maandag 30 september 2013

Aruba beweegt zich richting een tweepartijen stelsel?

door Quito Nicolaas
                                          
Demissionair premier M. Eman
Op vrijdag 27 september gingen de kiezers op Aruba naar de stembus om hun verleende mandaat in 2009 aan de AVP te verlengen of in te trekken. Mike Eman die reeds in 1993 in intellectuele kringen werd genoemd als een potentiële kandidaat voor het premierschap, behaalde 8222 individuele stemmen. Gedurende de afgelopen drie maanden hadden de twee grootste partijen de AVP en de MEP elkaar met allerelei kritiek bestookt. De MEP die aanvankelijk heel traag op gang kwam, bracht op het laatste moment een IMF-rapport in het geding over de weinig florisante financiële situatie. Het resultaat is dat de AVP met 13 zetels, de MEP met 7 en de PDR met 1 zetel uit de bus kwam. De opkomst van de kiezers was 84% en nagenoeg gelijk gebleven met 84.6% in 2009. De kleine partijen als RED en UPP, een afsplitsing van de MEP speelden een marginale rol in de verkiezingen. Ofschoon bij deze partijen wel enkele goede issues zijn te noemen zoals o.a. transparantie in beleid, good governance, het homohuwelijk en een grote nadruk op de eigen taal - het Papiamento - als programmapunten golden. Alleen de Partido Democracia Real, probeerde zich tussen de twee grote partijen te mengen en zodoende stemmers van beide kanten weg te snoepen.


Het Groen-beleid

Nadat het duidelijk werd dat de raffinaderij haar deuren zouden sluiten, besloot de regering-Eman de bouwsector een extra impuls te geven. Dit deed men door allerlei bouwprojecten te stimuleren, de algehele infrastructuur te verbeteren en door middel van stadsvernieuwingsprojecten te entameren. Om een antwoord te vinden op de steeds toenemende energieprijzen, is men begonnen met alterna-tieve energie en zijn er in Vader Piet en later in Alto Vista windmolens geplaatst. Op diverse plekken - zoals grote parkeerplaatsen - staan er zonnepanelen en huishoudens kunnen deze ook op de daken van hun woningen laten plaatsen. Het economisch beleid is gericht om van Aruba een hub tussen Latijns Amerika en Nederland te maken. De voorbereidingen hiertoe zijn in volle gang en worden tijdens de volgende regeerperiode geconcretiseerd in de vorm van o.a. verplaatsing van het container-vervoer naar Barcadera. Eerder dit jaar is premier Rutte met een handelsdelegatie op bezoek geweest om de mogelijkheden hiervan te bespreken.
                                                                       
                                                                                    
MEP-leider Evelyn Wever-Croes
Overheid-burger

De burgers hebben met het kabinet-Eman kennismaking gemaakt met een andere regeringsstijl, een die veel dichter staat bij de bevolking. Bijna dagelijks werden de ministers in de wijken gesignaleerd; bij de realisatie van een project of in gesprek met de wijkbewoners over hun wensen en behoeften. Dus niet langer vanachter een bureau het eiland besturen, maar in overleg en samen met de mensen werken aan tal van wijkverbeteringen. Bij het aantreden van dit kabinet had men zich tevens als doel gesteld om de relatie tussen Aruba en Curaçao en die  met Nederland te verbeteren. Het streven was gericht om de verhoudingen binnen het Koninkrijk, die tijdens de MEP-periode een dieptepunt had bereikt, nieuw leven in te blazen. Dit is de regering-Eman aardig gelukt en is hervatting van de KLM-vluchten op het eiland een bewijs van en speelt Aruba een prominente rol in het Haagse-beleid naar de eilanden.

Tweepartijenstelsel

De twee grote partijen hebben bij deze verkiezingsronde nu samen 88% van de stemmen binnengehaald, waarvan de AVP maar liefst 57%.Bij de vorige verkiezing in 2009 was dit gegeven 84.6% van de stemmers die op de twee grote partijen hadden gestemd. Sommige polls voorspelden een uitslag zoals de verkiezingen van 1993, waarbij de AVP 9 zetels  - evenveel als de MEP - zou behalen. Echter hiervoor is geen grondreden voor geweest, daar de campagnestrategie van de AVP deze kans  simpelweg niet bood. Vier jaar geleden werden de kleine partijen eveneens weggevaagd, zoals nu het geval is met de progressieve partijen UPP en RED van voormalig pader Lampe. Het kiezersvolk denkt en handelt anders dan in tijden van het Status Aparte tijdperk. Het gaat tegen-woordig behalve om de politieke stabiliteit tevens om innovatie, verandering en vooruitgang. Tegelijkertijd is men er van bewust van de risico’s die een meerderheidspartij met zich brengt. Vanaf 1986 zien we het fenomeen dat als de zittende regering weinig resultaat heeft geboekt, dan worden ze bij een volgende verkiezingsronde weggestemd.


RED-leider Rudy Lampe
 Caribische regio

Ook elders in het Caribische gebied zien we het fenomeen van een tweepartijenstelsel. De meeste eilanden kennen een dergelijke  politiek stelsel met uitzondering van Aruba, Jamaica,  Haiti, Guadeloupe, Sto. Domingo, Curaçao, St. Maarten, de BES-eilanden, Suriname en de Virgin islands. Naar analogie van Puerto Rico die een geassocieerde staat met de VS vormt kunnen we in de toekomst misschien van twee politieke stromin-gen spreken: de MEP die streeft naar behoud van de Status Aparte en de AVP die de voorkeur geeft aan de UPG-status. Of dit bewaarheid wordt zal de komende vier jaren blijken en in die zin is het van belang welke rol de partij PDR van advocaat-politicus  Andin Bikker zal spelen. Met name hoe Democracia Real zich ten aanzien van een aantal cruciale kwesties in het parlement zal opstellen. De DR bevindt zich in een zeer precaire situatie en om te overleven zal hij een eigen stem laten horen en daarnaast afwisselend met de regeringspartij of de oppositie instemmen. Of een tweepartijenstelsel geschikt is voor de jonge democratie die men op Aruba kent, valt nog te betwijfe-len. Het kan op zijn minst leiden tot een verkapte dictatuur en een voedingsbodem vormen voor ongewenste politieke processen. Buurland Venezuela kende voorheen ook een tweepartijen stelsel die afwisselend de AD en COPEI in staat stelde om te regeren.


PDR-leider Advocaat A. Bikker


Wat ging er mis?

Het eiland zit met een enorm begrotingstekort dat om een beleid van begrotingsevenwicht en hervormingsmaatregelen vraagt. Een stagnerende economie, inflatie en uiteindelijk een devaluatie van de Arubaanse munteenheid ligt op de loer. Of het kabinet-Eman II op de steun van premier Rutte kan rekenen is zeer de vraag, daar ook de regering-Rutte steeds op zoek moet naar wisselende coalities om zijn bezuinigingsplannen er door heen te krijgen. Tot nu toe heeft de regering-Eman gebruik gemaakt van de Sociaal Dialoog om formeel politieke besluiten in dit orgaan te behandelen. Zo werden tal van heikel punten als reparatietoeslag, AOV-premies, pensioenen, de AZV-zorgver-zekering besproken en een protocol tussen overheid – werkgevers en werknemersorganisaties ondertekend. Dat er voor de komende regeringsperiode maatregelen genomen moeten worden en ombuigingsplannen uit de kast dienen te worden gehaald is evident.Wellicht is het Kabinet-Eman II genoodzaakt om met de PDR te gaan samenwerken.


UPP-leider Candelario Wever

                                        

Tijdens de komende regeerperiode zal men een aanvang moeten maken met het uitstippelen van een taalpolitiek en de positionering van het Papiamento in maatschappij en onderwijs. Op het cultureel- literaire vlak moet eveneens beleid worden geformuleerd en in overleg met andere actoren in het veld vorm worden gegeven.

zondag 29 september 2013

Heimwee en de Ruïne

Op 3 oktober verschijnt Heimwee en de Ruïne, de verzamelde gedichten van Frank Martinus Arion.



Frank Martinus Arion heeft bekendheid verworven als schrijver van romans en verhalen. Hij maakte in 1957 zijn entree in de Nederlandse letteren als dichter. In de afgelopen decennia bleef Arion gedichten schrijven. Hij publiceerde in kranten en tijdschriften en droeg geregeld poëzie voor. In Heimwee en de Ruïne zijn deze gedichten eindelijk verzameld.

Deze uitgave vormt een belangrijke bouwsteen in het literaire oeuvre van Arion. Volgens zijn uitgever zien we in deze bundel zijn schrijverschap tot volle wasdom komen: 'onconventioneel, soms fel, maar altijd gebed in een filosofische gedachtestroom, verzacht met ironische terzijdes.'

Frank Martinus Arion (Curaçao, 1936) verhuisde in 1955 naar Nederland, waar hij Nederlandse taal- en letterkunde studeerde. Sinds 1981 woont hij weer op Curaçao. Hij schreef romans, een verhalenbundel, gedichten en essays. In 2006 werd zijn roman Dubbelspel uitverkoren voor de actie ‘Nederland leest’ van de CPNB. Zijn essaybundel Intimiteiten van het schrijven werd genomineerd voor de Jan Hanlo-prijs 2010.


Heimwee en de Ruïne wordt op 10 oktober gepresenteerd in het Theater van ’t Woord in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Redacteur Thomas van den Bergh van uitgeverij De Bezige Bij zal het eerste exemplaar uitreiken en dichteres Marjolijn van Heemstra zal enkele gedichten voordragen. Ook vindt de première plaats van de documentaire Frank Martinus Arion: Yu di Kòrsou (‘Landskind’) van Cindy Kerseborn.

Levenslang door seksueel misbruik (2 en slot)




door Mineke de Vries

Na de ervaringsverhalen van seksueel misbruik in de katholieke kerk op Curaçao (deel 1, zie hieronder) roept journalist Robert Chesal - die het misbruik grootschalig aan het licht bracht in 2010 - op tot de erkenning van de slachtoffers. Zelf slachtoffer van misbruik weet hij dat erover praten de enige mogelijkheid is tot herstel.

Kinderen die martelingen ondergingen terwijl een broeder naast ze een boek zat te lezen. Of kinderen die wekenlang in eenzame opsluiting in de kelders van een internaat doorbrachten. De intense eenzaamheid maakte dat ze bijna blij waren met het gezelschap van een geestelijke die ze ‘s nachts bezocht en liefkoosde, zo verlangend naar menselijke nabijheid in hun eenzame opsluiting. De onvoorstelbare verwarring, het schuldgevoel en het emotionele drama waaraan een kind wordt blootgesteld, betekent een levenslange lijdensweg.

Foto © Nicolaas Porter



Keep it happy

Het feit dat misbruikschandalen in de katholieke kerk vanaf 2010 boven tafel zijn gekomen, dat mensen hun verhaal kwijt konden, heeft gemaakt dat er enige verlichting kwam. Robert Chesal: “Wil er sprake zijn van genezing dan dient er eerst erkenning te komen voor de beschadiging die is opgelopen. In de meeste gevallen zijn de daders onvindbaar, waardoor het probleem nooit face to face besproken kan worden. Veel slachtoffers hebben de pijn toegedekt en verstopt, maar pijn toelaten is de enige manier om vooruit te komen.”

Veel slachtoffers in Nederland hebben zich na 2010 kunnen uiten en zijn daardoor individueel een stuk opgeschoten. In een maatschappij als die van Curaçao is het niet zo gebruikelijk te praten over zaken als deze. Chesal:  “Ik herken dat uit mijn eigen jeugd in Florida; op Curaçao kreeg ik hetzelfde gevoel. De code is: Keep it light, keep it happy, blijf lachen, alleen maar de succesverhalen. De altijd maar sterke buitenkant, de machocultuur. Ik heb me altijd afgevraagd hoe het kan dat macho’s zelf niet kunnen zien hoe ‘zwak’ ze zijn. Voor mij zijn de sterkste mensen diegenen die toegeven dat ze ook zwak zijn.”

Foto © Keyholes Browning


Je komt de pijn niet voorbij als je deze niet eerst erkent. Daarbij komt dat de kerk zelf een geheel eigen code heeft van hoe je met pijn omgaat. “Daar zijn rituelen voor met gekunstelde taal, wazige beelden, restricties en biechtgeheimen. Hierdoor help je niemand vooruit in zijn proces.”

Opgeheven hoofd

Hoe moeilijk het ook is om toe te geven dat je slachtoffer bent, Chesal roept ook de mensen op Curaçao op om de slachtofferrol te erkennen om vandaar uit te werken aan herstel, wat ieder mens verdient. Emancipatie van het slachtoffer, waarmee hij bedoelt dat je zonder gêne kunt zeggen dat je slachtoffer bent. Het is geen schande, zoals vaak wordt gedacht, maar dan moet wel het emotionele eraf, volgens Chesal. “Zie het als feit. Je kunt met opgeheven hoofd zeggen dat je slachtoffer bent, als onderdeel van het grotere geheel van wie je bent. Je hoeft je hoofd niet te buigen, je niet als gebrandmerkt mens te gedragen. Als je de pijn van het misbruik in de kerk maar ook andere pijn op maatschappelijke schaal toelaat, kom je als persoon, maar ook als land in zijn geheel verder.”
 
Rooms-katholieke kerk Curaçao. Foto © NVD
Hij trekt het breder dan alleen het seksueel misbruik, omdat zoveel mensen zijn gekweld. “In vele naties, in vele mensen zit zoveel pijn die niet erkend wordt, daarvan zijn tal van voorbeelden. Om maar heel dichtbij te blijven, het slavernijverleden; de pijn van het kolonialisme wordt slechts mondjesmaat erkend en blijft generaties lang doorspelen. De één zegt dat het nu maar eens over moet zijn, de ander voelt nog altijd de pijn. Beide uitgangspunten zijn waar, maar spreek je het niet uit, blijft het op elkaar botsen.”

Eén keer excuus aanbieden volstaat niet, maar pas als de erkenning permanent aanwezig is in de maatschappij komen we als geheel vooruit, pas dan is er een mogelijkheid dat een taboe op welk vlak dan ook wordt doorbroken. “Het probleem lijkt dat als iedereen slachtoffer is, niemand het is. Ik bedoel daarmee dit: toen de joden na de oorlog terugkwamen, was er geen ruimte om te luisteren naar individuele verhalen, omdat iedereen gepijnigd was. De pijn van al die mensen gaat ondergronds een eigen leven leiden.”

“Maar ook ontkenning kan een rol spelen, bijvoorbeeld zoals ze in China met gehandicapte kinderen omgaan. De maatschappij wil het niet weten, dus ze worden ofwel weggestopt, ofwel je doet net of het kind normaal is. Ontkenning en afwijzing enerzijds of geen ruimte voor het individuele verhaal anderzijds houdt beide in dat er geen acceptatie is en dus ook geen weg naar genezing.”


Niet de mens verandert

Naast zijn dringende oproep om te praten over wat er is gebeurd ten tijde van het misbruik in de katholieke kerk van de jaren zestig tot negentig en de acceptatie van de rol van slachtoffer, benadrukt Chesal dat we ons bewust moeten blijven van het feit dat het misbruik niet uit de wereld verdwenen is. Het massale misbruik mag dan wel zijn afgenomen omdat de internaten weg zijn en er minder priesters zijn dan toen, maar dat betekent alleen dat de omstandigheden zijn veranderd, niet de mens zelf. Dat blijkt uit het feit dat er momenteel sprake is van veelvuldig misbruik in de sterk opkomende evangelische kerken. “Onder druk van snelle groei wordt niet voldoende aandacht besteed aan een gedegen check van mensen aan wie kinderen worden toevertrouwd. Datzelfde was het geval in de katholieke kerk die tussen circa 1850 (toen de katholieke kerk dezelfde status kreeg als de protestantse kerk) en 1950 een explosieve groei kende.”



Er zijn nog steeds recente verhalen van mensen die zijn misbruikt, misbruik van de laatste tien, vijftien jaar. In de nieuwe, evangelische kerken, maar ook in de katholieke kerk. Want waar bleven de verbannen paters? Het is bekend dat een pater die op Curaçao jongens verkrachtte, nu in Brabant werkzaam is. De familie van het slachtoffer houdt haar mond omdat die nog altijd afhankelijk is van het geld dat ze van de kerk ontvangt en ook het verantwoordelijke bisdom zwijgt erover.
  
Chesal: “Zo lang de economische macht van de kerk niet afneemt, zal de rol van de kerk blijven ingebed in de economie. We kunnen het celibaat alleen niet verantwoordelijk stellen voor het misbuik; het gaat om machtsverhoudingen en een blijvend vertrouwen in de goedheid van religieuze leiders. Een voorganger geldt niet als ‘normaal’ mens, maar geniet als charismatische leider meer vertrouwen en daarmee macht dan we op het eerste gezicht verwachten.”

Voorgangers hebben hoe dan ook, in welke tijd dan ook een bepaalde positie. Dat geldt niet alleen in de katholieke of de evangelische kerk, maar ook in de joodse gemeenschap waar Chesal zelf uit stamt.

Oud embryo. Werk van PAL


Doorbraak naar eigen ervaring

De ervaringen die we beschreven in het voorgaande artikel deden wat met Robert Chesal. Zo betekende het verhaal van de Curaçaose Felida voor hem persoonlijk een doorbraak. Hij was onder de indruk van de moed van deze man om op zoek te gaan naar zijn dader. De vraag die de Curaçaose Cora hem stelde of hij zelf bereid zou zijn om zijn verhaal te vertellen als hij in haar schoenen stond, deed hem besluiten in zijn eigen verleden te gaan graven. Door alle verhalen kwam Chesals jeugd terug, waarin ook sprake was van seksueel misbruik. Deze ervaringen plus het feit dat hij in december 2010 op Curaçao was voor het optekenen van de verhalen, maakte zijn keerpunt duidelijk.

“In die hete natte decembermaand van 2010 werd ik teruggeslingerd naar mijn eigen jeugd in Florida, waar dezelfde broeierigheid heerste, er viel een deken van vochtige warmte over me heen.” De zoektocht naar seksueel misbruik in de katholieke kerk werd een zoektocht naar zijn eigen verleden, waarin hij ten prooi viel aan een pedofiel, een parttime muziekleraar op de joodse school. Deze Rick nam hem mee naar zijn huis, zogenaamd om daar gitaar te spelen, drogeerde hem om hem vervolgens te misbruiken.

“Ook hier gold dat er een tekort was aan mensen en zonder check werden er leraren aangenomen. Ook deze muziekleraar behoorde tot het ‘soort’ dat bewust werk opzoekt waar kinderen aanwezig zijn”, aldus Chesal, die wanhopige pogingen deed met de leraar in contact te komen, maar die tot op heden op niets uitliepen.

Foto © Michiel van Kempen


Troostprijs

In zijn in 2012 verschenen boek Een verzwegen verleden doet hij verslag van de zoektocht die begint bij het aan de kaak stellen van het misbruik in de kerk maar steeds meer zijn persoonlijke zoektocht wordt. Door deze zoektocht komt hij bovendien achter een pijnlijk feit: zijn vader blijkt niet zijn echte vader te zijn. Chesal zit op dit moment middenin de zich opstapelende emoties die alle zijn onder te brengen onder de noemer van de onuitspreekbaarheid der dingen, zoals hij het omschrijft.
  
“De onuitspreekbaarheid zit in het feit dat mijn moeder een relatie bleek te hebben buiten haar huwelijk, van wie ik het product ben, iets wat ze mij nooit heeft verteld. De onuitspreekbaarheid zit ook in het verdriet van mijn vader, die mij moest opvoeden, maar voor wie ik dagelijks het levende bewijs was van het overspel. Ik voel me een troostprijs, die het middelpunt is van liefde en verdriet. Ik ben gemanipuleerd door mijn moeder en probeer medeleven met haar te voelen, wat moeilijk is omdat zij inmiddels is overleden.”

Het feit dat dit Chesal is overkomen, heeft naar eigen zeggen gemaakt dat hij journalist is geworden “Ik wilde altijd speuren, altijd onderzoek doen omdat ik levenslang een basisgevoel had dat er iets niet klopte: someone is not telling me something.”


Trauma nooit weg

Zijn eigen ervaringen, de onthullingen over zijn verleden, maar ook de verhalen van zo vele beschadigde mensen is voor Chesal aanleiding zijn weg verder te zoeken in de journalistiek, ook na zijn ontslag in 2012 vanwege de reorganisatie van de Wereldomroep. Hij wil zich specifiek richten op zaken rond het menselijk lichaam, van seksueel misbruik tot euthanasie en de keuzevrijheid van vrouwen.


 “Een misbruikverleden sluit je nooit af als je de erkenning die je zoekt nooit hebt gekregen. Geen misbruikslachtoffer is er ooit mee klaar, je kunt het niet vergeten, het trauma gaat nooit weg. Het enige dat je kunt doen is er bewust mee omgaan. De onuitspreekbaarheid der dingen, dat is wat ik door de journalistiek bespreekbaar wil maken. Verhalen vertellen aan elkaar, kwetsbaar durven zijn, oog in oog staan met elkaar en van daaruit de acceptatie van mens tot mens, van volk tot volk.”

Robert Chesal - Een verzwegen leven. De dramatische waarheid achter de façade van een gewone familie.Bertram + de Leeuw Uitgevers, 2012, ISBN 9789461560957.

[uit Amigoe, zaterdag 25 mei 2013]


Seksueel misbruik massaal door de vingers gezien (1)

De zeven hoofdzonden. Werk van PAL.


door Mineke de Vries


Toen journalist Robert Chesal het seksueel misbruik in de katholieke kerk op grote schaal onthulde in 2010, kwamen vele meldingen binnen van mensen die waren misbruikt in Nederland, maar per direct waren er ook meldingen uit Curaçao. Een golf van publiciteit was het gevolg. In Nederland welteverstaan, niét op Curaçao. In zijn recent verschenen boek Een verzwegen leven doet Chesal verslag van de gruwelijkheden, ook op Curaçao. Maar wie denkt dat het misbruik is gestopt, heeft het mis: met financiële vergoedingen en in die zin afhankelijkheid van de kerk worden momenteel veelal arme gezinnen het zwijgen opgelegd.
 
De zeven hoofdzonden. Werk van PAL
 “Een misbruikt kind is getekend voor zijn leven, misbruik verdwijnt nooit uit je hart en bestaan. De zoektocht naar erkenning is levenslang.” Dat zegt de uit Amerika afkomstige Robert Chesal, die als journalist bij Radio Nederland Wereldomroep (sinds 1990) samen met NRC-journalist Joep Dohmen het grootschalige misbruik binnen de katholieke kerk op het spoor kwam. Ze doken er samen in en het liet hen niet meer los. Chesal was genoodzaakt enige tijd te stoppen aangezien de meldingen hem te zwaar vielen.

De schok en het afgrijzen trok een wissel op de Nederlandse samenleving. Moeizaam en frustrerend was het proces omdat het zwijgen en verdraaien van feiten aan de orde van de dag was. Zelfs de commissie-Deetman - ingesteld om onafhankelijk onderzoek te doen - bleek minder onafhankelijk dan verwacht. In haar rapport uit 2011 (1257 pagina’s) wordt toegegeven dat sinds 1945 tienduizenden jongens en meisjes seksueel zijn misbruikt door kerkdienaren. Ondanks verwijtbare feiten stapte geen enkele bisschop op. De discussie laaide enige weken geleden in Nederland weer op toen NRC een artikel van Dohmen en Chesal publiceerde over hun onderzoek naar de onbetrouwbaarheid van het rapport, waarin nieuwe verzwegen feiten aan het licht kwamen. Zoals de castratie die een minderjarige jongen onderging als straf nadat hij het misbruik had gemeld. Maar ook het feit dat een aantal (nog zittende) bisschoppen al die tijd de hand boven het hoofd gehouden was, waaronder Ad van Luyn (toenmalig bisschop van Rotterdam en hoofd van de bisschoppenconferentie).

Ook in maart presenteerde Deetman zijn tweede rapport over het geweld tegen meisjes, wat eveneens een regen aan kritiek ontving vanwege weglatingen en bagatelliserende opmerkingen.


RK kerk Soto, Curaçao. Foto © René Roodheuvel


Misstanden in Curaçao

In navolging van de commissie-Deetman stelde het bisdom Willemstad in 2010 de onderzoekscommissie-Koeijers in, die zaken op Curaçao moest onderzoeken. Dit vanwege het feit dat direct na de eerste publicaties een aantal reacties uit Curaçao binnenkwam, wat het vermoeden deed rijzen dat er meer aan de hand was. In tegenstelling tot een lijvig rapport van Deetman ondernam de commissie-Koeijers geen actie toen er klachten binnenkwamen en liet met regelmaat weten geen tijd te hebben gehad om te vergaderen. Het bisdom, als eerst verantwoordelijke, leek niet van plan werk te maken van de misstanden. Op papier bestaat de commissie nog steeds.

Chesal: “Aangezien de kerk zo’n belangrijke rol speelt in de Curaçaose maatschappij, betrokken wij Curaçao in ons onderzoek. De Caribische afdeling van de Wereldomroep zag inmiddels ook voldoende aanleiding. We ontdekten dat de kerk, zo geliefd en invloedrijk, financiële macht gebruikte om mensen de mond te snoeren. Gezinnen, afhankelijk van de kerk voor hun levensonderhoud, moesten het misbruik waarvan zij op de hoogte waren op de koop toe nemen. Dit vertelde ons een anonieme bron: een vrouw werkzaam in de kinderhulpverlening.”

Don Sarto School. Foto © Lisette Wellens


In dit eerste deel doen we verslag van een aantal misbruikzaken die zich op Curaçao afspeelden, waarbij we aantekenen dat alle zaken die worden aangekaart nooit zijn weerslag mogen hebben op de liefdevolle zorg van andere broeders en nonnen. In deel 2 gaan we in op het accepteren van de slachtofferrol en waarom dat zo moeilijk is op Curaçao. Ook volgt in deel 2 Chesals persoonlijke verhaal over het misbruik dat hijzelf onderging.

Onder de meldingen die Chesal vanuit Curaçao ontving was die van een nu zestigjarige man, die uitsluitend onder pseudoniem Johnny wil praten. Hij vertelde over misbruik en mishandeling van tientallen kinderen door twee fraters in het internaat in Soto. Beide fraters, waaronder het verantwoordelijke hoofd van de Don Sarto lagere school, behoorden tot de Fraters van Tilburg, over wie ook in Nederland vele meldingen binnenkwamen uit de jaren zestig en zeventig en die zich bovendien vergrepen aan zwakbegaafde en geestelijk gehandicapte jongens van het De La Salle-instituut in Brabant.

Johnny was tien toen het misbruik begon. “Het gebeurde op de kamer van een frater, je moest je broek opendoen en dan begon hij te friemelen. Je durft niet meer naar binnen, omdat je weet wat er gaat gebeuren.” Volgens Johnny troffen de betastingen die op school plaatsvonden alle leerlingen, ook diegenen van buiten het internaat. Johnny vertelde tevens van regelmatige fysieke mishandelingen.

Voetbalgroep Curaçao. Archief Fraters van Tilburg


Frater Broer Huitema, wereldwijd de hoogstverantwoordelijke van de Fraters van Tilburg, weet dat het gebeurde. “Fraters die zich hieraan schuldig maakten, werden overgeplaatst naar andere - administratieve - posities, weg van kinderen. Aangifte bij de politie werd niet gedaan, noch werd contact gezocht met ouders.” In de jaren zestig tot eind 1995 waren de Fraters van Tilburg betrokken bij het onderwijs op de Antillen, in Suriname en Indonesië.


Trauma herbeleven

Chesal sprak op Curaçao één van de jongens die in de jaren vijftig op het jongensinternaat het Juvenaat zat, een prestigeproject voor Curaçao, de trots van de kerk. Deze nu zeventigjarige man was in zijn internaattijd een bedplasser. Een pater hielp hem ‘s nachts zijn bed verschonen, maar misbruikte de jongen vervolgens, een misbruik dat twee jaar doorging. Chesal: “Angstig om zich heen kijkend of iemand hem zag, betrad deze man het hotel waar wij hadden afgesproken. Even daarvoor had hij het misbruik, levenslang als geheim bij zich gedragen, aan zijn dochter verteld. De tranen stroomden over zijn wangen toen hij door het vertellen het trauma herbeleefde.” Een aantal jaren na het misbruik sloot het internaat plotseling en uitsluitend geruchten deden de ronde. De man in kwestie deed zijn beklag bij de ’onafhankelijke’ klachtencommissie-Koeijers, maar hoorde maandenlang niets, nog geen ontvangstbevestiging. Chesal: “Mensen weten inmiddels dat ze niet bij de kerk terecht kunnen, dus melden ze hun klachten daar niet meer. Omdat er dus weinig binnenkomt, lijkt het of het niet is gebeurd. Dan is de cirkel rond. Mijns inziens moet er een onafhankelijk lichaam komen, dat de zaken uitzoekt.”
 
Ronald Koeijers. Foto © René Roodheuvel

Verwrongen

De reputatie van de kerk blijkt elke keer belangrijker dan het belang van het slachtoffer. Een patroon dat niet alleen in de kerk, maar ook daarbuiten is te zien: overal waar kinderen in institutionele zorgsituaties van de zorg van volwassenen afhankelijk zijn, waar volwassenen macht hebben over kinderen, bij scouting, bij een sportclub gebeurt dit, wereldwijd. Zo wordt in Noord-Amerika, Europa en Australië het seksueel misbruik inmiddels aan de kaak gesteld. Het is universeel menselijk gedrag, hoe onmenselijk tegelijkertijd. Chesal: “Dat het in de kerk zo’n vlucht kon nemen heeft te maken met de vele zorgsituaties, zoals internaten en kostscholen onder kerkelijke leiding maar ook parochiale situaties, waarbij misdienaren bij priesters thuis kwamen of de priester een vertrouwde figuur binnen de familie werd.”

Wat we bij het kerkelijk seksueel misbruik niet uit het oog mogen verliezen volgens Chesal, is de verwrongen seksualiteit van de paters, door het celibaat in de hand gewerkt, maar ook het ontbreken van realistisch seksueel onderwijs. “Het onderwijs in de katholieke kerk is gebaseerd op de seksuele moraal uit de middeleeuwen en is nooit aangepast aan de praktijk, een verouderd beeld dat destructief blijkt. Ook jongeren leren vanuit dit onderwijs slechts dat ze zich moeten onderwerpen aan het gezag en zijn zodoende weinig weerbaar.”

Naast misbruik ontstaan vanuit verwrongen seksualiteit, staan pedofielen die doelbewust op zoek gaan naar werk waar kinderen in groten getale aanwezig zijn, zo stelt Chesal. Een niet onbelangrijk gegeven is verder dat vele mannen in de jaren vijftig die vanwege homofilie of pedofilie niet pasten binnen de moraal van trouwen en kinderen krijgen een gepast toevluchtsoord zochten in de kerk, waar zij een status genoten die zij anders zouden moeten ontberen.

Sint Annakerk, Otrabanda. Foto © Ferdinand Willemse


Antenne voor timide kinderen

Het leek de vrolijke goedlachse Curaçaose ‘Cora’, therapeute van beroep, zinvol om met haar misbruikverhaal naar buiten te komen, zij wilde degene zijn die de discussie rond seksueel misbruik op Curaçao zou openbreken. Na een paar gesprekken met Chesal togen zij samen naar Curaçao om terug te gaan naar de plaats waar het misbruik plaatsvond. In twee verschillende periodes van haar jeugd werd Cora slachtoffer: toen ze acht was in de Sint Annakerk in Otrobanda en als twaalfjarige in de kerk van Suffisant, waar ze door verschillende paters werd misbruikt, onder meer in de biechtstoel. “Cora was een onzeker, zoekend meisje, de uitverkorene van mannen als deze”, vertelt Chesal. “Misbruikers hebben een antenne voor timide kinderen.” De strijdlustige, inmiddels zeventigjarige Cora uit Nederland verandert op Curaçao voor Chesals ogen op slag in het timide meisje, dat terugschrikt voor het effect dat het op de plaats van het misbruik zijn op haar heeft. “De openhartige vrouw wordt onbereikbaar, het wordt heel moeilijk haar te spreken. In de sfeer bovendien van daar, opgenomen tussen vrienden en familie, blijkt ze in een tang te komen. In hotel ‘t Klooster waar we hebben afgesproken met vrienden uit haar kindertijd rolt het verhaal eruit, met een klein kinderlijk stemmetje als van het kind van toen.” Chesal, die bij het vertellen erover zelf een brok in zijn keel krijgt: “Het was ongelofelijk wat het effect van het vertellen had op haarzelf en op haar vrienden.”


Ralph Raveneau. Foto © Robert Chesal

Sadistische mishandeling

Naast seksueel misbruik zijn er verhalen van mishandeling. Van nonnen, van wie niet bekend is dat ze zich schuldig maakten aan seksuele handelingen, wordt gezegd dat ze snel overgingen tot fysiek geweld, bijvoorbeeld slaan met stokken. Fysieke mishandeling kwam ook voor op het Sint Paulus College, een lagere school in Groot Kwartier van de Broeders van Dongen, een congregatie sinds 1948 actief op Curaçao. Ondanks dat de tijdsgeest in ogenschouw moet worden genomen waarin kinderen het ook thuis zwaar te verduren hadden, was Ralph Raveneau (61) één van de slachtoffers uit de jaren zestig van het sadisme van de gevreesde Broeder P., die kinderen terroriseerde, vernederde, bespuugde en mishandelde. Een broeder die dusdanige vreselijke lijfstraffen gaf dat angst de herinneringen kleurt van kinderen van deze school.

In de jaren vijftig en zestig waren het met name Nederlandse geestelijken die op Curaçao verbleven: de Fraters van Tilburg, Broeders van Dongen, vele priestercongregaties en nonnenordes. Toen in de jaren zeventig het aantal roepingen terugliep, dreigde een tekort aan geestelijken, zodat priesters uit Latijns-Amerika werden gehaald, met name uit Colombia.

Als slot van dit artikel het verhaal van Aldrico Amando Felida, die als veertienjarige misdienaar in 1976 het slachtoffer werd van de Colombiaanse pastoor Fabias in de parochie Jan Doret. Toen Fabias de jongens uitnodigde te blijven slapen om te oefenen voor de processie, moest Felida als uitverkoren misdienaar ‘extra oefenen’ in de kamer van de pastoor, waar deze bij hem kwam liggen en Felida afschuwelijke dingen liet doen. “Je voelt dat het verboden is, maar wie zou je geloven? Je hoopte dat het snel over was.” Toen het misbruik bij Aldrico’s ouders aan het licht kwam, vertrok de pastoor snel daarna, verbannen naar Colombia, zei men. In de preek kort na het incident werd de parochianen verteld dat de jongens in het dorp de kerk niet meer dienden en een duivelse weg waren ingeslagen.

Een jaar daarna vertrok Felida naar Nederland, waar hij jaren beleefde van depressie tot zelfmoordpogingen aan toe. “Ik raakte in de war over mijn seksualiteit. Was ik homofiel? Had ik het uitgelokt? Zelfs na de geboorte van mijn zoon kwam alles weer naar boven.” Felida ging in 2008 terug om het af te sluiten, jaren voordat het onderwerp breed in de belangstelling van de media kwam. Pater Römer, Fabias’ opvolger nam hem mee naar het bewuste kamertje en vertelde dat bisschop Ellis destijds op de hoogte was van Fabias’ misbruik, zowel op Curaçao als in Colombia vóór zijn aanstelling in Jan Doret. De alom zeer geliefde Römer bleek van veel meer misbruik op de hoogte, ook na Felida’s vertrek.
 
Stanley Brown. Foto © René Roodheuvel
Het was publiek geheim - wat oud-politicus en oud-onderwijzer Stanley Brown bevestigde - dat Colombiaanse priesters die misbruik pleegden door het bisdom Willemstad in de jaren tachtig en negentig werden verbannen om ze uit handen van justitie te houden. Overgeplaatst en niet gestraft, zodat het misbruik elders kon verdergaan.

Felida bezocht Ellis’ opvolger bisschop Secco, die zei dat hij nooit misbruikgevallen kreeg overgedragen, maar stuurde uiteindelijk een excuusbrief, waarin ‘vergiffenis werd gevraagd voor het misbruik en alle gevolgen daarvan gedurende zijn leven’.


[uit Amigoe, 18 mei 2013]

zaterdag 28 september 2013

'Bisdom Curaçao betaalde vluchtroute pastoors na misbruik'

RK kerk Jan Doret
Willemstad - Het bisdom van Curaçao heeft in de jaren zeventig diverse keren een vliegticket betaald voor pastoors die een kind hadden misbruikt. Terwijl de recherche onderweg was, zaten de daders al in het vliegtuig. Dit stelt politicus Stanley Brown tegenover de Wereldomroep.
Hij houdt een lijst van zulke gevallen bij. In 1969 was hij een van de leiders van de Curaçaose opstand tegen het Nederlandse koloniale gezag.

Het is volgens hem een publiek geheim dat pastoors die in moeilijkheden kwamen nadat ze jongens of meisjes hadden misbruikt, altijd nog van het eiland konden vluchten. "Ze werden overgeplaatst, maar niet gestraft." Omdat de kerk de reis betaalde, is het bisdom Willemstad volgens hem medeschuldig aan de misdragingen.

Een slachtoffer is volgens de Wereldomroep de nu 47-jarige Aldrico Amando Felida, die nu al jaren in Amsterdam woont. Hij werd in 1976 in het dorpje Jan Doret misbruikt door pastoor Fabias. De pastoor werd daarop teruggestuurd naar Colombia.

Bisschop Luis Secco

Toen Felida in 2008 verhaal ging halen, bleek dat het bisdom destijds wist dat Fabias eerder al misbruik had gepleegd, in Colombia en op Curaçao zelf. Felida eiste in 2008 excuses, maar bisschop Luis Secco ging daar toen niet op in. Nu heeft hij een brief gestuurd waarin hij namens de kerk om vergiffenis vraagt.


Het is onbekend wat pastoor Fabias na zijn terugkeer in Colombia heeft gedaan. Hij is onvindbaar. Bisschop Secco voelt zich volgens de Wereldomroep niet genoodzaakt om de zaak verder te onderzoeken, ook niet als er een kans is dat Fabias na zijn overplaatsing meer kinderen heeft misbruikt. "Ik ben geen politieagent, geen advocaat en ook geen rechter."

(Novum)

Bloemies de vaas in

Op zondag 13 oktober vindt de feestelijke boek- en cd-presentatie plaats van Bloemies in de theaterzaal van de Openbare Bibliotheek Amsterdam, onder de noemer Een droom die ik heb.
Frank Ong-Alok (l) en Fleur Tolman (r)

Bloemies is een multimediaal prenten-, liedjes- en verhalenboek met cd voor kinderen van 0 tot 100 jaar. De veertien liedjes en zes verhalen worden ten gehore gebracht door Gerda Havertong, Orlando Milan, Hakim, Fleur Tolman, Frank Ong-Alok en kinderzanggroep Eigenwijsje. Gitarist en componist Frank Ong-Alok verzamelde door de jaren heen liedjes die hij voor zijn eigen kinderen verzong (zingend verzon). Zo ontstonden de meeste liedjes op Bloemies. Enkele bestaande liedjes w.o. twee oud-Hollandse zijn in een passend arrangement vervat.

Aan de totstandkoming van de cd werkten verder mee de muzikanten Wytze van der Zweep op drums en percussie, Joep van Rhijn trompet en bugel en Ronald Snijders op dwarsfluit. Alle liedteksten en verhalen zijn in het boek opgenomen en geïllustreerd met prachtige prenten van Fleur Tolman en Amara & Aïsha Ong-Alok.

Frank Ong-Alok componeerde al eerder voor kinderen. Zo tekende hij in 1987 voor de muziek op teksten van Astrid Roemer op de kinder-lp Wat heet anders. In 2009 werkte hij opnieuw samen met Astrid H. Roemer en zette hij voor het album Omhels mij zeventien gedichten van haar op muziek met zijn groep FttP (Flower to the People). De Surinaamse roots van Frank Ong-Alok klinken door in al zijn muziek, een akoestische mix van Latin, Jazz, Pop, Blues, Folk en Worldbeat.


Datum: zondag 13 oktober 2013
Locatie: Theater van 't Woord, OBA (Openbare Bibliotheek Amsterdam). Aanvang 15.00 uur.

Frank Ong-Alok
Bloemies
Boek + cd (50:56)
Genaaid gebonden, 22,6 x 22,6 cm,
geheel geïllustreerd in 4-kleuren,
56 blz. € 25,00 O-boek
2013
ISBN 978-90-6265-837-4

Raj Mohan naar Frans-Guyana

door Wytske van Tilburg

Paramaribo - De Hindostaanse zanger Raj Mohan breidt zijn internationale netwerk uit. Op 13 oktober treedt hij op het jazzfestival Kayenn in Frans-Guyana op en zal daarbij vooral liedjes van zijn album Daayra gaan laten horen. Het gaat goed met Raj. Zijn optreden op het Moengo Festival for Music werd goed ontvangen en binnenkort zal hij, samen met de zes andere bandleden, alweer in Frans- Guyana op de planken staan. “De Frans-Guyanese directeur van cultuur had hen gespot tijdens een besloten concert en was zo enthousiast dat ze na ons optreden direct backstage kwam. Toen heeft ze ons gevraagd voor Kayenn. Ik was helemaal verbaasd!” vertelt een enthousiaste Mohan.

De Hindostaanse zanger Raj Mohan tijdens het Moengo Festival for Music. Hij zal op 13 oktober optreden tijdens het Kayenn Jazz Festival in Frans-Guyana. Foto: Irvin Ngariman.

Taal van de liefde
Daayra is in 2010 opgenomen in Nederland maar gemixt in Peter Gabriel's Real World Studio's in Engeland. "Deze studio staat bekend om het mixen van wereldmuziek. Dit koste me een rib uit m'n lijf maar het was het absoluut waard. Dat we nu in Frans-Guyana mogen optreden, bewijst dat maar weer." Dat de Frans-Guyanezen waarschijnlijk niks van de Hindostaanse teksten zullen verstaan, is volgens Mohan geen enkel probleem. "Het is de taal van de liefde, die verstaat iedereen."
Mohan legt uit waarom hij niet zijn nieuwste cd, Dui Mutthi, zal presenteren in Frans-Guyana. "Ten eerste heb ik voor de uitvoering hiervan meer mensen nodig, zoals strijkers. Op de nieuwe cd staan 'maar' vier liedjes en het is gewoon te duur om daarvoor iedereen over te laten komen. Ten tweede hecht Frans-Guyana weinig betekenis aan dit thema natuurlijk."

'Wie schrijft, die blijft'
"Ik besef dat mijn muziek een nichemarkt aantrekt. Maar wat nog niet is, kan nog komen. Er werd mij altijd verteld dat het Sarnami niet geschikt is voor muziek, het zou te vulgair zijn. Maar ik was het hier niet mee eens. Ik wilde aan de wereld de romantische kant van Sarnami laten zien. Door internationaal meer bekendheid te werven, kom ik steeds een stapje verder. Wie schrijft, die blijft. Je moet er wel in geloven", besluit de zanger.

Kayenn Jazz Festival
In de Frans-Guyanese hoofdstad Cayenne wordt van 7 tot en met 13 oktober het Kayenn Jazz Festival gehouden. Het festival wordt voor de negende keer georganiseerd.


[naar de Ware Tijd, 28/09/2013]


Indian Beach Fest Scheveningen


In het weekend van 20, 21 en 22 september 2013 vond het Indian Beach Fest 140 plaats op het strand van Scheveningen. Dit festival werd georganiseerd om 140 jaar hindostaanse migratie te vieren.

Tijdens het Indian Beach Fest 140 werd het verhaal verteld van de migratie van de bredere Indiase diaspora. Die reis begon 140 jaar geleden vanaf de Indiase stranden om de slavenarbeid te vervangen op de plantages in Suriname en bracht hen samen met andere Indiase groeperingen via omzwervingen uiteindelijk naar het strand van Scheveningen.

Het driedaags openluchtfestival in het Beachstadion op Scheveningen had een gevarieerde programmering waarin ruimte was voor cultuur, sport, rituelen, zang en dans. Ook voor de kinderen waren er volop activiteiten zoals een springkussen, een surfsimulator, een workshop Afghaanse vliegers maken en uiteraard een beach soccer clinic. Het gebrek aan zon drukte voor hen de pret niet.



Indian Beach Fest 140 is er in geslaagd om de diverse stromingen en etniciteiten samen te brengen om elkaars culturele achtergrond beter te leren kennen.
Bijzonder was de opening van het festival met een tentoonstelling van religieuze rituelen van verschillende geloofsovertuigingen: Hindoeïsme, Universele Kracht, Islam en Christendom die achter elkaar werden uitgesproken.

Ook was er de fototentoonstelling Mijn Hindostaans Den Haag waarin immigranten hun verhaal vertellen over herkomst en stad van aankomst aan de hand van voorwerpen die voor hen een emotionele waarde hebben.

Londa ke náj (travestie-bruiloftsdans)

De Ashiq Brothers verzorgden de muzikale begeleiding van de avond en Shamla Nandoe trad op vrijdag op met een traditionele Kuchipudi dans en gaf op zondag dansworkshops Bhangra, Bollywood en Bhaitak Gana. Deze avond werd gepresenteerd door tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing.

De vrijdagavond werd sfeervol afgesloten doordat onder de sterrenhemel de film Guiana 1838 door regisseur Rohit Jagessar werd vertoond.
Helaas konden op zaterdag de Yoga en Kabaddi workshops niet doorgaan vanwege te weinig aanmeldingen, maar de workshop Afghaans vliegeren was een waar succes.

Op zaterdagavond werd het muzikale migratieverhaal bezongen door diverse artiesten. Ieder nam een deel van de reis voor zijn/haar rekening. Het verhaal begon met Indroniel in Calcutta, vervolgens bezong Angel ArunA de reis over zee vanuit het depot in Calcutta.

3Wish, een rapper die in Nederland geboren en getogen is verwerkte het verhaal van zijn grootouders in een indrukwekkende rap over hun aankomst in Suriname. Vervolgens trad Motimala op met de Londe Ke Naach om de meegebrachte levenslooprituelen uit India te presenteren, De bhangra dansgroep uit Frankrijk verbeeldde het vertrek uit de streek Punjab in India. DJ Balli Kalsi en Money K. vertegenwoordigden de aankomst in hedendaags Nederland met hun Desi club style. Het feest werd compleet door een spetterend optreden van Face2Face. DJ Insane sloot de avond af met bizarre combinaties van House met Hindi, Electro met Bhangra, Nagara met Urban, niks was te gek en de dansvloer stond vol!

Cabaret van Haarindernaad Singh


Op zondagochtend waren er de eerder genoemde dansworkshops door Shamla Nandoe en later op de dag een Beach Soccer clinic. Op het podium kregen we optredens voorgeschoteld van DJ Krezy en dansgroep Xquisite, stand-up comedy artiesten Sharda Dewi en Narsingh ft. Haarindernaad die ons trakteerde op Morjon sardines. Met het optreden van Sabroso gingen de voetjes van de vloer, werd er geschud met de billen en als het Beach Stadium een dak had gehad, dan was het eraf geblazen! De zondagavond werd rustig afgesloten door DJ DON.

Staatsolie en NOB sponsoren boeken voor scholen

Staatsolie Maatschappij Suriname N.V. en de Nationale Ontwikkelings Bank van Suriname N.V. bewijzen regelmatig dat ze oog hebben voor het belang van de Surinaamse jeugd. Ook dit keer weer met schenkingen van Het groene labyrint aan alle scholen voor het voortgezet onderwijs in Suriname. Het groene labyrint van de schrijver Frits Wols kwam onlangs in een geheel herziene versie uit. Het boek staat al zo’n 30 jaar op de literatuurlijsten, maar was al jaren niet meer verkrijgbaar in de handel. Dit euvel is verholpen met de nieuwe, herziene versie. Dankzij Staatsolie en de NOB is het boek ook binnen handbereik van studenten gekomen, omdat alle scholen voor het voortgezet onderwijs enkele exemplaren zullen ontvangen. De herziene versie kreeg na het verschijnen een lovende recensie van De Ware Tijd Literair. De uitgeverij Publishing Services Suriname zal de boeken in oktober aan de scholen leveren.

[Mededeling Schrijversgroep '77]

Waarom ik de film Hoe duur was de suiker niet ga kijken


door Quinsy Gario

"Hoe duur was de suiker is geen slavernijfilm, het is een romantisch melodrama dat zich afspeelt op een Surinaamse suikerplantage in 1780."In de rest van het interview met regisseur Jean van de Velde in BN De Stem wordt het niet veel beter. Dat Van de Velde anders dan in het boek Mini Mini de verteller maakt maar dan alsnog de witte Sarith centraal zet is voor mij een complete afknapper. Dus, nee dank je.

De crew van de film. Midden in lichtblauw: Yootha Wong Loi Sing; naast haar
 in rood Gaite Janssen. Geheel rechts Cynthia Mc Leod naast regisseur Jean van de Velde



Het is dan wel jammer dat we weer een Nederlandse film hebben waarbij talentvolle spelers opgezadeld worden met een maker die geen kaas gegeten heeft van de materie maar er wel mee aan de haal gaat.
Gaite Janssen en Yootha Wong Loi Sing


Hieronder een handjevol recensies om voor jezelf te beslissen of je het gaat zien of niet.
  • De VolkskrantVeel van de verteltijd gaat op aan de amoureuze verwikkelingen, die maar weinig uitstijgen boven het niveau van een soap.
  • De TelegraafWat de kijker voorgeschoteld krijgt, doet denken aan de generale repetitie van het schooltoneel of aan de conference van Fons Jansen over een hoorspelacteur: ’on-na-tuur-lijk, hoe be-doelt u?’
  • Het ParoolZelfs als de plantage aangevallen wordt door opstandige slaven (de film speelt in de tijd van de Bonioorlogen, waarin gevluchte slaven plantages aanvielen) is dat slechts een dramatisch middel voor spanning in de levens van de blanke plantagebewoners.
  • SpitsEen film over [slavernij] moet eigenlijk serieus pijn doen en dat is bij Hoe Duur Was De Suiker niet echt het geval. Aan de andere kant: dat het afschuwelijk was, dat weten we natuurlijk al wel, en er is op zich niks mis mee dat Van de Velde de nuance zoekt.
  • MoviesceneDe rol van Sarith is zo prominent aanwezig, dat het lijkt alsof alles om haar draait. Hierdoor weten de scènes van Mini-Mini zich nooit goed te ontwikkelen, waardoor een film met zo’n koloniaal thema alsnog een wat vreemde smaak in de mond achterlaat.
  • FilmpjekijkenHet is moedig van Yootha om bijna de gehele film naakt rond te lopen. Deze keuze, maar ook de keuze om Sranan als taal te voeren maken de film realistischer. Sterker nog, met een thema als deze was het extra wrang geweest als iedereen gewoon Nederlands had gesproken.
[van de blogspot Roet in het eten]



Middelmatige plaats Universiteit van Suriname

Paramaribo - De Anton de Kom Universiteit van Suriname (Adekus) neemt een middelmatige plaats in op de ‘Webometrics Ranking of World Universities’. Deze academische rangschikking van instellingen voor wetenschappelijk onderwijs wordt sinds 2004 om het half jaar verricht door ‘Cybermetrics Lab’. Er wordt daarbij onderzocht in welke mate een universiteit zichtbaar is ...

op het wereldwijde web. Bepalend voor de rangschikking is onder andere het aantal publicaties dat de universiteit publiceert (zowel informele wetenschappelijke publicaties als formele publicaties zoals E-journals) en het aantal wetenschappelijke activiteiten zoals presentaties op belangwekkende internationale bijeenkomsten.

Suriname staat op plaats 6156 van de 12.000 onderzochte universiteiten. De top-10 wordt volledig uitgemaakt door Amerikaanse universiteiten onder aanvoering van de Harvard University en de Stanford University en ook valt de hoge rangschikking van de Universidade de São Paulo op. Er zijn tevens ranglijsten opgesteld, waarbij bepaalde factoren in beschouwing zijn genomen.

Als gekeken wordt naar ‘Presence’, dan neemt Adekus plaats 7684 van de 21.359 in, ‘Impact’ 6097 (van de 17.277) en verder scoort onze universiteit plek 12.650 in de categorie ‘Openness’ en plek 4440 in de categorie ‘Excellence’. Op de website van de ‘Webometrics Ranking’ kan ook per regio nagegaan worden hoe een universiteit het doet.


Onze universiteit is ingedeeld bij Latijns-Amerika en neemt plaats 465 in als ‘Presence’ in beschouwing wordt genomen, plek 376 als naar ‘Impact’ wordt gekeken, positie 1670 in de categorie ‘Openness’ en plaats 664 bij de categorie ‘Excellence’. Gezien de hoge positie die de Braziliaanse universiteiten innemen ten opzichte van bijvoorbeeld Nederlandse universiteiten, zou Suriname zich meer op ons buurland moeten richten, omdat men veel meer kwaliteit voor een veel lagere prijs krijgt.

Slechts 10% van het docentenkorps van onze universiteit is overigens gepromoveerd, terwijl dat minimaal 90% zou moeten zijn. In de volksmond wordt Adekus vaak schertsend Zulo (Zeer Uitgebreid Lager Onderwijs) genoemd, omdat de studenten en de docenten vaak erg middelmatig overkomen. Er wordt te snel genoegen genomen met minder, (afstudeer)scripties zijn niet zelden middelmatig en deze cultuur van middelmatigheid heeft bovendien zijn weerslag op de totale samenleving.

[van Nospang.com, 28 september 2013]


Meer bekendheid voor fotografie als kunstvorm

Foto © Don Lau

door Wytske van Tilburg

Paramaribo - De Surinaamse Fotografen Vereniging (SUFOV) wordt op zondag 29 september twintig jaar. Dit wordt gevierd met een nieuwe expositie genaamd ‘Beauty Trough the Lens’ waarbij meer dan honderd werken worden tentoongesteld. Het voornaamste doel van deze tentoonstelling is om meer bekendheid te werven voor fotografie als kunstvorm. “Fotografie is toch een beetje het ondergeschoven kindje in de kunstwereld. Op kunstbeurzen zie je vaak veel meer beeldhouwwerken of schilderijen”, legt Michel Eriks, voorzitter van de SUFOV, uit.

Een fotosessie van Raúl Neijhorst met model Imani Halfhide


Professional versus amateur
Surinaamse fotografen hebben moeite om inkomsten te verdienen met hun werk, omdat er veel 'amateurfotografen' zijn; mensen die zich professioneel fotograaf noemen, maar dit helemaal niet zijn. "Het beroep wordt erg onderschat. Als je een amateurfotograaf vraagt naar regels over compositie of overbelichting, hebben ze geen idee wat ze moeten antwoorden. Deze amataurfotografen vragen onrealistisch lage prijzen. De prijs van een professionele fotograaf zal hoger zijn, omdat zij meer kennis en ervaring hebben en vaak over betere materialen beschikken. Maar dit verschil in kwaliteit wordt nog te weinig erkend door de mensen", verklaart Eriks.

Diverse fotografen
In totaal doen er 29 fotografen mee aan de expositie, waarvan elf vrouwen en achttien mannen. Hiervan komen vier fotografen uit Curaçao. Rudi Moeridjan, Richenel Coulour en Tanya Frijmersum zijn enkele namen die tijdens de expositie te zien zijn. De voorzitter benadrukt dat deze fotografen wél een opleiding hebben gevolgd óf tien tot twintig jaar ervaring hebben.

De oudste exposant is André Schoonhoven, hij is zeventig jaar. Don Lau is met zijn vijftien jaar de jongste deelnemer. Hij is pas anderhalf jaar bezig met fotografie en dit is zijn eerste tentoonstelling. "Lau heeft bijzonder veel oog voor detail en weet al goed wat hij doet. Daarom verdient hij zeker een plekje in deze tentoonstelling.

Foto © Rudi Moeridjan


Vriendjespolitiek?
De ingezonden werken moesten vooraf kenbaar worden gemaakt aan een selectiecommissie. Deze bestond uit Henk Defares, Peter Thielen en Richenel Coulour. Opvallend is dat er werken van twee van deze leden tentoon zullen worden gesteld. Namelijk van Thielen en Coulour. Eriks verdedigt deze keuze; "Je mag ten eerste geen oordeel geven over je eigen werk en ten tweede is iedereen bevriend met of kennissen van elkaar in dit wereldje. Van vriendjespolitiek is dus geen sprake."

Suvof
Op 29 september 1993 werd de Sufov opgericht door Johan Frederik, Ro Tijdmeter en Frank Doelwijt. Inmiddels heeft de vereniging ongeveer honderd leden. Zij heeft als belangrijkste doel om fotografie in Suriname te bevorderen en wil graag dé autoriteit zijn op het gebied van fotografie. Indien nodig is ze ook bereid om fotografen te beoordelen.

De tentoonstelling is gratis te bezichtigen van maandag 30 september tot en met zondag 6 oktober, van 09.00 uur tot 13.00 uur en weer van 18.00 uur tot 21.00 uur, in de Congreshal aan het Onafhankelijkheidsplein.

[uit de Ware Tijd, 25/09/2013]


Tien jaar Anand Dwarka met geheel nieuwe expo

door Tascha Samuel

Anand Dwarka werd dit jaar tijdens de NK
 gelauwerd als beste NK kunstenaar. Een mooie eer die
 samenvalt met zijn 10-jarig jubileum viering.
Paramaribo - Nog maar 32 jaartjes jong, maar hij is al tien jaar bezig hard aan de‘kunstweg’ te timmeren. “Ik heb heel hard mijn nest gedaan denk ik. Want het is een keuze die ik heb gemaakt om fulltimekunstenaar te worden. Dus dan kan je niet op mensen zitten wachten”, geeft Anand Dwarka aan. Hij viert zijn tien jaar kunstenaarschap met een solo-expositie in de hal. ‘Celebration of Anand Dwarka’ opent op 26 september en duurt tot 2 oktober. Hij viert dit jubileum met een expo met 34 gloednieuwe werken.

Wat nieuws
Wellicht zou de titel van de expo een beetje zelfverheerlijkend overkomen, maar wie Dwarka kent, weet dat de kunstenaar zelf heel bescheiden is, maar wel zijn zelfwaarde kent. "Ik heb mezelf uitgedaagd om wat nieuws te presenteren. Ik sta erom bekend dat mijn werken een beetje donker zijn, maar ik heb geëxperimenteerd met lichtere kleuren in combinatie met donkere." Voor de kunstenaar is schilderen een ultieme expressie van een momentopname. "Het is een spiritueel iets. Elk moment is voorbijgaand, maar elk moment heeft iets bijzonders. Als ik dat vindt dan komt het op mijn canvas", legt de artiest zijn werkwijze uit. De natuur, het vrouwelijk schoon en zijn gedachte over het naast elkaar moeten leven zonder begrenzing in een samenleving, zijn terug te vinden in zijn werken. "Als ik een vrouw schilder, is dat niet een vrouw van een bepaald ras maar een mix van verschillende."

Diepgeworteld
Van schuchtere jongeman is hij uitgegroeid tot een gezellige lachende jongeman die 'vol' is van zijn ambacht. Dwarka ademt kunst. Als prenasi boy afkomstig van Weg naar Zee, was kunstenaar worden niet het eerste dat op zijn lijstje stond. Hij hielp zijn vader al in de landbouw en dus landbouwer worden zat er dik in. Maar het talent kon na vele tekenschriften vol niet miskent worden. Nu tien jaren later is boytie nog steeds diepgeworteld in zijn werken, te merken aan zwampen en bosrijk gebied dat terugkomt in zijn werken. Maar zijn beeld is wel verbreed. Reizen is een heel belangrijk deel geworden van zijn kunstperceptie. Dwarka heeft al aan vele solo- en groepsexposities meegedaan in Suriname, Frans-Guyana, Chili, Curaçao en Nederland. "Wat ik meemaak in die landen, de andere culturen en leuke momenten zijn een grote inspiratie voor mij", zegt Dwarka.

Kracht van kleuren
"Wat ik zie, voel,droom en beleef dat komt op het canvas en daardoor kan men ontdekken wie ik ben." Hij geeft aan dat het aanvoelen van een ruimte en de mensen om hem heen heel belangrijk zijn. "Soms kom je ergens en je voelt al dat het leuk gaat worden." Hij gelooft heel erg in de expressieve kracht van kleuren. 'Mensen die vastzitten in iets zullen vaak in een bepaalde kleur of met slechts enkele kleuren schilderen. Wie openstaat, zal een regenboog aan kleuren gebruiken", meent de artiest. Hij hoopt in ieder geval in de komende jaren vooral internationaal meer door te breken. "Als je naar buiten gaat, is het leuk en goed dat men je werken leert waarderen, maar dat is ook een mooi moment om Peruanen of wie dan ook te laten weten waar Suriname staat. Ik moet verder klimmen en dan zien we wat de toekomst verder brengt", besluit Dwarka positief gestemd.

[uit de Ware Tijd, 25/09/2013]