Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
woensdag 31 oktober 2012
Tisha naar Aruba
De theatergroep Kadaken van Albert Schoobaar heeft het succesvolle jeugdtheaterstuk Tisha ook naar Aruba
gebracht. Het stuk voor jongeren gaat over het durven maken van eigen keuzes en het nemen van verantwoordelijkheden,
zelfs wanneer de omgeving het je als jongeren moeilijk maakt of anders van je verwacht. Op Curaçao
werd Tisha voor de Curaçaose scholieren gespeeld. Albert Schoobaar schreef het en Sylvia Andringa regisseerde het
stuk. De Arubaanse minister Visser van Cultuur was erg onder de indruk van Tisha. De organisatie Cembrah haalde
het stuk naar Aruba.
Cairo-film in De Pletterij
In het najaarsprogramma van de Cinema Club van De Pletterij in Haarlem is op 13 december de film Edgar Cairo: "Ik ga dood om jullie hoofd" te zien. Pijn en schaamte
over de koloniale geschiedenis van Nederland
in Suriname. Dat
overheerst in het leven en werk van
schrijver en dichter Edgar Cairo (1948-2000). Het is beklemmend aanwezig
in de documentaire over Edgar Cairo die Cindy Kerseborn maakte.
| Cindy Kerseborn. Foto © Michiel van Kempen |
Op 22 mei 2011 werd een met 20
minuten ingekorte versie door de publieke omroep NTR uitgezonden bij Het uur van de wolf. Vanzelfsprekend
krijgt u op deze avond
de oorspronkelijke, lange versie van de film te zien. Regisseuse Cindy Kerseborn en Franc Knipscheer (een van
de geïnterviewden in de film) en uitgever van
Edgar Cairo
geven toelichting en beantwoorden vragen.
In samenwerking met
uitgeverij In de Knipscheer.
Datum: 13 december 2011, aanvang 20.00uur Cinema Club.
Adres: Lange Herenvest 122,
2011 BX Haarlem, Tel. 023
542 35 40
info@pletterij.nl www.pletterij.nl
Toegang 3,00
euro (inclusief lidmaatschap)
''Van Kaseko tot Kawina: Surinaamse muziek van A tot Z''
Gastspreker Ronald Snijders over Surinaamse muziek in Oase, Utrecht, op zondag 27 januari 2013.
Een interactieve middag over de Surinaamse muziek in al
haar facetten. Sinds Suriname onafhankelijk is geworden zijn veel Surinamers
naar Nederland vertrokken. Zij hebben ook hun muziek meegenomen en in
Nederland ontstaan er weer nieuwe muzikale mengvormen. Het is daarom ook
moeilijk om te zeggen wat nu eigenlijk exact Surinaamse muziek is.
Lieve Hugo, Masterblaster, Kaseko masters.....voor velen
zijn dit bekende namen uit de Surinaamse muziekwereld. Maar hoeveel weet je nu
écht van de oorsprong van Surinaamse muziek?
![]() |
| Ronald Snijders. Foto @ Johan Janssen |
Ronald Snijders komt vertellen over de Surinaamse muziek van toen tot nu. Dit
doet hij op een unieke en interactieve wijze. Ook betrekt hij de taal in
relatie tot de Surinaamse muziek in zijn vertelling.
Peggy Bouva, bedenkster van het kennisspel ''Hoe goed ken je Suriname?'', presenteert de muziekvragen
uit het spel. Daag jezelf uit, kom luisteren en deze unieke middag
beleven!
Datum: zondag 27 januari 2013
Tijd: 14.00 uur inloop, start programma 15.00 uur
Entree aan de poort: 9 euro
Voorverkoop via email torioso@gmail.com: 7 euro
Kinderen t/m 12 jaar: gratis
Tijd: 14.00 uur inloop, start programma 15.00 uur
Entree aan de poort: 9 euro
Voorverkoop via email torioso@gmail.com: 7 euro
Kinderen t/m 12 jaar: gratis
Locatie: Oase-gebouw, Cartesiusweg 11 te Utrecht
Diverse standhouders aanwezig waaronder Lucinda's Bookstore uit Rotterdam.
Diverse standhouders aanwezig waaronder Lucinda's Bookstore uit Rotterdam.
Verdere details volgen in december.
Muzikale kennisoverdracht op de zondagmiddag.
Muzikale kennisoverdracht op de zondagmiddag.
Carel de Haseth - zo stil
Bernlef 1937 - 2012
De Nederlandse auteur Bernlef (geboren Hendrik Jan Marsman) is
overleden. Hij is korte tijd ziek geweest en thuis overleden in Amsterdam. Hij kreeg in 1994 de P.C. Hooftprijs voor zijn hele oeuvre. Hersenschimmen is zijn bekendste boek, over dementie. Voor Publiek
geheim kreeg hij de allereerste AKO-literatuurprijs.
Bernlef werd in 1937 als Hendrik Marsman geboren.
Deze klinkende naam zou elke debuterende schrijver afschrikken. Daarom
koos hij de naam van een oude Friese bard als pseudoniem. Het werd J.
Bernlef en later Bernlef tout court. Hij is de auteur van een veelzijdig en buitengewoon omvangrijk oeuvre.
.
.
"Iedere schrijver sterft midden in een zin"
Bernlef was vorig jaar nog in Vrijstaat O in Oostende te gast, op uitnodiging van deBuren, om zijn eigen In Memoriam voor te lezen. "Iedere schrijver sterft midden in een zin", zei hij toen. Bekijk hieronder het filmpje, waar Bernlef tussen de bedrijven door jazz speelt op de piano. En lees hier de volledige tekst van zijn In Memoriam. Die was nog niet eerder gepubliceerd.
.
.
Dichter
Bernlef debuteerde in de poëzie met Kokkels dat met de Prinsen Geerligs prijs werd bekroond. Hij maakte naam in de jaren zestig met het excentrieke “tijdschrift voor teksten” Barbarber, waaraan ook zijn schoonbroer K. Schippers meewerkte.
Met humor en speelse provocatie werd hierin, in navolging van de plastische kunsten, grote aandacht besteed aan collages, ready-mades en allerlei uitingen van het “gewone” en “toevallige”. Later, als hij toetreedt tot de redactie van het tijdschrift Raster wordt zijn poëzie geslotener en de taal ervan problematischer. Zijn dichtwerk gaat nauwer aansluiten bij dat van Gerrit Kouwenaar en Hans Faverey, maar zijn nieuw-realistische oorsprong heeft hij nooit helemaal verloochend.
Bernlef heeft ook vaak en verhelderend over jazz en poëzie geschreven. Eerder dit jaar verschenen zijn verzamelde gedichten onder de titel Voorgoed.
Met humor en speelse provocatie werd hierin, in navolging van de plastische kunsten, grote aandacht besteed aan collages, ready-mades en allerlei uitingen van het “gewone” en “toevallige”. Later, als hij toetreedt tot de redactie van het tijdschrift Raster wordt zijn poëzie geslotener en de taal ervan problematischer. Zijn dichtwerk gaat nauwer aansluiten bij dat van Gerrit Kouwenaar en Hans Faverey, maar zijn nieuw-realistische oorsprong heeft hij nooit helemaal verloochend.
Bernlef heeft ook vaak en verhelderend over jazz en poëzie geschreven. Eerder dit jaar verschenen zijn verzamelde gedichten onder de titel Voorgoed.
Vertaler
Audio
Ook als vertaler heeft Bernlef zich buitengewoon verdienstelijk gemaakt. Belangrijke dichters als Elisabeth Bishop en Tomas Tranströmer, de Zweedse Nobelprijswinnaar van vorig jaar, zouden zonder zijn vertalingen en commentaren niet zo snel in ons taalgebied bekend zijn geraakt.
.
Ook als vertaler heeft Bernlef zich buitengewoon verdienstelijk gemaakt. Belangrijke dichters als Elisabeth Bishop en Tomas Tranströmer, de Zweedse Nobelprijswinnaar van vorig jaar, zouden zonder zijn vertalingen en commentaren niet zo snel in ons taalgebied bekend zijn geraakt.
.
Hersenschimmen en publieke geheimen
Bij het grote publiek zal Bernlef ongetwijfeld bekend blijven als de schrijver van Hersenschimmen, een roman uit 1984 die een internationale bestseller werd en waarvan bij ons meer dan 50 drukken verschenen. De schrijver verbeeldde hierin van binnenuit het bewustzijn van een dementerende man. De roman werd in 1988 verfilmd, met Joop Admiraal in de hoofdrol.
De thematiek van verdwijning en verstomming was al langer aanwezig in zijn werk en spoorde goed met de opvallende soberheid van zijn proza.Met de roman Publiek geheim won hij in 1987 de allereerste AKO-literatuurprijs. Dat is een verhaal over een filmmaker achter het IJzeren Gordijn, die met allerlei politieke dilemma's wordt geconfronteerd.
Bernlef kreeg enkele belangrijke literaire prijzen: in 1984 de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele werk en in 1994 viel hem de prestigieuze PC Hooftprijs te beurt.
Ook latere romans als Boy (2000) en Buiten is het maandag (2003) werden zeer goed ontvangen. Bernlef bleef actief tot op hoge leeftijd. Eerder dit jaar kwam nog een bundel verhalen uit: Help me herinneren.
Bij het grote publiek zal Bernlef ongetwijfeld bekend blijven als de schrijver van Hersenschimmen, een roman uit 1984 die een internationale bestseller werd en waarvan bij ons meer dan 50 drukken verschenen. De schrijver verbeeldde hierin van binnenuit het bewustzijn van een dementerende man. De roman werd in 1988 verfilmd, met Joop Admiraal in de hoofdrol.
De thematiek van verdwijning en verstomming was al langer aanwezig in zijn werk en spoorde goed met de opvallende soberheid van zijn proza.Met de roman Publiek geheim won hij in 1987 de allereerste AKO-literatuurprijs. Dat is een verhaal over een filmmaker achter het IJzeren Gordijn, die met allerlei politieke dilemma's wordt geconfronteerd.
Bernlef kreeg enkele belangrijke literaire prijzen: in 1984 de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele werk en in 1994 viel hem de prestigieuze PC Hooftprijs te beurt.
Ook latere romans als Boy (2000) en Buiten is het maandag (2003) werden zeer goed ontvangen. Bernlef bleef actief tot op hoge leeftijd. Eerder dit jaar kwam nog een bundel verhalen uit: Help me herinneren.
maandag 29 oktober 2012
Een bevlogen dichter met woorden
![]() |
| Pierre Lauffer |
Voor het eerst verscheen in de Curacaose literatuurgeschiedenis een biografie van een schrijver. Het is niet zomaar een auteur die metname vanaf de jaren vijftig zeer populair was om zijn gedichten. Als je de naam Pierre Lauffer (1920-1981) hoort vallen, dan denk je meteen aan de prachtige melodische gedichten die hij componeerde.Hij schreef over uiteenlopende onderwerpen en zelfs controversiële thema’s werden niet geschuwd. De auteur – Bernadette Heiliggers – is in haar beschouwing niet altijd even diepgaand geweest, maar wellicht heeft dit te maken met de vertrouwelijke status van enkele documenten die ze ter inzage kreeg danwel met de niet verkregen toestemming om bepaalde gegevens openbaar te maken
Voor de totstandkoming van het boek zijn er diverse bronnen geraadpleegd en gesprekken gevoerd.Tal van interviews, telefoongesprekken zijn gevoerd, geluidsbanden beluisterd alsook artikelen, notities, correspondenties en manuscripten gelezen. Zo werden o.a. de archieven van de Stichting Pierre Lauffer, archief van Lucille Berry-Haseth, het archief van Ito Tromp in het Biblioteca Nacional Aruba ter beschikking of anders ter inzage gesteld. De bestuursvoorzitter van de Stichting Pierre Lauffer memoreerde bij de presentatie van het boek in Amsterdam, dat mw. Heyliggers niet al het materiaal meteen naar huis wou meenemen. Zij vond dat ze de auteur stap voor stap moest leren kennen en zijn wereld moest verkennen. Daarvoor moest het aangeboden archiefmateriaal aan een fijnmazig onderzoek onderworpen worden. Het levensverhaal van Pierre Lauffer laat zien dat hij, zoals ieder andere dichter, een man was van extremen. Sommigen kunnen dat goed in bedwang houden, maar anderen etaleren dit aan de dag en zijn hiervan niet bewust. Op vrij jonge leeftijd, hij was nog een kleuter, kwam Pierre via zijn moeder Machi in aanraking met de poëzie.Pierre werd door zijn moeder een gedicht van de Venezolaanse dichter en diplomaat Gonzalo Picón Febres voorgelezen, waarvan de hierna volgende strofe hem is bijgebleven.
Es en vano que busque en la arena
las palabras que un tiempo escribió
Het is zinloos om in het zand naar de woorden
te zoeken die daar ooit geschreven stonden.
(Vertaling F. de Haas)
Het waren deze twee regels die op Lauffer zo’n magische invloed uitoefende en hem later aan het denken zette over zijn dichterschap. Zelf vond Lauffer dat hij talenten had voor het dichterschap en ging experimenteren. In zijn eerste gedichten bediende Pierre zich van groffe bewoordingen, die al gauw door zijn moeder Rosaura (Chow) werd gecorrigeerd. Pierre was evenals zijn vader Antoine Petrus Octaviano een charmeur en wist de liefde van ettelijke vrouwen aan zich te binden.
| Bernadette Heiligers spreekt tijdens de Amsterdamse presentatie van haar biografie van Pierre Lauffer. Foto @ Michiel van Kempen |
Gedichten
Lauffer vond dat een gedicht een bepaalde sfeer moet ademen. Het gaat er bij hem niet zo zeer om de personages en de bijbehorende uiterlijkheden, maar meer om de geschapen sfeer en emoties. Het was met name tijdens zijn schooljaren aan de St. Thomas College dat zijn dichterschap vorm kreeg. In die tijd kreeg hij door de fraters gedichten van o.a. Jacqueline van der Waals, Guido Gezelle, Willem Kloos, Albert Verwey voorgeschoteld. Pierre Lauffer was voornamelijk onder de indruk van de manier waarop deze dichters hun persoonlijke gemoedstoestand op poëtische wijze onder woorden bracht. In de bundel Patria (1944) die tevens zijn eerste was, treffen we voornamelijk zijn melancholische gedichten aan over het individu en de natuur. Dit in tegenstelling tot anderen die beweren dat het om gedichten gaat die zijn vaderliefde – ondanks de boektitel Patria – toont. Bij het lezen van zijn gedichten kun je afleiden dat het pessimisme danig van invloed is geweest of althans hardop in zijn gedichten doorklonk. Ofschoon Pierre Lauffer van Joodse afkomst was, had hij een warme belangstelling voor zijn zwarte medemens en hanteerde die veelvuldig als personages in zijn gedichten.
| Sidney Joubert overhandigt de Lauffer-biografie aan een Antilliaanse hotemetoot |
Proza-werk
Pierre Lauffer debuteerde in 1942 met zijn novelle Carmen Molina en publiceerde in de jaren daarna de novelles Martirio di amor en Philomena. Hij schreef onder gebruik-making van verschillende pseudoniemen, José Antonio Martis (Carmen Molina) en Carlos M. Fernandes (Martirio di amor). Waarom Lauffer een Spaanstalige naam als pseudoniem hanteerde voor een Papiamentstalige novelle, is uit de biografie niet duidelijk geworden.In de jaren '60 en '70 publiceerde hij nog een tweetal verhalenbundel: Kuenta pa kaminda (1969) en Un Pulchi pa dia (1970), maar daarna niet meer. Na die tijd ging hij zich meer toeleggen op het schrijven van kinderboeken en zijn tal van die boeken, na zijn overlijden in 1981, in de periode van 1981-1989 op de markt gebracht.
Vaderschap
Dichter Lauffer had geen vast inkomen en had een wervelende loopbaan achter de rug, van politieman, autoverkoper, bartender, groenteboer tot begrafenisondernemer. Breed hadden ze het thuis niet en moesten de kinderen, die welgeteld twee paar schoenen per jaar kregen, e.e.a. ontberen. Pierre was ongekend streng ten opzichte van de kinderen, juist in een tijd dat de samenleving begon te veranderen. Niet duidelijk is vanaf wanneer er sprake was van gezinsuitbreiding, maar uitgaande van Lauffer’s geboortejaar in 1920 kan er gesteld worden dat de kinderen eindjaren vijftig – begin zestigerjaren waren geboren. Als hij bezig was met schrijven van een nieuw gedicht, moesten de kinderen zwijgzaam aan tafel zitten en een boek lezen. Van enige ruimte voor de kinderen om zich met de eigen omgeving te socialiseren was er niet bij.
Zijn liefde voor de poëzie en geloof in de literatuur weerhield hem niet zijn budnels in eigen beheer uit te geven. Bij drukkerij Scherpenheuvel rolden tijdens de oorlogsjaren de eerste exemplaren van Patria (1944). Dit ondanks dat Lauffer niet over een vaste baan beschikte en voor het onderhoud van het gezin Lauffer, een beroep moest worden gedaan op zijn schoonbroer.
Echter dit belette hem niet om als een Bon vivant door het leven te gaan. Hij ging gekleed als een heer en ging soms bij zijn optredens met een witte colbert, zwart broek en strikdas om zijn status te benadrukken. Eenmaal Pierre Lauffer geroemd werd om zijn gedichten, gaf hij les aan de Kweekschool.
![]() |
| Jules de Palm, Pierre Lauffer, René de Rooy |
De dichter was goed bevriend met Jules de Palm aan wie hij meestal een exemplaar van zijn nieuwste uitgave opstuurde. Lauffer en de Palm woonden bij elkaar in de buurt en waren van jongs af aan goede vrienden die door de straten gedichten reciteerden of op een dag plotseling in het ned erlands tegen elkaar spraken. Zo schreef Lauffer op de omslag van zijn bundel Un Pulchi pa dia (1970) aan de Palm: Vanochtend om 10.15 ontving ik van Abram Salas dit eerste exemplaar. En traditiegetrouw is dit voor jou 17 juni 1970. Hij ondersteepte de laatste twee woorden voor jou om zijn vriendschap te bevestigen. Een andere bekende is Luis Daal geweest waarmee Lauffer bevriend was. Met Luis had hij meer een gedachtenwisseling over Daal’s gedichten en stelde hij zich op als een meelezer van zijn werk.
Niet bekend is geworden of Boeli van Leeuwen en Frank Martinus Arion eveneens tot de vriendenkring van Pierre Lauffer behoorde. Ook Lauffer schreef in de jaren tachtig proza en publiceerde verschillende verhalenbundels, als Un Pulchi pa dia (1970) en Lagrima i Sonrisa (1973). Opmerkelijk is dat hij voor zijn bloemlezing van de Antilliaanse literatuur Di nos (1971), uitsluitend Papiamentstalig werk selecteerde. Alleen van Frank Martinus Arion werden de gedichten Pakiko [Waarom], Pensa un ratu [Even nadenken] en een drietal andere gedichten zonder titel in de bloemlezing opgenomen. Een ding staat vast dat Lauffer opkwam voor het in stand houden van het Papiamento en dat misschien in dat opzicht hun wegen scheidde.
Literaire activiteiten
Voor radio Curom verzorgde Lauffer een boekenprogramma en besprak hij het werk van de lokale auteurs. Samen met zijn vrienden René de Rooy, Nicolas Piña Lampe, Raphael Martinez en later Enrique Goilo richtte hij het blad Simadán op. Het blad Simadán was bedoeld als een tegenhanger van hun concurrent De Stoep, die uitsluitend werk in het Nederlands publiceerde. In een huis te Pietermaai, vertelde Thelma ten Meer (weduwe van René de Rooy), kwamen de jonge schrijvers bij elkaar. Ze discusieerden over literatuur, luisterden naar muziek, droegen gedichten voor, soms tot een uur of vijf in de ochtend. Het gezelschap werd met de komst van Cola Debrot, Tip Marugg en Chal Corsen uitgebreid. Door het gebrek aan de nodige financiën is er geen continuiteit geweest en was het blad Simadan al snel ten dode opgeschreven.
Hij figureerde na afloop van WO-II als een van de vooruitstrevende studenten die de Jolly Fellows Society in 1946 oprichtte. De bewustwording die de oorlogsjaren op gang bracht, resulteerde in een een gedragsverandering dat men geen genoegen namen dat zij als tweederangsburgers werden behandeld. Vanwege hun huidskleur en sociale klasse hadden ze geen toegang tot clubs als De Gezelligheid, de Curaçaose Sport Club, Kwiek of Van Engelen. Echter het ging meer om het feit dat men protesteerde tegen de minachting van hun taal, het Papiamentu.Pierre Lauffer was een self-made man die in staat was om een bijdrage te leveren aan de taalproblematiek door zitting te nemen in de commissie-Maduro.Hoe dan ook Pierre Lauffer heeft zijn steen bijgedragen aan de Antilliaanse literatuur en aan het overeind houden van de Papiamentstalige literatuur.
Een menselijke biografie
Hoe zorgvuldig de auteur in haar benadering is geweest om zoveel bronnen aan te boren, toch zijn er een enkele vraag die niet zijn beantwoordt.Pierre Lauffer is een veelzijdig mens geweest en was behalve schrijver, dichter, musicus, kunstenaar ook een hartstochtelijke mens die dit allemaal kon combineren. Een gemis is dat er heel weinig wordt verteld over de boeken die Lauffer zelf las en die hem in zijn werkzaamheden beïnvloedde. Over zijn buitenechtelijke relaties is niet veel bekend geworden, een recht waar zijn buitenechtelijke kinderen ook hebben. Over zijn schooljaren op het St. Thomascollege, zijn ambities, depressieve buien en al dan niet gecompliceerde liefdesleven had veel meer geschreven kunnen worden.
Uit de biografie en zijn gedichten kunnen we in elk geval vaststellen dat Pierre Lauffer iemand was die dolgraag op avontuur uit was, al is het alleen om nieuwe ontdekkingen te maken. Als dichter had hij velerlei talenten en was behalve origineel ook iedere keer creatief in zijn gedichten. Pierre was een energiek type, in sommige opzichten een perfectionist, maar dit laatste is verbonden aan het feit dat hij wellicht bang was om te falen. Een andere eigenschap was dat hij zijn innerlijke verborgen wist te houden en alleen in zijn gedichten een deelaspect van zijn persoonlijkheid sporadisch liet doorschemeren. Hij kon bazig, dominant overkomen, maar is geenzins zijn bedoeling geweest en is te herleiden naar het feit dat hij alles in goede banen wilde leiden. Als dichter was hij een fervente natuurliefhebber die het buitenleven verkoos boven het gezinsleven. Dat was zijn natuur en moest daarmee herenigd worden.Bernadette Heiliggers kan beslist terugkijken op een geslaagde onderneming en succesvol boek. Met de publicatie van de biografie Het bewogen leven van een bevlogen dichter is onze literatuur met een juweel verrijkt.
zondag 28 oktober 2012
Race, Degradation and Apathy in the Netherlands
by Shantrelle Lewis
Shuffering and Shimiling: Race, Degradation and Apathy in the Netherlands
On December 19, 2011, Jackie, a popular Dutch lifestyle magazine ran a piece entitled “NiggaBitch.” It was then translated anonymously and sent to Parlour magazine, who uploaded the English-translated article in its entirety. In reaction, mass international outrage ensued. The article suggested that Dutch parents could opt to dress their daughters in the ghetto fabulous style of the so-called “ultimate niggabitch,” Rihanna, who reigned supreme with her “ghetto ass.” However, parents were warned that once dressed this in this manner, their little princesses turned niggabitches, would probably get into fights at daycare. [Yes, it’s ok. You have my permission to insert the appropriate WTF? here.]
Many people internationally, particularly in the U.S. wondered exactly how a magazine, especially one run by women, would have the audacity to publish such an offensive piece.
Was the Jackie office political correctness alarm broken that day? Most of us (decent people) were bewildered and straight flabbergasted. Verbal sentiment can’t accurately describe what many people experienced around the world upon reading the use of what writer Ayana Byrd referred to as “the vilest combination of words that you can call a black woman.” Then after Eva Hoeke, Jackie’s then Editor-In-Chief, was forced to resign, she went on to say that the whole situation was blown out of proportion, intended as a joke and also that it was a blessing in disguise.
This incident, which ended in Rihanna not so politely telling the editor how she felt about being called out her name, was appalling to many. It was also a wake up call of sorts or rather an introduction to the world of race and existence of racism in the Netherlands. Ironically, this incident occurred only a few weeks after the world was shocked by the footage of activist/artist Quinsy Gario, being dragged in the street and pepper-sprayed by police for wearing a shirt that said “Zwarte Piet is Racisme.”
Yes, good ole’ Zwarte Piet. Zwarte Piet “Black Pete” who is the ignorant, docile yet jolly servant of Sinterklaas, the Dutch-ified version of St. Nick, who goes around town on a horse accompanied by his “black” slave, I mean helper. The cherry on the top of this wonderful Dutch Christmas tradition, is that annually, during the last couple of months of the year, white people get to play dress up, as Black people. They blacken their faces in good-ole minstrel show fashion, with face paint called “negro.” They accessorize their newfound color with afro-wigs atop their heads, ruby red lipstick and gold hoop earrings. They then shuck and jive their way out of their homes to spread joy to all of the little good girls and boys who wait anxiously for their arrival and the treats that they bear. This is not some antiquated tradition that went out of style with minstrel shows and apartheid. This racist celebration still exists, today…as in 2012, as people gear up for this year’s Sinterklaas holiday celebrations.
For years, the Netherlands has been painted as a multi-cultural society where “tolerance” rules supreme. Let the Dutch tell it, there is no racism. Race and racism, according to the Dutch, are pre-occupations and problems of the U.S. and Americans, not Holland. Until recently, I barely knew that there existed a sizeable Black population in the Netherlands, thanks to the recent mass migration of Dutch Caribbean people, let alone a problem with race and racism.
Prior to me attending a screening of Alleen Maar Nette Mensen, which translates as Only Decent People, I had already been introduced to both the blatant and subtle white supremacist arrogance of the Dutch. However, nothing I had experienced via cinema or popular culture in my adult life, not even the worst of ignorant Black movies or 2Chainz videos could have adequately prepared me for the hour and half of pain I had to endure during the press screening of Only Decent People, a film based off of Robert Vuijsje’s best-selling book that actually went into dozens of editions of print prior to being made into a commercial film.
There are so many problematic issues with the production of Only Decent People, that it’s hard to condense them into a few statements. However, for the sake of clarity and contextualization, I will do my best to accurately describe the movie. To start, every single negative characterization of the Black woman as a hyper-sexualized being, loathed by all, even herself, was perpetuated. Scene after scene, all of the Black female characters were, for lack of a better word, beasts. They were all dehumanized creatures with the same exaggerated obese body type (with the exception of one who looked anorexic and was about to have a train run on her). They also performed, behaved and had sex while on their knees, sniffing people, growling and making animalistic noises. In other words, the Black women characters in Only Decent People were a present-day example of Saartjie Baartman redux.
Most Racist Offensive Scene Example#1: After the white Jewish lead character has found Rowana, his ghetto girl with her ghetto ass, he goes to her house the next day, where he is introduced to her brothers, two children and mother and then goes to the next room. They then start having sex wildly and loudly, meanwhile the family continues business as usual despite the amount of yelling that’s happening. I should probably add that before they engage in intercourse, Rowana sniffs him and growls like an animal while she’s crawling around on her knees. Oh, I should also mention that in this scene her breasts are flying everywhere including to the moon and back (because she’s mostly nude on camera) and she is “riding” him so hard that the bed starts to create holes in the floor.
Most Racist Offensive Scene Example #2: Perhaps the most dehumanizing scene of them all, entails the white Jewish character following his Black girlfriend’s cousin to an apartment complex in the Bijlmer (which in real life, is an apartment complex named Heesterveld that is the home of a community of young and emerging artists, many of whom are of African and Dutch Caribbean descent). For the sake of brevity I’ll skip the circumstances that led them there. What happened once they reached the apartment left my mouth agape. The woman, who never speaks, not a single line during the three to four scenes in which she is on screen, leads the two men into the basement of her apartment complex, with her small child still in his stroller. Once inside the storage room, she bends over, the Black man strips down her pants and penetrates her from the back. He then asks the white Jewish character, what he’s waiting for and hands him a condom. In the following scene, the woman is bent over as the Black man enters her from behind and she performs oral sex on the white guy, all while in the presence of her 3-year old son. Did I mention that this film is rated 12+ which means that children age 12 and older are allowed to watch the movie in its entirety in theaters?
Verder lezen: klik hier
Shantrelle Lewis (Caribbean Cultural Center, New York) werkt gedurende een aantal maanden in Nederland ter voorbereiding van een tentoonstelling over The Dutch Caribbean. Zij ontving de pestigieuze 2012 Curatorial Fellowship van de Andy Warhol Foundation. Lewis zal ook de voormalige Nederlandse Antillen en Suriname bezoeken.
In preparation for the fall 2015 exhibition Negotiating Identity: The Space Between Assimiliation and Resistance in Contemporary Dutch Caribbean Diasporan Art, curator Shantrelle Lewis will investigate the ways in which geopgraphy, language, cosmology, slavery, colonialism, independence and migration have shaped the identities (and the art practices) of artists in the Dutch caribbean diaspora, which encompasses Aruba, Curaçao, St. Maarten, Suriname and the Netherlands (including Bonaire, Saba and Sint Eustatius), perhaps due to a combination of language barriers and physical remoteness, there has been very little contemporary art scholarship that connects activitivity in the Dutch caribbean to larger conversations about the African diaspora in the Western hemisphere. Lewis will travel to the Netherlands for an extended stay during which she will make studio visits, identify artists for the exhibition and meet with art historians and scholars to identify essayistst and topics for the exhibition's catalogue. The curator will travel to the Dutch Caribbean islands and Suriname to meet local artists, curators and scholars and to visit institutions such as Ready Tex Gallery (Suriname) and Institute Buena Vista (Curaçao). Lewis will document her meetings with videotaped interviews that will later be edited into a mini-documentary.
Shuffering and Shimiling: Race, Degradation and Apathy in the Netherlands
| Still from the film Alleen Maar Nette Mensen (Only Decent People). |
Many people internationally, particularly in the U.S. wondered exactly how a magazine, especially one run by women, would have the audacity to publish such an offensive piece.
Was the Jackie office political correctness alarm broken that day? Most of us (decent people) were bewildered and straight flabbergasted. Verbal sentiment can’t accurately describe what many people experienced around the world upon reading the use of what writer Ayana Byrd referred to as “the vilest combination of words that you can call a black woman.” Then after Eva Hoeke, Jackie’s then Editor-In-Chief, was forced to resign, she went on to say that the whole situation was blown out of proportion, intended as a joke and also that it was a blessing in disguise.
![]() |
| Rihanna |
This incident, which ended in Rihanna not so politely telling the editor how she felt about being called out her name, was appalling to many. It was also a wake up call of sorts or rather an introduction to the world of race and existence of racism in the Netherlands. Ironically, this incident occurred only a few weeks after the world was shocked by the footage of activist/artist Quinsy Gario, being dragged in the street and pepper-sprayed by police for wearing a shirt that said “Zwarte Piet is Racisme.”
Yes, good ole’ Zwarte Piet. Zwarte Piet “Black Pete” who is the ignorant, docile yet jolly servant of Sinterklaas, the Dutch-ified version of St. Nick, who goes around town on a horse accompanied by his “black” slave, I mean helper. The cherry on the top of this wonderful Dutch Christmas tradition, is that annually, during the last couple of months of the year, white people get to play dress up, as Black people. They blacken their faces in good-ole minstrel show fashion, with face paint called “negro.” They accessorize their newfound color with afro-wigs atop their heads, ruby red lipstick and gold hoop earrings. They then shuck and jive their way out of their homes to spread joy to all of the little good girls and boys who wait anxiously for their arrival and the treats that they bear. This is not some antiquated tradition that went out of style with minstrel shows and apartheid. This racist celebration still exists, today…as in 2012, as people gear up for this year’s Sinterklaas holiday celebrations.
For years, the Netherlands has been painted as a multi-cultural society where “tolerance” rules supreme. Let the Dutch tell it, there is no racism. Race and racism, according to the Dutch, are pre-occupations and problems of the U.S. and Americans, not Holland. Until recently, I barely knew that there existed a sizeable Black population in the Netherlands, thanks to the recent mass migration of Dutch Caribbean people, let alone a problem with race and racism.
Prior to me attending a screening of Alleen Maar Nette Mensen, which translates as Only Decent People, I had already been introduced to both the blatant and subtle white supremacist arrogance of the Dutch. However, nothing I had experienced via cinema or popular culture in my adult life, not even the worst of ignorant Black movies or 2Chainz videos could have adequately prepared me for the hour and half of pain I had to endure during the press screening of Only Decent People, a film based off of Robert Vuijsje’s best-selling book that actually went into dozens of editions of print prior to being made into a commercial film.
There are so many problematic issues with the production of Only Decent People, that it’s hard to condense them into a few statements. However, for the sake of clarity and contextualization, I will do my best to accurately describe the movie. To start, every single negative characterization of the Black woman as a hyper-sexualized being, loathed by all, even herself, was perpetuated. Scene after scene, all of the Black female characters were, for lack of a better word, beasts. They were all dehumanized creatures with the same exaggerated obese body type (with the exception of one who looked anorexic and was about to have a train run on her). They also performed, behaved and had sex while on their knees, sniffing people, growling and making animalistic noises. In other words, the Black women characters in Only Decent People were a present-day example of Saartjie Baartman redux.
Most Racist Offensive Scene Example#1: After the white Jewish lead character has found Rowana, his ghetto girl with her ghetto ass, he goes to her house the next day, where he is introduced to her brothers, two children and mother and then goes to the next room. They then start having sex wildly and loudly, meanwhile the family continues business as usual despite the amount of yelling that’s happening. I should probably add that before they engage in intercourse, Rowana sniffs him and growls like an animal while she’s crawling around on her knees. Oh, I should also mention that in this scene her breasts are flying everywhere including to the moon and back (because she’s mostly nude on camera) and she is “riding” him so hard that the bed starts to create holes in the floor.
Most Racist Offensive Scene Example #2: Perhaps the most dehumanizing scene of them all, entails the white Jewish character following his Black girlfriend’s cousin to an apartment complex in the Bijlmer (which in real life, is an apartment complex named Heesterveld that is the home of a community of young and emerging artists, many of whom are of African and Dutch Caribbean descent). For the sake of brevity I’ll skip the circumstances that led them there. What happened once they reached the apartment left my mouth agape. The woman, who never speaks, not a single line during the three to four scenes in which she is on screen, leads the two men into the basement of her apartment complex, with her small child still in his stroller. Once inside the storage room, she bends over, the Black man strips down her pants and penetrates her from the back. He then asks the white Jewish character, what he’s waiting for and hands him a condom. In the following scene, the woman is bent over as the Black man enters her from behind and she performs oral sex on the white guy, all while in the presence of her 3-year old son. Did I mention that this film is rated 12+ which means that children age 12 and older are allowed to watch the movie in its entirety in theaters?
Verder lezen: klik hier
![]() |
| Shantrelle P. Lewis |
Shantrelle Lewis (Caribbean Cultural Center, New York) werkt gedurende een aantal maanden in Nederland ter voorbereiding van een tentoonstelling over The Dutch Caribbean. Zij ontving de pestigieuze 2012 Curatorial Fellowship van de Andy Warhol Foundation. Lewis zal ook de voormalige Nederlandse Antillen en Suriname bezoeken.
In preparation for the fall 2015 exhibition Negotiating Identity: The Space Between Assimiliation and Resistance in Contemporary Dutch Caribbean Diasporan Art, curator Shantrelle Lewis will investigate the ways in which geopgraphy, language, cosmology, slavery, colonialism, independence and migration have shaped the identities (and the art practices) of artists in the Dutch caribbean diaspora, which encompasses Aruba, Curaçao, St. Maarten, Suriname and the Netherlands (including Bonaire, Saba and Sint Eustatius), perhaps due to a combination of language barriers and physical remoteness, there has been very little contemporary art scholarship that connects activitivity in the Dutch caribbean to larger conversations about the African diaspora in the Western hemisphere. Lewis will travel to the Netherlands for an extended stay during which she will make studio visits, identify artists for the exhibition and meet with art historians and scholars to identify essayistst and topics for the exhibition's catalogue. The curator will travel to the Dutch Caribbean islands and Suriname to meet local artists, curators and scholars and to visit institutions such as Ready Tex Gallery (Suriname) and Institute Buena Vista (Curaçao). Lewis will document her meetings with videotaped interviews that will later be edited into a mini-documentary.
'Waarom werd Alleen Maar Nette Mensen niet gemaakt door mensen met kennis van de Bijlmer?'
door Quinsy Gario
Waar blijven de verhalen bedacht en verteld door niet-autochtone
filmmakers, theatermakers, schrijvers en regisseurs?, vraagt
theatermaker en dichter Quinsy Gario zich af. Dan was Alleen Maar Nette
Mensen niet zo racistisch geweest. 'Jonge niet-westerse allochtonen
hebben geen toegang tot netwerken om hun verhalen met het mainstream
publiek te delen.'
Op mijn kritische recensie van de film Alleen Maar Nette Mensen (zie bericht hieronder) volgde het verplichte stuk van GeenStijl, waarna ik werd overstelpt met racistische bevestigingen van mijn kritiek. ![]() |
| Still uit Alleen Maar Nette Mensen |
Ik moet toegeven dat de schrijver van het GeenStijl-stuk, René van Leeuwen, een interessante invalshoek kiest voor zijn kritiek op mijn stuk. Door de film Alleen Maar Nette Mensen tegenover de tv-serie en films New Kid' te zetten, plaatst hij twee producties waarin autochtone Nederlanders het verhaal hebben bedacht en verfilmd naast elkaar. Waar New Kids gemaakt is door jongens die de Brabantse setting waar het verhaal zich afspeelt door en door kennen, is Alleen Maar Nette Mensen echter gemaakt door mensen die vrij weinig van de Bijlmer afweten.
| Bijlmermeer, metroviaduct. Foto © Michiel van Kempen |
Strooptocht
Regisseur Lodewijk Crijns vertelt zelfs in Plot, vakblad voor scenaristen, dat hij samen met Robert Vuijsje op een nachtelijke 'strooptocht' ging in de Bijlmer om te kijken hoe het er op obscure feesten aan toe ging. Worden de mensen in Amsterdam-Zuid ook neergezet als dieren als men daar op locatie scouting gaat? Eerder in hetzelfde stuk heeft hij het over zijn fascinatie voor vrouwen uit andere milieus 'omdat die nog wel wisten wat vrouwelijkheid inhield.' Kan het nog fetisjistischer?
Het probleem zoals Van Leeuwen in zijn GeenStijl stuk zo goed neerzet, is hoe de makers omgaan met de personages die ze hebben gecreëerd. Waar in New Kids de personages 'lovable losers' zijn die behoorlijk uit de bocht vliegen, wordt de zwarte familie uit de Bijlmer afgeschreven als een groep wilde dieren. Dit in tegenstelling tot de Joodse familie die wel de kans krijgt om te veranderen. Wanneer Crijns zegt dat hij net als David 'uit een elitair milieu komt' en 'een fascinatie had voor mensen uit andere milieus' geeft hij waar zijn empathie voor de Davids familie vandaan komt en tevens waar zijn fetisjistische behandeling van de familie van Rowanda vandaan komt.
Slachtofferrol
Deze vereenzelviging van de maker met de hoofdpersoon geeft ook aan dat hoewel Surinaams-Nederlands en Caribisch-Nederlandse acteurs hieraan meededen, het niet hun verhaal was. Zoals ik in een eerder opiniestuk schrijf, waren zij slechts decor voor het uitleven van de seksistische en racistische verbeelding van onder anderen Vuijsje, Cruijns, Topkapi Films, het Abraham Tuschinski Fonds, het COBO Fonds, het Film Fonds, woningcorporatie Ymere en publiciteitsbedrijf Wild Bunch.
Vaak wordt gezegd dat je een slachtofferrol aanneemt als je durft te zeggen dat er iets fundamenteel mis is met de beeldvorming in Nederlandse mediaproducties. Wat vaak als argument wordt gebruikt, is dat auteurs en acteurs van niet-autochtone afkomst maar hun eigen verhalen moeten gaan maken.
Netwerken
Waar blijven de verhalen bedacht en vertelt door Surinaams-Nederlandse, Caribisch-Nederlandse, Ghanees-Nederlandse of Somalisch-Nederlandse filmmakers, theatermakers, schrijvers en regisseurs? Het probleem is de toegang tot de netwerken, mogelijkheden en platforms om deze verhalen met het mainstream publiek te delen. Gatekeepers moeten je het ook gunnen.
De stad Amsterdam bestaat voor 39 procent uit niet-westerse allochtonen en huist 177 verschillende nationaliteiten, maar geeft tegelijkertijd aan dat het filmfestival Africa In The Picture en MTNL (Multiculturele Televisie Nederland) er niet meer toe doen. Het MC Theater, dat al jaren ruimte biedt aan theatermakers die de multiculturele samenleving als een gegeven ervaren, krijgt geen subsidie meer. Productiehuizen waar jonge niet-westerse allochtonen kunnen experimenteren en hun kunst kunnen leren, verfijnen en uitdiepen, worden gekort of moeten het veld ruimen.
Drempel
Het Mediafonds heeft onlangs het Nu of Nooit project een vervolg gegeven waarbij jonge makers 'kleurrijk jeugddrama' kunnen maken. De eisen zijn hoog: Je mag pas meedoen als je een producent hebt met drie professioneel gerealiseerde projecten, en je uit een duo bestaat van een schrijver en regisseur die elk ten minste 1 professioneel gefinancierd en gerealiseerd project op hun cv hebben. Voor wie is dat project van het Mediafonds eigenlijk wanneer de drempel voor deelname zo hoog is?
Projecten als die van het Mediafonds tonen dat het nog steeds niet duidelijk is dat de multiculturele samenleving een gegeven is. Het niet iets wat verdedigd of aangevallen moet worden. Het is een realiteit.
![]() |
| Mike Libanon |
Toen de Amerikaanse regisseur Spike Lee in 2010 in Nederland was, schroomde de Nederlandse acteur Mike Libanon niet om hem te vragen of hij de zwarte acteurs in Nederland kon helpen. Libanon gaf aan dat het moeilijk was om aan werk te komen met een bi-culturele achtergrond. Hij had gespeeld in het stuk Blackface in het Orkater theater en zei dat sommige passages over zijn personage ronduit stuitend en racistisch waren. De passages waren geschreven door autochtonen Vincent van Warmerdam en Michel Sluysmans.
Rowanda
Om mij heen hoor ik verhalen van mensen die pas voor een rol gevraagd worden wanneer ze expliciet op zoek zijn naar een specifieke etniciteit of huidskleur. Actrice Imanuelle Grives hebben we gezien als het hysterische Pokkie Pokkie meisje en als de vetgemeste Rowanda. Wat zal de volgende rol zijn die zij aangeboden krijgt?
De populaire Amerikaanse site Slate publiceerde een stuk over de HBO-televisieserie Girls die, hoewel het zich afspeelt in New York, geen enkele Afro-Amerikaanse acteur in dienst had. Casting-agentschappen vinden het moeilijk om acteurs met een bi-culturele achtergrond en niet-autochtone huidskleur bij 'normale' rollen te plaatsen. Rollen zonder etnische omschrijving worden namelijk begrepen als rollen voor autochtonen. Of zoals Toneelgroep Amsterdam met Othello liet zien; zelfs met een etnische omschrijving worden ze aan autochtonen acteurs gegeven.
![]() |
| Toneelgroep Amsterdam speelt Othello |
Volgens velen zorgt het aankaarten van racisme en seksisme met naam en toenaam, zoals in Alleen Maar Nette Mensen, ervoor dat het pas echt bestaat. De personages uit de Bijlmer in Alleen Maar Nette Mensen zijn slachtoffers van racisme, seksisme, armoede, seksueel misbruik, ongezonde voeding en bestuurlijke dwalingen. Het rauw realisme van de fil, waar Nausicaa Marbe het over heeft, is een creatie door keuzes. De vraag die gesteld moet worden is: wie heeft deze personages in deze posities gezet om er vervolgens voyeuristisch naar te gluren?
Marbe begaat dan ook een flinke denkfout met haar impliciete bewering dat soortgelijke mensen uit de Bijlmer blij zijn met hun situatie en het wel naar hun zin hebben zo. Een filmmaker met intieme kennis en banden met de buurt had wel empathie voor deze groep kunnen verwerken in de verfilming van het boek. Iets wat Crijns duidelijk niet heeft geprobeerd of wat hem niet is gelukt.
Quinsy Gario is theatermaker en dichter. In november 2011 won hij MC Theater's Hollandse Nieuwe Theatermakersprijs. Op dinsdag 30 oktober speelt zijn nieuwe voorstelling in Podium Mozaïek genaamd 'Geit in Blik' dat over de formatie van het nieuwe kabinet gaat.
[uit de Volkskrant, 26/10/12]
Alleen Maar niet zo Nette Mensen
De verfilming van het boek van Vuijsje is een racistisch spektakel
door Quinsy Gario
Vanaf de cast-presentatie in 2011 was het al duidelijk dat de verfilming van Alleen Maar Nette Mensen een racistisch spektakel zou worden. Jeroen Krabbé gaf toen aan dat het boek van Vuijsje een ode was aan de zwarte vrouw. Gezien de verfilming is het duidelijk dat Krabbé de betekenis van het woord 'ode' niet begrijpt. Een film waarin een Joodse jongen (Géza Weisz) uit Amsterdam Zuid uit een links intellectueel gezin (Jeroen Krabbé en Annet Malherbe), die Marokkaan genoemd worden als een belediging ervaart, op zoek gaat naar zijn ultieme andere en dan uitkomt bij een zwarte vrouw met overgewicht uit de Bijlmer (Imanuelle Grives), dan weet dat je dat het geen eerbetoon is aan 'de zwarte vrouw'. Als 'de zwarte vrouw' 15 kilo moet aankomen, zoals Imanuelle Grives aangaf om het 'Vuijsje type' te worden, wordt zij niet geëerd maar tentoongesteld.
door Quinsy Gario
| Quinsy Gario; foto @ Michiel van Kempen |
Vanaf de cast-presentatie in 2011 was het al duidelijk dat de verfilming van Alleen Maar Nette Mensen een racistisch spektakel zou worden. Jeroen Krabbé gaf toen aan dat het boek van Vuijsje een ode was aan de zwarte vrouw. Gezien de verfilming is het duidelijk dat Krabbé de betekenis van het woord 'ode' niet begrijpt. Een film waarin een Joodse jongen (Géza Weisz) uit Amsterdam Zuid uit een links intellectueel gezin (Jeroen Krabbé en Annet Malherbe), die Marokkaan genoemd worden als een belediging ervaart, op zoek gaat naar zijn ultieme andere en dan uitkomt bij een zwarte vrouw met overgewicht uit de Bijlmer (Imanuelle Grives), dan weet dat je dat het geen eerbetoon is aan 'de zwarte vrouw'. Als 'de zwarte vrouw' 15 kilo moet aankomen, zoals Imanuelle Grives aangaf om het 'Vuijsje type' te worden, wordt zij niet geëerd maar tentoongesteld.
Waar je bij het boek nog de mogelijkheid had
voor een eigen kritische reflectie, is er bij de film geen tijd om na te
denken over de mensonterende, gewelddadige en dehumaniserende taferelen
die aan elkaar gerijgd zijn. Door dit onder de noemer van humor te
plaatsen krijgt het publiek niets anders voorgeschoteld dan de zoveelste
gewelddadige bevraging van de menselijkheid van zwarte mensen verpakt
als luchtig entertainment.
Voor de duidelijkheid: Alleen Maar Nette Mensen is
een 89 minuten durend aanval op de Bijlmer, de Surinaams-Nederlandse en
de Caribisch-Nederlandse gemeenschappen en de cultuur uit deze
gemeenschappen. De racistische en seksistische taferelen vliegen je om
de ogen en oren. Terwijl Vuijsje van meet af aan zijn boek verdedigde
zijnde fictie (ondanks het feit dat hij Hanneke Groenteman niet
verbeterde toen ze vol verbazing tegen hem vertelde dat ze niet wist dat
het er zo aan toe gaat in de Bijlmer) heeft Lodewijk Crijns ervoor
gezorgd om het zo realistisch mogelijk te maken.
![]() |
| Vernieuwde Bijlmermeer, nabij station Ganzenhoef |
Voor het realisme is namelijk het AT5-incident met
voormalig stadsdeelvoorzitter Elvira Sweet uit 2009 opgenomen als
doodnormaal tv decor. Voor degene die het niet weten, de zomer van 2009
was een nogal tragische en bewogen periode in het stadsdeel, omdat een
aantal jonge zwarte mannen op opzichtige wijze van hun leven werden
beroofd. In de film wordt de herinnering aan deze verloren levens te
grabbel gegooid op de meest walgelijke manier mogelijk.
Onverschilligheid.
Terwijl Krabbé, Weisz en Malherbe op bezoek zijn bij
Grives, Will Fraser, Yamill Jones en Urmie Plein, die de moeder van
Grives maar niet op de site van de film wordt genoemd, hoor je een
jongeman, de muzikant Hydro, in de achtergrond schreeuwen tegen
voormalig stadsdeelvoorzitter Sweet. Dit terwijl iedereen uit Zuidoost
weet dat hij, als het niet diezelfde dag was, zijn excuses aan haar
heeft aangeboden omdat zijn moeder hem dat heeft opgedragen. Dat hij een
vriend heeft verloren de dag voor die bewuste opnames en zo heftig
tegen Sweet uitvalt wordt ontdaan van de pijn en het letterlijk verlies
van levens die eraan vooraf ging.
![]() |
| Still uit Alleen Maar Nette Mensen |
'Is de mainstream Nederlandse theater-, film- en
televisiewereld zo onbarmhartig richting acteurs met een kleur dat
slechts dit soort rollen op nationaal niveau beschikbaar zijn?'
Wat deze keus voor achtergrondbeeld ook absoluut
walgelijk maakt is dat de nationale hit Hindabuilding van de
Hydroboyz, waar Hydro deel van uitmaakt, ook te horen is tijdens de film
en opgenomen is in de soundtrack. Dit terwijl de maker van het nummer
door dezelfde film wordt neergezet als het toonbeeld van de aggressieve
en schreeuwerige zwarte man. Het is een ongelofelijk empathieloze trap
na gezien de verloren levens en getoonde pijn van die confrontatie.
![]() |
| Affiche voor de releaseparty van Hindabuilding |
Het ongeloof dat me overkwam toen ik het nummer
hoorde, na het zien van die scène, was dezelfde toen ik de acteurs op
het scherm zag in de verschillende mensonterende scènes (o.a. van een
zwarte actrice die spuug op de penis van Weisz smeert omdat hij hem niet
omhoog kan krijgen of de zwarte actrice die een moeder speelt die in
een kelderboks seks met wildvreemde mannen heeft, met haar kind in
dezelfde ruimte). Wat deden deze professionals in een film die de zwarte
vrouw als een oversekst beest met overgewicht neerzette? In een film
die de zwarte man weergeeft als een dier die alleen maar zijn eigen pik
achterna rent? In een film waar zwarte moeders constant het mikpunt van
belediging en spot zijn? Is de mainstream Nederlandse theater-, film- en
televisiewereld zo onbarmhartig richting acteurs met een kleur dat
slechts dit soort rollen op nationaal niveau beschikbaar zijn? Na de
zoveelste moedwillige sneer naar deze groep, door de casting van Hans
Kesting voor de rol van Othello in het gelijknamig stuk van Toneelgroep
Amsterdam, blijkt het antwoord een volmondige ja.
Maar dit ligt niet alleen aan de gatekeepers van die
wereld, de producenten, casting managers, regisseurs en script
schrijvers. Wanneer er gekeken wordt naar de locaties en de financiering
van de film wordt het duidelijk dat het probleem groter is dan slechts
de kunstenwereld. De kelderboxseksscène bijvoorbeeld is mogelijk
gemaakt door woningcorporatie Ymere. Toen de filmmakers in september
2011 by Ymere aanklopten kregen ze toestemming om een kelderbox te huren
bij het kunstenaarscomplex Heesterveld Creative Community. Met een
telefoontje, een handtekening en een ja-woord heeft Ymere bijgedragen
aan de zoveelste aanslag op de Bijlmer. Net nu de wijk in aanzien begon
te klimmen door onder andere het door Ymere zelf geïnitieerde project,
waar om en nabij 86 kunstenaars, muzikanten, dansers, theatermakers,
filmmakers, gastronomische artiesten en een copyrightspecialist bij
elkaar zijn gebracht.
![]() |
| Abraham Tuschinski |
De film zelf is ook mogelijk gemaakt door het
Abraham Tuschinski fonds, het COBO Fonds en het Film Fonds. Waarbij de
bijgedragen bedragen van de publieke fondsen COBO en het Film Fonds niet
online te vinden zijn, kan men natrekken dat Het Abraham Tuschinski
fonds 122 duizend euro aan het project heeft gegeven. Dat fonds is
opgezet door filmdistributeurs en bioscoopexploitanten. Na het kiezen
om hun fonds slechts in naam te liëren aan Abraham Tuschinski, een van
de grondleggers van de filmindustrie in Nederland, en niet ook te kijken
naar de specifieke omstandigheden waardoor een Joodse man aan het begin
van de twingste eeuw zo rijk kon worden is een teken van het
kleurenblindracisme dat Nederland in zijn grip heeft.
Daarnaast horen publieke gelden niet gebruikt te
worden om eeuwenoude racistische beelden onkritisch de wereld in te
slingeren zoals Willem Bosch vorig jaar nog stelde. Hoe is dit door de
beoordelingscommissie gekomen? Toen ik naar een DVD-screener vroeg om
aan recensenten in het buitenland te tonen kreeg ik geen antwoord van
Wild Bunch, die de persvertoning had georganiseerd. Waar we dus constant
te horen krijgen dat onze investeringen over grenzen heen moeten gaan
hebben deze fondsen dus in een project geïnvesteerd waar de makers zelf
bang zijn om het aan het buitenland te tonen. Dit is dus een slechte
investering geweest.
| Bijlmermeer, omgeving station Ganzenhoef |
Toen ik de bioscoop instapte voor de persvertoning
van Alleen Maar Nette Mensen had ik gehoopt dat de makers hadden geleerd
van de kritiek op het boek. Ik had gehoopt dat men wist wat het
verschil tussen een boek met racistische elementen en een film met
racistische elementen zou zijn. Ik had gehoopt dat op het einde van de
film de Afro-Nederlandse gemeenschap als volwaardige en gelijkwaardige
mensen getoond zouden worden. Ik hoopte dat net als de Joodse familie de
Surinaams-Nederlandse familie eruit zou komen als een familie met zijn
eigen charmante eigenaardigheden. Voor de zoveelste keer is duidelijk
dat je maar beter niet op een verbeelding van raciale gelijkwaardigheid
door de dominante cultuur, en zij die daar aan mee willen doen, kan
hopen hier in Nederland. Je eindigt namelijk altijd met teleurstelling
over de beelden, de makers en de zogenaamde bondgenoten die eigenlijk
willen dat je de problemen niet benoemt.
[van www.joop.nl, 14 oktober 2012]
[van www.joop.nl, 14 oktober 2012]
Labels:
film,
Gario Quinsy,
racisme,
recensie,
Vuijsje Robert
Achter tomeloze creativiteit gaan angst en agressie verscholen
door Aart G. Broek
Na zes jaar bij het Korps Militaire Politietroepen te hebben gediend, stapte Pierre A. Lauffer begin maart 1945 weer als burger uit de politiepost van Rio Canario aan de rand van Willemstad. De oorlogsjaren leverden Lauffer (1920-1981) een reeks belevenissen op, die hij in verhalen zou verwerken. ‘Een stukje van mijn hart’, zo maakte Lauffer later kenbaar, ‘is altijd politieman gebleven’: un parti di mi kurason a keda polis káska berde.
Kompi
Klappen
Waardering
Standaard
Bernadette Heiligers, Pierre Lauffer; Het bewogen leven van een bevlogen dichter. Haarlem: In de Knipscheer, 2012. ISBN 9789062658145, geïllustreerd, 302 pp.
Na zes jaar bij het Korps Militaire Politietroepen te hebben gediend, stapte Pierre A. Lauffer begin maart 1945 weer als burger uit de politiepost van Rio Canario aan de rand van Willemstad. De oorlogsjaren leverden Lauffer (1920-1981) een reeks belevenissen op, die hij in verhalen zou verwerken. ‘Een stukje van mijn hart’, zo maakte Lauffer later kenbaar, ‘is altijd politieman gebleven’: un parti di mi kurason a keda polis káska berde.
![]() |
| Cola Debrot overhandigt prijs aan Pierre Lauffer |
Lauffer had een
hekel aan de politiële hiërarchie en hij moest de nodige ervaringen met
aanmatigend en discriminerend optreden naar zijn collega’s en hem verstouwen.
Toch zou het plezier dat hij beleefde aan zijn werk als politieman
overheersen in de verhalen die hij jaren later onderbracht in de bundel Seis anja káska verde (1968). De kleur
van de uniformen had de militaire politie de benaming ‘bananen in groene
schil’ bezorgd. Lauffer verwerkte dit demonstratief in de titel. De groene
schil onderscheidde zijn korps niet alleen van de veldwachters: de bananen in
gele schil, maar ook van de dienstplichtige soldaten: de schutters. Lauffer
had bewust de dienstplicht ontlopen door zich aan te melden als lid van het
militaire politiekorps. Die baan betaalde beter en was een stuk
avontuurlijker.
Kompi
Nog voor Lauffer het korps verliet, verwerkte hij
werkervaringen in twee korte, Nederlandstalige verhalen. Die verschenen in
het Militair- en Politietijdschrift
voor Curaçao, in de laatste nummers van 1944. In ‘Wachter, wat is er van
de nacht?’ tekent hij op enigszins poëtische wijze de nachtelijke rondgang
van politie door de wijken van ‘de Punda’ in Willemstad. Van een geheel
andere orde is het verhaal ‘Kompi’. Dat schetst de levensloop van een
‘manneke’ dat op jonge leeftijd zijn moeder verliest en vervolgens voor galg
en rad opgroeit.
In enkele zinnen geeft Lauffer te kennen waar een
dergelijke levenswandel eindigt. ‘(Kompi’s) dagen rijgen zich aaneen tot de
ketting van verbittering die hem later naar de gevangenis zal sleepen. Als
anderen met nieuwe hoop de zon zien rijzen aan de gouden horizon, ziet hij
slechts bloed, haat en tegenslag. Totdat hij man zal zijn. Dan zal hij zich
met dierlijke kracht verheffen tot een wrede koning van de Punda. Vallen zal
eenieder die hem tergt. Verpletteren zal hij het schoonste en het edelste,
omdat men zijn dorst met gal gelescht had en zijn honger met steenen heeft
gestild. De wereld zal hem verachten, maar hij zal waanzinnig worstelen tegen
recht en wet, totdat hij met schuim op de lippen ineen zal storten.’
Het verhaal sloot naadloos aan bij bestaande inzichten dat
zij die wij tuig van de richel noemen, zo ‘geworden’ zijn door de sociale
omgeving waarin zij opgroeien. Door vernederingen en door het beschamen van
verwachtingen ontstaat agressie. Geweld bij de een wordt als het ware
opgewekt, soms zelfs uitgelokt, door gedrag en handelen van anderen in de
omgeving.
Klappen
Niet alleen Kompi maar ieder van ons is het ‘resultaat’
van aangeboren eigenschappen én van onze omgeving. Dat geldt vanzelfsprekend
ook voor Lauffer zelf. Hij kon een aanzienlijk agressief en zelfs gewelddadig
handelen te zien geven in de huiselijke sfeer. ‘Zijn woorden kwamen harder aan
dan zijn klappen’, herinnert een van zijn kinderen zich. Niet minder pijnlijk
was, dat hij zich in het openbare leven uitgesproken onbeschoft kon gedragen.
In de eilandelijke samenleving was Lauffers agressieve en onbehouwen optreden
niet onbekend, maar nu heeft Bernadette Heiligers dit geboekstaafd in een
biografie van deze man die het literaire schrijven in het Papiaments tot
ongekende hoogte opstuwde.
Wanneer zijn vrouw hem negen kinderen heeft gegeven en
uiteindelijk bij hem vertrekt, voelt Lauffer zich diep vernederd. Heiligers
heeft dan al zeer invoelbaar gemaakt, dat Lauffer zijn vrouw een buitengewoon
zwaar leven had bezorgd en dat zij begrijpelijkerwijs de koestering en bescherming
van een andere man verkoos boven het grove en egocentrische optreden van
Lauffer. De afwijzing door zijn vrouw ervaart Lauffer als schaamtevol en
voedt zijn agressie tot in een van zijn columns: ‘Vrouwen die zich op de
doodlopende weg van overspel begeven, zijn over het algemeen domme vrouwen
die geen culturele bagage en geen goede achtergrond hebben.’ Lauffer
hertrouwt, komt enigszins tot rust en hij lijkt zich - naar de woorden van
Lauffers biechtvader pater Amado Römer - het eigen falen langzaam maar zeker
wel te zijn gaan beseffen.
Tot een volmondig onderkennen van de eigen
schaamte-ervaringen komt het niet. Wél lijken die ervaringen zijn
melancholische neigingen te versterken, dringt een zekere verbittering zijn
werk in en tekent hij zich als een weerloos slachtoffer. Lauffer is niet de
eerste die zich beschermt tegen zijn eigen onvermogen door beschuldigend naar
‘de ander’ te wijzen. Het onderkennen van de eigen verantwoordelijkheid is
pijnlijk. Het etaleren van het eigen verdriet vergroot de kans op leedvermaak
en nog meer schaamte-ervaringen.
Lauffer is evenmin de enige die naar buiten toe een zekere
nonchalance neerzet, waarachter een intens verlangen naar erkenning en angst
voor afwijzing schuilgaat. Heiligers tekent dit verlangen onder meer op uit
de mond van een van zijn dochters. Lauffer had gedichten ingestuurd voor een
prijsvraag van het Cultureel Centrum Curaçao in 1963. ‘Op de dag dat ze
bekend zouden maken wie de prijs gewonnen had, zat Pai in spanning aan de
radio gekluisterd. We zaten allemaal om hem heen toen hij als winnaar werd
uitgeroepen. Het was alsof de zon om hem heen begon te stralen, zo blij was
Pai.’ De uitreiking geschiedde door de literair auteur, arts en politiek
bestuurder Colá Debrot, toen gouverneur van de Antillen. Debrot sprak en
schreef waarderend over het werk van Lauffer, die hij ‘dichter bij de gratie
Gods’ noemde.
Waardering
Debrot zal het gemeend hebben. In het licht van het
netwerk dat hij had - juist ook in (literair) Nederland - heeft Debrot het
werk van Lauffer slechts mondjesmaat weten te promoten. Opname van
vertalingen van Lauffers werk in het door Debrot geredigeerde Antilliaanse Cahiers had niet
misstaan. Desalniettemin is het niet alleen de uitgesproken waardering van
Debrot die Lauffer goeddeed. Debrot heeft de nodige invloed gehad op het
denken van Lauffer. Zijn weergave van de literaire geschiedenis werd sterk
gevoed door de publicaties die Debrot er aan wijdde. Bovendien is de
verdediging van etnische diversiteit en menging als eigen aan het eiland - de
zogenoemde creolisering - een gedachtegoed dat Debrot uitwerkte en Lauffer
vervolgens verwerkte in zijn verhalen en gedichten.
Lauffer haalde scherp uit naar iedere reductie van de
eilandelijke authenticiteit tot het Afro-Antilliaanse eigene, zeker na de
revolte van mei 1969. Anderzijds bewonderde hij als geen ander de vitaliteit,
geborgenheid en schoonheid van de bevolkingsgroep waarvan de oorsprong in
Afrika ligt. Die bewondering heeft Lauffer in tal van gedichten en verhalen
gestalte gegeven. Dit literaire werk vormt als zodanig een felle kritiek op
de eilandelijke sociale verhoudingen, die de Afro-Curaçaose groep aanhoudend
een ondergeschikte en vernederende plaats toekende.
Lauffer zou zijn maatschappijkritiek aantrekkelijk
verpakken en de gevestigde orde zodoende niet rechtstreeks aanvallen.
Heiligers citeert Frank Martinus Arion, die Lauffer op de vingers lijkt te
tikken door niet expliciet op de blanke elite te wijzen als de bron van
uitbuiting, vernedering en discriminerende schaamte-ervaringen. ‘Omdat
(Lauffer) niet duidelijk laat blijken waar hij voor staat, kan je niet zeggen
dat hij behalve een sociaal geweten ook sociale principes heeft. Dat geldt
voor meer schrijvers met een soortgelijke achtergrond. Als puntje bij paaltje
komt, houden ze rekening met de groep waar ze uit voortgekomen zijn.’
Het is aannemelijk dat Lauffer daar rekening mee heeft
gehouden. Hij was tenslotte niet een uitgesproken nazaat van Afrikaanse
slaven, al ontbrak een Afrikaans lijntje niet. Een joods lijntje ontbrak
evenmin, daar zijn moeder een buitenkind was van een joodse man en een
Afro-Curaçaose moeder. Zij was rooms-katholiek, evenals zijn blanke vader,
Antoine Lauffer. Zijn vader was aanvankelijk een redelijk succesvolle
ondernemer. Door toedoen van de internationale crisis ging hij in de loop van
de jaren dertig failliet. Dit bracht armoede en een fors statusverlies met
zich mee. Deze ingrijpende verschuiving verscherpte Pierres ervaringen met de
etnisch gekleurde scheidslijnen, waarmee hij onvermijdelijk al kennis had
gemaakt.
Standaard
Buitenechtelijke kinderen werden bijvoorbeeld niet in het
sociale circuit uitgenodigd waar blanke familieleden en vrienden kwamen,
zeker niet als zij een druppeltje negerbloed in hun aderen hadden. Dat waren
overwegend gescheiden circuits. In de woorden van Ronnie Capriles, een van
Heiligers’ informanten: ‘(Wij) werden geïndoctrineerd dat zwart verkeerd en
lelijk was. Mooi was synoniem van wit. Ik weet zeker dat Pierres werk, waarin
hij de zwarte vrouw op een voetstuk plaatst en expliciet over het
gevoelsleven van de zwarte schrijft, een revanche was op de hypocriete
samenleving waarin hij opgroeide.’
Heiligers meent dat het onwaarschijnlijk is dat ‘Pierre
meer dan gemiddeld geleden heeft onder de toen heersende vormen van
discriminatie.’ Uit haar biografie krijg ik toch de indruk dat Lauffer wel
eens meer geleden kan hebben dan wordt verondersteld (al is dat mogelijk niet
meer dan gemiddeld). Lauffer had misschien meer aan pijn met Kompi gemeen dan
we vermoeden. Op basis van zijn werk concludeert Heiligers met recht, dat
Lauffer ‘het vooral onrechtvaardig (vond) dat blanke mannen, die
buitenechtelijke kinderen bij gekleurde vrouwen verwekten, zelf bij de elite
bleven horen terwijl de kinderen tweederangsburgers werden’. Door zijn moeder
was Lauffer de zoon van zo’n tweederangsburger. Door het failliet van zijn
vader werd hij de zoon van een tweederangsburger.
Gezien Lauffers betrokkenheid bij deze thematiek, maar
evenzeer gegeven zijn agressie, angsten en verlangens lijkt hij meer verwond
door de sociaal-etnische verhoudingen dan zijn werk expliciteert. Kon
expliciteren? Zijn moeder bleef, zo maakt Heiligers kenbaar, loyaal aan de
familie van haar joodse vader en waarschuwde om niet in de hand te bijten die
haar wél had gevoed. Enerzijds de hypocrisie willen kritiseren, anderzijds
zélf die hypocrisie moeten ontzien, zelfs accepteren. Dat zorgt voor een
spanningsvolle emotionaliteit aan schaamte-ervaringen én in het uitzonderlijke
geval van Lauffer voor een indrukwekkende creativiteit.
Heiligers tekent de menselijke spanningen die de
veelgeprezen auteur teisterden. Zij doet dit op bewonderenswaardige wijze,
meeslepend, afgewogen. Zij trekt de lezer door het leven en door het werk van
Lauffer met een verleidelijke vaart en weet toch de vele informatie knap te
spreiden. Een betere verantwoording van bronnen is wenselijk, maar dat zal de
meeste lezers een zorg zijn. We willen de mens Lauffer beter leren kennen,
dat kan nu. Heiligers zet met de biografie een standaard neer. Een welkome
hóge standaard. Hiermee zullen de letteren van de eilanden - biografen en
lezers - hun voordeel kunnen én moeten doen.
Bernadette Heiligers, Pierre Lauffer; Het bewogen leven van een bevlogen dichter. Haarlem: In de Knipscheer, 2012. ISBN 9789062658145, geïllustreerd, 302 pp.
[uit Amigoe Ñapa, zaterdag, 27 oktober 2012]
Foto’s: archief FPL
Labels:
biografie,
Broek Aart,
Heiligers Bernadette,
Lauffer Pierre,
recensie
Abonneren op:
Posts (Atom)
























