De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres. Vandaag een stuk over De zwarte Lord uit 2009 van Rihana Jamaludin.
door Egmond Codfried

Een zeer verdienstelijke debuutroman van Rihana Jamaludin
(Paramaribo 1959) van 525 bladzijden, inclusief bijlage en verklarende woorden-
en begrippenlijst. Deze uitbundige historische roman die zich deels in
Nederland en voor de rest in Suriname voltrekt, speelt rond het revolutionaire
jaar van 1848. Door zijn benadering vormt dit werk een aanzet tot een
vernieuwende en eigen postkoloniale, Surinaamse historische roman. Ondanks de
titel gaat het boek over Regina Winter, een Brabantse gouvernante die naar
Suriname gaat om een jonge plantage eigenaar, die als bijnaam heeft De Zwarte
Lord, onderricht te geven. In een jaar maakt Regina zoveel mee, ze is deel van
of getuige van zoveel bewegingen en incidenten die verbonden zijn met de Surinaamse
geschiedenis, dat zij totaal veranderd is. Van een wat nuffig, kleurloos en
benepen Nederlandse is ze een warmbloedige, levenslustige Surinaamse geworden.
Ze heeft in zekere zin haar roots gevonden, of eerder bevochten, om de persoon
te worden die ze moest zijn. Dit is een heel goed doordacht werk want op een
metaniveau personifieert Regina Winter Suriname.
Het betreft ook een veelomvattend werk, Jamaludin heeft veel over te dragen. Ze
richt zich, als product van de diaspora, niet tot de Surinaamse lezer, maar
tracht de Nederlanders een beeld te geven van de Surinaamse geschiedenis, de
overweldigende natuur, de Surinaamse beschaving, de kleurrijke cultuur, de vele
talen, religies en de vele etniciteiten die samen met elkaar Suriname vormen.
Misschien dat Nederlanders kunnen begrijpen hoe vreemd en uiterst negatief en
nutteloos hun huidige xenofobische campagne op Surinamers overkomt. Hoewel
Nederland als koloniserende entiteit en geoliede veroveringsmachine niet met
Suriname te vergelijken is. Het boek vormt daartoe een mix van reisgids,
geschiedenis boek, filosofische gesprekken, een verhandeling over flora en
fauna, een liefdesverhaal en een aanklacht tegen koloniale onderdrukking en
exploitatie van slaven en arbeiders. De revolutionaire gebeurtenissen, de
neergang van de adel en de volksopstanden in het roerige Europa vinden hoe dan
ook hun weerslag in Suriname, wat zeer tegen de wensen van de koloniale
overheerser ingaat volgens Jamaludin’s gepresenteerde visie op Suriname. Deze
benadering is in mijn persoonlijke beleving, als historische onderzoeker en
schrijver, de grootste verdienste van Jamaludin en schept een band met een
leeftijdsgenoot. Ze gebruikt veel verhaallijnen met veel bijpersonages die op
het eind krachtig en dynamisch samenkomen in een toneelstuk en een rechtszaak
tegen de toneelgroep. Het einde van de roman is pure virtuositeit van de
schrijfster en deed mij denken aan de ademloos spannende boeken over
solidariteit ondanks levensgevaar, onderduiken en vluchten tijdens de periode
1940-1945 die ik las als bronnen voor mijn essay Komt er weer een Holocaust?
(2010).
 |
| Jan Vos |
Ik moest dit boek lezen, dus dwong ik mezelf door het kleurloze begin te
ploeteren, welke op geen enkele manier een voorspelling inhield van het mooie
wat zou komen. Intensieve research maakt een Surinaamse nog niet tot een
Nederlandse, dus is Jamaludin in het begin niet erg overtuigend, maar
geforceerd. Pas in Suriname is zij in haar element en krijgt zij vleugels en
raakt duidelijk opgewonden door haar materiaal, waar door er een functioneel
contrast optreedt met de koudheid, de benepen ambities, het obsessieve
standsbewustzijn, de verstikkende seksuele moraal en berekening van Regina in
Nederland. Helaas is de schrijfster te vaak aan het vertellen, in plaats van
door handeling haar verhaal door de lezer zelf te laten verbeelden. Show, don’t
tell of ‘t doen gaat voor het zeggen, zoals de 17e eeuwse zwarte schouwburg
regent Jan Vos (1610-1667) de gouden regel verwoordde. Verder gebruikt ze te
veel abstracties die de vertelling als een beoogde continue droom in de
gedachte van de lezer verstoren. Hierdoor blijkt dat ze zich soms onvoldoende
in details of teveel in de onnodige details heeft ingeleefd. Details die daarom
verder ook niet ter zake doen en even goed geschrapt kunnen worden omdat er ook
weinig bruikbare informatie uit volgt. Enkele clichés zoals weerbarstige
krullen, hoewel deze soms verkiesbaar zijn boven vreemde vondsten die door hun
geforceerdheid weer kunnen afleiden. Regina is de verteller, maar ze weet
dingen die de eerste persoon verteller niet kan weten, waardoor de verteller
soms als een geschiedenisboek en toeristische gids klinkt. Deze informatie,
zoals een uitgebreid verslag over de zeeschildpadden van Galibi, is vaak
losgekoppeld van de handeling en draagt niet bij aan de plot. Verder stoor ik
mij altijd aan schrijfsters die wat ik de vrouwelijke seksuele mystiekdoctrine
noem, aanhangen. Ook omdat ik vermoed dat de schrijfsters zich teveel zorgen
maken om hun eigen seksuele reputatie. Alsof zij, ondanks hun intellectualiteit
zich niet hebben vrijgemaakt van hun tweederangspositie als vrouw en dus kuis
moeten zijn. Zij lijken juist hun lezers te bevestigen in de algemene sociale
hypocrisie en de onderworpenheid van vrouwen aan de dubbele moraal propageren.
Wat ik wel erg mooi vond is de verandering in stijl als andere personages hun
eigen verhaal in monoloogvorm afsteken, waardoor het perspectief voor even
verandert en monotonie wordt vermeden. Ook de theaterteksten vind ik prachtig
in hun subtiliteit en zeer effectief toegepast.
 |
...seksuele mystiekdoctrine...
Foto Annette Lamothe Ramos |
De plot is opgehangen aan de mysterieuze zwarte lord, maar de intrige rond deze
zwarte slavenhouder is niet altijd geloofwaardig of doorleefd en soms zelf
potsierlijk. Ook omdat de echte belangrijke gebeurtenissen die het verhaal
voortjagen spelen rond de bijpersonages en niet de hoofdfiguren. Die blijven
toeschouwers die de keus hebben om weg te lopen. Dit ervaar ik als het grootste
gebrek aan dit zeer waardevol werk. Het is erg jammer dat het politieke verzet
en het experimenteren met nieuwe sociale en politieke verhoudingen niet
centraal staan in de ontwikkelingen van het hoofdpersonage. Regina Winters
spuit revolutionaire ideeën, maar leeft ze niet uit. Ze kan zich zodoende
steeds onttrekken aan de gevolgen, claimt soms dronkenschap als verklaring voor
een uitspatting, waardoor haar uiteindelijke marginale verandering voor de
kritische lezer onbevredigend is. Ze heeft zich aangepast aan een ongewenste
situatie en een ongewenst economisch systeem van slavernij. Dus in feite een
pessimistische boodschap, omdat ze zover heeft gereisd en zoveel meemaakt en
zoveel tranen vergoten zonder een wezenlijke verandering te ondergaan. Regina
als de personificatie van de geschiedenis van Suriname?
 |
| Koloniaal Suriname. Foto © Michiel van Kempen |
Wij kijken echter naar een aanzet tot een nieuwe soort van Surinaamse roman die
zich minder houdt aan de smalle kaders van de opgelegde, kolonialistische
historiografie en laat zien dat Suriname minder geïsoleerd en ongeïnformeerd
zou zijn als de vroegere schrijvers beweren. Een feit dat mijn historische onderzoeken
bevestigen. Ook de Nederlandse commentaren op dit werk illustreren dat de
Nederlanders een remmende werking uitoefenen op de ontwikkeling van de
Surinaamse literatuur. Zij zijn nog steeds Suriname aan het ontdekken en zijn
zich nog steeds aan het verwonderen over de zaken over zichzelf die Surinamers
alle in geuren en kleuren kennen of dat Surinamers ook zelf romans schrijven.
De nieuwe Surinaamse auteur gebruikt het verleden om iets over vandaag, iets
dat Surinamers aangaat, te verklaren. En als een virtueel laboratorium om een
gewenste verandering te visualiseren. Waarom Surinaamse schrijvers en
schrijvers in het verleden en heden gehaat worden door plaatselijke en
buitenlandse politieke elites.
 |
| Rihana Jamaludin |
De historische romanvorm leent zich meer voor ongebreidelde, realistische
politieke fantasie dan een verhaal dat zich in het heden afspeelt. Het heden is
beter bekend bij de lezer, dus is de schrijver beperkt in zijn uitwerking van
ideeën. Een historische evaluatie kan pas achteraf, maar kan ook als een vorm
van een kritiek of een satire opgevat worden van wat vandaag gebeurt. De onderdrukkende
staat houdt daarom graag een monopoly op de historiografie en behoudende
krachten haasten zich om het publiek te waarschuwen voor fictie. Een roman is
per definitie fictie, maar vaak onmisbaar om de lacunes tussen de historische
bronnen te vullen om historische personen tot leven te brengen, om hun
innerlijke motieven te kunnen onderzoeken. Zelf autobiografieën kunnen een
vervalst beeld geven van deze personen.
Bij Jamaludin bespeur ik toch een tweestrijd om twee meesters te dienen, in plaats
van onbevreesd te kiezen voor een helemaal vrije en anti-kolonialistische
benadering. Omdat ik mij verdiept heb in de eerste, oorspronkelijke Cabale, wat
in feite een RepublikeinseSurinaamse beweging was die tussen 1743-1753 Suriname
onafhankelijk probeerde te maken, en er een studie, een romanmanuscript en een
toneelstuk over schreef, begrijp ik niet waarom de auteur de Cabale als iets
afzonderlijks en iets negatiefs beschreef. Ik herken een bron die zij
letterlijk citeert wanneer Regina stelt dat latere, opeenvolgende gouverneurs
ook geconfronteerd werden met een Cabale. Dat betreft overigens één van de
beweringen waar de ik-verteller, correct toegepast, geen weet van kon hebben zonder
een glazen bol. De protestbewegingen in haar boek zouden de Cabale moeten
vormen, een beweging binnen de rijkste en gesurinamiseerde families, in plaats
als een korte verwijzing naar een negatieve beweging. Hiermee speelt zij in
tegenstelling tot haar eerdere stellingneming juist de koloniale beeldvorming
onterecht in de kaart.
 |
Plantagedirecteur
Tekening van Théodore Bray |
Storend vond ik het verkeerde gebruik van de titel Gran Masra, Grootmeester
voor een nederige directeur, terwijl dit de grandioze aanspreektitel was van de
schatrijke Administrateurs, de machtige politici die naast hun eigen extensief
plantagebezit, ook meerdere plantages en slavenmachten beheerden. Ik had graag
meer details over 19
e-eeuwse kleding en gebruiksvoorwerpen of
meubels gezien, omdat ‘vroeger’ voor veel Surinamers slechts één brei is zonder
kennis van ideeën, stijlen en neostijlen. Dat Jamaludin zich nationalistisch
toont maar de slaven geen stem geeft, is conform de kolonialistische
geschiedvervalsing. Terwijl ze wel een stem hadden. Arme, ongeletterde mensen
kunnen hun situatie heel goed verwoorden, hoewel niet altijd gehoord door hun
onderdrukkers. Alsof de schrijfster zich opnieuw niet voldoende heeft
ingeleefd. Dit is extra pijnlijk omdat tot vandaag Surinamers, de
afstammelingen van slaven en contractarbeiders, in Nederland nog steeds geen
stem hebben. Surinaamse schrijvers worden op neokolonialistische wijze door
Nederland geselecteerd, kostenbesparend uitgegeven, besproken en beperkt
gepromoot als tweederangs literatuur. Daarom zijn Marokkaanse en Pakistaanse
auteurs in Nederland vrijwel alleen die jonge, knappe vrouwen die schrijven hoe
verschrikkelijk de Marokkaanse of Pakistaanse cultuur is. Precies wat de
Nederlanders over moslims willen horen.
Het bedenken van een plot en intrige zijn moeilijke dingen en men moet soms
zijn toevlucht nemen tot haast onmogelijke zaken. Dat geef ik toe en ik
bewonder Jamaludins prestaties. Maar om een kleurlinge op te voeren die niet te
onderscheiden zou zijn van andere witten, gaat mij toch te ver. Het klinkt als
de rechtszaken rond de overtreding van Amerikaanse one-drop-rule waar zwarten
zich uitgeven voor witten en trouwen met witten waar hen dat expliciet is
verboden. Waar rechtsjury’s zich moesten buigen over het probleem of deze
persoon zwart is, en of de ‘bedrogen’ partner dat had kunnen weten, of een
schadevergoeding verdient. Een veronderstelde zwarte wetsovertreder moest zelf
haar geslachtsdelen aan de jury tonen, want daar blijft bij gemengde zwarten de
zwarte kleur het langst. Dat soort drama’s zijn allang ontmaskerd als pogingen
om zwarten en witten in het gareel te houden en zwartheid als een ernstige
besmettelijke aandoening te presenteren. Wat mij daarom ook erg stoort in deze
roman is de suggestie dat zwarten pas mooi zijn als ze gemengd zijn en witte
voorouders hebben. Tegelijk praat de schrijfster ook een beetje over Black
History, dat zwarten wel degelijk een hoge beschaving hadden vóór de Europeanen
Afrika aandeden. Het lijkt mij dat het vooral over Black History zou moeten
gaan, als wij een eigen, postkoloniale Surinaamse literatuur nastreven.
 |
| Blackamoor. Frans schilderij |
De actrice die in 2000 in mijn historisch toneelstuk speelde was een blonde,
witte Nederlandse. Intussen beschouw ik het personage van Maria Susanna Du Plessis
(1739-1795) als een zwarte Surinaams Europese. Ook vanwege een portret van haar
neefje met sterke Afrikaanse gelaatstrekken en het feit dat haar tweede
echtgenoot gekleurd was. Het betrof kolonisten die vanwege hun zwarte en
gekleurde etniciteit tot de Europese elite behoorden. Blauw bloed is zwart
bloed (1500-1789), en was de identiteit van de Europeanen die afstamden van de
oorspronkelijke Europeanen, die uit Afrika kwamen en onderling huwden, ter
behoud van kleur. In 1500-1789 heerste het Ancien Régime, welke zich
identificeerde met de Moor, een klassieke Afrikaan, op adellijke portretten, in
familiewapens, familie- en geografische namen. Ze waren ook in hun uiterlijk
herkenbaar als afstammelingen van de blauwe mannen, de benaming van Europese
zwarten in de middeleeuwen. De adel ontstond aan het eind van de Middeleeuwen
en introduceerde afbeeldingen van de centrale zwarte koning bij de geboorte van
Jezus rond 1100-1200. Rond 1500 was dit motief in heel Europa aangenomen, en
markeert het begin van de Renaissance. Europa zoals wij haar vandaag kennen is
het resultaat van de Renaissance. De Franse Revolutie (1789-1795) was het einde
van de zwarte overheersing welke de vorm had van Omgekeerde Apartheid. Er is
dus wel degelijk een oorzaak van racisme tegen zwarten aan te wijzen en een
datum te noemen. Nadien waren er verschillende restoraties, maar vanaf 1848 was
het voorgoed gedaan met de macht van de zwarte en gekleurde adel. Eurocentrisme
en rassenleer zijn bedacht om deze episode te verbergen, en daarom lijkt het
alsof zwarten, de eerste Mens, geen deel van de geschiedenis vormen. Dat
vanwege de revisionistische mythe van witte superioriteit alle ontdekkingen en
beschaving van witte mensen komt, terwijl witten albino’s zijn, afgeleide van
zwarten. Dus niet superieur aan zwarten.
Racisme kan daarom gedefinieerd worden als een overdreven bevrijdingsideologie
om witten te bevrijden van zwarte adel en koningen, welke in de aanloop naar de
Franse Revolutie werd bedacht. Hoewel de Franse Revolutie in de eerste plaats
het werk was van de hogere, gestudeerde burgerij als Hume, Voltaire en Rousseau
en progressieve adel die zwart en gekleurd was. Slavernij van Afrikanen
ontstond onder deze gekleurde Europeanen en is geen uiting van racisme, maar
van hebzucht en ongenadige uitbuiting. Het woord blanke moet opgevat worden als
een Europeaan en niet dat deze personen perse ook wit waren. Mogelijk lichter
dan sommige Afrikanen, maar vaak zal er geen verschil in kleur en trekken zijn
geweest. De gekleurde Europeanen oogden als een gefixeerd mulattenras, waarvan
sommigen meer Afrikaans, Aziatisch of wit oogden. Hun hoge status hing samen
met hun gekleurde uiterlijk, wat de reden was om uitsluitend onderling te
huwen.
De Surinaamse planters waren tot in de 19e eeuw zwarte en gekleurde mensen,
even als de gouverneurs. Dat is de reden waarom wij hen zelden te zien krijgen.
De kleindochter van gouverneur Cornelis van Aerssen wordt door haar neef James
Boswell beschreven als zwart als een schoorsteen en haar man, Aarnoud Joos van
der Duyn, een baron van de oudste en hoogste adellijke familie als schoorsteenveger.
Boswell, een Schotse baron met een Nederlandse grootmoeder, beschrijft zichzelf
als zwart. Hij beschrijft Rousseau als een zwarte man. Rousseau beschrijft zijn
weldoener Pierre-Alexander Du Peyrou, een Surinamer, schrijver en rijke
plantagehouder als donkerbruin. Componist Van Beethoven werd De zwarte
Spanjaard genoemd en zijn leermeester Haydn The Blackemoor. Charles II Stuart
(1633-1685) was de Engelse koning die Willoughby een vergunning verleende om in
Suriname een kolonie te beginnen, stond bekend als The Black Boy vanwege zijn
zwart uiterlijk. Deze feiten worden voor ons verborgen doordat men ons
uitsluitend de gewitte, propagandistische portretten toont. Er was blijkbaar
een traditie bij de zwarte elite om zich als witten af te laten beelden, maar
ook als zwarten. De witte portretten vormden een soort legitimatie en
deferentie aan de witte ondergeschikten. Echter bestaan er kostbare boeken uit
adellijke collecties die met mensenhuid zijn gekaft, wat een betere indicatie
vormt van de waardering van de adellijke elite voor hun witte onderdanen.
Nederland bracht de archieven tot 1795, van het zwarte Ancien Régime naar
Nederland, zodat Surinamers een zwarte en gekleurde natie, deze feiten niet
zouden kennen. Noch dat de Surinaamse planters beschaafde en gestudeerde mensen
waren die al twintig jaar vóór de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd in
opstand tegen Nederland waren gekomen.
Veel Surinaamse bronnen zijn openbaar, maar een deel is nog in privé bezit en
dient door zwarte en gekleurde onderzoekers nageplozen te worden. Nicolaas
Beets bijvoorbeeld schrijft over een koloniale familie met een ‘West Indisch’
uiterlijk. De naam Beets komt ook voor in 18e-eeuws Suriname, een
schoonzuster van Maria Susanna Du Plessis. Verder correspondeerde Beets met
nakomelingen van gouverneur Crommelin. Een kleindochter van de gouverneur was
getrouwd met een zoon van de schilder Jean-Etienne Liotard, die heel
afrocentrische zelfportretten van zichzelf maakte. Dit is dus het dilemma welke
speelt bij het schrijven van mijn roman Maria
Susanna Du Plessis welke uitsluitend zwarte en gekleurde Europese en
Afrikaanse personen betreft. Daarom moet ik de historische visie van Jamaludin
en haar zorgvuldig uitgewerkt kleurschema ook op dit punt afwijzen en besef
tegelijk dat mijn werk daarom nooit door een Nederlandse uitgever zal worden
uitgegeven.
Den Haag, 28 maart 2010
[van freethinker.nl]