Premier Rutte bezocht de Nederlands-Caraibische eilanden. Zijn publieke mededelingen waren als het aansteken van een kaars onder de heldere tropenzon bij een krachtige passaatwind: een symptoom van Nederlandse machteloosheid. Tja, dat Rutte die machteloosheid zo pontificaal tentoonspreidt, wil wel enige verbazing wekken bij de eilandbewoners.
![]() |
| Paleis van de gouverneur en protestantse kerk, Willemstad, Curaçao |
De premier vloog naar de andere zijde van het Koninkrijk ter kennismaking, om de handel te bevorderen én om de eilandelijke bestuurders de les te lezen over bestuurlijke integriteit, over inperken van overheidsbemoeienis en over de gesloten Nederlandse staatsbeurs. En passant werd duidelijk gemaakt dat de staatkundige structuur niet meer ter discussie wordt gesteld, alleen nog om een eiland naar een zelfstandige status buiten het Koninkrijk te begeleiden. Rutte meende dat die bestuurders verbaasd waren over het gemak waarmee de onafhankelijkheid kon worden verkregen. Eén telefoontje naar de premier was genoeg om het roer om te gooien en er kon worden afgestevend op een ontkoppeling van Nederland!
| 'Ter bevordering van de Nederlandse handel' |
![]() |
| Landschap Benedenwindse eilanden: mondi |
Alleen nog spreken over onafhankelijkheid? Wel nee. Wanneer de bevolking van Sint Maarten meent, dat het – net als Saba, Sint Eustatius en Bonaire – een ‘gemeente’ (openbaar lichaam) van Nederland moet worden, dan is dat óók bespreekbaar. Er zijn naast Nederland nog drie landen in het Koninkrijk: Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Mocht Bonaire menen dat het beter af is als het een autonoom land wordt, bijvoorbeeld tesamen met Curaçao, dan wordt dat ongetwijfeld besproken. Verbazing over Rutte die meent de eilandbewoners de mond te kunnen snoeren. Dat lukte zelfs in de slaventijd niet: de uiterst kritische, Papiamentstalige tambú bleef gezongen, bespeeld en gedanst worden.
Rutte liet zijn achterban nog weten dat er geen euro meer de oceaan overging. Het wordt tijd dat de eilanden hun broek zelf ophouden. Lariekoek, ook na de miljarden steun van enkele jaren terug blijft de Nederlandse staatskas tientallen miljoenen overmaken om de eilandelijke samenlevingen te ondersteunen. Niet alleen is er de bekostiging van de verdediging van de eilanden en van alle mogelijke ‘gemeentelijke’ aangelegenheden op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Zo worden er nog jaarlijks tientallen miljoenen uitgetrokken voor de financiering van de kustwacht, van de rechterlijke macht, de Koninklijke Marechaussee (ruim honderdvijfentwintig man/vrouw), het – uit Nederland aangestuurde – Recherche Samenwerkingsteam (RST), en de Vertegenwoordiging van Nederland met posten in Aruba, Sint Maarten en Curaçao (ten dele ‘buitenposten’ van de AIVD). Aan deze entiteiten op de eilanden hangt een flink prijskaartje - verbaasd?
![]() |
| Agent van politie |
[Foto's © Aart G. Broek / column oorspronkelijk verschenen op website Joop.nl]


