 |
| De zeven hoofdzonden. Werk van PAL. |
door Mineke
de Vries
Toen journalist
Robert Chesal het seksueel misbruik in de katholieke kerk op grote schaal
onthulde in 2010, kwamen vele meldingen binnen van mensen die waren misbruikt
in Nederland, maar per direct waren er ook meldingen uit Curaçao. Een golf van
publiciteit was het gevolg. In Nederland welteverstaan, niét op Curaçao. In
zijn recent verschenen boek Een verzwegen leven doet Chesal verslag van de
gruwelijkheden, ook op Curaçao. Maar wie denkt dat het misbruik is gestopt,
heeft het mis: met financiële vergoedingen en in die zin afhankelijkheid van de
kerk worden momenteel veelal arme gezinnen het zwijgen opgelegd.
 |
| De zeven hoofdzonden. Werk van PAL |
“Een misbruikt kind is getekend voor zijn
leven, misbruik verdwijnt nooit uit je hart en bestaan. De zoektocht naar
erkenning is levenslang.” Dat zegt de uit Amerika afkomstige Robert Chesal, die
als journalist bij Radio Nederland Wereldomroep (sinds 1990) samen met NRC-journalist Joep Dohmen het
grootschalige misbruik binnen de katholieke kerk op het spoor kwam. Ze doken er
samen in en het liet hen niet meer los. Chesal was genoodzaakt enige tijd te
stoppen aangezien de meldingen hem te zwaar vielen.
De schok en
het afgrijzen trok een wissel op de Nederlandse samenleving. Moeizaam en frustrerend
was het proces omdat het zwijgen en verdraaien van feiten aan de orde van de
dag was. Zelfs de commissie-Deetman - ingesteld om onafhankelijk onderzoek te
doen - bleek minder onafhankelijk dan verwacht. In haar rapport uit 2011 (1257
pagina’s) wordt toegegeven dat sinds 1945 tienduizenden jongens en meisjes
seksueel zijn misbruikt door kerkdienaren. Ondanks verwijtbare feiten stapte
geen enkele bisschop op. De discussie laaide enige weken geleden in Nederland
weer op toen NRC een artikel van Dohmen
en Chesal publiceerde over hun onderzoek naar de onbetrouwbaarheid van het
rapport, waarin nieuwe verzwegen feiten aan het licht kwamen. Zoals de
castratie die een minderjarige jongen onderging als straf nadat hij het
misbruik had gemeld. Maar ook het feit dat een aantal (nog zittende)
bisschoppen al die tijd de hand boven het hoofd gehouden was, waaronder Ad van
Luyn (toenmalig bisschop van Rotterdam en hoofd van de bisschoppenconferentie).
Ook in maart
presenteerde Deetman zijn tweede rapport over het geweld tegen meisjes, wat
eveneens een regen aan kritiek ontving vanwege weglatingen en bagatelliserende
opmerkingen.
 |
| RK kerk Soto, Curaçao. Foto © René Roodheuvel |
Misstanden in Curaçao
In navolging
van de commissie-Deetman stelde het bisdom Willemstad in 2010 de
onderzoekscommissie-Koeijers in, die zaken op Curaçao moest onderzoeken. Dit
vanwege het feit dat direct na de eerste publicaties een aantal reacties uit
Curaçao binnenkwam, wat het vermoeden deed rijzen dat er meer aan de hand was.
In tegenstelling tot een lijvig rapport van Deetman ondernam de
commissie-Koeijers geen actie toen er klachten binnenkwamen en liet met
regelmaat weten geen tijd te hebben gehad om te vergaderen. Het bisdom, als
eerst verantwoordelijke, leek niet van plan werk te maken van de misstanden. Op
papier bestaat de commissie nog steeds.
Chesal:
“Aangezien de kerk zo’n belangrijke rol speelt in de Curaçaose maatschappij,
betrokken wij Curaçao in ons onderzoek. De Caribische afdeling van de
Wereldomroep zag inmiddels ook voldoende aanleiding. We ontdekten dat de kerk,
zo geliefd en invloedrijk, financiële macht gebruikte om mensen de mond te
snoeren. Gezinnen, afhankelijk van de kerk voor hun levensonderhoud, moesten
het misbruik waarvan zij op de hoogte waren op de koop toe nemen. Dit vertelde
ons een anonieme bron: een vrouw werkzaam in de kinderhulpverlening.”
 |
| Don Sarto School. Foto © Lisette Wellens |
In dit
eerste deel doen we verslag van een aantal misbruikzaken die zich op Curaçao
afspeelden, waarbij we aantekenen dat alle zaken die worden aangekaart nooit
zijn weerslag mogen hebben op de liefdevolle zorg van andere broeders en
nonnen. In deel 2 gaan we in op het accepteren van de slachtofferrol en waarom
dat zo moeilijk is op Curaçao. Ook volgt in deel 2 Chesals persoonlijke verhaal
over het misbruik dat hijzelf onderging.
Onder de
meldingen die Chesal vanuit Curaçao ontving was die van een nu zestigjarige
man, die uitsluitend onder pseudoniem Johnny wil praten. Hij vertelde over
misbruik en mishandeling van tientallen kinderen door twee fraters in het
internaat in Soto. Beide fraters, waaronder het verantwoordelijke hoofd van de
Don Sarto lagere school, behoorden tot de Fraters van Tilburg, over wie ook in
Nederland vele meldingen binnenkwamen uit de jaren zestig en zeventig en die
zich bovendien vergrepen aan zwakbegaafde en geestelijk gehandicapte jongens
van het De La Salle-instituut in Brabant.
Johnny was
tien toen het misbruik begon. “Het gebeurde op de kamer van een frater, je
moest je broek opendoen en dan begon hij te friemelen. Je durft niet meer naar
binnen, omdat je weet wat er gaat gebeuren.” Volgens Johnny troffen de
betastingen die op school plaatsvonden alle leerlingen, ook diegenen van buiten
het internaat. Johnny vertelde tevens van regelmatige fysieke mishandelingen.
 |
| Voetbalgroep Curaçao. Archief Fraters van Tilburg |
Frater Broer
Huitema, wereldwijd de hoogstverantwoordelijke van de Fraters van Tilburg, weet
dat het gebeurde. “Fraters die zich hieraan schuldig maakten, werden
overgeplaatst naar andere - administratieve - posities, weg van kinderen.
Aangifte bij de politie werd niet gedaan, noch werd contact gezocht met
ouders.” In de jaren zestig tot eind 1995 waren de Fraters van Tilburg
betrokken bij het onderwijs op de Antillen, in Suriname en Indonesië.
Trauma herbeleven
Chesal sprak
op Curaçao één van de jongens die in de jaren vijftig op het jongensinternaat
het Juvenaat zat, een prestigeproject voor Curaçao, de trots van de kerk. Deze
nu zeventigjarige man was in zijn internaattijd een bedplasser. Een pater hielp
hem ‘s nachts zijn bed verschonen, maar misbruikte de jongen vervolgens, een
misbruik dat twee jaar doorging. Chesal: “Angstig om zich heen kijkend of
iemand hem zag, betrad deze man het hotel waar wij hadden afgesproken. Even
daarvoor had hij het misbruik, levenslang als geheim bij zich gedragen, aan
zijn dochter verteld. De tranen stroomden over zijn wangen toen hij door het
vertellen het trauma herbeleefde.” Een aantal jaren na het misbruik sloot het
internaat plotseling en uitsluitend geruchten deden de ronde. De man in kwestie
deed zijn beklag bij de ’onafhankelijke’ klachtencommissie-Koeijers, maar
hoorde maandenlang niets, nog geen ontvangstbevestiging. Chesal: “Mensen weten
inmiddels dat ze niet bij de kerk terecht kunnen, dus melden ze hun klachten
daar niet meer. Omdat er dus weinig binnenkomt, lijkt het of het niet is
gebeurd. Dan is de cirkel rond. Mijns inziens moet er een onafhankelijk lichaam
komen, dat de zaken uitzoekt.”
 |
| Ronald Koeijers. Foto © René Roodheuvel |
Verwrongen
De reputatie
van de kerk blijkt elke keer belangrijker dan het belang van het slachtoffer.
Een patroon dat niet alleen in de kerk, maar ook daarbuiten is te zien: overal
waar kinderen in institutionele zorgsituaties van de zorg van volwassenen
afhankelijk zijn, waar volwassenen macht hebben over kinderen, bij scouting,
bij een sportclub gebeurt dit, wereldwijd. Zo wordt in Noord-Amerika, Europa en
Australië het seksueel misbruik inmiddels aan de kaak gesteld. Het is
universeel menselijk gedrag, hoe onmenselijk tegelijkertijd. Chesal: “Dat het
in de kerk zo’n vlucht kon nemen heeft te maken met de vele zorgsituaties,
zoals internaten en kostscholen onder kerkelijke leiding maar ook parochiale
situaties, waarbij misdienaren bij priesters thuis kwamen of de priester een
vertrouwde figuur binnen de familie werd.”
Wat we bij
het kerkelijk seksueel misbruik niet uit het oog mogen verliezen volgens
Chesal, is de verwrongen seksualiteit van de paters, door het celibaat in de
hand gewerkt, maar ook het ontbreken van realistisch seksueel onderwijs. “Het
onderwijs in de katholieke kerk is gebaseerd op de seksuele moraal uit de
middeleeuwen en is nooit aangepast aan de praktijk, een verouderd beeld dat
destructief blijkt. Ook jongeren leren vanuit dit onderwijs slechts dat ze zich
moeten onderwerpen aan het gezag en zijn zodoende weinig weerbaar.”
Naast
misbruik ontstaan vanuit verwrongen seksualiteit, staan pedofielen die
doelbewust op zoek gaan naar werk waar kinderen in groten getale aanwezig zijn,
zo stelt Chesal. Een niet onbelangrijk gegeven is verder dat vele mannen in de
jaren vijftig die vanwege homofilie of pedofilie niet pasten binnen de moraal
van trouwen en kinderen krijgen een gepast toevluchtsoord zochten in de kerk,
waar zij een status genoten die zij anders zouden moeten ontberen.
 |
| Sint Annakerk, Otrabanda. Foto © Ferdinand Willemse |
Antenne voor timide kinderen
Het leek de
vrolijke goedlachse Curaçaose ‘Cora’, therapeute van beroep, zinvol om met haar
misbruikverhaal naar buiten te komen, zij wilde degene zijn die de discussie
rond seksueel misbruik op Curaçao zou openbreken. Na een paar gesprekken met
Chesal togen zij samen naar Curaçao om terug te gaan naar de plaats waar het
misbruik plaatsvond. In twee verschillende periodes van haar jeugd werd Cora
slachtoffer: toen ze acht was in de Sint Annakerk in Otrobanda en als
twaalfjarige in de kerk van Suffisant, waar ze door verschillende paters werd
misbruikt, onder meer in de biechtstoel. “Cora was een onzeker, zoekend meisje,
de uitverkorene van mannen als deze”, vertelt Chesal. “Misbruikers hebben een
antenne voor timide kinderen.” De strijdlustige, inmiddels zeventigjarige Cora
uit Nederland verandert op Curaçao voor Chesals ogen op slag in het timide
meisje, dat terugschrikt voor het effect dat het op de plaats van het misbruik
zijn op haar heeft. “De openhartige vrouw wordt onbereikbaar, het wordt heel
moeilijk haar te spreken. In de sfeer bovendien van daar, opgenomen tussen
vrienden en familie, blijkt ze in een tang te komen. In hotel ‘t Klooster waar
we hebben afgesproken met vrienden uit haar kindertijd rolt het verhaal eruit,
met een klein kinderlijk stemmetje als van het kind van toen.” Chesal, die bij
het vertellen erover zelf een brok in zijn keel krijgt: “Het was ongelofelijk
wat het effect van het vertellen had op haarzelf en op haar vrienden.”
 |
| Ralph Raveneau. Foto © Robert Chesal |
Sadistische mishandeling
Naast
seksueel misbruik zijn er verhalen van mishandeling. Van nonnen, van wie niet
bekend is dat ze zich schuldig maakten aan seksuele handelingen, wordt gezegd
dat ze snel overgingen tot fysiek geweld, bijvoorbeeld slaan met stokken.
Fysieke mishandeling kwam ook voor op het Sint Paulus College, een lagere
school in Groot Kwartier van de Broeders van Dongen, een congregatie sinds 1948
actief op Curaçao. Ondanks dat de tijdsgeest in ogenschouw moet worden genomen
waarin kinderen het ook thuis zwaar te verduren hadden, was Ralph Raveneau (61)
één van de slachtoffers uit de jaren zestig van het sadisme van de gevreesde
Broeder P., die kinderen terroriseerde, vernederde, bespuugde en mishandelde.
Een broeder die dusdanige vreselijke lijfstraffen gaf dat angst de
herinneringen kleurt van kinderen van deze school.
In de jaren
vijftig en zestig waren het met name Nederlandse geestelijken die op Curaçao
verbleven: de Fraters van Tilburg, Broeders van Dongen, vele
priestercongregaties en nonnenordes. Toen in de jaren zeventig het aantal
roepingen terugliep, dreigde een tekort aan geestelijken, zodat priesters uit
Latijns-Amerika werden gehaald, met name uit Colombia.
Als slot van
dit artikel het verhaal van Aldrico Amando Felida, die als veertienjarige
misdienaar in 1976 het slachtoffer werd van de Colombiaanse pastoor Fabias in
de parochie Jan Doret. Toen Fabias de jongens uitnodigde te blijven slapen om
te oefenen voor de processie, moest Felida als uitverkoren misdienaar ‘extra
oefenen’ in de kamer van de pastoor, waar deze bij hem kwam liggen en Felida
afschuwelijke dingen liet doen. “Je voelt dat het verboden is, maar wie zou je
geloven? Je hoopte dat het snel over was.” Toen het misbruik bij Aldrico’s
ouders aan het licht kwam, vertrok de pastoor snel daarna, verbannen naar
Colombia, zei men. In de preek kort na het incident werd de parochianen verteld
dat de jongens in het dorp de kerk niet meer dienden en een duivelse weg waren
ingeslagen.
Een jaar
daarna vertrok Felida naar Nederland, waar hij jaren beleefde van depressie tot
zelfmoordpogingen aan toe. “Ik raakte in de war over mijn seksualiteit. Was ik
homofiel? Had ik het uitgelokt? Zelfs na de geboorte van mijn zoon kwam alles
weer naar boven.” Felida ging in 2008 terug om het af te sluiten, jaren voordat
het onderwerp breed in de belangstelling van de media kwam. Pater Römer,
Fabias’ opvolger nam hem mee naar het bewuste kamertje en vertelde dat bisschop
Ellis destijds op de hoogte was van Fabias’ misbruik, zowel op Curaçao als in
Colombia vóór zijn aanstelling in Jan Doret. De alom zeer geliefde Römer bleek
van veel meer misbruik op de hoogte, ook na Felida’s vertrek.
 |
| Stanley Brown. Foto © René Roodheuvel |
Het was
publiek geheim - wat oud-politicus en oud-onderwijzer Stanley Brown bevestigde
- dat Colombiaanse priesters die misbruik pleegden door het bisdom Willemstad
in de jaren tachtig en negentig werden verbannen om ze uit handen van justitie
te houden. Overgeplaatst en niet gestraft, zodat het misbruik elders kon
verdergaan.
Felida
bezocht Ellis’ opvolger bisschop Secco, die zei dat hij nooit misbruikgevallen
kreeg overgedragen, maar stuurde uiteindelijk een excuusbrief, waarin
‘vergiffenis werd gevraagd voor het misbruik en alle gevolgen daarvan gedurende
zijn leven’.
[uit Amigoe, 18 mei 2013]