijk. Nederland kenmerkt zich door een morele paniek veroorzaakt door de komst van de islam, terwijl Rotterdam daarnaast specifieke genderbenadering hanteert. Het Verenigd Koninkrijk laat een door veiligheidsoverwegingen geobsedeerde visie op radicalisering zien, die een pluraal en multicultureel Leicester uitwerkt in een diversiteitgeoriënteerde benadering. In Frankrijk is de invulling van seculariteit gedomineerd door een bijna algemene blindheid ten opzichte van religie, die in Marseille is gekoppeld aan de wens om een gastvrije, multiculturele stad te creëren.

[van Wereldjournalisten, vrijdag 20 september 2013]



donderdag 1 augustus 2013

Legacy of Slavery and Indentured Labour, Past, Present and the Future: verslag van een conferentie


Welk verband bestaat er tussen slavernij, contractarbeid, migratie en hedendaagse maatschappelijke fenomenen?

door Rose Mary Allen

Deze vraag stond centraal tijdens de vijfdaagse conferentie Legacy of Slavery and Indentured Labour die begin juni in Suriname plaatsvond in het kader van de herdenking van 140 jaar Hindoestaanse immigratie, 150 jaar afschaffing slavernij en 160 jaar Chinese immigratie.

De conferentie was het resultaat van een samenwerking tussen verschillende Surinaamse organisaties actief op gebieden als cultuur, erfgoed en onderwijs, zoals het Institute for Graduate Studies and Research (IGSR), het IMWO, het Nationaal Archief Suriname, de Feydrasi fu Afrikan Srananman, NAKS, de Commissie 10 oktober, de Culturele Unie Suriname, Nationaal Stichting Hindostaanse Immigratie (NSHI), Sila en de opleiding Geschiedenis van het Instituut Leraren Opleiding (IOL) . De coördinatie hiervan was in handen van Maurits Hassankhan, Surinaamse historicus.. Met de conferentie wilde men een link leggen tussen enerzijds slavernij, contractarbeid en (vrije en gedwongen) migratie als historische gebeurtenissen en anderzijds hedendaagse verschijnselen en vraagstukken als mondialisering, identiteitsvorming, nationalisme en transnationalisme. Vergelijkend onderzoek met als doel nieuwe kennis en inzichten te verkrijgen was een van belangrijke speerpunten van de conferentie.

Gravure uit Verscheyde Voyagien, Zee- en Land-togten (1706)


Er waren twee keynote speakers. Prof. Stephen Small, bijzonder hoogleraar Nederlands slavernijverleden aan de Universiteit van Amsterdam, sprak over de hedendaagse erfenis van dat verleden. Hij pleitte voor het creëren van nieuwe kennis en het ontwikkelen van nieuwe perspectieven binnen de  historische wetenschap, o.a. op basis van meer internationaal vergelijkend onderzoek. Daarbij kunnen de Nederlandse Cariben volgens hem een prominente rol spelen. Dit taalgebied is zeer onderbelicht binnen de historische wetenschap, terwijl het veel te bieden heeft, zoals informatie over slavenwerk op zoutplantages, slavenverzet en marronsamenlevingen (samenlevingen van gevluchte slaven) die aan belangrijke nieuwe inzichten kan bijdragen.

Kaart van Mauritius door Johannes van Keulen, 1753


De tweede keynote spreker was Vijayalakshmi Teelock, hoofd van de afdeling Geschiedenis en Politieke wetenschappen van de Universiteit van Mauritius, die over de Truth and Justice Commission in Mauritius sprak. Deze in 2008 ingestelde commissie had als taak het opstellen van een integraal rapport over de slavernij en contractarbeid tijdens de koloniale periode en over de wijze waarop men hedentendage hiermee dient om te gaan. Mauritius, vernoemd naar de Nederlandse prins Maurits en later door de Fransen gekoloniseerd, was een kolonie gebaseerd op de slavernij van mensen uit Afrika, India en Maleisië. Na de afschaffing van slavernij werden er ongeveer 450.000 contractarbeiders uit het toenmalige Brits-Indië gehaald om op de suikerplantages te werken.Ter vergelijking: naar Suriname zijn er 35.000 contractarbeiders gebracht. In de afgelopen decennia heeft Mauritius zich in rap tempo van suikereconomie naar moderne diensteneconomie ontwikkeld. Door instelling van de commissie wilde  de regering vormgeven aan een nationale identiteit binnen een multiculturele samenleving en een snel groeiende economie.  De commissie heeft een uitgebreide studie verricht over de geschiedenis van Mauritius en heeft in december 2011 haar (lijfig) rapport uitgebracht. Voor meer informatie raadplege men http://pmo.gov.mu/English/Documents/TJC_Vol1.pdf. De organisatoren van de conferentie menen dat Suriname en andere landen iets zouden kunnen leren van de ervaringen van Mauritius.

Britse karikatuur op de afschaffing van de slavenhandel


De inleiders van de conferentie waren uit verschillende delen van de wereld afkomstig, waaronder Mauritius, Nederland, Engeland, Suriname, Guyana, Trinidad, Jamaica, Canada, de V.S. en Curaçao. Er waren 180 deelnemers en maar liefst ongeveer 100 inleidingen, waardoor er parallelsessies moesten plaatsvinden. Naast de inleiders waren er ook toehoorders, voor het grootste deel afkomstig uit Suriname.

De sessies gingen over onderwerpen als identiteit en integratie; nieuwe benaderingen in de historiografie van slavernij en contractarbeid; slavernij, contractarbeid en gezondheid;verwaarloosde onderwerpen in de slavenhistoriografie; religie; marronsamenlevingen; nabestaanden van Brits-Indische contractarbeiders; etniciteit, nationalisme en democratie in plurale samenlevingen; en terugkeer van migranten naar het land van herkomst.

Contractarbeid: contract uit 1738

Een greep uit de vele interessante inleidingen:

·         Rewriting the Narrative: Historical Archaeology and Colonial Suriname (Cheryl White)
·         Mapping the History of Slavery and Abolition: Slave-ownership andCompensation in Suriname and the Netherlands around 1863 (Dienke Hondius )
·         Meeting-grounds of Amerindians and Dutchmen: The Amazon Region and Suriname between 1595 and 1688 (Eric Jagdew en Jerry  Egger)
·         God at the Fore Deck and at the After Deck (Joop Vernooij)
·         East Indian Education in Nineteenth-Century Trinidad: Social Exclusion – Integration (Vashti Singh)
·         San-Fan-Con, the Potent Chinese Saint and His Journey to Africa via Cuba: The Impact of Chinese Indentured Immigrants on Afro-Cuban Religion (Martin Tsang)
·         Elderly Surinamese Hindustanis in the Netherlands (Nirmala Birjmohan)
·         Gender-specific Problems among Surinamese Hindustani: Suicide and Alcoholism (Indra Boedjarath)
·         Emotional Loss among Hindustani Migrants in the Netherlands (Rahina Hassankhan)
·         Socializing for Educational Success (Anita Nanhoe)
·         Space and Place for black women in the Christian religion in Suriname (Mildred Caprino):
·         The Future of Afro Surinamese religion (Rosie Zamuel- Rotgans),
·         Perspectives of Javanese Immigrants in Suriname on Return Migration to the Homeland: Why Did a Thousand Javanese Return to Indonesia in 1954? (Rosemarijn Hoefte)
·         Jakarta and Paramaribo Calling: New Challenges for the Surinamese-Javanese Diaspora?(Peter Meel)
·         Integration Styles in the Indentured Indian Diapora (Chan Choenni)
·         Mental Well-being and Cultural Identity of the Afro-Surinamese: A Slavery-informed Answer to Living in the 21stCentury (Aminata Cario)
·         Indian Muslims in Suriname:religion, traditions and globalization (Maurits S. Hassankhan / Robbert Bipat and Alie Abdoel).

Su Girigori
De twee inleiders uit Curaçao waren Su Girigori en Rose Mary Allen. Girigori sprak in haar inleiding Commemorating 150 years of legal abolition of slavery. The Process of
emancipation in a new country,
over emancipatie als een continu proces van bewustwording van de eigen geschiedenis, waarbij ook de verantwoordelijkheid wordt genomen voor het (her)schrijven van die geschiedenis. Zij behandelde de sociale gevolgen van een opgelegde afhankelijkheidsstructuur op Curaçao, die het emancipatieproces verhinderen.

Rose Mary Allen
Rose Mary Allen beschreef  in haar paper Crafting citizenship in post-Emancipation Curaçao: The experience of the formerly enslaved after Abolition, de afschaffing van de slavernij als het begin van een proces waarin een bepaalde groep mensen, die voordien als producten werden beschouwd,weliswaar burgerrechten kregen maar waarvan de  invulling in de praktijk veel complexer en moeilijker bleek te zijn. Het tot stand brengen van een nationale burgerzin is op Curaçao volgens Allen nog steeds gaande.

Al met al kan worden teruggekeken op een nuttige conferentie die ook de gelegenheid tot netwerken bood. Eén resultaat hiervan was het opstarten van de  International Association for the Study of Indenture and Migration  (IASIM). De verschillende inleidingen en aangedragen oplossingen zullen worden gebundeld en gepubliceerd.


Juni 2013


[eerder verschenen in het Antilliaans Dagblad]