Zijn betovergrootvader schreef het eerste gedicht in het Papiaments en won zo een weddenschap. Randal Corsen schreef de muziek voor de eerste Curaçaose opera. “Het is een klein eiland,” lacht de componist, maar dan, bewogen: “Verbijsterend om te bedenken hoe kort geleden dit allemaal is.”
![]() |
| Randal Corsen en Tania Kross. Foto © Eddy Westveer |
Lange tijd werd er buitengewoon neerbuigend over het
Papiaments gesproken. De eerste gouvernementsonderwijzer van de kolonie Curaçao
schreef in 1818: “Het papiament (van pappiar, spreken) bestaat uit bedorven
Spaansch, Indiaansch en Hollandsch, arm in woorden, zonder buiging, voeging of
geslacht onderscheiden, maar rijk in hevig door de keel uitgesproken wordende
schelle klanken, en vooral in scheldwoorden. Onverdragelijk is dit gekakel voor
het fijnere oor van den Europeaan bij zijne eerste aankomst, en moeijelijk kan
men aan dit kalkoenen geluid gewennen.”
Tot aan het begin van de twintigste eeuw was dit de gangbare
opvatting, zelfs al werd het Papiaments door alle lagen van de bevolking
gesproken. “Maar poëzie in het Papiaments, dat zou onmogelijk zijn. Mijn
betovergrootvader Joseph Corsen ging een weddenschap aan en schreef in 1905
‘Atardi’ – nog altijd een beroemd gedicht op Curaçao – en bewees daarmee het
tegendeel. Veel later ontdekte ik dat hij ook componeerde en op opmerkelijk hoog
niveau. Ik besloot een aantal van zijn pianowerken op te nemen.”
In de mazurka’s en walsen van Randals betovergrootvader
worden Zuid-Amerikaanse elementen toegevoegd aan de Europese traditie. Randal
zelf vertrok van Curaçao naar Nederland, aanvankelijk om er bouwkunde te
studeren, maar verruilde die studie al snel voor het conservatorium. Vooral als
jazzmuzikant maakte hij furore, maar hij werkte ook met het Nederlands Blazers
Ensemble en mezzosopraan Tania Kross.
Een Curaçaose opera
“Ik ken Tania al heel lang, nog van voor het conservatorium.
Het lezen van de novelle Katibu di Shon
van Carel de Haseth bracht haar op het idee voor een Curaçaose opera, in het
Papiaments, en gebaseerd op onze eigen muzikale traditie. We waren al een tijd
bezig met de opera, toen Tania ontdekte dat haar voorouders op dezelfde
plantage woonden als die van Carel – als slaven en meesters. Het is puur
toeval, of misschien juist het lot, dat Carel en Tania deze geschiedenis
delen.”
De novelle waarop de opera is gebaseerd, vertelt over de
vriendschap tussen slaveneigenaar shon (meester) Wilmu en zijn slaaf Luis en
hun gemeenschappelijke liefde voor de slavin Anita. Het loopt uit op een
dramatische confrontatie, tegen de achtergrond van de slavenopstand die op 17
augustus 1795 op Curaçao uitbrak en die met veel geweld werd neergeslagen.
“Daarom hebben we het koor, de slaven, een grote rol in de opera gegeven.”
Van de novelle naar de uiteindelijke opera bleek een lang
proces. “Allereerst moest de novelle die uit zes monologen bestaat omgezet
worden naar een sprekend verhaal. Carel en ik hebben geen opera-achtergrond,
dus dat ging gepaard met veel trial and error. Uiteindelijk moet je gewoon gaan
zitten en aftasten. Ik ontdekte gaandeweg dat ik bij het componeren juist veel
meer vrijheid had dan in het schrijven voor jazzensemble, waarbij je meestal
met vaste vormen en beperkt aantal maten werkt. Omdat ik nu voor klassiek getrainde
stemmen schreef, kon ik in mijn notenkeus heel ver gaan met veel complexere
harmonieën. Daarbij sturen klank, cadans, kleur en accenten van het Papiaments
de muziek.”
Ook liet Corsen zich inspireren door het eiland zelf. “Ik
ken het fort in Willemstad waar ooit de slaven werden opgesloten goed. Ze
konden niets zien, louter het gebeuk van de golven op de muren horen. Dat heb
ik gebruikt voor de prelude van de zee waarmee de vierde akte begint.”
De eerste scène van de opera staat in 12/8e, nou niet
bepaald het meest voorkomend in opera’s. “Het is een maatsoort die in veel
Curaçaose ritmes terug is te vinden. Maar swing schrijf je niet uit, maar
interpreteer je. Het is een ritmische benadering die niet goed vast te leggen
is notenschrift.”
Universeel
Corsen koos bewust niet voor een Antilliaanse
instrumentatie. “Dat ligt te veel voor de hand. Ik wil de essentie en het
bijzondere van de Antilliaanse muziek uitdragen. Die muziek gaat veel dieper
dan exotische instrumentatie. Daarom is de opera geschreven voor universele
instrumenten: dubbel strijkkwintet, klassiek slagwerk, klarinet, piano en
(elektrische) bas.”
Het universele van de opera is zeer duidelijk in het
libretto aanwezig. Niet alleen in de opbouw, met grote koorscènes, een
liefdesduet en zelfs een heuse aria furioso, maar bovenal door de inhoud.
Hoewel de première plaatsvindt in het kader van de herdenking van 150 jaar
afschaffing van de slavernij, is de opera geen aanklacht. “Nee, zeker niet. De
opera is onlosmakelijk verbonden met Curaçao, maar vertelt tegelijkertijd een
universeel verhaal. Er zijn veel meer landen en eilanden met een vergelijkbare
geschiedenis. Zoals Carel het zegt: ‘De opera vertelt het verhaal van mensen in
een onmenselijke omgeving van slavernij, maar ook dat van de menselijke
verhoudingen die dwars door alle sociale tegenstellingen heen lopen. De muziek
en de taal laten zien dat juist uit het contact tussen mensen van heel
verschillende afkomst iets moois kan ontstaan.’ Dat zou genoeg moeten zijn.”
Randal Corsen en Carel de Haseth - Katibu di Shon,
Stadsschouwburg Amsterdam, 30 juni en 1 juli (première).
























.jpg)

.jpg)

.jpg)









.jpg)



