Posts tonen met het label christendom. Alle posts tonen
Posts tonen met het label christendom. Alle posts tonen

vrijdag 28 maart 2014

Waarom Sodom naar de sodemieter ging


door Anja Meulenbelt

Een van die vreselijke struikelteksten in de bijbel: in Sodom en Gomorra, waar de mensen niet wilden deugen, kwamen eens twee mannen aan in Sodom, en Lot gaf ze onderdak, wijn en matses. Maar ze waren nog niet naar bed of er kwam een massa mannen bij het huis van Lot, en eiste de uitlevering van de twee vreemdelingen, om ‘kennis met ze te maken’. Een dreigende scène, een dreigende groepsverkrachting. Lot probeert de situatie te redden, door de massa zijn twee nog maagdelijke dochters aan te bieden. Het zal je vader maar zijn, denken wij in de Ekklesia waar de tekst uit Genesis wordt voorgelezen, en er op dat punt hoorbaar gemor ontstaat bij de toehoorders. Met de twee mannen komt het nog goed, de dochters blijven ook intact. Maar Sodom wordt verwoest. Waar gaat dit in godsnaam over? Over de zonde van de sodomie, van de homoseksualiteit, is dat het waarom Sodom werd vernietigd?

Bram Grandia die deze zondag de schriftuitleg doet heeft er op gestudeerd, heeft er de Babylonische Talmoed bij gehaald, de oude Aramese vertalingen en parafrases van de Hebreeuwse bijbel, en hij heeft een oude midrasj gevonden die een heel ander licht werpt op de kwestie. Want dit is er wat er met die tekst is gebeurd: het wordt al eeuwen gelezen als aanwijzing dat de bijbel homoseksualiteit veroordeelt. In gereformeerde kringen was er een uitleg gangbaar dat Lot de mannen zijn dochters aanbood, omdat hij daarmee de verdorven mannen van Sodom van de ergste gruwel weerhield door een geringer kwaad te te voorkomen. Beter natuurlijke ontucht dan tegennatuurlijke.
Maar ging het daarom? Om ontucht? De burgers van Sodom zijn slecht, dat is duidelijk. Maar wat is hun zonde?
Lees Ezechiël 16,

Zie, dit was de zonde van Sodom, jouw zuster:
zij was fier op brood genoeg en zorgeloze rust,
zij en haar dochters,
maar de hand van de arme en de behoeftige hield zij nooit vast.
Zich hoog boven alles wanend
bedreven zij gruwelen voor mijn aangezicht –
ik vaagde ze weg zodra ik het zag.

Dit is de werkelijke zonde van de Sodomieten: die willen geen vreemdelingen toelaten, ze willen hun brood en hun goud zelf houden, ze willen niets delen met gasten. Eigen volk eerst, is het motto, en bescherming van de eigen rijkdom tegen kapers op de kust. Zeg maar: optreden tegen asielverzoekers, ze zoveel mogelijk het land uit zetten, minder, minder, minder! En wie illegaal is ook nog strafbaar maken. Een heel actuele bijbelpassage dus.
Kleitablet die de vernietiging van de steden Sodom en
Gomorra door een asteroïde verbeeldt.

Grandia heeft het verhaal gevonden over de dochter van Lot, Peletit, die elke dag eten ging brengen naar een behoeftige, en daarmee tegen de regels van Sodom in ging, ‘iedereen die de behoeftige, de vreemdeling en de arme steunt zal door vuur worden verbrand!’ Toen ze werd betrapt dreigde de vuurdood, en zij riepen wanhoop: Heer der wereld, handhaaf mijn recht en mijn geding tegen de lieden van Sodom! En haar geroep werd gehoord.

Hier ging het dus om: Sodom en Gomorra staan model voor alle steden waarin de waarden van de Torah geheel werden omgedraaid: de zorg voor de wees, de weduwe en de armen, en het gastrecht werden grof geschonden, hun lichamelijke integriteit aangetast. Grandia:

Het is het verhaal van brute rechtsverkrachting en de schending van het gastrecht, waarbij de vreemdeling geen subject meer is dat respect verdient, maar een object dat je naar hartenlust kunt nemen. Hoe cynisch dat dit dit bijbelgedeelte een wapen geworden is in de handen van potenrammers. Uitgerekend zij vallen onder het oordeel van deze tekst. Helaas is deze tekst over Sodom in plaats van een beschermtekst voor bedreigde vrouwen en mannen een wapen tegen hen geworden. Dat alleen al schreeuwt om een exegetische onttakeling van het woord ‘sodomie’.

Hoe had de stad gespaard kunnen worden? Door niet te heulen met oplichters, door niet achter Ploert en Schender aan te gaan. Wij hebben nog een kans om niet naar de sodemieter te gaan.
(De gehele schriftuitleg van Bram Grandia is hier te vinden)

[van de weblog van Anja Meulenbelt, 28 maart 2014]


dinsdag 11 maart 2014

126 jaar Vrije Evangelisatie Suriname

De Baptistengemeente "Vrije Evangelisatie" in Suriname, opgericht 11 maart 1888, bestaat vandaag 11 maart 2014,  126 jaar.

Vrije Evangelisatie, Heerenstraat Paramaribo






dinsdag 3 december 2013

OCAN talkshow over slavernij & kerstmarkt

Op zondag 15 december 2013, Koninkrijksdag, vindt een een talkshow plaats in het kader van 150 jaar afschaffing slavernij. Deze vindt plaats in het Bindelmeercollege, Dubbelink 1, Amsterdam Zuidoost (14.30h-16.00h); aansluitend vindt een Caribische kerstmarkt plaats in de naastgelegen praktijkschool De Dreef, Dubbelink 3 (15.00h-22.00h). Tijdens het culturele programma op de kerstmarkt vinden o.a. presentaties van kinderen plaats over het slavernijverleden, onder leiding van verhalenverteller Wijnand Stomp. 

Datum: zondag 15 december: OCAN talkshow over slavernij in Bindelmeercollege (14.30h-16.00h); Caribische kerstmarkt in De Dreef (15.00h-22.00h)


De locaties zijn bereikbaar vanaf NS-station Bijlmer ArenA met bus 44 of 45, halte Daalwijk. De events, georganiseerd door OCAN, bureau Simpla en Ban Topa Future Stars zijn mogelijk gemaakt door st. Herdenking Slavernijverleden en de samenwerkingsverbanden van het Landelijk Overleg Minderheden (LOM). Meer info over het programma volgt zo spoedig mogelijk!

zondag 6 oktober 2013

Witwassende Christus past naadloos bij witwassende Bouterse

door Bram Grandia

God heeft een plan met Desi Bouterse, zei voorganger Steve Meye van Pinkstergemeente Gods Bazuin 10 jaar geleden. Sinds 1999 is Desi Bouterse een wedergeboren christen. Volgens Steve Meye is de oude Bouterse dood en is de nieuwe Bouterse opgestaan, zoals ooit Saulus Paulus (Handelingen 9) werd. Zoals Jezus bij de uitbuiter Zacheüs (Lukas 19:1-10) aan tafel ging en voor de omkeer van Zacheüs zorgde, ging Steve Meye met Bouterse zwemmen en zorgde voor de omkeer van Bouterse. Natuurlijk niet Steve Meye, maar God zelf deed het werk. De van huis uit Rooms Katholieke Bouterse heeft voor de Pinkstergemeente Gods Bazuin gekozen. Die kerk loopt hem niet voor de voeten, zoals de Evangelische Broedergemeente. De Pinksterkerk vergeeft hem zijn misdaden nog voor hij ze allemaal beleden heeft. De witwassende Christus past naadloos bij de witwassende Bouterse met zijn witwassende bisschop Steve Meye.


Bram Grandia is IKON-pastor


[van ikonpastoraat.nl, 23 juli 2010]



President memoreert halve eeuw Gods Bazuin Ministries


door Tascha Samuel

Paramaribo - Vijftig jaar Gods Bazuin Ministries werd uitbundig gevierd in het eigen kerkgebouw aan de Keizerstraat. Vele geestelijke en politieke leiders waren woensdagavond erbij tijdens de feestprediking. Deze viering werd extra luister bijgezet door de aanwezigheid van president Desi Bouterse. Bischop Steve Meye is al lang de persoonlijke geestelijke adviseur en vriend van de president.

"De bischop, hij zegt je gewoon wat hij je wil zeggen. Al lijkt dat soms niet zo vriendelijk", gaf Bouterse aan. Met deze uitspraak werd zijn persoonlijke band met Meye duidelijk benadrukt.

Alleen gebed

De president merkte op zeer veel waardering te hebben voor de radicale manier waarop Meye uitkomt voor wat hij gelooft, zonder aanziens des persoons. Daarnaast roemde hij de inzet van de gemeente binnen de maatschappij. Hij stond daarbij stil bij de vele goede werken die de gemeente verricht heeft door de jaren heen zoals het verschaffen van duizenden voedings- en schoolpakketten. Hij riep op tot een applaus om de stonfutu te eren vanwege zijn voorbeeldfunctie naar de jongeren toe.

Bischop Meye

De president stond ook stil bij het geestelijke werk van evangelisatie dat begon met wijlen vader Pudsey Meye. Hij haalde de kracht en noodzaak van gebed aan. "Alleen met gebed zal dit land gered worden", herhaalde de president krachtig onder veel bijval vanuit het publiek. Bouterse stelde dat Gods Bazuin Ministries inmiddels een niet weg te denken instituut is geworden binnen de samenleving die vele levens in positieve zin heeft veranderd.

Verdiensten

Tijdens deze bijzondere eredienst stond de bischop stil bij de geschiedenis en ontwikkeling van de gemeente. Er werden beelden getoond van zijn predikende vader. "Daar, ziet u waar ik het vandaan heb", verwees hij naar de radicale geloofswoorden van zijn voorganger. Meye gaf in zijn redevoering de vele verdiensten van de gemeente aan en legde uit dat daarbij geen enkele vorm aan financiële steun ontvangen is vanuit de overheid. "We hadden veel verder kunnen zijn als we hulp hadden gehad", lachte Meye, zijn blik richtend op het staatshoofd.


Speciaal voor deze gelegenheid fungeerde assembleelid Andre Misiekeba als MC. Na het formele gedeelte werd aan de hoogwaardigheidsbekleders en hoge geestelijke leiders de gelegenheid geboden om de felicitaties uit te brengen aan het bestuur en apostolisch team van de jubilerende gemeente.

[uit de Ware Tijd, 04/10/2013]

woensdag 28 augustus 2013

Hoe ver reikt de decadentie?

(Dit is niet Bert Eersteling)
door Bert Eersteling

Wij staan als gemeenschap niet voldoende bij stil om door te hebben hoever de excessen van ons immoreel handelen strekken. In het eerder gepubliceerde artikel 'de omgekeerde wereld' heb ik een poging gewaagd middels de dialectische benadering aan te tonen, dat zij die links zien als rechts tegen de wetmatigheid, de natuurlijke ontwikkeling van de wereld zijn. Ik wil verder erop wijzen dat deze categorie mensen heilig erin geloven dat de dief het slachtoffer en het slachtoffer de dief is.

Ik weet uitgaande van de dialectisch-materialistische benadering dat de tegendelen zelf in de materie zitten en niet daarbuiten, zoals de metafysische denkers geloven. Maar dit laatste zou mij te ver voeren, dus ga ik niet verder erop in.
Vampire Killing Kit

In elk geval constateer ik dat er op onnavolgbare wijze wordt gelogen in het land. Dit wordt populair ook wel structureel liegen genoemd. Deze vorm van liegen, moet als de wortel van het kwaad, de decadentie, gezien worden. Het jammerlijke is dat enkele kerkleiders zichtbaar deel uitmaken van de categorie mensen die goede normen en waarden terzijde leggen. Want waarom zien wij dagelijks in de gemeenschap dat door mensen die zich voordoen als volgelingen van de Here Jezus Christus, delen van de tien geboden vertrappen?.

Decadentie 
Ik heb er tientallen voorbeelden van mensen die zich pastor, dominee noemen en toch nog de bijbel op flagrante wijze schenden. De ene heeft meerdere vrouwen, de ander is homo, de ene is pedofiel, de ander is behoorlijk sterk gebrand op het hebben van veel kapitaal op een oneerlijke wijze, de ene kan niet verdragen dat een andere mens ook mee profiteert van mogelijkheden die de maatschappij ons biedt. Deze hebzucht zien wij ook op het gebied van honger naar grond, hout- of goudconcessie. Naar winkelvergunning of naar transportvergunning.


Ja, de decadentie heeft excessieve proportie en zwaarte aangenomen dat er zelfs menselijke offers gebracht worden. Op lugubere manier worden mensen onthoofd. De doden hebben zelfs geen rust in het graf, omdat mensen de graven openbreken om botten van overledenen weg te halen om allerlei immorele handelingen te plegen. Ik had gedacht dat het stichten van diverse religieuze gemeenten behalve de kwantiteit aan gemeenteleden er sprake zou zijn van een kwalitatieve norm en waardebesef bij de 'gelovigen'. Nee, mijn hoop hierop is niet positief uitgevallen.


[van Starnieuws, 26 augustus 2013]

Bert Eersteling is hoofd Bureau Onderwijs Binnenland van het Surinaamse Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling.

zondag 25 augustus 2013

‘Eindelijk VRIJ!’... ???

door Christine F. Samsom

Spannend! De kleinkinderen, Ayana en Zoë, hangen aan oma’s lippen. Ze zijn net in het binnenland geweest en hebben gezien hoe de kinderen in hetzelfde groengeruite bloesje als in de stad naar school gaan en hoe ze in de middag heerlijk ravotten in de rivier, hoe hun moeders daar de vaat en kleren wassen en maripa verwerken tot spijsolie, en hoe de kinderen helpen met stampen in de mata, hoe mannen gaan vissen, boten besturen met vracht, familie of toeristen, hoe ze van bomen met een kettingzaag planken zagen voor een huis of een boot. Ja, ze hebben zelfs een jager gezien met een echt geweer en ze snappen dat als er geen slager is, je afhankelijk bent van wat jagers aan vlees vinden.

Dus als hun oma begint te lezen over Toutu, Waka, Lodi en Nini uit het dorp Kulekule aan de Surinamerivier, die wachten op de laatste bel van het bijna afgelopen schooljaar, dan zijn ze vol aandacht. Gelukkig, de hoofdpersonen zijn alle vier ‘over’! ‘Yeeeeh, yeeeeh, vakantie!’ De prachtige illustraties in het boekje spelen een belangrijke rol: Ayana ziet dat de kinderen zijn getekend, maar de bomen, het gras, de school, de huizen, zijn ‘echt’. Ze heeft gezien, hoe die kinderen van het binnenland in hun eigen omgeving leven en ze begrijpt, hoe belangrijk het is als een oom van Nini ‘gbamba’ (vlees van zelfgeschoten kapasi en bofru) komt brengen, nadat het viertal al een paar weken geen vlees heeft gegeten.
Samen met Zoë is Ayana benieuwd wat Nini zal vinden als ze, op zoek naar leguaneneieren, iets ziet onder de kerk. Er komt een metalen kistje tevoorschijn, maar zelfs de sterke Waka kan hem niet open krijgen. Dus rennen ze naar het huis van de dominee. Maar het lukt ook de dominee niet en intussen wordt het donker en moeten de kinderen snel naar huis, want ze weten wat er thuis op de barbakot ligt... ‘Duumi u weki ee!’ (Welterusten!) roept de dominee hen achterna. ‘Sö i seei ooh!’ (U ook!) roepen de vier nog snel. Ook voor Ayana en Zoë is het bedtijd. De spanning zit erin: wat zou er in het kistje zitten?

Tja, en dan volgt de volgende avond toch wel een beetje een teleurstelling. Want in het kistje blijkt geen schat te zitten: gouden munten of een kaart die wijst waar de schat te vinden is. Zo gaat dat in andere kinderboeken. De dominee heeft brieven gevonden waarin verhalen staan van de voorouders van de Saramakaners. Nu komt er een verhaal over de slavernij en het wegvluchten van de plantages. Daarvoor zijn Ayana (7) en Zoë (5) nog een beetje te jong, en al helemaal als de vrijheid van slavernij in het boek ondergeschikt wordt gemaakt aan de vrijheid die het geloof in de Here Jezus geeft. ‘... pas als de Here Jezus jouw vriend is, ben je werkelijk vrij.’ (p. 12) Oei!
Dan brengt dominee de kinderen naar Ma Tii in Pokigron die veel kan vertellen over de geschiedenis en over de helden uit die tijd: over de jonge vrouw Pansa die op het idee kwam om rijst-aren in haar dikke vlechten te verbergen voordat ze vluchtte van de plantage; over Johannes Alabi en over Johannes King. Uiteindelijk krijgen de kinderen nog een verrassing: een schooltas met schoolspullen en... een bijbel.

Ayana en Zoë slapen allang als oma het boek dicht doet. Ze denkt aan haar eigen bevrijding, bevrijding van de dwang en het liefdeloze fanatisme van veel kerken (anti-homoseksualiteit, achterstelling van de vrouw, apartheid, goedpraten van oorlogsgeweld...). Ze kent veel Saramakaners, christenen en niet-christenen, en vraagt zich vaak af, denkend onder andere aan de vreselijke dyugudyugu anderhalf jaar geleden rond de begrafenis van Stanley Abini: ‘Moet je mensen met een bestaand geloof en de daarbij behorende vaak eeuwenoude culturele uitingen, overtuigen van het belang van een ander geloof en hen ertoe brengen hun oorspronkelijke geloof af te zweren?’

Maar het moet gezegd: Het boekje is mooi uitgegeven, foutloos, een goede lay-out met prachtige illustraties van Ginoh Soerodimedjo, met in het ‘Nawoord’ van de voorzitter, Hyacinth Bos-Halfhide, van de stichting Hosea, de uitgever van het boekje, een zin die ons van de Ware Tijd Literair goed doet: ‘Het idee van dit boekje heb ik gekregen, toen ik [...] Nederlandse kinderboeken naar het binnenland van Suriname bracht. Ik schaamde mij, omdat de verhalen in deze boekjes zo ver verwijderd waren van de belevingswereld van deze kinderen.’ Schrijfster Annelies den Boer-Aside, de kinderen van het binnenland verwachten meer van u! Maar laat kinderen vrij in hun geloofskeuze.


Annelies den Boer-Aside: Eindelijk VRIJ! Paramaribo: Stichting Hosea, 2013. ISBN 978-99914-7-228-7




vrijdag 9 augustus 2013

Tori vo wi Masra (1816/1865)

door Carl Haarnack 


Tori vo wi Masra en Helpiman Jesus Kristus so leki wi finni hem na ini dem fo Evangeliste Matteus, Markus, Lukas en Johannes. Stolpen; gedrukt by Gustav Winter, 1865

Vanaf het begin van de 19e eeuw verschijnen er in Suriname voor het eerst boeken die niet gemaakt waren voor de rijke Europese bovenlaag. Het zijn boeken die gedrukt werden door de Hernhutters (EBG) voor de bekering van slaven en het geven van taalonderwijs. Deze titels werden veelal in Duitsland gedrukt en geschreven in het Sranan Tongo. Doordat de Hernhutters het Sranantongo tot haar kerktaal maakte heeft zij grote aantrekkingskracht uitgeoefend op de zwarte bevolking van Suriname. De vroege Bijbelvertalingen in het zg. ‘Neger-engels’ zijn van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van het Sranan Tongo. Deze teksten vormden de eerste gedrukte teksten die het ‘gewone’ Surinaamse volk  in haar eigen taal onder ogen kregen.


Links: Graaf van Zinzendorfschool (toen lagere school voor meisjes), Gravenstraat 100. Dit perceel werd op de kaart van Moseberg (1801) als „land van Stolkert“ aangeduid. Aan het einde van 19e eeuw kwam het in bezit van de Evangelische Broedergemeente (EBG) en werd het huis als schoolgebouw als in gebruik genomen. Vandaag staat hier de Zinzendorfherberg. Van het oude huis Stolkert is niets overgebleven. Alleen de smeedijzeren sierhekken bestaan nog. Ze zijn herplaatst naar de Lim-A-Postraat (bron: Bernd Katt) 

Dit boek is een vertaling van teksten van Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes uit het Nieuwe Testament. In 1816 verscheen Da tori va wi masra en helpiman Jesus Christus, so leki wi findi datti na inni dem fo evangeliste: Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes [Het verhaal van onze Heer en Redder Jezus Christus, zoals wij het vinden bij de vier evangelisten: Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes.] Dit was het eerste gedrukte werk in het Sranan Tongo. Deze vertaling was van C.L. Schumann, een missionaris van de Moravische Broeders (Hernhutters). 
 
 Uit: Voyage à Surinam, Benoit (1839)

Maar de uitgave waar we het hier over hebben is van 1865 en werd opnieuw vertaald door Wilhelm Treu (1803-1846). Treu was net als Schumann ook missionaris en was daarnaast kleermaker van beroep. Hij schreef ook een Grammatik der negerenglischen Sprache (1838) en een was begonnen aan een Negerenglisches Wörterbuch dat hij slechts half af kreeg. Hij hield ook een dagboek tijdens zijn  verblijf in Suriname dat begon in 1832 en eindigde met zijn dood in Paramaribo in 1846. Door zijn dagboek  krijgen wij een boeiend beeld van het leven dat hij in Suriname aantrof. Zo stoorde hij zich aan het gedrag van de blanke elite in de kolonie. Ze waren volgens hem platvloers en gingen zich te buiten aan kaartspelen, dobbelen en drinken. Ook de seksuele moraal van de kolonisten was hem een doorn in het oog. Treu: “Lieutenant Canzee vertelt mij zonder schaamte dat hij in de stad twee vrouwen heeft, Celesta en Patiensi die tot onze kerk behoren. Dokter Westerveld en directeur Van Thol zeggen hetzelfde.”

Verder lezen, klik hier: 


maandag 29 juli 2013

Paraan boven alles

door Hilde Neus
Foto © Nicolaas Porter


In ‘Paranen tussen stad en bos: Een complexe Afro-Surinaamse ontwikkelingsgang vanuit de slavernij’ schetst Alex van Stipriaan de bijzondere positie van de mensen uit de Para, een positie tussen stad en bos. Vanuit de historische situatie werkten de mensen in de Para op houtplantages, waardoor ze meer dagelijkse ruimte hadden om te bewegen. Veel meer dan op suiker- of koffieplantages. Deze bewegingsvrijheid maakte hen tot mensen met trots, en de plantage-eigenaren zorgden er dan ook voor om op de gronden directeuren neer te zetten die niet tegen hun haren in zouden strijken. Weglopen was immers gemakkelijk. Toch kozen ze daar niet voor omdat het leven op de plantage voordelen bood boven het onzekere leven in het bos. Vanwege de nabijheid hadden ze veel contacten met de marrons. Aspecten als uitingen van winti waren belangrijk. Tot aan de officiële opheffing van het verbod op openbare winti-bijeenkomsten in 1970 werden deze vooral in de Para gehouden. En nog steeds. Ook de overdracht van de ebg-godsdienst beschrijft de auteur. Vele opmerkelijke personen in de samenleving komen uit de Para (Venetiaan, Belliot, Pengel en Derby). Niet verwonderlijk als je kijkt naar de onafhankelijke rol die ze zichzelf toebedeelden. De gehechtheid binnen de groep bleek door de aankoop van gezamenlijke gronden na 1863 en het trouwen binnen het gebied. Geen sakafasi-mentaliteit. Van Stipriaan beschrijft de historie vanuit de bronnen op levendige wijze. Dat maakt zijn stuk zeer prettig leesbaar. Daarnaast brengt hij een extra dimensie in het artikel door niet alleen het verleden te beschrijven, maar ook door het ‘reparations’- debat erbij te betrekken: hoe geëmancipeerd was de Paraan al voor de afschaffing van de slavernij?
 
Foto © Nicolaas Porter
Jerry Egger schetst in ‘Langzaam ontwaken: sociaaleconomische ontwikkelingen van creolen, 1873-1940’ de mogelijkheden en beperkingen van de nakomelingen der slaven. Na het staatstoezicht moesten de creolen in hun eigen onderhoud voorzien. Dat geschiedde vooral in de kleinlandbouw, en later ook in de goudindustrie en de balata bleeding-activiteiten. Als bron gebruikt Egger de Koloniale Verslagen, die vanaf 1851 werden opgetekend: niet alleen droge cijfers, maar vaak interessante observaties, die het geheel een meerwaarde geven. Zo stappen de auteurs ervan meer en meer af van de negatieve beeldvorming waar de beschrijvingen van de activiteiten der creolen bol van stonden, hoewel de productie in de kleinlandbouw niet voldeed aan de koloniale verwachtingen.
Vanaf 1884 stimuleerde gouverneur Van Sypesteyn de goudwinning, waarin het overigens javanen en hindostanen verboden was te werken. In navolging van Guyana ving ook Suriname aan met balata-export. Dit natuurrubber leverde heel wat op, zowel voor de arbeiders als voor de staat. In de guyaba-ten - tijdens de dertiger jaren - vielen beide inkomstenbronnen weg, waardoor de economische situatie erg achteruitging, mede ook vanwege de wereldcrisis. Bauxiet en tewerkstelling binnen de ambtenarij maakten de positie van creolen weer wat beter. Leuk dat Egger een egodocument van Elizabeth Singh en zijn eigen familiegeschiedenis opvoert om het verhaal kracht bij te zetten. Beide artikelen bevatten informatie, die heel wat ideeën (vooroordelen) binnen de samenleving bijstellen. Zeer de moeite waard om te lezen dus.


Jerome Egger (redactie): Ontwaakt en ontwikkelt U: Creolen na de afschaffing van de slavernij, 1863-1940. Paramaribo: IMwO, 2013. ISBN 987- 99914- 7-185- 3

Trefossa - Kruis en Kalebas

Hij had gehoord over aartsvaders
en van Jezus.
Hij had meegevoeld hoe schrijnend diep
de dood was van de beste mens,
voor allen: ook voor hem.
Toen werd hij ziek.
Hij nam een nieuwe kalebas met water
en op het achtererf sprak hij zeer stille woorden,
terwijl het vocht geplengd werd in devotie:
‘O moeder van de grond
misschien heb ik uw naam geschonden,
puur regenwater offer ik aan u,
wijl ik ook rein wil zijn.’
Toen ging hij zijn masanga binnen.
Die avond spreidde hij voldaan
zijn slaapmat op de vloer
en dacht nog even aan de ander,
die koortste aan een kruis.



[uit Kerkbode der EBGS (30-3-1969)]

Johann Valentine Haidt (1700-1780) Zinzendorf als Lehrer der Völker. Archiv EBG Herrnhut, 1747

vrijdag 14 juni 2013

NL moet sorry zeggen voor Zwarte Holocaust

Abolitionistische cartoon over de slavernij

Totaalmalloot aan de NPO-tafel bij Halfwatt & Lichtgewicht van de EO. Klaas van der Kamp van de Raad van Kerken vindt dat "we" "ons" zo'n 150 jaar geleden onfatsoendelijk hebben gedragen tegenover de gepigmenteerde medemens, die "wij" als een soort van Polen naar NL haalden. Kerken Klaas gebruikte de term "zwarte holocaust" voor het slavernijverleden van de "witte Nederlanders" van Nederland. Alsof vrolijk zingen tussen de zonovergoten katoenplantjes hetzelfde is als kaalgeschoren douchen in de hellholes van Sobibor en Treblinka. Anyways. Die malle reli's gaan vandaag schuld bekennen-let wel: geen excuus maken- voor iets wat HONDERDVIJFTIG (150) jaar geleden is gebeurd, met welwillende medewerking van Afrikaanse marktkoopmannen die hun grootmoeders nog zouden verkopen. Weet u wat ook erg is? We hadden plaggenhutten tot ver in de jaren zestig van de vorige eeuw. Misschien dat Henk Kamp zich daar ook eens voor gaat verantwoorden. En dat de Cro-Magnons de Neanderthalers de hersens hebben ingeslagen, daar zou MinBiza Ronald Plasterk ook eens afstand van moeten nemen...


[van Geenstijl.nl, 14 juni 2013]

Kerken erkennen schuld slavernij

Voorzitter Van der Kamp in het tv-programma Knevel en Van den Brink
De Nederlandse kerken erkennen schuld aan de slavernij. De Raad van Kerken komt vandaag met een verklaring waarin staat dat ook de kerken bij de slavenhandel betrokken waren.
Nederland was een van de laatste landen waar de slavernij werd afgeschaft. Dat gebeurde officieel op 1 juli 1863, binnenkort 150 jaar geleden.

Goedgepraat
"Slavernij werd door de kerken altijd goedgepraat. Er werd systematisch de andere kant op gekeken", zei voorzitter Van der Kamp in het tv-programma Knevel en Van den Brink. Dat gebeurde omdat er veel geld mee werd verdiend. Volgens Van der Kamp is het tijd dat blanken erkennen dat zij een "zwarte holocaust" teweeg hebben gebracht.
De Raad van Kerken is een samenwerkingsverband van grote en kleine organisaties in Nederland, waaronder de Rooms-Katholieke Kerk, de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en het Leger des Heils.

[van NOS.nl, vrijdag 14 juni 2013]


'Slavernij is van ons allemaal'



maandag 3 juni 2013

Scholieren in trance: ‘In Jezus’ naam, ga weg uit het kind!’

Foto: Jason Leysner



door Nikki Mulder

Mulo Wageningen is de laatste school in rij die kampt met scholieren die in trance raken. Volgens past-life therapeut Pocornie zijn tieners bijzonder kwetsbaar voor belagingen door dolende zielen. “Pubers zitten tussen hun kindertijd en volwassenheid in. Ze zijn te oud voor een pop, te jong voor de liefde.” 

Na Pikin Slee, Nieuw Aurora, Copieweg en Totness was het dan nu de beurt aan Wageningen. De Mulo is sinds februari in de greep van scholieren die, midden in de les, bezeten raken. Een stoet geestelijk leiders liet hun licht schijnen op de problematiek, maar had uiteindelijk geen succes. De laatste die zich eraan heeft gewaagd is theoloog Leendert Pocornie met zijn team van past-life therapeuten. De school is afgelopen week officieel weer begonnen, en het lijkt erop dat de rust is teruggekeerd…

Past-life therapeut Leendert Pocornie begeleidt personen die last hebben van spirituele belaging. “In de naam van Jezus, ga weg uit het kind”, zijn woorden die volgens de geloofsexpert absoluut uit den boze zijn. Foto: Irvin Ngariman

Alleen bidden zou hen kunnen helpen. Een aantal meisjes op de Mulo in Wageningen haalde vanaf begin februari het nieuws omdat ze regelmatig 'in trance raakten'. Ze schoven en gooiden met stoelen, gilden en renden door de klas, waren agressief en niet aanspreekbaar en zakten na hun 'toeval' als vaatdoeken in elkaar. De school was ontregeld, mensen waren bang, leerkrachten en ouders zaten met hun handen in het haar. Schoolleider Sandra Fernand constateerde een 'geestelijk probleem' bij de leerlingen en nodigde leiders van verschillende geloofsrichtingen uit op de school. Zij hielden gebedsdiensten en hadden allemaal een ander oordeel over de meisjes. De dominee had het over kwade geesten, boze machten en amuletten. Voor de camera van SBS Nickerie drong hij bij de jongeren aan op een keuze; het zou beter zijn als ze Here Jezus zouden dienen. De hindoepriester stelde de volgende dag dat er veel toneel gespeeld werd en dat de kinderen niet echt bezeten waren.

Fiasco
Al die geestelijke assistentie mocht echter niet baten. Leendert Pocornie is onverbiddelijk over die eerste hulppogingen: "Het is op een fiasco uitgelopen. Door wat die geestelijken gedaan hebben, manifesteerde de negatieve energie zich nog sterker in de kinderen. Hetwerd erger." De theoloog sluit zijn ogen en zoekt naar een voorbeeld. "Alsof je gewoon verliefd bent, maar er plots iets gebeurt waardoor je smóórverliefd wordt." Op aanvraag van de gemeenschap trok hij daarom samen met pastlife therapeuten Harry Mungra, Armand Amatali en Ramsoemeer Nanden naar Wageningen om de kinderen, ouders en leerkrachten te begeleiden. Pocornie studeerde theologie in België en spitste zich toe op alle geloofsovertuigingen die in Suriname vertegenwoordigd zijn. Momenteel werkt hij niet meer, zegt hij. "Ik doe niets. Ik eet alleen de krenten uit de pap." Hij zet zich nog wel in voor een radiostation, begeleidt mensen in "spirituele nood" en is pastlife therapeut. Naar zijn leeftijd mogen we enkel raden. De godsgeleerde leeft van moment tot moment en plant geen twee dagen vooruit. Dat moet, zegt hij, zodat hij direct beschikbaar is in geval van nood, bij zelfmoorden bijvoorbeeld. Hij schenkt een glas soft in voor zichzelf met een scheutje Mariënburg Rum, groengekleurd van kankantriebladeren ("Dit heeft een grote invloed op mijn hersenen") en steekt een sigaar op ("Ik stop pas zodra de eerste indiaan overlijdt aan longkanker").



Bidden
"Ik geloof wel in gebed", verzekert hij. Pocornie staat op uit zijn stoel en gaat zijn mini bibliotheek af op zoek naar een "dikke pil", een standaardwerk gebedsgenezing. Die staat ergens tussen de Bijbel, de Koran, een boek over ayurveda en de filosofieklassieker De wereld van Sofie, maar hij kan hem niet vinden. Wel stelt de theoloog dat bidden niet altijd op dezelfdemanier kan. "In de naam van Jezus, ga weg uit het kind", zijn woorden die meestal gebruikt worden in zulke gevallen, maar die volgens de geloofsexpert absoluut uit den boze zijn. "Dat ding wordt heftiger, agressiever, omdat het in het nauw gedreven wordt", doceert hij. Zoiets gebeurde in Wageningen, maar ook op andere scholen die de 'trance' van hun leerlingen in eerste instantie met gebed te lijf gingen.

Foto @ Javier Padilla

Sterven
Hij ziet het vreemde gedrag van de meisjes niet als 'trance', maar als belaging of aanhechting door een entiteit, een ziel die nog niet naar het hiernamaals is overgegaan. Zo'n ziel of kra is volgens Pocornie in zijn of haar sterfproces onderbroken en is daardoor onbewust gestorven. "Sterven is een proces, dat moet niet brap - plotseling van het ene op het andere moment - gebeuren." Wil je verwerkt sterven, dan ga je volgens Pocornie door vijf fasen. Eerst komt ontkenning. "Dat is wanneer de dokter tegen je zegt dat je het niet gaat halen en jij reageert met: nee, dat kan niet waar zijn." Vervolgens word je boos: op de oorzaak van je overlijden, op God, op alles. Daarna begin je met marchanderen of afdingen: "Loven en bieden. Ik stort een deel van mijn spaargeld voor het Leger des Heils, maar dan moet ik wel beter worden." Mensen worden daarna nog depressief als ze tot de conclusie komen dat er geen uitweg is, maar aanvaarden uiteindelijk hun lot. Voor iemand die niet bekend is met zijn wereldbeeld, zijn Pocornie's ideeën en gedachtesprongen niet altijd even gemakkelijk te volgen. "Praten met ingewijden is gemakkelijker", zegt hij. De theoloog doet daarom ook alle moeite om de rode draad van zijn verhaal niet uit het zicht te verliezen. Regelmatig sluit hij zijn ogen, zodat hij zijn argument in het donker terug kan vinden.

Foto @ Egotastic


Ga weg!
Een ziel die onbewust of in ontkenning is gestorven, verblijft in wat de theoloog het 'tussenbestaan' noemt en is zich niet altijd bewust van het feit dat het dood is. Het blijft hangen en is op zoek naar rust. Dan kan het dus gebeuren, zegt Pocornie, dat zo'n entiteit bezit neemt van mensen, in dit geval leerlingen. Als je dan tegen zo'n belagende ziel zegt: "Ga weg!" zal je volgens hem weinig resultaat behalen. "Want waar gaat die naartoe? Die kan toch nergens heen. En dan gaat het protesteren." Het enige recept tegen zulke bovennatuurlijke belagingen is contact leggen met die ziel, uiteraard via de mens waarvan het op dat moment bezit heeft genomen. Dat heeft Pocornie dus ook in Wageningen geprobeerd. Bij enkelen van de slachtoffers kon de ziel namelijk praten. "Ze vertellen over hun status vlak voor het fatale moment." Hij wil niet ingaan op wat er precies aan de hand was met de entiteiten, maar geeft in plaats daarvan een voorbeeld. "Dat het in een auto zit bijvoorbeeld, even voor die aanrijding, en in een fractie is het gebeurd."

Hamvraag
Wat zegt hij dan tegen die kra? "De hamvraag!", kondigt hij aan, wijzend met zijn vinger: "Ben je gelukkig?" Natuurlijk zal de ziel eerst jokken, zegt de theoloog, want vaak is het onzeker. Hij weet echter wel wat het antwoord moet zijn. Als het dan eindelijk toegeeft dat het in zijn of haar huidige toestand niet gelukkig is, biedt hij aan: "Ik kan ervoor zorgen dat je je geluk hervindt. En dan pas leg ik uit: je bent dood." Bij het horen van dat nieuws kan een ziel "behoorlijk tegenstribbelen", "maar je moet zacht en diplomatiek proberen om het tot inzicht te laten komen dat het dood is." Het doel van Pocornie's sessies is dan ook om de dolende ziel te laten accepteren dat het is gestorven, zodat het eindelijk naar het licht kan gaan. "Dus", benadrukt de theoloog, "niet het meisje heeft een probleem, maar dat ding!"Zijn wenkbrauwen gaan omhoog  en hij wijst nog eens, om dat laatste punt te onderstrepen. "Heb je 'm? Bingo!"


Kwetsbaar
Dat het vaak Muloscholieren zijn die slachtoffer worden van deze dolende zielen is volgens hem heel logisch. "Pubers zijn kwetsbaar, ze zitten tussen hun kindertijd en volwassenheid in. Ze zijn te oud voor een pop, te jong voor de liefde." In Wageningen werd het probleem door sommige mensen echter niet serieus genomen, en dat neemt Pocornie hen kwalijk. "Het zelfbeeld van die meisjes was aangetast. Ze stelden zich aan, werd er gezegd." Toen de theoloog in beeld kwam, zaten de meeste meisjes die belaagd werden al twee weken thuis en konden weinig meer doen. "Ze waren geradbraakt." Sommigen van hen hadden lichamelijke pijnen op de momenten van belaging. "Eén meisje had vaak urenlang het gevoel alsof iemand met twee handen haar benen probeerde te breken", zegt hij terwijl hij dat met zijn handen uitbeeldt. "Het is niet just something, het is real." Pocornie leunt achterover in zijn stoel en vouwt zijn handen, aan beide pronkt een ring met het yin-yangsymbool. "Na het debacle van het begin" verwacht hij nu, na alle sessiesmet zijn past-life team, dat de manifestaties niet terugkeren in Wageningen. Hij kijkt naar zijn telefoon en zegt, om zijn argument af te sluiten, "De school is vanaf vandaag weer open, en ik  ben nog niet gebeld."

 [uit de Ware Tijd, 20/04/2013] 


vrijdag 29 maart 2013

Surinaamse Paasweldadigheidszegels


Paasweldadigheidszegels uit Suriname, 1981

Volle Evangelie- en Pinkstergemeenten tegen komst Rick Ross


De Vereniging van Volle Evangelie- en Pinkstergemeenten en –bedieningen in Suriname (VVEPS) is tegen de komst van de rapper Rick Ross naar Suriname. Volgend week zaterdag geeft hij een show weg in het André Kamperveenstadion. De organisator is Romeo Bravo oftewel Abop-voorzitter Ronnie Brunswijk. Het VVEPS-bestuur, waarin ook bisshop Steve Meye zit, wenst middels dit nadrukkelijk standpunt aan de gehele Surinaamse Samenleving aan te geven, dat zij ernstige bezwaren heeft tegen de komst en het optreden van deze artiest. De reden is het feit dat Rick Ross zich openlijk bezighoudt met demonische praktijken van het dodenrijk en dus daardoor verbonden is met het satanisme.
Een recente pasfoto van Satan

‘Onze ernstige bezorgdheid vloeit derhalve voort uit de negatieve consequenties die dit optreden zal hebben voor het volk van Suriname, waaronder de demonische/duivelse manifestaties onder jongeren op de verschillende scholen in ons land! Wij waarschuwen met klem vooral de Jeugd van Suriname, om zich nimmer bloot te stellen aan de gevaren die hieruit zullen voortvloeien. Uiteraard zijn ook de ouders mede-verantwoordelijk voor het weerhouden van hun kinderen van dit evenement’, aldus de VVEPS.

[uit Dagblad Suriname, 28 maart 2013]

maandag 18 maart 2013

Presentatie ‘Indianenbrieven’ aanzet tot wetenschappelijk onderzoek

door Rose-Marie Maître

Paramaribo - De Evangelische Broeder Gemeente Suriname (EBGS) heeft vanaf november 2012 meer dan dertig zogenoemde ‘Indianenbrieven’ in haar archieven. Het bestaan van deze brieven is in 2011 door Paul Peucker, archivaris in Betlehem, onder aandacht gebracht van de EBGS in Suriname. De EBGS heeft een project geschreven om de archieven naar Suriname te halen. De Amerikaanse ambassade heeft daarna het project gehonoreerd en de verscheping bekostigd. Het gaat om materiaal uit een groter aantal archieven, maar bij de presentatie is aandacht besteed aan de brieven van Inheemsen.

Een inheemse korjaal


Wetenschappelijk Onderzoek
Volgens Edgar Loswijk, voorzitter van de archiefcommissie van de EBGS, moeten deze archieven verder ontsloten worden. "Ik moet u zeggen dat dit geen wetenschappelijke presentatie is", zei hij aan het begin van zijn uiteenzetting donderdagavond in de Stadszending. Wetenschappers, zoals historici, sociologen en taalkundigen worden door hem opgeroepen om de stukken te bestuderen. Deze oproep is vaker gedaan, maar de reactie erop vindt hij bedroevend. "Ik heb de mensen vaker uitgenodigd, maar ze zijn er bijna nooit." De kerk houdt jaarlijks een reeks lezingen over stukken in het archief. Loswijk hoopt dat vooral Surinaamse wetenschappers een kans zullen wagen op de bestudering van de historische stukken.

Gelijkwaardigheidsboodschap
Rond 1740 tot 1765 stond het werk van de kerk in Suriname op een laag pitje. "Dit kwam door tegenwerking van de koloniale regering, onderlinge ruzie en ziekte van de zendelingen", aldus Loswijk. Het koloniaal bestuur werkte de kerk tegen, omdat een boodschap van gelijkwaardigheid niet wenselijk werd geacht in de kolonie. Daarom zijn de mensen naar Guyana vertrokken, weet Loswijk. "De Rooms-Katholieke kerk heeft dit aan den lijve ondervonden", zegt Loswijk verder.
In die periode stond het EBG-zendingswerk in Suriname onder gezag van Betlehem, Pennsylvania. Gelovigen in Suriname schreven brieven aan de zendelingen die waren weggetrokken. Zo schrijft de Indiaanse christenbroeder Nathanaël: Kiduhein, Kiduhein (het is zo, het is zo); zo eindigt één van de brieven die door inheemse gelovigen van de Evangelische Broedergemeente rond 1749 is verstuurd naar Betlehem.

Presentatie in het Arowaks
Mavis Biswano is één van de huidige Inheemse gelovigen. Zij heeft in Inheemse klederdracht en Arowakse bewoordingen kopieën van de brieven overhandigd aan Margaret McKean, vertegenwoordiger van de Amerikaanse Ambassade. Verder kregen ook de voorzitter van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname, Lesley Artist, Bisschop Wilhelmus de Bekker van het Rooms-Katholieke bisdom en een vertegenwoordiger van gemeente Matta een ingelijste kopie. De brieven staan in het Gotisch-Duits en zijn vertaald naar het Nederlands door Jennifer Brandon en Michelle Ali.


[naar de Ware Tijd, 16/03/2013]

maandag 11 maart 2013

Asiento! (1)


De slavernij van de Oudheid tot nu

door Fred de Haas



Als opmaat tot de grote herdenking in 2013 van het feit dat Nederland 150 jaar geleden de slavernij in zijn koloniën heeft ‘afgeschaft’, neemt onze medewerker Fred de Haas de lezers mee in een veelomvattend artikel over de slavernij van de Klassieke Oudheid tot heden. Er wordt  ook aandacht besteed aan de interne Afrikaanse en de Arabische slavenhandel die zo mogelijk nog verwoestender was dan de Atlantische.
Als een Phoenix die uit de as van de slavernij verrijst zien we tenslotte de geboorte van authentieke Creoolse culturen, waarin muziek en religie zo’n kenmerkende rol spelen.



Slaven aan het werk in de mijnen (Lavrion). In het midden en rechtsboven kinderen. Zij verslepen het erts in manden door de zeer lage gangen. De hoogte bedroeg amper 70 centimeter. Aan het plafond hangt een olielamp. De mijnwerkers dragen een soort leren muts op het hoofd ter bescherming. De mijnwerker links hanteert een hamer met scherpe punt.

Dat mensen wel eens moe worden van al die verhalen over de slaventijd is begrijpelijk. Al die gruwelijke dingen, dat onrecht, dat verleden dat vastligt en hoogstens nog wat kan worden genuanceerd door nauwgezet historisch onderzoek. Ze weten het nu zo langzamerhand wel…
Wat vaak ontbreekt is het overzicht. De mensen zien door al die verhalen de grote lijn niet meer. Dat is een van de redenen waarom ik, in het kader van de 150 jaar geleden door Nederland ‘afgeschafte’ slavernij, een poging in die richting wil wagen.

We zullen daarom eerst enige aandacht besteden aan de opvattingen over slavernij in het Oude en Nieuwe Testament en vervolgens aan de slavernij in ‘de bakermat van onze beschaving’, de maatschappij van Grieken en Romeinen. Daarna zullen we in het kort de rol van de slavenhandelaar bespreken die met verve is gespeeld door Afrikanen, Arabieren en Europese volken, waaronder de Spanjaarden, de Fransen, de Portugezen en de Nederlanders om te eindigen met een optimistische blik op de nieuwe Creoolse cultuur die in de verschillende landen van Latijns-Amerika is ontstaan. Daarbij zal de focus zijn gericht op de Spaanssprekende landen.



Israël: slavernij in het Oude en Nieuwe Testament
Wie de illusie heeft dat de opvattingen over slavernij in het Oude Testament een haar beter waren dan die van de lieden die de Atlantische slavenhandel bedreven komt bedrogen uit.
In Exodus 21:20-21 kunnen we het volgende lezen: ‘als een man zijn mannelijke of vrouwelijke slaaf zo hard met een stok slaat dat de slaaf sterft onder zijn hand, dan moet hij worden gestraft. Als de slaaf het echter een paar dagen overleeft dan hoeft de meester niet te worden gestraft omdat de slaaf zijn eigendom is’.

In Leviticus 25:44-46 vernemen we dat ‘je mannelijke en vrouwelijke slaven mag kopen van buitenlanders. Je mag ook hun kinderen kopen, ook de kinderen die in je land zijn geboren. Je mag ze behandelen als je eigendom en ze als erfenis nalaten aan je kinderen. Maar je mag nooit hetzelfde doen met je eigen volk’ (= het volk van Israël).
Vanwege de ‘couleur locale’ volgt hier versie van de eerbiedwaardige Nederlandse Statenvertaling:

Mozaïek uit de Romeinse tijd: slaven aan het werk

‘Aangaande uw slaaf of uw slavin, die gij zult hebben, die zullen van de volken zijn, die rondom u zijn; van die zult gij een slaaf of een slavin kopen.  Gij zult ze ook kopen van de kinderen der bijwoners, die bij u als vreemdelingen verkeren, uit hen en uit hun geslachten, die bij u zullen zijn, die zij in uw land zullen gewonnen hebben; en zij zullen u tot een bezitting zijn. En gij zult u tot bezitters over hen stellen voor uw kinderen na u, opdat zij de bezitting erven; gij zult hen in eeuwigheid doen dienen; maar over uw broeders, de kinderen Israels, een iegelijk over zijn broeder, gij zult over hem geen heerschappij hebben met wreedheid’.

Statenbijbel
Wie denkt dat de schrijvers van het Nieuwe Testament er toch wel andere opvattingen op na hebben gehouden moet ik ook teleurstellen.
In Efesiërs 6:5 lezen we: ‘Slaven, gehoorzaam je aardse meesters met diep ontzag en vrees. Dien hen oprecht zoals je Christus zou dienen’.
En in een brief van de apostel Paulus aan Timotheüs (I Timotheüs 6: 1-2) zegt de Statenbijbel plechtig: ‘De dienstknechten, zovelen als er onder het juk zijn, zullen hun heren alle eer waardig achten, opdat de Naam van God, en de leer niet gelasterd worde. En die gelovige heren hebben, zullen hen niet verachten, omdat zij broeders zijn; maar zullen hen te meer dienen, omdat zij gelovig en geliefd zijn, als die deze weldaad mede deelachtig zijn. Leer en vermaan deze dingen’.
In hedendaags Nederlands: ‘Christenen die slaaf zijn moeten hun meesters met diep ontzag benaderen zodat de naam van God en zijn geboden niet beschaamd zullen worden (!). Als je meester een Christen is dat geen reden om je zonder respect te gedragen. Je moet des te harder werken omdat je een geloofsgenoot helpt door jouw inspanningen. Onderwijs deze waarheden, Timotheüs, en moedig iedereen aan deze te gehoorzamen’.

Het is goed om te beseffen dat degenen die zich later bezig hielden met de slavenhandel deze passages kenden en ze als ondersteunend gedachtegoed met zich meedroegen.
Bovenstaande citaten zou je moeiteloos met vele andere kunnen aanvullen.

[wordt vervolgd]

zaterdag 2 maart 2013

Christelijke gemeente Matta wil Arowakse taal redden

door Fariel Menso

Leden van Gemeente God Matta bezig met lofprijzingen door middel van dans en Arowakse liederen Foto: collectie Gemeente Gods Matta  

Paramaribo - Gemeente Gods Matta introduceert haar eerste cd met Bijbelse verhalen op zaterdag in Matta, in district Para, aan de gemeenschap. De cd is uitgebracht in Arowaks omdat de gemeente van oordeel is dat deze taal aan het uitsterven is en hiermee tegenwicht wil bieden. Dit zegt secretaris Willem Karwofodi van het gemeentebestuur.

"We willen deze taal redden en de gemeenteleden die de Bijbel niet kunnen lezen, voorzien van het nieuws van God", zegt Karwofodi. "Wij zijn diep van overtuigd dat de taal van elke natie of stam, een waardevol cultureel erfgoed is, dat goed bewaard en gebruikt dient te worden." Gemeente Gods Matta telt honderd leden en is gevestigd in het dorp Matta. Aan het vertalen van de verhalen hebben gemeenteleden en een taaldeskundige uit het dorp Powaka samengewerkt.
Dit project staat bekend als het 'one story project' en de gemeente heeft voor de uitvoering toestemming gekregen van Arowakse dorpshoofden en het Surinaamse Bijbelgenootschap. Het project is in 2009 begonnen en kon nu pas worden gerealiseerd omdat er met alle actoren overleg is gepleegd. "Dat heeft veel tijd opgeslokt", aldus Karwofodi.

[uit de Ware Tijd, 02/03/2013]

maandag 4 februari 2013

Bezinningsmiddag over slavernij

Flats in Hong Kong, 1965

Kathleen Ferrier en Tjeerd de Boer gaan Bas en Henny Plaisier opvolgen in Hong Kong. Voor het zover is, kan men Kathleen nog een keer horen, tijdens de bezinningsmiddag over de slavernij op 20 februari. Er zijn al bijna zeventig aanmeldingen, maar de Nicolaas-Monicakerk in Utrecht kan nog meer mensen herbergen. Opgave via rvk@raadvankerken.nl