Geschiedenis

Geschiedenis

De Werkgroep Caraïbische Letteren werd in 2006 opgericht op initiatief van Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren, en Peter Meel, directeur Onderzoeksinstituut Geschiedenis van de Universiteit Leiden. Al sinds enige tijd leefde onder een aantal leden van de Maatschappij het idee om naar analogie van de werkgroep Indische Letteren een werkgroep te formeren die zich zal richten op de literatuur van de voormalige Nederlandse koloniën in de West, in het bijzonder Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba. De werkgroep Indische Letteren bestaat sinds twintig jaar en heeft zich in deze periode uitsluitend actief getoond op het gebied van de Nederlands-Indische literatuur van de Oost. Deze keuze had, behalve met de expertise van de actieve leden, er ook mee te maken dat de studie van de Nederlands-Caraïbische literatuur twintig jaar geleden nog in de kinderschoenen stond. Daar is inmiddels verandering in gekomen. Er verschenen literatuurgeschiedenissen van de Nederlandse Antillen en van Suriname en het terrein werd met grote anthologieën in kaart gebracht. Voorts werden er verschillende monografieën en proefschriften op het gebied van de Nederlands-Caraïbische letteren gepubliceerd en zagen tal van artikelen het licht.

Daarnaast doet zich het gelukkige feit voor dat de bestudering van de geschiedenis en cultuur van de Nederlandse Caraïben institutioneel voet aan de grond heeft gekregen. Historici in Utrecht, Rotterdam en Leiden maakten hiervan hun specialisme en de Universiteit van Amsterdam, waar al eerder een bijzonder hoogleraar Nederlandse Koloniale en Postkoloniale Literatuur actief was, stelt met ingang van het komende academisch jaar een bijzondere leerstoel West-Indische Literatuur in. Niet minder belangrijk is dat de literatuur van Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba vitaal is als nooit tevoren. Om een indicatie te geven: sinds het jaar 2000 verschenen er meer Nederlandstalige romans uit deze landen dan alle romans daarvóór bij elkaar genomen! De toetreding van Suriname tot de Nederlandse Taalunie en de betrokkenheid van het Fonds voor de Letteren moeten in dit verband worden genoemd als belangrijke ondersteunende factoren. Er is kortom een alleszins gunstig klimaat voor het oprichten van een werkgroep, die in zijn naamgeving nadrukkelijk tot uitdrukking wil brengen dat de aandacht zich richt op een levende en zich nog altijd ontwikkelende literatuur. Bovendien zal met de term Nederlands-Caraïbische Letteren eventuele verwarring met de activiteiten van de werkgroep Indische Letteren gemakkelijk worden voorkomen.

Op de Algemene Ledenvergadering van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde van zaterdag 10 juni 2006 werd een voorstel gepresenteerd om te komen tot de oprichting van een werkgroep die zich in het bijzonder zal gaan bezighouden met de literatuur uit de voormalige Nederlandse West: Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba. Het voorstel werd bij acclamatie aangenomen. Op 22 juli 2006 kwam het beoogde bestuur van de nieuwe werkgroep voor het eerst bijeen in Leiden.

Het eerste bestuur van de werkgroep Caraïbische Letteren bestond uit Lilian Gonçalves-Ho Kang You, Peter Meel (voorzitter), Annette de Vries (secretaris), Michiel van Kempen (penningmeester) en de leden Igma van Putte-de Windt en Henry Habibe. In de tweede helft van 2007 traden nog toe Carl Haarnack en Wieb Broekhuijsen; in het voorjaar van 2008 Ernestine Comvalius en Paulette Smit. Lilian Gonçalves-Ho Kang You en Henry Habibe traden in het voorjaar van 2008 toe tot de Adviesraad. In 2009 werden Noraly Beyer en Joyce Goggin in de Werkgroep verwelkomd.