dinsdag 30 april 2013

Curaçao Night in San Francisco

San Francisco, The Golden Gate Bridge. Foto © Michiel van Kempen

Willemstad — Curaçao zal tijdens de museumactiviteitenreeks ‘Orange Nights at the Young’ in de Amerikaanse stad San Francisco op 17 mei in de spotlights staan. Een avond die in het teken staat van de Curaçaose cultuur met exposities van Bea Moedt, Brett Russel en optredens van Kuenta i Tambu (KIT) en Futuro i Memoria di Kòrsou. Trekker van deze exposure is Natasha Chatlein.
Natasha Chatlein. Foto © CTB

‘Orange Nights at the Young’ is in het kader van de collectie-uitwisseling van het prestigieuze Koninklijk Kabinet van Schilderijen, het Mauritshuis in Den Haag, met het vooraanstaande ‘The Young Museum’. Onder andere het bekende Vermeer-schilderij ‘Het meisje met de parel’ wordt tentoongesteld. Tot en met eind mei zal er iedere vrijdagavond een culturele activiteit plaatsvinden in het museum. De aftrap vond afgelopen vrijdag plaats.

Het Nederlandse consulaat in San Francisco is het brein achter de Nederlandse culturele avonden. Tijdens een van de brainstormsessies schoof Chatlein, die bij de Netherlands Office of Science & Technology werkt, Curaçao naar voren. Volgens haar kan het eiland profiteren van deze exposure. De Bay Area die strekt van San Jose tot Berkley, telt zo’n 60.000 mensen met Nederlandse roots, maar kent ook een hoge concentratie van universiteiten en high-tech bedrijven zoals Google en Microsoft en personen die veel te besteden hebben, vaak ook met een avontuurlijke inborst en die nieuwsgierig zijn naar andere culturen. Het eiland zou volgens Chatlein meer aandacht aan deze potentiële toeristen moeten besteden.

Blue Curaça
o
Het culturele programma van de Curaçao Night bestaat uit een mix van traditionele en moderne cultuur. Bassist Eric Calmes, gitarist Jean-Jacques Rojer en percussionist Vernon Chatlein zullen speciaal voor deze gelegenheid een trio vormen. De mazurka’s en danza’s die zij ten gehore zullen brengen steken mooi af tegen de tambú van KIT. Verder zal er een ‘maradó di lensu’ aanwezig zijn. De diversiteit van het eiland wordt visueel verteld aan de hand van de fotoserie ‘Coming from where I’m from’ van Brett Russel. Bea Moedt toont de pracht en praal van het eiland. Daarnaast wordt er op 3D-schermen een documentaire over schrootkunstenaar Yubi Kirindongo vertoond en een video over Green Town.
De Hollandse menukaart zal voor die week ook kriyoyo gerechten bevatten. Naast hutspot kunnen de bezoekers kiezen uit stoba met funchi en keshi yená. Met de likeuren van Landhuis Chobolobo wordt er een speciaal cocktail gemaakt, net iets anders dan de bekende Blue Curaçao. Bovendien zal er een video van de productie bij Chobolobo worden vertoond.

Sponsorin
g
Het evenement rekent op sponsors als Curaçao Tourist Board, Maduro & Curiel’s Bank, het Prins Bernhard Cultuurfonds Caribisch Gebied en de Curaçaose regering. Zo niet, dan wil Chatlein het programma via crowdfunding realiseren. Voor meer informatie kan men contact nemen met Chatlein via e-mail nchatlein@yahoo.com. Verder zitten ook Erika Römer, Susanne Capello en Allan Chatlein in de organisatie.

[uit Amigoe, 29 april 2013]

Wij verlangen onze vrijheid!


Hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam, Cees Maris, neemt afscheid met zijn filosofische theatervoorstelling Wij verlangen onze vrijheid! De première vindt plaats op vrijdag 17 mei 2013 in de Lutherse Kerk Amsterdam, 15.00 uur, toegang gratis.


Op vrijdag 17 mei aanstaande neemt Cees Maris, hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam, afscheid met Wij verlangen onze vrijheid! Maris’ afscheidsrede, waarin hij zelf de rol van rechter speelt, heeft de vorm van een theatrale rechtszaak over slavernij, met de historische figuren Capitein, Locke en de slavin Virginia als hoofdpersonen. Daarbij komen naast slavernij actuele thema’s aan de orde zoals de objectiviteit van recht en rechtspraak en de verhouding van staat en religie. De voorstelling haakt aan bij de Herdenking Slavernijverleden 2013 en is verbonden met twee andere manifestaties over slavernij in het Stadsarchief en Bijzondere Collecties.

Wij verlangen onze vrijheid! vertelt het verhaal van de rechtszaak van de slavin Virginia die haar vrijheid opeist. De advocaten Capitein en Locke spelen nogal dubbelzinnige rollen in deze zaak. De theoloog Jacobus Capitein was als Afrikaanse jongen zelf slaaf geweest, maar pleitte in zijn Leidse proefschrift voor slavernij. De filosoof John Locke verwierp slavernij omdat hij vond dat alle mensen gelijk zijn, maar bezat aandelen in de slavenhandel. De uitslag van het proces staat dus niet bij voorbaat vast. Zang van de Ghanese Rebecca Atanga geeft het toneelstuk muzikale verdieping. Maris’ theatrale afscheidsrede gaat niet alleen kritisch in op slavernij, maar ook op de geloofwaardigheid van recht en rechtspraak, de publieke rol van religie, de objectiviteit van academisch onderzoek en de verhouding tussen waarheid en schoonheid. Een belangrijke actuele vraag is: Moet de rechtsstaat neutraal zijn of mag hij steunen op religieuze argumenten? Meer in het algemeen: wat is waarheid?

Met dit filosofisch theater sluit Maris zijn eigen unieke traditie af. Hij is de enige Nederlandse hoogleraar die zijn publieke redes de vorm geeft van filosofisch theater. Wij verlangen onze vrijheid! vormt een drieluik met zijn theatrale oraties Horror Vacui (1989) en De dans van Zarathustra (2004).

De première van Wij verlangen onze vrijheid! in de Lutherse Kerk is gratis toegankelijk voor alle geïnteresseerden. Wij verlangen onze vrijheid! is hierna nog viermaal te zien in het Stadsarchief Amsterdam en in Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam in combinatie met de tentoonstelling Slavernij verbeeld. In het Stadsarchief is de voorstelling onderdeel van Amsterdam en de slavernij. Maris levert met zijn filosofisch theater een bijzondere bijdrage aan de Herdenking Slavernijverleden 2013. Zie voor de data de speellijst onderaan dit persbericht.

Vanaf 17 mei is ook het boek Wij verlangen onze vrijheid! verkrijgbaar. Het bevat een uitgebreide versie van de toneeltekst en historische en filosofische achtergrondinformatie. Het boek is verkrijgbaar bij de boekhandel, alsmede via www.bol.com en de website van uitgeverij Duizend & Een www.uitgeverij1001.nl. Voor meer informatie info@uitgeverij1001.nl.
Urmie Plein. Foto © Montecasini Talent Agency

Tekst: Cees Maris
Regie: Ab Gietelink
Acteurs: Ab Gietelink, Raymi Sambo, Urmie Plein, Maureen Tauwnaar
Zang: Rebecca Atanga
Wetenschappelijk advies: Aspha Bijnaar
Productie: Theater Nomade
Wij verlangen onze vrijheid! is mede mogelijk gemaakt door steun van het Amsterdams Universiteitsfonds.

Speellijst 2013 Wij verlangen onze vrijheid!

Vr 17 mei       15u     Amsterdam    Lutherse Kerk/Aula UvA (gratis toegang)

Zo 2 juni         15u     Amsterdam    Stadsarchief                         

Zo 9 juni         15u     Amsterdam    Stadsarchief                         

Zo 16 juni      15u     Amsterdam    Bijzondere Collecties

Zo 23 juni      15u     Amsterdam    Bijzondere Collecties

Krimi’s op Curaçao

door Jeroen Heuvel

Spannende romans die zich afspelen in Curaçao. Cura-crime thrillers, zo noemt Krijn de Best zijn speurboeken, gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen, los van de moorden en de verzonnen hoofdpersoon, inspecteur Gert Berk. De auteur verbaast zich over de duistere praktijken van doortrapte criminelen die hun praktijken in Curaçao uitvoeren, of op een zustereiland – zoals Jorin Slooter verzonnen is naar de moordenaar van het Peruaanse meisje – maar die De Best op Curaçao situeert; vrijheid van de artiest. Krijn de Best heeft vroeger op Curaçao gewoond en gewerkt. Door gesprekken met eilandbewoners die soms meer van onopgeloste zaken afweten dan de politie en de rechters, krijgt De Best zoveel informatie dat hij via zijn inspecteur sappige verhalen kan vertellen. Het gegeven voor deel 3 bijvoorbeeld is afkomstig van raadsvrouwe, rechter en vriendin Rika Geertruida de Valk-Aaldriks. “Krijn, zei ze, ik heb een idee voor een boek.” Voilà, een nieuw boek.
De Best kan goed vertellen. Met verbazing volg je als lezer de spitsvondigheden van de criminelen, en nog meer de wijsheid van de hoofdfiguur.

Van huis uit is Krijn de Best marketingdeskundige, organisatiepsycholoog en economisch socioloog. Hij is docent geweest aan de Hoge Economische School te Amsterdam en de universiteit van Keulen, directeur van verschillende opleidingsbureaus en consultancybedrijven, twee Telecombedrijven en een internationaal uitgeversconcern. Hij woont en werkt in Nederland en Frankrijk. Behalve boeken op zijn vakgebied schrijft hij thrillers. Naast de Cura-crime reeks, is er een serie die zich afspeelt in Frankrijk.

Vier thrillers zijn er tot nu toe in de Cura-crime reeks verschenen, allemaal met een titel van een Curaçaose buurt: deel 1 heet Waaigat, deel 2 Blaauwbaai, 3 Brakkeput en 4 Duivelsklip. Er is ook al een Engelse en Franse vertaling van Waaigat. Hoewel het oorspronkelijk plan was het bij vier romans te laten, krijgt Krijn zoveel ongelofelijke verhalen over Curaçaose misdaden te horen dat een volgende deel zich al bij wijze van spreken heeft opgedrongen. In deel 5, Savonet genoemd, wordt de pantomime rond – het standbeeld van – Peter Stuyvesant verhaald en de meest recente spectaculaire goudroof. Dit deel verschijnt waarschijnlijk binnenkort.

Krijn de Best in Brakkeput 







De thrillers zijn met een vlotte pen en tongue in cheek geschreven. De auteur besprenkelt zijn detectives met een keur aan bijvoeglijke naamwoorden en knipoogjes naar de lezer als die voldoende algemene kennis in huis heeft. Hij lardeert zijn avonturenromans met verwijzingen naar beroemde musici als Miles Davis, Toots Tielemans, Jacques Brel, Charles Aznavour, Chopin en Wim Statius Muller, naar Nobelprijswinnaars als Albert Schweitzer en naar auteurs als Shakespeare, Dante en Jan Brokken en inspecteurschrijvers als Henning Mankel, Charles den Tex en Tomas Ross. Overigens lees je de boeken met evenveel plezier als je deze artiesten (nog) niet kent. Inspecteur en privé detective Gert Berk houdt van lekkere maaltijden, zowel het bereiden als het verorberen, hij is uitgekeken op Nederland en gecharmeerd van de Benedenwinden. Volgens Germaanse sagen was de berk de boom der wijsheid. De berk is blank van buiten en bruin van binnen. De Best houdt de spanning er ook goed in door flitsende, elkaar afwisselende korte scènes voor te schotelen, in elk boek komen de verschillende verhaallijnen uiteindelijk samen in het hart van een web.

Het volgende fragment uit Waaigat illustreert enkele stijlkenmerken van De Best.

‘Notaris Antonissen kan u nu ontvangen,’ zei de secretaresse tegen Berk, die al een half uur in de wachtkamer zat.
Hij stond op en volgde haar omvangrijke in kleurrijke gewaden gehulde gestalte. Meester Antonissen bleek een nerveuze magere man van onbestemde leeftijd. Zijn formele kostuum zag er lang gedragen uit. Berk stelde zich voor en toonde zijn legitimatie. De notaris nam de tijd om deze te bekijken.
Hij gaf hem uiteindelijk terug.
‘Rechercheur Berk, wat is de interesse van de Nederlandse politie hier in Curaçao? Ik heb u gisteren al meer verteld dan door de beugel kan.’
Berk zuchtte. ‘Meneer Antonissen, de vraag zou moeten zijn, wat valt niet onder de interesse sfeer van de Nederlandse justitie. Hoewel ik weinig concrete bewijzen heb, ontmoet ik hier voortdurend lieden die in mijn optiek niet deugen. Geloof me, ik heb heel wat jaren ervaring met criminelen, maar de dichtheid op Curaçao overtreft mijn bevattingsvermogen. Maar u bent notaris en dus als het ware een soort handhaver van de wet. Het zal niet echt meer geheim zijn dat ik ondermeer onderzoek doe naar de dood van Pieter In ’t Veld. Hij was een cliënt van u en ik heb een paar vragen.’
Antonissen stak beide handen afwerend op.
‘Dit zou inbreuk kunnen maken op de vertrouwensrelatie tussen mijn cliënt en mij. Sorry, ik kan en mag niets voor u doen.’
‘Maar In ’t Veld is dood,’ drong Berk aan.
De notaris schudde zijn hoofd. ‘Dat maakt niets uit. De vertrouwelijkheid geldt ook na de dood. Alleen aan zijn vrouw kan ik zaken meedelen. Zij is dan ook de enige erfgenaam. Hun zoon is nog minderjarig.’
‘Ik wil niets weten over de huidige zaken, notaris, mijn belangstelling gaat uit naar de oorsprong van het kapitaal van Pieter In ’t Veld. Een paar antwoorden zouden kunnen voorkomen dat ik allerlei gerechtelijke dwangbevelen moet laten uitvaardigen om banken, advocaten en zelfs notarissen te dwingen hun gegevens prijs te geven. Daarnaast is het zo dat uw naam vaak opduikt. Zoals we gisteren bespraken als één van de mensen die de heer Mouse als laatste in leven heeft gezien. U begrijpt mijn belangstelling voor uw zienswijze.’
Berk deed er het zwijgen toe. De bleke Antonissen slaagde er in een tintje lichter te kleuren. Hij slikte een paar keer.
‘Ik wil u niet tegenwerken, laat dat voorop staan. Maar ik wil ook de wet niet overtreden. Het is algemeen bekend dat Pieter zijn grootste kapitaal verdiend heeft met ‘Cura Bell’, een zeer succesvolle onderneming. Hij heeft er zelfs een prijs mee gewonnen. Ondernemer van het jaar 2000.’
‘Dank u notaris, maar hoe kwam In ’t Veld aan het geld om medeoprichter te zijn van Cura Bell?
Weer had Antonissen het moeilijk. ‘Ik denk dat u er vanuit kunt gaan dat het eerste kapitaal van mevrouw Kamphuis Bartels kwam. U kunt het haar vragen. Ik heb zelf de volmachten opgesteld waarmee de heer In ’t Veld zaakwaarnemer werd van zijn vrouw. Dat was rond de geboorte van hun kind. Hij regelde de financiën, dus alle bankzaken, investeringen en belastingzaken van zijn vrouw.’
Berk voelde dat hij niet veel verder kwam en besloot nog één vraag te stellen.
‘Wat was de naam van die bank ook al weer?’
‘ABN-AMRO,’ zei Antonissen voor hij er erg in had.” (pp. 247-248)

De verhalen spelen zich weliswaar in Curaçao af maar de kennis van de personages – of misschien de auteur – van het Papiamentu en de plaatselijke cultuur laat hier en daar wat te wensen over. Enkele voorbeelden uit deel 3 van de serie Brakkeput.

Een geit wordt een gabriet (p. 40) in plaats van een kabriet, de ‘Tumba’ zou door een Hollandse Gouverneur in de negentiende eeuw in de ban zijn gedaan omdat er te sensueel op gedanst werd (p 34), in plaats van de tambú, men begroet elkaar met ‘Ayó, con ta bai?’ (onder andere op p 11), terwijl ayó alleen maar gebruikt wordt bij het afscheid, en ‘kon’ niet met een c maar met een k wordt geschreven in het Papiaments van Curaçao. In het tweede deel van de Cura-crime thrillers, Blaauwbaai, geschiedt de begroeting wel met de gebruikelijke woorden ‘Bon Dia’ (p 18) maar is Dia abusievelijk met een hoofdletter afgedrukt. In dit boek staan helaas ook fouten zoals: ‘TCA-mafioso mi bo skòp’ (p 10), ‘sinverguensau descransiano’ (p 43) en een Truki Di pan (p 110). En dat voor boeken die meer dan 50 gulden per stuk kosten, hm.

Wellicht malen de meeste lezers er niet om. Volgens de marketingdeskundige bestaat zijn doelgroep immers uit vakantiegangers die zich willen ontspannen met een lokale Krimi.

Swart op de Gracht – Slavernij en de Grachtengordel


door Maria Karg

De wereldhandel in suiker, cacao, koffie en tabak is een belangrijke pijler onder de rijkdom van Amsterdam. Deze aanvankelijke luxegoederen zijn niet meer uit het dagelijks leven weg te denken. Zonder de inzet van slaven uit West-Afrika was dit ondenkbaar geweest. Ook nu nog zijn de sporen hiervan zichtbaar in de grachtengordel, hoewel veel huidige bewoners dit proberen te verbergen. De vele gevelstenen laten het oorspronkelijke verhaal zien.

Noraly Beyer opent de tentoonstelling; Gerda Havertong luistert. Foto Bert Reinders

In een overvolle zaal is de tentoonstelling Swart op de Gracht met als ondertitel “Slavernij en de Grachtengordel” op dinsdag 23 april in Museum Geelvinck Hinlopen Huis geopend. De tentoonstelling in het kader van Herdenking Slavernijverleden 2013 en Grachtengordel 400 laat zien op welke manier de slavenhandel en de slavernij het leven in de grachtengordel heeft beïnvloed.
De tentoonstelling duurt tot 30 september 2013.

Museum Geelvinck, Keizersgracht 633, 1017 DS Amsterdam – www.geelvinck.nl

[van slavernijeducatie.nl]

Voor de toespraak van Noraly Beyer, klik hier

Inheemse klederdrachtencontest voor opkrikken cultuur

Twee dames in inheemse klederdrachten tijdens Dag der Inheemsen in de Palmentuin 2012. Inheemse kledingontwerpers worden dit jaar in de gelegenheid gesteld met hun ideeën en creativiteit scherpe nieuwe klederdrachtcreaties te scheppen. Foto @ dWT archief.

door Audry Wajwakana


Paramaribo - Het inheemse klederdrachtencontest wordt dit jaar strakker georganiseerd. In tegenstelling tot het eerste jaar worden ontwerpers deze keer opgeroepen zich te laten inschrijven tot 15 mei en uit de inzendingen zullen tien inheemse ontwerpers worden geselecteerd om mee te doen aan het contest. Het ontwerpcontest dat om het ene jaar door Indigenous Evenement wordt georganiseerd, vindt in november plaats.
 
Peruaanse mode-ontwerpers gebruiken de inheemse traditie
Bekend

"We willen ruim van te voren voorbereidingen treffen, om de ontwerpers in de gelegenheid te stellen met hele goede ontwerpen te komen", zegt Ricky Chan Jet Soe, voorzitter van Indigenous Evenement. Uit ervaring weet hij dat de meeste ontwerpers zelf kleermakers en modisten zijn en een bepaalde klantenkring hebben. Om hun 'business' niet te belemmeren en hen toch mee te laten doen, willen de organisatoren op tijd beginnen. Eind mei worden de tien deelnemers door een selectiecommissie bestaande uit drie personen van de organisatie uitgekozen. "Er zijn criteria vastgesteld waarop ze zullen letten", zegt Chan Jet Soe. De ervaring van de deelnemende contestant speelt hierbij ook een rol. Ook de inheemse cultuur moet erg bekend zijn bij de ontwerper.

Cultuurelementen

Rond het thema 'de nacht van de inheemse trots' zullen de tien ontwerpers twee verschillende klederdrachten vervaardigen, waarvan één voor de traditionele ronde en één voor de galaronde. "De taal waarin we zingen, onze manier van dansen en muziek maken, onze culturele kleding en de bijzondere hoofdtooien behoren allemaal tot de trots der inheemsen", geeft Linda Toemere, vicecoördinator van de organisatie aan. Dit alles zal op de avond van het contest te zien zijn. Het contest is bedoeld om de ontwikkeling van de inheemse culturele kleding te helpen bevorderen, vandaar dat alleen inheemsen hieraan mee mogen doen. "Omdat wij vinden dat inheemsen zelf hun cultuur in stand moeten houden", zegt Chan Jet Soe.

[uit de Ware Tijd, 30/04/2013]

30 april 2013

Damrak, Amsterdam. Foto @ Remko de Waal

Dam Amsterdam. Foto @ Paul Vreeker
Zanderijsavanne, Suriname. Foto @ Paul Peucker
Curaçao. Foto @ Versgeperst.com
Sint Philipsburg, Sint Maarten. Foto @ Josepha Jacobs
Aruba. Foto @ Nutzbeatz

Mea culpa (4)

Een zoektocht naar het geweten van het Rooms-Katholieke Spanje en Portugal in de eerste eeuwen na Columbus. Hij probeert het antwoord te vinden op de vraag hoe het Rooms-Katholicisme in het reine kon komen met wat ieder weldenkend mens, ook de mens van de 16e en 17e eeuw dus, moet hebben ervaren als een groot onrecht.

door Fred de Haas


Bartolomé Frías de Albornoz
Iemand die met gezag de door Rome goedgekeurde redenen om slavernij te bedrijven betwistte was Bartolomé Frías de Albornoz, professor in het Burgerlijk Recht aan de Universiteit van Mexico (Bartolomé Frías de Albornoz, Arte de los contractos, 1573, Valencia, Pedro de Huete):

‘Aristóteles dice que las cosas tomadas en la guerra son de los que las toman. Esto es muy diferente de hacer esclavos. […] pues qué diremos de niños y mujeres que no pudieron tener culpa ? ¿Y de los vendidos por hambre ? No hallo razón que me convenza a dudar de ello, cuánto más a aprobarlo’.
(vert. Aristoteles zegt dat de zaken die in oorlogen worden buitgemaakt toebehoren aan degenen die ze buitmaken. Dit is (echter) wat anders dan slaven maken. […] en wat te zeggen van kinderen en vrouwen die geen schuld treft? En van degenen die worden verkocht omdat de verkoper honger heeft? Ik kan geen reden bedenken die mij van mening zou kunnen doen veranderen, laat staan dat ik dat allemaal goed zou keuren).

Albornoz is cynisch ten aanzien van de autoriteiten die de slavenhandel goedkeuren. Ook de ‘geestelijken’ krijgen ervan langs:

‘[…] en el fuero interior y del ánima también debe de ser bueno, pues que se hace públicamente y no hay quien diga mal de ello ni religioso que lo contradiga (como había para cada indio cuatrocientos defensores que no se hiciesen de ellos esclavos), antes veo que se sirven de ellos y los compran y venden y contratan cómo todas las demás partes. También esto debe ser bueno, porque lo hace quien nos debe dar ejemplo’.
(vert. […] met hart en ziel moet je wel aannemen dat het allemaal goed zit met die slavenhandel ; het vindt immers openlijk plaats en niemand zegt er iets kwaads van en er is geen geestelijke die zich ertegen uitspreekt (zoals er voor elke Indiaan vierhonderd lieden waren die bezwoeren dat Indianen niet tot slaaf gemaakt mochten worden); ik zie veeleer dat ze zich van hen bedienen, ze kopen en verkopen en drijven handel zoals alle anderen).

We zien dat er ‘geestelijken’ genoeg waren die het slavernijspel meespeelden.




Iemand als fray Francisco García beriep zich zelfs op de 13e eeuwse Siete Partidas van Alfons de Wijze en vond dat er niet mocht worden voorbijgegaan aan de voorschriften die daarin stonden. Hoewel García ook tegen het bezit van slaven was die op een onrechtmatige manier tot slaaf waren gemaakt heeft hij er toch behoefte aan om het geweten van de slavenhandelaren en dat van zichzelf te ontlasten. Nadat hij heeft gesteld dat velen dachten dat de zwarten uit Guinee (= Afrika) op een onrechtmatige wijze tot slaaf waren gemaakt, zegt hij nogal schijnheilig:

‘[…] pero puede ser en singular que deste o de aquel negro no haya tal fama en particular, y por esto pueda ser que lo compren con buena fe, creyendo que de derecho y con buen título aquél sea esclavo, sin sospechar lo contrario’. (Parte primera del tratado utilísimo y muy general de todos los contratos cuantos en los negocios humanos se suelen ofrecer, 1583, hoofdstuk 17, p. 478-480).
(vert. […] maar het kan best gebeuren dat er zwarten tussendoor lopen die helemaal niet onrechtmatig tot slaaf gemaakt zijn en dat het daarom best mogelijk is dat die te goeder trouw gekocht zijn en dat de kooplui in de mening verkeren dat deze of gene terecht en om een goede reden slaaf is en ze geen reden hebben om het tegendeel te geloven).

Jezuïeten-martelaren van Brazilië


Jezuïeten
We zien dus dat er geestelijken zijn die toch de neiging hebben om de kooplui vrij te pleiten van schuld en zich daarbij van allerlei kronkelredeneringen bedienen. Maar laten we ook niet vergeten dat die geestelijke heren ook kinderen van hun tijd waren en vertrouwd met het instituut van de slavernij. Zelf hielden ze er óók ‘bedienden’ op na. In 1558 schrijft de provinciaal van Brazilië, Manuel da Nóbrega, uit Bahia:

Á melhor cousa que se podia dar a este Colégio seria duas dúzias de escravos de Guiné, machos e fêmeas, para fazerem mantimentos em abastança para casa, outros andariam em um barco pescando, e estes podiam vir de mistura com os que El-Rei mandasse para o Engenho, porque muitas vezes manda aquí navios carregados deles’ (Serafim Leite, Monumenta Brasiliae, Rome, 1956-1968).
(vert. Het beste dat men aan dit College zou kunnen geven zouden twee dozijn Afrikaanse slaven zijn, mannelijke en vrouwelijke, waarvan sommige het huishouden zouden kunnen bestieren en anderen ter visvangst zouden kunnen gaan; ze zouden hier dan in dezelfde tijd kunnen arriveren als de slaven die de koning zou sturen voor de suikerplantage, omdat hij hierheen vaak schepen met slaven stuurt).

De slavernij in Brazilië

Toen Nóbrega werd opgevolgd door Luis de Grã schafte deze wel de slaven af maar niet zozeer omdat hij tegen slavernij was, maar omdat hij vond dat de Jezuïeten een sober leven moesten leiden.

Al met al gingen de Jezuïeten gewoon door met het houden van slaven. Ook in Spaans-Amerika kochten ze zonder gewetensbezwaar landgoederen met slaven. Wie moeilijk begon te doen kon rekenen op maatregelen. Zo werden er twee Jezuïeten teruggestuurd naar Europa omdat ze te lastig waren en vonden dat slavernij zowel voor Indianen als voor Afrikanen onrechtvaardig was (S. Leite, Historia da Companhia de Jesús
 
Ignatius van Loyola, stichter van de Orde der Jezuïeten


no Brasil, t. II, Lisboa Portugalia, 1938, p. 227-230).

Intussen gingen tegen het einde van de 16e eeuw theologen rustig door met het zoeken van rechtvaardigingen voor de slavenhandel. Ze kregen daarbij steun van leken als Francisco de Anuncibay, de magistraat van Quito (Ecuador), die een groot voorstander was van het te werk stellen van slaven in de goudmijnen (Informe sobre la población indígena de la gobernación de Popayán y sobre la necesidad de importar negros para la explotación de sus minas, 1592, in Anuario Colombiano de Historia Social y de la Cultura, I, p. 197-208):

‘[…] los negros no recibían agravio, porque les era muy útil a los míseros sacarlos de Guinea, de aquel fuego y tiranía y barbarie y brutalidad, donde sin ley ni Dios vivían como brutos salvajes. […] conseguirían muchos bienes temporales y, lo que más estimaba, espirituales’
(vert. De zwarten hadden niets te lijden, omdat ze er alleen maar baat bij hadden dat ze werden weggehaald uit Guinee (= Afrika), uit die barbaarse, wrede hel waar ze als wilden leefden, zonder God of gebod. Ze zouden, daarentegen, veel tijdelijke goederen verkrijgen en wat hij, Anuncibay, het meest op prijs stelde, ook geestelijke goederen).

[voor afl. 5 - klik hier]

"Oranjefeest ambassade taboe"

Het beeld van Wilhelmina in Paramaribo. Foto @ Harmen Boerboom / NOS



In Paramaribo hebben ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken een verbod gekregen om naar het inhuldigingsfeest op de Nederlandse ambassade te gaan. Dat meldt de Surinaamse krant De Ware Tijd.

De ambtenaren kregen volgens de krant gisteren een circulaire waarin stond dat een bezoek aan de ambassade op 30 april taboe is. Het is niet duidelijk wat er gebeurt als het verbod wordt genegeerd.
De Surinaamse regering wordt al twee jaar niet meer uitgenodigd voor officiële gelegenheden op de Nederlandse ambassade. In 2011 was president Bouterse ontstemd omdat hij geen uitnodiging had gekregen om op de ambassade Koninginnedag te vieren. Uit protest bleef de hele regering weg.

Bekoeling 
Bouterse werd in 2010 gekozen tot president. Door zijn verkiezing bekoelden de betrekkingen tussen Suriname en Nederland. Dat had niet alleen te maken met de Decembermoorden van december 1982 waarvoor Bouterse destijds verantwoordelijk zou zijn geweest. Hij werd ook in Nederland bij verstek veroordeeld tot 11 jaar cel voor cocaïnesmokkel.

Volgens de Nederlandse ambassade in Paramaribo zijn er vanochtend 500 genodigden op de ambassade om de inhuldiging op televisie te volgen.

[van NOS.nl, 30 april 2013]

Nederland heeft een nieuwe koning



Beatrix heeft afstand van de troon gedaan door de Akte van Abdicatie te ondertekenen. Daarmee werd ze opgevolgd door koning Willem-Alexander. De volledige tekst van de Akte van Abdicatie zoals verspreid door de RVD:

Heden, dertig april MMXIII om tien uur in de ochtend, heb ik,

Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz., in aanwezigheid van mijn oudste zoon, de Prins van Oranje, en zijn echtgenote, in het Koninklijk Paleis te Amsterdam bijeengeroepen de voorzitters van de beide Kamers der Staten-Generaal, de ministers van het Koninkrijk, de vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk, de leden van de deputaties uit Aruba, Curaçao en Sint Maarten, de commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Holland, de burgemeester van Amsterdam en de directeur van het Kabinet der Koningin, om in hun tegenwoordigheid met een plechtige verklaring uitvoering te geven aan het door mij op achtentwintig januari jongstleden meegedeelde voornemen afstand te doen van het koningschap.

Ik verklaar dat ik thans afstand doe van het koningschap van het Koninkrijk der Nederlanden, welk koningschap van dit moment af overgaat op mijn oudste zoon en opvolger,

WILLEM-ALEXANDER

Prins van Oranje, overeenkomstig de bepalingen van het Statuut en de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden.

Deze verklaring, met mijn handtekening bekrachtigd en ondertekend door mijn oudste zoon en zijn echtgenote, alsmede door alle autoriteiten thans door mij bijeengeroepen en hier aanwezig, zal in het archief van het Kabinet van de Koning worden bewaard, nadat deze van het Grootzegel van het Koninkrijk is voorzien.

Authentieke afschriften zullen worden gezonden aan de beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Raad van State van het Koninkrijk en aan de Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

[ANP]



St. Maarten bruist tijdens 'long weekend' van vijf dagen

door George Cheng Jr.

Kassav' zanger en gitarist Jacob Desvarieux tijdens live optreden Carnival Village, St. Maarten. Foto @ George Cheng Jr. 
Terwijl Suriname aan het werk is, wordt op St. Maarten flink gefeest tijdens de Jouvert-Morning. Om 4 uur in de ochtend lokale tijd (5 uur in Paramaribo) vertrekt na de Calypso-Finals een enorme mensenmassa vanuit de 'Carnival Village' met muziek door de straten van St. Maarten. Een aantal sound-trucks met de calypso-bands begeleiden dansende feestgangers tot hun hoogtepunt, welke tot lang na zonsopkomst duurde. En dit is pas een deel van een veel groter geheel. 

Aan de Nederlandse kant van St. Maarten wordt het Carnavalsfeest na de Paasdagen gevierd. De hoofdreden is dat het dan niet samen met Carnaval aan de Franse kant van het eiland gehouden hoeft te worden en je beide mee zou kunnen maken. Maar verreweg de beste reden voor toeristen is wel dat het Carnaval tijdens het laag-seizoen valt en er vaak dan ook betaalbare tickets naar St. Maarten te vinden zijn.

Gedurende het hele Carnavalsseizoen wordt in de 'Carnival Village' ook genoten van grote shows en concerten, met diverse avonden verschillende thema's. Enkele top optredens waren op de Zouk-Night: Carimi en Kassav', op de Latin Night: Daddy Yankee, op Soca Night: Lady Saw, RDX, Tallpree, Konshens en Busta Rhymes en op maandag avond de Reggae-Night met Busy Signal en reggae-grootheid Damian Marley. Voor een ieder wat wils dus. Tussendoor de grote shows wordt op de andere dagen ook nog een Miss Mature Pageant, Cultural Night, Teen & Senior Pageant en Youth Extravaganza gehouden. Dit alles vindt plaats in de Carnival Village, een purpose-built verhard festival-terrein, omringd door bijna 80 etens-stands. Behalve BBQ en Oyster Soup, is de Surinaamse keuken ook vertegenwoordigd en kunnen de 'locals' hier terecht voor een Moksi Alesi of rijst Pastei.

Carnaval Sint Maarten. Foto @ SuperStock


Laatste Koninginnedag vieren 
Het Kindercarnaval (Junior Parade) is zondag 21 april gelopen en dinsdag gaat de Grand Carnival Parade door de straten in en rondom de hoofdstad Philipsburg. De parades bevatten kleurrijke praalwagens en deelnemers gekleed in prachtige kostuums. Ook de calypso-muziek mag niet ontbreken, om alles bewegend te houden. Het belooft dit jaar een waar spektakel te worden: wel 18 sound-trucks zullen met de Grand Carnival Parade meerijden.

Op St. Maarten wordt op 30 april nog Koninginnedag gevierd, en is de eerste werkdag na dit 5-dagen tellend long-weekend pas op donderdag. Het geheel wordt dan afgesloten met een Closing Jump Up en het verbranden van de 'King Momo'.

[van Starnieuws, 29 april 2013]

maandag 29 april 2013

Eén vermoorde vrouw per dag in Bolivia

Foto @ César Angel Zaragosa

In een land zoals Bolivia waar machismo dagelijkse kost is, vechten vrouwen letterlijk en figuurlijk voor hun rechten. In maart heeft het Boliviaanse parlement een wet ondertekend die feminicide (moord en ernstig geweld specifiek gericht op vrouwen) strenger bestraft. Mensenrechtenorganisaties zijn opgetogen over de strengere regelgeving, maar de wet roept ook vragen op. Is deze wettelijke bescherming van vrouwen geen discriminatie tegenover mannen?

Hoewel de regering voor gelijkheid tussen man en vrouw pleit, blijft de Boliviaanse cultuur hard voor de vrouwen.

Het debat over het wetsvoorstel was al drie jaar aan de gang in Bolivia en kwam in een stroomversnelling na de dood van journaliste Hanalí Huaycho, die werd neergestoken door haar ex-partner. De nieuwe wet verlengt de celstraf op vrouwenmoord tot dertig jaar zonder uitstel. Er is sprake van vrouwenmoord als een vrouw vermoord werd omwille van haar vrouw-zijn. Ook lichamelijk geweld bij vrouwen wordt nu bestraft met langere celstraffen van vier tot acht jaar.


Dode letter
Maar specialisten zetten een vraagteken achter de wet. Volgens hen is de bepaling discriminerend, omdat ze uitsluitend naar vrouwen verwijst en het sporadisch geweld tegenover mannen achterwege laat. ‘Deze discriminatie in het strafwetboek kan geweld tegenover mannen bevorderen,’ bericht El Diario in een redactioneel artikel.
De Boliviaanse Carla Moron baalt ervan elke dag een pot te moeten dragen

Ook hoopt de Latijns-Amerikaanse krant dat de wet geen dode letter blijft ‘door het gebrek aan autoriteit om de wet af te dwingen, het tekort aan financiële middelen of door onwetendheid, zoals gebeurd is met de meer dan driehonderd  nieuwe wetten van de afgelopen twee jaar.’
Een dag na de goedkeuring van de wet kondigde Teresa Zubieta, voorzitter van de Permanente Vergadering voor de Mensenrechten van La Paz aan dat een commissie opgericht zal worden om de uitvoering van de wet te waarborgen.

Eén moord elke dag
De voorzitter van de Permanente Vergadering voor de Mensenrechten van Bolivia, Yolanda Herrera, meldt dat 511 vrouwen vermoord werden in Bolivia tussen 2009 en 2012. Dat is één moord elke twee dagen. Vrouwenorganisaties spreken zelfs van meer. Volgens de cijfers van het Bolviaans informatiecentrum Cidem dat zich inzet voor vrouwen, was dat in februari 2013 bijna elke dag één vrouw. ‘Tachtig procent van deze dossiers zijn geklasseerd onder vrouwenmoord’, verklaarde Herrera. Ze  benadrukte de noodzaak om dit geweld aan de kaak te stellen. ‘En de strijd tegen vrouwenhaat begint bij de opvoeding.’

Gendergeweld is een dringend probleem in Latijns-Amerika. Vaak gaan de mannelijke daders kort na de moord weer vrijuit. Met deze wet volgt Bolivia verschillende andere Latijns-Amerikaanse landen in de strijd tegen feminicide. ‘In Bolivia vallen het tweede meest  slachtoffers van vrouwenmoord in Latijns-Amerika,’ zegt Herrera. Guatemala draagt de kroon met ongeveer 650 vrouwenmoorden in 2012 alleen. 

[van Mondiaal Nieuws, 3 april 2013]

De Surinaamse bibliotheken in beeld (4 en slot)

Onderstaand artikel is een gedeelte uit een dossier over Surinaamse bibliotheken dat verscheen in Bibliotheekblad, het vakblad van Nederlandse bibliotheken. Vandaag uitgelicht: de bibliotheek van het Surinaams Museum, Rappa´s bibliotheek en Stichting Bukutori (deel IV).

door Kirsten Dorrestijn

Bibliotheek van het Surinaams Museum: gesloten historisch collectie


Het Surinaams Museum is gevestigd in Fort Zeelandia, dat staat op de plek aan de Surinamerivier waar de eerste kolonisten voet aan wal zetten. De bibliotheek van het museum is gehuisvest in de Commewijnestraat in de wijk Zorg en Hoop. De bibliotheek is voortgekomen uit de Koloniale Bibliotheek.

Plantagearchieven
‘Wij hebben veel antiquarisch materiaal dat verder nergens te vinden is’, vertelt Laddy van Putten, directeur van het museum. ‘Het gaat om zeventiende eeuwse stukken, handschriften en plantagearchieven, onder andere die van de plantage Mariënburg. Ook hebben we bijvoorbeeld de eerste druk van John Gabriël Stedman in kleur.’ In totaal zijn er 35.000 titels in bezit.

De bibliotheek wordt onderhouden door één kracht met een vakgerichte mbo-opleiding. ‘Jarenlang hadden we goed opgeleide medewerkers, maar de laatste daarvan is een paar jaar geleden overleden. De huidige medewerker is door haar ingewerkt.’ Bij de bibliotheek van het Surinaams Museum worden geen stukken uitgeleend, er is alleen ruimte voor inzage. Wetenschappers en studenten hebben vooral belangstelling voor geschiedkundige werken over Suriname. Zo’n drie tot vier bezoekers per week melden zich. ‘Voorheen zat het hier vaak vol, maar tegenwoordig vinden mensen veel op internet.’


Kaarten en prenten
Sommige stukken zijn zo kwetsbaar dat ze ook niet mogen worden ingezien, bijvoorbeeld scheepsjournalen uit de achttiende eeuw. De documenten worden in een geklimatiseerde ruimte en de historische stukken in gesloten kasten bewaard. ‘We hebben ook een schitterende collectie oude kaarten en prenten, voor een groot deel geschonken door de culturele stichting Sticusa, maar die is vanwege de kwetsbaarheid niet toegankelijk. Deze collectie is wel goed ontsloten in de publicatie Schakels met het verleden.’ Ten slotte heeft de bibliotheek de grootste collectie Surinaamse almanakken in bezit.

De Stichting Surinaams Museum krijgt subsidie van de overheid, maar budget om de collectie te ontsluiten en aan te vullen is er nauwelijks. ‘Was het maar waar. Dan hadden we ook volwaardige krachten hier. Het meeste geld gaat naar het onderhoud van Fort Zeelandia en beide woningen die het museum beheert. Dat zijn monumentale panden.’

Rappa´s Bibliotheek: boeken voor de lijst


Rappa
Robby Parabirsing, ook wel bekend als Rappa, is voormalig docent Nederlands en een populair schrijver in Suriname. Sinds 1983 heeft hij een bibliotheek aan huis. Iedere doordeweekse avond stelt hij tussen 17.30 en 20.00 zijn collectie open voor publiek. Het zijn vooral middelbare scholieren die er komen, want de boeken die Rappa heeft, zijn in de schoolbibliotheken vaak óf niet te vinden óf uitgeleend. Het gaat om boeken die de leerlingen voor hun lijst moeten lezen.

Tegen alle wanden staan boekenkasten met kinderboeken, strips, Nederlandstalige en Engelse romans. Twee kasten zijn gevuld met gekopieerde boeken waarbij op de rug in vrolijke kleuren de titels zijn geschreven. ‘Dat zijn back-ups voor als de originele exemplaren zijn uitgeleend’, vertelt Parabirsing. Hij wijst naar de boekenkasten met originelen: ‘Die hoek was ooit twee maal zo groot. Het krimpt. Soms komen leerlingen hun boeken niet terugbrengen.’

De stille kracht
Elke keer als Parabirsing in Nederland is, koopt hij bij de Slegte titels op die Surinaamse leerlingen voor hun lijst moeten lezen. ‘De literatuurlijsten worden hier nauwelijks aangevuld met nieuwe titels. Maar de oude romans zijn uit de roulering geraakt.’ Veel Surinaamse docenten willen dat leerlingen boeken lezen die zij zélf moesten lezen toen ze op de opleiding zaten. ‘Denk aan klassiekers als De vrijheid gaat in het rood gekleed van Theun de Vries. Dat boek verscheen in 1946! Of denk aan De stille kracht van Couperus of De opstand van Guadalajara van Slauerhoff.’ In de Slegte slaat Parabirsing voor 100 euro boeken in en stuurt die op naar Suriname. Vervolgens kopieert hij ze, zodat hij niet met een probleem zit als een exemplaar wegraakt.



Gebrek aan begeleiding
Het verschilt per docent welke boeken de leerlingen voor hun lijst mogen lezen. ‘Een gebrek aan goede begeleiding en uniforme lijsten van toegestane boeken is hier echt een probleem’, verzekert Parabirsing. ‘De ene leerkracht keurt boeken af die bij een collega wel mogen.’ Maar het grootste probleem is volgens Parabirsing nog de beschikbaarheid van boeken op scholen. ‘Jeugdromans over relatieproblemen, conflicten met ouders, zelfmoord, discriminatie. Boeken van Anke de Vries, Thea Beckman en Carry Slee verslinden de leerlingen, maar die zie je, evenmin als leuke Surinaamse jeugdboeken, weinig terug op de lijsten.’

Donald Ducks lenen
De drukte in Rappa’s Bibliotheek slaat meestal toe in maart en april, vlak voor de eindexamens. ‘Dan staat de straat vol met auto’s. De Onderwijsbibliotheek en de schoolbibliotheek kunnen de vraag vaak niet aan en zeggen: “Ga maar naar Rappa”. Leerlingen komen helemaal uit Lelydorp, Saramacca en Commewijne.’

Bijna dertig jaar geleden startte Parabirsing zijn bibliotheek. ‘Het begon alleen met strips. Vrienden kwamen Suske en Wiskes en Donald Ducks lenen. Een vriend zei op een gegeven moment: “Als je nou 5 cent vraagt voor elk boek dat je uitleent, kun je daarvan nieuwe boeken kopen.”’ Maar op een gegeven moment raakte Parabirsing romans kwijt en besloot hij schaarse exemplaren in het vervolg te kopiëren.

Te dik papier
Het kopiëren van de boeken besteedt Parabirsing uit. Hulp uit Nederland in de vorm van schenking van boeken is welkom, maar is soms problematisch. ‘Veel van de afgeschreven bibliotheekboeken staan hier niet op de lijst. Ze zijn te dik of niet op het juiste niveau. Je moet precies weten welke boeken op de literatuurlijsten staan om gericht te kunnen inslaan. Ook heeft iemand me een keer een lading papier gestuurd, maar dat bleek te dik voor de kopieermachine.’

Bukutori bibliotheek: giften van Nederlandse antiquariaten en bibliotheken




In 2004 stichtte voordrachtskunstenaar Guillaume Pool zijn eigen bibliotheek in Suriname. Pool woont de helft van het jaar in Nederland en de andere helft in Suriname. Al tientallen jaren stuurt hij boeken naar zijn geboorteland om iets te doen aan het grote boekentekort. Op een gegeven moment verloor hij het zicht op zijn zendingen en besloot hij zelf een bibliotheek op te richten. Twee vrijwilligers zorgen dat de Bukutori bibliotheek het hele jaar open is.

‘Bukutori’ betekent ‘boekverhaal’ in het Sranantongo. De bibliotheek is gevestigd in de wijk Zorg en Hoop en telt 5000 boeken. In het gebouw op het terrein van een kinderweeshuis staan drie rijen boekenkasten met kinderboeken, dichtbundels, sprookjes, boeken over schrijven, studieboeken en Surinamica.

Tot de nok
Pool verzamelt in zijn woonplaats Groningen (Nederland) bij antiquariaten en bibliotheken afgeschreven boeken die hij vervolgens per zeepost naar Suriname stuurt. Op dit moment is hij hard op zoek naar nieuwe huisvesting voor de bibliotheek, want de ruimte is tot de nok toe vol. ‘Ik heb een stukje grond aangevraagd maar wacht nog op toewijzing van de overheid. Voor de bouw heb ik alle middelen al toegezegd gekregen. Als de nieuwe bibliotheek er eenmaal staat, zal ik in Nederland langs het CB en uitgeverijen gaan om de collectie te verversen. Ook zullen we dan weer lees- en vertelactiviteiten organiseren zoals we voorheen ook deden.’ Het plan is om de Bukutori bibliotheek dan zes dagen per week open te hebben, terwijl de bibliotheek nu drie halve dagen per week open is.

Vlooienmarkt
De Bukutori-bibliotheek heeft 65 volwassen leden en 75 kinderen. ‘We krijgen niet alleen kinderen uit de buurt, maar uit alle buurten van Paramaribo’, vertelt vrijwilliger Esmee Loswijk die docent Nederlands is aan de Lerarenopleiding. ‘Ze weten van het bestaan van de bibliotheek via mij, via meneer Pool of via de leden die het doorvertellen.’

Boeken die niet vaak uitgeleend worden, verkopen de medewerkers op de zondagse vlooienmarkt op de Tourtonnelaan. ‘Dat doen we pas sinds een paar weken en dat loopt wel aardig. Vooral de kinderboeken zijn in trek’, vertelt Loswijk.

Illegale houthakkers bedreigen Amazonestam

De Awá-stam in Brazilië wordt met uitsterven bedreigd door houtkappers en uitheemse inwoners. De groepering voor rechten van inheemse volkeren Survival International trekt aan de alarmbel, want de immigranten zouden al sinds het eind van maart uit het gebied gezet moeten zijn.

Foto © Survival International

 De Awá-indianen zijn de meest bedreigde stam ter wereld. Ze zijn nog ongeveer met 450, waarvan er een honderdtal nog nooit in contact gekomen zijn met de buitenwereld. Ze leven als jager-verzamelaars in afgelegen gebieden in het regenwoud. 

Het gebied waar ze wonen, in de Noord-Braziliaanse deelstaat Maranhão, heeft duizenden houtkappers en nieuwe inwoners aangetrokken. Het territorium is 120.000 hectare groot. Dertig procent van het gebied is al ontbost door de houtkappers.

In de jaren ’80 legde de Braziliaanse regering een spoorweg door het gebied van de Awá. Dat bracht nieuwe bewoners en boeren naar het land en wakkerde de ontbossing van het gebied aan. Het honderdtal Awá die in afzondering leven zijn steeds op de vlucht voor de houtkappers.

Vrachtwagens rijden dag en nacht op en af. ‘De Awá vertellen dat ze kettingzagen horen,’ zegt Alice Bayer van Survival International (SI) aan de BBC. ‘Dat lawaai jaagt hun prooien weg. De Awá merken ook op dat er minder dieren zijn door het lawaai.
Recht op hun land
Het recht op inheems land is een fundamenteel recht in de Braziliaanse grondwet. De Awá hebben al dikwijls de juridische strijd voor het recht op hun land gewonnen. In maart vorig jaar besliste een rechter, Jirair Aram Meguerian, dat alle immigranten  het gebied binnen de twaalf maanden moesten verlaten.

Die deadline is nu voorbij en er is nog steeds niemand uit het gebied gezet, zegt Survival International. Het Braziliaanse overheidsdepartement voor inheemse zaken (FUNAI) is verantwoordelijk voor het beschermen van inheemse volkeren, zoals de Awá-stam.

‘Als de nieuwe inwoners uit het gebied gezet worden en het land van de Awá beschermd wordt, dan zou alles in orde zijn met hen,’ vertelt Bayer van SI. ‘Er zijn heel wat inheemse volkeren in Brazilië die beschermde gronden bezitten en zij stijgen in aantal en maken het goed.’

Nu het regenseizoen in het Amazonegebied naar zijn einde loopt en de houtkap weer oprukt, slaat Survival International alarm. Ondanks het feit dat er geen vooruitgang zit in het nakomen van de gerechtelijke deadline vindt de groepering dat er toch hoop is voor de Awá. ‘Indien er genoeg druk gezet wordt op de Braziliaanse autoriteiten, kan de toekomst van de Awá verzekerd worden,’ stelt de drukkingsgroep.

Er werden al bijna 50.000 e-mails naar de Braziliaanse minister van Justitie gestuurd, nadat de Britse acteur Colin Firth, het gezicht van de campagne van Survival International, opriep om de Awá te redden. Het FUNAI wacht nog steeds op de steun van het Braziliaanse Ministerie van Justitie, de federale politie en de centrale overheid om de indringers uit te zetten.

[van Mondiaal Nieuws, 23 april 2013]

Tweede Clark Accord-lezing


Un sa memre Clark Accord

Op 11 mei is het precies twee jaar geleden dat de Surinaams-Nederlandse schrijver Clark Accord overleed aan de gevolgen van kanker. Had de eerste editie van de lezing nog het karakter van een herdenkingsdienst voor de te jong overleden schrijver, vanaf de tweede editie moet de lezing op zichzelf een sterk en belangwekkend concept zijn dat ook werkelijk iets toevoegt aan het aanbod van literair-culturele programma’s.
Quinsy Gario. Foto © Kasper Knipscheer


Clark Accord was als schrijver van grote betekenis voor de Surinaamse en Surinaams-Nederlandse gemeenschap. Als geen ander wist hij de noodzaak tot emancipatie en de vergroting van het zelfbewustzijn voor het voetlicht te brengen. Ter ere van zijn nagedachtenis wordt er tijdens deze avond op zaterdag 11 mei de tweede Clark Accord Lezing gegeven. Deze lezing zal met ingang van 2013 twee jaarlijks georganiseerd worden.

Met het uitroepen van de Clark Accord Lezing hoopt de organisatie een podium te geven aan inspirators van verschillend pluimage, die passie en betrokkenheid tot een kernwaarde van het leven hebben gemaakt. Dit om vooral de geest van Accord, het engagement en de liefde voor de mensheid, te verspreiden.

De tweede Clark Accord Lezing wordt verzorgd door Quinsy Gario (aanwezig onder voorbehoud), dichter en kunstenaar bekend als winnaar van de Hollandse Nieuwe Theaterrmakersprijs 2012 en van Roet in het eten. De lezing staat in het teken van herdenking en viering 150 jaar afschaffing slavernij in Suriname en de Antillen. De titel van de lezing is ‘Tussen Slavernijverleden als eindpunt en vertrekpunt. Kunst en cultuur als emancipatiehandvat’.

Sprekers en muzikale bijdragen
De avond wordt geopend door directeur van de OBA, Hans van Velzen. Familie Accord, Roué Hupsel en Roan Polanen spreken. En natuurlijk muzikale bijdragen.

Kaarten
U bent van harte welkom op de tweede etage bij het Cultuurplein van de OBA. Inloop van 19.30 uur tot 21.30 uur en het programma is van 20.00 uur tot 21.30 uur. De toegang is gratis. In verband met beperkte plaatsen adviseren wij u om op tijd te komen om teleurstellingen te voorkomen.

Marga Weimans: op de grens van slavernij, mode en beeldende kunst

Marga Weimans werkt op de grens van mode en beeldende kunst. Ze onderzoekt haar partieel Surinaamse achtergrond en maakt met haar opmerkelijke couture-ontwerpen een statement over vrouwelijkheid, afhankelijkheid, onafhankelijkheid. De jurken, gebaseerd op de creoolse koto-misi, krijgen een andere context door de metalen constructies die Marga Weimans om de poppen heen construeert. Te zien in het Groninger Museum.




Foto's: @ Michiel van Kempen

Internationale Conferentie Slavernij VOS en IISR

Louis Kalema - Slavendrijvers


Het programma voor de internationale conferentie welke georganiseerd wordt door Vereniging Ons Suriname en International Institute for Scientific Research (IISR) in het kader van 150 jaar afschaffing slavernij is nu definitief vastgesteld. De conferentie is ingebed in de Summer School on Black Europe die van 24 juni t/m 5 juli 2013 plaatsvindt in Amsterdam.

Het programma ziet er als volgt uit.

Vrijdag 28 juni vanaf 18.00 uur
Ontvangst van de internationale gasten. (Niet toegankelijk voor het publiek.)

Zaterdag 29 juni van 10.00-17.30 uur
Stephen Small (USA): Legacy of the struggle against slavery: how concepts, ideas and experiences of the resistance to slavery are expressed.
Kwame Nimako (Ned): The African response to slavery: the resistance to slavery in Africa.
Jeanne Henriquez (Curaçao): Tula and his legacy – the 1795 uprising on Curaçao.
Frank Dragtenstein (Ned): Marronage in the Caribbean: analysis and theory of resistance.
!Wegens persoonlijke omstandigheden kan Frank Dragtenstein zijn paper over marronage niet meer presenteren. In plaats daarvan zal Robert Justin Connell een paper presenteren met een vergelijking tussen marrons in Jamaica en Suriname. Connell is afgestudeerd aan de University of California Berkeley en werkt aan een dissertatie over marrons in Jamaica en Suriname. !


Zondag 30 juni van 10.00-17.30 uur
Rita Tjien Fooh (Sur): Women, resistance and slavery.
Rudy Uda (Ned): The culture of resistance: how resistance was expressed in culture during slavery.
Ramon Grosfoguel (USA): The Haitian revolution. Causes, description and immediate effects.
Livio Sansone (Ned/Brasil): Brazil – resistance and struggle in the largest slave society in the America’s.
Sandew Hira (Den Haag): Conceptualizing resistance to slavery: class, race and colonialism.


De voertaal is Engels.

Slavernij in de zuidelijke staten van de VS

Toegang: € 12,50 per dag
Studenten: € 7,50 per dag
Plaats: Vereniging Ons Suriname
Zeeburgerdijk 19-A
1093 SK Amsterdam
Klik hier om je aan te melden.
Meer informatie: +31 6 412 837 85
Email: info@iisr.nl
Bezoek de site: www.iisr.nl

“Bourses d’excellence Descartes”: Franse Studiebeurzen 2013-2014

De Franse ambassade in Nederland en de partnerondernemingen bieden studenten ieder jaar de mogelijkheid een beurs aan te vragen om hun academische opleiding in Frankrijk voort te zetten.

Wie?
Studenten die minimaal beschikken over een Nederlands bachelordiploma (of dat behalen voor september 2012) en in Frankrijk een master willen volgen of een doctoraat willen beginnen. Iedere discipline komt in aanmerking (geologie, geesteswetenschappen, economische en sociale wetenschappen, kunst, recht, biologie, wiskunde, scheikunde, informatica, politicologie…).

Hoeveel?
De hoogte van de toegekende beurs ligt tussen €615 en €770, afhankelijk van het studieniveau, en voor een duur van maximaal tien maanden. De status van beursstudent biedt eveneens dekking van kosten voor de sociale verzekering en vergoeding van het collegegeld in geval van een studie aan een universiteit.

Hoe?
De selectie van de kandidaten geschiedt in eerste instantie op basis van het dossier, vervolgens tijdens een gesprek. De voornaamste selectiecriteria zijn een uitmuntend studieverloop, de motivering om in Frankrijk te gaan studeren, en de persoonlijke eigenschappen van de student. Kennis van de Franse taal is geen vereiste.

U kunt het aanmeldingsformulier downloaden op www.ambafrance-nl.org/Franse-studiebeurzen.

Uiterste datum voor het indienen van het dossier: 17 mei 2013.

Meer informatie?
Joachim HUET
Espace Campus France - Mediatheek van Institut français - Maison Descartes:
Inlichtingen over studeren in Frankrijk en over studiebeurzen.
Mediatheek van Institut français - Maison Descartes, Vijzelgracht 2A – 1017 HR Amsterdam
020 531 95 18