| Jorge Amadi. Alle foto's © Mineke de Vries |
Vier jaar zat hij gevangen in de penitentiaire instelling Lelystad.
Vier jaar die hij gebruikt heeft om een geheel nieuwe weg in te slaan. Onder zijn
pseudoniem Jengo Amadi - ‘vrij man die aan het opbouwen is’ - schreef hij een boek over het eenzame proces
van zijn omslag tijdens detentie. Zijn ervaring en inzichten gebruikt hij nu om
voorlichting te geven aan scholieren, slachtoffers en gedetineerden.
| Jorge Amadi |
Ondanks dat we elkaar vaker hebben ontmoet, vertelt Jengo
Amadi nu in zijn kantoor in Amersfoort zijn gehele verhaal. Een verhaal dat ook
niet in een paar ontmoetingen verteld kón worden: zijn chaotische jeugd, heen
en werd gesleept tussen Curaçao en Nederland, heen en weer geslingerd tussen
verschillende ‘vaders’ en deel uitmakend van diverse criminele circuits.
Uiteindelijk resulteerde dat alles in een poging tot moord, waarvan hij zich
wist vrij te pleiten, maar wel werd hij opgepakt voor diverse gewapende
overvallen, wat hem een eis van tien jaar gevangenisstraf opleverde. Hoewel voor
velen gevangenisstraf weinig zin heeft - zij vervallen na hun detentie snel in
hetzelfde patroon - betekende zijn opsluiting voor Amadi een zware weg naar
binnen, een eenzaam proces waarbij hij zich moest afsluiten van de machocultuur
van andere gevangenen. Als herboren kwam hij vrij en bouwt met al zijn energie
aan een nieuwe toekomst. Hij gebruikt zijn kennis om anderen te weerhouden van
het pad dat hij ging.
Roffa
“Ik weet hoe gek het klinkt, maar als crimineel had ik mijn eigen
verknipte normen: jatten was achterbaks. Als kind stal ik ooit iets uit een
winkeltje op de Jan Noorduynweg, maar ging het later terugleggen. Ik beroofde
liever iemand dan dat ik stiekem van hem jatte. Overvallen waren eerlijker, je
liet zien wat je deed. Ook op straat of thuis iemand overvallen is niet tof, in
een bedrijf leek het anders.” De nu
keurig geklede kantoorman Amadi laat me een paar filmpjes zien om de
tegenstelling te laten voelen met zijn tijd op straat, filmpjes van een Amadi
met capuchon over zijn hoofd, met zijn ‘gang’ plannen makend in grove staattaal.
Maar ook laat hij een filmpje zien van hemzelf in een wit pak, een wit kistje
in zijn handen met witte bloemen erop: deze Amadi legt zijn zoontje Tony van
acht dagen oud in zijn grafje. Een man die met zijn 29 jaar de wereld van
zoveel kanten heeft gezien. Zijn lijf draagt de zichtbare herinnering: op één
pols de tatoeage Roffa, straattaal voor Rotterdam, op de andere 5314, de
zonegrens van Rotterdam, maar ook cijfers van zijn registratienummer in de
gevangenis. In zijn hals Chinese tekens die Toni betekenen.
| Amadi
heeft zijn eigen kantoor vanwaar hij zijn bedrijfsactiviteiten uitvoert |
Criminaliteitcultuur
“Het is zo jammer dat we op Curaçao toelaten dat
criminaliteit deel uitmaakt van die cultuur. Het cliché is werkelijkheid: vaders lopen weg, moeders blijven alleen en als zoon wil je voor je moeder het
gebrek aan middelen oplossen. Het is zó makkelijk die straathandel in drugs,
het is zó makkelijk om aan vuurwapens te komen.” Hijzelf is het levende
’clichévoorbeeld’; daarvoor gaan we in vogelvlucht door Amadi’s complexe jeugd.
“Ik ben geboren uit een typisch Antilliaans avontuur op Banda’bou: vader was al
getrouwd en ging weg toen mijn moeder zwanger bleek.” Moeder hertrouwde, maar deze
vader - die hij nog altijd als zijn echte vader ervaart - ging weg toen Jengo
tien was. Pas toen vertelde zijn moeder hem dat de vader om wie hij zo verdrietig
was, zijn vader niet was. “Ik raakte vreselijk in de war. Eigenlijk is de
ellende toen begonnen, ik verviel in slachtofferschap, alles wat fout ging, kwam
van mijn biologische vader, maar ook vroeg ik me af waar hij was om me te
helpen als ik werd geslagen.” Er kwam snel een derde vader, met wie Jengo veel
moeite had maar die hij waardeert om de financiën die hij stak in de educatie
van de kinderen. Met zijn broer en zus van weer andere vaders verhuisde het
gezin om de paar jaar met of zonder vader van Nederland naar Curaçao. Amadi: “Voordeel
is dat ik honderd procent Antilliaan en honderd procent Nederlander ben omdat
ik van kleuterschool tot middelbare school alles dubbel deed. Ik praat zowel keurig
Papiaments als Nederlands, zowel straattaal Papiaments als Nederlands.” Op zijn
twaalfde was hij boos toen hij terug
naar Curaçao moest. “Toen begon het spijbelen op het MIL, ik zette zelf cijfers
boven mijn lege blaadjes en liep dan de klas uit. Werd van school gestuurd naar
de Sint Jozef Mavo, die ik niet afmaakte.”
Toen zijn moeder op zijn zestiende - inmiddels weer in
Nederland - besloot terug te gaan naar Curaçao, wilde hij in Rotterdam blijven,
onder voogdij van Jeugdzorg. “Maar ik kwam letterlijk op straat te staan en
deed die avond een tasjesroof en werd op heterdaad betrapt. Dan zit je in de
cel met dertig anderen die alleen dié avond in Rotterdam zijn opgepakt. Mijn moeder
kwam terug en vond mij in de gevangenis. We vertrokken uit Rotterdam om ons te vestigden
in een klein dorp in de polder, daar zou het beter gaan. Maar ook daar zag ik
algauw kans crack te gaan verkopen in mijn Antilliaanse circuit, veel betere
dan de plaatselijke jongens verkochten, wat veel jaloezie en dus geweld opriep.
Mijn broer werd opgepakt, ik niet, maar ik kwam vrijwel nooit meer op school.”
| In
zijn boek Eens een boef beschrijft Amadi de moeizame weg naar zijn mentale genezing, vanaf zijn veroordeling tot aan zijn vrijlating |
Bewuste misdaad,
bewust herstel
Wel werd hij kort daarna opgepakt voor diverse overvallen en
de eis van tien jaar werd vier jaar en vier maanden, waarvan drie en een half
jaar binnen, de rest met enkelband. “Ik kan je zeggen hoe tergend langzaam de
tijd in een cel gaat. Tik-tak-tik-tak. Gaat om vijf uur de cel dicht denk je
maar één ding: weer een dag voorbij. Dan de avond zien door te komen in je
eentje: opdrukken, tv kijken, rondlopen, naar buiten kijken, rapteksten
schrijven. Dan denk je dat er uren voorbij zijn en blijken het maar zeven
minuten te zijn.” Tijdens zijn veroordeling was zijn toenmalige vriendin
zwanger. “Nogal confronterend als het luikje van je cel wordt opengedaan en
iemand roept: je bent vader geworden.” De invloed van dit dochtertje Angela op
zijn herstel beschrijft Jengo ontroerend in zijn boek Eens een boef. Ondanks de scheiding ziet hij Angela nog regelmatig.
Tijdens zijn detentie kreeg hij een relatie met een oude vriendin maar eenmaal
buiten bleek dat hij dat in zijn opsluiting had geromantiseerd. Wel heeft zij door
de vele gesprekken zijn kijk op de rol van een vrouw veranderd. “Het lijkt soms
alsof het over een ander gaat als ik erover praat, maar ik heb alles heel
bewust meegemaakt, elke misdaad maar ook elke verandering naar de goede weg.” In
zijn boek beschrijft hij het proces waar hij doorheen ging. Hij moest zich
afsluiten van anderen gedetineerden en hun hoon en spot aanhoren. Het maakte
hem eenzaam en in zichzelf gekeerd. Hij kwam erachter dat als hij een ander
leven wilde zichzelf in de spiegel moest aankijken en stoppen met anderen de
schuld geven. Hij initieerde een ontmoeting met zijn vader en rekende af met
zijn verleden, hij kwam één van zijn
slachtoffers onder ogen en realiseerde zich de blijvende ravage die hij in dat
leven had aangebracht. Hij viel diep maar herstelde. Hij deed de tv weg uit
zijn cel en begon met studeren. “Ik heb mijn tijd goed gebruikt, en kan nu
zeggen dat ik blij ben dat ik gezeten heb.”
| Jorge Amadi |
Herstel en terugkeer
Momenteel vertelt Amadi op scholen, in penitentiaire
inrichtingen, bij slachtofferhulp zijn verhaal. Hij spreekt bij diverse
instanties over de functies van vrijheidsstraf: herscholing, jezelf leren
kennen, zingeving. Celstraf heeft alleen dan zin als het niet neerkomt op uitzitten.
Hij wijst mensen in praktische zin de weg met opbouwen van hun leven na
detentie. “Ik voel vaak dat mijn houding respect afdwingt, anderen willen mijn
voorbeeld volgen. Soms vind ik het belastend dat het zo goed met me gaat, omdat
het anderen niet goed gaat.” Confronterend daarin was onze tocht door de
gevangenisgangen - de eerste keer dat hij weer ‘binnen’ was na zijn vrijlating
- waarbij Jengo steeds stiller werd en zich realiseerde dat voor hen niks
veranderd was.
Amadi is verder actief in de Stichting Herstel en Terugkeer, een instantie die zich richt op het samenkomen van gedetineerden, ex-gedetineerden, ouders, slachtoffers, gevangenisdirecteuren, officieren van justitie etcetera. “Door samen de confrontatie aan te gaan, de vragen te stellen waarmee iedereen loopt, ontstaat respect en begrip voor elkaar. En alleen door begrip kan verwerking plaatsvinden.” De insteek is om de mens naar voren te halen, zonder labels en etiketten, waarbij geldt dat iedereen recht van spreken heeft.
Amadi is verder actief in de Stichting Herstel en Terugkeer, een instantie die zich richt op het samenkomen van gedetineerden, ex-gedetineerden, ouders, slachtoffers, gevangenisdirecteuren, officieren van justitie etcetera. “Door samen de confrontatie aan te gaan, de vragen te stellen waarmee iedereen loopt, ontstaat respect en begrip voor elkaar. En alleen door begrip kan verwerking plaatsvinden.” De insteek is om de mens naar voren te halen, zonder labels en etiketten, waarbij geldt dat iedereen recht van spreken heeft.
Tevens is hij bezig met het oprichten van Made in prison, een bedrijf dat in de
gevangenis gemaakte spullen verkoopt. “Langzaamaan verleggen we de visie naar
mensen die in de gevangenis een andere persoon zijn geworden. We werken nog uit
hoe we dit goed vorm kunnen geven. Naast de verkoop van spullen, willen we
documentaires en voorlichtingsmateriaal maken om fondsen te werven voor kennis
en preventie. We maken daarin een statement om vanaf nu niet meer te praten
over ex-gedetineerden, maar mensen met een detentieverleden, een wezenlijk
verschil in wat je hébt, niet wat je bént.”
| Jorge Amadi |
Gebroken vertrouwen
“Ik was 26 toen ik vrij kwam, dan is het alsof de tijd heeft
stilgestaan, er waren smartphones, er was facebook, ik wist niet wat pingen
was. Ik stapte in de bus en raakte ontroerd toen ik een levende hond zag, niet
één op tv. Ik schrok toen ik mensen zag hollen, dacht meteen dat het een
vechtpartij was, maar het waren kinderen op een speelplein. Ik was veilig.” Jengo
Amadi heeft nu rust. Hij trouwde in 2012 en wordt deze zomer weer vader. Hij
bouwt aan financiële zekerheid, wil binnenkort een eigen huis kopen, waar hij
oud kan worden en dood kan gaan. “Als ik ’s morgens wakker wordt, dans en zing
ik, ik geniet van mijn leven als een gek.
Maar hoe ik ook veranderd ben, ik draag altijd die
teleurstelling bij me van de kleine jongen op Curaçao, aan wie beloofd was dat
er mensen kwamen om het voetbalveld te repareren, maar die nooit kwamen. Je had
op de partij gestemd, die het beloofd had. Verwachtingen van een klein kind
verwerden tot wantrouwen. Dat gevoel heeft me nooit losgelaten. En met mij
hebben zoveel dat. Als reactie pakken we uit frustratie onze wapens en reageren
ons met militant gedrag af op onschuldige burgers. Dáár moeten we massaal
verandering in aanbrengen. Als je zo stoer bent om uit geldgebrek overvallen te
plegen, wees dan ook zo stoer om zonder wapens, maar mét een statement naar
Fort Amsterdam te gaan. Zelf het schoolvoorbeeld van de Antilliaanse cultuur
wil ik nu het voorbeeld zijn van de verandering.”