woensdag 29 februari 2012

Mini-symposium toont noodzaak voor behoud moedertalen


door Donovan Mijnals


Paramaribo - In verband met de Internationale Dag van de Moedertalen organiseerde het directoraat Cultuur van het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling een mini-symposium. Dit symposium werd gehouden in de University Guesthouse en had als rode draad de meertaligheid in ons land.

De inleiders daarbij waren Ismene Krishnadath en Renate de Bies. Onder de aanwezigen bevond zich ook de Cultuurdirecteur Stanley Sidoel. Hij gaf aan dat zijn directoraat zich er van bewust is dat er veel werk aan de winkel is met betrekking tot het behoud van de vele talen die Suriname rijk is.

Frans

Krishnadath, die in december in Cayenne een conferentie over de meertaligheid in overzeese Franse gebieden bijwoonde, gaf aan hoe er in die gebieden met meertaligheid wordt omgegaan. “Het Frans heeft er een onaantastbare status, maar daarnaast kunnen ook regionale talen worden erkend als een Franse taal”, vertelde ze. Die regionale talen hebben geen officiële status, maar doordat ze erkend zijn kunnen er faciliteiten aan verleend worden. Krishnadath deed uit de doeken dat er in Frans-Guyana een ‘Language awareness program’ voor leerkrachten bestaat, dat speciaal gericht is op de taaldiversiteit binnen de klas. De Schrijversgroep ‘77-voorzitter adviseerde Suriname punten van het Franse taalbeleid ook hier toe te passen. Opmerkelijk was dat ze er tevens voor pleit dat het gebruik van twee lidwoorden in het Surinaams Nederlands wordt afgeschaft. “Of je nu de of het gebruikt, het verandert niets aan de betekenis van de zin”, verklaarde ze.

Multilinguaal

De Bies werd in haar speech ondersteund door Preetema Jong A Lock-Pahladsingh en behandelde het thema moedertalen in de multilinguale setting van Suriname. Ze begon haar uiteenzetting met een ietwat bewerkte quote van Nelson Mandela: ‘Speak to a man in a language he understands and you speak to his head; speak to a man in his native language and you speak to his heart’. Een moedertaal is volgens haar correlatief aan het gemak waarmee de gebruiker daarvan zich in die taal uitdrukt. Zeker is volgens haar wel dat bij de oersentimenten als angst en boosheid, de mens zich over het algemeen in zijn moedertaal uitdrukt. Dat het grootste deel van de Surinaamse samenleving uitscheldt in het Sranan, past zeker binnen deze theorie.

Volkslied

Bij de vragenronde bepleitte een van de aanwezigen, Atma Jagbandhan, ook voor meertaligheid in het volkslied. “Ik ken het Sranan wel, maar ik voel niet dat het mijn taal is. Sranan is niet de taal van het hart van alle Surinamers”, vindt hij. Frappant daarbij is dat in de Verenigde Staten van Amerika, een ander land dat bekend staat om haar multiculturele samenleving, het nooit aan de orde geweest het volkslied meertalig te maken. De Dag van de Moedertalen die door de Unesco is ingesteld, was officieel op dinsdag 21 februari. Het symposium werd afgelopen vrijdag 24 februari gehouden.

[uit de Ware Tijd, 27/02/2012]

Kinderboekenfestival 2012: ‘Voor Suriname een feest als elk kind leest’

Groningen - De Nationale Stichting Kinderboekenfestival Suriname opende de deuren van het kinderboekenfestival in Groningen. Honderden schoolkinderen huppelden gisteren van de ene attractie naar de andere. Op het Kermisterrein in Groningen staan tientallen tentjes met verschillende attracties. Alle activiteiten hadden alle boeken en het leesplezier voor kinderen.

Op de eerste dag van het Kinderboekenfestival liepen kinderen van de lagere school en van de MULO plezierig door elkaar. Yvonne Caprino, de organisatrice van het festival, zette het evenement op met als hoofdthema ‘Voor Suriname een feest als elk kind leest’. “Kinderen moeten leesplezier ervaren. Alle attracties op het Kinderboekenfestival proberen de kinderen op hun manier een boek te laten beleven. Ze kunnen tekenen, muziek maken, spelletjes spelen en nog zoveel meer.” Er was veel te doen, op het midden van het terrein stonden grote borden die kinderen naar hartenlust te lijf kunnen gaan met verf en penseel. In een ander tentje konden de kinderen levend ganzenbord spelen. Nog wat verderop konden ze kijken naar de poppenkast of luisteren naar iemand die hen een boek voorlas. In elk tentje was er wel iets anders te doen.
Op het Kinderboekenfestival zijn er tot en met woensdag verschillende activiteiten te doen. Er werden onder andere op het Kermisterrein borden opgesteld waarop de kinderen konden tekenen. Foto © Stefano Tull


Creatief met boeken

Veel blinkende oogjes en brede glimlachen waren er te zien op het Kermisterrein. “Een boek lezen moet niet iets saais zijn waar je later een bespreking in netjes Nederlands op school over moet geven. Het is iets leuks maar elk kind ervaart het op een andere manier. Op het Kinderboekenfestival kunnen ze alle manieren uitproberen. Ze zijn vrij in hun creativiteit”, aldus Caprino. En de kinderen zijn het daar helemaal mee eens.


Nieuwsgierige kinderen neuzen in de boeken. Foto © Stefano Tull

Giarzino Deuzarain zit nog op de lagere school en vindt het festival bijzonder spannend. “Ik hou van lezen en vind alles heel erg leuk hier. In een tentje heb ik zelf al een boek gekocht.” De kinderen die een zakcentje van hun ouders meekregen kunnen in één van de twee boekhandels boeken kopen. Giarzino had het boek Avontuurlijke reis van Gerbrand Fenijn gekocht. De schrijvers zelf komen hier ook hun boeken voorstellen. Zo komt de Schrijversgroep ‘77 langs en komt schrijver Bravu even een kijkje nemen en een praatje maken met de kinderen. Het zijn alvast boeiende dagen voor kinderen op het Kermisterrein in Groningen. Het Kinderboekenfestival duurt nog tot en met woensdag 29 februari. Uiteindelijk zullen meer dan vierduizend kinderen uit verschillende scholen uit Saramacca, Coronie, Wanica en Nickerie deelgenomen hebben aan dit festival.

Drie presentaties

Tijdens het Kinderboekenfestival 2012 te Groningen Saramacca, vonden op de tweede avond drie presentaties plaats. Allereerst was er het bundeltje Ukuten (Hengeltijd) van Irene Welles-Burke. Het zijn gedichtjes voor de jeugd van ongeveer 10 tot 14 jaar. De gedichtjes zijn in het Sranan geschreven en voorzien van een Nederlandse vertaling. Maar dat niet alleen, het Sranan is zowel in schrijftaal als in spreektaal opgenomen. De schrijfster is van mening dat te weinig Surinamers hun eigen taal correct kunnen schrijven.

Irene Welles-Burke. Foto © KBF

Irene Welles heeft de leerlingen van de Nieuwe Christelijke School te Paramaribo gevraagd tekeningen bij de gedichten te maken. Het is een bijzonder leuk geheel geworden en zeker aan te bevelen voor ouders en leerkrachten die hun kinderen op een leuke manier kennis willen laten maken met poëzie.

Creatief en leerzaam
Ook nieuw is Caribo, een spel ontworpen en ontwikkeld door Gerrit Barron. Het is een spannend gezelschapsspel (met duidelijke spelregels in vier talen) dat een beroep doet op de creativiteit en de intelligentie van de spelers. Het heeft te maken met vier Caricom-vliegvelden en vier Caribische luchtvaartmaatschappijen. En nu maar proberen om je vliegtuigen veilig aan de grond te krijgen!

Zeer leerzaam en boeiend was ook de inleiding van Els Moor en Jerry Dewnarain over Klassiekers in de literatuur. Boeken als Pippi Langkous, Alleen op de Wereld en Pinokkio en nog veel meer titels kwamen aan de orde. De klassiekers hebben als belangrijk kenmerk dat ze universeel zijn. Ze spreken iedereen aan en dan maakt het niet uit waar het verhaal zich afspeelt en wie de hoofdpersoon is.

Op zoek naar geluk
Klassiekers hebben ook een gemeenschappelijk thema: de reis van de mens op zoek naar het geluk. Samen met de bezoekers van workshop werden verschillende titels besproken en werd gezocht naar de universele kenmerken.

Els Moor benadrukte dat, hoewel Surinaamse boeken heel erg belangrijk zijn voor Surinaamse kinderen, er ook ruimte moet zijn voor de bredere horizon. Van de inhoud van de workshop is een boekje gemaakt na het lezen waarvan men een goede indruk heeft van wat klassiekers zijn.


[naar een bericht van Julie Bervoets in de Ware Tijd, 28/02/2012, en een bericht in Starnieuws van 29/02/2012]

Vreemdelingen in het paradijs (9)


door Willem van Lit

Dit is deel 9 van het vierde hoofdstuk van mijn boek in ontwerp over de Nederlands Caribische eilanden. Onaantastbaarheid en het gebruik van ironie, maar ook list en bedrog om te overleven. Met verwijzingen naar onder andere Miriam Sluis, Rose Mary Allen en Rutgers en ook weer Boeli van Leeuwen.


De ultieme behoefte onaantastbaar te zijn

Ironie. Ik kom nog even terug op de humor van Van Leeuwen. De verontschuldigingen die hij noemt, liggen in dezelfde lijn als uitspraken dat je niet jezelf hebt verwond aan het mes, maar dat het mes jou heeft gesneden. Daar zit een serieuze ondertoon in. Zelf heb ik daarvan ook een aantal voorbeelden kunnen noteren uit de krantenberichten. In aflevering 88 van mijn weekboek 1) schreef ik over een krantenartikel. Een politieagent was op heterdaad betrapt bij het doorlaten van drugskoeriers. Hij beweerde onschuldig te zijn. Anderen hadden hem erin geluisd, beweerde hij. Hij was niet tegen de lamp gelopen; hij was “tegen de lamp geduwd”. Hij bedoelde dit zelf niet ironisch; hij was ten diepste verontwaardigd over het vileine verraad dat hem getroffen had. Het illustreert op geheel eigen wijze de “strategische retraite”, door niet te verwijzen naar de reden van aanhouding, maar naar het feit dat hij buiten zijn schuld om was betrapt op iets strafbaars.

Een dergelijke instelling duidt des te meer op het anarchistische karakter, waarvan de daden als volkomen terechte handelingen worden ervaren; het hoort bij het ingeslepen gedrag en het is een structureel onderdeel van deze houding en instelling. Ook Anthony Godett, de politicus van de FOL 2) was verontwaardigd en teleurgesteld toen hij in 2004 voor fraude werd veroordeeld tot veertien maanden in de gevangenis. Hierdoor kon hij geen premier van de Antillen worden. Hij liet zich vervangen door zijn zuster Mirna. De verontwaardiging betrof het feit dat hij zei verraden te zijn, niet het criminele karakter van de daad zelf. Ondanks het feit dat hij vervolgd was, haalde hij met zijn partij vlak voor zijn veroordeling een klinkende electorale overwinning. Het was alsof een deel van de Curaçaose bevolking hem wilde belonen. Hij werd in die periode door sommigen zelfs gezien als volksheld. Hij beleefde zijn hoogtijdagen als politicus.

Anarchie. Onaantastbaarheid en zelfredzaamheid. Deze laatste twee begrippen hanteert Miriam Sluis om een dergelijke houding te verklaren, maar tegelijkertijd ook het succes van zo’n houding. 3) Mensen herkennen de werking van deze drang tot overleven onmiddellijk als het gaat om de verhouding tussen de meester en de ondergeschikte. Het lijkt een reflex te zijn uit het verleden, eentje die altijd op begrip kan rekenen; de herinnering uit de tijd van de knechting en onderdrukking. Het is de manier van sluw opereren die hier bewondering wekt en dit komt ook naar voren uit de verhalen van Compa Nanzi, de spin; het zijn verhalen die meegenomen zijn uit Afrika.4)

“De spin is geweldig vraatzuchtig en in staat tot alle immorele daden om aan voedsel te komen. Daarvoor bedriegt hij zijn eigen gezin en doodt hij eventueel wie hem in de weg staat. Met zijn onuitputtelijke slimheid weet hij zich steeds voedsel te verschaffen.
Interessant aan de Compa Nanzi-verhalen is hun inhoudelijke ontwikkeling. Was de spin in zijn web in zijn Afrikaanse oorsprong een sacrale figuur, voor de slaven in het Caribische gebied personifieert hij in de eerste plaats het sociale protestkarakter van de zwakke maar slimme underdog die het tegen de ogenschijnlijk veel sterkere opneemt en steevast wint: de slaaf contra de meester. Met de migratie van de Caribische mens naar Europa is de spin tot allochtoon geworden die als minderheidsmens zich in het voormalige moederland moet leren handhaven. Compa Nanzi is onuitroeibaar en het genre is springlevend”.5)

En dus, als we de “strategische retraite als nobele onderneming” van Boeli van Leeuwen rechtstreeks als ironie ervaren, herkennen we de serieuze onderstroom van de bewonderde geslepenheid te overleven hier ook direct. De verhalen van Nanzi zijn doortrokken van spot en men lacht hartelijk om zijn sluwe streken, waarbij men eigenlijk het wrange van de sociale verhoudingen weet te relativeren doordat men doortrapt gedrag door de vingers ziet, ja zelfs – soms luidkeels – goedkeurt. De perfide daad is niet waar het om draait; het feit dat men betrapt of verraden wordt, is object van woede in dit geval. Pas bij de heterdaad loopt men beschaming op; men kan zich niet verweren; men verliest de onaantastbaarheid op dat moment.

Zelfredzaamheid en de ultieme behoefte onaanraakbaar of onaantastbaar te zijn, roepen de toestemming op tot bedrog te komen en anarchie te voeren: hún moraal is niet de onze. Het is een vorm van trotseren van macht: ontkomen aan de beschaming. In het woord trotseren zit het woord trots; men wil hoe dan ook uitstijgen boven de fataliteit waarin de ongelijkheid onwrikbaar verankerd ligt.


Slave boys, Harpers Weekly, 2 June 1860.

De cultureel antropologe Rose Mary Allen geeft in haar proefschrift ook voorbeelden van deze uitingen. 6) Het zijn verhalen die zij uit de orale overlevering op Curaçao heeft opgetekend en die een beeld geven van de emancipatie en ontwikkeling na de vrijlating in 1863. Een van de verhalen gaat over Wan Pe, een slaaf die wordt bewonderd als een bijzonder iemand omdat hij de moed had zijn meester op verschillende manieren te bedriegen. Hij steelt uit de boomgaard, vlucht en duikt onder. Het is een daad van verzet. Hij dreigt betrapt te worden, maar niemand kan hem vinden. Wan Pe verbergt zich op een listige manier die uiteraard bewondering wekt. Het is ook een daad van overleving en zelfredzaamheid. Als op een dag de vrouw van de slavenmeester ziek wordt, brengt men haar gedragen op een stretcher naar de stad. Wan Pe ziet vanuit zijn schuilplaats dat de dragers dit niet goed doen. Hij komt tevoorschijn en zorgt ervoor dat de meesteres op een goede manier de stad bereikt, terwijl hij liedjes zingt in het Guinees (de oude Afrikaanse taal). Doorgaans wordt het zingen in die oude taal als iets brutaal en slecht gezien. De meesteres geeft aan dat men Wan Pe met rust moet laten. Zij geeft hem echter niet zijn vrijheid en hij is gedwongen zich toch weer te verstoppen. De moraal van het verhaal is volgens Allen dat Wan Pe, ondanks dat hij slecht behandeld werd door zijn meesters en dat hij gedwongen is door list en bedrog zijn status hoog te houden, hij toch geen wrok koesterde. Hij bleef zijn waardigheid behouden. Trots. Daar gaat het in dit verhaal om. Maar dat moet mede met list en door sluwheid gebeuren, naast de grootsheid geen wrok te koesteren. Na het voorval moest hij terug naar zijn schuilplek en hij moest constant op zijn hoede zijn. List als overlevingsmiddel is dus volkomen verantwoord. Niemand is echter ook te vertrouwen. “Bo no mester konfia ni bo planta di man, pasó e ta manda bo boka”. “Je mag zelfs niet je eigen hand vertrouwen omdat deze ook je mond beheerst”.
Wim Rutgers. Foto @ Michiel van Kempen



De tragiek van de pathetische omhelzing, die zich constant voortsleept van de ene beschaming naar de volgende, kan dus gevat worden in de innige fataliteit van de menselijke verhoudingen. Deze worden gekenmerkt door de herinnering aan de slavernij, die zo klip en klaar zichtbaar en voelbaar blijft door het kleurverschil van de huid. Men kán zichzelf niet bevrijden door bijvoorbeeld kleurloos te worden. Men ontsnapt niet aan elkaars dodelijke verbondenheid. List lijkt de enige uitweg te zijn.


[vervolg klik hier]

1) Willem van Lit, Atlantisch Rendez-vous, pag. 158 – 159.

2) Frente Obrero i’Liberashon, FOL, politieke partij op Curaçao.

3) Miriam Sluis, De Antillen bestaan niet, pag. 91. – 128.

4) Miriam Sluis, De Antillen bestaan niet, pag. 108.

5) Wim Rutgers, Tropentaal, 200 jaar Antilliaanse vertelkunst, pag. 26.

6) R.M. Allen, Diki manera? A social History of Afro-Curaçaoans 1863 – 1917, pag. 82.


Klik hier voor deel 1 , 2, 3, 4, 5, 6, 7 en deel 8.

Wan Pipel DeLuxe

Klik op afbeelding voor groter formaat

Geen vaste volgorde bij winti

door Charles Chang


Domburg - Als we Reinier Tholen mogen geloven, is er geen vaste volgorde bij een wintiprey. Op het adres van de organisatie Fiti Fu Wini, gaf de duman een inleiding over ‘de volgorde van winti en de beleving’. “Ala kondre abi eng egi fasi, a onderwerp disi bigi!” , zei Tholen gelijk bij het begin. Hiermee gaf hij aan waarom er geen vaste volgorde bestaat en dat het een ruim onderwerp is om over te praten. Hij gaf als voorbeeld dat winti in Para niet veel verschilt van die in het binnenland, maar dat die toch anders wordt beleden.

Butju. Foto @ Nicolaas Porter

Verandering

Hedendaagse winti bij de creolen heeft in vergelijking met vroeger veranderingen ondergaan door allerlei invloeden en ontwikkelingen en is daarom veelzijdiger dan die van de Marrons in het binnenland. Zijns inziens begint winti met de grond aanprijzen, aisa dus, gevolgd door de leba die de weg schoonmaakt en dan de fodu. Van de fodu die de hoofdrol wordt toebedeeld, ‘omdat na wan tranga winti’, gaat Tholen over naar het water voor de watra-ingi om ‘af te koelen’. “En dan kom je terug op vaste grond om over te gaan op de busi-ingi, Maar!” zei hij over de volgorde, “het verschilt met waar je bent, want trawan e bigin gelijk nanga pa winti (fodu) of a lu wan!” Tholen ging verder nog kort in op andere winti’s zoals kromanti, yaba, adatu, busisma en dat sommige winti’s, zoals de aisa en fodu, vroeger mensen waren.

Belijden en beleven

Tijdens zijn inleiding wees hij ook op het belang van hoe het individu het wintigeloof belijdt en beleeft. “Belijden is doen en kijken of het voor je werkt. De wasi die je neemt is een vorm van beleving, maar beleving is ook hoe je het meemaakt (op een prey), wat je ziet en wat er door je heengaat. Bij belijden beleef je het geloof spiritueel en innerlijk. Maar neem niet alleen aan wat ik zeg, hou je oren en ogen open, want wat voor mij kan werken, hoeft voor jou niet te werken.” Hij stelde de vraag hoe je de aisa belijdt: gericht op sisi, het dienstmeisje thuis of op die van bakagron, de veldwerker? “We moeten meer onderzoek doen bij ons zelf en zij die veel kennis hebben, moeten samen komen en de kennis overdragen aan jongeren. Ze moeten het ook zien om te geloven en overtuigen, het is niet makkelijk, maar we moeten ergens beginnen. De weg is lang en heeft vele zijwegen!”

Drum

Die noodzaak om meer kennis (overdracht) bleek uit de vragen van het publiek. Enkelen hadden ook moeite met de veranderingen, zoals bij de muziek waar ook gebruikt wordt gemaakt van andere instrumenten dan alleen traditionele drums. “Ik ben het ermee eens, sommige winti’s gebruiken alleen dron, maar de aisa kan ook de fini poku hebben”, zegt Tholen. Een dame vertelde dWT, dat het gebruik van de koprotu en trompet al vanaf de slaventijd zijn invloed had op winti. “Onze voorouders zagen het al op de plantages, terwijl bij de Marrons dat niet het geval was.” Haar vriendin vroeg zich af waarom een prey eerst moet beginnen met aisa en niet met leba. “Voor je begint, moet je toch eerst de weg schoonmaken en niet de grond?” Tot slot concludeerde de organisatie Fiti Fu Wini aan de hand van de inleiding en reacties afgelopen zondag dat het belangrijk is om te weten wie je bent en dat er in de toekomst gewerkt moet worden aan een handvest over het wintigeloof.

[uit de Ware Tijd, 28/02/2012]

Moeten Afro-Surinamers zich nu weer bekeren tot de islam?


door Rolf van der Marck

De (aankondiging van) de lezing “Alle Afro-Surinamers zijn moslims” is minder onschuldig dan het lijkt, zo valt voor de oplettende lezer duidelijk te destilleren uit het gister in de Ware Tijd hierover gepubliceerde bericht. Op het eerste oog ben je geneigd te denken dat met de lezing van Sheik Abdul Aziez Clemens op
3 maart in Theater Unique een onbekend historisch gegeven voor het voetlicht zal worden gebracht, tenminste, dat is de indruk die wordt gewekt met de aankondiging dat een link wordt gelegd tussen Afro-Surinamers in de diaspora en de islam. Maar dat is het duidelijk níet, want voor wie beter leest is het duidelijk dat hier een stelletje zeloten aan het werk is, dat alle naar Suriname gebrachte Afrikanen wil bekeren tot de islam.

In geschiedenis geïnteresseerde Afro- en andere Surinamers worden hiermee op het verkeerde been gezet, want volgens Abuna Boyer, verbonden is aan de Stichting Thoriqul Islam, is het van belang dat de Afro-Surinamers weten dat hun voorouders moslims waren. “De afstammelingen van de Afrikanen”, aldus Boyer, “moeten inzien dat de leefregels van de islam succes en maatschappelijke ontwikkeling met zich meebrengen. Kijk bijvoorbeeld naar de wijze van kleding binnen de islam. Als mensen zich zo kleden dan krijg je minder kans op seksuele uitspattingen. Ook de sociale problemen met betrekking tot eenoudergezinnen kunnen opgelost worden als men volgens de islam leeft. Zo mag je geen seks hebben zonder getrouwd te zijn en ook als partners uit elkaar gaan, hebben beiden de verplichting om de kinderen op verantwoordelijke wijze op te voeden.”

Hoe simpel het leven is als je je maar bekeert tot de islam, is de boodschap! Opeens géén sexuele uitspattingen meer, géén eenoudergezinnen meer, géén sex meer voor het huwelijk, en… scheiden mag, mits beide ouders hun verplichtingen jegens hun kinderen maar nakomen. M’n liefje, m’n liefje, wat wil je nog meer? Nog nooit was het leven zo eenvoudig!

Het klinkt interessant, een lezing met als thema islam en Afro-Surinamers in diaspora, maar de rest van het verhaal voorspelt weinig goeds. Wie of wat Abuna Boyer, Sheik Abdul Aziez Clemens en Stichting Thoriqul Islam zijn, heb ik op het internet niet kunnen achterhalen, het enige wat in het persbericht wordt prijsgegeven is dat Sheik Abdul Aziez Clemens, de man die de ‘keynote-speech’ in Theater Unique zal houden, in Saudi-Arabië de sharia islamitische wetgeving heeft bestudeerd en dat hij op Witagron is geboren. Als u zich straks heeft bekeerd tot de islam en als dan plotseling blijkt dat de sharia-wetgeving wordt ingevoerd, kunt u niet zeggen dat ik u niet heb gewaarschuwd!

"Alle Afro-Surinamers zijn moslims"

Lezing legt link tussen islam en Afro-Surinamers

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo - De Afrikanen die naar Suriname gehaald werden, waren volgelingen van de profeet Mohammed. Dit is de constatering van de stichting Thoriqul Islam, die daarom in samenwerking met de commissie 2011 Jaar van Afrikanen in Diaspora een lezing organiseert met als thema islam en Afro-Surinamers in diaspora.

Foto: @ Eric Lafforgue

Bidden

Volgens Abuna Boyer die verbonden is aan Thoriqul Islam is het van belang dat de Afro-Surinamers weten dat hun voorouders moslims waren. “Wij zien duidelijk aan de manier waarop de afstammelingen van Afrika leven en bidden in het binnenland, dat zij het moslimgeloof hadden. De wijze waarop het bidden begint met het aanroepen van Anana, Keduaman, Keduampon bijvoorbeeld, is hetzelfde als de manier waarop wij beginnen met ons gebed. Het komt neer op God van hemel en aarde. Ook de wijze waarop de mensen in stamverband wonen in het binnenland is een duidelijke aanwijzing hiervoor.” Er zijn volgens Boyer nog veel meer aanwijzingen en die zal Sheik Abdul Aziez Clemens ook behandelen in zijn inleiding. Boyer: “Het is heel belangrijk dat de Afro-Surinamers gaan inzien dat het moslim zijn niet iets is voor alleen javanen of hindostanen. De profeet Mohammed heeft ons deze levenswijze nagelaten en iedereen mag deze volgen.”

Leefregels

“De afstammelingen van de Afrikanen moeten inzien dat de leefregels van de islam succes en maatschappelijke ontwikkeling met zich meebrengt. Kijk bijvoorbeeld naar de wijze van kleding binnen de islam. Als mensen zich zo kleden dan krijg je minder kans op seksuele uitspattingen. Ook de sociale problemen met betrekking tot eenoudergezinnen kunnen opgelost worden als men volgens de islam leeft. Zo mag je geen seks hebben zonder getrouwd te zijn en ook als partners uit elkaar gaan, hebben beiden de verplichting om de kinderen op verantwoordelijke wijze op te voeden.” Sheik Abdul Aziez Clemens heeft in Saudi-Arabië de sharia islamitische wetgeving bestudeerd en is op Witagron geboren. Hij zal de keynotespeach verzorgen op zaterdag drie maart in Theater Unique. De inloop is om zes uur, de lezing begint om zeven uur en wordt voorafgegaan door de salat (gebed... red) om kwart voor zeven. Na de lezing is er ruimte voor discussie en het geheel wordt afgesloten middels een cultureel optreden.

[uit de Ware Tijd, 28/02/2012]

Diana Ozon - Tropenkoorts

Hier lig ik onder klapperende lappen
van koorts te rillen in mijn tropentent
gedwongen in de droge lucht te happen
getroffen door een ziekte mij nog onbekend

Vliegen zwermen rondom mijn mond
mijn voorhoofd, mijn wangen, ze likken
het zweet dat stuipend uit mij stroomt
mij dankend voor de dronk met felle prikken

Het water dat de jongen die soms naar mij kijkt
mij aanreikt smaakt naar alg en aarde
gelijk de grond waarop ik lig
waarin mijn graf reeds prijkt

De vruchtbare grond die alle leven baarde
de grond waarop elk leven weer bezwijkt
In vroeger eeuwen noemde men West-Afrika’s kust
smadend het Graf Der Blanken

Ik ken het kerkhof waarop oud Europa rust
wil voor mijn plaats aldaar voorlopig nog bedanken
hallucinerend zoekend naar mijn levenslust


Foto: @ Nikki Phoebus

dinsdag 28 februari 2012

Anil Ramdas herdacht in De Balie


Op vrijdag 2 maart wordt Anil Ramdas herdacht in het Amsterdamse debatcentrum De Balie, waarvan hij zelf korte tijd directeur was.

Het Sarnamihuis denkt met pijn in hart aan het heengaan van Anil. Anil Ramdas was ongekend veelzijdig; hij was schrijver, televisiemaker, columnist en filmkenner. Hij presenteerde in het Sarnamihuis o.a. prachtige bijdragen over Bollywoodfilms. Anil is van grote betekenis geweest voor de Hindostaanse gemeenschap in Nederland.

Op 16 februari is hij, op zijn 54ste verjaardag, overleden. Het Sarnamihuis, De Balie, MTNL en Forum hebben de handen ineengeslagen om op vrijdag 2 maart een Anil Ramdas herdenking te organiseren. Een twee uur durend programma belicht de rijkdom van zijn intellectuele erfenis. In aanwezigheid van familie, collega's en vrienden presenteert de organisatie een avond met theater, muziek, film, fragmenten uit televisieprogramma’s, interviews. Sheila Sitalsing en Amar Soekhlal gaan onder meer in gesprek over het boek Paramaribo.

Aan het programma dragen verder bij: Stephan Sanders, John Leerdam, Manoushka Zeegelaar Breeveld, Pieter Hilhorst, Sadik Harchaoui, Chris Keulemans, Xandra Schutte en Nuweira Youskine.

Vrijdag 2/3/2012 om 20.00 uur - entree gratis
Co-productie: Het Sarnamihuis, De Balie, MTNL, Forum
Locatie: De Balie, De Balie, Kleine Gartmanplantsoen 10, 1017 RR Amsterdam,
tel: 020 - 5535151 Amsterdam

De bijeenkomst in De Balie, Amsterdam, is inmiddels uitverkocht. Omdat er in Den Haag grote vraag blijkt naar een bijeenkomst rond leven en werken van Anil Ramdas, organiseert het Sarnamihuis in Den Haag, op een later tijdstip, een Ode.

Voor meer informatie volg de website, www.sarnamihuis.nl en het facebook van het Sarnamihuis.

Sarnamihuis
Brouwersgracht 2
2512 ER Den Haag
Tel. 070-365.18.28
E-mail: sarnamihuis@yahoo.com

Rapporten schrijven

Training onder leiding van Rosita Dissels

Rapporten worden in verschillende organisaties en om verschillenden redenen geschreven. De basisregels zoals doel, doelgroep en informatie verzamelen zijn bij velen al bekend, maar vragen die het meest worden gesteld zijn:
Hoe krijg ik de informatie die ik heb verzameld in de vorm van een rapport?
Hoe kan ik deze informatie zo concreet en helder mogelijk overbrengen?
Welke structuur wordt gehanteerd voor het type rapport dat ik aan het schrijven ben?
Waar moet ik beginnen en hoe werk ik aan een vlotte afronding van mijn schrijfopdracht?



In deze training leggen wij daarom vooral de nadruk op het schrijfproces.
De onderdelen van de training zijn:
• een schrijfplan maken
• schrijven en blijven schrijven
• herschrijven en afronden

Voor wie is deze training?
Als u in uw werk of voor uw opleiding rapporten schrijft en u wilt dit op een meer effectieve manier doen, dan bent welkom op deze training.

Het doel van de training is om u als deelnemer te faciliteren zodat u kunt oefenen in het schrijfproces.
• U krijgt inzicht in de remmers en versnellers in het schrijfproces en hoe daarmee om te gaan.
• U werkt aan een schrijfplan.
• U oefent in het schrijven en krijgt tips en trucs om te blijven schrijven.
• U krijgt constructieve feedback op uw werk waardoor de kwaliteit omhoog gaat.

Resultaat
Tijdens de training werkt u aan een raamwerk voor uw rapport en u werkt zoveel mogelijk aan de invulling en afronding daarvan.

Bijdrage: SRD 350,
Data± 13, 20 en 27 maart 2012
Bedrijven krijgen een groepskorting.
Informatie 8563674 of info@schrijversvakschool.org

Kunstenaars geportretteerd


De Surinaamse kunstenaars die deelnamen aan de expositie Crossroads of life. Achterste rij v.l.n.r.: Dani Djojoatmo, Kim Sontosoemarto, Sri Irodikromo, Pierre Bong A Jan, Ardie Setropawiro, Jhunry Udenhout. Eerste rij: Anand Binda, Leo Wong Loi Sing, Soeki Irodikromo, Ron Flu. Foto: Patrick Tjon Jaw Chong.

Kinderboek over inval Japanners

Er is nooit een kinderboek geschreven over wat op 8 maart a.s. 70 jaar geleden plaats vond: de inval van de Japanners in Nederlands-Indië. Dat heeft Hans Vervoort nu gedaan. Weg uit Indië vertelt het verhaal van twee tienjarigen die de oorlog doorbrachten in een Japans interneringskamp, daarna de bloedige Bersiap-tijd meemaakten en ten slotte per boot overstaken naar Bibberland, waar de mensen zich slechts éénmaal per week baadden. Het is bestemd voor alle leeftijden vanaf 10 jaar en werd proefgelezen door 2 klassen van groep 8. Ze vonden het spannend en ook boeiend omdat het ging over Nederlands-Indië, waar zij niets van wisten.

Carel Schneider ( F. Springer) die het las mailde Vervoort er een week voor zijn overlijden over:

Het moeilijkst is de t o o n die je tegenover jeugdige lezers moet aanslaan. Vooral niet die van de oudere betweter. Dit heb je allemaal prima weten te vermijden: je spreekt de lezers aan als gelijkwaardigen die je serieus neemt, en zo moet het ook, want 'kinderen' zijn niet gek of achterlijk. Je weet 'onze' geschiedenis op een spannende manier en zonder teveel uitleggerij op te dienen. (Ook de generaties van 40 en zelfs vijftigjarige totoks zouden je relaas moeten lezen, de meesten weten geen fuck van 'Indië etc')

Omslag en binnenwerktekeningen zijn van Peter van Dongen (van de Rampokan-strips).

Weg uit Indië – het grote avontuur van Hans en Sonja

door Hans Vervoort
ISBN: 978 90 5429 336 1

Schoorl: Conserve
Prijs € 17.99
216 pag.



Weg uit Indië (fragment)

'''Die Jappen zijn hartstikke scheel" zegt mijn vader,' vertelde Ronnie Eekhof, Hans' beste schoolvriend, 'en die kunnen dus absoluut niet rechtuit schieten.' Het kon kloppen, er woonde een Japanse fotograaf in de buurt en Hans had zelf gezien hoe scheef zijn ogen stonden.
'En hun tanks zijn van blik,' vervolgde Ronnie, 'als je ertegenaan duwt krijgen ze meteen een deuk. En hun schepen zinken allang voordat ze hier zijn.'
Maar het liep anders.
Op een dag kwam Hans' vader thuis in heel andere kleding dan hij normaal droeg. Een groen uniform had hij aan en een helm op zijn hoofd. Alleen zijn bril was hetzelfde, een bril met ronde glazen en een zwart randje eromheen. Zijn vader keek altijd een beetje verbaasd, vond Hans, maar dat kon wel door de bril komen. Zijn moeder holde op zijn vader af en zoende hem langer dan ze meestal deed. Met hun hoofden dicht bij elkaar praatten ze een tijdlang zo zacht dat Hans niets kon verstaan. Maar uiteindelijk kwam zijn vader naar hem toe.
'Jongen,' zei hij, 'je vader gaat vechten tegen de Japanners. Niet bang zijn, over een paar dagen ben ik wel terug. En misschien landen ze wel helemaal niet op Java.'
'Mag ik ook zo'n helm?' vroeg Hans.
'Nou, vraag maar een ijzeren pan aan kokki,' zei zijn vader. 'Moet je horen, Hans. Zolang ik weg blijf ben jij de man in huis. Zorg goed voor je moeder en wees niet lastig of vervelend. En luister naar wat ze zegt! Beloof je dat?'
Hans knikte. Hij ging naar kokki Mina en vroeg een wadjan. Dat was een ronde diepe bakpan met twee handvaten. Mina had er verschillende en de kleinste paste op zijn hoofd. Een elastiek om beide handvaten en onder zijn kin, en de wadjan bleef goed op zijn hoofd zitten, als hij gewoon liep. Als hij holde moest hij hem met zijn hand vasthouden. Maar het was toch een helm, geen Japanse kogel kon erdoorheen. Die Japanse kogels spatten zó uit elkaar als ze tegen metaal kwamen, had Ronnie hem verteld.
Hij had de pan de hele dag op zijn hoofd maar haalde hem er van af bij het afscheid nam.. Zijn vader gaf hem een aai door zijn haar. Een zoen wilde Hans allang niet meer, de aai door zijn haar kon nog net. Daarna zette hij de wadjan weer op zijn hoofd en gaf zijn vader plechtig een hand. Moeder liep met vader mee en Hans hoorde haar snikken toen hij zich nog een keer omdraaide en zwaaide.




***

'Heb je het gehoord, de Japanners zijn geland!' riep Ronnie een paar dagen later. 'Ons leger is verslagen!'
'Zijn ze dood?' vroeg Hans. In alle boeken die hij las over ridders en schildknapen vochten de ridders tot ze dood waren of de ander gedood hadden. Hij durfde er niet aan te denken dat zijn vader misschien…
'Nee, ze hebben zich overgegeven,' zei Ronnie. 'Mijn vader zegt dat het lafaards zijn. Bangeriken. Als hij niet zo ziek was, zou hij die spleetogen wel mores leren. Zegt mijn vader. Maar ja…'
Ronnies vader was overvallen door malaria op de dag dat hij een oproep had gekregen om soldaat te worden. Van malaria kon je behoorlijk ziek worden, wist Hans, want iedereen in Indië kreeg het af en toe. Dat kwam door de muggen die overal rondvlogen en die je staken waar je bij stond. Dan kwam er iets in je bloed en werd je ziek. Hoofdpijn, misselijk, Hans had het al eens gehad.
Daarom vond hij het een beetje raar dat Ronnie's vader een dag later in de tuin rustig zijn krantje aan het lezen was toen Hans zijn vriendje opzocht. Zou Ronnie's vader echt wel ziek zijn? Maar zodra hij Hans zag liet hij de krant uit zijn handen vallen en riep met zwakke stem: 'Ach, Hans, kan je even een glas water voor me halen? Ik probeer het nieuws over de oorlog te lezen, maar het lukt niet met die schele hoofdpijn.' En toen Hans het water voor hem gehaald had: 'Kan je dit bericht voorlezen? Mijn ogen doen zeer.' Hij had zijn pyama aan en keek met toegeknepen ogen naar Hans. Ronnies vader was een kleine magere man met dun haar op zijn hoofd. Het was moeilijk te geloven dat hij ooit bokskampioen was geweest, maar Ronnie zwoer dat het waar was.
Hans pakte de krant op en las de kop van de voorpagina: 'De slag om Java is begonnen. Vijand in vlakte van Krawang. Tegenoffensief van ons leger verwacht.'
'O,' zei Ronnie's vader, 'laat maar. Oud nieuws. De Japanse tanks zijn al onderweg naar hier, naar Soerabaja, hoor ik op de radio. Ga maar naar Ronnie.'
Hans ging naar Ronnie die op het achtererf bezig was een katapult te maken. Je moest daarvoor een kleine tak hebben die in een v-vorm eindigde. Een stevig stuk elastiek aan beide einden en dan kon je er steentjes mee wegschieten.
'Als jij nou wat steentjes gaat zoeken hebben we een wapen tegen die Jappen,' zei hij.
'Waarom stenen. Ik heb glazen knikkers,' zei Hans. Hij was een goede knikkeraar en had veel knikkers.
Ronnie keek op. 'Dat is een goed idee,' zei hij, 'maar vind je het niet zonde van de knikkers?'
'Welnee, als je klaar bent haal ik ze wel op.'
Een paar dagen later zaten ze achter het muurtje van de voortuin en keken hoe de Japanners de stad binnenkwamen.
Ze liepen in twee rijen achterelkaar, het geweer over de schouder, een groen uniform en een groen petje op. Kleine mannetjes waren het, nog kleiner dan de meeste Indonesiërs. En die waren al kleiner dan de Hollanders. Voorop liep een Japanner met een vlaggenstok. De vlag was wit, met een rode bol erin.
De lange rij stopte, misschien moesten ze de weg vragen. In elk geval klonk hard geschreeuw en de Japanse soldaten gingen op hun gemak staan.
Sommigen geeuwden, anderen rekten zich uit. Ze praatten met elkaar, maar het klonk meer als geschreeuw dan als gepraat. Een harde, lelijke taal was het.
Ze zagen een vrouw die enkele huizen verder woonde, naar buiten komen.
Ze liep naar de Japanners toe en vroeg iets.
De soldaat maakte een kleine buiging en wees naar haar: buigen!
De vrouw haalde haar schouders op en draaide zich om. De soldaat bleef in zijn rij staan, maar met snelle stap kwam een hogere militair aanlopen. Hij hield de vrouw tegen en gaf haar met de rug van zijn hand een klap in het gezicht.
Ze gilde het uit en hij riep bars enkele Japanse woorden naar haar.
Pas toen ze een kleine buiging maakte liet hij haar gaan.
'Zie je dat?' vroeg Ronnie, maar Hans gaf geen antwoord. Natuurlijk zag hij het.
Ronnie trok zijn katapult, richtte hem op de Japanner en spande hem.




Op het laatste moment gaf Hans een klap tegen Ronnie's hand en de knikker vloog over de Japanner heen in een boom. Je hoorde een zachte tik en even later viel de knikker naar beneden. De Japanner raapte hem op en stak hem in zijn zak. Hij keek rond, maar Hans en Ronnie wachtten niet af tot hij hen zag en doken snel weg achter het muurtje van de voortuin. Met een haastig gebaar stopte Ronnie de katapult onder het zand. Het schreeuwerige geroezemoes van de Japanse soldaten verstomde toen er een bevel klonk. Daarna hoorden ze het geluid van marcherende laarzen en haalden opgelucht adem.
'Wat ben je stom!' riep Hans tegen Ronnie, 'hoe kom je erbij op die man te mikken? Die mensen hebben geweren!'
'Ja, ik dacht niet na,' zei Ronnie. Hij was nog bleek van angst.

Resten De Kom naar Suriname is lijkenpikkerij volgens GMAP

Het Surinamecomité GMAP (Geen President Als Moordenaar) noemt de aankondiging van president Bouterse dat de regering alles in het werk zal stellen de stoffelijke resten van Anton de Kom terug te halen naar Suriname ‘een schoolvoorbeeld van lijkenpikkerij’. GMAP spreekt van ‘gebrek aan beschaving’ van het staatshoofd ‘omdat een fatsoenlijk president nooit zonder expliciete instemming van de familie de Kom aan zijn regering zo een opdracht zou geven’. Het Surinamecomité verwijt Bouterse, die zich weer leider van de revolutie laat noemen, ‘gebrek aan historisch besef en dom nationalisme omdat Anton de Kom zowel een vrijheidsheld is van Suriname als van Nederland.’


Het graf van Anton de Kom. Foto: Oorlogsgravenstichting


‘De Kom vocht in het Nederlandse ondergrondse verzet tegen de Duitse bezetter en vond de dood als gevangen verzetsman in het concentratiekamp Sandbostel. Hij ligt in Nederland met instemming van zijn familie begraven op een erebegraafplaats voor oorlogsslachtoffers en verzetsstrijders. Wat een arrogant gebrek aan voeling met de wereldwijde anti-fascistische strijd en wat een respectloosheid voor de familie van De Kom, om het stoffelijk overschot daar weg te willen halen!’ aldus GMAP. Het Surinamecomité is van mening ‘ dat Bouterse schaamteloos de ‘bonjo’ van De Kom als politieke propaganda wil inzetten, maar niets met De Kom gemeen heeft. Bouterse gaf het voorbeeld van gewelddadigheid, dictatuur en mensenrechtenschendingen, De Kom stond voor vrede, democratie en rechtvaardigheid. De Kom heeft nooit een mens vermoord, laat staan zijn eigen landgenoten.’

maandag 27 februari 2012

Vreemdelingen in het paradijs (8)

door Willem van Lit

Dit is het 8e deel van het vierde hoofdstuk van mijn nieuwe boek over de Nederlands Caribische eilanden. Ironie. Spot. Dat is ook een mechanisme voor de poging afstand te nemen van de tragedie van de herinnering, het verleden waar men maar niet van los kan komen.


De tragedie van de herinnering (vervolg)

Marcha en Verweel vinden – oh, ironie – op één van de aspecten van de apathie toch nog een positief punt en dit is – wat zij zelf noemen – de paradox van het zwijgen. Dit – het zwijgen – is een vorm van protest. Het zwijgen wordt gebruikt als “wapen tegen de veroorzakers van angst” .1) Ze beschrijven dit als een manier van afstand nemen zodat ze als het ware boven de dingen van de dagelijkse ellende staan; het is een poging onaanraakbaar te worden, onaantastbaar. Zo houdt de Curaçaoënaar zijn eigenheid en trots, waardoor hij in staat is de dingen op zijn eigen manier te doen. Het is volgens de schrijvers een bron van vitaliteit; de Curaçaoënaar kan zichzelf zo handhaven, sterker nog: uitgroeien tot een persoonlijkheid. En dit is – zoals Sloterdijk opmerkt – de positieve kant van de thymos, de energie die de puls tot leven op gang houdt, de andere kant van de destructieve woede.2) Bij dat afstand kunnen nemen komt ook onmiddellijk de kracht van de ironie naar voren. Marcha zegt: “Een eiland waar men met gevoel voor zelfspot zegt dat men kampioen is in het ten onder gaan”. 3)

Ironie als middel om van mensen zelfdenkers te maken. Zoals Socrates dat bedoeld heeft schreef Kierkegaard, waarbij men zichzelf leert kennen. Niet alleen de zwaar-op-de-hand-liggende-dreiging, de afschrikking in het priemend vragen stellen, maar juist ook de luchtige spot is het middel om de ellende op het voetstuk te laten bewegen, de ernst die onder de aandacht is, te laten verschuiven op het plateau. Juist degenen die in zuur gedrenkt blijven zitten en die niet in staat zijn zichzelf en hun eigen opvattingen te relativeren, zijn verdacht. Ook als we anderen in hun overtuigingen en positie onder elke omstandigheid ernstig nemen, zijn we niet in staat helder en klaar naar hun verrichtingen te kijken. Spot is een oefening in zelfrelativering, zoals Kierkegaard heeft opgemerkt (zie mijn hoofdstuk 3). Men zal niet vreemd opkijken dat ironie ook gevonden wordt bij het Antilliaanse en Curaçaose onbehagen; de tragedie wordt op zijn kant gezet. Hij wordt anders niet meer hanteerbaar. Dit vinden we regelmatig terug in de kranten. Zo staat in de Antilliaanse krant Amigoe regelmatig een stuk van Vaders, die in ernstige verwijzingen nogal eens de spot drijft met de gang van zaken. Ook Reinoud van den Berkhof legt in zijn columns in het Antilliaans Dagblad of bij Radio Nederland Wereldomroep veelal lichte ironie in zijn commentaar. Het tilt de zwaarte van de Antilliaanse dagelijksheden even over hun ernst heen.

Curaçao: de entree van Campo Alegre. Foto © Michiel van Kempen
“De zonen van het Noorderstrand leven vanuit een schuldcultuur; wij vanuit de schaamtecultuur. Niet wat we doen of laten is goed of slecht, maar wat anderen van ons te weten komen maakt iets goed of slecht. Het woord ‘alibi’ betekent ‘ergens anders’. De kunst is nu om altijd een alibi te hebben, en ergens anders te zijn geweest. Bij de dokter en niet in Campo Alegre, bij de apotheker en niet in Hotel Venezuela, bij je zieke moeder en niet in je bootje aan de blauwe rand”. 4)

Boeli van Leeuwen noemt zijn Curaçaoënaars geniale anarchisten. In dit stukje doet hij dat op humoristische wijze uit de doeken. Hij zegt dat je je pas hoeft te schamen als je betrapt wordt; eerder niet. Niet dát je iets verkeerd doet, is goed of fout. Je moet ervoor zorgen dat het niet bekend wordt. Je moet de schaamte te lijf gaan bij heterdaad. Hij schrijft dat de Curaçaoënaar een “strategische retraite als nobele onderneming” ziet, “die tot de Schone Kunsten gerekend dient te worden”. Hij noemt een aantal excuses:

“’Ze hebben mijn houten been gestolen’.

‘Mijn grootmoeder heeft een speelgoedtrein, waar ze op zat te sabbelen, ingeslikt’”. 5)


Maar het kan ook inktzwart zijn. Ironie die tot walging drijft en waarbij mensen in hun extreme spot geen grens meer lijken te kennen en het ijzingwekkend cynisme aan het oppervlak komt. Nadat Paul Rosenmüller en Cees Maas in september 2011 een kort onderzoek naar integriteit van bewindspersonen op Curaçao hadden afgesloten, werd op Facebook een aantal gemanipuleerde foto’s van o.a. Rosenmüller, minister Donner en de PVV-politicus Wilders geplaatst in Wehrmacht- of SS-uniformen of afgebeeld als nazibons. 6) In het Antilliaans Dagblad verscheen hierover een artikel met bijbehorende foto’s. De verwijzing en de boodschap zijn duidelijk. Zelfs Rosenmüller, die in Nederland zo ongeveer als de verpersoonlijking wordt gezien van politiek correct gedrag, is als nazi en racist afgebeeld. Onontkoombaar en ongenaakbaar brandmerkt men hem op een ontluisterende manier met de grote R van racist. Het is gitzwarte ironie, gemaakt door zelfgenoegzame nihilisten, die geen grens meer kennen. Men drijft de beschaming door tot troebele verwijzing tot het niveau van persoonlijk geweld.

We kunnen de redenering ook omdraaien. In de sfeer van het multicultureel samenleven zijn we in het Europese deel van het koninkrijk kennelijk iets vergeten: dat er ergens in de Caribische zee nog zo’n zes eilanden liggen die tot dit rijk behoren. Misschien hebben we iets over het hoofd gezien toen we aan de Noordzeekant druk waren met vechten voor gelijkwaardigheid en tegen racisme en discriminatie, anders zouden de huidige verhoudingen minder zwaar belast zijn met ruzies, waarbij een deel van onze rijksgenoten aan de overkant verwijzen naar (neo)kolonialisme, geschiedvervalsing, slavernij, onderdrukking en minachting. Een hele serie Nederlandse politici van toch onbesproken correct gedrag (zoals Roger van Boxtel, Thom de Graaf, Alexander Pechtold en Ank Bijleveld) heeft in hun verantwoordelijk voor koninkrijkszaken (een portefeuille zonder groot prestige zoals Miriam Sluis terloops wel eens opgemerkt heeft) mogelijk niet altijd overtuigend kunnen zijn in goede bedoelingen.

[vervolg klik hier]



1) Marcha en Verweel, De cultuur van de angst, pag. 117.

2) In hoofdstuk 1 van dit boek wordt dit door mij vermeld. Het komt uit Woede en Tijd van Sloterdijk, pag. 19.

3) V. Marcha, Emancipatie, beeldvorming en etniciteit, Nieuw leven op oude ruïnes, pag.

4) Boeli van Leeuwen, Geniale anarchie, pag. 78.

5) Boeli van Leeuwen, Geniale anarchie, pag. 79.

6) Rosenmüller, Maas en Hillebrink, Doe het zelf, rapport van de Commissie Onderzoek Curaçao, ingesteld bij Koninklijk Besluit van 8 augustus 2011, 30 september 2011.


Klik hier voor deel 1 , 2, 3, 4, 5, 6 en deel 7.

The Macoutification of Martelly’s Power

by Kim Ives


In the past few months, while headlines have focused elsewhere, Haitian President Michel Martelly has been quietly resurrecting the intelligence and security apparatus that existed during Haiti’s neo-Duvalierist military rule (1986-90) and the coups d’état of 1991-94 and 2004-06.

Martelly has placed in key security posts former Haitian Army officers, policemen, and death-squad paramilitaries, many of whom were part of the small “rebel” force which spearheaded the Feb. 29, 2004 coup d’état against then President Jean-Bertrand Aristide.

Michel Martelly


Meanwhile, former and would-be soldiers, who have been training in up to ten military camps around Haiti, began to rise up this past week to demand that the Haitian army – demobilized since 1995 – be formally reestablished, which was a Martelly campaign promise.

There are also credible reports that Martelly is mustering in Miami a militarized “hit team,” headed and manned by Haitian-Americans who have served in the U.S. military. A well-placed source told Haïti Liberté that the Haitian-American soldiers will target outspoken critical senators who have led the campaig to determine whether Martelly is a U.S. citizen, and hence fraudulently in power.

One of the most ominous developments is Martelly’s restoration of the National Intelligence Service (SIN), which had been an Armed Forces of Haiti (FADH) spy unit created and funded by the CIA in 1986 under the military junta of Generals Henri Namphy and Williams Regala. The supposedly counter-narcotics unit was “engaged in drug trafficking and political violence,” wrote Kathleen Marie Whitney in her extensive 1996 article "SIN, FRAPH, and the CIA: U.S. Covert Action in Haiti" in the Southwestern Journal of Law and Trade in the Americas. “However, the CIA continued to give up to $1 million a year to SIN, which is responsible for using their CIA training to spy on [former president Jean-Bertrand] Aristide's supporters and for murdering up to 5,000 members of democratic movements from 1986 to 1991.”

“[T]he unit evolved into an instrument of political terror whose officers at times engaged in drug trafficking, American and Haitian officials say,” wrote Tim Weiner in the Nov. 14, 1993 New York Times. Emmanuel “Toto” Constant, leader of the FRAPH death-squad, claimed to have been part of the SIN.

Haiti, @ Justin Hackworth

The SIN was led by Col. Joseph Baguidy, Jr., who in 1987 led the soldiers who fatally shot in the head democracy activist Yves Volel as he carried out a peaceful one-man protest in front of Port-au-Prince’s Police headquarters, holding the Haitian Constitution in hand.

The SIN was finally disbanded in 1996 by former president René Préval.

However, Joseph Baguidy, Jr. is back today as a leading member of the newly reestablished SIN. Baguidy was one of the founders and original leaders of the 2004 Dominican Republic-based armed “rebel” movement launched during Aristide’s second term, newly uncovered U.S. Embassy cables from the period reveal. The cables, obtained through Freedom of Information Act requests, are presented in the new book “Paramilitarism and the Assault on Democracy in Haiti” by Jeb Sprague, due to be published later this year by Monthly Review Press.

The new SIN is headed by another former FADH colonel, Irvin Méhu, alias “Ti Méhu,” who was prominent in the 1991 coup d’état against Aristide and was accused by an investigating judge in the Aug. 28, 1994 machine-gunning of Father Jean Marie Vincent. In a Sep. 15, 2003 ruling, Judge Jean Sénat Fleury indicted Méhu along with fellow FADH officers Jackson Joanis and Hérold Cloiseau as “material authors” in the ambush assassination of Father Vincent outside his home in Port-au-Prince. But almost two years later, an appeals court dismissed the charges against Joanis (although the judges never named Méhu in their ruling) and the case to prove Méhu’s role in Vincent’s murder was buried.

The National Network to Defend Human Rights (RNDDH) condemned the “incoherence of the judges” who dismissed the case in a Jul. 6, 2005 report entitled “Father Jean -Marie Vincent Assassinated a Second Time.”

The Appeals Court ruling “constitutes an eloquent testimony to the lack of seriousness that characterizes the treatment of criminal cases before the courts,” the RNDDH wrote. “The system reveals its ineffectiveness and inefficiency for all to see. The order of Judge Sénat Fleury that sent 11 presumed assassins (material authors, intellectual authors and accomplices) of Jean-Marie Vincent before a Criminal Court ... [and] nine years of investigation carried out by four Examining Magistrates have been reduced to nothing by the single fact that the Clerk did not sign the Closing Order. What sort of justice is this?”

Key to the sinking of the case, the RNDDH points out, were the “contradictory declarations of Youri Latortue,” then a police officer. The Court gave Latortue immunity from prosecution to be a witness in the case, but he should have been among the accused. “How did [Latortue] really help the Court, since no light was shed on the crime?” asked the RNDDH report. “What legal clause gives the Court the authority to place a witness above all suspicion? A witness who has lied, moreover!”

Formation of a Haitian intelligence service to spy on Haiti’s democracy movement in schools and streets has been something of a pet project for Youri Latortue, who is now a powerful senator and perhaps President Martelly’s closest ally in the Haitian Parliament. Latortue is also accused by a witness, interviewed on video by a UN policeman, of having led the hit squad that killed Father Vincent. In secret U.S. Embassy cables provided by the media organization Wikileaks to Haïti Liberté, Latortue was described as a “mafia boss,” “drug dealer”, “poster-boy for political corruption,” and “the most brazenly corrupt of leading Haitian politicians” (see Haïti Liberté, Vol.4, No. 50, Jun. 29, 2011).

In another Jul. 6, 2005 secret cable, U.S. Chargé d’affaires Douglas M. Griffiths reported that “rumors are rife that the IGOH [Interim Government of Haiti](and specifically Youri Latortue) is building an ‘intelligence cell’ within the student movement for political ends.”

Haiti after the earthquake, @ New Beat Photo

Meanwhile, Martelly has reintegrated former coup-making soldiers and police chiefs like Godwork “Gogo” Noël and Jacky Nau into key security positions, according to a former high-ranking security source who requested anonymity.

Noël and Nau are close associates of former soldier/police chief Guy Philippe, who ultimately led the 2004 coup’s “rebel” forces. All three men were part of a Haitian Army officer group known as “the Ecuadorians,” because they were trained during the 1991-94 coup in Ecuador by U.S. and Ecuadorian Special Forces. After the coup ended in 1994, they returned to Haiti and were made police chiefs, only to bolt from Haiti in November 2000 when caught plotting a coup against former Haitian President René Préval.

Last year, Martelly sought to integrate Noël and Nau into the Haitian National Police (PNH) again, according to our source. However, PNH Director Mario Andrésol opposed the move, and the two men were assigned instead as “consultants” to the Unit for General Security of the National Palace (USGPN). Jacky Nau is also chief of security at the Haitian Parliament.

Although Noël and Nau are only “consultants,” they are effectively the commanders of the USGPN. “The USGPN, although technically part of the police, is under the direct command of the President,” our source explains. “It is similar to the case of [former International Republican Institute agent who played a leading role in the 2004 coup] Stanley Lucas at the Haitian Embassy in Washington, DC. The U.S. State Department rejected his designation as Ambassador, so Martelly sent Lucas to Washington as a presidential consultant. But he has taken over the embassy from the Chargé d’affaires designated by the Foreign Ministry and is acting like the de facto ambassador. That is the same situation of Noël and Nau in the USGPN. They are all de factos.”

Meanwhile, former and would-be soldiers training around Haiti “are beginning to lose patience and have occupied for some time now several former military bases to remind President Martelly of his campaign promises to remobilize the army of Haiti,” reported the Haitian Press Agency (AHP) on Feb. 8. “Senator Francisco Delacruz [Central Plateau] also reports that former soldiers with their weapons have also retaken their base in Cerca-la-source,” on Haiti’s Central Plateau.

The next day, “Thierry Mayard-Paul, the Minister of the Interior, Local Authorities and National Defense, invited the demobilized soldiers who have taken over the training camps of Carrefour and the Central Plateau to remain calm and go home,” AHP reported. “‘The government has not authorized anyone to take over these spaces,’ he declared.”

Meanwhile, Deputy Emmanuel Fritz Gerald Bourjolly, Vice President of the Commission of Justice and Public Security, said that “we do not agree that a group of people on behalf of demobilized soldiers take up arms in the street, shoot, and put people in a climate of insecurity and create a climate of terror,” adding that the police should “stop all those who are in the street carrying illegal weapons.”

But more weapons may be entering Haiti shortly. A well-placed source tell Haïti Liberté that a highly trained group of U.S. combat veterans of Haitian descent will arrive in Haiti shortly from Miami with the task of “neutralizing” outspoken critics of President Martelly. Haïti Liberté has been unable to confirm the report, but our source has proven reliable in the past.

The main obstacle to making this new repressive apparatus fully operational is money. “Méhu is complaining that he is ready to get to work but lacks the means to do so,” our source reports.

Méhu has been a leader of former soldiers since the Feb. 29, 2004 coup. In a meeting held in the Central Plateau town of Mirebalais on Dec. 25, 2004, “a group of former soldiers based in the Lower Central Plateau are demanding the setting up of a special force or an interim security force,” which would be headed by a “national security commission or a new Joint Chiefs of Staff [Etat Major],”according to Radio Métropole. Among the former FADH officers the soldiers proposed for the “new Joint Chiefs” : former Col. Irvin Méhu.

In June 2011, the RNDDH sent an open letter to President Martelly alerting him to the presence of “several ex-policemen of dubious morality” in his entourage. “Several former police officers including Godwork Noël, Jacky Nau, Gilbert Dragon, Carel Alexander and Will Dimanche, dismissed from the police force, have been integrated into your security while there hangs over them serious doubts about their alleged involvement in the illicit traffic in narcotics, human rights violations, and other wrongdoing,” the RNDDH wrote.

Méhu, Baguidy, Latortue, Noël, and Nau are just some of the prominent faces on the repressive apparatus being set in place by President Martelly. There are many lesser known soldiers and thugs being integrated and mobilized as well. Is this the restoration of a new corps for terror and repression comparable to Duvalier’s infamous Volunteers for National Security, better known as the Tonton Macoutes?

[from Haiti Liberté, 15-21 Feb 2012]

Protest tegen award ‘mensenrechtenschender’ Obiang Nguema Mbasogo

Mensenrechtengroepen hebben wereldwijd hun misnoegen geuit tegen het vernoemen van een Unesco-prijs naar Teodoro Obiang Nguema Mbasogo, Afrika’s langst zittende dictator uit Equatoriaal Nieuw Guinea die in Suriname gast was van president Bouterse. Mbasogo zou zijn land beroofd hebben met miljoenen dollars. Equatoriaal Guinea is een land met veel olie-inkomsten en toch schrijnende armoede. Het betreft hier de USD 3 miljoen Internationale Prijs voor Research in de Medische Wetenschappen. Critici vragen zich af hoe president Teodoro Obiang Nguema Mbasogo zo’n prijs kan uitreiken terwijl duizenden van zijn eigen burgers het moeten doen zonder electriciteit en schoon drinkwater. Tot de grootste critici behoort de in New York gevestigde Open Society Justice Initiative. Ook Zuid Afrika’s aartsbisschop Desmond Tutu ondertekende vorig jaar een brief waarin bezorgdheid wordt geuit over een goed geregistreerde record van mensenrechtenschendingen, onderdrukking van persvrijheid en officiele corruptie tijdens Obiang’s regime. Door Open Society Justice Initiative werd gewezen op het feit dat Equatorial Guinea Afrika’s hoogste per capita inkomen heeft, maar toch gekenmerkt wordt met een van ‘s werelds grootste inkomensverschillen, ondanks de kleine bevolking van 700.000. Het land heeft een van de laagste niveaus van gezondheid en onderwijs. 60 % van de bevolking leeft met minder dan 1 US dollar per dag volgens UNDAF. Het land heeft de laagste rangschikking op de Human Development Index ranglijst wat betreft de relatie tussen beschikbare rijkdom en ontwikkeling. Onlangs werd het huis van 670 miljoen dollar van de zoon van de president in Parijs door de Franse politie onderzocht. Men stuitte op luxueuse goederen van miljoenen dollars waard, kennelijk afkomstig van de Staat. Deze zoon was eerder betrokken in een money laundering schandaal en corruptie.
Bouterse decoreert Obiang met Suriname's hoogste onderscheiding op 25 februari 2012. Foto: @ Pieter van Maele.

Obiang wordt ervan verdacht honderden miljoenen dollars van Equatorial Guinea te hebben gesluisd naar banken in de USA, waarvan ten minste een daardoor in elkaar stortte. Amerikaanse autoriteiten dreigden in oktober 2011 beslag te leggen op eigendommen van zoon Teodorin Obiang, die ook een minister was in zijn vaders kabinet, ter waarde van USD 70 miljoen. Deze eigendommen omvatten ook een huis op Malibu, een executive jet, sportauto’s en de bekende handschoen bedekt met kristallen van Michael Jackson’s “Bad” tour. President Obiang Nguema Mbasogo, Afrika’s langst zittende dictator uit Equatoriaal Nieuw Guinea, is zaterdag gedecoreerd door onze president.

[uit Dagblad Suriname, 27-02- 2012]

Fra Fra Big Band

Op zondag 19 februari j.l. speelde de Fra Fra Big Band in het MC Theater in Amsterdam. Een fotoreportage van Johan Janssen.



Andro Biswane


Carlo Hoop


Sanne Landvreugd soleert



Charli Green


Franklin Caesar


Alex Simu


Michael Varekamp


Robin van Geerke en Carlo Hoop


Walther Muringen


David Rothschild


Rutger van Otterloo


T.S. Galloway


Efraïm Trujillo

N*ggab*tch



Klik op afbeelding voor groter formaat

Kinderboekenfestival Suriname begint vandaag

Nicolaas Porter - Upside down

Ook in het jaar 2012 staat de Nederlandse ambassade achter het Kinderboekenfestival. Zij heeft een meerjarenovereenkomst met de Stichting Nationaal Kinderboekenfestival gesloten, die loopt van 2011 tot en met 2013. Het festival start voor dit jaar in het district Saramacca op maandag 27 februari en duurt tot en met woensdag 29 februari, dit vermeldde de Nederlandse ambassade gisteren in een persbericht. Het evenement zal gehouden worden op het kermisterrein te Groningen. De andere locaties, waar het festival eveneens gehouden zal worden is het district Brokopondo en wel van 28 tot en met 30 maart. In Paramaribo zelf begint het festival op 21 mei en eindigt op 26 mei. Het Kinderboekenfestival is in de ogen van de ambassade één van de meest succesvolle culturele activiteiten, die in Suriname worden georganiseerd voor de jeugd. Volgens de ambassade bezoeken een kleine 35.000 kinderen jaarlijks het festival in stad en district. Al de kinderen nemen deel aan de diverse creatieve activiteiten, die het plezier in lezen kunnen bevorderen, wat positieve effecten heeft op de sociale, emotionele en creatieve taalontwikkeling van de Surinaamse jongeren.

Zoals elk jaar heeft het Kinderboekenfestival ook dit jaar een slagzin en deze luidt zo: “Nu ik weet wat ik wil, ga ik blij op weg, ik streef naar welzijn en doe echt mijn best.” Er is voor deze slagzin gekozen, omdat deze kinderen op het hart drukt, dat zij moeten weten wat welzijn is, door kennis kunnen ze kiezen wat zij willen. Ook krijgen ze de boodschap mee, dat ze dienen te weten dat welzijn niet alleen voor hen geldt, maar ook voor anderen en tot slot leren ze zelf bepalen hoe hun toekomst eruit zal zien. Met deze slogan wil de stichting de kinderen aanleren, dat zij in hun leven veel tegenslagen op hun pad zullen ontmoeten, maar dat zij niet moeten opgeven en in eigen kunnen moeten geloven.

Acteurs op de planken voor bedreigde wetenschappers

Op 22 maart vindt in theater Kumulus in Maastricht de première van de theatervoorstelling De Verboden Wetenschapsmonologen plaats. De monologen vertellen het verhaal van academici die in hun eigen land vervolgd worden om hun werk en mening en nu een tijdelijke werkplek hebben aan Nederlandse universiteiten. Tussen 22 maart en 3 april 2012 trekt de voorstelling, geregisseerd door John Leerdam, langs vrijwel alle grote universiteitssteden.


De Verboden Wetenschapsmonologen

De monologen, geschreven door Pieter Hilhorst, Manoushka Zeegelaar Breeveld, Guus Pengel en Paulette Smit zijn geïnspireerd op de waargebeurde verhalen van gevluchte wetenschappers. De regie is in handen van politicus, cultureel activist en theaterproducent John Leerdam. De monologen worden uitgevoerd door de acteurs Raymi Sambo, Manoushka Zeegelaar Breeveld, Roger Goudsmit en Paulette Smit en begeleid door professionele musici. Eerder produceerde Leerdam onder andere de succesvolle muziektheater voorstellingen CLAUS! over het leven van prins Claus en Hoe duur was de suiker? naar het gelijknamige boek van Cynthia McLeod. Aansluitend reflecteren bekende schrijvers, politici en journalisten met het publiek op de voorstelling.

Tourschema

De voorstelling wordt in de volgende steden opgevoerd: Maastricht (22 maart), Enschede (23 maart), Utrecht (23 maart), Wageningen (26 maart), Leiden (26 maart), Groningen (27 maart), Rotterdam (28 maart) en Nijmegen (30 maart). Op 3 april vindt in de Amsterdamse Stadsschouwburg de afsluiting van de tour plaats.


Scholars at Risk

Dagelijks worden wetenschappers met de dood bedreigd vanwege hun gedachtegoed en vanwege hun positie in de maatschappij. Het UAF heeft daarom in het kader van het internationale Scholars at Risk-netwerk (SAR) het initiatief genomen voor de bescherming van Vervolgde Wetenschappers in Nederland.

In samenwerking met SAR en hoger onderwijsinstellingen biedt het UAF bedreigde wetenschappers de mogelijkheid om (tijdelijk) in Nederland hun werk voort te zetten. Zo blijft de kennis van kritische geesten uit landen met repressieve regimes behouden. Tegelijkertijd profiteren Nederlandse hoger onderwijsinstellingen van de bijdrage van moedige en inspirerende collega’s aan onderzoek, onderwijs, lezingen en andere activiteiten.

Als de situatie in het land van herkomst veilig is, keren de wetenschappers weer terug. Met de in Nederland opgedane kennis en contacten kunnen zij een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van hun land.

Voor meer informatie, speeldata en kaartverkoop kunt u kijken op www.uaf.nl/monologen.

Lasana Sekou in Cuba, recites at Casa de las Americas

Cuban publisher’s new anthology by St. Martin writer at Havana Book Fair

Havana, Cuba — The Cuban book publisher Arte y Literatura launched Musa desnuda by Lasana M. Sekou at the 21st annual International Book Fair of Havana (February 9-19, 2012).
The book fair invited Sekou to the presentation of the new poetry anthology, according to Alberto Fuentes, international relations VP, Institute of the Cuban Book.


Left: St. Martin poet Lasana Sekou in Havana, Cuba, at the José Martí monument. (Saltwater Collection)



The St. Martin author recited at the February 12 launch in the Nuestra América hall of the Morro Castle park complex, the main book fair venue overlooking the Havana bay. This is the first time that a major publisher has published an entire volume by Sekou.

On February 13, Sekou read his poetry at the Caribbean Forum hosted by the prestigious Casa de las Americas in its Che Guevara Hall. Cuban critic and essayist Emilio Jorge Rodríguez edited the Spanish-only Musa desnuda (Naked Muse). Before both readings, Rodriquez provided a commentary about Sekou’s writings, his St. Martin background, the Caribbean and universal themes, “personal aesthetics,” and “literary strategies” in his work. Sekou recited selected poems in English and Rodriguez read the translation in Musa desnuda to guests from Cuba, throughout the Caribbean, Latin America, USA, and Canada. Among the poems recited were “Carnival Village night,” “Where we live,” “the perfect black,” and “for akeem.”

Rodriguez compiled Musa desnuda at the request of Arte y Literatura after the publisher saw Corazón de pelícano / Pelican Heart, a bilingual poetry anthology by Sekou that was edited by Rodríguez and published by HNP in 2010. Editorial Arte y Literatura focuses on publishing Cuban editions of books by foreign writers and Cuban authors writing about foreign writers for the huge book-reading Cuban market.

The 248-page Musa desnuda is among some 25 books launched by the publisher at this year’s book fair, along with titles by Ernest Pepin, Hazel Robinson, Abdul H. Sadoun, Olive Senior, Javier Egea, Marcel Proust, and Rodriguez.

Nearly 130 publishing houses from 27 countries took part in the literary festival. Dalia del Toro, president of the Cuba Chamber of Books, stated that the 21st edition of the book fair honored “Caribbean cultures, … which encompass the fourteen island States, Mexico, the six Central American countries, the four South American countries with Caribbean coasts, plus the territories that are still subjects of European governments. The US state of Louisiana … due to the similar nature of its links with the Caribbean region” was also included. Prensa Latina reported that “over 200 prominent figures from 40 countries” were invited, including Sir Hilary Beckles, Suzy Castor, Norman Girvan, Chiqui Vicioso, Cynthia Abrahams, Silvio Torres-Saillant, Mighty Gabby, Kendel Hyppolite, Alejandro Carpio, Pauline Melville, and Humberto García Muñiz. Nobel Peace Prize winner Adolfo Pérez Esquivel, Mexican writer Sergio Pitol (Cervantes Prize, 2005), and Brazilian theologian Frei Betto also participated in the literary event that, according to Del Toro, draws over 1 million people to its activities.


Right: Sekou (C) prepares to read one of his poems at the launch of Musa desnuda at the Havana Book Fair while an Arte y Literatura editor (L) and Emilio Jorge Rodríguez (R) look on. (Saltwater Collection)


With a host of Cuban counterparts, guest participants read papers, performed, met with peers, the general public, attended book launches and other book fair activities.
“The festival consists of book vendors, poetry readings, children’s activities, art exhibitions, and concerts in the evenings. It is considered Cuba’s premier cultural event, as well as the event with the highest attendance in Havana.” (wikipedia.org) While the fair closed in Havana on Sunday, it continues to tour the country until March 4, and rallies to a finale in the eastern city of Santiago de Cuba.

Cuban Book Institute president Zuleica Romay had Lasana Sekou listed among the 69 authors from 21 countries and territories invited to meet with former Cuban president Fidel Castro on February 10 (www.cubadebate.cu). But the Caribbean author arrived in Havana late at night on February 10 and was unable to attend the meeting. According to Reuters, the “former Cuban leader Fidel Castro held a nine-hour session with writers and intellectuals” as “part of Havana’s annual international book fair.”