zondag 30 juni 2013

Katibu di Shon, de eerste Curaçaose opera én een universeel verhaal

door Henri Drost

Zijn betovergrootvader schreef het eerste gedicht in het Papiaments en won zo een weddenschap. Randal Corsen schreef de muziek voor de eerste Curaçaose opera. “Het is een klein eiland,” lacht de componist, maar dan, bewogen: “Verbijsterend om te bedenken hoe kort geleden dit allemaal is.”

Randal Corsen en Tania Kross. Foto © Eddy Westveer

Lange tijd werd er buitengewoon neerbuigend over het Papiaments gesproken. De eerste gouvernementsonderwijzer van de kolonie Curaçao schreef in 1818: “Het papiament (van pappiar, spreken) bestaat uit bedorven Spaansch, Indiaansch en Hollandsch, arm in woorden, zonder buiging, voeging of geslacht onderscheiden, maar rijk in hevig door de keel uitgesproken wordende schelle klanken, en vooral in scheldwoorden. Onverdragelijk is dit gekakel voor het fijnere oor van den Europeaan bij zijne eerste aankomst, en moeijelijk kan men aan dit kalkoenen geluid gewennen.”
Joseph Sickman Corsen

Tot aan het begin van de twintigste eeuw was dit de gangbare opvatting, zelfs al werd het Papiaments door alle lagen van de bevolking gesproken. “Maar poëzie in het Papiaments, dat zou onmogelijk zijn. Mijn betovergrootvader Joseph Corsen ging een weddenschap aan en schreef in 1905 ‘Atardi’ – nog altijd een beroemd gedicht op Curaçao – en bewees daarmee het tegendeel. Veel later ontdekte ik dat hij ook componeerde en op opmerkelijk hoog niveau. Ik besloot een aantal van zijn pianowerken op te nemen.”

In de mazurka’s en walsen van Randals betovergrootvader worden Zuid-Amerikaanse elementen toegevoegd aan de Europese traditie. Randal zelf vertrok van Curaçao naar Nederland, aanvankelijk om er bouwkunde te studeren, maar verruilde die studie al snel voor het conservatorium. Vooral als jazzmuzikant maakte hij furore, maar hij werkte ook met het Nederlands Blazers Ensemble en mezzosopraan Tania Kross.

Een Curaçaose opera

“Ik ken Tania al heel lang, nog van voor het conservatorium. Het lezen van de novelle Katibu di Shon van Carel de Haseth bracht haar op het idee voor een Curaçaose opera, in het Papiaments, en gebaseerd op onze eigen muzikale traditie. We waren al een tijd bezig met de opera, toen Tania ontdekte dat haar voorouders op dezelfde plantage woonden als die van Carel – als slaven en meesters. Het is puur toeval, of misschien juist het lot, dat Carel en Tania deze geschiedenis delen.”

De novelle waarop de opera is gebaseerd, vertelt over de vriendschap tussen slaveneigenaar shon (meester) Wilmu en zijn slaaf Luis en hun gemeenschappelijke liefde voor de slavin Anita. Het loopt uit op een dramatische confrontatie, tegen de achtergrond van de slavenopstand die op 17 augustus 1795 op Curaçao uitbrak en die met veel geweld werd neergeslagen. “Daarom hebben we het koor, de slaven, een grote rol in de opera gegeven.”

Van de novelle naar de uiteindelijke opera bleek een lang proces. “Allereerst moest de novelle die uit zes monologen bestaat omgezet worden naar een sprekend verhaal. Carel en ik hebben geen opera-achtergrond, dus dat ging gepaard met veel trial and error. Uiteindelijk moet je gewoon gaan zitten en aftasten. Ik ontdekte gaandeweg dat ik bij het componeren juist veel meer vrijheid had dan in het schrijven voor jazzensemble, waarbij je meestal met vaste vormen en beperkt aantal maten werkt. Omdat ik nu voor klassiek getrainde stemmen schreef, kon ik in mijn notenkeus heel ver gaan met veel complexere harmonieën. Daarbij sturen klank, cadans, kleur en accenten van het Papiaments de muziek.”
Riffort Curaçao. Foto © Gh. Neenman

Ook liet Corsen zich inspireren door het eiland zelf. “Ik ken het fort in Willemstad waar ooit de slaven werden opgesloten goed. Ze konden niets zien, louter het gebeuk van de golven op de muren horen. Dat heb ik gebruikt voor de prelude van de zee waarmee de vierde akte begint.”

De eerste scène van de opera staat in 12/8e, nou niet bepaald het meest voorkomend in opera’s. “Het is een maatsoort die in veel Curaçaose ritmes terug is te vinden. Maar swing schrijf je niet uit, maar interpreteer je. Het is een ritmische benadering die niet goed vast te leggen is notenschrift.”

Universeel

Corsen koos bewust niet voor een Antilliaanse instrumentatie. “Dat ligt te veel voor de hand. Ik wil de essentie en het bijzondere van de Antilliaanse muziek uitdragen. Die muziek gaat veel dieper dan exotische instrumentatie. Daarom is de opera geschreven voor universele instrumenten: dubbel strijkkwintet, klassiek slagwerk, klarinet, piano en (elektrische) bas.”
Carel de Haseth. Foto © In de Knipscheer

Het universele van de opera is zeer duidelijk in het libretto aanwezig. Niet alleen in de opbouw, met grote koorscènes, een liefdesduet en zelfs een heuse aria furioso, maar bovenal door de inhoud. Hoewel de première plaatsvindt in het kader van de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij, is de opera geen aanklacht. “Nee, zeker niet. De opera is onlosmakelijk verbonden met Curaçao, maar vertelt tegelijkertijd een universeel verhaal. Er zijn veel meer landen en eilanden met een vergelijkbare geschiedenis. Zoals Carel het zegt: ‘De opera vertelt het verhaal van mensen in een onmenselijke omgeving van slavernij, maar ook dat van de menselijke verhoudingen die dwars door alle sociale tegenstellingen heen lopen. De muziek en de taal laten zien dat juist uit het contact tussen mensen van heel verschillende afkomst iets moois kan ontstaan.’ Dat zou genoeg moeten zijn.”


Randal Corsen en Carel de Haseth - Katibu di Shon, Stadsschouwburg Amsterdam, 30 juni en 1 juli (première).

Caraïbisch-Nederlandse agenda


Evenementen

zo. 30 juni                           Mi no ta katibu! Clay Toppenberg, Kas Dushi, Klaverbladstraat 2, Amsterdam Zuidoost, 14.00h-17.00h, zie http://www.herdenkingslavernijverleden2013.nl/index.php/activiteitpick/30/06/2013.

Izaline Calister

zo. 30 juni                           Cultural trauma? Symposium Forum,  m.m.v. Glenn Helberg. Stadsarchief, Vijzelstraat 32, Amsterdam, 10.00h-18.30h. http://www.forum.nl/Home/Agendadetail/EventListId/1/EventItemId/541.

zo. 30 juni                           Optreden Izaline Calister en het Het Volksoperahuis (15.00h), daarna met eigen band (16.30h). Vondelpark Amsterdam. Ziewww.openluchttheater.nl.

zo. 30 juni                           Viering Dia di Himno i Bandera, EventPlaza Rijswijk, 13.00h-22.00h.

30 juni-7 juli                       World Port Tournament, www.worldporttournament.nl.

ma. 1 juli                             Nationale herdenking en viering afschaffing slavernij, Oosterpark Amsterdam, www.ketikotiamsterdam.nl.

di. 2 juli                                Dia di Himno i Bandera, Curaçao.

za. 6 juli                               Herdenking afschaffing slavernij, Baptistenkerk De Samenhof, Burg. Drijberlaan 15, Zwolle, 19.00h-20.30h (inloop 18.30h), organisatie ZWOCAN. Info: www.zwocan.nl.

za. 17 augustus                 Tula Dag.

za. 17 augustus                 Izaline Calister op het Grachtengordelfestival, Compagnietheater, Kloveniersburgwal 50, 19.00h. Info:http://www.grachtenfestival.nl/concert_detail.vm?id=2086.





Wel spijt, geen excuses?


Slavernijmonument, Oosterpark, Amsterdam
Maandag 1 juli 2013: herdenken en vieren 150 afschaffing slavernij

Op maandag 1 juli 2013 herdenken en vieren wij de afschaffing van de slavernij, precies 150 jaar geleden. In het Amsterdamse Oosterpark vindt de nationale herdenking en viering plaats. Vanaf 10.30h tot 22.00h zijn er sprekers, rituelen, optredens en nog veel meer. Iedereen is hierbij van harte welkom. Zie voor het gehele programma www.ketikotiamsterdam.nl. Alle activiteiten rondom 150 jaar afschaffing slavernij is te lezen op www.herdenkingslavernijverleden2013.nl.

De Nederlandse staat heeft wel spijt betuigd voor zijn rol in de slavernij, maar tot nu toe nooit excuses aangeboden. Waarom wel spijt, maar geen excuses? In sommige andere landen worden het aanbieden van excuses juist gezien als een erkenning van slavernij als misdaad tegen de menselijkheid en een inzicht in de mechanismen die de slavernij nu nog reproduceert (Frankrijk, VS); over de eigen schaduw stappen, de innerlijke grootsheid laten zien, verantwoordelijkheid nemen en kiezen voor verzoening (Duitsland). Het niet aanbieden van excuses wordt daarentegen beschouwd als een onderstreping van het zogeheten ‘superioriteitsdenken’, de voorzetting van de koloniale beeldvorming over ‘zwarte burgers’ in de postkoloniale samenleving en een bewijs van de afstand die bestond en bestaat in de (koloniale) gesegmenteerde samenleving tussen 'Hollanders' en (nazaten van) tot slaaf gemaakte burgers. Wat speelt een rol? Angst voor afbreuk van een onfeilbaar zelfbeeld? Angst voor claims richting de Staat? Angst voor een (hernieuwde) oproep om excuses van andere groepen omtrent andere gebeurtenissen, zoals van Molukse, Indonesische en Joodse burgers in Nederland?

Slavernijmonument Rotterdam (detail)


Eisen vrijgemaakte slaven (1863) identiek aan vestigingseisen Caribische Nederlanders (2013)
Belangrijk is ons inziens de bewustwording hoe mechanismen van het denken in superioriteit en inferioriteit doorwerken anno 2013. Een eye-opener is wellicht het wetsvoorstel van VVD-er Bosman om Caribische Nederlanders te bemoeilijken zich te vestigen in het Europese deel van het Koninkrijk. In de Proclamatie van de Opheffing van de Slavernij in Curaçao en Onderhorigheden uit 1863 staan soortgelijke verwachtingen die de Koning opstelde ten aanzien van de vrijgemaakte slaven, te weten ‘onbesproken gedrag, gehoorzaamheid en ondergeschiktheid, geregeld werkende tegen een billijk loon en zorg voor zichzelf’, klik hier.

Hoorzitting in Tweede Kamer: proces verzoening
Voor het aanbieden van spijt (Van Boxtel, Durban, 2001) was het niet te laat, voor het aanbieden van excuses ons inziens ook niet. Op 27 juni nam OCAN voorzitter Glenn Helberg deel aan een hoorzitting in de Tweede Kamer over het slavernijverleden. Zijn presentatie is binnenkort te lezen op www.ocan.nl. In het NRC Handelsblad van zaterdag 29 juni treft u een opinieartikel van de OCAN voorzitter over het belang van erkenning, excuses en het proces van verzoening.


Einde wet minderhedenoverleg, einde checks and balances?  
De intrekkingswet WOM (Wet Overleg Minderhedenbeleid) is de Eerste Kamer gepasseerd. Per 1 juli 2013 behoren de WOM en het Landelijk Overleg Minderheden (LOM) definitief tot de verleden tijd. De wet zorgde ervoor dat 8 samenwerkingsverbanden voor etnische minderheden 16 jaar lang in staat werden gesteld om aan belangenbehartiging voor hun achterbannen te doen. Middels talloze overleggen, dialoogbijeenkomsten, manifestaties, publicaties, rechtszaken, expertmeetings, onderzoeken en adviezen, projecten en mediaoptredens wisten de samenwerkingsverbanden (swvn) zich te manifesteren als belangrijke en extra checks and balances voor rijksoverheid, rechtsstaat en samenleving inzake het integratie- en antidiscriminatiebeleid en stimulatoren van emancipatie van minderheden in Nederland.

Slavernijmonument Vlissingen

Flexibele dialoog geen borging kwaliteit
Het alternatief van de regering voor de WOM is – gegeven de ‘hyperdiversiteit in de samenleving’- een ‘flexibele dialoog’. De discussie omtrent de precieze invulling van de flexibele dialoog is wat ons betreft nog in volle gang. Over de vorm en inhoud hiervan is geen enkele toezegging gedaan. Vooralsnog lijkt een flexibele dialoog zonder richtlijnen of representativiteitseisen aan deelnemers een vrijblijvend en willekeurig instrument zonder waarborg van kwaliteit of draagvlak voor de integratie-agenda. En is juist niet die ‘borging’ van kennis en netwerk die de minister en de Kamer de komende twee jaar wél verlangt van de samenwerkingsverbanden? Voor welke borging van kwaliteit en inbreng van minderheden zélf staat de oud-voorzitter van het Landelijk Overleg Minderheden (LOM) zélf, te weten de minister voor integratie? Aan de ‘intelligence’ rol en de rol bij het kanaliseren van interetnische spanningen hecht de minister nog waarde aan de inzet van de swvn, echter toezeggingen rondom financiering hieromtrent zijn niet gedaan.

Slavernijmonument Curaçao


Obama: wet voor diversiteit en inclusiviteit
De samenwerkingsverbanden staan niet stil en zijn zich actief aan het transformeren naar samenwerkingspartners richting (lokale) overheden en maatschappelijke organisaties; middels het geven van advies en de uitvoer van projecten teneinde organisaties op het terrein van onder meer zorg, welzijn en onderwijs meer cultuursensitief, inclusief en daarmee toekomstbestendig te maken kunnen de samenwerkingsverbanden hun rol als belangenbehartiger in een andere vorm blijven vervullen. Wetgeving die diversiteit en inclusiviteit moet aanmoedigen, zoals president Obama heeft doorgevoerd voor de Amerikaanse federale overheid in 2011, zou niettemin een borging zijn voor eenieder die zich daadwerkelijk wil inzetten voor meer gelijkheid en evenredigheid, zie ook http://www.opm.gov/policy-data-oversight/diversity-and-inclusion/.


[OCAN]

Dia di himno & bandera, 30 juni 2013

Klik op afbeelding voor groter formaat

Curaçao: programma 1 juli


Willemstad — Op 1 juli 1863 werd de slavernij afgeschaft in de toenmalige koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen. Met een omvangrijk herdenkings- en feestprogramma wordt er maandag op het hele eiland stilgestaan bij de afschaffing van de slavernij, precies 150 jaar geleden.
De herdenkingsdag wordt afgetrapt bij Museo Tula in Bándabou. Minister van Cultuur Rubina Bitorina (PS) zal daar 1 juli uitroepen tot de Dag van de Emancipatie. Ook zal ze Museo Tula de status van materieel en immaterieel cultureel erfgoed geven. Verder zal ook Statenvoorzitter Mike Franco het woord voeren, net als Aubert Wiels, vicevoorzitter van Kas di Kultura, en een vertegenwoordiger van de Raad van Kerken.

Maandag zal ook de nieuwe serie postzegels in het kader van de afschaffing van de slavernij gepresenteerd worden. In de middag rond 15.00 uur zal het parlement een plakkaat bij Fort Amsterdam onthullen. Rond 15.45 uur vertrekt de delegatie via de Emmabrug naar het Brionplein, waar tot 21.00 uur een ceremonieel en cultureel programma plaatsvindt.

Première Kambio di Horizonte


Het is Arubaweek in Teatro Luna Blou en La Tentashon in Willemstad. In dit kader vond gisteren de première plaats van de productie Kambio di Horizonte; een voorstelling over ontworteling veroorzaakt door migratie. De volgende voorstellingen zijn te zien op 29 juni om 20.00 uur en 30 juni om 16.00 uur.

Kaarten zijn verkrijgbaar bij Teatro Luna Blou en kosten twintig gulden. Kijk voor meer informatie op www.lunablou.com.

Melancholische en ruige verhalen uit de Antilliaanse slaventijd

door Jerry Dewnarain

De geschiedenis van de Nederlandse Antillen is die van zes eilanden, de Benedenwindse en de Bovenwindse eilanden, die door de Europese kolonisator samengevoegd werden. Nadat de Spaanse conquistadores in het begin van de zestiende eeuw de oorspronkelijke indiaanse bevolking ‘gepacificeerd’ of verdreven hadden, bleken de eilanden wegens het ontbreken van waardevolle delfstoffen toch niet belangrijk, zodat ze tot ‘islas inutiles’ verklaard werden. Het was daarom in de jaren dertig van de zeventiende eeuw voor de Nederlanders, op zoek naar zout voor de haringvisserij en een steunpunt voor handel en kaapvaart, niet zo moeilijk de eilanden te bemachtigen. Het wingewest werd tot het einde van de achttiende eeuw door de West-Indische Compagnie bestuurd. De Noord-Europese kolonisten kwamen in het begin, de Sefardische Joden vanaf het midden van de zeventiende eeuw. De brute ‘middle passage’ van West-Afrikaanse slaven kwam rond diezelfde tijd op gang. Noord-Europeanen, Joden en West-Afrikanen vormden de traditionele eilandelijke bevolkingsgroepen vóór en na de emancipatie, die uiteindelijk in 1863 plaatsvond. Twintig jaar geleden bundelde Cornelis Ch. Goslinga (1910-2000) veertien korte verhalen die in de slaventijd spelen. Onder de titel Een zweem van weemoed trekt Goslinga ons naar het Curaçao van ver vóór de afschaffing van de slavernij. Hij tekent het alledaagse leven van de slaven: weerbarstig, ruig en vunzig.

Zo is in het verhaal ‘De Hete Zomer’, Matías een slaaf die eigendom was van sjon Shaha Vroon die de Santafé-plantage bezat op het westelijk deel van het eiland. Hij was weduwnaar en er waren maar weinigen die zich zijn vrouw nog herinnerden, een bazige tante die haar man volkomen onder de duim had. Zij had Matías als jongen van een jaar of zestien meegebracht in haar kortstondig huwelijk van slechts een dozijn jaren. Toen de vrouw stierf was Matías nog geen dertig jaar oud en op het toppunt van zijn fysieke kracht en seksuele potentie. De sji gebruikte hem om met haar sterkste en mooiste slavinnen te slapen om flinke en gezonde kinderen te maken. Het werd zelfs een project: Matías werd voor dekdoeleinden gebruikt. Iedere maand werd een andere slavin naar de hut gebracht, waar Matías sliep en de sjon lette er streng op dat er geen bedrog plaatsvond en de dekking inderdaad met die bepaalde slavin gebeurde. Een maand lang had Matías de kans die slavin zwanger te maken. Dit systeem werkte een groot aantal jaren tot opperste tevredenheid van de sjon en de sji, maar ook van de slaven!

‘Een zweem van weemoed’ kent ook verzetsverhalen. Slaven kwamen ook in verzet. Ze vernielden huizen, verbrandden schuren die voedsel en andere voorraden bevatten, ze gooiden dode geiten in de waterbakken, slavengevangenissen werden opengegooid en men vergreep zich een keer zelfs aan een blanke schoolmeester die zich verborgen had gehouden in het landhuis Klein Santa Martha (in het verhaal ‘Dessalines’). Toen deze slaven werden gepakt door het koloniale leger verscheen de leider Dessalines voor het gerecht. De fiscaal vroeg Dessalines waarom hij de schoolmeester had gemarteld en gedood, en Dessalines antwoordde: ‘E tabata blanku. Hij was blank. Dat was de reden. Wij zwarte slaven haten de blanken.’ Maar er was ook sprake van vriendschap tussen meester en slaaf. In het verhaal ‘De Getuige’ komen we achter de vriendschap tussen Chal, de Engelse slaaf van het eiland Nevis van sjon Tobi van landhuis Kurá Grandi op de weg van Otrobanda naar Sint Michielsbaai. Sjon Tobi mocht zijn slaaf Chal. Hij tolereerde allerlei vrijheden die hij van een ander niet zou dulden. Chal was een potige kerel, zwaar gebouwd, bijna zes voet en zwart als git met een eeuwig lachende mond, waarin zijn fel witte tanden blinkend afstaken tegen het donkere rood van zijn lippen. Slaaf en meester waren even oud. Jaloezie zorgde er echter voor dat de vriendschap tussen slaaf Chal en meester Tobi tot een einde kwam toen sjon Tobi zijn droommeisje Jansji ontmoette!

...weerbarstig, ruig en vunzig...

Een zweem van weemoed is niet alleen weerbarstig, ruig en vunzig [woorden uit een persbericht - red. CU], maar is ook een verhalenbundel waarin gemeenschapszin, moed, volharding, vriendschap en tederheid ervoor zorgen dat de lezer de gevoelens en emoties van zowel de mawster (meester) als die van de slaaf op een melancholische manier beleeft. Dit beleven wij ook in enkele historische romans van Cynthia Mc Leod. Hoe slecht het er ook voor mag staan, in de tijd waarin deze verhalen zich afspelen, evenzeer als in het heden en in de toekomst, er zal altijd iemand zijn die je bijstaat en er zal altijd hoop zijn.

Cornelis Ch. Goslinga: Een zweem van weemoed. Verhalen uit de Antilliaanse slaventijd, eerste druk. Curaçao-Nederlandse Antillen, 1993. ISBN 99904-0-075-X


Antoine de Kom - mijn opa is zo bloot

mijn opa is zo bloot
zo heel erg bloot op heel zijn eigen plein
hij wil geen kleren aan
maar hoe zal ik hem voordoen
dat je bloot voornaam gekleed
kan gaan in pak plus das en tas
en nog veel meer dan meer hoewel toch ietwat bloot?
de slaven waren vaak alleen al zo zo zogenaamd zichzelf
en raakten bijna al hun ingebeelde kleren kwijt op dat ene
veelal zwaar verminkende moment
onder het marteltuig dat harder rent dan jij
ook toen je onbeknot volwaardig hollands vrij had willen zijn
met hoed en das en leren tas o
daarin in de oorlog niet veel meer
dan wat beurse woorden onbedaarlijk
‘staatsgevaarlijk’ weliswaar
maar zelf ben je nog ongeschonden & nog heel
en net nog veilig in de haagse tram
die door mijn toedoen wacht en wacht
terwijl seyss-inquart lijkbleek starend
op jouw plein zich afvraagt
of ie je bloot en brokkelig wél mag?


[Uit: die lieve geur van zijn of haar (2008)]

Beeld van Anton de Kom op het Anton de Komplein, Amsterdam-Zuidoost. Foto @ Auke van der Hoek



Sranantongo dictee 2013


Het jaarlijkse Sranantongo dictee van de Vereniging Ons Suriname wordt dit jaar gehouden op zondag 7 juli 2013 van 15.00 tot 18.00 uur bij de Vereniging Ons Suriname, Zeeburgerdijk 19-A, 1093 SK Amsterdam Oost (gratis parkeren).
Deelname kost 5,00 euro; maximaal 50 deelnemers worden toegelaten, dus wees er snel bij. Toeschouwers toegang vrij en zijn van harte welkom.
Voor meer informatie en aanmelding voor deelname kunt u contact opnemen met Radio Double7FM:info@double7fm.nl Tel: + 31 6 41 559 112

Elmina: kasteel of hellekrocht

door Hilde Neus

Het woord kasteel heeft iets romantisch, maar in het geval van Elmina gaat dat niet op. De vesting aan de Goudkust van West-Afrika (nu Ghana) die werd ingenomen door de West-Indische Compagnie (WIC) in 1637 was allerminst een prettig oord. De Nederlanders verzamelden er de slaven die verscheept werden naar de Nieuwe Wereld. Marcel van Engelen, de auteur van Het kasteel van Elmina. In het spoor van de Nederlandse slavenhandel in Afrika, heeft het verhaal van het fort, zijn omgeving en de barbaarse slavenhandel opgetekend. Hij beschrijft naast de bouw en de strijd om het fort, de verschillende geschriften van mensen die over hun verblijf ter plaatse hebben geschreven, de rol van de mensen om fort en dorp heen, ook uitgebreid de rol die de Ashanti speelden in deze mensenhandel en de herkomst van de geroofden. Met het boek wil de auteur aantonen dat de historie niet zo zwart-wit is, maar veel ingewikkelder dan meestal wordt aangenomen.

Toegangsbrug tot het kasteel van Elmina


Het is lastig om bij zijn les te blijven, omdat de schrijver allerlei gegevens door het boek strooit, in niet-chronologische volgorde. Nederland veroverde het fort in 1637 op pagina 21 en Sao Jorge da Mina werd door de Portugezen gebouwd in 1482 op pagina 23. Hij combineert harde feiten met eigen meningen, waardoor de lezer in verwarring raakt. Op pagina 27 verbaast de auteur zich over het feit dat er meer Afrikanen naar de Nederlandse koloniën zijn getransporteerd dan naar de Verenigde Staten.

Er is een uitvoerig onderzoek gedaan naar de bewegingen van de slavenschepen, vastgelegd in ’n uitgebreide, uitstekende en vrij volledige database,
(http://www.slavevoyages.org/tast/assessment/estimates.faces), deze wordt genoemd, maar er worden andere cijfers gebruikt. Daarnaast legt Van Engelen anderen heel wat uitspraken in de mond (‘Oh my god’, zei een blanke Amerikaanse vrouw toen ze weer buiten stond, p. 24), dit is erg storend omdat er verder geen uitleg aan wordt gegeven. Verder komt het woord ‘misschien’ erg vaak voor.

Van Engelen haalt heel wat bronnen boven water, doorbreekt heel wat stereotiepe beelden (de slavenhandel in Afrika ging nog lang door na de afschaffing van de handel in 1808, ook zonder de inbreng van de Europeanen) en bekijkt de geschiedenis van allerlei kanten. Hij prijst zichzelf met het feit dat hij heel wat bronnen heeft blootgelegd en verwerkt in zijn boek. (Terug in Nederland bezocht ik bibliotheken, raadpleegde ik historici en nam ik een duik in de archieven, p. 32). Maar wat is de meerwaarde daarvan als je de bronnen niet duidelijk in voetnoten verwerkt? Kleine moeite lijkt me zo. Een uitgebreide boekenlijst per hoofdstuk is dan leuk en aardig, maar de schrijver verwacht toch niet dat de lezer zelf gaat uitpluizen wat waar staat en wie wat geschreven heeft? Een grove misser mijns inziens, vooral omdat hij zulke interessante egodocumenten heeft gevonden, die ook belangrijk kunnen zijn als bron voor anderen.
In dit jaar van 150 jaar afschaffing van de slavernij zien we een grote productie in Nederland aan werken over dit onderwerp. Dit boek is bedoeld als populair-wetenschappelijke uitgave, voor een groot publiek. De schrijver heeft behoorlijk wat subsidie van diverse instanties ontvangen om het te schrijven. Misschien is zijn opdracht voorin het boek wel tekenend: ‘ter nagedachtenis aan mijn vader’, en niet ‘aan de mensen die zijn weggevoerd uit West-Afrika’. Ik ben een kritische lezer, en ondanks dat de auteur vermeldt dat hij 3 jaar een relatie had met een meisje van Surinaamse afkomst, betrap ik hem hier en daar toch op neerbuigendheid ten opzichte van de Afrikanen. Het boek is bruya, en ondanks alle invalshoeken zweemt het naar eurocentrisme. Misschien iets voor bij het volgende lustrum: een nazaat die over Elmina schrijft?


Gezicht op Elmina. Willlem Troost (1812-1893). Elmina was de poort waardoor veel tot slaaf gemaakte Afrikanen naar de Nieuwe Wereld (en dus ook Suriname) werden vervoerd. Elmina ligt in het huidige Ghana. Toen heette het nog Goudkust, een lang vergeten Nederlandse kolonie.

Dat dit niet a priori vol sentimentaliteit hoeft te zijn, bewijst Ellen Ombre. In een klein artikel in De Groene Amsterdammer van 13 juni 2013 schrijft ze over een schilderij van Willem Troost (1812-1893) met een romantisch zicht op Fort Elmina, dat aan haar werd vermaakt door Silvia de Groot (wetenschapper met veel kennis over de marrons, overleden 2009). Ombre geeft aan hoe het schilderij in haar bezit kwam, maar staat ook zeer kritisch ten opzichte van de toekomst van het kunstwerk: wat is de beste plek? Het verbaast haar dat de bijdrage van de Afrikanen aan de slavenhandel in Suriname vaak wordt verwaarloosd in het discours over slavernij. Zou ze van mening zijn dat Elmina voor haar voorouders een hellekrocht is geweest?

Marcel van Engelen: Het kasteel van Elmina. In het spoor van de Nederlandse slavenhandel in Afrika.  Amsterdam: De Bezige Bij, 2013. ISBN 978 90 234 7704 4


Bewustwording centraal bij 150 jaar ‘Keti Koti’

Schoolkinderen hebben zich uitgedost voor de herdenking 150 jaar afschaffing slavernij.



De viering van ‘Keti Koti’ (afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863) is vandaag ingeluid. Al vroeg in de ochtend was te merken dat dit jaar de 150ste herdenking intensief zal worden beleefd. Er is een nationale commissie in het leven geroepen voor de herdenking van diverse jubilea, met een budget van ruim SRD 1.5 miljoen.

Deze commissie heeft landelijk ruim 160 activiteiten geregistreerd die vanaf vandaag plaatsvinden. “Maar dat is wat we hebben geregistreerd. Ik ben er zeker van dat het aantal activiteiten het drievoudige hiervan zal zijn”, zegt Elviera Sandie, secretaris van de commissie.

Sfeer al aanwezig 
Op vrijwel alle basisscholen is dit jaar veel aandacht besteed aan Keti Koti. Opvallend was dat veel meer leerlingen en leerkrachten gekleed gingen in traditionele Afrikaanse klederdracht. Enkele scholen hebben een optocht gehouden compleet met drumband. In de binnenstad heerst er een sfeervolle drukte en er worden op het Onafhankelijkheidsplein de laatste voorbereidingen getroffen voor het opzetten van podia en andere installaties.

Aan de Waterkant en de Palmentuin worden zoals gewoonlijk de meeste activiteiten gehouden. Ook dit jaar worden er ceremonies gehouden bij het plakkaat van Kodjo, Mentor en Present, op het plein dat naar deze Afrikaanse helden is vernoemd. Daarvoor zal de stoet van verschillende organisaties zich verzamelen bij het beeld van Kwakoe aan de dokter Sophie Redmondstraat.

Bezinnen 
Armand Zunder, onderzoeker naar het slavernijverleden van Suriname, vindt dat er alles aan gedaan moet worden opdat deze dag niet meer wordt gevierd, maar herdacht. Hij merkt op dat de Nederlandse kolonisator 383 jaren lang gezorgd heeft voor één van de ergste dieptepunten in de geschiedenis van het land. De nadruk moet vooral worden gelegd op de sociaal-economische, culturele, fysieke en mentale schade, waarvan volgens Zunder er nog altijd geen goed begin is gemaakt die te herstellen.
“Ik ben geen voorstander van een viering, maar van bezinning, over wat de positie is van de Afro-Surinamer. Wat doen we na 1 juli, hoe gaan we om met de mentale slavernij waarin we nog altijd verkeren en hoe moet onze houding zijn naar de toekomst”.



Zunder vindt dat het al lang tijd is voor een echte nationale conferentie waar deze en andere zaken goed worden besproken en de Afro-Surinamer in het bijzonder tot het volle bewustzijn komt dat niet kan worden vastgehouden aan een viering. “We moeten naar de toekomst kijken. Hoe die achterstand weg te werken. Ik geef eenieder mee dat deze dag er is om te bezinnen, en te zorgen dat we samen komen tot hogere hoogten, persoonlijk, voor de groep en voor de Surinaamse natie”, zegt Zunder.

Zowel hij als Iwan Wijngaarde van de Federatie van Afrikan Srananman, wijst er op dat in 1863 er geen afschaffing is gekomen van de slavernij. “De slaven moesten nog tien jaar op de plantages werken. In 1873 kwam pas de sociale vrijheid”, zegt Wijngaarde. Hierover houdt de organisatie zaterdag twee lezingen. De eerste heet ‘het gejubel en gejuich in 1863’, verzorgd door Jerry Egger. De tweede lezing wordt verzorgd door Lila Gobardhan met als titel ‘Wat is er gebeurd in 1873’. De lezingen worden gehouden in de botanische tuin aan de Previenlaan.

[uit Starnieuws, 28 juni 2013]

Vrij van Slavernij: Database Curaçao


De index Vrij van Slavernij is een index op de manumissies van slaven op het eiland Curaçao. Deze manumissies zijn afkomstig uit het Oud-Archief van Curaçao tot 1828, het Nieuw-Archief van Curaçao van 1828-1845 en het het Archief van het Ministerie van Koloniën van 1814-1863. 

Welke gegevens vind ik in deze index?

In de treffers vindt u de namen van de vrijgelatene en eventueel namen van familieleden, de naam van de slaveneigenaar en de datum waarop de vrijlating heeft plaatsgevonden. Soms vindt u ook wat er voor de vrijlating is betaald.

Klik hier voor de database.

Sabi Yu Rutu toont noodzaak stamboomonderzoek

door Tascha Samuel

Paramaribo - De expositie Sabi Yu Rutu geeft bezoekers niet alleen een terugblik, maar ook een handleiding van het eigen verleden. De expo bestaande uit kunst, oude foto’s uit het archief van de Evangelische Broeder Gemeente Suriname (EBGS) en stambomen, werd donderdag geopend bij het Jeugdcentrum.

De zaal met daarin de expo 'Sabu yu ruti' in het jeugdcentrum. De terracotta kleikoppen van kunstenaar Ken Doorson getiteld ‘Generation’ en de oude foto’s en portrettekeningen uit het EBGS archief zijn in beeld. (Foto:  Irvin Ngariman)

"Ken je eigen geschiedenis. Zoek die op, dan ga je die meer waarderen en kan je er zelf je eigen interpretatie aan geven", meent Marilva Eiflaar. Zij deed donderdag onder redelijke publieke belangstelling verslag van het jongerengenealogieproject; een samenwerking tussen het EBGS-archief, Na Afrikan Kulturu fu Sranan (Naks), Ancestors Unknown en de organisatie Who.Am.I. "Het is van belang je geschiedenis te kennen. Het is dwaas als we die niet kennen", meende dominee Edgar Loswijk, die kort Gods zegen afsmeekte voor het samenzijn. De expo is tot 1 juli te bezichtigen.

Zelfonderzoek
Het Sabi Yu Rutu-project is in januari van dit jaar gestart met als doel jongeren bewust te maken van hun afkomst. "We kregen ouderen die in de archieven kwamen zoeken, omdat hun kinderen vragen stelden. Toen dachten we waarom niet de jongeren leren hoe zelf onderzoek te doen? Daardoor kwam Sabi Yu Rutu tot stand", legt Eiflaar uit, zelf werkzaam bij het EBGS-archief. De Amerikaanse Dana Saxton van de organisatie Ancestors Unknown, trainde de jongeren in onderzoekstechnieken, hoe en waar ze kunnen zoeken en welke bronnen ze kunnen opzoeken. Ze leerden ook om vanuit schilderijen en foto's informatie te zoeken en zelfs vanuit de dans.

Zoektocht
Ank de Vogel-Muntslag vertelde over haar zevenjarige zoektocht naar de Afrikaanse stamvader van de Surinaamse familie Muntslag, genaamd Avantuur Windhorst. Vorig jaar verwerkte de Ghanese kunstenaar Jeremiah Quarshie, het verhaal van Avantuur en zijn nakomelingen in een kunstwerk voor een expositie van het Stedelijk Museum projectbureau. Dit kunstwerk is gedeeltelijk te zien bij deze expo. Het bijzondere van het werk is dat het gezicht van de Vogel- Muntslag is opgebouwd uit woorden, namen en zinsneden die geschiedkundige informatie bevatten.

Op de expo staan een tweetal werken van Shaundel Horton en ook twee van Miquel Keerveld getiteld 'Help me take it away'. Kleurige mensfiguren die 'overschaduwd' lijken te worden door de zwarte verf die als duisternis over hen heen hangt. Een groot schilderij van Raimen Bijlhout waarop een oude zandstraat met typische houten huisjes is uitgebeeld, heeft een sterke owruten-sfeer. Opmerkelijk is de installatie van terracotta kleihoofden van Ken Doorson getiteld 'Generation'. Oude foto's en portrettekeningen uit het EBGS-archief en stambomen maken de expo tot een geheel. Met Sabi Yu Rutu wil de organisatie van de EBGS anderen inspireren om op zoek te gaan naar hun eigen identiteit via stamboomonderzoek. De organisatie wil ook de rol die kunst kan vervullen in de beleving van onze geschiedenis aangeven.


[uit de Ware Tijd, 29/06/2013]

Theo Hiemcke - Marrons/Maroons


Onze voorouders werden tegen hun wil naar dit land gebracht, ze werden verhandeld en gedwongen voor hun eigenaren te werken. zij plantten de gewassen en oogstten de opbrengst voor hun meesters, zij zwoegden op het land in de hete zon en in de stromende regen, zij ondergingen afschuwelijk onrecht en stierven in gevangenschap, zij vluchtten in het onbekende oerwoud waar het leven even hard was maar wisten op de een of andere manier te overleven, zij verdedigden hun kwetsbare vrijheid, hun trots en zelfrespect, zij bouwden hun eigen dorpen, plantten hun eigen gewassen en behielden hun eigen cultuur, zij eerden hun voorouders en aanbaden hun eigen goden, zij werden sterker en sterker, zij sloten vrede met degenen die hun hadden gevangen genomen honderd jaar voor de slavernij in het land werd afgeschaft, zij overleefden verschrikkelijke ziekten, vooroordeel, discriminatie en isolement, geleidelijk aan werden zij echte bewoners van het tropisch regenwoud dat hun in leven hield met zijn overvloedige rijkdom, zij kerfden hun korjalen uit boomstammen, bouwden hun hutten van het houd en bedekten ze met palmbladeren, de rivieren boden hen vis, het bos zorgde voor wild en hun kostgrondjes voor mais, bacoven en cassave, zij oogstten geneesmiddelen uit het bos en goud uit de rivierbeddingen. Ze bouwden aan de dam die anderen van stroom voorziet en een belangrijk deel van hun woongebied in een stuwmeer veranderde.



Wij, hun nakomelingen werken als gezondheidswerkers mee in onze eigen poliklinieken en streekziekenhuizen, bouwen scholen voor onze kinderen, ‘lodges’ voor toeristen en een museum om de offers van onze voorouders, nu onze trotse erfenis, te eren, we gaan voor hogere opleidingen naar de universiteit in Paramaribo en komen snel vooruit op de maatschappelijke ladder, we streden een ongelijke strijd tegen de dictatuur, werden opnieuw uit ons woongebied verdreven, raakten op drift maar herstelden de democratie en nemen nu deel aan de regering van het land, we zijn de ‘survivers of the fittest’, gehard door honderden jaren van loodzware geschiedenis en nu beter dan ooit voorbereid op de toekomst.

26.06.13



Our ancestors were brought to this country against their will, they were sold and forced to work for their owners, they planted the crops and reaped the harvest for their masters, they toiled the land in the hot sun and pouring rain, they suffered horrible injustice and died in captivity, they fled into the unknown jungle where life was just as hard but somehow they managed to survive, they defended their fragile freedom, their pride and self-respect, they build their own villages, planted their own crops and preserved their own culture, they honored their ancestors and worshipped their own gods, they grew stronger and stronger, they made peace with their former captors a hundred years before slavery was abolished in the country, they survived terrible illnesses, prejudice, discrimination and isolation, they gradually became real inhabitants of the tropical rainforest that sustained them with its abundant natural richness, they carved their canoes out of the trees, build their huts with the wood and covered the roofs with palm leaves,  the rivers provided them with fish, the jungle with meat and their plantings with corn, banana and cassava, they harvested medicines from the bush and gold from the riverbeds, they worked at the dam which drowned an important part of their territory.



We their descendants participate as health workers in our own medical clinics and regional hospitals, we build schools for our children, lodges for tourists and a museum in honor of the sacrifices of our ancestors,  now our proud heritage, we seek better education at the university in Paramaribo and rapidly get higher on the social ladder, we fought an uneven guerilla war against dictatorship, were again driven out of our territory, derailed but restored democracy and now participate in the government of the country, we are the survivors of the fittest, hardened by hundreds of years of harsh history and now better than ever before prepaired for the future.
  

26.06.13


Alle foto's zijn van Nicolaas Porter, van wie nu een fototentoonstelling is te zien in het Bezoekerscentrum Amsterdamse Bos, Bosbaanweg 5, Amstelveen

zaterdag 29 juni 2013

God is niet wit

door Bert Altena

Voor wie het nog niet wist: op 1 juli van dit jaar is het anderhalve eeuw geleden dat de slavernij in Nederland werd afgeschaft. De handel in slaven was al enkele decennia eerder verboden. De volledige afschaffing van de slavernij kwam laat, vele andere landen gingen Nederland voor, en was aanvankelijk ook nog eens halfslachtig. Want als compensatie voor de plantagehouders in Suriname werden de oud-slaven geacht om nog tenminste tien jaar op dezelfde plantages te blijven werken, een regeling die bekend geworden is als het ‘staatstoezicht’. Op de Antillen bleef de slaaf één dag in de maand voor de oude meester werken en bleven andere privileges voor de bezitters nog lange tijd in stand.

Deze feiten zijn terug te vinden in het boek God is niet wit dat over ons slavernijverleden gaat. Kennis die bij de meeste mensen in globale zin wel bekend zal zijn, over de Nederlandse rol in de zogenaamde driehoekshandel, waarbij door Europese handelaren slaven in Afrika werden gekocht, vervolgens naar Amerika of de Cariben vervoerd en verkocht, terwijl op de terugreis handelswaar werd meegenomen naar Europa. Een praktijk die ongeveer twee eeuwen duurde en een belangrijke factor is geweest in de rijkdom die ons land in de 17e en 18e eeuw ontwikkelde. Maar als je al die gegevens bij elkaar ziet en ook nog eens leest hoe machthebbers en kerkelijke autoriteiten deze slavenhandel rechtvaardigden, en welke beelden en ideeën men had ten aanzien van de zwarte medemens, word je door plaatsvervangende schaamte bevangen.

Dit gevoel wordt alleen maar sterker als je de persoonlijke verhalen in God is niet wit leest. Want de historische paragrafen nemen door het hele boek heen een belangrijke plaats in, de nadruk valt op de verhalen van allerlei betrokkenen. Vooral mensen met een Surinaamse, Antilliaanse of Caribische achtergrond die in Nederland wonen. Mensen die ook na zoveel generaties de pijn van het slavernijverleden ervaren, geconfronteerd met hedendaagse vormen van achterstelling en racisme. Ook al wordt duidelijk dat betrokkenen daar verschillend in staan – de één voelt zich slachtoffer, de ander benadrukt juist het belang om van je eigen kracht uit te gaan – duidelijk is dat het verleden niet zomaar voorbij is, ook niet na anderhalve eeuw. Waarbij dan ook nog eens komt, dat ‘ onze’ omgang met het slavernijverleden niet direct getuigt van sterke betrokkenheid en een diep verantwoordelijkheidsgevoel. Een monument voor het slavernijverleden staat pas sinds 2002 in Amsterdam. Oproepen om de kwetsende figuur van Zwarte Piet bij het Sinterklaasfeest te vervangen, vinden nauwelijks gehoor. Racisme en achterstelling maken deel uit van de ervaringswereld van veel niet-blanken in onze samenleving.

Misschien dat dit boek en de aanstaande 150e herdenking hieraan iets gaat veranderen. De schrijfsters en de organisaties (st. Herdenking 2013 en Kerk en Wereld) die dit fraai vormgegeven en uitgegeven boek hebben samengesteld zijn daar wel op uit. Verzoening is nodig. Maar verzoening is een proces dat begint met erkenning van schuld  en betrokkenheid. Verschillende stemmen in het boek pleiten hiervoor, onder andere die van de secretaris van de PKN (voorzichtig) en vanuit de Raad van Kerken (krachtig). In dit proces zal het er ook om moeten gaan om de juiste lessen uit het verleden te trekken, om kritische zin te ontwikkelen voor moderne vormen van slavernij, afhankelijkheid en uitbuiting.

In een preek van Rhoïnde Mijnals–Doth, die ze op 1 juli 2012 hield en die in het boek is opgenomen, verwoordt ze het indringend: “Zal onze zoektocht naar innerlijke vrijheid lukken? Zal het ons lukken om schuld te belijden voor de wandaden in het verleden, om vergeving te vragen en vergeving te schenken? Zal het ons lukken om als broeders en zusters – zowel nazaten van slaven als van slaveneigenaren – echt vrij te zijn en samen als gelijkwaardige mensen op te trekken, zonder dat we het gevoel hebben door een paar woorden of een bepaalde blik de ander te kwetsen?
Ik geloof dat het mogelijk is. Als we die zoektocht met onze God aanvangen, mogen we wonderlijke dingen van Hem verwachten” 
(p. 73).

God is niet wit is mede dankzij dit soort persoonlijke en betrokken verhalen een aansprekend en toegankelijk document geworden. Het valt te hopen dat het op verschillende plaatsen mensen inspireert tot ontmoeting en gesprek en zo bijdraagt aan het proces van erkenning en verzoening.

Gea Gort en Eva Mabayoje, God is niet wit. Ons slavernijverleden – wat doen we ermee? Ark Media Amsterdam 2013, 160 pag., isbn 9789033800238, € 16,95

[van de blogspot Bert Altena, berichten van een dominee]


Martinique Celebrates 100th Anniversary of Aime Cesaire’s Birth

Above: Martinique Regional Council President Serge Letchimy at a ceremony Wednesday


By the Caribbean Journal staff

It was 100 years ago Wednesday that Aimé Césaire, the leading political figure in Martinique in the 20th century, was born. Césaire, a writer, poet, thinker and longtime mayor of Fort de France, inspired multitudes as one of the founders the “négritude” movement.

Serge Letchimy, the president of Martinique’s Regional Council, said meeting Césaire was an “honour and a privilege.” “His whole life was only thinking, wisdom, goodness,” he said. “Martinique will never forget you. Martinique thanks you.”

Martinique, which renamed its international airport for Césaire in 2007, has been holding a series of celebrations this year to mark the centennial of Césaire’s birth.

Césaire was born in Basse-Pointe Martinique in 1913, before moving to Paris, where he lived for eight years. It was there that he founded the landmark literary review called L’Etudiant Noir, “the black student,” which was a forebear of the Négritude movement, which encouraged black youths to “maintain a positive racial identity.” He served for 55 years as the mayor of Martinique’s capital city.

Césaire passed away in 2008.

[from Caribbean Journal, June 26, 2013]


Alice Yard goes Bijlmer

Uniarte is proud to announce another presentation in collaboration with CBK Zuid-oost and Sasha Dees. In the presentation “Alice Yard Goes Bijlmer”, Alicia Milne and Luis Vasquez La Roche will briefly introduce Alice Yard the art collective at 80 Roberts Street, Woodbrook, Port of Spain and present their work trajectory in Trinidad and Tobago.
The event will take place on Thursday July 4th from 1600hrs – 18.30hrs at the CBK Amsterdam Zuidoost located at Anton de Komplein 120, 1102 DR Amsterdam Zuidoost. For more information and to RSVP visit here.

See more here.



‘In de straten van de hemel’

door Els Moor

‘In de straten van de hemel’ is de titel van de derde Cola Debrot-lezing, georganiseerd door de werkgroep Caraïbische Letteren, die Antoine de Kom op 21 juni hield in Amsterdam. Antoine de Kom, kleinzoon van Anton de Kom, is forensisch psychiater, die de psychiatrie binnen de gerechtelijke wereld uitoefent. Hij is ook dichter en schrijver. De titel van de lezing is ontleend aan het vierregelige gedicht, in het Spaans en Nederlands, dat Cola Debrot vlak voor zijn dood schreef en dat helemaal op het eind van de lezing gebruikt wordt.

Antoine de Kom. Foto © Isabella Vink


‘In de straten van de hemel hebben wij ons verstand verloren’, is de eerste regel in het Nederlands. Het Spaanse woord voor verstand betekent ook zintuig, gevoel, begrip, inzicht, bewustzijn, betekenis en richting. In wat op de hemel lijkt, zijn wij verward geraakt, concludeert Antoine de Kom en die tegenstelling, hemel waarin je verward raakt, heeft in zijn opvatting alles te maken met Suriname, vroeger en nu.

Antoine de Kom wil dat zijn publiek de zaal ‘opgewekt, verkwikt en vrolijk’ zal verlaten. Kan dat lukken met een zwaar onderwerp als slavernij? In zijn lezing zitten realistische, maar ook hoopgevende gedachten, waar het de verhouding met het slavernijverleden betreft en helaas ook de sombere waarheid van Suriname nu. Die waarheid is dat er in ons land nieuwe meesters zijn opgestaan na de onafhankelijkheid die de oude tegenstelling ‘tussen heer en horige’ alleen maar hebben herhaald en bepaald niet opgeheven.

Symboliek en humor zijn belangrijke middelen die Antoine de Kom noemt als bepalende krachten in de geschiedenis om eigenheid te ontwikkelen. Hij verwijst in dezen naar zijn grootvader van moeders kant, Arie, die gek was op ‘suikerbeesten’, grote en kleine, die veel grappige betekenissen zouden hebben. Als Arie daarover met Antoine’s andere grootvader, Anton de Kom, gesproken zou hebben, zou die de sombere kanten van het suikerbeest hebben benadrukt. Suiker komt van een suikerplantage en als je daar slaaf was, zat je goed fout. Antoine spreekt veel bewondering uit voor zijn grootvader van vaders kant, de auteur van Wij slaven van Suriname. Wat hem aangrijpt bij het lezen van het boek is dat ‘macht en seksualiteit zo dicht bij elkaar in bed kwamen te liggen.’ De meester kan ook verslaafd raken aan de slaaf! En de slaaf? Wat kan die dan doen? ‘Die kan ruwweg twee kanten op: zich onderwerpen en vereenzelvigen met de meester, of in verzet gaan door weg te lopen of de meester vreselijk vleselijk te laten voelen dat slaven een slavenmacht vormen en daarmee zijn nachtmerrie zijn. Is de meester dan het suikerbeest geworden waar de slaaf begerig naar kijkt?’ Ha, ha, humor! Humor en werkelijkheid.
 
A. de Kom met vrouw en kinderen in de Nieuwe Hekkenlaan, Den Haag
Een motief dat ook een grote rol speelt in de lezing van Antoine de Kom is de zwart-wit-verhouding wat huidskleur betreft: meesters waren meestal wit en slaven zwart. Dit gegeven heeft nogal zijn stempel gedrukt op etnische verhoudingen in het Caraïbisch Gebied tot op de huidige dag. Antoine de Kom zelf draagt beide in zich. Hij is namelijk licht van kleur en is dat als een uitdaging gaan zien. Grootvader De Kom trouwde een witte vrouw en Antoine’s vader ook weer. Hij ziet zichzelf als ‘een nazaat van beiden’ en vindt het belangrijk zijn eigen wortels bloot te leggen. In de wording van het individu herhaalt zich de wording van een gemeenschap. Antoine heeft bewondering voor zijn grootvader Anton, die stond voor: ‘Het afleggen van de slavenmentaliteit, het komen tot eigenwaarde’. Hij belichaamde de strijd tussen meester en slaaf vanuit de geestelijke positie van de slaaf. Hij vocht voor eigenheid, zelfwaardering en onderlinge verbondenheid. Maar hij verbreedde zijn streven ook: met ‘de vroegere overheerser’ (de Nederlanders) ging hij in verzet tegen ‘een nieuwe overheerser’ (de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog), het ‘monsterlijke gedrocht dat fascisme, nazisme, heet.’ Anton de Kom gaf zijn wezen voor de vrijheid van zijn volk en zijn leven voor de vrijheid van de mens, zowel blank als zwart. We weten dat Anton de Kom vanwege zijn verzet afgevoerd werd naar een concentratiekamp en overleed in 1945. Antoine de Kom heeft zijn grootvader dus niet persoonlijk gekend. Hij werd in 1956 geboren.

De eigen cultuur kan een tegenkracht zijn bij overheersing. Cultuur geeft vorm aan de eigen werkelijkheid. Slaven vormden hun eigen wereld met hun muziek, dans, verhalen. ‘De katibo heeft zijn tambú en die helpt hem om weer meester over zichzelf te worden.’ Het scheppen van eigen symbolen is een krachtig wapen! Maar ook al ontwikkelen de slaven eigenheid, ze blijven slachtoffers en dat geeft trauma’s, verwondingen die littekens achterlaten die er nu nog zijn. Waar slachtoffers zijn, zijn er ook daders. Ook zij dragen de gevolgen van hun daden met zich mee. Hoe komen ze daarmee klaar? De Kom kijkt naar de Nederlandse samenleving, waar hij deel van uitmaakt, met witte en zwarte mensen. Hoe proberen de ‘daders’ klaar te komen met hún trauma’s? Ze kunnen de daden uit het verleden loochenen, doen alsof ze niet bestonden. De daders kunnen ook baas blijven: ‘We hebben jullie toch je vrijheid geschonken!’ Dat laatste is wat Antoine de Kom absoluut afkeurt en hij kijkt dan ook met wantrouwen naar de herdenkingen van de afschaffing van de slavernij in Nederland. Meester en slaaf moeten loskomen uit hun worsteling. Een voorbeeld daarvan is de commotie rond de onthulling van het standbeeld van Anton de Kom in de Bijlmer op het naar hem genoemde plein. Het beeld is naakt. Roept het daardoor associaties op met een slaaf? Tegenstanders benadrukken de onwaardigheid ervan. Moet het beeld gekleed worden? Wordt het daardoor niet weer meester? En Antoine zegt: ‘Net zoals mijn grootvader mij waarschijnlijk onbedoeld witter maakte, zo heeft de kunstenares ons hier gedwongen anders naar het blote te kijken. Een mooi voorbeeld van ‘symboolverschuiving’.

Een blote grootvader: Anton de Kom op het naar hem vernoemde plein; beeld van Jikke van Loon.
Foto © Jank Poulissen


Antoine de Kom kijkt ook naar het huidige Suriname, waar hij vaak komt omdat zijn ouders hier wonen. Hier vindt hij een harde waarheid: dat er in het land nieuwe meesters zijn opgestaan die de verhoudingen uit de tijd van de slavernij hebben herhaald, niet opgeheven. De geschiedenis wordt vooral in de media vaak vervalst en veel mensen durven niet openlijk te spreken over de situatie. De economie bloeit, maar bloedt. Het gaat om de exploitatie van bronnen die uitputbaar zijn (goud bijvoorbeeld). En drugshandel bloeit. Woord en symbool schieten tekort. De Kom haalt er de ‘hemel’ van Debrot bij. Een hemel die niet bestaat, waar begeerte en angst de mensen beklemmen, zolang er beknot wordt en ‘mensen dingen zijn’. Een oplossing? Ja, De Kom noemt die ‘sufri’, een onbaatzuchtige levenshouding, waarin vorm en wezen samenvallen, een houding die bevrijdt. ‘Sufri’ is voor eenieder die een vrije Surinaamse gemeenschap wil in en buiten Suriname, geweldloos, zichtbaar, enzovoort. ‘Sufri’ is geen programma, maar een open keten van principes. Antoine de Kom besluit met de woorden: ‘Onze innerlijke kracht kan het juk van onderwerping overwinnen. Nu en in de toekomst. De duistere zone hoort in het felle zonlicht van onze vastberadenheid weg te bleken. De gevallen engelen onder ons kunnen hun naakte schande niet blijven verhullen. Wij bepalen dat. Wij zijn onze eigen leiders.’
 
Gevallen engel, Parijs 1980. Foto © Frédéric Gérard
[Deze tekst is een samenvatting van de schriftelijke versie van de lezing, die we toegestuurd kregen. Helaas kunnen we niet even naar Amsterdam om zo’n lezing bij te wonen.]

[uit de Ware Tijd Literair, 29 juni 2013]


Eindelijk Vrij vertelt kinderen marrongeschiedenis



door Tascha Samuel

Paramaribo - In het kader van 150 jaar afschaffing van de slavernij heeft de stichting Hosea gemeend de marrongeschiedenis vast te leggen. De organisatie geeft dan ook een boek uit met als titel Eindelijk vrij, waarin aan kinderen het verhaal van de Marrons verteld wordt.
Ze maken kennis met helden die al eerder dan 1863 het juk van de slavernij van zich af hebben gegooid. "Vanuit mijn stichting heb ik vaker boeken naar het binnenland gebracht voor kinderen. Ik keek het assortiment nog eens door en schaamde me eigenlijk dat er geen Surinaamse boekjes bij zaten. Ik verlangde ernaar om een boekje uit te geven waarvan het verhaal zich afspeelt in de belevingswereld van de kinderen in het binnenland van Suriname", legt Hyacinth Bos-Halfhide, voorzitter van de stichting Hosea, uit.

Spannend
Zij kwam in contact met Annelies den Boer-Aside uit Moengo die de tekst voor het boek geschreven heeft. Het is een full-color boek met harde kaft van 35 bladzijden. De tekeningen zijn van Ginoh Soerodimedjo, gemaakt op de achtergrond van echte foto's van het binnenland. "Wat het uniek maakt is dat deze verhalen niet staan in onze geschiedenisboekjes. Het is echter wel een waargebeurd verhaal gegoten in een spannend kinderverhaal ", licht Bos toe. Professor Frank Jabini, is de historische consulent geweest.

Foto © Nicolaas Porter


Gratis
Het is de bedoeling dat dit boekje op elke school in het binnenland aanwezig zal zijn, waar het ook gratis verspreid moet worden. "Door het kopen van het boekje in de stad, ondersteun je ook het project. Het boekje zal ook in Nederland verkrijgbaar zijn", licht Bos toe. De presentatie is donderdag in het Lalla Rookh gebouw. "Er zal een optreden zijn van een dansgroep en enkele korte speeches van de mensen die hebben meegewerkt. Op zaterdag is er een feestelijke bijeenkomst met live muziek en een signeersessie van Den Boer Aside in boekenwinkel de Oase."


[uit de Ware Tijd, 26/06/2013]

Trommelgeesten (4)

door Fred de Haas
Olurun

De Yoruba
De godsdienst van de Yoruba uit Nigeria behoort tot de meest ontwikkelde van West-Afrika. Omdat de Yoruba vrij laat in, bijvoorbeeld, Cuba en Brazilië zijn aangekomen, hebben hun tradities zich goed weten te handhaven in hun nieuwe ‘vaderlanden’.
Ook de Yoruba geloofden in een Opperwezen (OLURUN) dat in de praktijk alleen maar wordt benaderd  via de lagere goden (ORISHA). Olurun schiep de wereld en de mensen.
Elke Orisha heeft zijn eigen tempel, volgelingen en rituelen. Trommels zijn een onontbeerlijk onderdeel van de rituelen en elke Orisha heeft ook zijn eigen karakteristieke trommelritme.
Godheden die we kennen uit de Afro-Caribische godsdiensten zijn Yemanya (godheid van het water), Ogun (god van het ijzer) en Legba (bewaker van kruispunten, tempels en poorten van de stad). Zie You Tube / Papa Legba. Let op het offeren van de kip, het virtuoze spel op de ploegschaar en de trommel.

De Yoruba vragen vaak raad aan het orakel IFA dat wordt uitgelegd door de Babalao, de waarzegger en kenner van het orakel. Dat orakel wordt ook geraadpleegd in Cuba, waar de ‘priester’ ook ‘Babalao’ (= vader van de geesten) wordt genoemd.
Voor het IFA orakel heb je een ronde plank nodig en 16 Kolanoten. De priester laat de noten van de ene hand in de andere glijden. Naargelang het aantal noten dat in een hand achterblijft maakt hij streepjes op de plank. Er zijn talloze combinaties mogelijk en telkens na acht keer verschuiven van de noten geeft de priester zijn uitleg bij de streepjes, met dien verstande dat hij niet zelf de uitleg geeft maar - via hem - de godheid van de IFA. Zie ook You Tube /  The Ifa Divination System.

Yoruva trom in de vorm van een tijdglas

In de ‘tempels’ vind je alle elementen die nodig zijn voor de cultus: ‘heilige’ trommels, ‘magische’ kruiden, ‘heilig’ water, stenen, schelpen, noten, beeldjes enz.
Eens per jaar is er groot feest met gemaskerde dansers, trommelaars en komieken om geluk af te smeken en boze geesten te verdrijven.
‘Zwarte’ en ‘witte’ magie zijn wijdverbreid onder de Yoruba. Onder ‘witte’ magie verstaan we de rituelen die worden aangewend voor goede, sociale doelen zoals het maken van regen voor de gemeenschap. ‘Zwarte’ magie is anti-sociaal, duister en dient om schade toe te brengen. Hierbij neemt de zwarte magiër nooit de verantwoording voor de gevolgen van zijn zwarte kunsten. De verantwoordelijkheid berust altijd bij degene die van zijn diensten gebruik maakt.

De Bantu
De Bantu uit Angola en Congo kennen niet zo’n goed gestructureerd religieus systeem als de Yoruba. Vandaar dat er weinig van hun godsdiensten bewaard is gebleven in de Nieuwe Wereld.
Ook de Bantu geloofden in een Opperwezen, in reïncarnatie en zij vereerden hun voorouders. De Bantu deden ook aan witte en zwarte magie. De algemene naam die ze in hun taal (Kimbundu) gaven aan magische kruiden, poedertjes en vergif is ‘Wanga’, een naam die ook voorkomt op de Benedenwindse eilanden.
Een Bantu uit Gabon

Het feit dat de Bantu geen uitgesproken godheden kenden en geen gestructureerde mythologie hadden zou een verklaring kunnen zijn voor de afwezigheid van Afrikaanse religie op Curaçao. In het proefschrift van Han Jordaan (Slavernij en Vrijheid op Curaçao, 2012) lezen we in tabel 1.11 op bladzijde 276 (Slavenaanvoer Curaçao na 1730) dat de Middelburgse Commercie Compagnie van 1756 tot 1792 ongeveer 4000 Angolezen heeft aangevoerd. Dit feit kan ertoe hebben bijgedragen dat er geen gestructureerde Afrikaanse godsdienst is ontstaan op het eiland. Wat er nog aan Afrikaanse elementen over was is waarschijnlijk voor een groot deel onder invloed van de katholieke missie verdwenen.

We zullen nu bekijken hoe in bepaalde landen de Afrikaanse religies zich hebben gemanifesteerd en aangepast aan de officiële katholieke godsdienst en, in bepaalde gevallen, ook aan de inheemse. We zullen achtereenvolgens Cuba, de Franse Antillen, Haïti, Suriname, Venezuela en Brazilië aan een korte beschouwing onderwerpen. Tenslotte staan we uitgebreider stil bij de situatie op Curaçao.

Cuba
Omdat er in Cuba in de 19e eeuw nog sprake was aanvoer van slaven hebben originele Afrikaanse tradities zich daar nog beter weten te handhaven dan op Haïti, dat aan het begin van de 19e eeuw al een zelfstandige republiek was geworden en natuurlijk geen Afrikaanse slaven meer ontving.
Terwijl de meeste Afrikanen vóór 1800 uit Congo kwamen, waren het na 1800 vooral Yoruba (in Cuba noemde men ze ‘Lukumí’) die op het eiland werden ingevoerd. Het is daarom logisch dat het vooral de Yoruba zijn geweest die hun stempel hebben weten te drukken op de Afro-Cubaanse religieuze traditie en hun manier van ‘heiligenverering’ (Santería) hebben kunnen handhaven. Ook de Yoruba waarzeggerij via het IFA orakel dat rechtstreeks uit Nigeria komt is op Cuba gemeengoed geworden. Overigens heeft de religie van de Yoruba ook opgang gemaakt in de VS en het Caribisch gebied omdat talrijke priesters (Babalao) en hun assistenten om politieke redenen naar de VS zijn geëmigreerd. Miami is op die manier een centrum van Santería geworden. In de VS zijn veel leden van de blanke middenklasse volgelingen van de Santería. Zie You Tube Santeria en Miami. Ache Pa' Ti - II Parte – AméricaTevé.
Cubaanse zanger

Overigens begunstigde de communistische Fidel Castro de Afro-Cubaanse godsdienst om zo een tegenwicht te kunnen vormen tegen de katholieke kerk en ook omdat zijn politieke aanhangers vooral te vinden waren in de - zwarte -  mensen uit de lagere sociale klassen die voor het merendeel de Afro-Cubaanse godsdienst aanhingen.

In de koloniale tijd beijverde de katholieke kerk zich om religieuze gemeenschappen (cofradías) te stichten waar de verering van ‘heiligen’ werd geïntroduceerd. Dat deed de kerk in alle katholieke koloniën. De Afrikanen namen de heiligen graag over, vergaten het christelijke verhaal erachter en pasten ze naadloos in hun Afrikaanse traditie in.
Er zijn op Cuba ook enkele Bantu (Congolese) rites bewaard gebleven. De ‘priesters’ van deze cultus heten ‘mayomberos’. Ze zijn bekend om hun zwarte magie. De Santería kent dus twee stromingen: de Lukumí (Yoruba) en de Mayombe (Bantu). De Mayombe stroming heeft sterk spiritistische trekken, net als de Braziliaanse Umbanda. De geesten van de Mayombe zijn dol op alcohol en sigaren. De ‘mayomberos’ maken ook pakketjes die een magische kracht (= bilongo) hebben. Zie ook You Tube Palo Mayombe Documentario en You Tube PALO MAYOMBE 2-4.avi

Zoals we hierboven al zagen heeft ook de Santería trekken gemeen met het katholicisme. Er is één God (Olorun) en veel ‘godheden’ (‘heiligen’). Obatala is de helper van Olorun. Andere goden zijn Ochun (de Maagd van Cobre), Yemanya (de heerseres over de zee) en Legba (= Elegua), de god van de kruispunten. Hij verschijnt als een zwervende geest (anima sola = almasola).
De goden worden opgeroepen met zang en trommelspel. In totaal spelen er drie trommels. De priesteressen raken in trance en hun dansen zijn sterk seksueel geladen.

[vervolg, klik hier]