Het
levenswerk van Domingo Evertsz in boekvorm
Geen
aarddeskundige zijnde, vind ik het onderhavige boek alle moeite van het
signaleren waard. Het gaat over de aarde, de maan en de mensheid. Het is in de
eerste plaats bedoeld voor geologen, fossieldeskundigen, biologen, kenners van
de mens als natuurhistorisch wezen en sterrenkundigen. Ook is de kloeke verhandeling,
van bijna zeshonderd bladzijden, bestemd voor iedereen die leergierig is naar
de planeet waarop dit leven mogelijk is en naar de oorsprong van de werelddelen
en oceanen. Ik hoor bij deze categorie lezers. Bovendien is het boek het
levenswerk van een Curaçaoënaar, geredigeerd door zijn zoon. Het is in het
Engels geschreven en heet: The vestige of
a beginning, the prospect of an end, wat vrij vertaald luidt als ‘Het spoor
van een oorsprong, het uitzicht op een einde.’ De ondertitel is, vertaald, ‘Een
zoektocht naar het karakter en de oorzaken die hebben geleid tot het
uiteenschuiven van het oercontinent Pangaia.’
 |
Het uiteenvallen van Pangaia in
de continenten, zoals we die vandaag
kennen, volgens Alfred Wegener. |
Alle
werelddelen zoals we die nu kennen, hebben ooit, volgens schattingen 280
miljoen jaar geleden, een geheel gevormd. Dat geheel is met een Grieks woord
Pangaia, dat betekent een ‘gehele moeder aarde’, genoemd. Dit oercontinent werd
omringd door één oeroceaan, Tijdens het Juratijdperk, ongeveer 190 miljoen jaar
geleden, begon Pangaia uiteen te vallen.
Wat
opvalt aan de titel is het gebruik van de bepaalde en onbepaalde lidwoorden,
de, het en een. Het boek heet niet een
spoor van de oorsprong. Domingo Evertsz
gaat niet uit van de (enige)
oorsprong maar van een (van de
meerdere) oorsprong(en). Net zomin gaat hij uit van het definitieve einde, maar
van een einde. Zoals het een geoloog betaamt die zoveel verschillende perioden
in de ontwikkeling van de aarde onderscheidt en van elke periode een begin en
een einde kan aanwijzen.
De
titel is een reactie op de beroemde stelling van James Hutton, die in 1785 aan
de wieg van de geologie heeft gestaan, namelijk ‘no vestige of a beginning, no
prospect of an end’. Sindsdien hebben natuurwetenschappers als Alexander von
Humboldt, Léonce Élie de Beaumont en Alfred Wegener - zie verder de uitgebreide
bibliografie achter in het boek - veel grootse ideeën over de ontwikkeling van
de aarde en de mensheid voortgebracht, die elkaar hebben tegengesproken of
aangevuld, al dan niet uitgaande van moderne inzichten of juist van de wijsheid
inherent aan mythen.
 |
| James Hutton |
Nieuwe hypothese
Evertsz
heeft door studie, vergelijking en kritisch denkwerk een nieuwe hypothese
geformuleerd. Het centrale idee is dat om te beginnen de aarde (en de maan)
door een botsing tussen een planeet – die later de aarde zou worden – en een
maan van Jupiter in een andere omloop terecht zijn gekomen, vervolgens dat de
aarde toen ze in haar huidige omloop of baan om de zon terecht is gekomen niet
ronddraaide, maar door de zon gedwongen werd om altijd met haar zelfde kant
naar de zon te staan, zoals wij vanaf de aarde ook altijd dezelfde kant van de
maan zien, in deze begintijd van haar huidige baan is het oercontinent Pangaia
continue door de zon bestraald en de oerzee of het oerijs niet, en ten derde begon
de aarde (weer) te draaien om haar as. Een vierde periode in de ontwikkeling is
een botsing tussen het Noord-Amerikaanse (met inbegrip van Groenland) continent
en Eurazië.
 |
| Auteur (en vader) Domingo Evertsz |
De
auteur stelt dat de afwezigheid van de dag en nacht cyclus veel invloed heeft
gehad op de ontwikkeling en het gedrag van levensvormen op aarde, inclusief de
mensheid. Evertsz behandelt er veel deelonderwerpen bij: de verschillende
beschavingen die zijn ontstaan door het veranderen van de ligging van de
continenten, het ontstaan van bergen met de bijzondere vorming van bij
voorbeeld de Alpen en de Himalaya, magnetisme (en het gebrek daaraan op
bijvoorbeeld de planeet Venus), zonnevlekken, inslagen van meteorieten, het
ontstaan van de maan en de invloed van de maan op het leven van de aarde, de
klimaatswisselingen over de hele aarde, de ijstijden, het uitsterven van de
dinosaurus, het verschuiven van aardplaten, de kusten van de continenten die zo
mooi in elkaar passen, de botsing tussen de Oude Wereld en de Nieuwe Wereld, en
in twee korte bijlagen aparte verhandelingen over de tegengestelde
draaibeweging van Venus en de opwarming van de wereld. Evertsz behandelt ook
sommige thema’s als religie, sociologie en een rassentheorie, maar het boek
betreft voornamelijk de natuurwetenschappen. Ook de vorming van de Antilliaanse
eilandenboog komt aan de orde.
 |
| Redacteur (en zoon) Carl Evertsz |
Vader en zoon, auteur
en redacteur
Het
boek is het levenswerk van Domingo Evertsz, geboren op 13 januari 1927 op
Curaçao en overleden op 21 juli van het afgelopen jaar. Hij heeft ruim vijftig jaar
gelezen en geschreven aan deze verhandeling. In 2005 moest hij plotseling zijn
schrijfwerk staken nadat hij een hersenaanval had gekregen. Hij was op 18
jarige leeftijd gaan werken, meteen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Door zijn grootste hobby, lezen, heeft hij de wereld leren kennen. In 1962,
nadat zijn tweede en laatste kind was geboren, ging hij zich meer en meer
beperken tot het lezen van boeken en artikelen over de aarde. “The ideas that came up, the end result of all my reading and ruminations
through the years, are put in the following pages for whatever they are worth,” tekent de
redacteur van het boek, zoon Carl Evertsz, in zijn voorwoord op (p iv). “The main challenge editing this work was the occasional existence of
different embodiments of similar trains of thought and slight variations of
similar text passages,” zegt hij over het redigeren van alle teksten die deels
op zijn vaders computer stonden. Carl heeft bij voorbeeld ook gezorgd voor een
prettige leesbaarheid van de tekst, waar overigens geen illustraties in zijn
opgenomen, door het plaatsen van tussenkopjes en door in de lay-out variatie
aan te brengen tussen de standaardtekst, citaten, persoonlijke opmerkingen van
Domingo, zijdelingse opmerkingen en door het markeren van tussentijdse
conclusies, samenvattingen en nieuwe wendingen. Volgens mijn eerste indruk
heeft zoon Carl met veel interesse en liefdevolle eerbied voor zijn vader heel
veel tijd gestoken in de redactie van al de teksten.
 |
| Alfred Wegener |
Gezien
de doelgroep is de tekst niet eenvoudig. Hier volgt een voorbeeld van het
taalgebruik. Het komt uit de inleiding van de auteur, waarin hij uitlegt hoe
hij zijn boek in twee delen heeft opgedeeld. Het eerste deel geeft de premissen
aan en gaat over het vastleggen van de geschiedenis, magnetisme, de zon en het
ontstaan van geologie als natuurwetenschap.
‘While the first part is a line of reasoning that has
not been put yet to any practical assessment (…), the second part is basically
not more than a rearrangement, the reconstruction of a demolished wall using
the stones salvaged in a differentiating pattern, from an added overhead
perspective characteristic of intuition and of current interpretations of the
physical features, visible and invisible of our planet that have long been the
subject of analyses and already related into a comprehensive context in the
light of discoveries that have sparked diverse theories that are under
continuous modification in the course of time up into the present. Because an
umbrella-theory is lacking in the earth sciences, whenever some new data has to
be integrated, the whole matter gets skewed to accommodate, instead of only
filling an appropriate empty niche.
This arrangement in two different parts is dictated by
the manner in which the flow of ideas acquired form. The second part is a
continuation along the same lines of thought followed in the first. Much as I
would have preferred to present the second part only, I thought it useful
nevertheless to indicate whatever precipitated the process of speculation that
debouched into a commitment with the earth sciences.’ (p 5)
 |
| Elie de Beaumont |
De
laatste woorden van deel 1 en van hoofdstuk 5, dus vlak voordat het tweede deel,
de eigenlijke stellingen met onderbouwingen, begint luiden als volgt:
‘The pattern I see encompasses, not a look limited to
the controversy over congruent coastlines, but the whole globe as a functioning
organism, it explains its continents and its oceans, its mountain ranges and
its rivers, its geologic activity, its atmosphere and the vicissitudes of life
and the vestiges of its beginning and the prospect of an end.’ (p 167)
De
schrijver heeft een stijl waarin hij afwisselt tussen persoonlijke opmerkingen,
herinneringen en wetenschappelijke stellingen met argumenten. Hij gebruikt soms
lange zinnen en heeft een grote woordenschat. Hij durft toe te geven dat hij in
de loop van de tijden zijn stellingen soms aanpast en argumenten niet meer zo
sterk vindt, maar hij gaat steeds onverdroten op zijn doel af: proberen te
achterhalen waarom de aarde is zoals ze is en hoe het einde van de periode
waarin we nu leven eruit zal kunnen zien.
Gemis
Ook
al is het niet de bedoeling geweest van de auteur om zich te richten op
geesteswetenschappelijk onderzoek, toch mis ik het Socratisch doorvragen naar
het waarom van alles, voorbij de grenzen van de natuurwetenschap, met zijn
beperkte meetmiddelen. Wellicht omdat het binnen de regels van de
natuurwetenschap geldt dat alleen dat wat gemeten kan worden waar is. De
natuurwetenschap beseft dan haar eigen grenzen, en verlegt die telkens door het
bedenken en maken van nieuwe meetapparaten. Maar het leergierige wezen in de
mens vraagt zich al sinds men iets van bewustzijn heeft af wat de zin van het
leven is, wat er was voor en wat er zal zijn na het leven van niet alleen een
mensenkind, maar ook van dier, plant, mineraal, kortom de aarde en het
universum. Omdat de aarde een levend organisme is, mag je je afvragen waarom zij
er is, waarom het universum, en wat de geestelijke realiteit is achter de voor
onze zintuigen zichtbare. Zonder iets af te doen aan de toegevoegde waarde van
het natuurwetenschappelijk onderzoek naar het verleden, is
geesteswetenschappelijk onderzoek nodig om tot het wezenlijke te komen. Het gevaar
hierbij is dat men vervalt in science-fiction, abracadabra en fantasie, maar
dat moet worden onderscheiden van heuse geesteswetenschap. Ik denk dat we meer
te weten komen als geologie wordt bedreven samen met geosofie.
Fragment uit het boek
‘At this stage, sleep having fled, I got up again and
sat down at my desk, lost in thought. Taking up from its stand my inflatable
globe – alas, now defunct, having succumbed to the irreverent use as an indoor
volley-ball by the children – I bounced it off the table top so as to simulate
an imagined impact by a Moon violently detached from its orbit.
As I was doing this, at the same time wondering about
the most unpleasant consequences for the planet that might ensue from such an
encounter, and being familiar with the multiple riddles that justly make
geology so very fascinating, I was struck by one particular situation, not as
an independent phenomenon, but as an interrelated complex of problems where the
interplay between cause and effect began to take shape.
Here I am alluding to the curiously dualistic nature
of planet Earth, where a wholly oceanic hemisphere is neatly opposed by a
wholly continental hemisphere. This dualism was later proved to be natural to
all the solid bodies in the solar system and is evidently related to impact.
Mars, the Earth, the Moon, Venus and Mercury all present the same picture. On
the gaseous giants and the Sun itself impact cannot expected to leave behind
any permanent trace.
All of a sudden the pieces of the great puzzle began
to fall into place, in such a natural order, and in such a rush, that it was
only a matter of time and perseverance for the general picture to reach
completion, a picture in which to every geologic phenomenon is allotted its
rightful time and place against the background woven by that fateful EVENT and
its aftermath that began to unreel before my eyes. It was a sudden rush and
tumble of facts and imagination, mixed with that intoxicatingly sweet taste
that accompanies the unforgettable moment of precipitation of insight into a
mystery, a new and revolutionary concept thrust upon the mind; new in terms of
magnitude. It imparted to the pageant of drift a deeper meaning as it leapt to
new life in a transcendence of planetary boundaries which restricted the scope
of ancient advocates of catastrophism who thought only in terms of Earth-bound
destructions.’ (p 134)
Uit: Antilliaans Dagblad, 30 januari 2014, pp16-17
Evertsz, Domingo, 2013, (red. Evertsz, Carl) The vestige of a beginning, The prospect of an end; An inquiry into the n ature and causes leading to the dismemberment of the urkontinent of Pangaea (uitgegeven in eigen beheer) isbn 9781482624700