Natuurlijk namen we op Curaçao de gelegenheid om weer
contact te hebben met de mensen die we kennen van weleer. Men is geïnteresseerd
en het boek ging rond. Ik verkocht er ook een tiental aan Mensing’s Caminada,
de grootste boekhandel op het eiland. Ik legde ook nieuwe contacten, maar het
verliep ietwat stroef allemaal. Op vrijdag 19 april presenteerde ik mijn boek
op het landhuis Ascención. Frans Kerklaan, de vlootaalmoezenier, had me
daarvoor uitgenodigd in december van vorig jaar, toen ik ook nog voor een kort
bezoek op Curaçao was.
Ascención. Prachtige plek met dierbare herinneringen voor mijzelf. Mijmerplek. Ik vind het bijzonder dat ik hier mocht presenteren. Ik vertelde mijn verhaal met powerpointplaatjes en geluiden. En dat voor een aardig gezelschap van mensen die mij kennen. Ook hier had ik wat meer mensen verwacht. Maar goed… er ontstond ook discussie. En dat scherpt je weer in de uitleg van sommige beweringen. Bij deze lezing waren ook onze kinderen (met aanhang) en de kleinkinderen aanwezig. We waren hier ook voor vakantie.
![]() |
| Landhuis Ascención. Foto © Tarnix Bulder |
Ascención. Prachtige plek met dierbare herinneringen voor mijzelf. Mijmerplek. Ik vind het bijzonder dat ik hier mocht presenteren. Ik vertelde mijn verhaal met powerpointplaatjes en geluiden. En dat voor een aardig gezelschap van mensen die mij kennen. Ook hier had ik wat meer mensen verwacht. Maar goed… er ontstond ook discussie. En dat scherpt je weer in de uitleg van sommige beweringen. Bij deze lezing waren ook onze kinderen (met aanhang) en de kleinkinderen aanwezig. We waren hier ook voor vakantie.
Jeroen Heuvel, verslaggever bij het Antilliaans Dagblad (AD)
hield kort een interview en schreef een artikel. Het is altijd moeilijk na te
gaan wat de effecten zijn van een dergelijke publicatie. ‘Het onmogelijke
vragen’ kopte het AD. Heuvel schreef onder andere: “Stelt Van Lit zich
op als een vader die meent te weten wast het beste is voor een puber, of heeft
deze makamba – en dat gebruik ik hier in de oorspronkelijke
betekenis van ‘iemand die niet van ons is maar die we wel als vriend beschouwen
– genoeg mensenkennis en inzicht in de ‘Curaçaoënaar’ om een geduldiger, goede
dialoog aan te gaan”? en dat omdat ik “het onmogelijke vraag”, een
retorische slotvraag van Heuvel in dit artikel. Het artikel is ook te
vinden op deze blogspot (klik hier). Op 23 april vlogen we terug naar Nederland en op 24 april
waren we weer thuis in België. De winter was nog niet over.
“Een langdurig langzaam groeiend conflict”
Ik blijf in contact met Donny Wout op Bonaire. Hij vertelde
me dat bij Bon FM bij andere interviews mijn boek ook nog is gepasseerd. Iemand
vroeg zich af of ik de gebeurtenissen kan voorspellen. Ik schreef onder andere:
“Er is teveel confrontatie. Men scheldt en schuwt geen verbaal geweld. Nog
steeds alleen maar verbaal geweld.” (Cariben pag. 161.) Op 5 mei werd
Wiels vermoord. Ik kán niets voorspellen, natuurlijk niet. De angst voor
anarchistisch, hard en ongenadig geweld nam toe in de dagen na de aanslag. De
trein van speculaties, verwijten en verwijzingen versnelde. Was het de
georganiseerd misdaad? Wraak (persoonlijk of van criminele aard)? Een politieke
daad? Naijver? Iedereen gruwt; men is ontzet. Sommigen roepen Wiels plots uit
tot nationalistische martelaar en ze vergelijken hem met Martin Luther King of
Mandela; anderen roepen hel en verdoemenis uit. Men vreest meer geweld. Wiels
was nationalist en schuwde zelf geen gescheld en geschreeuw. Hij ruide mensen
op, lokte verzet uit en dat deed hij op harde en scherp confronterende toon.
Sommigen noemden hem racist. En nu… soms is er paniek; men probeert het voorval
te doorgronden.
“Mijn theorie is dat het een langdurig, langzaam groeiend
conflict was dat leidde tot een samenzwering tot moord”, schreef Jacob
Gelt Dekker ergens op internet. Een langdurig, langzaam groeiend conflict… een
structureel diep gewortelde maatschappelijke ruzie, waarin de complexen van
woede, schaamte, schuld, enz. al decennialang smeulen, traag branden. Geregeld
laait die maatschappelijke veenbrand op, furieus en vlammend. Zo is het;
dergelijke gloed is onvoorspelbaar en genadeloos en richt zich bij de
uitbarsting tegen iedereen die toevallig op zijn weg komt. Ik heb wel
geschreven over de sociale veenbrand met het thymotisch fluïdum van zogenaamd
miskend historicisme en mystiek psychologisme, de constante verwijzing naar het
determinisme van een hermetisch gesloten cultuursysteem, de gevaarlijke utopie,
de manie van zeurend nationalisme en de rabiate latente gramschap door beschaming;
dit – zo denken velen – is allemaal de motor van de geschiedenis. Bij een
dergelijke explosieve sociale mix gooit men allicht wel eens met stenen of …
vallen soms schoten.
Anderen veronderstellen dat de moord ook gepleegd kan zijn
door een ordinaire crimineel in opdracht van de georganiseerde misdaad. Over
georganiseerde misdaad heb ik het niet gehad in het boek. Het is een gemis,
vind ik zelf nu. Het is wel degelijk aanwezig op de eilanden. Het is meermalen
aangetoond en de verwevenheid tussen onder- en bovenwereld is er ook. Niet
alleen op Curaçao; ook St. Maarten is berucht en Aruba staat eveneens onder
invloed van dit soort harde criminaliteit. Op andere eilanden is het mogelijk
wat minder aanwezig of minder opvallend.
Vreemd is het niet. Wilde handel, smokkel, lorrendraaierij
(zoals dat in de 17e en 18e eeuw heette); het
is van alle eeuwen. De grens tussen reguliere en criminele handel is in het
gebied altijd flinterdun geweest: wapens, mensen, genotsmiddelen, enz. De grens
tussen wat toegestaan is en niet, is wel steeds scherper getrokken. In het
begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw – toen ik voor het eerst op de
eilanden was – waren Curaçao en Aruba al transitopunten voor drugs. Geregeld
was er sprake van geheimzinnige vliegtuigjes of bootjes. Illegaal ja. Er werd
over gefluisterd, maar men wilde er weinig of niets tegen organiseren. Ook in
de jaren tachtig van de vorige eeuw was met Claude Wathey (St. Maarten) de
grens tussen wat geoorloofd was en wat niet, flinterdun. Nederland heeft toen
rechtstreeks ingegrepen, terwijl er nu nog een standbeeld van Wathey is te
vinden op het desbetreffende eiland.
Het Caribische gebied is een overslaggebied. Het is
strategisch gelegen op knooppunten van continenten. De wilde handel was steeds
de basis voor wankele welvaart en dit heeft ook altijd veel invloed gehad op de
verhalen van mensen, de verhalen die de constructie vormen van de
maatschappelijke context waarin mensen dagelijks met elkaar verkeren, werken en
leven. Het narratief vormt het zwaartekrachtveld van de samenleving, de
constructie van de sociale structuren: hoe men op elkaar is ingesteld. Hieruit
ontstaan ook de mythen, een zeker gehalte ‘omerta’, het mysterieuze, waarover
men praat achter de hand, gedempt en voorzichtig. Het is een variant en een
aanvulling op ‘iedereen weet’ (Cariben, pag. 210 – 218).
Deze besmuikte vertellingen werken belemmerend op de
gemeenschap. Naast de fnuikende invloed van de overal opduikende misdaad, het
latente wantrouwen, de voortdurende dreiging en het geweld (onder andere door
afrekeningen en overvallen) is dit hetgeen mede oorzaak is voor de algehele
stagnatie (Cariben, pag. 289 – 295). Het is tevens een factor die het immer
voorlopige bestaan in stand houdt. Mensen zijn gewoonweg bevreesd voor een situatie
waarin totale anarchie los barst als men écht onafhankelijk zou worden. Door de
aanwezigheid van de georganiseerde misdaad heeft men in feite een drieledig
excuus of – anders gezegd – is er een drietal redenen waarom men zo moeilijk
tot ontwikkeling kan komen. Als er bestuurlijk gezien beslissingen worden
genomen die ruiken naar nepotisme of vriendjespolitiek kan men de invloed van
criminele krachten suggereren. Dit leidt af van andere factoren die hierbij in
het spel zijn (zoals beschreven in Cariben). Een tweede is dat men niet alles
kan of mag zeggen omdat men wraak of afrekening vreest. En dit werkt
mythevorming in de hand. Het derde is dat men (voorlopig) niet écht
onafhankelijk moet worden omdat de beer dan helemaal los is; nu is er nog
enigszins toezicht en worden er middelen en mogelijkheden ter beschikking
gesteld om die criminaliteit nog wat in de hand te houden (zoals politie,
opsporingsmiddelen, onafhankelijke rechtspraak en de kustwacht).
[vervolg, slot - klik hier]
[vervolg, slot - klik hier]




