Posts tonen met het label Wathey Claude. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wathey Claude. Alle posts tonen

woensdag 31 juli 2013

Naschrift Cariben laten we het onmogelijke vragen (4)

Willem van Lit
door Willem van Lit

Curaçao
Natuurlijk namen we op Curaçao de gelegenheid om weer contact te hebben met de mensen die we kennen van weleer. Men is geïnteresseerd en het boek ging rond. Ik verkocht er ook een tiental aan Mensing’s Caminada, de grootste boekhandel op het eiland. Ik legde ook nieuwe contacten, maar het verliep ietwat stroef allemaal. Op vrijdag 19 april presenteerde ik mijn boek op het landhuis Ascención. Frans Kerklaan, de vlootaalmoezenier, had me daarvoor uitgenodigd in december van vorig jaar, toen ik ook nog voor een kort bezoek op Curaçao was.

Landhuis Ascención. Foto © Tarnix Bulder


Ascención. Prachtige plek met dierbare herinneringen voor mijzelf. Mijmerplek. Ik vind het bijzonder dat ik hier mocht presenteren. Ik vertelde mijn verhaal met powerpointplaatjes en geluiden. En dat voor een aardig gezelschap van mensen die mij kennen. Ook hier had ik wat meer mensen verwacht. Maar goed… er ontstond ook discussie. En dat scherpt je weer in de uitleg van sommige beweringen. Bij deze lezing waren ook onze kinderen (met aanhang) en de kleinkinderen aanwezig. We waren hier ook voor vakantie.

Jeroen Heuvel, verslaggever bij het Antilliaans Dagblad (AD) hield kort een interview en schreef een artikel. Het is altijd moeilijk na te gaan wat de effecten zijn van een dergelijke publicatie. ‘Het onmogelijke vragen’ kopte het AD. Heuvel schreef onder andere: “Stelt Van Lit zich op als een vader die meent te weten wast het beste is voor een puber, of heeft deze makamba – en dat gebruik ik hier in de oorspronkelijke betekenis van ‘iemand die niet van ons is maar die we wel als vriend beschouwen – genoeg mensenkennis en inzicht in de ‘Curaçaoënaar’ om een geduldiger, goede dialoog aan te gaan”? en dat omdat ik “het onmogelijke vraag”, een retorische slotvraag van Heuvel in dit artikel. Het artikel is ook te vinden op deze blogspot (klik hier). Op 23 april vlogen we terug naar Nederland en op 24 april waren we weer thuis in België. De winter was nog niet over.
Helmin Wiels

“Een langdurig langzaam groeiend conflict”
Ik blijf in contact met Donny Wout op Bonaire. Hij vertelde me dat bij Bon FM bij andere interviews mijn boek ook nog is gepasseerd. Iemand vroeg zich af of ik de gebeurtenissen kan voorspellen. Ik schreef onder andere: “Er is teveel confrontatie. Men scheldt en schuwt geen verbaal geweld. Nog steeds alleen maar verbaal geweld.” (Cariben pag. 161.) Op 5 mei werd Wiels vermoord. Ik kán niets voorspellen, natuurlijk niet. De angst voor anarchistisch, hard en ongenadig geweld nam toe in de dagen na de aanslag. De trein van speculaties, verwijten en verwijzingen versnelde. Was het de georganiseerd misdaad? Wraak (persoonlijk of van criminele aard)? Een politieke daad? Naijver? Iedereen gruwt; men is ontzet. Sommigen roepen Wiels plots uit tot nationalistische martelaar en ze vergelijken hem met Martin Luther King of Mandela; anderen roepen hel en verdoemenis uit. Men vreest meer geweld. Wiels was nationalist en schuwde zelf geen gescheld en geschreeuw. Hij ruide mensen op, lokte verzet uit en dat deed hij op harde en scherp confronterende toon. Sommigen noemden hem racist. En nu… soms is er paniek; men probeert het voorval te doorgronden.

...een langdurig conflict, leidend tot moord...

“Mijn theorie is dat het een langdurig, langzaam groeiend conflict was dat leidde tot een samenzwering tot moord”, schreef Jacob Gelt Dekker ergens op internet. Een langdurig, langzaam groeiend conflict… een structureel diep gewortelde maatschappelijke ruzie, waarin de complexen van woede, schaamte, schuld, enz. al decennialang smeulen, traag branden. Geregeld laait die maatschappelijke veenbrand op, furieus en vlammend. Zo is het; dergelijke gloed is onvoorspelbaar en genadeloos en richt zich bij de uitbarsting tegen iedereen die toevallig op zijn weg komt. Ik heb wel geschreven over de sociale veenbrand met het thymotisch fluïdum van zogenaamd miskend historicisme en mystiek psychologisme, de constante verwijzing naar het determinisme van een hermetisch gesloten cultuursysteem, de gevaarlijke utopie, de manie van zeurend nationalisme en de rabiate latente gramschap door beschaming; dit – zo denken velen – is allemaal de motor van de geschiedenis. Bij een dergelijke explosieve sociale mix gooit men allicht wel eens met stenen of … vallen soms schoten.

Anderen veronderstellen dat de moord ook gepleegd kan zijn door een ordinaire crimineel in opdracht van de georganiseerde misdaad. Over georganiseerde misdaad heb ik het niet gehad in het boek. Het is een gemis, vind ik zelf nu. Het is wel degelijk aanwezig op de eilanden. Het is meermalen aangetoond en de verwevenheid tussen onder- en bovenwereld is er ook. Niet alleen op Curaçao; ook St. Maarten is berucht en Aruba staat eveneens onder invloed van dit soort harde criminaliteit. Op andere eilanden is het mogelijk wat minder aanwezig of minder opvallend.

Vreemd is het niet. Wilde handel, smokkel, lorrendraaierij (zoals dat in de 17e en 18e eeuw heette); het is van alle eeuwen. De grens tussen reguliere en criminele handel is in het gebied altijd flinterdun geweest: wapens, mensen, genotsmiddelen, enz. De grens tussen wat toegestaan is en niet, is wel steeds scherper getrokken. In het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw – toen ik voor het eerst op de eilanden was – waren Curaçao en Aruba al transitopunten voor drugs. Geregeld was er sprake van geheimzinnige vliegtuigjes of bootjes. Illegaal ja. Er werd over gefluisterd, maar men wilde er weinig of niets tegen organiseren. Ook in de jaren tachtig van de vorige eeuw was met Claude Wathey (St. Maarten) de grens tussen wat geoorloofd was en wat niet, flinterdun. Nederland heeft toen rechtstreeks ingegrepen, terwijl er nu nog een standbeeld van Wathey is te vinden op het desbetreffende eiland.
Standbeeld voor Claude Wathey, St. Maarten.
Foto © Leo Koolhoven

Het Caribische gebied is een overslaggebied. Het is strategisch gelegen op knooppunten van continenten. De wilde handel was steeds de basis voor wankele welvaart en dit heeft ook altijd veel invloed gehad op de verhalen van mensen, de verhalen die de constructie vormen van de maatschappelijke context waarin mensen dagelijks met elkaar verkeren, werken en leven. Het narratief vormt het zwaartekrachtveld van de samenleving, de constructie van de sociale structuren: hoe men op elkaar is ingesteld. Hieruit ontstaan ook de mythen, een zeker gehalte ‘omerta’, het mysterieuze, waarover men praat achter de hand, gedempt en voorzichtig. Het is een variant en een aanvulling op ‘iedereen weet’ (Cariben, pag. 210 – 218).

Deze besmuikte vertellingen werken belemmerend op de gemeenschap. Naast de fnuikende invloed van de overal opduikende misdaad, het latente wantrouwen, de voortdurende dreiging en het geweld (onder andere door afrekeningen en overvallen) is dit hetgeen mede oorzaak is voor de algehele stagnatie (Cariben, pag. 289 – 295). Het is tevens een factor die het immer voorlopige bestaan in stand houdt. Mensen zijn gewoonweg bevreesd voor een situatie waarin totale anarchie los barst als men écht onafhankelijk zou worden. Door de aanwezigheid van de georganiseerde misdaad heeft men in feite een drieledig excuus of – anders gezegd – is er een drietal redenen waarom men zo moeilijk tot ontwikkeling kan komen. Als er bestuurlijk gezien beslissingen worden genomen die ruiken naar nepotisme of vriendjespolitiek kan men de invloed van criminele krachten suggereren. Dit leidt af van andere factoren die hierbij in het spel zijn (zoals beschreven in Cariben). Een tweede is dat men niet alles kan of mag zeggen omdat men wraak of afrekening vreest. En dit werkt mythevorming in de hand. Het derde is dat men (voorlopig) niet écht onafhankelijk moet worden omdat de beer dan helemaal los is; nu is er nog enigszins toezicht en worden er middelen en mogelijkheden ter beschikking gesteld om die criminaliteit nog wat in de hand te houden (zoals politie, opsporingsmiddelen, onafhankelijke rechtspraak en de kustwacht).

[vervolg, slot - klik hier]