 |
| Danseressen bij de viering van 150 jaar afschaffing slavernij op het binnenplein van Fort Zeelandia, Paramaribo |
door Antoine de Kom
Wanneer je zoiets als slavernij overkomt, heb je te maken
met een traumatische ervaring die diepingrijpende gevolgen kan hebben. Trauma
is verwonding, en verwonding laat littekens achter waar je nog lang last van
kunt krijgen als slachtoffer. Als er een slachtoffer is, dan is er ook een
dader. De dader draagt ook de gevolgen van zijn daad met zich mee. De dader kan
ook twee kanten op. Die zien er anders uit dan bij de slaaf. De dader, de
meester, kan zijn daden loochenen en doen alsof die niet bestonden. Gewoon
samen doorgaan heet dat ook wel. De dader kan het ook gooien op omstandigheden
die als excuus dienen. Dan erkent hij zijn daad en dat is moeilijk te
verkroppen. Slavernij was namelijk in de ogen van de meester eeuwenlang normaal,
algemeen geaccepteerd, gezien als Gods wil ook, maar nu niet meer. Door
bezitsdrang en behoudzucht van de nog levende slavenhouders (zoals die in het
huidige Afrika bijvoorbeeld) is de moderne slavernij hardnekkig en moeilijk
helemaal uit te roeien. Dat maakt ons terugkijkers en herdenkers een ongemakkelijke
derde partij naast dader en slachtoffer,
want wij kunnen erkenning, ontkenning, bekennen, verzet of onderwerping, schuld
en boete niet van ons afschudden noch op onze schouders nemen. Dit geldt vooral
de nazaten van daderzijde. Aan de slachtofferkant is er nog steeds voelbare
pijn.
.JPG) |
| Keti koti: afschaffing van de slavernij, 2013. Foto @ Michiel van Kempen |
Er was
nog een tweede uitweg die de dader kon kiezen: die is de weg van de overdekking
met het tegendeel. De dader neemt dan de houding aan van de zedenmeester. Aldus
behoudt hij zijn oude gedroomde superioriteit. Zeden-meester. De dader ‘schenkt’ de slaaf even minzaam als onverschillig
diens ‘vrijheid’. Dat is pas echt erg!
Nee, nog
erger misschien is dat wij de slavernij en de afschaffing daarvan herdenken.
Herdenken is een vorm van verdringen. Want met de herdenking wordt de slavernij
een dag der vrijheden, één dag in het jaar, en verder basta. Het heeft er dus
alle schijn van dat het tussen meesters, slaven, en hun beider nazaten niet
echt meer goed kan komen.
Ik had beloofd dat u opgewekt, verkwikt en vrolijk de zaal
zult verlaten. Ik moet nu toegeven dat ik verder dan ooit van de
verwezenlijking van die belofte verwijderd ben geraakt. Hier helpen geen geintjes
meer. Ook dooddoeners als dat de tijd alle wonden heelt, bieden geen uitkomst.
Ik krijg de sterke neiging om te doen alsof het hele probleem van de slavernij
dan maar in de ijskast moet. De hevige impuls om maar te gaan dansen en te gaan
feesten om het allemaal maar te vergeten. De dans der machtelozen dansen is
eigenlijk de klassieke uitweg die ik over het hoofd heb gezien. Dansen konden
de slaven immers af en toe ook en daarbij leefden zij hun verdriet en woede
uit. Denk maar aan de tambú op Curaçao, recent ijzingwekkend documentair
verfilmd door Catrien Ariëns.
 |
| Still uit de film The Night Holds Me Back van Catrien Airëns |
Ik wil
het er niet bij laten zitten. Ik wil blijven proberen om een oplossing te
vinden voor het perverse probleem van meester en slaaf. We zagen dat die elkaar
begonnen te worden: de meester raakte verslaafd en de slaaf won aan
beangstigende macht. Innerlijk raakten beiden aangetast. Wij zijn hun nazaten.
Ik ben een nazaat van beiden. Velen onder ons zijn dat ook. Dat is een
belangrijk gegeven. Dat we nazaten zijn van meester en slaaf. Dat komt steeds vaker voor door de vermenging van etniciteiten
die tegenwoordig steeds vaker regel is.
 |
| Anton de Kom, grootvader van Antoine |
Misschien
heb ik een kleine aanwijzing die grote gevolgen kan hebben over het hoofd gezien.
Uit ervaring weet ik dat een impasse in een onderzoek, een onderzoek in een
zware zaak, betekent: dat je niet goed genoeg naar jezelf hebt gekeken. Het
wordt tijd dat ik dat doe. Als je naar jezelf kijkt, leg je je eigen
historische wortels bloot. In de wording van een individu herhaalt zich de
wording van een gemeenschap. Zo belichaamde mijn grootvader de strijd tussen
meester en slaaf vanuit de geestelijke positie van de slaaf. Hij vocht om
eigenheid, zelfwaardering en onderlinge verbondenheid. Hij slaagde erin om zijn
streven te verbreden door met de vroegere overheerser het verzet aan te gaan tegen
een nieuwe overheerser, het monsterlijke gedrocht dat fascisme en nazisme heet.
Mijn grootvader gaf zijn wezen aan de vrijheid van zijn volk, de Surinamers,
mijn grootvader gaf zijn leven voor de vrijheid van blank en zwart, voor de
gewezen meester en de gewezen slaaf. Zijn boodschap was: we kunnen elkaar toch
weer vinden en ons verenigen, ook, zelfs als medelanders.
Mooi
gesproken, maar in alle bescheidenheid, ik zit door die slavernij nog steeds
met de gebakken peren. Ik moet nog steeds van die slavernij een suikerbeest
maken. Maar hoe? Mijn gewoonlijke truc tot nu toe was: poëzie. Een dichter is
bijzonder vrij en kan dus zijn fantasie gebruiken om tegenstellingen en ellende
weg te toveren. Dichten is een vorm van feesten die niet meteen als feesten
opvalt maar het wel is. Met een eigen poëzie kun je dansant zeggen: lees die
maar, daarin rechtvaardig ik mezelf terwijl ik eigenlijk een onooglijk vat vol
ongerijmdheden ben.
 |
| Slave dance (spel 2006) |
Die weg sta ik mijzelf niet langer toe. Daarmee loop ik
opnieuw de kans van alles over het hoofd te zien. Ik weet het. Want in mijn
poëzie heb ik geprobeerd om wat is geweest te symboliseren. We leven als mensen
in een woud van symbolen. Kijk om je heen. De werkelijkheid is niet wat ze is,
maar wat ze betekent voor de mensen. En het zijn de mensen die symboliseren maken
en zo hun werkelijkheid gestalte geven, ja voltrekken. Zo vormen de mensen hun
wereld en zo kunnen zij die ook weer omvormen. Daarin ligt de macht van de
cultuur. De slaaf, de katibo, de katibu, heeft zijn tambú en die helpt hem om
weer meester over zichzelf te worden. Dat is het grootste goed denkbaar. Daardoor
kun je pas echt leven en echt feesten. Het scheppend omvormen van symbolen is
een krachtig wapen. Ik heb ooit in de township Langa in Kaapstad geroepen dat
goede dichters een wapenvergunning zouden moeten hebben vanwege hun scheppend
vermogen.
Maar
welke symbolen moeten er dan worden omgevormd? Is er een sleutelsymbool? En wie
kan bij de sleutel? Vroeger had ik als kind in Suriname altijd een
sleutelhanger op zak. Het was een bijzondere, stalen sleutelhanger met het
symbool van de Koninklijke Nederlandse Stoomboot-Maatschappij, een oud
koloniaal zeilschip, en in die sleutelhanger zat een oprolbare centimeter. Eigenlijk
deed ik er alleen de kleine sleutel van mijn koffertje aan dat ik gebruikte om
mijn spullen in op te bergen. Veel had ik niet. De sleutelhanger is nu een zuiver
symbool omdat ik het ding al lang kwijt ben. Maar als symbool is het voor mij
van grote waarde. Ik wil er niet voor pleiten om van alles maar weg te gooien,
dat is verkeerde symboliek. De sleutelhanger wacht op de nieuwe sleutel voor
ons slavernij-probleem. Met symbolen kun je spelen en al spelend kun je nieuwe
betekenissen en nieuwe waarden toekennen. Spelenderwijs, ongemerkt, verzet je
de bakens.
 |
| Chusan. KNSM.Tekening van Frits Hoogstrate |
We
moeten op zoek naar het sleutelsymbool. Dat wordt een zoektocht naar de graal
en we weten dat die niet meteen te vinden is. Op zo’n moment kom ik altijd in
de verleiding om een boekenkast te laten omvallen. Toen ik ongeveer zestien was,
ging ik naar de Bijlmer waar Frank van Kanten woonde: jurist, leraar, vertaler.
Ik zou hem gaandeweg als mijn goeroe gaan beschouwen. Hij waarschuwde me dat ik
niet teveel moest gaan lezen. Zelf deed hij dat wel. Hij wist ongelofelijk veel
af van de Caraïbische geschiedenis af, bezien vanuit zijn creoolse standpunt.
Bij hem vergeleken voelde ik mij beschamend wit.
 |
| Maze (2012) door Ginoh Soerodimedjo |
Nu ik
het over goeroes heb, denk ik ook aan René de Rooy. Die was pas echt
Caraïbisch. Een veelzijdig kunstenaar. In Paramaribo was hij mijn leraar
Spaans. Hij opende een wereld voor mij. Hij bouwde aan een nieuwe identiteit,
een vrij kunstenaarschap, hij leerde ons in jezelf en over jezelf heen te
kijken. Daar kwam bij dat hij een huidziekte had, vitiligo, waardoor hij zijn
donkere huidskleur verloor en steeds witter werd. Zijn kwaal was voor mij een
opluchting. Ik was dus niet de enige die in de verkeerde kleur zat. Ik had vaak
gedacht dat het beter was om zwart te zijn. Gelukkig ben ik van die gedachte
teruggekomen. René de Rooy leefde voor hoe je de schaamte voorbij kunt.
.JPG) |
Slavenmasker.
Aquarel van Jean Baptiste Debret,
in Ana Maria de Moraes, O Brasil dos viajantes
(Sao Paulo and Rio de Janeiro, 1994). Ook in Jean
Baptiste Debret,
Viagem Pitoresca e Historica
ao Brasil (Editora Itatiaia Limitada, Editora da
Universidade de Sao Paulo, 1989, herdruk
van de Parijse editie uit 1954 door R.
De Castro Maya.
|
Dames en heren, ik heb mij jarenlang geschaamd voor mijn
kleur die de kleur van de meester is. Ik voelde mij een minderwaardige witte
raaf. Eigenlijk ging het om veel meer dan kleur. Ik zat met de meester en de
slaaf in mijzelf hopeloos in de knoop. Door mijn grootvader wilde ik voor de
zwarte zaak staan. Maar hij had er ook toe bijgedragen dat ik zo wit was
geboren. Hij had in zijn ruimhartigheid een blanke vrouw getrouwd en daarmee de
liefde laten prevaleren boven de zware zaken waarover ik het hier heb. Mijn
vader deed hetzelfde. Ik zat er maar mee.
Nu wil
ik hier u niet lastigvallen met mijn kleurperikelen. Ik heb het erover omdat
het zo’n kleine aanwijzing is waardoor we verder kunnen komen met het
slavernijprobleem. We kunnen namelijk ons voordeel doen met een geluk bij een
ongeluk: dat de meester wit is en de slaaf zwart. Als dat nou eens symbolisch
gaat schuiven. dan komen we verder. De invloed van mijn grootvader gaat verder
dan ik voor mogelijk hield. Hij heeft intuïtief voor kleurmenging gezorgd en
daarmee de weg geopend naar een nieuwe manier van verhouden waarin kleur en
meester-zijn of slaaf-zijn losmakelijk aan elkaar worden verbonden.
 |
| Anton de Kom en zijn kinderen in 1937 |
Ik zie
dat nu – let op de symboolverschuiving – als een vorm van bevrijding. Hij heeft
mij ertoe gedwongen voor de zware zwarte slavernijzaak te gaan staan terwijl ik
in een lichte kleur leef. Dat is nieuwe symboliek, kleur verkennen heet dat.
Door mij in het kleurledige, een vacuüm te werpen dwong hij mij op zijn bevrijdende
weg voort te gaan.
[vervolg, deel 3, klik
hier]