![]() |
| Foto: Moniza Reit |
door Jerry Dewnarain
Al jaren verschijnt het Jaarboek voor vrouwengeschiedenis.
Het zevende nummer, dat uitkwam in 1986 (bij uitgeverij SUN te Nijmegen) was
(als eerste) gewijd aan vrouwen in de koloniën. Veel bijdragen gaan over
vrouwen in de Oost, enkele over hen in de West. Wim Hoogbergen en Marjo de
Theije geven een overzicht van ‘Surinaamse vrouwen in de slavernij’. Marjo
Oomens praat over veelwijverij in de negentiende eeuw en Maria Lenders over misi
Hartman, een zendelinge voor de EBG. Deze uitgave biedt een uitdaging om meer
vrouwen in Suriname tebeschrijven. Deze uitdaging is nog maar beperkt opgepakt.
Voor het Caraïbisch Gebied is dat anders. De zeer productieve auteur Verene Shepherd (van de University of the West Indies, Jamaica) heeft een bundel voor de middelbare scholen gemaakt ter introductie van Women in
Caribbean History, en wel van het gebied gekoloniseerd door Engeland
(Kingston: Ian Randle Publishers, 1999). Dit was een project van de afdeling
Sociale Geschiedenis van de universiteit, en ze heeft dan ook dankbaar gebruik
gemaakt van een aantal researchassistenten. De hoofdstukken zouden we in
Suriname zo over kunnen nemen: eerst de inheemsen, de planters, de tot slaaf
gemaakten, de vrije zwarten en kleurlingen en vervolgens de andere immigranten.
Met aan het einde van elk hoofdstuk - heel belangrijk - stof voor de studenten
om verder te lezen en bronnen voor de docenten. Net als bij het Nederlandse
boek, 1001 Vrouwen in de Nederlandse geschiedenis, zou voor de twintigste
eeuw kunnen gelden dat alleen vrouwen die al overleden zijn worden besproken.
In de onderstaande lijst gaat het slechts om een druppel op
de hete plaat. Het zijn vrouwen die niet meer in leven zijn. Er is een keuze
gemaakt, dat wil zeggen dat deze lijst onvolledig is. Het gaat in dezen om
vrouwen die een bijdrage hebben geleverd aan de opbouw van Suriname op elk
gebied. Zij hoeven dus niet in Suriname te zijn geboren. De volgorde van de
namen is niet alfabetisch en niet volgens een bepaalde periode.
Ma Pansa:
stammoeder van vele Pansa’s in Balingsoela, Bendekonde en andere dorpen. Toen
Ma Pansa in de slaventijd met haar man Adjako wegvluchtte van de plantage,
verstopte zij rijstkorrels in haar dikke vlechten, zodat ze die kon planten als
ze in het binnenland aankwam. Zij was de eerste die daarmee rijst introduceerde
in Boven-Suriname.
Miep Dekker, 1922-2002: zendingsarts van het Zeister Zendingsgenootschap. Haar eerste
standplaats was Kabel. Vanaf oktober 1960 werkte Miep Dekker in Botopasi. Vanaf
maart 1962 tot haar pensionering in 1989 was ze werkzaam in Ladouani. Door de
Binnenlandse Oorlog bleef Miep Dekker ruim twee jaar langer dan haar
pensioengerechtigde leeftijd op haar post, omdat ze de mensen in het binnenland
niet in de steek kon laten. Dat was typerend voor haar plichtsbesef en haar
grote liefde voor Suriname.
Jaja Dande:
een Saamaka gaanmuye (wijze vrouw), de moeder van granman Johannes Arabi, naar
wie het ziekenhuis te Djumu is genoemd.
Mata Gauri: hindostaanse
contractarbeidster die veel sociaal werk heeft verricht.
Tetary: hindostaanse
contractarbeidster die in verzet kwam. Opvallend genoeg is het een moslimvrouw
geweest die
meer dan enige leider het beste voorbeeld is geweest van de
vasthoudendheid, opoffering en strijdbaarheid die de hindostanen hebben getoond
in hun strijd tegen het kolonialisme.
Grace
Schneiders-Howard, 1869-1968: politica en socialiste, was de eerste vrouw
die gekozen werd in de Staten van Suriname in 1938.
Sophie Redmond, 1907-1955:
eerste zwarte vrouwelijke dokter in Suriname en toneelschrijfster.
Elisabeth van der
Woude, 1657-1698: schrijfster van reisverslagen en egoducumenten.
Egodocumenten van Nederlandse vrouwen uit de 17de eeuw zijn nogal zeldzaam.
Maria Susanna du
Plessis, 1739-1795: was een plantagehoudster in Suriname. Du Plessis stond
bekend als een van de meest wrede plantagehoudsters in de Surinaamse
geschiedenis.
Koningin Wilhelmina, 1880-1962: in het binnenland hangen er nog steeds foto’s van haar! En het
standbeeld te Fort Zeelandia.
Coba Cobelens:
directrice van drukkerij Eldorado. De drukkerij die nadrukkelijk haar stempel
zou zetten op de jaren 1957-1975. Onder het strenge bewind van Coba Cobelens
rolden daar vele zeer verzorgde uitgaven van de persen. Eldorado drukte Moetete, maar ook het werk van
praktisch alle auteurs rond dit tijdschrift, alsook de boeken die vanaf 1969
uitkwamen bij het Bureau Volkslectuur.
Silvia Wilhelmina de Groot-Rosbergen, 1918-2009: was wetenschapper en
Surinamist, gespecialiseerd in de geschiedenis van de Surinaamse marrons en
zich bewegend op het grensvlak van geschiedenis, sociologie en antropologie.
![]() |
| Elfriede Baarn-Dijksteel |
Nola Henderika Petronella Hatterman, 1899-1984: kunstenares. In 1953 vestigde zij
zich als beeldend kunstenaar in Suriname. Na haar dood werd door oud-studenten
het Nola Hatterman Instituut opgericht.
Johanna Isidoro Eugenia Schouten-Elsenhout, 1910-1992: was dichteres. Elsenhout debuteerde in 1962 in het tijdschrift Soela
en kwam daarna met twee poëziebundels in het Sranan: Tide ete (Vandaag
nog, 1964) en Awese (Begeesterd,
1965).
Isabella Richards, onderwijzeres
en parlementariër van 1963-’69.
Elfriede Baarn-Dijksteel,
1948-2010: heeft zich met hart en ziel ingezet voor cultuurbehoud van Afro-Surinamers
en was jarenlang voorzitter van de culturele organisatie NAKS. Daarnaast
vervulde zij een voortrekkersrol op het gebied van gender en ontwikkeling.
Wilhelmina Angelica Adriana Merian Rijburg alias Maxi Linder, 1902-1981: was een Surinaamser prostituee die tot
ver over de grenzen van Suriname bekend is, doordat er in 1999 een roman van
Clark Accord verscheen over het leven van deze vrouw.
Carmelita Fereira,
1955-2013: was heel sociaal voelend en heeft zich ingezet voor de belangen
van sociaal zwakkeren. Ferreira was hoofdbestuurslid van de Nationale Partij
Suriname (NPS) en is tien jaar lang volksvertegenwoordiger geweest in de
periode 2000-2005 en van 2005-2010.
Betsy Ramkaly Gonesh
(Zuster Gonesh), 1908- ?: begon op haar twintigste de speciale opleiding
voor vroedvrouwen, die speciaal opgezet was voor vroedvrouwen die in de
landelijke districten te werk zouden worden gesteld. Ze staat te boek als de
eerste hindostaanse vroedvrouw in Suriname.
Het is duidelijk, dat vrouwen in het verleden een kleine rol
speelden in overgeleverde geschriften. In het leven vol strijd en moeilijkheden
zullen ze zeker belangrijk geweest zijn. Maar als heldinnen de geschiedenis
ingegaan? Zoals Boni en andere helden? Wel is de moeder van Boni natuurlijk een
belangrijke figuur, die, zwanger van haar meester, vluchtte en beviel van haar
zoon in een marrondorp. Ze is vastgelegd in het toneelstuk van Bruma. Deze
lijst geeft voorbeelden van vrouwen die besproken zouden kunnen worden in een
Surinaams alternatief van het Nederlandse vrouwenboek. 1001 zullen wij niet
halen!





