Posts tonen met het label Dis Adriaan van. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dis Adriaan van. Alle posts tonen

vrijdag 20 december 2013

(Post)koloniale literatuur nu ook pluricontinentaal bekeken


door Karwan Fatah-Black

Op het omslag van Shifting the Compass; Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature, geredigeerd door Jeroen Dewulf, Olf Praamstra en Michiel van Kempen,  prijkt een kaart met daarop prominent een windroos in beeld en een tekening van een zeventiende-eeuws scheepje. Het vaartuigje oogt weifelend; hoewel het vóór de wind lijkt te gaan, wappert een van de zeilen doelloos langs de mast. Aan de randen van de kaart zien we drie onherkenbare continenten.
De bundel is een verzameling essays waarin verschillende auteurs pogingen doen om de Nederlandse koloniale literatuur en geschiedenis te bezien vanuit een pluricontinentaal perspectief. Daarmee verschuiven de auteurs de verteltrant richting de veelheid aan verbindingen en relaties die er ontstonden als gevolg van de Nederlandse kolonisatie in de Amerika's, Afrika en Azië. In plaats van de nog steeds dominante nadruk op de relatie en verhouding tussen kolonie en kolonisator, zoeken de auteurs juist naar de verbindingen tussen 'Oost'  en 'West'. Deze opzet is geslaagd. Hoewel dergelijke bundels vaak maar moeizaam tot coherentie en eenheid komen, lukt het in Shifting the Compass wel degelijk overtuigend een stap voorbij het postkolonialisme te zetten.
V.l.n.r. Olf Praamstra, Adriaan van Dis, Ena Jansen
Foto © Michiel van Kempen

Naast de academische artikelen die de hoofdmoot van de bundel vormen, verzorgen Adriaan van Dis en Giselle Ecury aan het begin en het einde van het boek een persoonlijke reflectie op het thema. Van Dis doet dat vanuit zijn rijke ervaring in postkoloniale literaire kringen, om te eindigen met een bespiegeling over wat postkoloniale schrijvers heeft verbonden: ervaringen met racisme, discriminatie, maar vooral ook het onderzoek naar de Nederlandse cultuur en het verschil met het eigene. Ecury schetst een genealogische geschiedenis die reikt van de Antillen tot Duitsland en die eindigt rond de opening van een museum in het gebouw dat ooit haar overgrootmoeders shap (winkel) was. De twee stukken leggen sterk de nadruk op levenslopen en familiegeschiedenissen, wat ook een aantal andere artikelen in de bundel kenmerkt. Naast dergelijke ‘microgeschiedenissen’ biedt de bundel ook onderzoeken naar koloniale inspiratiebronnen voor Nederlandse literatuur, en meer historische bijdragen.

Het is uiteraard niet mogelijk om alle artikelen in de zo uiteenlopende bundel recht te doen, mijn aantekeningen in het boek zelf en op mijn kladblok overschrijden ruim de gestelde limiet aan het aantal woorden dat in OSO beschikbaar is voor een recensie. Het zal moeten volstaan om er drie stukken wat meer uit te lichten, en in een afrondende alinea de balans van het gehele project op te maken.

Rudolf Mrazek
Foto © Michiel van Kempen

Op het stuk van Van Dis volgt het artikel van Rudolf Mrazek. In vier delen bespreekt hij het overlappende werk en leven van drie mannen: Dr. Louis Schoonheyt, Chalid Salim, en Anthony van Kampen. De belangrijkste decors voor het verhaal zijn de gevangenenkampen Boven Digoel waar vanaf het einde van de jaren 1920 tot 1943 (vermeende) Indonesische communisten werden opgesloten en Jodensavanne waar (vermeende) Indische nazi-sympathisanten tijdelijk vast zaten. Aan de randen van het uiteenvallende Nederlandse imperium schetst Mrazek hoe Schoonheyt, geïnterneerd in Jodensavanne vanwege zijn NSB-sympathieën na vijftien jaar arts te zijn geweest in Boven Digoel, er niet aan ontkomt de parallel te zien tussen hemzelf en de opgesloten communisten. Salim daarentegen, in zijn jonge jaren als communist opgesloten in Boven Digoel, schrijft zelfs na de massamoord van Soeharto op de Indonesische communistische beweging bewonderingsvol over ‘onze president’. De vervlechting van de verhalen en levenslopen en de schuivende ideologische perspectieven lenen zich voor bespiegelingen over de manier waarop aan  geschiedenis en literatuur betekenis wordt gegeven en hoe die zelden goed lijken te rijmen met de beleving van degenen die de ideologisch geïnterpreteerde gebeurtenissen doormaakten.
Nicole Saffold Maskiel
Foto © Michiel van Kempen

Een andere bijdrage aan de bundel waarin de interkoloniale uitwisselingen en netwerken sterk worden geïntegreerd is het mooie onderzoek van Nicole Saffold Maskiel naar de lange lijnen van slaafeigendom tussen de Nederlandse Caraïben en Nieuw Nederland (tegenwoordig New York). In het artikel bespreekt Maskiel de lange ketens van slaafeigendom die door de geschiedenis van de Noord Amerikaanse heersende klasse lopen. Via de familie Stuyvesant die van Curaçao naar Nieuw Amsterdam ging, is slavernij onlosmakelijk onderdeel van de familiegeschiedenis van het vooraanstaande geslacht Bayard geworden. Maskiel laat zien dat via interkoloniale en interimperiale handelsverbindingen slaafgemaakte Afrikanen in Noord Amerika terecht kwamen, en hoe de vertrouwdheid met het eigendom van mensen door overerving van generatie op generatie werd doorgegeven.
Michiel van Kempen
Foto © Sanne Landvreugd

Suriname en de Caraïben keren in de gehele bundel regelmatig terug. Aan het eind van de verzameling zit een stuk van Michiel van Kempen waarin hij onderzoekt hoe men in ‘nieuwe naties’ literatuur begint te lezen, en komt tot ‘postkoloniale canonformatie.’ Hij richt zich in het stuk met name op Suriname, maar het gebrek aan resultaat van de Surinaamse canoncommissie haalt de angel wat uit het stuk. Het is duidelijk dat er ook zonder een formele canon, iedereen met kennis van de Surinaamse literatuur zonder problemen een lijst op zou kunnen stellen van belangrijke werken. Typisch Surinaams-Nederlandse vraagstukken, zoals of de diaspora wel op zo’n lijst mag figureren spelen natuurlijk onmiddellijk op. Van Kempen legt veel nadruk op de celebrity culture dynamiek in Suriname. In het stuk van Van Kempen blijft het ‘pluricontinentale’ aspect buiten beeld.

Over het geheel genomen is de bundel een boeiende verzameling van stukken geworden. Het verschuiven van de aandacht van postkoloniaal naar pluricontinentaal is door de meeste auteurs met succes omarmd. De redacteuren zijn er in geslaagd om in een pluricontinentaal project een lezenswaardige en belanghebbende eenheid te creëren.

Jeroen Dewulf, Olf Praamstra en Michiel van Kempen (ed.), Shifting the Compass; Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature. Newcastle upon Tyne: Cambridge Scholars, 2013. 286 p., ISBN 978 14 4384 228 0,  prijs £ 44,99.




woensdag 23 oktober 2013

Hommage aan landskind Frank Martinus Arion

door Stuart Rahan
Frank Martinus Arion. Foto © Gerard Klaasen

Amsterdam - “Ik wil geen vrouw zijn want ik weet niet wat borsten zijn.” Dit antwoord kreeg documentairemaaksterCindy Kerseborn van de Antilliaanse schrijver en dichter Frank Martinus Arion toen hem gevraagd werd wie zijn beroemde werk Dubbelspel heeft geschreven. "Is het de vrouwelijke of de mannelijke Arion?" Een regelmatig terugkerend dilemma tevens rijkdom voor schrijvers om ook in de huid van het andere geslacht te kunnen kruipen. In Dubbelspel zet Arion de vrouw op meesterlijk gevierde wijze neer.

De documentairefilm Frank Martinus Arion: Yu di Kòrsou ging vorige week in première in Nederland en is behalve een hommage aan de schrijver ook een indringende kijk op het leven van Antilliaanse mannen, vrouwen en het dominospel. Het spel is voor de Antilliaanse eilandbewoners niet zomaar een spel, het is een levenswijze.
Cindy Kerseborn & Adriaan van Dis.
Foto © Michiel van Kempen

Machismo
In de documentaire doorbreken een achttal Antilliaanse mannen een taboe dat machismo heet. Tijdens een kringgesprek vertellen zij open over hun mannelijkheid. Het hebben van meerdere vrouwen is een gegeven waar tijdens de opvoeding veel aandacht aan wordt besteed, door zowel de vader als de moeder. Mannen zijn jagers en horen niet in de keuken thuis, want dat is het domein van de moeder de vrouw. "Mannen hadden geen taboes. Vaak wordt over jullie gesproken maar er wordt nooit gevraagd wat jullie er van vinden", herinnerde Kerseborn in haar dankwoord de mannen die meewerkten. Toch draait de documentaire niet alleen over het machismo. Het onderbelichte deel van Arions oeuvre, zijn dichtkunst, krijgt in een wezenlijk deel in de film bijzondere aandacht. "Arion is niet alleen bekend van Dubbelspel. Zijn gedichten vind ik meesterlijk", vult de documentairemaakster aan. Hij schrijft zowel in het Nederlands als het Papiamentu met een taalgevoeligheid die diep snijdt in de huid van zowel de onderdrukker als de onderdrukte, van Nederland als kolonisator als ook de Antillen en haar bewoners. Hij verwierf hiermee een imago dat hem niet bij iedereen geliefd maakt.

Nieuwe gedichtenbundel
Speciaal voor de uitkomst van de documentaire is de verzamelbundel gedichten Heimwee en de Ruïne verschenen. Marvelyne Wiels, gevolmachtigd minister van Curaçao in Nederland, nam het eerste exemplaar in ontvangst. "Arion heeft kans gezien om uitdagingen om te zetten in mogelijkheden ondanks hij zijn moeder en zus in zijn prille jeugd verloor", roemde zij de schrijver/dichter. Binnenkort gaat de film ook op Curaçao in première en liggen er verzoeken in andere landen als Suriname waar de schrijver ook hoog in aanzien is. De documentaire Frank Martinus Arion: Yu di Kòrsou is de tweede in een drieluik van documentairemaakster Cindy Kerseborn.

[uit de Ware Tijd, 18/10/2013]


zaterdag 21 september 2013

De toekomst van de studie van de (post)koloniale Nederlandse literatuur

Aan de Universiteit van Amsterdam vond op vrijdagmiddag 20 september 2013 een debatbijenkomst plaats, georganiseerd door de hoogleraren Thomas Vaessens en Michiel van Kempen, over de toekomst van de studie van de (post)koloniale literatuurstudie in Nederland. Wetenschappers van verschillende universiteiten bogen zich over vragen naar de status en richting van dit veld van literatuurwetenschap. Hieronder de inleiding die Michiel van Kempen gaf ter opening van de bijeenkomst.

door Michiel van Kempen
Michiel van Kempen en Adriaan van Dis

Het veld van de studie van de postkoloniale literatuur van Nederland is enorm in beweging. Het lijkt alsof er een wisseling van de wacht gaande is. Academici die zich bezig hielden met (post)koloniale literatuur concentreerden zich 25 jaar geleden voornamelijk rond de Werkgroep Indische Letteren.  Vooral in Leiden werd de Oost een speerpunt van onderzoek, terwijl aan de UvA na het terugtreden van Bert Paasman in 2004 een bijzondere leerstoel voor de Indische letteren werd gecreëerd. Aandacht voor de West was veel minder breed en kwam er pas later met de Werkgroep Caraïbische Letteren en een leerstoel in Amsterdam vanaf 2006. De studie van de Zuid-Afrikaanse literatuur, vroeger gedoceerd aan verschillende universiteiten, concentreert zich in recente jaren enkel nog rond de bijzondere leerstoel Afrikaans aan de UvA.

De Indische Letteren hebben altijd een breed publiek aan zich weten te verbinden, maar dat publiek is sterk vergrijzend, en de academici van 25 jaar geleden maken plaats voor een jongere generatie (de bestaande universitaire posten lijken overigens snel te verdwijnen). Met die verandering van de wacht, lijkt zich ook een paradigmaverschuiving voor te doen. De academici rond Indische Letteren waren de mensen van de literatuurgeschiedenis van de realia, van de smakelijke, anekdotische literatuurgeschiedenis, verpakt in goed vertelde verhalen. Dat was ook wat hen altijd verbond met een breed publiek. De expansie van de – vooral Angelsaksische, in mindere mate Francofone – postkoloniale literatuurwetenschap lijkt aan deze generatie geheel voorbij te zijn gegaan.

Een nieuwe generatie literatuurwetenschappers heeft wel weet van die postkoloniale literatuurwetenschap, en maakt (mogelijk vanuit die wetenschap aangestuurd) andere keuzes dan die van de traditionele literatuurgeschiedenis en tekstanalyse. Zij zoekt nadrukkelijk de raakvlakken op met cultural studies, plaatst literaire verschijnselen in een sterk cultuurhistorische context, in een discours-analytisch denkkader of analyseert met middelen die zijn aangereikt door de mediastudies, of vanuit gender- en diversiteitsperspectief.

Bij mijn weten bestaat er op dit moment enkel aan de Open Universiteit  een masterprogramma over koloniale cultuur en literatuur; er zijn daar ook plannen om postkoloniale studies nog meer te integreren in het interdiscplinaire onderwijs- en onderzoeksprogramma van de faculteit Cultuurwetenschappen.

In Utrecht is er een Postcolonial Studies Initiative. Dat is geen onderzoeksinstituut maar samenwerkingsverband van onderzoekers van zeer divers pluimage en geaffilieerd met universiteiten in binnen- en buitenland. Van de circa 40 aangesloten onderzoekers vermelden er 4 dat zij ook bezig zijn met Nederlandse postkoloniale literatuur. De Universiteit Utrecht kent ook een Engelstalige minor Postcolonial Studies waar studenten worden ingewijd in de theoretische en methodogische  aspecten van postcolonial studies.

Leiden heeft een Platform for Postcolonial Readings (Isabel Hoving, Sarah de Mul), dat enigszins met dat van Utrecht te vergelijken is, zij het dat het veel bescheidener is naar omvang.

Het KITLV kent een jaarlijkse brede multidisciplinaire cursus Caraïbistiek; één college daarvan is gewijd aan Caraïbische literatuur.

In Antwerpen is er The Postcolonial Literatures Research Group at the University of Antwerp, maar richt zich sterk tot de literatuur die in verband staat met de Franstalige koloniën.



Enkele uitgangspunten

Dit overziende wil ik graag met u nadenken over enkele uitgangspunten die ik hier bij wijze van aanzetten tot discussie formuleer over wat de Nederlandse (post)koloniale literatuurstudie zou moeten of zou kunnen inhouden.

Belangrijkste uitgangspunt zal moeten zijn dat de postkoloniale literatuurstudie haar terrein duidelijk afbakent en een unieke plek opeist. De literatuur van Oost, West en Zuid is breed en complex naar te bestuderen tijd, talen en culturen, en heeft een onuitwisbaar stempel gedrukt op de Nederlandse literatuurgeschiedenis met belangwekkende auteurs als Multatuli, Daum, Couperus, Dermout, Helman, Debrot, Haasse, Van Dis, Cairo, Roemer, Ramdas. Het gaat allerminst om een quantité négligeable, maar om een corpus auteurs en teksten dat vanuit de neerlandistiek gespecialiseerde aandacht verdient, al was het alleen maar omdat die literatuur ook een belangrijke doorwerking heeft in de multiculturele literatuur van het Nederland van nu. De studie van de postkoloniale literaturen van Nederland zal zich duidelijk moeten realiseren dat zij niet de overlap zal moeten maken met het veld van andere disciplines waarmee zij wel raakvlakken heeft. Niemand zit te wachten op neerlandici die de literatuur geschreven in het Frans, Engels, Spaans enz. analyseren (tenzij vanuit comparatistisch oogpunt). Niemand wacht erop tot neerlandici zich begeven op het terrein van de Black Studies, de global studies, van de Angelsaksische postcolonial criticism, van de slavernijstudie zoals die door historici aan verschillende universiteiten nu aandacht krijgt, van de antropologische verhaalanalyse. Wel zal zij met al deze disciplines voeling moeten houden, en ook het multidisciplinaire onderzoek mee vorm moeten geven. Goede samenwerking met universiteiten elders in de wereld en vooral ook met instellingen in de voormalige Nederlandse koloniën kan de positie van het vakgebied alleen maar versterken.
Karin Amatmoekrim en Hafid Bouazza

Een ander uitgangspunt is dat de postkoloniale Nederlandse literatuurwetenschap niet gaat in de richting van wat in de voormalige koloniën zelf prioriteit heeft of verdient:  de wording van de nationale literaturen, maar dat zij de focus legt op die verschijnselen die een directe band met Nederland hebben, en die ook een zekere mate van urgentie hebben voor de multiculturele samenleving van dit moment. Vanzelfsprekend behoort de wijze waarop de Nederlandse samenleving in beeld komt bij tweede en derde generatie Indische, Surinaamse en Antilliaanse auteurs (Marion Bloem, Alfred Birney, Ellen Ombre, Karin Amatmoekrim) tot het aandachtsveld. En natuurlijk zal er ook aandacht moeten zijn voor die andere culturen van de multiculturele samenleving die niet direct gelieerd zijn aan de voormalige koloniën: die van schrijvers met een link naar de Marokkaanse wereld (Benali, Bouazza, Stitou, Boudou, El Bezaz,  Laroui, Benzakour) en die van auteurs met wortels in andere landen als Kader Abdolah, Yasmine Allas, Özkan Akyol enz.). Tenslotte zal de verbeelding van de multiculturele samenleving door witte schrijvers als Joost Zwagerman, Robert Vuijsje, Stephan Sanders, Diederik Samwel evenzeer interessant zijn vanuit postkoloniaal perspectief; die andere framing zal onvermijdelijk waardevolle nieuwe interpretaties van hun werk opleveren.

Literatuurwetenschappers bijeen in Berkeley, California, september 2011


Te bediscussiëren kwesties

Vanuit deze ideeën zouden onze gedachten moeten gaan over een aantal kwesties
Inhoudelijk
-          Hoe kan de postkoloniale literatuurwetenschap haar bestaansrecht bewijzen en vanuit welk paradigma of welke paradigmata kan daar het beste invulling aan worden gegeven, zonder te vervallen in het eindeloze methodenpluralisme waarin de postcolonial studies zijn terechtgekomen? Hoe wordt het veld afgebakend? Wat is er Nederlands aan die neerlandistiek? In welke mate heeft de inmiddels al traditioneel geworden (structurele) tekstanalyse daarin (nog) een plaats? En in hoeverre blijven de traditionele geografische grenzen intact, of kunnen die/moeten die geïncorporeerd worden binnen een groter verband.
De drie Amsterdamse bijzonder hoogleraren
 postkoloniale literatuurwetenschap bijeen op
 Curaçao, waar gewerkt werd aan de opzet
 van een Masters Literatuurwetenschap aan de UNA,
 januari 2009. V.l.n.r. Pamela Pattynama,
 Ena Jansen en Michiel van Kempen 

Inbedding
-          Hoe kunnen vanuit een stevig theoretisch fundament researchresultaten zo worden gepubliceerd dat zij een redelijke mate van publieksvriendelijkheid behouden, en zo ook een ruim publiek betrekken bij het vak? Bij welke gremia van de samenleving  moet de postkoloniale literatuurstudie allereerst aansluiting zoeken? Wat kunnen die gremia betekenen voor het maatschappelijke en universitaire draagvlak van het vak? Hoe kan het beste worden ingegaan tegen de tendens van afbraak van postkoloniale instellingen als gevolg van de bezuinigingen van de laatste jaren (Moluks Museum, KIT, KITLV, NiNsee, MC Theater enz.)?

Internationale inbedding
-          Hoe kunnen er structurele verbanden gelegd worden met onderzoeksinstellingen in de voormalige koloniën (Indonesië, Suriname, de voormalige Antillen, Zuid-Afrika)? Hoe kan die internationale samenwerking en uitwisseling het best gestalte krijgen?

Institutionele vormgeving

-          Wat is nu de beste institutionele omgeving waarbinnen de postkoloniale literatuurstudie kan floreren? Moet er een paraplu gecreëerd worden die de verschillende deelvelden overhuift? Moet dat dan een gewoon hoogleraarschap zijn of een andere vorm krijgen? Is een gewoon hoogleraarschap haalbaar, hoe ligt dit politiek in de academische wereld, en waar kan het  draagvlak daarvoor (ook materieel) met de meeste kans van slagen gevonden worden?

donderdag 7 februari 2013

Shifting the Compass

Shifting the Compass: Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature, geredigeerd door Jeroen Dewulf, Olf Praamstra & Michiel van Kempen, is de bundeling van de belangrijkste teksten die werden gepresenteerd op het gelijknamige congres in het najaar van 2011 in Berkeley, California. De vijftien hoofdstukken geven niet een traditionele indeling naar de verschillende koloniale gebieden, maar kijken juist naar de verbindingslijnen tussen de voormalige koloniën. Zo schrijft Rudolf Mrázek over Boven Digoel in Indonesië en de Jodensavanne in Suriname. Ena Jansen neemt de slavernij in Zuid-Afrika en Curaçao onder de loep. Paul Hollanders bekijkt de animus manendi, de wil om zich permanent te vestigen, van koloniale planters (onder wie Paul François Roos).

Shifting the Compass: Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature, edited by Jeroen Dewulf, Olf Praamstra & Michiel van Kempen.
Newcastle upon Tyne, Cambridge Scholars Publishing, 2013. ISBN (10): 1-4438-4228-1/ ISBN (13): 978-1-4438-4228-0
Met bijdragen van Jeroen Dewulf, Adriaan van Dis, Rudolf Mrázek, Olf Praamstra, Manjusha Kuruppath, Lodewijk Wagenaar, Adèle Nel, Phil van Schalkwyk, Luc Renders, Ena Jansen, Nicole Saffold Maskiell, Barry L. Stiefel, Britt Dams, Paul Hollanders, Michiel van Kempen en Giselle Ecury.

De bundel is samengesteld door drie hoogleraren, v.l.n.r. Michiel van Kempen, Olf Praamstra, Jeroen Dewulf

zondag 9 december 2012

Anil Ramdas herdacht in De Gids

door Annet Mooij


Het was een veel gehoorde klacht de afgelopen jaren: Nederland is te veel naar binnen gekeerd en alleen nog met zichzelf bezig. Een land verschanst achter de dijken. In deze Gids is een krachtig tegengeluid gemobiliseerd – lees om te beginnen de hartekreet van Adriaan van Dis waarmee dit nummer opent: ‘Europa is voor mij een noodzaak geworden. Wanneer kan ik mijn paspoort ophalen?’

Kosmopolitisme, dat oude maar nog altijd actuele ideaal, dat antidotum tegen nationalisme, provincialisme en angstige benepenheid, krijgt in deze Gids een warm onthaal. Niet als hoogdravende filosofie van naïeve idealisten of als het intellectuele speeltje van hippe yuppen en internationale jetset, maar als een pragmatische leiddraad voor een levenshouding in een wereld waarin we hoe dan ook tot elkaar veroordeeld zijn. ‘Luxe of noodzaak’, luidt de titel van de bijdrage van Merlijn Olnon over het oude Izmir en het huidige Amsterdam. Hij laat over zijn antwoord geen misverstand bestaan, en vindt daarbij de andere auteurs aan zijn zijde. Het wereld­burgerschap is in dit nummer van De Gids vooral een praktisch ideaal, waaraan ook economisch voordeel is verbonden.

Al is de campagne ‘Nederland leest’ alweer ten einde, voor een nieuwe interpretatie van Hermans’ De donkere kamer van Damokles is het nooit te laat. Wilbert Smulders laat nogmaals zijn licht schijnen over deze roman en komt tot nieuwe conclusies. Voor de liefhebbers van literatuur verder ook aandacht voor twee markante schrijvers die ons dit jaar zijn ontvallen: Anil Ramdas en Doeschka Meijsing.

Op het wereldwijde web zijn wij intussen verhuisd naar een ander adres. Voortaan kunt u ons vinden op de-gids.nl. De vernieuwde en verbeterde site bevat nieuws, recente bijdragen en een aparte internet-Gids met eigen ­rubrieken, poëzie en pareltjes uit het Gids-archief.

Namens de Gids-redactie, Annet Mooij

De Gids, 2012/8

woensdag 24 oktober 2012

Vierde editie Bijlmer boekt!



Amsterdam - Bijlmermeer. Foto @ Michiel van Kempen

Met: Adriaan van Dis, Chika Unigwe, Hans Dagelet, Jeannine La Rose en Esperanzah.
Vijf artiesten, mooie verhalen, zang, spoken word, gevestigd talent versus lokaal talent. En James Brown niet te vergeten. Inmiddels zult u bekend zijn met het concept van Bijlmer Boekt!
Tijdens deze alweer vierde editie zullen optreden: Adriaan van Dis, Chika Unigwe, Hans Dagelet, Jeannine La Rose en Esperanzah. De artiesten worden als altijd begeleid door Christine Otten en Pablo Nahar. Omdat tot nu toe alle edities zijn uitverkocht, komt de kaartverkoop steeds vroeger op gang. Zorg dat u niet misgrijpt en wees er op tijd bij!

Kaartverkoop geschiedt via het Bijlmer Parktheater. Reguliere kaartjes zijn € 10, kaartjes voor CJP-pashouders en 65-plussers € 7,50. Let op: voor slechts € 15 krijgt u niet alleen toegang tot het theater, maar wordt u daar tevens vanaf het Leidseplein per bus heen vervoerd. Tijdens deze busrit zorgen wij uiteraard voor passend entertainment.

 Dinsdag 6 november / aanvang 20.00 uur / Bijlmer Parktheater

maandag 16 januari 2012

Komend weekend: Winternachten!


Van 19 tot en met 22 januari vindt Writers Unlimited – Winternachten Festival Den Haag plaats. Dit jaar is het thema van het festival 'Keep on Dreaming' een knipoog naar de dromers, de gelovers in utopieën, de najagers van idealen, dat is het thema van het Writers Unlimited – Winternachten Festival. Schrijvers uit Nederland en ver daarbuiten spreken zich uit over hun dromen, ze dromen met ons over vrijheid en hoe die verwezenlijkt kan worden. Writers Unlimited – Winternachten Festival biedt een mengeling van actualiteit en literatuur, muziek en film in een gevarieerd programma in Theater aan het Spui en Filmhuis Den Haag en dit jaar kunt u voor het eerst op vrijdag en zaterdag eten in het theater. Bijna 100 schrijvers, journalisten, presentatoren en musici uit de hele wereld treden op.



Winternacht 1 biedt een grote variatie van literaire programma's, muziek, film en dans in de zalen en foyer van Theater aan het Spui en Filmhuis Den Haag. Met een kaartje kunt u bij alle programma's vrij in - en uitlopen.

Vanavond vertellen Tommy Wieringa, Nazmiye Oral en Kader Abdolah in De Hollandse lente hoe ons land er uit zou kunnen zien, buigen Bas Heijne en de Britse filosoof John Gray zich over de vraag of wij van elkaar moeten houden en schreeuwen schrijvers hun woede van zich af in Mad as Hell.

Meer hoogtepunten: How to be a Dictator in Africa, Wet Dreams on a Winter's Night, de debutanten van Extaze, Nigeria and Oil: The Novel and the Movie. U kunt naar de indringende film over de Groene Revolutie in Iran (The Green Wave) en naar het ontroerende The Glass House over een uniek rehabilitatiecentrum in Teheran. Er is muziek van Ghalia Benali, de Batiband en Trio Koenijn en in de foyer kunt u Cubaans leren dansen.

Winternacht 2 biedt een grote variatie van literaire programma's, muziek, film en dans in de zalen en foyer van Theater aan het Spui en Filmhuis Den Haag.

De avond begint met de opzwepende klanken van het Ghana Community Choir. In Schatgravers horen we Arthur Japin, Annejet van der Zijl en Said el Haji over de inspiratie die zij vinden in de geschiedenis. Adriaan van Dis praat met een Indonesische en een Zuid-Afrikaanse schrijfster over Vergeven of Vergeten. Robert Vuijsje is te gast in Lust and Colour en in Burger King of Burgerschap gaat het over het 'burgervertrouwen'.

Sheila Sitalsing
De Surinaamse auteurs Karin Amatmoekrim, Anil Ramdas, Sheila Sitalsing en Noraly Beyer spreken over hun dromen voor Suriname, we spelen het Groot Dubbelspel Vertaalspel met Frank Martinus Arion, er treden hele jonge dichters op in Who's Afraid of Youth en dit jaar zijn er stripschrijvers/tekenaars als Peter Milligan en Inge Heremans te gast in het programma Comics and Taboos.

U kunt naar de film, o.a. naar de aangrijpende documentaire die Cindy Kerseborn maakte over Edgar Caïro, een boek of wat uitzoeken bij de stand van Paagman in de foyer of naar VPRO de Avonden live, waar Willem Jan Otten en de andere genomineerden van de VSB Poëzieprijs te gast zijn.

Het festival eindigt op zondagmiddag 22 januari in de Koninklijke Schouwburg met de Hommage aan Hella, een feestelijke bijeenkomst waarin leven en werk van Hella Haasse worden gevierd, met o.a. optredens van Loes Luca en Willem Nijholt. Aansluitend worden de Jan Campert-prijzen van de Gemeente Den Haag uitgereikt, waaronder de Constantijn Huygens-prijs.

dinsdag 12 juli 2011

The 2011 Berkeley Conference in Dutch Literature




International Conference on Colonial and Post-Colonial Connections in Dutch Literature

September 15-17, 2011

University of California, Berkeley

Dutch literature is more than just literature about a tiny piece of land at the estuary of the Rhine. From the Caribbean to Southern Africa, from Southeast Asia to Western Europe, the Dutch language forms a common bond in a literature that was and is deeply marked by intercultural connections. In recent decades, considerable attention has been given to Dutch colonial and post-colonial literature, but the importance of intercultural connections within the Dutch colonial network has been neglected. What were the cultural and literary networks between Batavia, Galle, Nagasaki, and the Cape Colony? How did the slave trade connect authors in Willemstad and Paramaribo with Gorée and Elmina at the African West Coast? How did Jewish communities link Recife in Dutch Brazil to New Amsterdam on the American East Coast? And how did Amsterdam, Leiden or The Hague function as intellectual intermediaries between the Netherlands and its colonies?

This pluricentric perspective on Dutch literature remains relevant in modern times. After the colonial era ended, the Dutch language continued to produce literature that fostered intellectual bonds between the Caribbean, Southeast Asia, South Africa, and Western Europe. These intercontinental contacts were even intensified and grew in diversity when, three centuries after the first Dutchmen ventured out into the wide world, the world came to the Netherlands. Inhabitants of the former colonies first, followed by immigrants and refugees, transformed the Dutch literary landscape to the point that an international perspective on Dutch literature has become a necessity.

Organizing Committee

Jeroen Dewulf | University of California, Berkeley
• Michiel van Kempen | Amsterdam University, the Netherlands
• Olf Praamstra | Leiden University, the Netherlands
• Siegfried Huigen | Stellenbosch University, South Africa

Conference Program

Thursday, Sept. 15:

2-3pm: Meeting at the lobby of the Berkeley City Club Hotel. Guided tour on the UC Berkeley campus by Jeroen Dewulf, Queen Beatrix Professor.

3-5pm: Guided visit to the UC Berkeley Doe Library by James H. Spohrer, Librarian for Berkeley’s Germanic Collections, followed by a visit to the UC Berkeley Bancroft Library, where a selection of Berkeley’s rare books collection dealing with the Dutch colonial expansion will be presented by Anthony Bliss, Berkeley’s Rare Books and Literary Manuscripts Curator.

5-6pm: Coffee break at the Free Speech Café.

6-7pm: Introductory lecture by Dutch-Aruban author Giselle Ecury Steps in History, Paces in Personal Lives: A Post-Colonial Family History from Aruba at the Institute of European Studies. Introduction by Michiel van Kempen (University of Amsterdam).

Friday, Sept. 16:

Faculty Club, Seaborg Room.

9-9.30am: Inauguration of the conference by Jeroen Dewulf (University of California, Berkeley): Colonial and Post-Colonial Connections in Dutch Literature.

Presentations Section 1. Chair Michiel van Kempen.

9.30-10am: Danny L. Noorlander (Georgetown University, Washington D.C.). The Reformed Churches of the Netherlands and the Regulation of Religious Literature in the Seventeenth-Century Dutch Atlantic World.

10-10.30am: Barry Stiefel (College of Charleston/Clemson University, SC). A Press of Many Tongues: The Globalization of Dutch Jewish Literature during the Seventeenth and Eighteenth Centuries.

10.30-11am: Coffee Break.

Presentations Section 2. Chair Olf Praamstra.

11-11.30am: Manjusha Kuruppath (Leiden University, the Netherlands). When Vondel Looked Eastwards: A Study of Representation and Information Transfer in Joost van den Vondel’s “Zungchin” (1667).

11.30-12pm: Jacqueline Bel (Free University of Amsterdam, the Netherlands). Nationalism and Postcolonial Literature from the Dutch colonies in the Netherlands: Noto Soeroto, Albert Helman, Anton de Kom, and Cola Debrot.

12-2pm: Lunch

Presentations Section 3.

2-2.30pm: Wilma Scheffers (The Hague, the Netherlands). Everything Starts with Knowledge: A Voice of Humanity in Colonial Times. W.R. van Hoëvell 1812-1879.

2.30-3pm: Rudolf Mrázek (University of Michigan). Beneath Literature? Imprisonment, Universal Humanism, and (Post)Colonial Mimesis. The Internment Camp Boven Digoel in New Guinea.

3-3.30pm: Coffee Break.

Presentations Section 4. Chair Siegfried Huigen (Stellenbosch University, South Africa).

3.30-4pm: Michiel van Kempen (University of Amsterdam). Complexities of canonization in former colonies.

4-4.30pm: Olf Praamstra (Leiden University, the Netherlands). A World of Her Own, the Eurasian Way of Living and the Balance Between East and West in Maria Dermoût’s Novel “The Ten Thousand Things”.

4.30-5pm: Pamela Pattynama (University of Amsterdam, the Netherlands). A Transnational Perspective on Marion Bloem’s Indo-Dutch Narratives.

Special evening program in the Berkeley City Club – Drawing Room – offered by the Netherlands America University League in California.

7.30pm: Welcoming by Em. Queen Beatrix Professor Johan Snapper (University of California, Berkeley).

7.45pm: Introduction to the speaker by Queen Beatrix Professor Jeroen Dewulf (University of California, Berkeley).

8-9pm: Keynote lecture by Dutch author Adriaan van Dis: Squeezed between Rice and Potato: Personal Reflections on a Dutch (Post-)Colonial Youth.

9–10pm: Wine and Cheese Reception.

Saturday, Sept. 17

Faculty Club Seaborg Room

Presentations Section 5. Chair Olf Praamstra.

9-9.30am: Christine Levecq (Kettering University Flint, MI). The Cultural Hybridity of the Dutch-Ghanaian Minister Jacobus Capitein.

9.30-10am: Adéle Nel and Phil van Schalkwyk (North-West University, South Africa). The Early Cape Colony: Karel Schoeman and/on Relationality.

10-10.30am: Luc Renders (University of Hasselt, Belgium). Better Than the Original: Christianity in Afrikaans Literary Texts by Colored and Black South African Authors.

10.30-11am: Coffee Break

Presentations Section 6. Chair Michiel van Kempen.

11-11.30am: Ena Jansen (Free University of Amsterdam, the Netherlands). Similar Pasts Remembered: South African and Dutch Caribbean Slavery Novels.

11.30-12pm: Siegfried Huigen (Stellenbosch University, South Africa). New Batavians and Orientalist Philology: Historiography in François Valentyn’s “Oud en Nieuw Oost-Indiën” (1724-6).

12-12.30pm: Lodewijk Wagenaar (University of Amsterdam, the Netherlands). A Theatrical Reflection of Colonial Relations in Dutch Ceylon: The 18th-Century Reports on the Annual Apparition of Cinnamon Peelers with the Dutch Governor in Colombo.

12.30-2.30p: Lunch

Presentations Section 7. Chair Siegfried Huigen.

2.30-3pm: Britt Dams (Ghent University, Belgium). Writing to Comprehend: The Role of Intertextuality in Johannes de Laet’s “Iaerlyck Verhael” on Dutch-Brazil.

3-3.30pm: Paul Hollanders (University of Amsterdam, the Netherlands). ‘Animus Revertendi’ versus ‘Animus Manendi’. The Will to Return versus the Will to Stay in Dutch Colonial Literature Applied to Colonists in Late 18th Century Surinam.

3.30-4pm: Hilde Neus (Paramaribo, College of Education). From Belle van Zuylen to Gertrude Stein, building modern literature.

4-4.30pm: Coffee Break

Presentations Section 8. Chair Jeroen Dewulf.

4.30-5pm: Florencia Cornet (University of South Carolina). 21st Century Curaçaoan Women Writers: Re-visiting, De-stabilizing and (Re) imagining the Kurasoleña.

5-5.30pm: Nicole Saffold Maskiell (Cornell University, NY). Bequeathing Bondage: Slave Networks in the Dutch Atlantic.

6-7.30: International premiere of the film on the life of the Dutch-Surinamese writer Edgar Cairo: ‘I Will Die for Your Head’ by Cindy Kerseborn. Introduction by Michiel van Kempen and Cindy Kerseborn. Room Dwinelle 142.

7.30-9pm: Wine and Cheese Reception offered by the Dutch Consulate in San Francisco. Room Dwinelle 370.

Any information, please contact jdewulf@berkeley.edu

maandag 24 januari 2011

“Ik ben niet in jouw gelul geïnteresseerd”

Een avond over het schrijversinterview

“Dit is geen vraaggesprek, dit is een vertelgesprek van mijn kant,” zei een norse Willem Frederik Hermans ooit tegen een verbaasde Adriaan van Dis. Schrijversinterviews, vooral interviews op tv, zijn vaak bepalend voor het beeld dat het publiek van een schrijver heeft. Hoewel auteurs als Hermans een hekel hebben aan vraaggesprekken, maken anderen er handig gebruik van. Voor zowel literatuurwetenschappers als een breder lezerspubliek bieden interviews vaak houvast bij het interpreteren van literaire teksten.

Tijdens deze avond ligt het schrijversinterview onder een vergrootglas. Is het louter spontaan en informatief? Of is het vraaggesprek eerder een geënsceneerde gebeurtenis, een constructie die authenticiteit, oprechtheid en publieke identiteit produceert? Studenten van de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht gaan samen met experts uit verschillende disciplines op zoek naar antwoorden.

Sprekers:
Claudia Clemente is als promovenda verbonden aan het Gender Studies Department van de Universiteit Utrecht.
John Driedonks werkte jarenlang voor radio en tv en is docent aan de School voor Journalistiek te Utrecht.
Chiel Kattenbelt is universitair hoofddocent theaterwetenschap aan de Universiteit Utrecht en auteur van boeken over theaterwetenschap en intermedialiteit.
Johan Schokker is filosoof en literatuurwetenschapper. Hij schreef onder meer een boek over Freud en Lacan en vertaalde werk van de filosoof Slavoj Žižek.

Plaats: Perdu, Kloveniersburgwal 86, Amsterdam
Datum: vrijdag 28 januari 2011
Aanvang: 20:30
Deur open: 20:00
Toegang gratis, reserveren aanbevolen, klik hier


Willem Frederik Hermans, Annie Cohen-Salal en Willem Oltmans bij Adriaan van Dis aan tafel, klik hier

dinsdag 11 januari 2011

Albert Helman en Tjalie Robinson

De Gids over 100 jaar Tjalie Robinson


"Ze liepen allebei voor de troepen uit. Ze zagen zichzelf als iets compleet anders dan Hollander, konden aan hun afkeer van het karakteristiek-Hollandse nooit luidruchtig genoeg uiting geven, ze verlieten Nederland voor lange tijden, maar bleven hun leven lang uiteindelijk toch ook met tal van draden aan het vermaledijde landje aan de Noordzee verbonden. Albert Helman en Tjalie Robinson: een karakterverkenning op basis van brieven."

Zo begint het artikel van Michiel van Kempen waarin hij Albert Helman en Tjalie Robinson contrasterend in beeld brengt. Helman, the lonely wolf in de Surinaamse letteren, en Tjalie Robinson, de voorman van de Indische gemeenschap in Nederland. Het artikel staat in het zoiuist verschenen nummer van De Gids (jaargang 174, 2011, nr. 1) dat voor een flink deel gewijd is aan Tjalie Robinson (pseudoniem van Jan Boon), de schrijver, journalist en strijder voor het Indische erfgoed, die honderd jaar geleden geboren werd. Er zijn bijdragen van Wim Willems, Willem Otterspeer, Adriaan van Dis, Abdelkader Benali, en Michiel van Kempen en twee prozastukken van Tjalie Robinson zelf.

donderdag 16 december 2010

Winternachten van 20 tot en met 23 januari 2011

Het Winternachten festivalvindt plaats van 20 tot en met 23 januari 2011 in Den Haag. Het volledige programma is vanaf vandaag te vinden op de festivalsite: www.writersunlimited.nl. Via de website kunt u uw toegangskaarten bestellen. Wees de (nog onzekere) btw-verhoging voor en koop voor 1 januari 2011 uw kaarten. U ontvangt dan een vroegboekkorting voor de Winternachtenlezing, Winternacht 1 en Wintenacht 2.
Dit jaar draait het festival om het thema Great Expectations. Kies uit meer dan veertig programma’s en laat u meevoeren door schrijvers, dichters en denkers die spreken over de hoge verwachtingen die we kunnen hebben van de literatuur. Het festival opent met de Winternachtenlezing door de Britse auteur Tim Parks. Daarmee start een vierdaags festival op vijf podia in Theater aan het Spui en Filmhuis Den Haag. Bijna tachtig schrijvers, kunstenaars en musici uit de hele wereld treden op zoals David Mitchell, Kees van Kooten, Rodaan Al Galidi, Hector Abad, Ernest van der Kwast, Mazaa Mengiste, Adriaan van Dis, Nazmiye Oral, P.F. Thomése, Lily Yulianti Farid, Randal Corsen en Manon Uphoff. Klik hier voor het uitgebreide programma.

Tessa Leuwsha
Onder de noemer Great Expectations voor Suriname? gaat Noraly Beyer op zaterdag 22 januari van 20.00 tot 21.00 uur in gesprek met Rihana Jamaludin en Tessa Leuwsha.
Tessa Leuwsha (foto rechts) en Rihana Jamaludin hebben in zekere zin een gespiegeld leven: de een groeide op in Nederland en vertrok naar Suriname, de ander groeide op in Suriname en vertrok naar Nederland. Beide landen spelen niet alleen in hun leven een belangrijke rol, maar ook in hun werk. Welke verwachtingen hadden en hebben zij van Nederland en Suriname? Of welke verwachtingen hebben zij van de huidige Nederlandse en Surinaamse (multiculturele) samenleving? En hoe en in welke mate spelen deze verwachtingen een rol in hun werk? Noraly Beyer spreekt de schrijfsters over Suriname, Nederland en de literatuur.

vrijdag 26 november 2010

Dag van het Literatuuronderwijs over verhouding tussen literatuur en werkelijkheid

door Johan Eeckhout


De Dag van het Literatuuronderwijs, het tweejaarlijks symposium voor iedereen die zich bezighoudt met literatuureducatie (docenten Nederlands, docenten moderne vreemde talen en professioneel geïnteresseerden), vindt dit jaar plaats op 2 december in De Doelen te Rotterdam. Organisator Passionate Bulkboek voorziet een ruim aanbod lezingen, workshops en presentaties met de medewerking van auteurs als Adriaan van Dis, Edward van de Vendel, Manon Uphoff, Christophe Vekeman en Franca Treur.

Hamvraag dit jaar is hoe literatuur en werkelijkheid zich tot elkaar verhouden. Vanuit de vaststelling dat waargebeurde verhalen bij jongeren mateloos populair zijn, wordt bekeken hoe het literatuuronderwijs hiermee om kan gaan. De organisatoren opperen dat het onderwijs een grote bijdrage kan leveren tot het nuanceren van het absoluut waarheidsbegrip en reiken rond dit thema lezingen en debatten aan. Specialisten uit diverse vakgebieden zoals Jef Van Gool (Literatuurplein), Dirk Leyman (De papieren man), Coen Pepelenbos (docent letterkunde), Piet Calis (literatuurhistoricus) en Dick Schram (bijzondere leerstoel Leesgedrag aan de VU) stellen verder in diverse sessies materiaal voor dat het literatuuronderwijs kan verrijken.

Tijdens de Dag van het Literatuuronderwijs wordt ook het nieuwe Handboek Literatuuronderwijs 2010-2011 verdeeld; het bevat columns en artikelen van deskundigen uit de wereld van de literatuur, het onderwijs en de kunsten. Het gebeuren wordt afgesloten met een plenair moment waarop Ramsey Nasr, nu halverwege zijn ambt als Dichter des Vaderlands, met Pieter Steinz over die afgelopen periode van gedachten wisselt.

donderdag 25 november 2010

Film over Edgar Cairo in première

Op dinsdag 16 november j.l. ging de film van Cindy Kerseborn en Stichting Cimaké over Edgar Cairo, Ik ga dood om jullie hoofd, in première in de Amsterdamse bioscoop Studio/K. Eregasten waren Artur Cairo (broer van de schrijver), Henriëtte Cairo (zus), uitgever Franc Knipscheer, Hans Visser (vriend van Edgar) en Jenny Hoolt (vriendin van Edgar) – allen ook sprekend te zien in de filmdocumentaire – en voorts acteur Kenneth Herdigein (die de stem van Cairo in de film insprak) en het CDA Tweede Kamerlid Kathleen Ferrier. Niet alle personen die als getuigen in de film optreden waren aanwezig, onder wie Adriaan van Dis en Ellin Robles.

Een foto-impressie van Hellen Gill









Klik hier voor de trailer van de film op Youtube.

woensdag 20 oktober 2010

Feel good non-fictie

door Yra van Dijk

Hoe blij moeten we eigenlijk zijn met de stroom echt-gebeurd-proza die er op gang aan het komen is? Is deze narrative non-fiction wel een vooruitgang ten opzichte van de realistische roman?

Dave Eggers' What is the What, het ijkpunt van het genre, was een spannend boek, al was het maar omdat je er nooit achter kwam wat de ‘wat’ nu eigenlijk was. Maar Eggers’ nieuwste, Zeitoun, gaat aan goede bedoelingen ten onder. Het is het verslag van wat het islamitische gezin Zeitoun overkomt als de storm Katrina New Orleans bereikt. Tot op die dag leefden ze in een regenboogkleurige harmonie met de hele stad - homo, oud, jong, christen - iedereen liet zijn huis schilderen door de aardige en betrouwbare Zeitoun: hij is practically perfect in every way, net als zijn hele familie en vooral zijn onfeilbare vrouw Kathy. Als de storm komt is ook iedereen even aardig voor elkaar, tot de boosdoeners arriveren in de vorm van leger en politie, en Zeitoun zonder reden op een gruwelijke manier gevangen wordt gehouden op een ongefundeeerde verdenking van terrorisme.

Het is een afschuwelijk verhaal, en buitengewoon belangrijk dat het aan de kaak wordt gesteld, maar dit weeïge gelijkhebben doet de zaak geen goed. Het denken in binaire opposities dat ten grondslag lag aan de opsluiting van Zeitoun (de moslims zijn het kwaad), wordt door Eggers simpelweg omgekeerd (De Bush-regering is het kwaad) - spannend is dat niet, realistisch al evenmin.

In Nederland verscheen er een boek over vergelijkbare materie: Tikkop van Adriaan van Dis. Ook maatschappelijk onrecht, zij het in het hedendaagse Zuid-Afrika, ook een overstroming waar vooral de arme zwarte bevolking onder lijdt, ook een – lokale - overheid die racistisch is en faalt. Maar Tikkop is een roman, en zoveel mooier en genuanceerder. Wanneer de hoofdpersoon, Mulder, zich bekommert om een verslaafde puber, ontmaskert hij dat zelf meteen als gemankeerd vaderschap. Spioneren tegen apartheid deed hij ook eigenlijk alleen uit verliefdheid. Goed en kwaad zijn in Zuid-Afrika een kluwen geworden die niemand uit elkaar weet te trekken. De zwarte slachtoffers zijn soms harteloos, de witte schurken zorgzaam, en niets is wat het lijkt. Deze fictie is niet alleen veel beter geschreven, maar ook een stuk geloofwaardiger en confronterender dan de feel-good non-fictie van Eggers.

[ontleend aan De Amsterdamse Lezing]