zaterdag 30 juni 2012

Het boek op Keti Koti


Morgen, 1 juli, vindt de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij, Keti Koti, in het Oosterpark in Amsterdam plaats. Op 1 juli 1863 werd de slavernij in de Nederlandse koloniën afgeschaft.

Naast speeches van minister-president Mark Rutte en de burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan, is er een feestelijk programma met o.a. Fra Fra Sound, Jörgen Raymann, Roots Band, Bryan B., Asago, Combinatie XVI en La Rouge. Behalve het genieten van muziek, dans, lekkernijen en fijne drankjes is er ook gelegenheid voor verdieping. Antiquariaat Buku zal ook op Keti Koti aanwezig zijn met een uitgebreid assortiment boeken en prenten die betrekking hebben op de slavernij. Iedereen die een boek koopt krijgt een exemplaar van The production of Slaves and the reproduction of slaves at plantage Vossenburg 1705-1863 van prof. H. Lamur cadeau (zo lang de voorraad strekt). Ook de Vereniging Ons Suriname heeft een aantal prachtige aanbiedingen die in uw boekenkast niet zullen misstaan.

 Buku is de vinden in de kraam van de Vereniging Ons Suriname. De boekenkraam is te vinden aan het grote grasveld dichtbij de ingang van het Oosterpark aan de kant van het OLVG en de tramhalte van lijn 7.

Voor het uitgebreide programma, klik hier

Mechtelly


Portret van de Surinaamse dichter en kinderboekenschrijfster Mechtelly, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 126 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Sapakara-gedrag

door Peter Meel
Sapakara; foto @ Francita aka Norush

Op het erf van mijn tijdelijk logeeradres verblijven drie sapakara’s. In de vroege ochtenduren, als de hitte zich minzaam aandient om even later Paramaribo meedogenloos te overrompelen, laten de hagedissen zich sporadisch zien. Ze bewegen zich traag. Met hun gespierde achterpoten duwen zij zichzelf werktuiglijk naar voren, hun kop omhoog en loerend op ontbijtresten die door gasten worden achtergelaten. Soms slagen zij erin iets van het overgebleven brood en de restjes toespijs te bemachtigen. Maar meestal zijn het de hen omringende vogels die de buit voor hun poten wegkapen.

Hun roerloosheid is indrukwekkend. Minutenlang kunnen zij stilzitten, als versteend hun positie innemend, het gebandeerde lijf in balans, maar tegelijk waakzaam en ogenschijnlijk klaar om tot actie over te gaan. Veel activiteit leggen zij echter niet aan de dag. Doorgaans zetten zij zich na hun lang volgehouden sur place zonder aanwijsbare reden weer in beweging. Log en vermoeid. Om daarna ritselend in het struikgewas te verdwijnen, hun lange staart als een te royaal uitgevallen toegift met zich meeslepend. Ook in een ander opzicht onderscheiden sapakara’s zich. Met routineuze behendigheid weten zij met hun tong insecten te vangen. Hoe valt deze slagvaardigheid te rijmen met hun slepende tred en stoïcijnse afzijdigheid?



Op 17 juni – de sapakara’s hebben bij het aanbreken van de dag opnieuw mijn aandacht getrokken – is Grun Dyari aan het einde van de ochtend al redelijk gevuld met mensen. Een aantal van hen is gestoken in het groene tenue van de Nationale Partij Suriname (NPS). De partij heeft zijn leden in vergadering bijeen geroepen om aanwezig te zijn bij de verkiezing van een nieuwe voorzitter. In de wandelgangen wordt druk gespeculeerd over de kansen van de twee kandidaten die in de race zijn om voorzitter Ronald Venetiaan op te volgen: Gregory Rusland en Ivan Fernald. Hoewel zeven van de elf partijafdelingen hun vertegenwoordigers hebben gemandateerd om op Rusland te stemmen, sluiten veel aanwezigen verrassingen niet uit. De stemming is geheim en vertegenwoordigers zouden redenen kunnen hebben om van het verkregen mandaat af te wijken.

Gregory Rusland


Duidelijk is dat veel aanwezigen in gedachten al afscheid hebben genomen van het tijdperk-Venetiaan. Ze maken er geen geheim van dat deze het als president veel beter heeft gedaan dan als partijvoorzitter. Naar hun zeggen hebben onder zijn leiding de partijbelangen onvoldoende aandacht gekregen en werd de communicatie met de achterban ernstig verwaarloosd. Dit brak de NPS in toenemende mate op, met de behaalde vier zetels bij de verkiezingen van 2010 als dramatisch dieptepunt. Met weemoed roepen oudere NPS-ers in herinnering dat Henck Arron, voorganger van Venetiaan als partijvoorzitter, verkiezingen altijd wón, dat in zijn tijd partijvergaderingen veel beter werden bezocht (voor de auto’s die nu op Grun Dyari staan geparkeerd, was door de toeloop van aanhangers eenvoudig geen plaats) en dat de betrokkenheid van de structuren in die jaren aanmerkelijk groter was. Tijdens Arrons voorzitterschap (1970-1993) werd de NPS bezield door een drive en elan die thans node worden gemist.



Rusland lijkt tamelijk zeker van zijn zaak. Als hij het partijterrein betreedt, wordt hij geestdriftig begroet en onder luide bijval met gezang en vlaggezwaai naar het podium begeleid. Van daaruit neemt hij de tijd om de rijen langs te gaan en iedereen persoonlijk de hand te drukken. Fernald, die al eerder tamelijk onopgemerkt Grun Dyari was binnengewandeld, loopt wat verloren rond, een papieren tulp in de hand en een zorgelijke blik in zijn ogen. Is de triomftocht van Rusland voorbarig of wéét hij dat de zege hem niet kan ontgaan? Het duurt enige uren voordat het congresbestuur alle formaliteiten heeft afgewikkeld en de stemming aan alle onzekerheid een einde maakt. De elf vertegenwoordigers houden zich aan hun mandaat waardoor Rusland zeven en Fernald vier stemmen behaalt. Algemeen wordt aangenomen dat de voorkeur van Venetiaan voor Fernald de laatste de overwinning heeft gekost. De partijstructuren wensen in meerderheid een punt te zetten achter de periode-Venetiaan en een nieuwe weg in te slaan.


Voorafgaande aan de stemming houdt Venetiaan een korte afscheidsrede. Daarin bedankt hij iedereen die hem tijdens zijn voorzitterschap heeft gesteund en verklaart hij te hopen dat de nieuwe voorzitter de principes van de partij hoog in het vaandel zal houden. Naar zijn zeggen is het van fundamenteel belang dat normen en waarden in acht worden genomen, die Suriname in staat stellen een respectabele gemeenschap te vormen waarin recht en rechtvaardigheid de toon aangeven. Deze uitspraak kan worden begrepen als voor de hand liggende kritiek op het huidige regeringsbeleid. De meeste aanwezigen valt echter vooral de matheid van de toespraak op. Voor hen staat een voorzitter, die (zeker voor zijn leeftijd) opvallend gezond en fysiek sterk voor de dag komt, maar wiens woorden krachteloos klinken en plichtmatig overkomen. Na de stemming dwingt Fernald meer respect af. Hij neemt zijn verlies manmoedig. Hoewel hij zijn teleurstelling niet onder stoelen of banken steekt, belooft hij zich voor de partij te zullen blijven inzetten. Niemand die eraan twijfelt dat zijn intenties gemeend zijn.

Wordt met de overwinning van Rusland voor de NPS een nieuw hoofdstuk in de partijgeschiedenis opgeslagen en zal de partij onder zijn leiding weer spoedig uit het dal omhoog klimmen? In zijn maidenspeech waarmee de vergadering wordt besloten, belooft Rusland de contacten met de achterban te zullen aanhalen, de partijstructuren te zullen versterken en een evaluatie te zullen maken van de marginale positie die de partij momenteel inneemt. Het is inderdaad van belang dat bedoelde initiatieven op het gebied van communicatie en organisatie met kracht ter hand worden genomen en dat de resultaten van de beoogde evaluatie met voorrang op tafel komen en binnen de partij openhartig worden besproken.



In het verlengde hiervan zal de NPS zich moeten beraden op haar bestuurlijke agenda en beleid. Het laatste uitgebreide document hierover (NPS beginsel en beleid) dateert van 1987 en is dringend aan een actualisering toe. Dialoog, consensus en samenwerking (die in deze publicatie centraal staan) kunnen als partijbeginselen gehandhaafd blijven, maar de hiervan afgeleide doelen dienen aangepast te worden aan de veranderde omstandigheden. In dat verband zal onder andere moeten worden vastgesteld op welke wijze de NPS zich van haar voornaamste concurrent, de NDP, onderscheidt. Die analyse kan niet uitsluitend bestaan uit verwijzingen naar het verleden en uit het verwerpen van het gedachtegoed en de verrichtingen van de tegenstander. Een aansprekend verhaal zal het moeten hebben van een duidelijke eigen positiebepaling, een realistische toekomstvisie en concrete, met elkaar samenhangende en op de korte en middellange termijn uitvoerbare plannen. Het helpt dat op 17 juni het hoofdbestuur en het congresbestuur van de NPS danig zijn verjongd en dat in beide gremia tevens voor een betere genderbalans is gezorgd. Dat biedt perspectief voor inhoudelijke discussies die nauw bij de actualiteit aansluiten.

Op voorhand zal de NPS-top iedere schijn van sapakara-gedrag dienen te vermijden. Bewegingloosheid, afzijdigheid en ingekeerdheid zijn uit den bozen. Het momentum grijpen mag voor Rusland maar één ding betekenen: inspirerend leiderschap, creativiteit en daadkracht tonen. Zijn bestuurlijke achtergrond kan hem daarbij van dienst zijn. Maar bovenal zal hij haast moet betrachten om zijn partij bij de verkiezingen van 2015 een faire kans te geven op het verwerven van voldoende zetels om regeringsdeelname mogelijk te maken.

Foto's van de auteur

Slavernij-invloeden (VI en slot): Eenoudergezinnen als ‘hebi’ uit de slavernij?

door Tascha Samuel

Het is vanuit sociaal maatschappelijk oogpunt verklaard dat tweeoudergezinnen de norm zijn voor het bouwen van sterke gezinnen, als basis voor een goede maatschappij. Vader en moeder hebben beiden een essentiële bijdrage in de vorming en opvoeding van een kind tot een stabiele burger. Men geeft in dezelfde theorie ook aan, dat het in eenoudergezinnen makkelijker verkeerd kan gaan.
Binnen de gemeenschap wordt weleens de stelling geponeerd dat het eenoudergezin een ‘hebi’ is uit de slavernij. Maar dat zou betekenen dat er zich geen ontwikkeling heeft voorgedaan sinds de afschaffing van de slavernij, nu al bijna 150 jaar geleden stelt historicus Mildred Caprino.
“Het is een vooringenomenheid. Wil dat zeggen dat men de trauma’s niet heeft verwerkt; niet erbij stil heeft gestaan dat zoals het toen was, niet meer zo moet?” Zij gaat zelfs verder door te stellen: wie bewezen heeft dat het eenoudergezin zo slecht is?



“Vele voorouders van Afro-Surinamers zijn zelf afkomstig uit een oudergezinnen, is het dan allemaal fout gegaan?” Caprino vertelt dat er ten tijde van de slavernij in ieder geval met het instituut gezin totaal geen rekening werd gehouden. “Als men al een gezin had gevormd, was het als de slavenmeester het toestond geen probleem dat de vader verkocht werd of dat een kind van haar moeder werd weggehaald. Pas toen het instituut slavernij afgeschaft was moest men meer rekening houden daarmee. Toen werden slaven een schaars goed waar je goed voor moest zorgen want je kon niet meer gaan halen.” Volgens Caprino zou men meer stil moeten staan bij wat we al hebben bereikt. “Misschien niet het absolute welzijn en welvaartsniveau, maar er zijn wel vorderingen gemaakt en dat op eigen kracht.”

[uit de Ware Tijd, 30 juni 2012]

Slavernij-invloeden (V): Waarom het Christendom winti niet toestaat

door Tascha Aveloo


We hebben de afgelopen dagen de invloed van de religie tijdens de slavernij belicht. De winti -religie is een overblijfsel van de slavernij die echter pas in deze afgelopen vijf jaren enigszins door diverse organisaties uit de ‘duisternis’ gehaald word.



Een ander overblijfsel is het niet accepteren van de winti binnen het Christendom. Vele mensen geven namelijk aan Christen te zijn maar doen daarnaast mee aan door de familie vereiste rituelen die te maken hebben met de winti religie. In de editie van dinsdag gaf Bonuman Juliën Zaalman aan dat dit niet kan. Ook binnen het Christendom is het dualistisch belijden van de Winti en het Christendom een absolute ‘no no’. “Want het is eigenlijk het dienen van twee goden. Want daar komt het uiteindelijk op neer als je aangeeft Christen te zijn maar ook winti belijdt. Je kan toch geen Moslim zijn en een Hindoe?

Modern slavery; foto @ Nicolaas Porter


Het aanroepen van geesten van voorouders en andere geesten oftewel goden is volgens de bijbel verboden. Het doen van een luku, oftewel kijken in het verleden of toekomst is ook een heikel punt binnen het Christendom. Het begeesterd raken door een geest zou ook niet toegestaan zijn, want zo geeft de bijbel aan, er is maar één geest die je zou mogen raadplegen en die je zou mogen uitnodigen om in je hart plaats te nemen, te weten Gods Heilige Geest. Elke andere geest hoort geen bezit te nemen van het lichaam en is een bezetter, waardoor men spreekt van ‘bezeten zijn’. Dit wordt vaak als beledigend beschouwd door de winti-beleiders. Ook de terminologie van afgodendienaars en ‘het dienen van afgoden’ komt vaak in het verkeerde keelgat terecht. Volgens de bijbel is het overdadig belangstelling tonen voor auto’s, vrouwen of je werk ook afgoderij.

Religie zou nimmer beledigend noch denigrerend bedoeld zijn. Het is zoals de God van de Bijbel dat aangeeft en wat de volgelingen van die god aannemen als waarheid. Vanuit de winti-cultuur spreekt men vaak van ‘blanke indoctrinatie’. Dit wordt stellig weersproken door de hedendaagse Christen daar die nu buiten de ‘blanke heerser’ leven maar een bewuste keus maken wat zij als Godsdienst belijden. Dat velen nog in de war zijn en zoals Zaalman dat aangeeft nog geen keus hebben kunnen maken, zal waarschijnlijk noch jaren voor de nodige dillema’s zorgen. Dillema’s die er echter niet zouden hoeven te zijn als men elkaars visie en mening zou respecteren, elkaars godsdienst met rust zou laten en het beleven daarvan niet af laat afhangen van een andere religie.

[uit de Ware Tijd, 29 juni 2012; alle taalfouten verbeterd]

Keti Koti Festival en herdenking

Kwaku, symbool van de slaaf die zijn ketenen losrukt; foto © J. Jong A Tjiem


Nationale herdenking en viering afschaffing slavernij

door Thea Bielsma
Op zondag 1 juli is het Keti Koti Festival en herdenking in het Oosterpark in Amsterdam. Keti Koti, de viering van de afschaffing van de slavernij in 1863, is voor zowel Surinamers en Antillianen als Nederlanders een belangrijke dag in de slavernijgeschiedenis. Op het Surinameplein wordt dit op 30 juni gevierd.

Keti Koti, de viering en herdenking van de afschaffing van de slavernij in de voormalige Nederlandse koloniën, wordt op 1 juli weer groots gevierd in het Oosterpark in Amsterdam. Na het daverende succes van vorig jaar is de verwachting dat er meer dan 35.000 mensen op het festival zullen afkomen.

Optocht met looporkesten en brassbands

Het Keti Koti Festival start met een groots opgezette optocht, De Bigi Spikri, van looporkesten en brassbands. De stoet verzamelt om 09.30 bij de Stopera op het Waterlooplein en trekt via de plantagebuurt naar het Oosterpark waar aansluitend de nationale herdenking plaatsvindt bij het Nationaal Monument Slavernijverleden in aanwezigheid van o.a. minister-president Mark Rutte, de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer, de gevolmachtigde ministers van Curaçao, St Maarten en Aruba, de ambassadeurs van Suriname, Ghana en Zuid-Afrika en de burgemeester van Amsterdam. Het festivalfeest barst rond 14.30 u los op 4 podia.

Wie, wat, waar?

Herdenking Surinameplein

Felix Burleson
op de Caraïbische Letterendag 2009
foto © Roeland Fossen
Ook elders in Amsterdam wordt de afschaffing van de slavernij herdacht. Op 30 juni a.s. organiseert de stichting Amsterdams Centrum 30 juni - 1 juli de herdenking van de afschaffing van de slavernij in de voormalige Nederlandse koloniën in de west. Er zijn voordrachten van onder meer Felix Burleson. Het thema van deze herdenking is "Samen Stilstaan, Leven & Vieren", waarmee deze stichting heel nadrukkelijk de noodzaak onderstreept om stil te staan bij de betekenis van dit verleden van onze stad voor al haar burgers. Tevens wordt hierin onderkend dat wij samen verder moeten om het (samen)leven gezond en het vieren waard te maken.

Wie, wat, waar?

Wim Bos Verschuur



Portret van de Surinaamse schrijver, politicus en tekenleraar Wim Bos Verschuur, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 125b in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Wie was Wim Bos Verschuur?


Jeugdportret van Wim Bos Verschuur.
Collectie Surinaams Museum
Bernard Willem Hendrik Bos Verschuur werd geboren op 23 mei 1904 te Paramaribo, als ‘gjeer-gjeer-ningre’ (gelige neger), zoals hij zichzelf noemde. Zijn grootvader van vaderszijde was een Nederlandse kapitein-ter-zee die eigenaar werd van verschillende plantages; zijn grootvader van moederszijde was de chinese immigrant Tjon Akien die als translateur voor het gouvernement werkte; zijn moeder, Heloïse Tjon Akien bezat een kokosplantage in Coronie. Wim was het tweede van drie kinderen in een Nederlands Hervormd apothersgezin. Hij kreeg les van tekenleraar J. Booms, ging naar de Hendrikschool (Mulo), volgde een machinistenopleiding en ging naar Nederland waar hij de akte M.O.-tekenen behaalde. Hij ging er om met Indonesische nationalisten als Hatta en Sjahrir. In 1933 keerde hij terug en werd tekenleraar aan de Hendrikschool en later aan verschillende andere scholen; tevens had hij een meubelfabriek waar de door hem ontworpen meubelen werden vervaardigd.


Huwelijksfoto
Collectie Surinaams Museum
Hij was maatschappelijk actief als voorzitter van de Surinaamse Arbeiders Federatie en de Surinaamse Arbeiders Centrale en als een van de leidende figuren van de Unie Suriname. In 1942 werd hij Statenlid. Hij zette zich in deze tijd in om het Duits als verplicht onderwijsvak te vervangen door het Spaans. Op 30 juli 1943 liet gouverneur Kielstra hem interneren als waarschuwing aan de creoolse oppositie dat zij te ver ging in haar gezagsondermijning. Bos Verschuur had een volkspetitie tegen Kielstra georganiseerd en werd, zo schreef J. van de Walle, ‘tijdens dit merkwaardige koningsdrama de onmisbare martelaar. De Statenleden traden af en niemand kreeg het in zijn hoofd de draadjes van het kamp door te knippen.’ Omdat het Koloniaal Bestuur hem ook weer niet wilde laten uitgroeien tot een martelaar voor de rechten van het volk werd hij op 27 oktober 1944 weer op vrije voeten gesteld.

Demonstratie in Paramaribo. Fotot uit de collectie van Wim Bos Verschuur
 die zich bevindt bij het Surinaams Museum


Ook na de oorlog bleef hij maatschappelijk actief. Van 1945 tot 1951 was hij opnieuw Statenlid, in 1946 medeoprichter van Spes Patriae en in 1952 oprichter van de Partij Suriname die in het politieke leven geen grote rol zou spelen. Wel vonden zijn vaderlandslievende activiteiten (volgens zijn broer Roland had Wim de lidmaatschapskaart van de NSB van Kielstra in huis, die op last van Kielstra bij een politionele huiszoeking werd meegenomen) weerklank bij Eddy Bruma. Bos Verschuur was uitgever van het weekmanifest Waakt (Oen Wiekie), dat, gedrukt bij O.C. Marcus, voor het eerst uitkwam op 13 mei 1950 en voor het laatst op 2 september van dat jaar. Het werd opgezet uit verontrusting over het mogelijk overslaan van de raciale onrust in Brits-Guyana. De eerste artikelen waren van de hand van Bos Verschuur zelf, W. Lionarons (tevens hoofdredacteur) en O. Wong. Als inlegblad van Waakt verscheen De zweep, een particulier orgaan van Bos Verschuur, gedrukt bij Eben Haëzer. Ook uit De zweep sprak zijn sociale bewogenheid. Die zou hem nooit verlaten: hij bleef pamfletten maken die hij Signalen noemde. Nog in 1967 schreef hij in opdracht van het Comité voor Werkzoekenden in Suriname de brochure Hoor, zie en denk . Hij overleed te Paramaribo op 4 januari 1985.
De brochure Hoor zie en denk. Collectie Michiel van Kempen

Werk

Schrijver en journalist Johan van de Walle karakteriseerde Wim Bos Verschuur als ‘de eerste links georiënteerde romanticus’ van Suriname. Hij beschikte over een groot rechtvaardigheidsgevoel, een sterk meeleven met het Surinaamse volk en een bijzondere innemendheid. Hij bewonderde figuren als Domela Nieuwenhuis en Henri Polak en stond in zijn sociaal-democratische ideeën dicht bij Grace Schneiders-Howard, het eerste vrouwelijke lid van de Surinaamse Staten. Maar hij was minder een ideoloog dan een activist en redenaar.

Landschap, geschilderd door Wim Bos Verschuur


Zijn engagement droeg hij ook uit in een aantal sociaal-realistische toneelstukken, het eerste geschreven midden in de crisistijd. Op 12 mei 1936 bracht het toneelgenootschap Thalia zijn toneelspel in drie bedrijven Woeker . Het stuk brengt een jongeman ten tonele die bij een geldschieter om uitstel van betaling komt vragen voor zijn zieke vader, een meubelmaker. Als het uitstel niet verleend wordt, gaat de man steeds nieuwe schulden aan en tenslotte verduistert hij gelden die hem in voorschot zijn afgestaan, en moet hij voorkomen. ‘In een prachtige apologie vraagt de verdediger (O. Groman) om clementie voor zijn cliënt, een dief geworden onder de martelende mokerslagen van de woeker.’ Het door hem samen met zijn leerling Johnny Lobato ontworpen decor met lichteffecten en slagschaduwen schijnt de suggestiviteit van het stuk te hebben versterkt. De besprekingen waren gematigd positief: als dramatisch geheel werd het stuk niet geweldig sterk geacht, maar de aankomende schrijver werd aangemoedigd en natuurlijk werd hij geprezen om het onderwerp in een tijd waarin een woekeraar niet aarzelde twintig percent rente per maand te berekenen. Een concrete oplossing voor de maatschappelijke problematiek die hij in Woeker had laten zien, zou Bos Verschuur een aantal jaren later, in 1947, aandragen, toen hij aan de wieg stond van de Volkscredietbank. Het sociaal-realisme in het toneel zou na de oorlog door Sophie Redmond worden voortgezet, en na haar dood opnieuw door Bos Verschuur.
Portret van Wim Bos Verschuur door Nicolaas Porter.
Zie het bericht hieronder.

In 1954 werd opgevoerd Kjépotie nomo! No poeroe dede na watra/ Och erm! Haal de dode niet uit het water (met praten alleen kom je er niet!) (1954), een toneelstuk in het Nederlands en Sranantongo.432 Een ander tendensstuk was Ai, kaka e kies' tiefie [Ja, de haan krijgt tanden]. Het stuk behandelde de wantoestanden in de Surinaamse strafgevangenissen en vond al vóór zijn première op 29 juli 1959 zoveel maatschappelijke weerklank, dat er onmiddellijk maatregelen ter verbetering van de situatie werden getroffen, reden waarom Bos Verschuur de eerder aangekondigde titel van het stuk, Te kaka e kies' tiefie [Als de haan tanden krijgt], had laten vallen. De pers had wat moeite met de rauwe taal, maar verder niets dan lof voor het stuk dat volgens De West ‘een aaneenschakeling van bont gekleurde soms in felle tinten geschreven taferelen’ bood. Het stuk had zoveel succes dat het ook als hoorspel werd uitgezonden.


Typoscript uit de nalatenschap;
collectie Bennie Kletter

Bos Verschuur schreef het filmscript De keerzijde van de medaille (1947) dat aan de basis lag van de gelijknamige film over Suriname, die gemaakt werd bij het bezoek van een Nederlandse parlementaire delegatie. Verder staan op zijn naam het hoorspel Het water komt (1953) over de Nederlandse watersnoodramp, het stuk Wij hebben een zoon verloren (z.j.), verzen en aanzetten tot verhalen. In de nalatenschap bevinden zich voorts drie omvangrijke typoscripten: Het vergeten land, geschreven onder de naam Soll. Bwemi, gedateerd 1932-1942 en met een omvang van 151 pagina's; een boek over reïncarnatie: De laatste droom van Sheddy Autahar, geschreven onder de naam Marcel Colloman, gedateerd 26 februari 1944 en 284 pagina's groot; en Kolonialle stat [sic], ongedateerd en 224 pagina's omvattend. Niets van het literaire werk van Wim Bos Verschuur verscheen echter ooit in drukvorm.

[uit Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur, diss. 2002]

Pagina uit Hoor zie en denk met het cynische commentaar
 "Maart 1967... Ook aan de volkswoningbouw wordt veel zorg en veel aandacht...

vrijdag 29 juni 2012

Wim Bos Verschuur


Portret van de Surinaamse schrijver, politicus en tekenleraar Wim Bos Verschuur, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 125a in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

The politics of ketchup

by Francio Guadeloupe

My hope is that during the upcoming keti koti celebration we will not allow the continuing struggle for a common humanity to be reduced to the rhetoric of white versus black/black versus white. Perhaps we need to think Red again. Perhaps we need to invent seriously ludic concepts such as the politics of ketchup. Ketchup! Yes ketchup. Ketchup has that wonderful thixotropic quality of becoming fluid when under duress and solidifying in tranquil times. Is this not how the arrivants who survived the middle passages sustained themselves on the plantations of the New World? Weren’t these arrivants stolen from Africa — or born on in the bellies of ships or in the Americas — people with the gel like quality of watering their way through the cracks of power when power was at its most invincible? Weren’t these arrivants also the ones who could harden at opportune times to strike more lethal blows at the delusional self image, and failed institutional practices, of moneyed individuals seeking to transform them into beasts of burden? Could this tactic not allow us to recognize the kinship of all who practice a specific politics of ketchup whether they be called Palestinian, Jew, Tibetan, Irish, Dalit, Sudanese, ex-Yugoslavian, woman, gay, or…(you fill in the dots)? But equally could this not help us to recognize that in the end it is about what you do, how you treat others, how you live with your dis/privilege, not about what tribal belonging you claim (or are ascribed)?

Mustard and ketchup, as seen at Double Happiness Foods,
 429 Powell Street, Vancouver. Photo @ Jawdoc

Akwantu to premiere as part of Jamaica’s 50th jubilee celebrations

The Jamaican Ministry of Youth and Culture has designated the world premiere of the Maroon documentary film Akwantu as an endorsed event for ‘Jamaica 50’ – the official government program for Jamaica’s 50th Anniversary of Independence. Already marked as one of the highlights of the Fourth International Maroon Conference, the film is set to air on Friday, June 22nd in the Asafu Yard in Charles Town, Portland. The film’s director, Roy T. Anderson, and other crew members will attend the world premiere.

In addition to this, Akwantu’s publicity team has announced regional premieres for the USA (Atlanta) and the Netherlands (Amsterdam). In the USA, Akwantu will premiere as part of the annual Caribbean Film Festival at the Atlanta-Fulton Public Library. No date has yet been announced for the Amsterdam venue.
Roy T. Anderson at the pre-screening of Akwantu
during the East Harlem International Film Festival in New York

A series of private pre-screenings is serving as the kick-off for the upcoming world and regional premieres. Some of these invitation-only events have already been held, for example in Toronto and New York. Another pre-screening is scheduled for Charleston (South Carolina) on June 14th.

Roy T. Anderson’s 87-minute cinematic portrayal of the Jamaican Maroons was filmed in Jamaica, Ghana, Canada and the United States over the course of three years. It features interviews with Maroon officials, scholars, Jamaican citizens (Maroon and non-Maroon), as well as African nationals. While capturing the legacy of the Jamaican Maroons, Akwantu also tells of the film director’s journey of self-discovery as a Jamaican Maroon descendent entering North American society.

Akwantu marks Anderson’s debut as a film director, writer, producer and narrator. His knowledge of film making stems from his longstanding career as a Hollywood stuntman.


Commemorative Abeng Blower
This ebony wood art piece featuring a traditional abeng blower was created by Macpri, the principle and official photographer for Akwantu. It stands 8 inches tall and is produced in Ghana, West Africa. Only a limited number of these commemorative carvings are available for purchase (35 US Dollars; applicable taxes, packaging and shipping extra). Orders are by email only (send message to macpri@gmail.com). The Abeng is a traditional Maroon instrument (more info here).

[from Abeng Central, June 2, 2012]



Nieuw boek over Bouterse

Over de huidige president van Suriname, Desiré Delano Bouterse, is al veel geschreven en zal ongetwijfeld nog veel geschreven worden. Het nieuwste boek komt van twee Nederlandse journalisten, Ivo Evers en Pieter van Maele. Ivo Evers (1983) werkte anderhalf jaar in Suriname, onder meer als correspondent van Trouw; sinds zijn terugkeer werkt hij bij actualiteitenrubriek Een Vandaag. Pieter Van Maele (1986) is correspondent in Paramaribo voor onder meer Algemeen Dagblad, Radio Nederland Wereldomroep, Het Parool, De Morgen en Trouw. Zij presenteren op 19 september Bouterse aan de macht. Het is een uitgave van De Bezige Bij. Het boek bespreekt de ontwikkelingen vanaf de verkiezingen in 2010 tot en met de aanname van de amnestiewet in 2012. Ook worden er verwachtingen uitgesproken over toekomstige ontwikkelingen.

De boekpresentatie vindt plaats op woensdag 19 september in Spui25 in Amsterdam. De auteurs worden geïnterviewd door Wil Hansen, redacteur De Bezige Bij.

Wycliffe Smith



Portret van de Sabaanse schrijver Wycliffe Smith, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 124 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

donderdag 28 juni 2012

Slavernij-invloeden (IV): Het misbruik van Gods woord

door Tascha Aveloo

Tijdens de slavernij is door de toenmalige kolonisator er alles aan gedaan om de slaaf slaafs te houden. Zo werden door de Zeeuwse en Hollandse calvinistische christenen, de slaven in eerste instantie niet eens waardig genoeg geacht om ‘hun God’ te leren kennen. Met de bijbel in de hand wilden ze hen wel de wil opleggen dat ‘God’ het zo gewild had dat zij slaven zouden zijn.
Slaaf gehangen aan een haak;
 uit de Italiaanse vertaling van Stedman

Daarbij misbruikten zij diverse bijbelse teksten die zij geheel buiten context naar hun believen toepasten. Dit heeft in Zuid-Afrika geleid tot de vorming van townships. De daar aanwezige kolonisatoren besloten dat de Afrikanen konden worden verdeeld in vijf rassen die geheel gescheiden van elkaar moesten leven. De gevolgen daarvan zijn ons niet onbekend. Pas in 1990 werd de rassenscheiding apartheid formeel en wettig afgeschaft in Zuid-Afrika.

'Bijbelse grondslag’

Juist doordat apartheid gerechtvaardigd werd met een beroep op de bijbel kreeg ze als ideologie een religieuze dimensie. En doordat de Afrikaners diep religieus waren, was de apartheid vanaf het begin van hun bestaan diep verankerd in hun ziel. Zoals we al in de ‘Paramariboverklaring’ hebben gezien, waar de Afrikanen ‘vervloekte Chamskinderen’ worden genoemd, werd rassendiscriminatie al in de 18de eeuw met behulp van bepaalde bijbelteksten theologisch gefundeerd. Het idee dat de Afrikanen nakomelingen zouden zijn van Cham, de jongste zoon van Noach, is gebaseerd op het verhaal in Genesis 9, in weerwil van het feit dat de Kanaänieten (en niet de Afrikanen) als Chams nakomelingen gelden. Hoe dan ook, de Afrikanen waren als Chamskinderen gedoemd voor eeuwig knechten te zijn: “Vervloekt zij Kanaän, knecht van zijn broers zal Kanaän zijn, de minste van alle knechten” (vs. 25).

Niet mengen

Een ander argument ter rechtvaardiging van apartheid vond men in het verhaal van de toren van Babel (Genesis 11) waar verteld wordt dat God zelf de verschillende volken, die zich door hun taal van elkaar onderscheidden, over de hele aarde verspreidde (vs. 8). Wat God gescheiden en verspreid heeft, zo redeneerde men, mogen de mensen niet samenbrengen en zeker niet laten vermengen. En dan te bedenken dat het Afrikanervolk zelf een mengelmoes is van meerdere volken! Het menselijk denken is aardig verwrongen als het gaat om religie. Dit is iets van alle tijden. Dat we er in ieder geval uit mogen leren.

 [uit de Ware Tijd, 28/06/2012]

Naks brengt ode aan Afrikaanse voorouders

Nakomelingen van de Afrikanen in diaspora laten zich ook leiden door geloof en de daarmee verbonden waarden en normen. Ze laten dat zien aan de Surinaamse gemeenschap in de veertiende keer Tak’ Tangi op 1 juli.
 

Bij dit evenement wordt door traditionele zang en dank dank uitgebracht aan alle slaven voorouders. “Doordat zij hun hele leven in slavernij hebben geleefd, en de strijd hebben aangebonden met de slavernij, leven hun nazaten als vrije burgers”, zegt de Organisatie voor Gemeenschapswerk Naks in een persbericht. Een speciale dank wordt gebracht aan Anana Keduaman Keduanpon, die de Afrikaans-Surinaamse voorvechters in de vrijheidsstrijd heeft geïnspireerd.

Neusje van de zalm dit jaar bij de activiteiten is de launch van een hoofd- en schouderdoek die wordt vernoemd naar de overleden oud-voorzitter Elfriede Baarn-Dijksteel. Optredens van Naksgroepen, een presentatie over ondernemerschap en een toneelstuk completeren het programma voor de veertiende Tak’ Tangi.

[uit Starnieuws, 28 juni 2012]

(Illustratie:Ginoh Soerodimedjo)

Juliën Zaalman


Portret van de Surinaamse schrijver en winti-kenner Juliën Zaalman, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 123 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Slavernij-invloeden (III): Winti gaat niet samen met christendom

door Tascha Aveloo

Het is een bekend verschijnsel als men naar de bonuman gaat voor een ‘wroko’, dat de Bijbel er maar al te vaak wordt bijgehaald. Als iemand een wasi ondergaat, gebeurt dat in de naam van …, ma Gado na fesi! Volgens sommige wintibelijders kan dit niet. Het wintigeloof is een totaal andere religie dan het christendom en de twee zijn niet met elkaar te mengen. “Winti en het christendom hebben zich in de slavernij naast elkaar ontwikkeld. De slaven en de vrije nakomelingen daarvan hebben de geloven elkaar laten beïnvloeden”, stelt Juliën Zaalman, bonuman en schrijver.

Zaalman zegt dat het christendom een middel was van de kolonisator om de kolonie te verwestersen. Daarnaast was de winti aanwezig bij de slaven. “Het heeft ze een houvast geboden om hun mens-zijn, die mens die zij ooit waren, niet kwijt te raken. Om niet onderdoor te gaan aan de geest van onderdrukking en minderwaardigheid, maar met een geest van integriteit trachtten ze te overleven, dwars door alles heen. Het heeft hen staande gehouden en ze de wil gegeven om te ontkomen aan het juk van de slavenmeester,” vervolgt hij. Hij vertelt dat het christendom geen oog had voor de menselijkheid van de slaven, omdat de economische belangen te groot waren. Volgens Zaalman heeft de slavenmeester met het christendom, tot kort voor de afschaffing van de slavernij, machtsmiddelen ingezet zoals onderwijs, zorg en het aanbod van vrijheid om de zwarte mens te ketenen. “Het was zelfs bij wet vastgesteld dat zij hun Afrikaanse gewoonten niet mochten behouden. De winti heeft echter de mens die slaaf was, zijn waarde teruggegeven. Zo zouden ze erkennen en herkennen dat zij grote geesten zijn die moeten streven naar een verhoogd denkniveau. Zij die het goede verkiezen boven het kwade en gaan voor vooruitgang. Dat is winti.”


De Watra Ingi Winti: een indiaan die over het water loopt


Zaalman kan ook antwoord geven op de vraag waarom sommige wintibelijders toch de Bijbel hanteren. Volgens hem komt dat door een dualistische opvoeding, waarin mensen zowel het westerse maar ook het eigene meekregen. “Het zijn de mensen die geen keus kunnen maken. Ze gebruiken de Bijbel om te vergoelijken wat ze doen. Ze zien door hun christen-indoctrinatie iets in de bijbel dat ethisch een bepaalde waarde vervult. Maar binnen het verhoogde denken van de winti is dat geen onderdeel ervan. De basis is Anana.”

In de visie van wintibelijders is god heel anders dan die binnen het christendom. In de laatste religie staat tegenover God zijn ‘vijand’ Satan. “Wij geloven dat het leven bestaat uit goed en kwaad en door het goede boven het kwade te stellen, kom je in het reine met jezelf wat leidt tot een hoger denken. Goed is niet losgekoppeld van het kwade en omgekeerd.” De bonuman wil verder meegeven dat hoewel het woord bonuman een zwaar beladen betekenis heeft in de samenleving, het woord eigenlijk staat voor iemand die een ruim hoog geestelijk denker is die de zingeving van het leven brengt aan mensen en hen aanspoort om beter te doen en ruimer te denken en te leven volgens de wintileer.

[uit de Ware Tijd, 27 juni 2012]

Slavernij-invloeden (II): De stem van de EBG in de slavernij

door Tascha Samuel

Tijdens de slavernij, toen de Zeeuwen en Hollanders het in Suriname voor het zeggen hadden, waren de protestantse Hernhutters - nu beter bekend als de Evangelische Broeder Gemeente Suriname - in het geheel niet gewenst in de kolonie Suriname. “De Hernhutters werden geweigerd omdat ze wilden werken onder de slaven. De Calvinistische plantagehouders waren bang dat ze de slaven opstandig zouden maken.

Grote Stadskerk der Evangelische Broedergemeente




Hesdy Zamuel
Ze werden gezien als een stelletje Duitsers die niet de zuivere leer verkondigen” vertelt Dominee Hesdie Zamuel. Toen de Hernhutters aanvraag deden in Nederland om naar Suriname te mogen komen, werden de onderhandelingen gevoerd door ene Spangenberg. Aan hen werd toen gevraagd wat hun standpunt was ten aanzien van de slavernij. ‘Hun antwoord was enigszins dualistisch”, stelt Zamuel. De Hernhutters gaven namelijk aan dat ze de slaven hun meesters moeten gehoorzaam en niet moesten streven om vrij te komen, maar als het ze word aangeboden dat ze het met beide handen moesten aangrijpen. “Het was dus geen duidelijk standpunt tegen de slavernij.” Het was al snel duidelijk dat de Hernhutters niet gewenst waren, want ondanks vele pogingen tussen 1735 - 1740 werden ze zwaar tegengewerkt. Ondanks beloften van de Nederlandse regering voor land en verblijf werd dat hen wanneer ze uiteindelijk in Suriname aankwamen ontzegd door het lokale gouvernement.

Uiteindelijk week men uit naar Berbice (Demerara/ Guyana) om zich te voegen bij een groep Hernhutters die zich vanuit Nederland daar al had gevestigd. Tien jaar later rond 1750 werd er weer een aanzet gegeven en begon men te samen te werken met de inheemsen en marrons aan de Boven-Surinamerivier. Een klein aantal plantage-eigenaren gaf toestemming. “Door de saka fasi leerstelling, dat je als slaaf je plaats moest kennen en je werk met ijver moest doen, zagen de slaveneigenaars dat de Hernhutters niet van kwade wil waren en zo kregen ze steeds meer toegang tot de plantages”, legt Zamuel uit.
“Je mocht niets tegen de heersende politiek zeggen. Zo haalde de dominee Otto Tank in redelijk milde bewoordingen de wreedheid van de slavernij aan. Hij ging met vakantie en is nooit meer naar Suriname teruggekeerd”, benadrukt Zamuel. Pas rond 1840 - toen de Engelse slaven al vrij waren en de Nederlanders doorhadden dat ook zij daar gevolg aan zouden moeten geven - kregen ze echt toegang tot de plantages. Daar legden zij zich toe op het onderwijs en gezondheidszorg voor de slaven.

[uit de Ware Tijd, 26/06/2012]

Slavernij-invloeden (I): De stem van de r.-k. kerk in de slavernij

door Tascha Samuel
Geredde slaven

In de indrukwekkende kathedraal staat pater Esteban Kross me te woord. Na een uur is het duidelijk dat Surinamers te weinig weten van de slavernij en de rol van de diverse kerkgenootschappen daarin. Pater Kross werpt de schijnwerpers op de rooms-katholieke kerk en hun houding tijdens de slavernij.

Rond 1667 nadat de Zeeuwen Suriname veroverd hebben, is Suriname een kolonie waar voornamelijk hervormde Calvinisten het voor het zeggen hadden. Gedurende de daarop volgende twee eeuwen is er een kleine kudde rooms-katholieken die totaal geen enkele zeggenschap hebben in de natie. Het is aan het einde van de 15e eeuw wanneer Colombus de Amerika’s heeft ontdekt. Het tot slaaf maken van de inheemse bevolking wordt door de katholieke kerk formeel afgekeurd. Als de kolonisten dan overgaan tot het aankopen van slaven van de Afrikaanse moslims, is het hek van de dam. De katholieke kerk houdt heel lang voet bij stuk, maar de zucht om goud en winsten is enorm groot. “Als strafmiddel had de kerk gesteld dat slavenhouders geen absolutie mochten krijgen. Dat is de biecht voor het vergeven van zonden en vooral bij het sterven ook het toedienen van de laatste sacramenten.


Esteban Kross

Voor de mens van toen was het een vreselijke gedachte dat men mogelijk zou sterven zonder absolutie. Er werd zelfs met excommunicatie , uitzetting uit de kerk gedreigd, maar dat mocht niet baten. Als de kerk uiteindelijk zwicht onder het gewicht van de economische belangen stellen zij wel voorwaarden aan het houden van slaven. Zo zouden slaven menswaardig behandeld moeten worden en de zondag vrij moeten hebben. De kennis van Christus vrijwillig bijgebracht moeten worden; in de gelegenheid gesteld worden zich te laten dopen en het ter besschikking stellen van onderwijs en gezondheidszorg” , legt Kross uit. In hoeverre er daar echt invulling aan werd gegeven, hangt van elke slavenhouder af. “Maar dat had wel als gevolg dat je als slaaf wel liever bij een rooms-katholieke of joodse slavenmeester terecht wilde komen. Want die waren algemeen bekend als humaner in hun opstelling naar de laven toe. Zij bemoeiden zich met de slaven”.

Volgens Kross was ook het brengen van het evangelie naar de slaven vrij mild. “Het is de mening van de r.-k. kerk dat God zelf zijn eigen methoden heeft om mensen tot verlossing te brengen. Er was geen zware drukstelling waardoor uiteindelijk velen zich lieten dopen en room-katholiek werden. Surinaams had in feite een hervormde natie moeten zijn, maar het was de ‘wet’ van de toenmalige Calvinisten dat de ‘zwarten’ het niet nodig hadden God te leren kennen.

“Mensen in vrije beroepen zoals verpleegsters, onderwijzers en later mensen als Petrus Donders hebben felle kritiek geuit op de gruwelijkheden van de slavernij. Petrus Donders schreef ‘Wee voor de blanken als God zijn oordeel over hen uitstort want zij verkrijgen hun rijkdom met het bloed en ellende van de slaven.’ Hij gaf aan dat het vee in Nederland beter werd behandeld dan de slaven in Suriname. Hij gaf ook aan hoe hij hoorde hoe slaven tegen een geringe vergoeding gegeseld werden bij het politiebureau zonder opgaaf van reden. Toen er meer r.-k geestelijken werden toegelaten namen ze het vaker op zich om de slaven op te kopen en hen dan vrij te stellen.

[uit de Ware Tijd, 25 juni 2012; fouten verbeterd] 

FAQs about St. Maarten

Great Bay, St. Martin (June18, 2012)—TheSt. Maarten Tourist Bureau (STB) has just published FAQs about St. Maarten – The Frequently Asked Questions (FAQs) Handbook.


According to STB, the handbook is intended for a planned certification course for tour guides and other hospitality professionals that come in daily contact with the over 1 million tourists that visit the island annually. The 86-page handbook answers over 80 questions, and identifies numerous other information or reference points of interests tha tvisitors to the island tend to ask and that the people of St. Martin, especially in the hospitality industry, could now have readily and accurately at hand.

House of Nehesi Publishers (HNP) coordinated the handbook’s research and publication as part of a larger guidebook being worked on, said HNP president Jacqueline Sample during the just concluded St. Martin Book Fair. Scheduling challenges prevented STB head May-Ling Chun from making a presentation of the publication to tourism stakeholders during the book fair.

The 27 chapters or categories of FAQs about St. Maarten are: History; Language; Geography; Infrastructure; Economy; Currency; Government; Education; Sports; Hotels; Transportation; Health; Religion; National Symbols;Nature, Environment, and Parks; Culture; Media in St. Maarten/St. Martin; Telecoms; Day Trips; Photography Do’s and Taboos; GoodManners/Bad Manners; DressCode; HowSafe Is the Island?; EmergencyNumbers; The St.Maarten Tourist Bureau; The SaintMartin Tourist Office; and, Maps of St. Maarten/St. Martin.

Shot for KaiDesign, St. Martin, photo @ Sarina Gito

The teaser question on the cover asks, How well do you know St. Maarten? but FAQs Q&As are hardly exhaustive and the handbook is designed to be upgraded as STB sees fit or as demand for new information increases, said Sample. “FAQs about St. Maarten is designed as a quick-and-easy read and study-helper for a certification course, but it will probably be very hard to keep the book out of the hands of a general population that is ever more hungry for quality information about the whole island,” said Sample. While the cover design may give the impression that the handbook is expressly for tourists, it is really for professionals within the service industry, tour operators, airport, port, tourist office, and culture department information officers, taxi and bus drivers, tour guides, traveland entertainment media, travel agents and writers, immigration, hotel activities directors and personnel, front desk, bartenders, waitresses, and store clerks, especially in businesses that are in constant contact with visitors from the region, the Americas and around the world, said Sample.

STB requested and approved the cover design last year by the Tambourine firm. FAQs about St.Maarten is the abridged version of the guidebook project initiated by Regina LaBega over three years ago when she headed STB. “Ms. May-Ling Chun, Mr. Gus Priest and the whole STB have been gracious and helpful with working on the completion and receiving the FAQs handbook as part of theTourist Bureau publication,” said Sample.

Gerrit Barron


Portret van de Surinaamse schrijver Gerrit Barron, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 122 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Indianen, de WIC en invasies

Indianen, de WIC en invasies: Voor een ieder die iets wil weten van de geschiedenis van Curaçao is dit boek een prima startpunt. In vlot leesbare hoofdstukken komen belangrijke onderwerpen aan bod: van de eerste inwoners -de indianen-, naar de ontdekking van het eiland, de West-Indische Compagnie (WIC), de slavernij tot en met de vele invasies maar ook beroemde en beruchte personen die allemaal een stempel hebben gedrukt op het eiland. Indianen, de WIC en invasies is niet alleen informatief maar ook leuk om te lezen. Een aanrader voor iedere reiziger/toerist die het eiland aandoet. Deze uitgave is deel van een serie 'De rijke geschiedenis van Curaçao' en is tot stand gekomen in samenwerking met het maritiem museum op Curaçao.

Indianen, de WIC en invasies
Auteur: Jack Schellekens
Carib Publishing
ISBN: 978 90 8850 285 9 Verkrijgbaar bij het Maritiem Museum Curacao, Caribpublishing en de lokale boekhandel!

Maritieme geschiedenis van Curaçao

De zee, handel en scheepvaart: De maritieme geschiedenis van Curaçao in 17 thema’s. Wat maakt de haven van Curaçao zo uniek? Wat heeft de zee dit eiland gebracht? Maar ook: hoe zag het leven er op een schip van de West-Indische Compagnie uit? Deze vragen en nog veel meer worden in dit boek beantwoord. De artikelen zijn toegankelijk geschreven en bevatten naast vele historische feiten ook aangrijpende anekdotes. Na het lezen van dit boek wordt duidelijk dat zonder de unieke haven van Curaçao de geschiedenis van dit eiland een heel ander verloop had gekend. De zee, handel en scheepvaart is niet alleen informatief maar ook leuk om te lezen. Een aanrader voor iedere reiziger/toerist die het eiland aandoet. Deze uitgave is deel van een serie 'De rijke geschiedenis van Curaçao' en is tot stand gekomen in samenwerking met het Maritiem Museum op Curaçao.

De zee, handel en scheepvaart: De maritieme geschiedenis van Curaçao in 17 thema’s.
Auteur: Jack Schellekens
Carib Publishing
ISBN: 978 90 8850 286 6

Suriname mag US$ 14 miljoen lenen voor verbetering onderwijs

Foto @ Eduhulp


door Aidy Agodeba

Suriname mag binnenkort US$ 13,7 miljoen lenen bij de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. De lening, die al is goedgekeurd door de IDB, zal Surinames plan om de efficiëntie en kwaliteit van het nieuwe basisonderwijs te ondersteunen, tegelijk stimuleren tot succesvolle schoolprestaties bij leerlingen vanaf het kleuteronderwijs tot en met het secundair onderwijs. Volgens de IDB-project-teamleider Annelle Bellony in Caribbean Journal zal het project leiden tot verbetering van de leerresultaten in de hoofdvakken Nederlands en Wiskunde, de opleiding van alle circa 5.000 leraren in het Surinaams basisonderwijs opkrikken, de inspanningen om het onderwijs te stroomlijnen ondersteunen en het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën op de scholen verkennen. Bovendien zal het vermogen van afgestudeerde leerkrachten drastisch worden verhoogd om toegang te krijgen tot de arbeidsmarkt. De IDB financiert het Surinaams twee-trajecten-onderwijsprogramma, waarvan de eerste fase de aanpak van het curriculum voor het basisonderwijs behelst en de tweede fase het verbeteren van de leerresultaten van de leerlingen in het eerste tot en met achtste schooljaar. De lening heeft een looptijd van 20 jaar, met een aflossingsvrije periode van vier jaar. Suriname doet bij de uitvoering van het project een eigen bijdrage van US$ 750.000 dollar.

Paramaribo


Vice-president Robert Ameerali, die vandaag namens de president de Leerboekenbeurs heeft geopend, zei dat geld en leermiddelen niet de problemen zijn binnen het onderwijssysteem. Wat volgens hem het probleem vormt is het gebrek aan coördinatie. De stap die vandaag is gezet is volgens hem één van de bouwstenen die ervoor zullen zorgen, dat ze op de gewenste plek terechtkomen. "We moeten nu investeren in de Surinaamse mens en [het] kind", benadrukte hij.

Onderwijsniveau

"We moeten ons ook niet voor de gek laten houden en ons steeds focussen op het slagingspercentage. Slagingspercentages kunnen ook bedrieglijk zijn", zei de minister van Onderwijs en Volksontwikkeling vandaag tijdens de opening van de Leerboekenbeurs. Minister Shirley Sitaldin is de mening toegedaan, dat als wij steeds aan niveauverlaging gaan doen, het slagingspercentage zal toenemen, terwijl de kwaliteit zal dalen. De leerlingen zullen volgens haar eindelijk afkomen van oude stencils en versleten boeken. Deze vernieuwing hoeft naar haar zeggen, nog geen verbetering te zijn. Alle stappen die in de toekomst worden genomen moeten bijdragen aan kwaliteitsverbetering en kwaliteitsverhoging. Ze drukt onderwijsgevenden op het hart om niet te kiezen voor eenvoudig lesmateriaal en denken dat ze daarmee de studenten een genoegen doen. "Zij zouden ons als de grootste criminelen aanrekenen, want studenten willen niveau en kwaliteit hebben. U en ik zijn niets anders dan begeleiders van hen", merkte ze op. Sitaldin vindt, dat het taak van de docent is om de studenten te sturen. "Maar stuur ze goed, begeleid ze ook goed en werk steeds naar een niveau, waarbij zij straks inderdaad invulling kunnen geven aan een versnelde ontwikkeling van dit land."  Inzichten op het gebied van communicatie en technologie veranderen razendsnel.


De minister van Onderwijs en Volksontwikkeling Shirley Sitaldin en de gewezen president Jules Wijdenbosch nemen vluchtig kennis van de inhoud van een boek. De Leerboekenbeurs is vandaag van start gegaan en duurt tot en met woensdag aanstaande. (foto: Johan de Randamie)


Dit geldt, volgens de onderwijsminister, evenzeer voor de pedagogiek en de context, waarin onderwijs plaatsvindt. "Gaat u alstublieft bij het maken van keuzes steeds uit van de student. Stelt u de student centraal en besef dat u de begeleider bent."  Ze verwacht van de leden van het onderwijskorps, dat ze in de komende dagen samen met hun collega's gaan kiezen voor de juiste methode en didactiek, zodat studenten probleemloos het vervolg-onderwijs kunnen volgen. "Het creëren van lesinhouden van hoge kwaliteit is van essentieel belang om de potentie van innovatie in ons onderwijs te realiseren", benadrukte Sitaldin.

[uit De West, 28 juni 2012]


‘Ze hoorde verhalen van wanhopige meiden, die geleefd werden, hun dromen hadden opgegeven’

door Jannie Groen
 
Bollywood verheerlijkt zelfdoding, scholen lopen weg voor de hoge suïcide onder Hindostaanse meisjes, constateert schrijfster Orchida Bachnoe.
Orchida Bachnoe

'Al heel lang' werd schrijfster Orchida Bachnoe (47) in haar directe omgeving geconfronteerd met suïcidale Hindostaanse vrouwen. Ze hoorde verhalen van wanhopige meiden, die geleefd werden, hun dromen hadden opgegeven. Steeds weer werd ze geconfronteerd met kille statistieken over zelfmoordpogingen van de Haagse GGD, waarin Hindostaanse vrouwen sinds 1987 opvallen in negatieve zin. Haar behoefte het in haar cultuur 'onbespreekbare bespreekbaar te maken' werd urgent, toen op een dag bij haar de deurbel ging. 'Op mijn stoep stond een 14-jarig meisje. Ze was in tranen, ze had pillen geslikt', vertelt Bachnoe. Ze bracht het wanhopige meisje naar het ziekenhuis, naar de eerste hulp. 'Ik was haar vertrouwenspersoon. Ik dacht, als zij mij niet zou hebben gehad, dan was het misschien wel heel slecht met haar afgelopen.' Bachnoe schreef de roman Azijn in mijn aderen, die ze vandaag [23 mei j.l. - red CU] aanbiedt aan het PvdA-Kamerlid Kadija Arib, 'omdat zij zich al jaren inspant om deze problematiek op de politieke agenda te zetten'. Azijn in mijn aderen is gebaseerd op ware verhalen en speelt zich af in Den Haag en in Mumbai, de stad van de Bollywood. De twee hoofdfiguren, Hindostaanse meiden, zijn beiden gek op Bollywood-filmsterren. Een van de sterren slaat (in een film) de hand aan zichzelf en blijft, als stem, rondspoken in het hoofd van de meisjes. Bachnoe: 'Die films verheerlijken zelfmoord, meisjes in nood herkennen zich erin.'

Onmogelijke liefde
Bollywood glamour: Sunny Leone

Dat ziet ook Indra Boedjarath (48), directeur van Mikado, landelijk kenniscentrum interculturele geestelijke gezondheidszorg. 'In de Bollywoodcultuur wordt zelfmoord gesanctioneerd. Meisjes slaan die Bollywood-verhalen op en handelen ernaar.' In haar lezingen gebruikt Boedjarath, die zelf een Hindostaanse achtergrond heeft, nogal eens het voorbeeld van de populaire Bollywood-film Mohabattein, waarin een jongen van een lagere kaste verliefd wordt op de dochter van een directeur. Vanwege het standsverschil is het een onmogelijke liefde. Het meisje, niet de jongen, maakt een eind aan haar leven. Boedjarath is als psychologe en psychotherapeut sinds 1989 actief in de interculturele hulpverlening. Ze weet dat Hindostaanse vrouwen onverminderd hoog scoren in de statistieken, maar merkt op dat ze in de laatste Haagse registratie (2008-2009) zijn gepasseerd door de Turkse meisjes. Die zijn net als Hindostaanse jonge vrouwen geneigd hun problemen te verinnerlijken, verklaart Boedjarath. 'Meer dan Marokkaanse en autochtone meiden. De Marokkaanse meiden, die vaak ook klem zitten tussen twee culturen, slaan eerder van zich af.' Alle migrantengroepen worstelen met problemen die met de migratie samenhangen. De meisjes worden beperkt bij het nemen van belangrijke levensbeslissingen, zoals het kiezen van de huwelijkspartner of de studierichting. Ze zijn minder vrij dan autochtone leeftijdsgenoten. 'Maar specifiek voor Hindostaanse meiden is de grote prestatiedruk die ze ervaren en het gebrek aan affectie en geborgenheid in de directe omgeving', zegt sociologe Diana van Bergen, die in 2009 promoveerde op suïcidaal gedrag van migrantenmeisjes.
Bollywood

Bij de diepte-interviews met Hindostaanse meiden viel haar op hoe liefdeloos ouders werden ervaren. 'Er wordt van alles van die meiden geëist: doe dit, doe dat, haal het hoogste diploma, loop in de pas - maar nooit een arm om hen heen geslagen.' Ze herinnert zich het verhaal van een meisje dat was misbruikt. 'De moeder zei: nu moet jij zelfmoord plegen en je vader ook.' Suïcidepogingen ondernemen om uit de problemen te komen is verweven met de Hindostaanse cultuur, zeggen Van Bergen en Boedjarath. De hoge scores onder Hindostaanse vrouwen zijn niet uniek voor Nederland. Boedjarath: 'Suïcide staat op het netvlies van Hindostanen, wordt van generatie op generatie doorgegeven.' Boedjarath pleit voor een doelgroepspecifieke aanpak en voorlichting op middelbare scholen. Ook het PvdA-Kamerlid Arib roept scholen op alert te zijn op signalen van hun leerlingen. 'Bijvoorbeeld als meisjes erg stil zijn, of niet met hun familie op vakantie willen.'
Hindostaanse meisjes

Volgens Bachnoe lopen scholen met een grote boog om de gevoelige problematiek heen. Ze wilde haar boek aan Arib op een Haagse middelbare school aanbieden, waar de doelgroep rondloopt. Maar drie keer kreeg ze nul op het rekest. 'Zoals de COC homoseksualiteit bespreekbaar maakt op scholen, zo zou het met zelfmoord ook moeten. Maar de scholen willen niet meewerken. Ze vrezen kennelijk imagoschade.' Ze vindt dat 'doodzonde', want uit cijfers van de Kinderombudsman blijkt dat suïcide, na verkeersongelukken, de meest voorkomende doodsoorzaak is onder jongeren. Bachnoe: '1.500 zelfmoorddoden per jaar, dat zijn drie jongeren per dag. Hoog tijd dat jongeren wordt geleerd hiermee om te gaan.'

[uit de Volkskrant, 23-05-2012]

"...imagoschade leidt tot veel kopzorg..."