n 275 minuten is aanzienlijk als bedacht wordt dat de korte documentaire de lange documentaire op televisie allang verdrongen heeft en een willekeurig onderwerp in een nieuwsrubriek of praatprogramma de grens van zeven minuten zelden overschrijdt.Los van de lengte die de serie is toebemeten, is de reeks ook nog eens met veel inzet en toewijding gemaakt. Het onderwerp wordt breed aangevat, er is veel op locatie gefilmd, er zijn tal van deskundigen ingeschakeld en veel aspecten van slavernij passeren de revue. Een gebrek aan ambitie kan de makers moeilijk worden verweten. Een ander heuglijk feit is dat de serie een redelijk groot publiek aan zich wist te binden. De best bekeken aflevering (deel 3) trok 720.000 kijkers; de andere afleveringen scoorden rond de 650.000 kijkers. Alleen naar de laatste uitzending keken iets meer dan 500.000 mensen. Met die kijkcijfers zullen de initiatiefnemers niet ontevreden zijn geweest.
Bij zoveel redenen voor opgetogenheid lijkt het bijna ongepast om kanttekeningen bij de serie te plaatsen. Is er een keer royale aandacht voor het slavernijverleden en dan is het weer niet goed. Toch zouden we bij alle positieve dingen die moeten worden vastgesteld deze documentaire tekort doen als we niet ook de vinger zouden leggen op zaken die minder uit de verf zijn gekomen.
Wat om te beginnen opvalt, is dat de reeks tamelijk traditioneel van opzet is en een nogal statische uitstraling heeft. Door tussen de locaties te schakelen en gebruik te maken van animaties wordt er wel enige vaart en variatie in het verhaal gebracht. Maar overheersend in beeld zijn de presentatoren die staand of ontspannen rondwandelend de kijker toespreken en de deskundigen die in de vorm van onderonsjes met de presentatoren hun zegje doen en de betekenis van bepaalde historische ontwikkelingen uitleggen. Dit levert didactisch hoogst verantwoorde televisie op. Maar deze aanpak werkt tegelijk bravigheid en saaiheid in de hand. Er wordt veel getoond en van commentaar voorzien, maar weinig tot leven gewekt en aan de kijker als onontkoombaar gepresenteerd. Waarom is niet geprobeerd om van deze afstandelijke benadering af te stappen en het historische verhaal op een meer hedendaagse wijze voor het voetlicht te brengen?
Dit had bijvoorbeeld gekund door het persoonlijke dwingender naar voren te halen en de impact van slavernij meer invoelbaar te maken. Het maken van een directe verbinding met de nazaten van de slaven ligt in dit verband voor de hand. Toch wordt van deze mogelijkheid maar mondjesmaat gebruik gemaakt, terwijl bij uitstek hier de identificatiemogelijkheden voor het oprapen liggen. Een mooi voorbeeld van een geslaagde inkijk in het persoonlijke vormt het optreden (in deel 3) van Victor Bartholomeus. Afkomstig van het platteland van Curaçao weet hij in de vorm van verhalen en liederen een gelaagd beeld op te roepen van het toenmalige plantageleven. Twee minuten Bartholomeus laten overtuigend zien dat de beschikbare orale traditie effectief kan worden ingezet om het slavernijverleden dichterbij te brengen. De zoektocht van Roué Verveer naar zijn wortels is ook bedoeld om de kijker mee op sleeptouw te nemen naar de bronnen van de slavernij, maar deze zoektocht pakt minder goed uit, omdat Verveer teveel de indruk wekt een rol te spelen en niet de doorleefde uitstraling van een Bartholomeus heeft. Meer Bartholomeus momenten hadden een dwingender beroep gedaan op de empathie van de kijker en hem nadrukkelijker bij het slavernijverhaal betrokken.
Het geringe beroep dat gedaan wordt op het engagement van de kijker is de grote zwakte van de serie. Ik kan mij voorstellen dat dit consequenties heeft gehad voor de manier waarop deze de reeks heeft bekeken. De stortvloed aan informatie en veelheid aan beelden kan alleen maar adequaat worden verwerkt als de kijker zich af en toe kan losmaken van het metaverhaal en een veelzeggende uitspraak of een betekenisvol fragment op zich kan laten inwerken. Maar omdat er niet zoveel van die aangrijpingspunten in de serie zitten, vraag ik mij af wat de kijker feitelijk heeft geregistreerd en wat er uiteindelijk van de reeks bij hem zal blijven hangen.
Het lijkt erop dat de afstandelijke benadering ook een nadelige invloed heeft gehad op het peil van de discussie die de documentaire heeft uitgelokt. Natuurlijk, er is in de media over de serie gesproken en geschreven en vooral op het internet zijn er allerlei reacties te vinden, maar deze bijdragen hebben het debat niet van nieuwe munitie voorzien. Het zou aardig zijn geweest als er wat beweging was gekomen in de posities die al sinds jaar en dag in het Nederlandse slavernijdebat worden ingenomen. Maar uit menige reactie klinkt nog altijd een simplistische vooringenomenheid, een korzelige verongelijktheid en een aperte onwil om de zienswijze van de ander serieus te nemen. Alsof het denken in opposities tot iets anders kan leiden dan tot het reproduceren van bekende stellingnamen.
Het is volkomen juist dat in ‘De slavernij’ voor een breed perspectief is gekozen en dat de lijnen naar de 21e eeuw worden doorgetrokken, zonder het verleden met de bril van de 21e eeuw te bekijken en historisch twijfelachtige of zelfs onjuiste vergelijkingen te trekken. Daar staat tegenover dat de verbinding met de actualiteit er bekaaid vanaf komt. De aandacht ervoor in deel 5 toont vooral het ongemak en de verkramptheid die zich van Nederlanders meester maakt als zij met de langetermijneffecten van slavernij worden geconfronteerd. Wat was er tegen geweest om in de documentaire nuchter vast te stellen dat de meeste witte Nederlanders niet toe kunnen geven dat slavernij een mensonterend systeem is geweest en dat de erfenis van dat systeem nog altijd als een last op de schouders van veel nazaten rust?
In het Leids universitair weekblad Mare schreef Rivke Jaffe dat omgaan met het koloniale- en het slavernijverleden inhoudt dat je erkent ‘dat dat verleden de bron is van veel stereotypen, vooroordelen en vormen van discriminatie die nog steeds leven. Op straat, in de media, ook op de universiteit. In het politieke klimaat van 2011 is dit geen populaire boodschap, maar is daar niet juist een rol weggelegd voor kritische, onafhankelijke wetenschappers?’ De vraag stellen is hem beantwoorden. Er zijn nog mogelijkheden te over om een nieuwe documentaire over het slavernijverleden te maken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten