dinsdag 31 januari 2012

Voetbalclichés

door Hassan Bahara

Het is altijd smullen geblazen als sportcommentatoren zich aan antropologische duiding wagen. Als zwarte atleten winnen, komt dat door ‘natuurlijke aanleg’. Als een blanke goed presteert, komt dat door ‘hard trainen’, ‘intelligentie’ of ‘strategisch inzicht’." Tijd om een nieuw cliché te munten. Over Sportverslaggevers.

Gisterenavond tijdens de dramatisch verlopen wedstrijd tussen Gabon en Marokko (Afrika Cup 2012) deed de commentator een memorabele uitspraak: "Wat je vaak ziet in het Afrikaanse voetbal: de drang om te scoren is erg groot."

Het is altijd smullen geblazen als sportcommentatoren zich aan zulke antropologische duiding wagen. Struikelt een Duitser over een onzichtbare uitgestoken been, dan heet het toneelspel dat in het geniepige voetbal-DNA van de Duitser gebrand zit. Zet om het even welke Zuid-Amerikaanse voetballer een onbesuisde sliding in, dan zijn we getuige van een onbeheerste en cultureel bepaalde moordzucht.



Ook over onze eigen voetbalcultuur neigen we in clichés te denken. Wat er vervolgens gebeurt als het spel niet aan de clichés voldoet, beschrijft Ian Buruma heel mooi in zijn formidabele boek Dood van een gezonde roker:

"Je ziet hetzelfde fenomeen dikwijls aan de manier waarop het Nederlands elftal voetbalt. Trots op hun superieure techniek, hun multiculturele samenstelling, hun soepele, haast arrogante spel, waarmee ze spelers van saaiere ploegen, zoals Duitsland, razend maken, beginnen de sterren van de nationale voetbalploeg de wedstrijd gewoonlijk met alle branie van het geweldige Amsterdam. Ze weten dat ze de beste zijn in hun speelse individualisme, hun vergaande stoutmoedigheid. En soms zijn ze dat ook. Maar als het tegen zit en de volhardende Duitsers, de obstinate Italianen of de stugge Engelsen een of twee doelpunten maken, laten de spelers het hoofd snel hangen en zijn de verwijten niet van de lucht. En als de wedstrijd verloren wordt heerst er een zure sfeer van verongelijktheid: hoe heeft dit ons kunnen overkomen? Waaraan hebben we dit verdiend? We zijn toch zeker de besten? Fuck you!"

Gisteren schreef De reizende commentator Maarten Huygen in NRC over een heftige discussie in de publieksloge van het Utrechtse stadion de Galgenwaard. Inzet was een onderzoek van Jacco Sterkenburg die had "vastgesteld dat Marokkanen bij sport weliswaar beter worden behandeld dan elders in de media, maar dat zwarte atleten vaker dan anderen worden beschreven in lichamelijke termen. Als zij winnen, komt dat door ‘natuurlijke aanleg’. Als een blanke goed presteert, komt dat door ‘hard trainen’, ‘intelligentie’ of ‘strategisch inzicht’."

"Verlicht racisme" noemt Sterkenburg deze verschillen in duiding van een sportprestatie.

Hilarisch en intriest tegelijk is het commentaar hierop van een sportverslaggever die de conclusie van Sterkenburg lijkt te delen:

„Zwarten hebben een fijner ontwikkeld spierstelsel en daardoor bereiken ze de finale”, zei een man. „Dat is een determinant. Schaken is een determinant voor witten. Maar mijn mening is politiek incorrect.”
Uit verder onderzoek van Sterkenburg bleek dat Marokkanen en Surinamers zich aan de sportverslaggeving storen. Aanleiding voor Sterkenburg om de NOS te vragen of ze hier geen rekening mee kunnen houden en proberen deze ergernis weg te nemen. Maar daar had sportverslaggever Jeroen Grueter weinig oren naar. Zijn werk is al druk en zwaar genoeg, hij kan ook niet nog eens rekening gaan houden met de ergernissen van een fractie van het kijkerspubliek.

Tja. Opmerkelijke afweging. Tijd dus om een nieuw cliché te munten. Sportverslaggevers: zonder uitzondering lui en volgevreten volk dat de platitude liever is dan nuance en inzicht. .

Hassan Bahara is columnist, criticus en schrijver. Hij heeft sinds kort een weblog. Deze column is eerder op zijn blog verschenen en in overleg met Hassan Bahara ook op Republiek Allochtonië geplaatst.
[van Republiek Alochtonië, 29 januari 2012]

Colonial Houses: Home of a Hero

Scharlooweg 55, also known as "Beau Senior," is one of the few houses to exist both in Curacao and in miniature form in the Netherlands in a small town called Madurodam. Built in 1875 for the Senior family (one of the major Jewish families in Curacao), the home was sold in 1915 to Joshua and Rebecca Levy Maduro family, members of another major Sephardic family on the island. It was the boyhood home of their only son, George John Lionel Maduro (1916-1945), who fought for the Dutch resistance in WWII, and died in Dachau concentration camp of typhus. After his death, his parents commemorated him by building the miniature city Madurodam in in Scheveningen, The Hague, in the Netherlands. A small version of his childhood home resides in the town.

Replica of 55 Scharlooweg in Madurodam

"Beau Senior" is typical of the Jewish houses built in the Scharloo neighborhood of Curacao in the nineteenth century. In the seventeenth and eighteenth centuries, most Jewish families lived in Punda (Willemstad) a few blocks away from the synagogue, in Landhuizen (plantation homes) inland, or in Otrobanda across the entryway to the bay. Starting in the late nineteenth century, Jewish families began to build houses across the Waaigat in Scharloo.

These houses tended to be neo-classical in design with a U-shaped plan surrounding an enclosed patio. This architectural style was both influenced by Latin American architecture and the discovery and excavation of Pompeii. As in Pompeii, the true grandeur of the house was only accessible to those allowed inside. The front of the house often belied the large house that lay behind it (see plan below). Even so, the front facade was an important way of showing social prestige: the monumental pediment above the doorway, the front columns, and the elegant grey and white tiles leading to the entryway all displayed luxury and good taste.


Simplified Floorplan of 55 Scharlooweg based on Winkel, Scharloo p. 295

The galleries were like European sitting rooms, furnished with mahogany and wicker furniture. In contrast, the Sala was mainly for show and were decorated with pianos, long narrow mirrors, and chandeliers. As in Pompeii, the patio was open to the sky. It was decorated with plants. Furniture in the bedrooms was monumental and made of hardwoods.


Bedroom furniture owned by the Maduros of Scharloo now in landhouse Rooi Catochi. (S.A.L. Mongui Maduro Foundation)

In the dining room was often a fontein, a small basin and water container for hand washing. Cupboards made of mahogany housed dishes and glasses. You can read more about Scharloo architecture and "Beau Senior" in P. Pruneti Winkel's Scharloo.


Fontein owned by Shon Serafina Maduro-Jesurun, now in landhouse Rooi Catochi. (S.A.L. Mongui Maduro Foundation)


[from Travels Through Jewish History]

Doeschka Meijsing overleden

Doeschka Meijsing. Portret door Nicolaas Porter

De Nederlandase schrijfster Doeschka Meijsing is maandag op 64-jarige leeftijd overleden in haar woonplaats Amsterdam. Meijsing stierf aan de complicaties van een zware operatie. Uitgeverij Querido heeft dat dinsdag bekendgemaakt.

Doeschka Meijsing - zus van schrijver Geerten Meijsing - schreef vele verhalen, gedichten, essays en romans. Ze debuteerde in 1974 met De hanen en andere verhalen. Voor Tijger, tijger! (1980) ontving ze de Multatuliprijs. De tweede man (2000) werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en betekende Meijsings doorbraak naar het grote publiek.

Haar roman 100% chemie (2002) werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs en kan worden gezien als een opmaat tot Moord, haar deel van de roman Moord & Doodslag (2005), die ze samen met haar broer Geerten Meijsing schreef.

Haar roman Over de liefde uit 2008 werd bekroond met de F. Bordewijkprijs, de Opzij Literatuurprijs en de AKO Literatuurprijs. In het verhaal kijkt een lesbische schrijfster terug op haar verbroken relatie. Inspiratiebron voor Meijsing was haar relatie met vriendin, VN-criticus Xandra Schutte, die haar verliet voor haar uitgever H.J. Schoo. Het werd het laatste boek van Meijsing.

Nalatenschap Anton de Kom overgedragen aan Letterkundig Museum

Op vrijdag 20 januari 2012 is de literaire nalatenschap van Anton de Kom overgedragen aan het Nederlands Letterkundig Museum & Documentatiecentrum in Den Haag. In 2010 hebben de kinderen-De Kom prof. Michiel van Kempen van de Universiteit van Amsterdam de nagelaten geschriften van De Kom ter hand gesteld met het verzoek te onderzoeken bij welke erfgoedinstelling deze het beste konden worden ondergebracht. In overleg met de familie is gekozen voor het Letterkundig Museum. De nalatenschap omvat de handschriften van gedichten, van enkele onuitgegeven romans, van drie versies van een filmscenario en van een bundel Anansitori's. (Het handschrift van Wij slaven van Suriname is tijdens het uitgeefproces in 1933/34 verdwenen.) Aan deze manuscripten werden door De Koms kleindochter Els de Kom nog toegevoegd de belangwekkende correspondentie tussen De Kom en zijn uitgever De Neve, enkele brieven (waaronder die aan Gide) en een aantal diploma's en andere getuigstukken (waaronder - tot verbijstering van de aanwezige biografen Boots en Woortman - ook enkele stukken die zij niet eerder hadden gezien.). Behalve Van Kempen, Els de Kom en de biografen was bij de overhandiging ook Adeks zoon Ad aanwezig.

Gedurende de tijd dat de nalatenschap in bewaring was bij de Universiteit van Amsterdam hebben de biografen het werk kunnen inzien, en er ook een digitale kopie van vervaardigd hebben de biografen. Een digitale kopie (tevens omvattende foto''s en de documentaires die over De Kom zijn gemaakt) bevindt zich bij het Nationaal Archief van Suriname en kan door belangstellenden worden ingezien na toestemming door de familie-De Kom. Een andere kopie zal ter beschikking worden gesteld van het Letterkundig Museum.

De onderstaande fotoreportage is van het Letterkundig Museum.


V.l.n.r. de De Kom-biografen Alice Boots en Rob Woortman, Ad (zoon van Adek) en diens dochter, De Koms kleindochter Els


De Kom-biograaf Rob Woortman ontpakt enkele geschriften; rechts Ad de Kom


Het ontpakken van de geschriften



De uitgestalde geschriften van A. de Kom



Michiel van Kempen geeft uitleg over een door De Kom compleet uitgewerkt filmscenario



Museumdirecteur Aad Meinderts bekijkt een map met handschriften van gedichten


Zie ook deze reproductie van een van de handschriften en dit bericht over de overhandiging van het archief eerder aan de UvA.

Ontwikkeling en herleving kasekomuziek in lezing Rudi Spa

Paramaribo - Iedereen heeft dat al een keer gedaan: stevig schuiven en schudden op kasekomuziek. Maar wat is de geschiedenis en de ontwikkeling van deze typische Surinaamse muziek? Wat is de roots en de invloeden die ze heeft gehad op de Afro-Surinamer en de Surinaamse bevolking in het algemeen?

Dit en nog vele andere leuke anekdotes maken deel uit van de opo yari lezing ‘Invloed van kasekomuziek op afro-Surinamers.’ De inleider is de bekende musicus Rudi Spa. De lezing werd op zondag 30 januari j.l. om 11.00 uur gehouden door de organisatie Fiti fu wini aan de Sir Winston Churchillweg 793. Spa licht een klein stuk van de sluier voor de Ware Tijd. “De geschiedenis van de kaseko”, legt Spa uit, “heeft haar roots in de bigi poku rond de 19e eeuw.” Deze bigi poku-groepen bestonden uit 2 blazers, 1 kleine snaardrum en 1 skratyi, 1 banjo en 1 tuba. “De muziek was geheel instrumentaal en was dus de voorloper van wat we nu als kaseko poku kennen. De kaseko is de modernisering van de bigi poku. Toen kwam de zang - voor- en koorzang erbij. De banyo werd vervangen door de elektrische gitaar. De tuba door de contrabas en daarna door de elektrische basgitaar. De snaardrum en die skratyi werd vervangen door een volledig drumstel,” legt Spa uit.


The King of Kaseko Lieve Hugo was met zijn band Washboard een trekker voor de herleving van originele Kaseko muziek.

Cojunto

In de jaren 50 ontstonden onder invloed van de populaire Cubaanse muziek de zogenaamde ‘Cojuntos’. Er werd veel Spaans gezongen en de skratyi verdween naar de achtergrond. Maar na een aantal jaren had men genoeg van de Spaanstalige muziek. Men wilde Surinaamse teksten. “Onder invloed van vele Surinaamse arrangeurs waaronder de bekende Wilmo Kamble werd er ‘Surinaamse Cojunto’ muziek gemaakt. Tegen medio jaren ’70 toen men begon te praten over de onafhankelijkheid van Suriname ontstond er een andere beweging. De Surinaamse muzikale identiteit moest terug. Dat was het moment van de wedergeboorte van de skratyi poku in de kaseko. Een zeer belangrijke trekker als zanger en performer was Lieve Hugo met de groep ‘Washboard’. Zij hebben echt die herkenning van kaseko als Surinaamse muziek doen herleven”, vertelt Spa enthousiast. “Ik ben een kasekoman in hart en nieren”, lacht Spa vrolijk. Als hij praat over de invloed die de muziek heeft gehad op de afro-Surinamer dan verwijst hij naar het dansgedrag. De oude garde wilde de ‘nieuwe’ vibe van de herleefde kaseko accepteren. Op de buitenplaatsen wilde men de ‘oude’ kaseko om te gebruiken in de winticultuur. De ‘gegoede’ afro-Surinamers vonden de muziek plat en deze was meer voor de ‘marktvrouwen’. “Maar de jonge moderne garde was er dol op. Happy Boys, Latino’s, Lieve Hugo, Kaseko Masters en vele andere bekende groepen van die tijd waren zeer geliefd bij de jonge nationalistische Surinamer”, geeft Spa aan. Hij gelooft dat de invloed van kaseko ook haar invloed heeft op andere bevolkingsgroepen in Suriname.

Rudi Spa is muzikant en oprichter van Orchestra Alalfa. Hij heeft klassiek gemusiceerd onder meer in het originele Snijdersorkest onder leiding van Eddy Snijders. Hij was blazer bij De Swingers opgericht met wijlen Eddy de Koning en was lid van Symphony, een popband met Etiënne Stadwijk en anderen. Spa heeft gespeeld in haast alle jazzorkesten. Hij is medeoprichter van Super Dynamic Stars en is daar 15 jaar muzikaal leider van geweest. Hij zingt de baspartij in het Trokikoor. Spa was deel van de salsa-sensatie Sowsu. Hij heeft heel veel ingevallen bij Latino’s van toen en de Kaseko masters. Hij ondeursteunde een band van Klaaskreek Real Gano, waarmee hij de sekete–kasekostijl speelde.

[naar de Ware Tijd, 28/01/2012]

Marcel Pinas lanceert sieradenlijn: Boipili

door Ada Korbee

Marcel Pinas kennen we allemaal van zijn kleurrijke marron geïnspireerde schilderijen en zijn ruimtelijke werkstukken waarin hij traditionele elementen op een hedendaagse wijze tot kunst verheft. En dat Marcel Pinas veel meer is dan alleen een kunstenaar, dat weet ondertussen ook een ieder die maar enigszins bekend is met zijn werk in het district Marowijne. Toch krijgt het publiek ook nu weer een nieuwe zijde te zien van deze verrassende kunstenaar! Marcel Pinas lanceerde namelijk op zaterdag 28 januari zijn eigen sieradenlijn: Boipili.

Een zwart gemaakt model toont Pinas' sieraden. Foto: Claudio Barker

Boipili is een heel bijzondere lijn van sierlijke zilveren sieraden die geïnspireerd zijn door de Ndyuka-cultuur. Tekens uit het Afaka-schrift dat aan het begin van de 20ste eeuw gebruikt werd als geheim communicatiemiddel onder de marrons aan de Boven-Tapanahony-rivier, alsook de kronkelende houtsnijwerkmotieven die onder marronvaklieden van generatie tot generatie zijn overgedragen, vormen de rode draad in de Boipili-sieradenlijn. Het idee om sieraden te vervaardigen ontstond jaren geleden, vanaf het moment dat Pinas begon te werken met de houtsnijwerkmotieven en het Afaka-schrift. De prachtige tekens en symbolen afkomstig uit de cultuur van zijn voorouders, werkten sterk in op de verbeelding en de creatieve drang van de kunstenaar.

Eerste set
In de jaren daarna, toen Pinas tijdens zijn reizen terecht kwam op de markten in Mali en in het zilverdistrict van Indonesië en zag wat daar door vaklieden allemaal gemaakt werd, raakte hij nog verder geïnspireerd. Een vakman in Mali vervaardigde voor Pinas zijn allereerste set zilveren sieraden en in Indonesië had Marcel gemakkelijk zijn ontwerpen verder kunnen laten uitvoeren.

Maar dat zou geheel indruisen tegen datgene waar Marcel Pinas zich met zijn werk juist sterk voor maakt. Educatie, werkgelegenheid, cultuurbewustzijn en ontwikkeling van traditionele gemeenschappen in het binnenland van Suriname: dat zijn de dingen waar Marcel Pinas naar streeft. De eerste stap naar de verwezenlijking van de Boipili-sieradenlijn was gezet, maar het project moest verder wel in Suriname vorm gaan krijgen.

Bondgenoot
De Boipili-sieraden, door Pinas ontworpen, worden momenteel vervaardigd in de juwelierszaak van Sunil Oemrawsingh. In deze juwelier vond Pinas, na lang zoeken, eindelijk de juiste bondgenoot. Want niet alleen voor het uitvoeren van de productie, maar ook voor het implementeren van het groter plan, kan Marcel rekenen op de steun van Oemrawsingh. Want net als alle andere kunstprojecten van Pinas zal de Boipili-sieradenlijn bijdragen aan zowel de maatschappelijke als de financiële ontwikkeling van het binnenland.

Geïnteresseerden uit de lokale gemeenschap van Moengo zullen door deze juwelier uit Paramaribo opgeleid worden in het vak. Ook mensen uit Brokopondo en Sipaliwini zullen hierna bij het project betrokken worden. In de toekomst wordt de Boipili-lijn van sieraden dan mede ontworpen, ontwikkeld en vervaardigd door goed opgeleide vaklieden van traditionele gemeenschappen in het binnenland van Suriname. Boipili is nu reeds, maar wordt dan nog meer de merknaam van prachtige, unieke sieraden geïnspireerd door de culturele rijkdom van Suriname. Een exclusieve collectie sieraden - waardevol op meer dan één vlak - die spreekt tot een breed publiek van zelfverzekerde mensen van waar dan ook, die bewust kiezen voor de fijne dingen van het leven.

De launch van Boipili, de exclusieve sieradenlijn van Marcel Pinas, heeft op zaterdag 28 januari plaatsgevonden in de Readytex Art Gallery. De sieraden expositie is voor het publiek te bezichtigen van maandag 30 januari tot en met 11 februari.

Foto's: Dave Edhard

Nieuw boek van Adjiedj Bakas

Paramaribo/Den Haag – De in Suriname geboren trendwatcher, Adjiedj Bakas, heeft vandaag zijn nieuwste boek gepresenteerd, getiteld: Het Einde van de Privacy. In het boek gaat hij uitgebreid in op de gevolgen van het toenemend internet gebruik en onze privacy.

Bakas schreef verschillende bestsellers over de toekomst, die onder andere in Nederland, de VS, China, Brazilië, Zweden en Engeland verschijnen. Hij werd 2009 uitgeroepen tot trendwatcher van het jaar en tot zwarte ondernemer van het jaar 2008.

Vakblad Management Team riep hem onlangs uit tot één van de vijfentwintig creatiefste Nederlanders en innovatieblad Sprout riep hem uit tot één van de vijftig invloedrijkste mensen, onder de 50 jaar.

Het NIMA, de branchevereniging van marketeers, heeft hem uitgeroepen tot de invloedrijkste trendwatcher, onder de marketeers en hij geldt als één van de veertig meest invloedrijke mediamensen.

[GFC Nieuws, 30 januari 2012]


Tingkeban: ‘Mooi onderdeel Javaanse cultuur’

door Charles Chang


Paramaribo - Met één beweging kapt hij de kokosnoot in tweeën. Een dukun bekijkt welke kant de snee is gevallen: “Het wordt een meisje!” Hoofd van de protocolaire en consulaire afdeling van de Indonesische ambassade, ibu Desita Kurniawan, is zeven maanden in verwachting.

Volgens de Javaanse traditie en cultuur is het dan tijd voor het houden van een tingkeban - in Suriname meer bekend als mitoni. Voor de Indonesische ambassade was het ‘een goede gelegenheid om dit mooi onderdeel binnen de Javaanse cultuur te laten zien’. Verschillende hoogwaardigheidsbekleders en diplomaten, onder wie first lady Ingrid Bouterse, waren zaterdag getuige van deze gebeurtenis die werd afgewisseld met culturele dansoptredens. In zowel Indonesië als Suriname vindt deze plechtigheid nog altijd plaats.


Als de kokosnoot gekapt is, wordt nauwkeurig bekeken aan welke kant de snee is gevallen om zo het geslacht van het ongeboren kind vast te stellen. (Foto: Claudio Barker)

Het getal zeven, dat een belangrijke rol speelt in de Javaanse cultuur, komt hierbij ook sterk naar voren. Van alles is er dan zeven: zeven verschillende aardvruchten, zeven verschillende gerechten, zeven verschillende snacks en zeven verschillende vruchten in de roedja. Ook het water waarmee de aanstaande moeder symbolisch wordt gewassen, komt uit zeven verschillende waterbronnen en wordt uitgevoerd door zes ouderen en de echtgenoot.

Het woord tingkeban komt van Niken Satingkeb die in de elfde eeuw als eerste vrouw de rituelen onderging. Javanen geloven dat in de zevende maand lichaam en ziel zich verenigen, maar dat de moeder en ongeboren baby nog niet sterk genoeg zijn en dat ze daarom om hulp en bescherming moeten vragen. De ceremonie is ook bedoeld voor het vragen van een goede en vlotte bevalling. Dat wordt gesymboliseerd door het knippen van de groene band om haar middel (symbolische navelstreng) en het ei en de kokosnoot die de echtgenoot langs haar batikjurk laat vallen. Het ongekookt ei barst op de grond, maar de jonge kokosnoot wordt opgevangen door een oudere. “Tradities en gewoonten zijn cultuuruitingen en staan los van religie”, legt de mc, Dyanti Legiman uit. Daarmee wil de ambassade aangeven voorstander te zijn van behoud van de eigen cultuur. Wanneer Desita gevoerd wordt door haar man, Deddy Kurniawan, duidt die symboliek aan dat hij voor het gezin zal zorgen. De laatste fase van de tingkeban is het zinnebeeldig kopen van de roedja (Javaanse fruitsalade).

Amin Abbas, een bekende figuur uit de Javaanse gemeenschap, verklaart dat alleen bij het eerste kind de mitoni wordt gedaan. “Medisch is een baby van zeven maanden al volwaardig, maar door de mitoni vragen we ook om zegen en geluk. Dit is een demo, in het echt is het veel levendiger - iedereen leeft dan mee!”

“Ik wist niet dat het er zo uitgebreid aan toe ging”, vertelt de jonge parlementariër, Revano Wongsoredjo. De enige mitoni die hij heeft meegemaakt, dateert uit zijn kinderjaren. In Suriname raakt deze traditie meer en meer op de achtergrond. Hoewel het kostbaar is, is er vanuit de jongeren minder interesse voor de cultuur. “Of ik het ook zal doen? Dat hangt ook af van mijn toekomstige vrouw, want in mijn familie kunnen we wel onderscheid maken tussen cultuur en religie”, zegt de oostbidder. “Cultuur bevat niet alleen kleding, eten en zang - het behelst veel meer. We moeten de achtergrond en de waarde van onze cultuur meer overgedragen en zichtbaar maken. Anders hebben de jongeren geen houvast. De mitoni is geen religieuze maar een culturele aangelegenheid.”.

[uit de Ware Tijd, 0/01/2012]

zondag 29 januari 2012

Driehoeksreis [8]

Het Curaçaosch Museum presenteert deze weken een overzicht van het grafisch werk van Bert Kienjet. Deze Leidse kunstenaar laat zich in zijn grafisch werk inspireren door de historische Driehoeksreis. Deze reis van Europa via West Afrika naar het Caraïbisch gebied en weer naar Europa werd in de 17de eeuw door de West-Indische Compagnie begonnen.
Deze reis wordt door Kienjet als metafoor gebruikt voor de uiteenlopende banden tussen Westerse, Afrikaanse en Caraïbische culturen. Kienjets werk bestaat uit tientallen portretten van ‘personages’ die de driehoeksreis bevolk(t)en.
Hierbij een voorproefje van de tentoonstelling van etsen, voorzien van korte onderschriften door Kienjet zelf. Door het groepsgewijs tonen van de portretten worden oude en nieuwe verhalen zichtbaar.
Links: Black Wim / portret van Wim als zwarte man, ets/aquatint, 15 x 10 cm; (rechts) Tirzo / portret van beeldend kunstenaar Tirzo Martha, ets/droge naald, 15 x 10 cm

Wim en Tirzo / Zwart/wit. “Dit is een negereiland, hoe je het ook bekijkt.” schreef Tip Marugg. Net als “Maar zouden niet alle moeilijkheden opgelost zijn als iedereen zich wit verfde? Je weet dan niet wie blank en wie zwart is. Waarom niet iedereen zwart?” Witte Wim uit Leiden is de meest pigmentloze man die ik ken. Wordt hij anders als ik hem zwart maak? Wordt zwarte Tirzo van Curaçao anders als ik hem zo wit mogelijk teken? [BK]

Pim de la Parra antwoordt Arlette Codfried

Bestelieve Arlette,

Dank voor je mailbericht, waardoor ik de website {www.schrijversgroep77.org} kon begluren en de twee artikelen van jouw hand kon lezen.

Opvallend is dat de titel van het tweede deel verschilt van die van het eerste.
De eerste titel “Suriname gaat ten onder aan domheid” is taalkundig veel pakkender dan de tweede: “Suriname gaat aan domheid ten onder.”

Je vrees dat Suriname aan domheid ten onder zal gaan geldt voor alle landen op aarde en dus voor de totale wereldbevolking. Het is ook geen verschijnsel dat zich voor het eerst in de menselijke geschiedenis voordoet; het bestaat al lang voor de uitvinding van de boekdrukkunst. Vijfhonderd jaar geleden schreef Desiderius Erasmus er over in Lof der Zotheid. Domheid, in de zin van onwetendheid, is zelfs de meest kenmerkende eigenschap van onze soort, de human animal.

Een schrijver is iemand die een compleet beeld heeft verworven van de wereld van illusies waarin hij/zij leeft en van de mate waarin de zintuigen ons zelfbedrog veroorzaken. Dat doet hij/zij idealiter door kennis te nemen van schrijvers uit alle andere culturen. Wat tegenwoordig subliem mogelijk is, omdat vrijwel elke interessante roman of elk interessant essay - waar ook vandaan - al heel snel in het Engels is te lezen, en vaak genoeg ook in het Nederlands.

Zo’n schrijver wordt auteur wanneer er een kwantumsprong in Bewustzijn is volbracht: de overdreven aandacht voor de buitenwereld kantelt vanzelf en richt zich voor het eerst naar de binnenwereld.

De auteur wordt geboren wanneer de schrijver/schrijfster zoveel afstand van zichzelf (- zeg maar: van “zijn/haar” vermeende IK-identiteit & dus van zijn/haar Ego-structuur -) kan verwerkelijken, dat hij/zij opeens, zomaar & vanzelf. de zogenaamde subject-object-verwarring kan doorzien. En er de keuzeloze getuige van kan zijn, zonder enig willen... Dan is er pas sprake van een Kwantumsprong in Bewustzijn.

{{ Opmerkelijk is dat de Woordenlijst Nederlandse Taal, Het GROENE Boekje, dit woord “kwantumsprong” nog niet vermeldt. }}

Het meest pijnlijke vond ik tijdens het lezen dat “jij” nog steeds zo slordig omspringt met de taal waarin jij je toch het meeste uitdrukt: het Nederlands. Dat liet me denken aan een bekende uitspraak van Confucius: “If language is not correct, then what is said is not what is meant.” De tientallen taal-, schrijf- & stijlfouten in je twee artikelen doen mij als welwillende lezer - die jou notabene een warm hart toedraagt - erg veel pijn aan de ogen, zogezegd.

Daarmee ontkracht jij automatisch niet alleen je idealistische betoog, maar beschadig jij ook je eigen reputatie en betrouwbaarheid als schrijfster. Om maar niet te stellen dat ongecorrigeerde publicatie van deze twee artikelen op de website van een nationale SCHRIJVERSGROEP als “heel dom” kan worden beoordeeld...

Je geschrijf over “domheid” kaatst dus terug naar deze Surinaamse literaire vereniging; alsook naar jezelf, de Surinaamse schrijfster die niet eens de moeite neemt om haar teksten op deze letterkundige website te zuiveren van slordig taalgebruik...

Ook ontgaat het je kennelijk dat “jij” in je betoog zeer gedateerde, naieve romantische & idealistische motieven gebruikt ter staving van je vermeende inzichten in de “domheid” van alle Surinamers & van het land Suriname als natie.


Rechts: Desiderius Erasmus door Hans Holbein de Jonge

Laat me de moeite nemen om een passage te citeren uit een opmerkelijk essay van Connie Palmen, getiteld Het geluk van de eenzaamheid, ondertitel: Over de roman, verschenen in 2010 bij uitgeverij Athenaeum Polak & Van Gennep, waarmee ik hoop over te dragen dat jouw ideeën over literatuur, & wat literatuur behoort te zijn, op zijn minst zeer gedateerd zijn te noemen.

Ook talloze andere tekstcitaten zou ik kunnen benutten, van Engelse, Franse, Duitse, Spaanse, Portugese, Poolse, Amerikaanse, Argentijnse en zelfs Surinaamse {!} & Antilliaanse (roman)auteurs, essayisten & taalwetenschappers, maar ik blijf liever binnen onze gemeenschappelijke Nederlandse taalomgeving, puur vanwege het gemak.

Onderstaand citaat valt te lezen op een van de laatste pagina’s (113) van bovengenoemd essay van Connie Palmen: “Onderwijzers, leraren, wetenschappers, recensenten, professionele critici en politici hebben een andere taak dan de kunstenaar. De roman is geen opvoeder van kinderen, hij is geen historicus, docent of journalist en al helemaal geen dienstmaagd van een tijdelijk landsbestuur. Kunst is autonoom. Juist omdat de literatuur, in tegenstelling tot de lectuur, zich niet bekommert om haar effect en, omdat ze origineel is, er geen idee van heeft wie ze zal bereiken en hoe een publiek zal reageren op een roman, kan zij niet dienen. Voor het originele bestaat geen markt. De schrijver dient de literatuur, de literatuur dient niemand.”

Geachte Arlette, het is niet mijn oogmerk om jou als persoon te kwetsen met behulp van neo-postmoderne literatuurconcepten uit Europa. Met deze brief reageer ik spontaan op de van jou ontvangen link naar de website van Schrijversgroep 77, ter aanbeveling van het lezen van jouw stukjes over domheid.

Als jij kunt inzien hoe “dom” het is om je te bekommeren over de “domheid” van anderen - van mensen, dingen & verschijnselen in je buitenwereld - dan leg je tenminste een basis voor het onderzoek naar je “eigen” domheid.

En dan zal je wellicht kunnen ontdekken dat het jouw eigen domheid is, die “jij” op anderen - op de buitenwereld - hebt geprojecteerd. Wat we menen te zien/denken/voelen/zeggen/schrijven/zingen... dat zijn we zelf.

The thinker is the thought. De denker & de gedachte zijn een & hetzelfde fenomeen.

# Deze brief verzend ik zoals je kunt zien in cc aan de voorzitter van Schrijversgroep 77, Ismene Krishnadath.

# Ook zal ik op een later tijdstip afschrift hiervan sturen naar enkele bevriende Surinaamse schrijvers/schrijfsters & literatuur-kenners & -liefhebbers, van wie de meesten ook tot de Schrijversgroep 77 behoren.

Het is mijn vertrouwen je hiermee uiteindelijk een ultiem genoegen te doen, lievebeste Arlette Codfried.


Dank voor je aandacht,

Parra de la Pim Sr.Jr.

[28 januari 2012]



*****



Nicolaas Porter, The wisdom of Arlette Codfried

Suriname gaat ten onder aan domheid (II)

door Arlette Codfried

Laten we ook naar andere dingen van Suriname kijken.

We beweren een land te zijn die opvalt door zijn multiculturaliteit en dat we in vrede met elkaar leven. Is Suriname het enige multiculturele land ter wereld waar ze ‘in vrede’ met elkaar leven? Leven we in vrede met elkaar ? Is er ooit onderzoek gedaan naar Suriname en haar vele culturen en vredelievendheid? Is er beleid op dat stuk? Komt er ooit beleid op dat stuk? Zijn er mensen in Suriname in staat te verklaren wat Suriname uniek maakt?

Met andere woorden: waar zijn onze denkers en als we kijken naar wat naar voren treedt als denkers, kunnen ze goed denken? Hoe moeten we dit oplossen? Komen ze geloofwaardig over, kunnen ze hun idee ‘verkopen’?


We hebben braindrain. Wie schrijft voor dat we dat moeten accepteren als een voldongen feit en onszelf de gelegenheid ontnemen onze hersenen zelf te trainen en in te zetten voor de opbouw van ons land? Waarom vlucht ons intellect uit ons land? Heeft een Surinamer dat ooit onderzocht en opgelost?

We hebben wetten waar we ons aan zouden moeten houden, we hebben ze immers zelf bedacht als positieve incentive voor ons volk. We hebben een regeervorm die voorschrijft dat iedereen mag deelnemen aan het bedenken en uitvoeren van vraagstukken waarmee ons land wordt geconfronteerd. Hoe staat het daarmee? In de Sasur kwestie zijn er een paar dingen die opvallen. Er zijn geen auteursrechten specialisten in Suriname. De wet is van 1913, stamt dus uit een tijd toen er nog geen film, video, radio, televisie of computerprogrammas waren. De wet is nooit aangepast en er zijn geen deskundigen die weten wat moet gebeuren op dit stuk. Het veld is niet geinteresseerd genoeg om de materie te begrijpen laat staan op te lossen. Je kan alles leren en dat geleerde gebruiken om je problemen op te lossen. We leven dus niet in vrede met elkaar.

Suriname is gewild in het buitenland. Hoeveel nobelprijs winnaars heeft Suriname voortgebracht om maar niet te spreken van internationale naam en faam door bijdragen van Suriname op geen enkel gebied.

We koken lekker. Hebben we getrainde koks die zich hebben verdiept in de Surinaamse keuken? Het hebben gedefinieerd en gecultiveerd en geinnoveerd en bovendien beroemd hebben gemaakt in de wereld? Is er een franchise van ons ‘unieke’ voedsel ergens in de wereld behalve in ons eigen land waar de meeste restaurants namaak gerechten verkopen omdat niemand het recept kent en dus kan koken, laat staan verkopen.

Onze kinderen moeten onze boeken lezen en leren daaruit. Wat is Surinaamse literatuur? Wanneer is het begonnen? Hebben we literaci in Suriname die dat weten? Hoe komt het dat we niet lezen? Weten we wel hoe we dit probleen grondig moeten uitbannen?

Zijn onze pogingen tot nu toe wel toereikend en is er iemand die zich daarin heeft verdiept en het ons kan zeggen. Anders blijven we dom bezig en raken we alleen maar verder achter en worden we dommer. Want literatuur is de iedeëenpool van een land omdat literatuur origineel, zelf bedacht en verantwoord is. De geestelijke voeding.

Wat geven wij ons volk te eten?

Wat doen we met producten die we nodig hebben? We importeren alles. Is er niemand in Suriname wijs genoeg om producten te bedenken en maken die we elke dag nodig hebben en voor werkgelegenheid en geld verdienen kan zorgen. Bijvoorbeeld: auto industrie, benzine industrie, water industrie, schoenen industrie en zelfs toiletpapier importen we. Al het geld van ons geven we daarmee weg. Heeft iemand ooit gedacht iets te ontwerpen dat alleen aan Suriname toe te schrijven is? Waarom zijn zoveel mensen slecht opgeleid en onproductief in Suriname? Wie zegt dat Surinamers verplicht zijn via buitenlands kapitaal en kennis te functioneren? Kunnen we o.a. niet ons eigen goud winnen op onze eigen manier die voordelig is voor ons millieu, ons volk en onze inkomsten? Kwik in het milieu is negatief, is de oplossing niet machines te bouwen die het goud op een veilige en efficiente manier uit de grond halen en vooral onze goudzoekers scholen in het goudwinnen? Is er iemand in Suriname die dat kan doen en zich erin heeft verdiept?

We komen altijd te laat. Waarom berekenen we onze tijd niet beter? Waarom zijn we trots op onze Surinaamse tijd? Wat voor bijdrage leveren we aan de wereld met ons gedrag?

Surinamers zijn gezellig en populair bij buitenlanders. Is dit ooit wetenschappelijk onderzocht? Is het om te beginnen waar? Wat is de waarheid over Surinamers en ons land? Staan we niet bekend als drugsdoorvoerland, mensen met een criminele instelling, arm en dom. We komen op CNN met ons jaarlijks pagarafestival terwijl die van andere landen niet alleen mooi maar ook veilig zijn. Bij ons is het gevaarlijk en daarom wereldberoemd. We lopen elk jaar het risico onze historische binnenstad te verbranden. Het zijn de meest gewone bombels. Dus rook en lawaai. Bovendien zijn de pagaras niet door ons zelf gemaakt en dragen we niets bij aan het oudejaarsplezier in de wereld. We stellen alleen onszelf en onze gasten bloot aan gevaar. Het bewijst ook niet dat we de beste organisatoren van feesten zijn ter wereld.

En zo kan ik nog uren doorgaan met het blootleggen van het probleem van Suriname om steeds tot de conclusie te komen dat we mooi maar dom zijn en gaan afglijden naar een toestand van diepe armoede en onderontwikkeling. Dus alleen maar grotere problemen.

Opo kondreman oen opo kong meki we bow kondre.



[verschenen op de site van de Schrijversgroep '77, 22 januari 2012]

Suriname gaat aan domheid ten onder (I)

door Arlette Codfried


Laat me met een recent voorbeeld beginnen. Er is een leerprogramma dat leidt naar toetsmomenten. Elk onderwijsinstituut werkt op zo een manier. Als onderwijzer wordt je geacht dat programma te beheersen en over te brengen op je leerlingen. Je moet als mens dus die vaardigheden ontwikkelen en onderhouden om ze steeds beter te kunnen overbrengen op de leerlingen. Dat vereist discipline en het stellen van eisen aan jezelf. Als onderwijzer moet je sterk zijn in vakkennis en algemene kennis van de wereld om je heen, je sociaal gevoel moet ontwikkeld zijn om te kunnen praten en uitleggen met alle aandacht voor de leerling. Je moet kunnen luisteren naar de vragen van de leerlingen en inspelen op hun specifieke behoeften. Je moet goed kunnen lezen en schrijven dat houdt in begrijpen en kunnen beredeneren van je vakinhoud en algemene kennis. Je moet feiten en waarschijnlijkheden van elkaar kunnen onderscheiden om je vak goed over te dragen. Je moet kunnen analyseren en beoordelen. Wat zie je in de praktijk?



Als kind moet je leren. Alles moet je leren want alles is nieuw en je bent van een heleboel feiten niet op de hoogte omdat je ze nog niet hebt geleerd. De eerste mensen waar je van leert zijn je ouders of, helaas te vaak, andere verzorgers. Als ouder is je eerste taak je kind dingen te leren want je zal zolang je kind geboren is en leeft willen dat het goed overleeft. Is niet daarom maken we kinderen? Om het leven voort te zetten en zo als soort te overleven.

Dus leer je kinderen. Er is zoveel in de wereld waar je als mens tegen aan kan lopen. Bereid je kind voor op de omringende wereld. Stuur je kind naar school als het de daarvoor bepaalde leeftijd heeft bereikt. Schep omstandigheden in je leven die gericht zijn op groei dus ontwikkeling.

Van nature heeft elk kind de inclinatie om te leren overleven. Er zijn allerlei theorieen over wat mensen zijn en hoe ze op aarde wonen. Feit is we zijn mensen en we wonen op aarde. We moeten overleven op aarde. We hebben onszelf ook nog de verantwoordelijkheid gegeven over stukjes grond waar we ons aan gecommiteerd voelen omdat wij er zijn geboren of wonen.

Terug naar de kinderen. De leerlingen op school. Onze kinderen, onze toekomst. We kopen kleren, schoenen, schriften, schrijfgerei voor ze. We geven ze de mooiste kapsels. We verzorgen het financieel meest haalbare transport. We geven ze een telefoon voor noodgevallen. Kortom we geven het kind alles wat uiterlijk nodig is voor een vlotte schoolgang maar wat geven we ze innerlijk als leerling me? Met andere woorden hoe hebben we ze opgevoed en zijn we ze blijven opvoeden en hoe hebben wij, als oudere mensen ons gedragen in deze tijd? We weten dat een groot deel van leren bestaat uit nadoen. Dus je moet je goed realiseren dat alles wat jij doet de kinderen ook zullen doen. Kinderen blijven massaal zitten en slagen niet erin voldoende leerprestaties te leveren. Hoe komt dat, vraagt iedereen zich af zonder een blik naar zichzelf te werpen en toe te geven dat we aan het onderpresteren zijn. Je geeft naar het kinderboekenfestival wel geld mee voor de pauze maar niet om minstens één zo niet meer boeken te kopen. Er is geen enkel boek in je huis te vinden maar je hebt wel een stereoinstallatie en kent alle liederen van je favoriete zangers uit je hoofd maar je praat je eigen taal niet eens voldoende terwijl je op school hebt geleerd dat lezen een overlevingsstrategie is die voeding biedt aan het groeiproces. Toch volg je dat advies niet op. Je leert je kinderen geen sociale vaardigheden en als je kind hetzelfde verkeerde gedrag op school vertoont sla je kind en soms ook onderwijzer. Je luistert nooit naar wat anderen zeggen tegen je over van alles en nog wat. Soms hebben mensen zich ergens in verdiept dat wil zeggen ze hebben er over nagedacht. Ze hebben zich erover laten informeren. En dan vertellen ze het aan anderen omdat mensen dat moeten doen om te overleven, en je hebt mensen die niet nadenken en niet luisteren naar zichzelf om maar niet te spreken naar wat een ander zegt. Ze vormen een kromme of onvoldoende gegronde mening die niet gebasseerd is op feitenkennis maar op gissingen. Ze zijn ook niet erin geinteresseerd om dingen goed aan te leren. Feiten, principes, logica, de werking van dingen.



Het gaat allemaal aan ze voorbij. In plaats daarvan houden ze zich bezig met dingen die ze nergens brengen en hun kinderen nemen dat gedrag keurig over omdat ze daarmee geconfronteerd worden en het nadoen. Dus, congestie in het onderwijs. De meerderheid van Suriname is dom als ik kijk naar het scholingsniveau en carrierenieveau. En in plaats van te proberen het niveau dus op te trekken investeren we in meer lokalen want de klassen zijn groot. Wie heeft dit probleem gecreëerd en hoe gaan we het nou oplossen? Omdat we met z’n allen te dom zijn om het op te lossen, en dat blijkt uit het feit dat het probleem nog steeds niet is opgelost, blijven we dat verkeerde patroon herhalen en groeien we niet terwijl er verder niets mis is met onze menselijke vermogens. We doen dingen automatisch zonder er dieper over na te denken en de juiste handelwijze aan te leren. We geven onszelf niet de gelegenheid dingen in ons op te nemen. Op de hoogte te zijn van wat de feiten zijn, wat je moet weten om mee te kunnen denken, vormen, opvoeden, voorbeeldig gedrag vertonen. Congestie opheffen. Je land ontwikkelen.

We hebben allerlei talen in Suriname. Waarom leren we ze niet beheersen?

We vinden nederlands moeilijk en vervelend maar torpederen zelf elke poging dat te veranderen. We hebben na al die jaren geen andere talen leren beheersen en we geven nederlands de schuld van onze gebrekkige taalkennis. Ons onderwijs haalt de internationale normen niet. Het is een groot verlies voor ons en onze toekomst. Want als onze kinderen nu al onderpresteren hoe zal dat gaan als ze nu carrierre gaan maken en ons land naar grotere hoogten moet leiden. Ik voorzie op dit moment grote ellende.

Als Surinamers zullen we keihard moeten investeren in persoonlijke groei en daarmee ook algemeen nuttige groei. Wat is belangrijker dat onze kinderen de rivieren kennen of de nieuwste hit van Damaru? Wat gaat dat kind beter voeden later als het groot is? Wat is belangrijker dat je 2 BMW’s in je garage hebt of dat je schenkt aan een algemeen sociaal doel of dat je kaviaar eet terwijl 90 % van de mensheid gedwongen is rijst te eten om op dezelfde aarde te overleven. Wat is zo belangerijk aan een virtueel programma terwijl je niet eens de naam van je buren kent? Dus we moeten gaan kijken naar ons eigen gedrag. We hebben het vermogen dat te veranderen. En dan zullen onze kinderen zich anders gedragen en zullen we een goed ontwikkelt land kunnen overdragen aan weldenkende en functionele mensen. Anders vrees ik dat Suriname aan domheid ten onder zal gaan.

[verschenen op de site van de Schrijversgroep '77, 21 januari 2012]

Film Cairo in San Francisco

Op 2 februari wordt de film Edgar Cairo - Mi dede fu yu ede van cineaste Cindy Kerseborn vertoond in San Francisco. De avond wordt gehost door het Nederlands Consulaat in samenwerking met Brasa SF. De film wordt ingeleid door professor Jeroen de Wulf, Hoofd van de Afdeling Nederlands op de universiteit van Berkeley, waar de film in 2011 internationaal in première ging. De film gaat over de manier waarom Edgar Cairo pijn en schaamte over de koloniale geschiedenis van Nederland in Suriname tot uiting bracht. In de film belichamen het leven en werk van Edgar Cairo het zogeheten ‘negerverdriet’, dat hem uiteindelijk noodlottig werd. Edgar Cairo overleed elf jaar geleden.

Socioloog Bram de Swaan en cineaste Cindy Kerseborn in Berkeley, september 2011.
Foto © Michiel van Kempen

Nrityanjali presenteert Dancing Flowers

door Sabitrie Gangapersad

Paramaribo - Na ruim vier jaar geeft dansschool Nrityanjali zondagavond in theater Thalia een eigen show: Dancing Flowers. Met een gevarieerd repertoire van klassiek, fusion, modern, folklore en semi-klassiek zal het publiek worden vermaakt. Aan elke dans is er een thema, doel en boodschap gekoppeld.

In de ruim twee uur durende show zullen er zeventien dansen worden opgevoerd. Er zal ook live worden gedanst op de slagen van de tabla en het tanpura snaarinstrument. Dansleraar Anand Ramcharan is sinds oktober vorig jaar bezig met de voorbereidingen voor de show. “Ik verwacht dat de mensen zullen genieten van een variëteit aan dansen. Ze zullen het zeker mooi vinden en de thema’s en boodschappen of delen daarvan in hun eigen leven terugvinden.

De show gaat niet alleen om dans, maar vooral om de diepere betekenis van beweging en de expressies.” Voor Ramcharan die zelf ook bloementeler is, is de wereld een tuin. Vandaar dat de show ook Dancing Flowers heet. “Ik zie mensen als bloemen. In deze tijd met zoveel minder leuke dingen, wil ik toch aan mooie dingen denken en die laten zien.” Voor het optreden heeft Ramcharan zich heel speciaal gericht op de danstechniek en een goede mimiek. “Het publiek zal duidelijk een verschil zien. Het gaat niet alleen om enkele pasjes maken en even schudden met je rok. De techniek en mimiek zijn professioneel. Er zijn ook mujras opgenomen in de show. Deze zijn speciale dansen die vroeger in tempels, daarna in paleizen en veel later in bordelen werden opgevoerd. In de dans komt het karakter van de danseres duidelijk naar voren. Zo is de ene teer en gevoelig en de ander ondeugend en stoutmoedig.” Ook de thema’s lopen uiteen. Er zijn liederen die gaan over de regen, de wereld en haar diversiteit, maar ook over minder leuke dingen zoals de dood van jonge mensen. Ramcharan merkt op dat de laatste jaren heel veel jonge mensen het leven op tragische wijze hebben gelaten door bijvoorbeeld een verkeersongeval, roofmoorden en of andere ongelukken. “Dit heeft mijn kijk op het leven veranderd. We moeten meer doen voor en met elkaar. Er is een dans waarin dit wordt uitgebeeld en ik weet zeker dat het publiek zal huilen. Er is zoveel herkenning in het nummer, dat iedereen bij zichzelf zal denken: dit heb ik ook meegemaakt.”

De show begint om 19.00 uur.

[uit de Ware Tijd, 26/01/2012]

Dobru boekpresentatie op Cuba Bookfair

Dobru als jongeman
Binnenkort vertrekt dr. Cynthia Abrahams naar The Havana Book Fair, die van 9 – 19 februari in Cuba wordt gehouden. De beurs is een van de grootste en druk bezochtste evenementen op het eiland. Dit jaar wordt speciale aandacht besteed aan de volkeren van het Caribisch gebied. Er zal een delegatie van Cultuur uit Suriname naar Cuba afreizen. Dr. Abrahams zal op de bookfair een presentatie verzorgen over Dobru en de boekversie presenteren van haar proefschrift Biografie Wan Bon - Wan Sranan - Wan Pipel; Robin 'Dobru' Raveles, Surinamer, dichter, politicus (1935-1983). Dobru was erg bekend in het Caribisch gebied en had veel vrienden op Cuba. Dr Abrahams zal ook een lezing zorgen voor de Cubaanse uitgeverij Casa de las Americas. Haar bezoek aan Cuba is een mooie gelegenheid om het boek ook daar aan te bieden, aangezien Abrahams voor haar proefschrift onderzoek over Dobru heeft gedaan bij de Casa de las Americas.

Lula: A Labor Hero's Route to Leading a Nation


New Yorker Films: Rui Ricardo Diaz portrays an impassioned man of the people destined for the presidency in Lula, Son of Brazil.



by Stephen Holden

Lula: Son of Brazil is an unabashed hagiography that follows the rise from poverty to national prominence of Luiz Inácio Lula da Silva, who served as president of Brazil from 2003 through 2010. The film ends in 1980, the year his beloved mother died while he was in prison. In the same year he helped found the left-wing Workers Party, which stood up against the country's right-wing military government.

Adapted from a biography by Denise Paraná, this portrait of the statesman Time magazine named as the most influential world leader in 2010, is a conventional, rather shallow up-by-your-bootstraps drama, but with a difference. One of the most expensive movies ever produced in Brazil, Lula surges on a wave of burly energy and toughness that conveys a visceral feel of poor and working-class Brazilian life. Even when it softens, it doesn't sink into quivering mush.

Unlike many political success stories that culminate in images of the victorious high life, Lula doesn't have a single moment in which its hero pauses to sip Champagne and bathe in adulation. His power never goes to his head.

Directed by Fábio Barreto from a screenplay by Daniel Tendler, Fernando Bonassi and Ms. Paraná, the movie presents Mr. da Silva, who is now 66 and is being treated for throat cancer, as an unblemished working-class hero and natural leader of exceptional intelligence and humanity. Even as a boy he is recognized as gifted by a teacher who offers to adopt him and is turned down.

Like many stories of great men this one portrays Lula's mother, Dona Lindu (Glória Pires), as his guiding moral compass. Far from a typical cow-eyed mom doting on her prodigy - he is the seventh of eight children - she repeatedly urges him never to give up and maintains a cleareyed, fatalistic perspective.

Lula's nightmarish father, Aristides (Milhem Cortaz), is a hyper-macho, violently abusive drunk who abandons the family in Pernambuco in northeast Brazil to go to São Paulo state. Shortly after Lula's birth in 1945, Dona Lindu and the children follow him, making the grueling 13-day trip south in the back of a truck. They settle in a poor neighborhood in of the city of Guarujá, in São Paulo state. After the move they encounter all manner of hardships during the next few years and nearly perish in a flood.

Aristides, who has a second family, continues to exert his tyrannical influence over Lula and is dead set against the boy's pursuing an education. "No son of mine is going to school," he bellows. "He's going to work."

Dona Lindu and her brood flee him and move to the city where Lula begins working as shoeshine boy and street vendor from the age of 12. Trained as a machinist under a government program, he takes work as a lathe operator. Several years later, in an auto parts plant, he loses a little finger. His older brother, Frei Chico, known as Ziza (Sóstenes Vidal), a trade union activist and Communist sympathizer, introduces him to the labor movement.

Lula is played by three actors - Felipe Falanga (the preadolescent), Guilherme Tortolio (the teenager), and Rui Ricardo Diaz (the adult) - and the transitions from one to another are seamless.

This straightforward chronology covers his two marriages. The first is a besotted love match to a childhood friend, Lurdes (Cléo Pires), who dies along with their unborn son. The movie treats that loss as the great tragedy of his life. It omits his daughter, born to another woman, and proceeds to his second wife, Marisa (Juliana Baroni). Lula first learns about her when he is exchanging stories of family sorrows with a cabdriver he befriends whose son has been murdered, leaving a widow and a son. By chance Lula meets Marisa at his union office and realizes who she is. The movie presents it as a miraculous discovery.

The film's account of Lula's deepening involvement in the labor movement and his discovery of his leadership skills does its the best in limited time to clarify the volatile politics that at first ally him with, then pit him against Cláudio Feitosa (Marcos Cesana), a jolly union leader portrayed as a glad-handing weakling who accommodates the military government. One of the most stirring scenes is a huge stadium rally, stormed by the police, at which Lula addresses tens of thousands of illegally striking workers and urges them to continue the effort.

The movie is relentlessly upbeat. Rather than dwell on violence and conflict, it focuses on Lula's profound identification with the workers and his ability to inspire trust and solidarity. Mr. Diaz's strong, unsentimental performance persuasively depicts him as a principled, incorruptible man of the people.

Lula, Son of Brazil opens on Friday in Manhattan.

Directed by Fábio Barreto; written by Daniel Tendler, Denise Paraná and Fernando Bonassi, based on the book by Ms. Paraná; director of photography, Gustavo Hadba; edited by Letícia Giffoni; music by Antônio Pinto and Jaques Morelenbaum; art director, Clóvis Bueno; costumes by Cristina Camargo; produced by Luiz Carlos Barreto and Paula Barreto; released by New Yorker Films. In Portuguese, with English subtitles. Running time: 2 hours 8 minutes. This film is not rated.

With: Rui Ricardo Diaz (Lula), Felipe Falanga (Lula at 7), Guilherme Tortolio (Lula at 15), Glória Pires (Dona Lindu), Cléo Pires (Lurdes), Juliana Baroni (Marisa Leticia), Milhem Cortaz (Aristides), Sóstenes Vidal (Ziza), Marcos Cesana (Cláudio Feitosa) and Lucélia Santos (Teacher).


[The New York Times, January 12, 2012
A version of this review appeared in print on January 13, 2012, on page C10 of the New York edition with the headline: A Labor Hero's Route To Leading a Nation.]

Nieuws

Volgens Rolf Dobelli is nieuws voor de hersenen wat suiker is voor het lichaam. Het verteert snel, maar verzadigt niet. Vooral de overvloed aan nieuws baart hem zorgen. Daarvoor bestaat naar zijn zeggen maar één remedie: een informatiedieet. Dat klinkt redelijk, maar pas op. Dobelli houdt niet van halve maatregelen. Hij pleit voor een radicale oplossing. Sluit je af van nieuws. Ontgiften is alleen mogelijk via cold turkey. Dobelli serveert de positieve effecten van deze methode royaal uit. Geen nieuws meer toelaten betekent meer tijd overhouden, minder last hebben van chaos en stress, en een grotere kans op het verwerven van inzichten die de waan van de dag overstijgen.



In zijn essay ‘Avoid News’ wordt Dobelli niet moe om uit te leggen dat nieuws ons uit onze concentratie haalt, ons evenwicht en ritme verstoort en ons misleidt. Hij stelt dat nieuws per saldo nauwelijks invloed heeft op het nemen van belangrijke beslissingen. Nieuws beperkt namelijk ons begripsvermogen, want de gepresenteerde feiten mogen doorgaans juist zijn, de draden die de feiten bij elkaar houden, blijven even zo vaak aan het zicht onttrokken. De onderliggende processen en ‘het grote verhaal’ worden ons onthouden, waardoor ons denken wordt afgevlakt en ons geheugen ondermijnd.

Het is een verleidelijke gedachte: geen kranten meer, geen radio en televisie, geen internet, geen e-mail, geen sociale media. De mogelijkheid om in alle rust over grote vraagstukken na te denken en de kwesties van deze tijd diepgaand te beschouwen, bezit onbetwist een zekere aantrekkingskracht en charme. Ons met toewijding overgeven aan weidse bespiegelingen beantwoordt aan ons verlangen naar onthaasting en onze behoefte om door te dringen in de mysteries van het leven.

Behalve iets filosofisch – zo men wil romantisch – bezit Dobelli’s pleidooi ook iets onwerkelijks. De menselijke geest op afstand houden van zijn directe omgeving om diezelfde omgeving beter te kunnen doorgronden, lijkt het paard achter de wagen spannen. Het ligt immers meer voor de hand dat je een samenleving pas kunt begrijpen als je voeling houdt met verwikkelingen en gebeurtenissen waarover leden van die samenleving met elkaar in gesprek zijn en waarvan media verslag doen.

Zou je zonder kranten te raadplegen en het internet te gebruiken je een goed beeld kunnen vormen van de hedendaagse Surinaamse samenleving? Sommige mensen zullen die vraag bevestigend beantwoorden. Zij zullen het niveau van de journalistiek laken, de betrouwbaarheid van het internet in twijfel trekken en de informatievoorziening als gebrekkig afdoen. Nieuws is in de ogen van deze sceptici altijd partijdig, onderhevig aan manipulatie en ten diepste een werktuig van machthebbers die eerzame burgers zand in de ogen willen strooien om zelf het heft in handen te kunnen houden. Aan mensen die deze opvattingen zijn toegedaan, is de oproep van Dobelli welbesteed.

Ik kan mij geen dag voorstellen dat ik niet het internet afschuim op zoek naar actuele informatie over Suriname. De tijd dat ik mij moest behelpen met pakketjes kranten die mensen per post aan mij opstuurden of na een verblijf in Suriname voor mij meenamen, ligt inmiddels ver achter ons. Het verkrijgen van inlichtingen over een afstand van 7500 kilometer verloopt tegenwoordig vele malen minder omslachtig en kostbaar vergeleken bij twintig jaar geleden. Surinaamse kranten en Surinaamse radio- en televisiestations zijn thans 24/7 via het internet toegankelijk. Ook dankzij andere informatiekanalen worden wij deelgenoot gemaakt van ontwikkelingen die zich momenteel in Suriname voltrekken en waar wij dagelijks kennis en inzichten aan kunnen ontlenen.


Niet alleen journalisten en wetenschappers laven zich aan nieuwsbronnen en maken er dankbaar gebruik van. Ook in de letterkunde en de kunst is nieuws een bron van inspiratie en een vertrekpunt voor reflectie. Veel Surinaamse schrijvers – essayisten, romanschrijvers en dichters – bestaan bij de gratie van hun antenne voor nieuws. Anil Ramdas is een bekend voorbeeld van dit type schrijver. Zijn Badal was in 2011 de roman die mij stilistisch het meest bekoorde en mij inhoudelijk het vaakst tot tegenspraak uitnodigde. Dat er romantechnisch het nodige aan het werk schort, doet er hier even niet toe. Het boek ademt nieuws, wordt bevolkt door personages die leven van nieuws en is geschreven door een auteur die een voorliefde heeft om creatief te abstraheren van nieuws.

Natuurlijk heeft Dobelli een punt als hij zich afzet tegen de informatie-industrie die ons tot willoze consumenten probeert te degraderen en ons in slaap tracht te sussen met zielloos vermaak en nutteloze weetjes. Het kost weinig moeite om een paar Surinaamse media te bedenken die hun publiek op deze wijze wensen te benaderen. Maar Dobelli heeft wel erg weinig vertrouwen in het menselijk vermogen tot selectie, analyse en duiding. Anders dan hij ons wil doen geloven, weten veel mensen wel degelijk hun weg te vinden in de wirwar van berichten en berichtjes waarmee wij dagelijks worden overspoeld. Bovendien vergeet hij dat aandacht voor nieuws aandacht voor het ‘grote verhaal’ achter dat nieuws niet uitsluit. Sterker, serieuze journalisten en kritische nieuwsconsumenten beschouwen deze lagen als onderdeel van hetzelfde verhaal en staan erop dat de media het geheel tegen het licht houden. Dobelli ziet ten slotte nog iets anders over het hoofd. Goed geïnformeerde burgers zijn de kruipolie van een soepel functionerende samenleving. En van een levende democratie. Laten we nog even wachten met ontgiften.

Het essay van Dobelli is hier te vinden

Onafhankelijkheidsplein is geschiedenis


Onafhankelijksheidplein zoals het was

door Edgar Mampier

Het is niet te geloven dat de verminking van het Onafhankelijkheidsplein inmiddels al drie weken aan de gang is en dat eerst nú protesten te horen zijn. Stephen Fokké, directeur van de Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname, die er elke dag mee wordt geconfronteerd als hij naar en van zijn werk gaat, laat eerst nu van zich horen in de media. Alle parlementariërs worden er sindsdien mee geconfronteerd -waarschijnlijk zelfs gehinderd– als ze naar of van de DNA gaan, en eerst nu is er één parlemetariër – slechts één – opgestaan, Gajadien, die zich ernstig zorgen maakt over wat daar aan de hand is.

Bij mijn weten heeft De West op 7 januari als eerste melding gemaakt van het schandaal dat daar in gang is gezet, de dag erna gevolgd door Suriname Stemt. Sindsdien is er een voorlichtingsfilmpje van het ministerie van Openbare Werken op televisie vertoond, waarbij door middel van een animatie een zeer oppervlakkig beeld werd gegeven van hoe het er moet gaan uitzien, waarbij voornamelijk opviel dat het vlaggenplein het ‘centrepiece’ van deze hele exercitie is, kennelijk ontsproten aan het militaire brein van Bouterse en Abrahams om grote militaire parades mogelijk te maken. Korte tijd later was op de televisie te zien dat regeringsvoorlichter Limburg een wandeling langs het project maakte met een onderdirecteur van OW om ons te tonen hoe fraai het zal worden.

Nou, ik kan u zeggen, het ziet er niet uit! Alhoewel het niet zo werd gebracht, is het uitgangspunt waarschijnlijk geweest de versterking van de wal van de Surinamerivier van Torarica tot aan de Centrale Markt, die hier en daar ontoelaatbaar ver is afgekalfd. Die wordt met stenen verzwaard en voorzien van een borstwering over de hele lengte. De stenen trap is daarbij geofferd (met de stenen zouden ze nog iets gaan doen) en de marinetrap zal worden verlengd, omdat er anders geen schepen meer zouden kunnen aanmeren vanwege de aangeplempte walkant. Het budget voor dit project gaat ten koste van het gebudgetteerde bedrag voor de versterking van de wal aan de overzijde in Commewijne, echter zonder dat het afbreuk zou doen aan dat project, maar vraag me niet hoe dat kan.



Zicht op het Zeelandiacomplex en de Waterkant vanaf de Surinamerivier met links de Marinetrap die gaat verdwijnen. Gravure uit Benoit, Voyage à Surinam, 1839.

Dat er eindelijk een halt wordt toegeroepen aan de afkalving is net zo prijzenswaardig als de toevoeging van vlaggenplein met alles er omheen afkeurenswaardig is. Geheel in stijl hebben Bouterse/Abrahams een Nederlands bureau als adviseur in de arm genomen, die met dit plan duidelijk heeft aangetoond geen enkel gevoel te hebben voor de meest bijzondere zowel als kwetsbare plek in Paramaribo. De vraag is ook waarom zo nodig eerst dat vlaggenplein moet worden aanglegd, het had in de rede gelegen als begonnen was met de versterking van de wal. Moet Chávez wellicht binnenkort ontvangen worden?

Gajadien en Fokké hebben – alhoewel te laat – groot gelijk hun hart vast te houden en ze kunnen hun kruistocht niet hoog genoeg opspelen. Gajadien heeft volledig gelijk het een verminking te noemen en Fokké kan niet snel genoeg deze verminking aanmelden bij de Unesco, in de hoop dat die onmiddellijk een schot voor de boeg afgeeft om tot Bouterse/Abrahams te laten doordringen dat Paramaribo wordt afgevoerd van de World Heritage-lijst als dit plan wordt doorgevoerd. Maar ik vrees dat het inderdaad te laat is en dat we het voortaan met foto’s moeten doen, het Onafhankelijkheidsplein is geschiedenis.


De Marinetrap in zijn huidige staat

zaterdag 28 januari 2012

Brommerstad Bolivia kiest visvrouw van het jaar


visvrouw2.jpgDansend in voor de gelegenheid speciaal gemaakte klederdracht streden vijftien Indiaanse vrouwen afgelopen zondagavond in het Boliviaanse oerwoudoord Trinidad – de hoofdstad van de noordelijke provincie Beni – om de titel visvrouw 2007. Het was een spannend spektakel. Vijftien exotische vrouwen hielden een parade met tropische riviervissen. Ondertussen staken leden van de gemeenschap die de vrouwen vertegenwoordigden vuurwerk af en speelde het orkest Los Ases del Beni opzwepende muziek. Het publiek langs de kant genoot van heerlijk Boliviaans bier en veel gegrilde vis zoals pacú of tambaquí. En aan het eind van de avond slingerde iedereen zich op zijn brommer. Want in het ongeveer 90.000 inwoners tellende Trinidad verplaatst vrijwel iedereen zich op een knalpot. Het is heel gewoon om een voltallig helmenloos gezin op één motorfiets voorbij te zien flitsen.
visvrouw3.jpgBeni is indianengebied. De inheemse bewoners leven van hun kostgrondjes en van de vis die ze vangen in de grootste Amazone rivier van Bolivia de Rio Mamore. Daar zwemt ook de prachtige roze rivierdolfijn Inia geoffrensis humboldtiana die af en toe puffend aan de oppervlakte verschijnt. De indianen leven in kleine gemeenschappen zonder stromend water of elektriciteit. Hoewel, bij sommige bamboehutten hangt een zonnepaneel. De elektriciteit die zo wordt opgewekt, gebruiken de indianen onder meer om op een televisie naar DVD films te kunnen kijken.
Vooral door de aanwezigheid van vele verschillende indianenstammen is Bolivia een van de kleurrijkste landen van Zuid-Amerika. Het afgelopen weekeinde vierde Aymara indiaan Evo Morales dat hij anderhalf jaar aan de macht is. Hij is de eerste indiaan die het in Bolivia tot dit ambt heeft geschopt. Een feit waarop de meeste Bolivianen nog steeds reuze trots zijn.
evo1_5.jpgMaar in Beni valt het wel mee met de bewondering voor Evo. De inwoners klagen over inflatie, gebrek aan werk en de falende hulpverlening nadat deze provincie begin dit jaar onder water liep. De indianen van Beni sluiten zich in meerderheid aan bij de relatief rijke buren in de provincie Santa Cruz die naar meer autonomie streven. In het centrum van Trinidad zijn de pilaren voor het gebouw van het openbaar ministerie vol gekalkt met teksten waarin Evo dood wordt gewenst. Evo is een hond, staat er. Evo is een communist. En Evo is een teringindiaan.
Het racisme is groot in Bolivia. Veel indianen leven nog steeds in grote armoede en worden uitgebuit als dienstmeisjes of boerenknechten. Moralesvisvrouw4.jpg zei dit weekeinde dat hij voor het einde van zijn ambtstermijn in 2011 een einde wil maken aan de slavernij waarin indianen op sommige plekken leven.
In het zuiden van het land – in de regio Chaco – wonen volgens onderzoek van de Organisatie van Amerikaanse Staten nog zo’n duizend Guaraní families onder middeleeuwse omstandigheden. Ze werken op boerderijen als landbouwers, hoeden het vee of zijn kindhoertjes. Tegen de grootgrondbezitters moeten de slaven papa of mama zeggen en meestal genieten ze alleen kost en inwoning en geen salaris. Ze hebben geen bewegingsvrijheid.
Veel indianen hebben de achternaam van hun ‘eigenaren’. Als ze hun werk niet naar behoren uitvoeren, krijgen ze zweepslagen. Sommige boerderijen worden in de Chaco verkocht met inbegrip van de slaven.
De strategie van de Boliviaanse regering bestaat eruit om land te onteigenen en ter beschikking te stellen aan de indianen. Zo krijgen ze niet alleen een eigen plek terug maar worden
visvrouw5.jpg
ook in staat gesteld hun eigen voedsel te verbouwen.
Maar indianenpresident of niet, volgens de Interamerikaanse Commissie voor de Mensenrechten van de OAS zijn de autoriteiten nog veel te laks in het
uitvoeren van maatregelen die een einde moeten maken aan de indianenslavernij.
,,Apoita aiko chepiaguive cheyambae”, heet de studie waarin het treurige lot wordt beschreven. Het is guaraní en betekent: ik wil vrij zijn, zonder eigenaar.
Zo en nu gaan we weer het donkere, internetloze bos in. Kijken of het echt zo makkelijk is
piranha’s te vangen.

Commentaar van de redactie van CU:

Let op de frappante overeenkomst tussen de foto hierboven en de gravure uit Stedmans Narrative of a five year's expedition against the revolted negroes of Surinam, 1796, hieronder:

Bernardo Ashetu - Zand

Een waas voor de ogen
terwijl zand meer zand wordt,
niets dan zand nog zichtbaar is.

En het spinnen van de dood in de laatste oase.


Ashetu: grote, onbekende dichter


In Nederland en Vlaanderen wordt donderdag 26 januari de dertiende Gedichtendag gehouden. Ook één van de grote Surinaamse dichters, Bernardo Ashetu, behoort tot de beste Nederlandstalige poëzie. Toch is hij vrij onbekend. In december werd er opnieuw een bundel van hem uitgegeven: Dat ik je liefheb, samengesteld door de Surinaamse literatuurdeskundige Michiel van Kempen.

Ashetu, pseudoniem van Hendrik van Ommeren, leefde van 1929 tot 1982 en werkte onder andere als radiotelegrafist op een schip. Uit zijn gedichten blijkt dat de verstoorde relatie met zijn vader, dokter Van Ommeren, veel invloed op hem had. "Hij is voor veel mensen vrij onbekend geweest", zegt Van Kempen. Er is tijdens zijn leven maar één gedichtenbundel van hem verschenen: "En dan blijf je onbekend."

Na zijn dood kwamen er meer gedichten van Ashetu naar buiten, die in twee bundels zijn opgenomen. Volgens Van Kempen is de kwaliteit van zijn gedichten uitzonderlijk. "We hebben over een van de allergrootste Nederlandstalige http://www.blogger.com/img/blank.gifdichters in het Caribisch gebied. Hij is grensoverschrijdend goed." Als hij nog zou leven dan zou Van Kempen hem hebben voorgedragen voor Prijs van de Nederlandse Letteren.

Oom leren kennen
Van Kempen werkte voor de samenstelling van de nieuwe bundel samen met Ashetu's zus Liesje. Haar dochter Anky vindt het een erkenning van haar oom. "Hij was een gevoelig mens, heel stil. Je kon hem moeilijk peilen." De nieuwe bundel brengt hem weer dichterbij, zodat ze hem beter leert kennen.

De bundel Dat ik je liefheb is verschenen bij uitgeverij In de Knipscheer.

[RNW, 25 januari 2012; voor een reportage van Peggy Brader klik hier]

Start Adek Mastersopleiding Nederlands


Ismene Krishnadath toont het publiek haar jongste uitgave tijdens de Vierde Caraibische Letterendag in Amsterdam, 1 oktober 2011

Binnenkort gaat de Masters Opleiding Nederlands van de Anton de Komuniversiteit van start. De opleiding valt onder de subfaculteit Humaniora van de Faculteit Maatschappijwetenschappen. Het openingscollege wordt verzorgd door de schrijfster en onderwijskundige Ismene Krishnadath en draagt als titel: Wanneer mag seks? Grenzen van jeugdliteratuur. Deze universitaire opleiding is een welkome aanvulling op de reeds bestaande taalopleidingen. De al decennia lang bestaande urgentie van een taalbeleid maakt wetenschappelijke studies van taalverschijnselen in ons land broodnodig.

[S'77 Info]