Posts tonen met het label Trinidad and Tobago. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Trinidad and Tobago. Alle posts tonen

zaterdag 29 maart 2014

Trinidadiaanse minister ontslagen wegens onzedelijk gedrag

Mogelijk de stewardess in kwestie
Dr. Glenn Ramadharsingh, minister van sociale ontwikkeling van Trinidad, is per direct ontslagen door premier Kamla Persad-Bissessar. Zij adviseerde de president van Trinidad om de minister te ontlasten van alle taken, nadat een stewardess van Caribbean Airlines een klacht tegen hem indiende. Op 16 maart zou de minister tijdens een binnenlandse vlucht onzedelijk gedrag hebben vertoond tegenover deze stewardess. Hij betastte haar borsten toen hij haar badge vastpakte. De badge was vastgespeld op haar bloes.
Zeker de viespeuk in kwestie

Haar protest over dit gedrag viel niet in goede aarde bij de minister, die haar bedreigde met ontslag. Dit voorval bereikte de pers nadat onderzoeksjournalist Denyse Renne het politieonderzoek over dit onzedelijk gedrag publiceerde.

[uit Dagblad Suriname, 28 maart 2014]

zaterdag 22 maart 2014

Walcott-gedicht onthuld


Gisteren, op Wereldpoëziedag, vrijdag 21 maart 2014, is op een hoekgevel van het Alexanderplein en de Javastraat in Den Haag het gedicht 'Midsummer, Tobago' onthuld, op initiatief van de Stichting ArchipelpoëZie. Op de foto het gedicht met ervoor de sprekers, v.l.n.r. Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur, dan met pet Ida Does, maakster van de film over Walcott Poetry is an Island, Kim Emmanuel, secretary van de High Commissioner voor Saint Lucia, Mathias Voges, Gevolmachtigd Minister van Sint Maarten, dan Ernest Hilaire, High Commissioner van Saint Lucia, Ruth van Rossum van de Stichting ArchipelpoëZie, en geheel rechts Joost Dekker, ontwerper van de letter waarin het gedicht is gezet. Foto @ Lisa van Tongeren.

woensdag 19 maart 2014

Gedicht Walcott onthuld in Den Haag/Poem by Walcott unveiled in The Hague

Derek Walcott in 2008
Photo © Bert Nienhuis
De Stichting ArchipelpoëZie onthult a.s. vrijdag, 21 maart 2014, een gedicht van Derek Walcott op de gevel hoek Javastraat/Alexanderplein in Den Haag. Foundation ArchipelpoëZie unveiles a poem by Derek Walcott, on Friday 21 March 2014, on the corner of Javastraat/Alexanderpleijn in The Hague

Enkele hoofdlijnen van het programma.
Some focal points of the program.

16:00 Inloop, muziek/  Guests start arriving, music
       
16:30 Start officiële deel/ Start of the official part

 Opening / welcome speech: Ruth van Rossum, voorzitter Stichting ArchipelpoëZie / chairwoman of Archipel Poetry Foundation 

 Short speeches by:
 Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar Nederlands-Caraïbische Letteren, UvA  / professor by special appointment for Dutch-Carribean Literature, University of Amsterdam about Derek Walcott’s visit to The Netherlands for the first Cola Debrot-lecture

Ida Does, filmmaakster, maakster van de documentaire Poetry Is An Island: Derek Walcott / film maker, maker of the documentary Poetry Is An Island: Derek Walcott 

Joost Dekker, ontwerper van de letter Diamant waarin het gedicht is uitgevoerd / designer and typographer of the new letter Diamant, used for the wall poem about typography and the design of the Diamant

Marc Prins, directeur van Stadsdeel Centrum, gemeente Den Haag / Director of the City of The Hague Central District

Onthulling / unveiling ceremony:
-   His Excellency Dr. Ernest Hilaire, High Commissioner for Saint Lucia to the United Kingdom
 -   De Gevolmachtigde Minister van St. Maarten, ZE M.S. Voges / The Minister Plenipotentiary of Sint Maarten, His Excellency Mr. Mathias Voges                       

17:05  Borrel, vervolg muziek/ Drinks, music

18:00  Einde bijeenkomst/ End of festivities





Dit is het gedicht van Derek Walcott dat zal worden onthuld/This is Walcott’s poem to be unveiled:


Midsummer, Tobago

Broad sun-stoned beaches.

White heat.
A green river.

A bridge,
scorched yellow palms

from the summer-sleeping house
drowsing through August.

Days I have held,
days I have lost,

days that outgrow, like daughters,
my harbouring arms. 


Tobago. Foto © Michiel van Kempen



zaterdag 15 maart 2014

Zes boomlange Surinaamse modellen naar Trinidad

door Christio Wijnhard

Suriname gaat meedoen met Caribbean Next Top Model! Er zijn 6 dames uitgekozen, die mee gaan doen aan het programma dat ooit is bedacht door het zwarte supermodel Tyra Banks.



Suriname ‘n Style
Warda Marica, PR-manager van Suriname in Style, heeft Richard Young enkele maanden geleden gecontacteerd. ‘Dat was tijdens Carifesta. Hij is de casting director voor het programma. Hij gaat dus alle landen in het Caribisch gebied af om te zoeken naar geschikte modellen. Dat wij hem benaderden of wij dat konden doen kwam op het geschikte moment, want zij willen groter gaan en meer landen in de regio betrekken.’

Meer kans met lange meisjes
De 6 dames zijn allemaal boomlang, superslank en bloedmooi. ‘We hebben de langste meisjes gekozen, zodat wij een grotere kans hebben om te winnen. Een van ze heeft geen ervaring, maar zij heeft ons ervan overtuigd dat ze het kon!’ De vereiste lengte was 1.68 meter, daarnaast moesten deelneemsters tussen de 18 en 25 jaar zijn en Engels kunnen spreken. ‘We hebben geen maximaal gewicht gesteld, omdat we als donkere vrouwen een andere bouw hebben. Een blanke vrouw van 70 kilo is wat anders als een gekleurde vrouw van 70 kilo. We hebben dus gewerkt op het zicht.’

Michael Paolercio - Six trees


Subsidie van TCT
Over enkele maanden zullen de zes dames Suriname gaan vertegenwoordigen in Trinidad. De Caribische versie van het internationaal zeer populaire programma begint altijd met een groep van dertig dames, waar uiteindelijk de helft van overblijft die vervolgens met het uitvoeren van opdrachten ervoor proberen te zorgen dat ze niet weggestuurd worden tijdens de wekelijkse afvalronde. ‘Met zes Surinaamse dames in een totaal van dertig moeten we toch wel een goede kans maken?! Uiteindelijk willen we ook dat er hier een aflevering opgenomen wordt! Als dat lukt, dan mag het ministerie van TCT wel gaan nadenken over een mooie subsidie!!’

 [uit Dagblad Suriname, 13-03-2014]

maandag 10 maart 2014

Hilary Beckles’ new book: Reparations can help heal the human family

Michelle Loubon of Trinidad and Tobago’s Guardian, speaks to Hilary Beckles about his new book on reparations for slavery.


Caribbean nations which ignore the human and civil rights of the citizenry will never be able to access reparations. Visiting Barbados economic historian Hilary Beckles, campus principal of Cave Hill and Pro Vice Chancellor of UWI, made this comment at a public lecture and launch of his book Britain’s Black Debt at Daaga Auditorium, St Augustine Campus, on May 23. Among those present were St Augustine campus principal Prof Clement Sankat, Prof Funso Aiyejina, dean of the Faculty of Humanities and Education, literary icon Earl Lovelace and head of the department of history Dr Heather Cateau.

Beckles dedicated his book to the late eminent historian and T&T’s first prime minister Dr Eric Williams, author of the seminal work Capitalism and Slavery. Beckles said his book should be seen as a sequel to Williams’ work and dedicated it to him. His narrative revolved around a cover photograph of a young queen Elizabeth of England taking a stroll with her cousin, the 7th Earl of Harewood on his sugar plantation (the Belle) in Barbados in 1966. It was bought by the earl’s ancestor in 1780 and there were 232 slaves. Before delving into the post pan-African conversation, Beckles said he had to “purge himself” by writing this book which he deemed to be a case study of the need for reparations for the descendants of enslaved peoples. He felt Britain had a case to answer, which the Caribbean should litigate. Beckles said he believed there would be no social justice until the matter of reparations was addressed.

“Reparations, or the concept of repairing damage, is based on the search for a higher level of humanity and is intended to lay the foundation for healing the human family. I believe if Williams were alive he, too, would have argued the case for reparations,” said Beckles. But he sounded a warning bell. Beckles said, “All across the world what we do know is weak nations and weak peoples and disorganised communities never receive reparations. If you take 100 random cases of reparations in the last 50 years, not one has been paid to a nation that is disorganised and is weak and furthermore that does not recognise the human and civil rights of its citizens. Nations only engage in reparatory discussions when they have reached a stage where they are concerned about the human and civil rights of their citizens. In the Caribbean, we have not yet reached that level.”
Japanse vrouwen houden portretten op van Aziatische vrouwen
die als seksslavinnen voor de Japanners werkten

Beckles cited the shining examples of Korea and the Maldives of New Zealand. “I was in Korea about five years ago and I listened. The Japanese had made criminal use of Korean women. They were taken out of villages and used as sex slaves in the army camps. That matter has been repaired and they have put millions of yen into the Korean Workers’ Development Fund to repair the damage done to women of Korea. The Maldives of New Zealand have received reparations from the British government because the government said the genocide must be addressed.” But Beckles said there was a lot of work to be done since European governments had consistently refused to give apologies. “Europeans first have to acknowledge a crime has been committed. Most of the countries have not admitted slavery was a crime against humanity. You have to admit responsibility and admit to the damage,” said Beckles.

For the original report go here


[from Repeating Islands, June 9, 2013]

Caricom eist vergoeding slavernij

El Dorado
Paramaribo - De Caricom staatshoofden eisen compensatie voor de schade die aangericht is tijdens de slavernijperiode. Vanwege het slavernijverleden in Suriname willen ze ook Nederland aansprakelijk stellen. Het is voor het eerst dat zo'n grote groep landen herstelbetalingen eist van hun voormalige kolonisators. De landen richten de eis ook tot Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje, Portugal, Noorwegen, Zweden en Denemarken. De Caricom is vandaag bijeen in Saint Vincent en de Grenadines om te praten over een plan met tien eisen.
Sir Hilary Beckles

De herstelbetalingen voor het leed als gevolg van de slavernij gaan niet alleen over klinkende munt, aldus de voorzitter van de commissie, Sir Hilary Beckles: "Ons doel is een dialoog met de Europese landen. Zij zijn verantwoordelijk voor de achterstandssituatie waarin de Caribische landen zich nu bevinden." Zo willen ze dat Nederland en de andere ex-kolonisatoren diplomatieke hulp bieden aan mensen die willen terugkeren naar Ghana en Ethiopië. Remigranten zijn in deze landen geen volwaardig burger, zo staat er in het plan.

Ook moeten de Europese landen arme gemeenschappen in de Cariben ondersteunen en het onderwijsniveau in Caribisch gebied verbeteren. De belangrijkste eis is dat er een oprecht excuus komt. In Nederland heeft toenmalig minister Roger van Boxtel in 2001 "diepe spijt" betuigd over de slavernij en slavenhandel. Maar de Caricom wil onvoorwaardelijke excuses. De Europese landen geven dit niet vanwege eventuele juridische consequenties.

Still uit Twelve years a slave


Volgens Gert Oostindie, Nederlands historicus, gespecialiseerd in Caribische geschiedenis, heeft het plan niet veel kans van slagen. "De Europese landen willen zeker de dialoog voorzetten, maar zullen niet de portemonnee trekken." Een alomvattend bedrag wordt er in het plan niet genoemd, maar Suriname heeft al eens uitgerekend hoeveel Nederland aan het land zou moeten betalen en dat bedrag is minimaal 50 miljard euro. De slavernijgeschiedenis staat momenteel in de belangstelling door de bekroonde film Twelve Years a Slave.

[van nospang.com, maandag 10 maart 2014]


zaterdag 11 januari 2014

Kempadoo en de actualiteit

Paul Banning - The Yellow Taxi Trinidad

door Jerry Egger

Een oordeel vellen over een roman is vaak een persoonlijke aangelegenheid. Er zijn uiteraard duidelijke criteria op grond waarvan  kan worden beoordeeld. Hoe worden hoofdpersonen beschreven, is het thema goed uitgewerkt, hoe springt de auteur om met tijd en ruimte, zijn er feitelijke onjuistheden in het boek of worden universele waarden besproken? Als het er daadwerkelijk op aankomt, beantwoordt de recensent meestal enkele simpele vragen, zoals: heb ik het boek met plezier gelezen of is het een-ver-van-mijn-bed show?

Alles aan de nieuwe roman van Oonya Kempadoo, All Decent Animals, zou de goed geïnformeerde Caraïbische man of vrouw moeten aanspreken. Er worden actuele thema’s in verwerkt, het grote carnavalsgebeuren en de hedendaagse situatie met name criminaliteit, armoede en raciale verhoudingen worden beschreven, taboes worden doorbroken zoals homoseksualiteit en hiv/aids. Kortom, het boek zou deze recensent, die graag romans van deze regio leest en die de eerste roman van Kempadoo een van de uitschieters van de afgelopen twintig jaar vindt, zeker moeten aanspreken. Waarom heeft het dan zoveel moeite gekost om het boek helemaal uit te lezen?

De eerste drie bladzijden beginnen veelbelovend. De hoofdpersoon Ata (afkorting van Atalanta) komt aan op Piarco, de internationale luchthaven van Port of Spain, de hoofdstad van Trinidad. Haar nauwkeurige waarnemingen en beschrijvingen van het eiland zijn herkenbaar voor mensen die vaker in het Caraïbisch Gebied reizen. Ze springt in een taxi - uiteraard wordt direct de etniciteit van de chauffeur vermeld (een hindostaan). Terwijl ze naar haar woning wordt gereden, staat de radio in de auto aan. Zij hoort de laatste politieberichten en de lezer weet direct dat de situatie - wat de misdaad aangaat - uit de hand is gelopen. Vier mensen uit een gezin zijn vermoord, behalve de zevenjarige zoon die zich onder een bed had verstopt en alles heeft meegemaakt. Moeder en dochter zijn verkracht in het bijzijn van de vader en de andere zoon. Vervolgens zijn ze gekapt en verschillende malen beschoten.
Laventille, Trinidad

De taxi passeert de werkelijk bestaande ‘shantytowns’ van Trinidad zoals Laventille waarbij de chauffeur nog de opmerking maakt dat sommige mensen niet graag langs of door deze wijken rijden. In nog geen drie bladzijden weet de lezer dat het eiland met al zijn olierijkdommen grote sociale problemen heeft. Het is dan verwachtbaar dat al deze elementen een rol zullen spelen in de roman. Dit is ook zo maar het lukt niet echt om er een geheel van te maken.
Ata is actief in het hele gebeuren rond carnaval. Er zijn verschillende groepen met hun eigen kostuums die moeten worden ontworpen. Carnaval is een geschikte manier om naar een maatschappij te kijken, maar dat is al eerder gedaan door schrijvers als Earl Lovelace die in zijn romans veel dieper ingaat op de politieke, culturele en sociaaleconomische aspecten daarvan. Veel nieuws heeft Kempadoo dan ook niet te melden.
De artistieke wereld waarin Ata zich beweegt wordt uitgebreid besproken. Een centraal personage is Fraser, architect en homoseksueel die besmet raakt met het hiv-virus en steeds verder aftakelt. We laten even in het midden of het werkelijk zo handig is om in een roman uit het Caraïbisch Gebied waar homofobie zich overal manifesteert, homoseksualiteit te koppelen aan hiv/aids. Voor de vrienden en omgeving van Fraser is dit alles helemaal geen probleem. Iedereen is erg begripvol wanneer hij alsmaar zieker wordt. Hij heeft zelfs vierentwintig uur per dag hulp van zijn krinbg van kennissen die afwisselend bij hem zijn, en van een verplegend team. Geen irrationele angsten voor besmetting, iedereen begrijpt het, zij stellen geen vervelende vragen hoe hij besmet is geraakt, kortom, het begrip voor zijn situatie springt van elke bladzijde de lezer tegemoet. Nogmaals, dat alles in het homofobe Caraïbisch Gebied. Je zou graag willen dat dit de werkelijkheid is voor elke besmette persoon in de regio, maar iedereen weet wel beter. Alleen zijn ouders, vooral de moeder, hebben grote problemen met het gedrag van hun zoon.

Af en toe komt een herkenbare werkelijkheid op de lezer af. Een van de bijfiguren is de Afro-Trinidadiaanse taxichauffeur Sammy, die de vaste rijder is van Fraser. Hij is verliefd op een hindostaanse vrouw. Haar vader kan daar totaal geen begrip voor opbrengen met alle dramatische gevolgen van dien. Kempadoo weet wel goed te spelen met de taal. De passages waarin Sammy voorkomt, zijn geschreven in Caraïbisch-Engels die het boek authentiek doen aanvoelen. Ata, Fraser en de artistieke kring worden in Standaardengels beschreven behalve hier en daar in de dialogen. Deze roman heeft alle elementen om het Caraïbisch Gebied in het eerste decennium van de 21ste eeuw tot leven te brengen. Dat gebeurt helaas niet. Hier en daar is er een scène die laat zien dat het mogelijk is, maar daarbij blijft het.

Oonya Kempadoo: All Decent Animals. New York: Farrar, Strauss and Giroux, 2013. ISBN 978-0-374-29971-2


Twee romans van Oonya Kempadoo

Oonya Kempadoo

door Chandra van Binnendijk

Oonya Kempadoo (1966) groeide op in Guyana, het land van haar ouders. Na een kunstopleiding in Amsterdam keerde ze terug naar het Caraïbisch Gebied en woonde in Trinidad, St. Lucia, Tobago en tegenwoordig in Grenada. Haar eerste roman Buxton Spice verscheen in 1998, kreeg lovende recensies en werd in zes talen vertaald. Haar tweede boek Tide Running (2001) werd aan beide zijden van de oceaan goed ontvangen. Haar beide romans zijn genomineerd voor de Internationale Literatuurprijs IMPAC Dublin, in respectievelijk 2000 en 2003. Oonya Kempadoo is door de jury van de Orange Prize uitgeroepen tot ‘Great Talent for the Twenty-First Century’ en is winnaar van de prijs van Casa de las Americas. In 2011 kreeg ze een beurs toegekend voor het International Writing Program aan de universiteit van Iowa. Kempadoo wordt alom beschouwd als een begaafde representant van een nieuwe generatie in de Caraïbische literatuur.



Buxton Spice
Buxton Spice, het debuut van Oonya Kempadoo, is een semi-autobiografische roman. De schrijfster ontpopt zich hierin als bijzonder levendig en scherpzinnig waarneemster. Het speelt zich af in het begin van de jaren zeventig, in het postkoloniale Guyana ten tijde van president Forbes Burnham, een periode die gekenmerkt wordt door bloedige aanvaringen tussen de hindostanen en creolen. De hoofdpersoon is Lula, een slim en gevoelig 13-jarig meisje met een voorliefde voor het bestuderen van de medemens. Haar kleine leventje in het kleine stadje Tamarind Grove is daardoor alles behalve klein maar juist boordevol ontdekkingen. Een centraal thema in het boek is de eerste verkenning van de vrouwelijke seksualiteit. Kempadoo toont hierin een fraai staaltje van origineel schrijverschap. Ze brengt het fijnzinnig onder woorden, en qua herkenning en openheid zal dit een verademing zijn voor elke jonge meid in de puberteit die met dezelfde onzekerheden worstelt. Het komt immers niet vaak voor in de literatuur dat over de lustgevoelens van vrouwen door vrouwen zelf wordt geschreven, en zeker niet vanuit het perspectief van een jong meisje.
Een ander centraal gegeven is de politieke situatie. Allerlei kenmerken daarvan komen voor in Lula’s belevenissen: rantsoenering van levensmiddelen, snel toenemend geweld en criminaliteit, botsingen tussen de twee etnische groepen. De steeds aanwezige stille toeschouwer van alle gebeurtenissen is de wijze manjeboom (de Buxton Spice soort) die zijn takken uitspreidt over de woning van de familie. Wanneer de politiek echt dichtbij komt, raakt uiteindelijk het hele bestaan van het zachtmoedige gezin van Lula aangetast - het betekent het definitieve einde van een onbezorgde kindertijd in een tropisch land.

Tide Running
Kempadoo’s tweede roman, Tide Running, is een prikkelend, beeldend verteld verhaal over de intieme maar uiteindelijk rampzalige relatie van een jongeman op Tobago met een echtpaar dat er vakantie houdt. Cliff is 20 jaar en zwalkt doelloos door het leven in het slaperige Plymouth. Terwijl zijn vrienden in de misdaad belanden of aan de drugs raken, komt hij in aanraking met de charmante openheid van een gemengd stel dat een vakantiehuis in zijn buurt heeft: Bella, een Trinidadiaanse fotografe, haar Engelse man Peter, een bedrijfsjurist, en hun zoontje. Zij idealiseren het eiland en beginnen evenzo Cliff te idealiseren en er ontstaat een plezierige verhouding tussen het drietal. Maar dan begint Cliff te stelen van het echtpaar en dat verandert alles. Kempadoo veroordeelt wijselijk niet de rijke buitenstaanders voor het misbruik maken van Cliff’s gebrek aan privileges, maar geeft elk personage de ruimte voor zijn of haar eigen zelfrechtvaardiging. Bella houdt er een ietwat naïeve romantische kijk op Cliff’s grassroot achtergrond op na; Peter, die ouder is dan zijn vrouw, meet zijn mannelijkheid op een semi-plagerige manier aan die van Cliff, terwijl Cliff zelf een raadselachtige figuur blijft. Kempadoo heeft een diepe kennis van het klassenbewuste gedrag en toont een fijne gevoeligheid voor het taalgebruik van de eilandbewoners. Ze wordt nergens sentimenteel, waardoor haar verhaal bruist van sprankelende en scherpzinnige helderheid. Tide Running schetst het leven van jongemannen op een klein eiland tegenover dat van toeristen die uitsluitend gericht zijn op hun eigen luxueuze leventje en geen oog hebben voor het werkelijke leven van de bewoners.



[in: ‘dWTL’ nr. 580 van 8 mei 1999. De Nederlandse vertaling van Buxton Spice is van Irma van Dam en is in 1998 uitgegeven door uitgeverij Prometheus]


vrijdag 3 januari 2014

Olierampen in Trinidad en Tobago een voorbode voor Suriname?

Petrotrin, een oliemaatschappij die staatseigendom is op Trinidad & Tobago, heeft sinds dinsdag 17 december 2013 te kampen met olielekkages uit verschillende bronnen in haar beheer. Suriname zou van deze fouten kunnen leren.

Op 17 december werd een lekkage geconstateerd in twee pijplijnen, waarbij olie de zee in stroomde. De volgende dag bereikte de gelekte olie de stranden van Trinidad. De dag daarop werd nog een lekkage ontdekt en op 21 december werd nog één gerapporteerd, waarbij al ongeveer 100 vaten ruwe olie gelekt was. Twee lekkages zijn gerapporteerd op 24 december, gevolgd door nog een lekkage op 26 december. Op dezelfde Tweede Kerstdag is een grote hoeveelheid olie weggelekt, nadat een pijplijn los kwam tijdens het overpompen van olie naar een tanker.
De grote hoeveelheden olie die weggelekt zijn, hebben niet alleen gevolgen voor de natuur. Het heeft ook grote gevolgen voor de visserij, een belangrijke economische bron voor de eilanden. Veel boten zijn aangetast door de olie en hierdoor kunnen ze niet uitvaren of hun vangnetten gebruiken. Naast de vissen die getroffen zijn en niet meer voor consumptie geschikt zijn, is de schade aan de natuur rond het eiland enorm. De oliemaatschappij verklaarde dat de situatie onder controle was, maar dit werd direct tegengesproken door bewoners van de getroffen kuststreek. Zij klaagden over misselijkheid en hoofdpijn als gevolg van de dampen die de olie veroorzaakte.
Installatie van Petrotrin

Maar de overheid bleef op meerdere fronten in gebreke. Er bestaat voor Trinidad & Tobago een National Oil Spill Contingency Plan (NOSCP), dat voor iedereen vrij inzichtelijk is. Lekken werden te laat opgemerkt, er werd te laat actie ondernomen om iets aan de lekkages te doen en niet de juiste maatregelen werden getroffen om effectief met de lekkages om te gaan. Nu is de vraag of dit een voorbode is voor de Surinaamse olie-industrie. Met de uitbreiding van de raffinaderij van Staatsolie is de volgende stap dat er meer olie uit de oceaan gepompt wordt en verscheept wordt naar de raffinaderij.

Geen openheid bij Staatsolie

Daar waar het NOSCP van Trinidad bekend en voor iedereen online inzichtelijk is, is Staatsolie terughoudend over het actieplan dat zij gebruikt. Bij navraag van Dagblad Suriname over een eventueel actieplan, wordt terughoudend gereageerd. “U kunt uw vragen in een mail naar ons toesturen”, is het antwoord. “Dan bepalen wij op welke vragen we antwoord geven.”
Nu is het voor Suriname kenmerkend dat veel bedrijven en personen niet om kunnen gaan met de media, maar het is bedenkelijk dat een staatsbedrijf van deze omvang niet openlijker is over het actieplan dat men gebruikt om burgers veilig te stellen. Een groot gedeelte van de Surinaamse bevolking woont aan de kuststreek en het zou een geruststellende gedachte zijn als veiligheidsactieplannen tenminste openbaar gemaakt zijn.
  
[uit Dagblad Suriname, 03-01-2014]


zaterdag 23 november 2013

Prins Claus Prijs voor Christopher Cozier

Christopher Cozier
Christopher Cozier, beeldend kunstenaar, schrijver en kunstcriticus uit Trinidad & Tobago, werd onlangs de Prins Claus Prijs. Daarmee is hij een van de elf winnaars van deze prestigieuze prijs die jaarlijks wordt toegekend door het Nederlandse Prins Claus Fonds. Het Fonds eert met de prijs personen en organisaties met een progressieve en hedendaagse benadering binnen een bepaald thema in de cultuur of ontwikkeling. Belangrijk voor de jury is het positieve effect van de genomineerde binnen een breder cultureel of sociaal werkterrein.

In Suriname is Christopher Cozier vooral bekend vanwege zijn werk als co-curator tijdens de grootse Paramaribo SPAN-expositie bij de DSB Bank in 2010. Ook was zijn invloed als co-curator voor het Caribisch gebied voor de deelname van enkele Surinaamse kunstenaars aan het About Change-kunstproject van de IDB en de expositie Wrestling with the Image: Caribbean Interventions in Washington DC, USA (2011) van groot belang. Daarnaast vervult Christopher Cozier voor een aantal Surinaamse kunstenaars op regionaal gebied een belangrijke ondersteunende en adviserende rol.

Dartmouth Sequence - Litlle Gestures. Image by photographer Joseph Mehling of the artist in the Dartmouth College exhibition space.


Het officiële persbericht van het Fonds beschrijft Cozier (1959) als een "multigetalenteerde culturele activator met een grote invloed op de culturele ontwikkeling van het Caribisch gebied. Zijn bezielde en indringende kunstwerken in verschillende media zijn een reflectie van zijn grondige kennis van Trinidad's heden en verleden, maar meer als dat, begeleidt en ondersteunt hij lokale en regionale kunstenaars door ze te voorzien van kritiek, dialogen op gang te brengen in de virtuele ruimte en door mogelijkheden te initiëren." 

Het persbericht eindigt met:  “Christopher Cozier wordt geëerd voor zijn invloedrijke rol en open inclusieve aanpak bij het ontwikkelen van kunst en cultuur in het Caribisch gebied; voor het belangeloos en royaal creëren van mogelijkheden voor anderen, het inspireren en begeleiden van jongere generaties; voor zijn gedisciplineerde inzet voor intellectueel onderzoek en kritische discours."

Een uitgebreider verslag leest u het volledige bericht op de website van het Prins Claus Fonds:http://www.prinsclausfonds.nl/en/network/christophercozier.html
Voor meer over Christopher Cozier kijkt u op zijn blog: http://christophercozier.blogspot.com/


zondag 13 oktober 2013

Export cultureel erfgoed: Hulp gevraagd voor oud inheems ritueel

Red House, Trinidad


door Charles Chang


Paramaribo - Amerindian Heritage Day wordt in Trinidad op 14 oktober gevierd. Het is de Inheemse dag van het eiland, maar deze wordt alleen gevierd in de Santa Rosa Carib Community van Arima. Op Trinidad en overige eilanden in het Caribisch Gebied bestaan geen indianen meer. Wat van dit volk is overgebleven, leeft niet in stamverband en is sterk vermengd. In een poging om dit en de cultuur terug te brengen, werd Heritage Day geïntroduceerd en kregen de ‘inheemsen’ vorig jaar een stuk grond toegewezen om een traditioneel dorp op te zetten. Amerindian Heritage Day bestaat uit een weekprogramma met internationale conferenties, dans en muziek, ceremoniën, workshops en activiteiten met de jeugd. Extra aan deze editie is een rookceremonie bij het Red House parlementsgebouw. In maart dit jaar werd namelijk de stoffelijk resten ontdekt van vier personen tijdens de renovatie werkzaamheden aan het gebouw. Medio dit jaar vermeldde de uitkomst van het onderzoek dat het om resten gaat uit de precolumbiaanse tijd, daterende tussen 430 en 1390 n.chr.

Surinaamse inheemse


Confronterend
 Het toeval wil dat Peter Harris, de archeoloog die het onderzoek leidde, twee maanden na de ontdekking komt te overlijden. Nu heeft de Trinidiaanse overheid een speciaal team ingezet op het historisch erfgoed. Maar om deze zaak op correcte (spirituele) wijze af te handelen, is de hulp ingeroepen van Suriname. Dit gebeurde via Ricardo Barat Hernandez, de kapitein van de Santa Rosa Carib Community, die goede contacten heeft met Juku Jume Maro en Wayono, twee culturele groepen in Suriname. Tot de eerste groep behoren enkele 'zwaargewichten' die voor de spirituele ceremonie zullen zorgen, terwijl Wayono het dans- en muziekgedeelte op zich neemt.
"Het verzoek is gedaan omdat de mensen de kennis er niet voor hebben", zegt Audrey Christiaan, voorzitter van Juku Jume Maro. "We vinden het dan een plicht om hierop in te gaan. De mensen kunnen niet helpen dat de kennis er niet meer is. Hun voorouders werden op de eilanden uitgeroeid om hun gronden en men is nooit hiervoor gecompenseerd. Wat toen was gebeurd, leeft nog en daarom hebben de geesten geen rust!"
Hoewel het om resten gaat uit de precolumbiaanse tijd verwacht Christiaan een confronterend moment bij Red House. "Per slot van rekening zijn het ook onze voorouders, want via het vasteland zijn ze overgestoken naar de eilanden. Alles wat daar groeit om te eten, komt van hun."

Export cultureel erfgoed
Christiaan benadrukt dat Suriname gelukkig nog de kennis in huis heeft. Ze heeft de overheid gevraagd om een bijdrage, maar kreeg hierop geen reactie. "Trinidad zorgt wel voor alles, maar we hebben geen handgeld en het gaat hier om export van cultureel erfgoed. We missen hierin een stuk erkenning van onze eigen overheid." De groep is gisteren vertrokken.


[uit de Ware Tijd, 12/10/2013]