door Sandew Hira
Ik ben
onlangs gedoken in de Encyclopedia of Slave Resistance and Rebellion, een
tweedelige uitgave onder de redactie van Junius Rodriquez, in totaal 743
pagina’s. De encyclopedie bevat een enorme hoeveelheid detailgegevens over
verzet tegen slavernij in de Amerika’s.
Rodriguez
heeft een geweldige job gedaan. Hij laat met veel gedetailleerde verhalen zien
dat het beeld dat historici uit het wetenschappelijk kolonialisme schetsen over
slavernij als zouden Afrikanen gedwee slavernij hebben geaccepteerd, volledig
vals is. Maar nog belangrijker is de manier waarop hij dat gedaan heeft. Hij
toont de Afrikanen als strategische analisten die heel goed nadachten over hoe
ze een machtig systeem van Europese slavernij konden bevechten. Het systeem
dat ze bevochten was een wereldsysteem. De kolonie was te allen tijde onderdeel
van een machtig leger in Europa dat klaar stond met een geweldige vuurkracht en
onmetelijke militaire capaciteiten om iedere opstand neer te slaan.
Het verzet
begon al in Afrika. Toen ze eenmaal aan bood waren gebracht van de schepen, was
de geest van verzet nog niet gebroken. De Afrikanen waren geketend in het ruim
van de schepen. Ze spraken elkaars talen niet. Ze wisten niet waar ze naartoe
gingen. Er waren geen mogelijkheden om te vluchten. Vanuit een strategisch
opzicht zijn er twee mogelijkheden: zelfmoord of moord. De getraumatiseerde
Afrikaan koos voor de eerste optie. De zelfbewuste Afrikaan koos voor de tweede
optie. Maar die optie was niet altijd beschikbaar. De mogelijkheid tot verzet
kwam van vrouwen en kinderen die meer bewegingsvrijheid hadden op de schepen.
Neem het
geval van de opstand op het schip Bristol. Op dat schip had Captain Tomba, een
Afrikaan die getekend was in het ruim, het plan opgevat om het schip te
veroveren. Maar de meeste mannen waren te bang om hem te joinen. Eén man en een
vrouw deden mee. Op een avond zag de vrouw dat vijf matrozen die op wacht
stonden, lagen te slapen. Zij gaf Tomba een hamer waarmee hij zijn ketenen
kapot sloeg. Hij wist drie matrozen te vermoorden, maar in dat proces werd
alarm geslagen.Tomba werd gevangen genomen. De kapitein executeerde hem en
liet zijn medestrijder zijn hart en lever opeten als straf. Daarna werd hij op
wrede wijze vermoord. De vrouw werd gezweept en met een mes over haar hele
lichaam bewerkt totdat ze stierf. Intussen moest de rest van de tot slaaf
gemaakte Afrikanen toekijken naar dit alles.
Voor de
getraumatiseerde Afro’s is de nederlaag het belangrijkste feit om te herdenken.
Voor de assertieve en zelfbewuste Afro’s is de daad van verzet het
belangrijkste feit om te herdenken.
In de
kolonie nam het verzet tegen slavernij verschillende vormen aan. De
belangrijkste vorm was de algehele opstand. Twee opstanden hebben de aandacht
getrokken. De opstand in de Nederlandse kolonie Berbice (Guyana onder
Nederlands bestuur) onder leiding van Coffy en Accara en de opstand op Haïti
onder leiding van Toussaint Louverture.
Beide
opstanden brachten de kolonie langere tijd onder controle van Afrikanen. In
Berbice hadden de vrijheidsstrijders een belangrijk deel van de kolonie
gedurende 14 maanden onder controle. In Haïti hebben ze definitief een
onafhankelijke zwarte staat weten te vestigen. Het verschil
tussen nederlaag en overwinning werd bepaald door leiderschap. In Berbice was
er een splitsing in de leiding. Coffy hoopte door onderhandelingen met de
Nederlanders een situatie te bereiken waarbij een deel van het land in
Nederlandse handen bleef en een ander deel een vrije zwarte staat zou worden.
Acara geloofde het niet en trok zijn eigen lijn van verzet. De Nederlanders
kregen steun van troepen uit Suriname en wisten de opstand uiteindelijk neer te
slaan. De Nederlandse criminelen executeerde 128 Afrikanen op wrede wijze en
herstelden slavernij in Berbice. Ze werden geradbraakt (de botten gebroken met
ijzeren staven), opgehangen en levend verbrand.
In Haïti
hadden ze al vroeg geleerd dat een compromis over slavernij niet mogelijk was.
De Franse criminelen zouden geen onafhankelijke zwarte staat tolereren.
L’Ouverture wist dat zonder een groot en goed getraind leger het niet mogelijk
was om stand te houden. Zijn grote verdienste is dat hij wist hoe je zo’n leger
moest opbouwen en onderhouden. Hij trainde de soldaten en wist een strak
management van het leger op te zetten. Door zijn strategisch inzicht was hij in
staat het Franse leger – en ook de Engelsen die de Fransen kwamen helpen – te
verslaan.
Deze twee
algemene opstanden brachten een heel land voor kortere of langere tijd onder
controle van zwarten die slavernij afschaften in hun gebied. Ze vormen
waardevolle lessen in de strijd voor vrijheid.
[van Starnieuws, 24 juni 2013]

