door Fred de Haas
Gebruik van
medicinale en/of hallucinogene kruiden in de Curaçaose ‘magie’
 |
| Aloë vera |
Zolang als de mensheid bestaat heeft men kruiden gebruikt
voor geneeskundige en ‘magische’ doeleinden. Zaden, wortels en extracten van
planten en kruiden werden ook gebruikt voor minder fraaie, zelfs criminele
doeleinden, zoals het vergiftigen van mensen. Vijgenbladeren vermengd met tabak
zijn een roesmiddel. De eik en de tamarinde zijn heilige bomen, ook bij de oude
Kelten en Germanen. De aloë is een talisman. Wierook is een probaat middel om
de boze geesten van het Oudejaar uit huis te jagen onder het uitspreken van de
woorden ‘saka fuk’i aña bieu’ (= het
ongeluk van het oude jaar weghalen). Mijn vroegere buurvrouw deed dit elk jaar.
A.M.G. Rutten heeft in zijn boek Magische kruiden in de
Antilliaanse folklore verslag gedaan van een etnofarmacologisch onderzoek dat
hij in West-Indië heeft verricht in 1956/57. In zijn boek vind je talloze
voorbeelden van planten en kruiden die het bewustzijn kunnen vernauwen,
verruimen, verdoven en veranderen. Zo zijn er op Curaçao wel meer dan dertig
plantensoorten die een psychedelische (= de geest beïnvloedende) uitwerking
kunnen hebben. Yerba di glas en Hilo di diabel bevatten LSD-achtige verbindingen,
de Barba di Yonkuman bevat looizuur en giftige narcotica, wortels en zaden van
cactussoorten kunnen zeer hallucinogeen (= zinsbegoochelend) zijn.
 |
| Yerba di glas |
Het gegiste
sap van de karakteristieke Curaçaose agave of Pita plant is roesverwekkend en
het gebruik ervan niet van gevaar ontbloot. Rutten merkt op (p.122): ‘wie voor
magische doeleinden zijn toevlucht zoekt tot de Antilliaanse flora loopt altijd
kans op vergiftiging. Een aantal kruiden dat als medisch getinte ‘Golden Herbs’
(= gouden kruiden) wordt gepropageerd veroorzaakt reacties die ernstig zijn,
maar waarbij de herkomst van de reactie niet wordt onderkend’. En: ‘Atropine en
Hyoscine uit planten van de Nachtschadefamilie zijn bruikbare geneesmiddelen,
maar ook beruchte hallucinogenen en criminele wapens’.
 |
| Bonaire - Kalksteenafzetting |
Er zijn ‘magische’ kruiden of plantenextracten die je na
gebruik ervan de indruk kunnen geven dat je in een andere wereld terecht komt,
contact krijgt met het ‘bovennatuurlijke’ of zelfs de suggestie kunnen geven
dat je ‘vliegt’. In de slaventijd vertelde men verhalen over slaven die ‘terugvlogen’
naar Afrika. Ongetwijfeld kwamen die verhalen voort uit ervaringen van mensen
die bepaalde kruiden hadden gebruikt waardoor ze zware hallucinaties kregen.
Een kwestie van pure zinsbegoocheling. Ook de Caiquetíos, de Indianen die
vroeger op de Benedenwindse eilanden woonden, waren bekend met het gebruik van
allerlei kruiden. Hun rotstekeningen zouden kunnen wijzen op ‘vliegervaringen’,
te oordelen naar sommige afbeeldingen die de suggestie wekken van iemand die
‘opstijgt’.
De Afrikanen uit Senegal, Angola, Ghana en Nigeria kenden
het bestaan van hallucinogene planten en brachten hun kennis hiervan mee
overzee. De kennis van kruiden die Haïtiaanse Vodou-priesters hebben is
fabelachtig. Wie kent niet de verhalen van mensen die in Haïti tot levende
doden zijn gemaakt – zombis - door hen
te vergiftigen en te verlammen met o.a. sap van Dieffenbachia en extracten van
de manzaliña? Dat soort praktijken geldt in het Wetboek van Strafrecht van
Haïti als moord.
 |
| Kasha di huramentu (Kast met rituele benodigdheden). Foto © Michiel van Kempen |
Ook sterke drank kan een belangrijke rol spelen bij bepaalde
ceremoniën. Van oudsher was rum altijd een geliefkoosde drank om een
psychodynamische sfeer te creëren. Ook in Montamentu kan het gebruik van rum
een functie hebben.
Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat het gebruik
van kruiden, drank, het uitspreken van bezwerende ‘religieuze’ formules, het
spelen van ritmische muziek, een sfeer kan creëren die kan worden ervaren als
‘heilig’. Net als vele andere mensen is ook de Antilliaan zeer gevoelig voor
dit soort zaken. Hun geest staat open voor invloeden van magische rituelen en
de vraag is of er aanleiding is om hiermee rekening te houden in de reguliere
gezondheidszorg.
Om deze vraag te beantwoorden neem ik u weer mee naar het
artikel van Rose Mary Allen ‘Hende a hasi malu p’e’ (over volksgeloof in de
Curaçaose cultuur).
 |
De promotie van den ingebeelden zieken (1742),
vertaling J.J. Mauricius. Collectie Michiel van Kempen |
Le malade imaginaire?
De vraag is in hoeverre de moderne geneeskunst rekening kan
en/of moet houden met cultureel bepaalde denkbeelden omtrent de oorzaken van
bepaalde geestelijke aandoeningen.
Ik citeer de openingsregels van het hierboven aangehaalde
artikel van Allen:
‘De gedachte dat cultuur een steeds belangrijkere rol speelt
in de geestelijke gezondheid krijgt steeds meer gedaante. In de psychiatrie
worden culturele factoren steeds meer in acht genomen bij het diagnosticeren en
behandelen van geestelijke aandoeningen. De bewustwording over de rol van
cultuur in de psychiatrie ontstond toen westerse samenlevingen te maken kregen
met een groeiend aantal migranten uit verschillende culturen. Psychiaters
werden er zich meer van bewust dat bij het behandelen van geestelijke ziekten
men ook niet-Westerse ideeën in acht diende te nemen’.
Deze positieve en op zich sympathieke gedachte vraagt wel om
enig kritisch commentaar.
Er zijn nogal wat mensen die heilig geloven in het feit dat
een boze geest er de oorzaak van kan
zijn dat zij zich niet goed voelen. Dat geloof in magische zaken is al heel oud
en laat zich niet zomaar wegredeneren. Als een moderne geneesheer goed contact
wil hebben met zo’n patiënt kan het van belang zijn dat hij/zij rekening houdt
met het magische denken van de patiënt. Als de patiënt merkt dat zijn
denkbeelden niet worden weggewuifd als zijnde primitief dan kan er een vertrouwensband
ontstaan tussen dokter en zieke, waardoor het mogelijk is dat de moderne
geneesmethodes van de dokter effect krijgen en de zieke openstaat voor een
‘moderne’ behandeling.
 |
| Foto © A. Veleryenkov |
Mijns inziens kan een moderne geneesheer dat alleen doen als
hij, voor de effectiviteit van zijn behandeling, gebruik wil maken van de
culturele achtergrond van zijn patiënt zonder zelf in die denkbeelden te
geloven. Een moderne arts is geen montadó, mysteriewerker of medicijnman en zal
nooit en te nimmer geneeswijzen toepassen op basis van een vermeende ‘Creoolse
spiritualiteit’, een geloof in ‘boze geesten’, ‘magische’ krachten of ideeën
die afkomstig zijn uit een ver Afrikaans of Indiaans verleden. Dat er mensen
zijn die deze ideeën aanhangen is één ding, maar of je erin moet meegaan is een
tweede. Als een patiënt zijn/haar ziekte verklaart uit het effect van ‘hekserij’
of ‘brua’ hoef je de integriteit van de patiënt zelf niet in twijfel te
trekken, maar zijn/haar ideeën des te meer.
Het lijkt me geen goed idee om ‘Creoolse spiritualiteit’
(wat dat ook moge zijn) op een voetstuk te zetten en te beschouwen als een
manier van denken die bewaard moet blijven als een soort permanent cultureel
erfgoed. Als iemand denkt dat de heilige Barbara in staat is om boze geesten te
verjagen moet ie dat zelf weten, maar een moderne arts kan zich zo’n opvatting
niet veroorloven.
Nabeschouwing
Hoewel we slechts kort hebben kunnen ingaan op verschillende
Afro-Caribische godsdiensten hoop ik dat de lezer zich een idee heeft kunnen
vormen van de wijze waarop deze religies in de Nieuwe Wereld een verandering
hebben ondergaan en zijn geïntegreerd in het denk- en belevingspatroon van
grote delen van
de bevolking. De vraag naar de reden van het hardnekkig
voortbestaan van deze ‘zwarte’ godsdiensten is alleszins gewettigd. De reden
hiervan is m.i. dezelfde als die welke geldt voor alle godsdiensten.
Het is een eigenschap van de mens om steun te zoeken bij
iets machtigers, iets ‘hogers’ dan hijzelf. Op het wereldse gebied wordt de
mens beschermd door sociale en politieke instellingen met aan het hoofd functionarissen
die door de hele bevolking of door een deel van de bevolking zijn gekozen of
gewoon benoemd (burgemeesters, ministers, wethouders, een koning, enzovoorts).
Voor het geestelijk welzijn van de meeste mensen blijkt de
wereldse bescherming echter niet genoeg te zijn. In dat geval kunnen allerlei
godsdiensten en magische praktijken uitkomst bieden. Hoe bevredigender de
antwoorden zijn die een godsdienst op vragen van een mens heeft, hoe populairder
deze is. En dan is het te hopen dat de ‘bedienaren’ van de godsdienst in
kwestie geen misbruik maken van hun geestelijke macht en dat er evenmin gebruik
wordt gemaakt van godsdienst voor politieke doeleinden. Een gevaar dat o zo
reëel is en waar de kranten dagelijks vol mee staan.
In maatschappelijk opzicht kan religie voor mensen een heel
belangrijke rol spelen. Godsdiensten kunnen mensen die een onopvallend leven
leiden de mogelijkheid bieden om
‘belangrijk’ te worden doordat hen een bepaalde functie wordt
toegewezen. Bij Protestanten kan je ‘ouderling’ worden, bij Katholieken
‘pastor’, misdienaar, koster enz. Bij de Afro-Caribische religies is het niet
veel anders. Vrouwen die in het maatschappelijk leven nederige arbeid
verrichten kunnen ineens belangrijk worden in de ogen van de gemeenschap omdat
ze ‘priesteres’of ‘medium’ zijn en mannen die in het gewone leven nauwelijks of
niet opvallen kunnen ineens bekendheid krijgen en in aanzien stijgen omdat ze
de ‘heilige’ trommels bespelen tijdens Vodou diensten.
Verder bieden godsdiensten ook de mogelijkheid om een latente
nieuwsgierigheid naar het ‘bovenaardse’ te bevredigen en aan een brujo/a via
het occulte om advies te vragen, een genezing te bewerkstelligen, een
wraakoefening uit te voeren en wat je verder maar kan bedenken. We vinden dit
in een milde vorm ook terug bij gevestigde godsdiensten als het katholicisme.
Menigeen heeft wel eens een kaarsje opgestoken in de kerk om iemand te gedenken
of in de hoop op een goed examenresultaat. En wat te zeggen van de zegen van de
priesters, het vergeven van zonden, de transsubstantiatie (verandering van
Brood en Wijn in het Lichaam van Christus. Overigens geen dogma), de Doop, het
Heilig Oliesel, de ‘Zoon van God’, het door de straten dragen van beelden van
Maria en andere heiligen... Zijn dat allemaal geen milde vormen van Brua? Wees
eerlijk. De meesten van ons vinden al die zaken gewoon, omdat we eraan gewend
zijn. Zo gewoon zijn ze toch niet? Toch geloven 1,2 biljoen mensen hier min of meer in. En wat te denken van de
volgende uitspraak van een dominee van een Pinkstergemeente (‘Bida Nobo’) op
Curaçao: ‘Christen worden is een proces. Eerst moet je je bekeren, daarna
laat je je dopen met water en vervolgens word je gedoopt met de
Heilige Geest wat spontaan of onder handoplegging kan gebeuren. Daarbij ontvang
je gaven van de Geest zoals het spreken in tongen, het vertolken van tongen,
profetie, het onderscheiden van goede en kwade geesten, het doen van wonderen
of genezingen. […] Het spreken in tongen ‘wekt soms onbegrip bij buitenstanders
op, omdat mensen die in tongentaal spreken emotioneel kunnen zijn en dat
wordt wel eens verkeerd geïnterpreteerd. Het is bedoeld om de Heer te prijzen in
een soort geheime gebedstaal’.
Is dat Brua of is dat geen Brua? De Pinkstergemeente voldoet
in elk geval aan een diepgevoelde behoefte van een deel van de bevolking. Het
is overigens de enige kerk op Curaçao die haar ledental zag verdubbelen van 3,5%
in 2001 naar 6,6 % in 2011 (Central Bureau of Statistics Curaçao, Willemstad 2012).

Wat opvalt in de Afro-Caribische religies is dat ze allemaal
bepaalde kenmerken met elkaar gemeen hebben. Er zijn veel rituelen met trance
toestanden, er zijn mediums die – naar men gelooft - met geesten kunnen communiceren, er is een
Godsbegrip en een Opperwezen dat zich niet bemoeit met aardse zaken, er zijn
godheden die tussen het Opperwezen en de mens in staan, er is een bepaalde
structuur in de rituelen (al of geen Afrikaans gezang, het aanroepen van de
goden, het brengen van offers, het dansen tijdens de dienst), er worden
kruiden, tabak, drugs en/of alcohol
gebruikt, er is een dunne grens tussen religie en magie, religie en moraal zijn
twee aparte zaken, je kan bovennatuurlijke krachten manipuleren, er is geen
hiernamaals waarin je beloond of gestraft wordt, godheden hebben menselijke
eigenschappen, meestal is er sprake van voorouderverering, men gelooft in
reïncarnatie, het is mogelijk om zowel christelijk/katholiek te zijn en
tegelijkertijd lid van een Afro-Caribische religieuze gemeenschap en bij haast
al die erediensten is – vaak virtuoos – trommelspel onontbeerlijk.
De trommelgeesten kunnen de toekomst voorlopig nog met enig
vertrouwen tegemoet zien.