vrijdag 31 januari 2014

Polare: blijf in uw vrieskist!



door Michiel van Kempen

Er was eens een boekhandel aan het Koningsplein in Amsterdam en die boekwinkel heette Scheltema. Een goed-Hollandse naam voor een behoorlijk goede en ook wel erg grote boekhandel. (Groot en goed is zeker niet altijd hetzelfde.)  Die boekhandel op het Koningsplein werd opgeslokt door het soort lieden dat evengoed in gebreide kousen, scootertjes of zwembanden investeert , als het maar nog meer poen opbrengt voor hun steeds poenerige villa’s en cabriolets. Plotseling heette Scheltema Selexyz of Seleksyz of Seleksis – dat je niet meer wist hoe je de naam moest spellen, was al een veeg teken. In alle steden verdwenen boekhandels met fatsoenlijk uitspreekbare namen als Broese & Kemink aan de Oudegracht in Utrecht, en Dekker & Van de Vegt aan het Plein 1944 in Nijmegen, Donner aan de Lijnbaan in Rotterdam. Donner: helderder naam is er toch niet? Een prachtwinkel over vijf, zes etages in hartje Rotterdam met een prachtige antiquarische afdeling, een indrukwekkende muziekafdeling, een tijdschiftenafdeling, een koffie- en taartenhoek, en een geweldige “normale” boekhandel, àlles vond je er: elk dichtbundeltje dat je zocht. Maar nee Donner werd het schhlitzende, schliffende, zwetsjerige  vehikel van iets wat Selexyz heette of althans iets in die geest, iets  wat alles was, behalve selectief: als het maar verkocht per kilo, dan was het nog net verkrijgbaar, en als er in de trechter die onder elk filiaal van de keten werd gebouwd maar eurotjes naar beneden drupten, recht in de kofferbak van poenerige cabriolets die daar geparkeerd stonden, dan was het “op voorraad”.

En opeens was Sjelexjiz ook weg en was ook De Slegte weg en dat heette dan allemaal samen weer Polare, een heldere naam, ik geef het toe, maar een naam die je gebruikt voor ingevroren vissticks, of een pinguïntentoonstelling, of een nieuw soort ijslollies, maar NIET voor een boekwinkel.


En nu ga ik iets vertellen wat ik al enkele mensen in het oor heb gefluisterd en niemand wil geloven dat het echt waar is.  Een vriend van me ging naar Donner, dat wil zeggen: voorheen Donner, te Rotterdam, aan de Lijnbaan. En die vroeg aan een employé van de winkel met de slisnaam of al de ijsconaam (dat ben ik nu even kwijt): “Ik zoek een cd van Beethoven. Hebben jullie die?” En het antwoord luidde: “Wat is Beethoven?” (En ik ben democratisch en geef het toe: ik geloof dat er ook een hondenfilm is die Beethoven heet.)

En nu ga ik afgelopen vrijdag naar de nog altijd door mij Scheltema genoemde boekwinkel aan het Koningsplein in Amsterdam en ik vraag naar een boek (een “boek”, want het woord dichtbundel vond ik als goed democraat toch misschien wel wat provocerend) van Lucebert, de keizer der Vijftigers, een van de grote drie van de twintigste-eeuwse naoorlogse Nederlandse poëzie, en de employé vraagt mij: “Wie is Lucebert?” En als ik hem uitleg dat het om een dichter gaat, en hij vervolgens gaat zoeken in de hoek van de Engelse literatuur, vlucht ik het Koningsplein op.



Ik vind het heel erg voor al die mensen die hun boterham verdienden bij De Slegte, en bij voorheen Scheltema en voorheen Broese & Kemink en… en… en…  En heus, ik ben niet de persoon om op iemands graf te dansen. Maar het moet me toch van het hart: Polare, van mij hoeft u nooit te ontwaken uit uw vrieskist. 

President Bouterse op bezoek bij Fidel Castro in rijtje wereld- en regeringsleiders

Tijdens zijn verblijf op Cuba, vanwege een bijeenkomst van de CELAC (de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische Staten), heeft president Desi Bouterse, in bijzijn van minister Winston Lackin van Buitenlandse Zaken, gisteren, donderdag 30 januari 2014, een bezoek gebracht aan de oud-Cubaanse leider Fidel Castro.

Bouterse, derde van links, luistert naar Fidel Castro. Foto: Alex Castro

Het Nederlandse persbureau Novum schreef gisteren dat tien wereldleiders een bezoek hebben gebracht aan Fidel Castro. De een na de ander kwam langs om de 86-jarige Castro, die in 2006 de macht overdroeg na een bijna fatale ziekte, de hand te schudden en met hem op de foto te gaan.

Castro sprak met zijn gasten over geschiedenis, wereldpolitiek en haalde herinneringen op aan de vorig jaar overleden Venezolaanse president en vriend van Castro, Hugo Chavez. De Argentijnse president Cristina Fernandez, de Braziliaanse president Dilma Rousseff, de Mexicaanse president Enrique Peña Nieto en secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon kwamen langs. Net als de leiders van Bolivia, Ecuador, Nicaragua, Uruguay, Jamaica en Saint Lucia. In het rijtje landen wordt door Novum Suriname ‘vergeten’.

Cuba-deskundige Philip Peters zegt dat de bezoeken aantonen dat Castro een van de belangrijkste figuren van de twintigste eeuw is. ‘Of je hem nu mag of niet, hij is een grote figuur in de geschiedenis van Latijns-Amerika en daarom bezoeken ze hem. Geen van de bezoekers bestuurt een éénpartijstaat. Geen van hen droomt ervan zijn economische beleid over te nemen. Maar ze bewonderen hem waarschijnlijk allemaal, omdat hij zich vijftig jaar tegen de Verenigde Staten heeft verzet.’

[uit Obsesssion Magazine, 31 januari 2014]


Spookverhalen op Mariënburg

De Raad van Orzhova, door Velinov

Naast het persbericht over de vermoedelijke locatie van het massagraf van 1902 op Mariënburg, komen volgens onderzoeksleider en archeoloog Benjamin Mitrasingh de spookverhalen nu pas los. Mitrasingh zegt dat het onderzoeksteam aldoor veel pech op Mariënburg heeft gekend en daar heeft tot nu toe niemand ze mee geholpen. Volgens Mitrasingh zijn de spookverhalen echter heel eenvoudig uit te leggen.

“Als men geen buitenstaanders (lees klokkenluiders) wil hebben in een gebied, dan komen deze verhalen opeens los. Uit ervaring weten wij ook dat de ene informant geen kaarten en plattegronden wil afstaan omdat hij daar met geld sjoemelt en van de jagers en vissers weten wij ook, dat elke buitenstaander uit hun jacht- of visgebied geweerd moet worden. In het Blakawatra-gebied werden zelfs de borden van LLB verplaatst totdat men klaar was met jagen en vissen”, aldus de onderzoeksleider.

Het spookverhaal van Mariënburg komt volgens hem erop neer dat jagers en vissers moesten vluchten uit het gebied nabij het massagraf omdat het gehuil en gekrijs van de overledenen ondragelijk was. Mitrasingh weet uit eigen ervaring te vertellen dat hij acht jaar lang op Joden Savanne heeft gewerkt en dat elk spookverhaal van het gebrom in het bos tot en met de vliegende azimma’s, werden ontzenuwd door logisch denken en zeker niet door angst.
De enig bekende foto van een spook gemaakt nabij
 Mariënburg

De ene keer was het gebrom het gesnuif van een tijger die naar een drinkplaats zocht en de andere keer was het een vliegmachine die op Zanderij moest landen. “Een hele tijd zie je de schijnwerpers als twee grote ogen en dan opeens niet meer, want dan verdwijnt het vliegtuig achter de boomgrens en landt dan veilig op Zanderij.

Om de gemoedsrust van de lichtgelovigen op Mariënburg tegemoet te komen, zullen volgens Mitrasingh alle religieuze leiders in de gelegenheid worden gesteld om er te komen en te doen wat men nodig acht voor de rust en vrede op Mariënburg. Want nu gaat het archeologisch onderzoek echt beginnen en dat kan om gebeuren van zonsopkomst tot zonsondergang. Naast de religieuze leiders zullen ook de ‘helderzienden’ er welkom zijn. “Want die zijn nodig voor de betrouwbaarheid van alle kaarten, plattegronden en roddelverhalen van het onderzoeksgebied. Het ‘saaie’ archeologisch werk kan nog spannend worden”, aldus de archeoloog Mitrasingh.

[van GFC Nieuws, 30 januari 2014]


Archeoloog Mitrasingh wil eindelijk kaarten en plattegronden Mariënburg

Mitrasingh roept hulp minister Moestadja in

Archeoloog Benjamin Mitrasingh heeft zich gewend tot minister Soewarto Moestadja van Binnenlandse Zaken, omdat hij eindelijk eens de kaarten en plattegronden van de voormalige suikerplantage Mariënburg wil ontvangen. De documenten zijn nog steeds in het bezit van Michel Sjak Shie, de projectdrager van de Surinaamse Cultuurmaatschappij NV Mariënburg.
 
Bron foto: Mitrasingh.

Moestadja is behalve minister ook partijgenoot van Sjak Shie. Ze zijn beiden lid van Pertjajah Luhur.

In opdracht van de Stichting Hindoestaanse Immigratie zoekt Mitrasingh naar het massagraf van 1902. Al twee jaar timmert hij samen met de stichting aan de weg om dit project van de grond te krijgen. Begin september vorig jaar werden de werkzaamheden voor onbepaalde tijd stopgezet. De archeoloog, die niet te spreken is over het verloop van het onderzoek, zei eerder dat er ‘aldoor sprake is van een soort politieke chantage en powerplay’. Talrijke afspraken met hoge regeringsfunctionarissen ten spijt.

De jongste inspanning van de archeoloog is het inroepen van de hulp van minister Moestadja. De wetenschapper heeft de plattegronden nodig om de mogelijke locatie van het massagraf aan te geven.

Minister Moestadja heeft vrijdag zijn hulp toegezegd. Wat er nu gaat gebeuren, zegt Mitrasingh is, dat ‘we gaan beginnen verklaringen van de oud-bewoners van Mariënburg af te nemen’. Hij roept mensen op die met een beetje zekerheid kunnen vertellen waar het massagraf precies ligt, hun verhaal in de weekenden te komen doen.
 
Ben Mitrasingh
‘Zolang ik geen goed kantoor daar heb, moet ik het voorlopig met een plattegrond en een schoolbord doen op het achterterras van het voormalige recreatieoord’, aldus de archeoloog.

In juni vorig jaar is het onderzoeksteam na veel tegenstand en bureaucratie gestart met de voorbereidingen voor het onderzoek te Mariënburg. Er was al een tracé gekapt langs de oude spoorbaan en er waren schoonmaakwerkzaamheden verricht. Ook waren markeringen geplaatst op de mogelijke liggingen van het graf. De werkzaamheden vorderden ook traag door de zware regens in die periode.

Op 30 juli vorig jaar was het precies 111 jaar geleden dat een aantal arbeiders werd doodgeschoten en in een massagraf werd gedumpt. Over de aard en het aantal slachtoffers zijn er wat onduidelijkheden. Het Koloniaal Verslag van 1903, een jaar na de slachting, praat van 17 slachtoffers. De mensen zijn doodgeschoten tijdens een solidariteitsactie van arbeidscontractanten op het terrein van de suikerplantage Mariënburg.


[uit Obsession Magazine, 21 januari 2014]

Thema kinderboekenfestival Nickerie is ‘groeien’

Het eerste Kinderboekenfestival in 2014 vindt maandag plaats in Nieuw Nickerie. Een team is sinds afgelopen week bezig de stands op te zetten en het voormalig Bikini-terrein aan de Waterloostraat helemaal klaar te maken. Vanaf maandagochtend 8 uur gaat de poort open voor de schoolkinderen en hun leerkrachten. De feestelijke opening vindt om 5 uur ’s middags plaats met gasten uit de stad en Nickeriaanse hoogwaardigheidsbekleders.

De 140 medewerkers, onder wie 60 Nickeriaanse vrijwilligers, medewerkers van de Algemene Onderwijs Bibliotheek en studenten van de pedagogische instituten – verwachten 4.000 kinderen op dit festival, dat duurt van 3 tot en met 5 februari. Uit de stad gaan er 75 vrijwilligers en andere medewerkers het Nickeriaans voorbereidingsteam ondersteunen.

Groeien
Meisje in Nickerie. Foto @ Michiel van Kempen
Het thema van de komende Kinderboekenfestival is ‘groeien’. Alle aspecten van het groter worden zullen aan de orde komen. De workshop ‘Quality Time’, die al eerder is gehouden, zal op 3, 4 en 5 februari in de middaguren worden herhaald. Tijdens de workshops komt aan de orde hoe belangrijk het is om met kinderen te spelen en hoe je dan het beste kunt doen.

Het (oud-Bikini-)terrein zal tijdens het festival plaats bieden aan 45 verschillende activiteiten, van voorlezen tot zelf een verhaal schrijven, maar ook poppenkast en muurschilderen. Bij alle activiteiten staan boeken centraal. Het Kinderboekenfestival wordt in 2014 verder nog gehouden in Paramaribo (3 t/m 8 maart), Marowijne: (2 t/m 4 april) en Para (28 t/m 30 mei ).

De organisatie ligt in handen van de Stichting Projekten, namens de Nationale stichting Kinderboekenfestival Suriname.

[van Starnieuws, 30 januari 2014]


Kid Dynamite nu ook in Suriname



Op 7, 8 en 9 februari speelt in Theater Thalia in Paramaribo de swingende theatervoorstelling Kid Dynamite, door het Amsterdams theatergezelschap Urban Myth.

Kid Dynamite is de artiestennaam van Arthur Parisius, de legendarische tenorsaxofonist uit Para, die voor de Tweede Wereldoorlog furore maakte met zijn jazz, die hij virtuoos combineerde met de kaseko uit zijn geboorteland. Urban Myth belicht in Kid Dynamite de vergeten geschiedenis van Surinaamse Nederlanders die voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland waren. Via Parisius' levensverhaal willen de makers het publiek ook laten nadenken over identiteit, principes en bewuste keuzes.

In de topcast zijn veel Surinaamse gezichten: op het podium schitteren "onze" jazzdiva Denise Jannah, de ervaren acteur Mike Libanon en rising star Yootha Wong Loi Sing. De muziek wordt verzorgd door jazzformatie Fra Fra Sound.


Kaarten @Srd 45,00 vanaf 31 januari te koop bij:
-         Dio drogist Hermitage Mall
-         Dio drogist naast Choi's supermarkt Johannes Mungrastraat
-         Dio drogist Ma Retraite Mall
-         Zus en Zo, tegenover de Palmentuin
-         Sun Ice, Wilhelminastraat (naast Sweetheart)

Twee youtube-links met impressies vind je hier en hier.    
        



Het spoor van een oorsprong, het uitzicht op een einde

Het levenswerk van Domingo Evertsz in boekvorm

Geen aarddeskundige zijnde, vind ik het onderhavige boek alle moeite van het signaleren waard. Het gaat over de aarde, de maan en de mensheid. Het is in de eerste plaats bedoeld voor geologen, fossieldeskundigen, biologen, kenners van de mens als natuurhistorisch wezen en sterrenkundigen. Ook is de kloeke verhandeling, van bijna zeshonderd bladzijden, bestemd voor iedereen die leergierig is naar de planeet waarop dit leven mogelijk is en naar de oorsprong van de werelddelen en oceanen. Ik hoor bij deze categorie lezers. Bovendien is het boek het levenswerk van een Curaçaoënaar, geredigeerd door zijn zoon. Het is in het Engels geschreven en heet: The vestige of a beginning, the prospect of an end, wat vrij vertaald luidt als ‘Het spoor van een oorsprong, het uitzicht op een einde.’ De ondertitel is, vertaald, ‘Een zoektocht naar het karakter en de oorzaken die hebben geleid tot het uiteenschuiven van het oercontinent Pangaia.’ 
Het uiteenvallen van Pangaia in
de continenten, zoals we die vandaag
kennen, volgens Alfred Wegener.
Alle werelddelen zoals we die nu kennen, hebben ooit, volgens schattingen 280 miljoen jaar geleden, een geheel gevormd. Dat geheel is met een Grieks woord Pangaia, dat betekent een ‘gehele moeder aarde’, genoemd. Dit oercontinent werd omringd door één oeroceaan, Tijdens het Juratijdperk, ongeveer 190 miljoen jaar geleden, begon Pangaia uiteen te vallen.
Wat opvalt aan de titel is het gebruik van de bepaalde en onbepaalde lidwoorden, de, het en een. Het boek heet niet een spoor van de oorsprong. Domingo Evertsz gaat niet uit van de (enige) oorsprong maar van een (van de meerdere) oorsprong(en). Net zomin gaat hij uit van het definitieve einde, maar van een einde. Zoals het een geoloog betaamt die zoveel verschillende perioden in de ontwikkeling van de aarde onderscheidt en van elke periode een begin en een einde kan aanwijzen.
De titel is een reactie op de beroemde stelling van James Hutton, die in 1785 aan de wieg van de geologie heeft gestaan, namelijk ‘no vestige of a beginning, no prospect of an end’. Sindsdien hebben natuurwetenschappers als Alexander von Humboldt, Léonce Élie de Beaumont en Alfred Wegener - zie verder de uitgebreide bibliografie achter in het boek - veel grootse ideeën over de ontwikkeling van de aarde en de mensheid voortgebracht, die elkaar hebben tegengesproken of aangevuld, al dan niet uitgaande van moderne inzichten of juist van de wijsheid inherent aan mythen.
James Hutton

Nieuwe hypothese
Evertsz heeft door studie, vergelijking en kritisch denkwerk een nieuwe hypothese geformuleerd. Het centrale idee is dat om te beginnen de aarde (en de maan) door een botsing tussen een planeet – die later de aarde zou worden – en een maan van Jupiter in een andere omloop terecht zijn gekomen, vervolgens dat de aarde toen ze in haar huidige omloop of baan om de zon terecht is gekomen niet ronddraaide, maar door de zon gedwongen werd om altijd met haar zelfde kant naar de zon te staan, zoals wij vanaf de aarde ook altijd dezelfde kant van de maan zien, in deze begintijd van haar huidige baan is het oercontinent Pangaia continue door de zon bestraald en de oerzee of het oerijs niet, en ten derde begon de aarde (weer) te draaien om haar as. Een vierde periode in de ontwikkeling is een botsing tussen het Noord-Amerikaanse (met inbegrip van Groenland) continent en Eurazië.
Auteur (en vader) Domingo Evertsz
De auteur stelt dat de afwezigheid van de dag en nacht cyclus veel invloed heeft gehad op de ontwikkeling en het gedrag van levensvormen op aarde, inclusief de mensheid. Evertsz behandelt er veel deelonderwerpen bij: de verschillende beschavingen die zijn ontstaan door het veranderen van de ligging van de continenten, het ontstaan van bergen met de bijzondere vorming van bij voorbeeld de Alpen en de Himalaya, magnetisme (en het gebrek daaraan op bijvoorbeeld de planeet Venus), zonnevlekken, inslagen van meteorieten, het ontstaan van de maan en de invloed van de maan op het leven van de aarde, de klimaatswisselingen over de hele aarde, de ijstijden, het uitsterven van de dinosaurus, het verschuiven van aardplaten, de kusten van de continenten die zo mooi in elkaar passen, de botsing tussen de Oude Wereld en de Nieuwe Wereld, en in twee korte bijlagen aparte verhandelingen over de tegengestelde draaibeweging van Venus en de opwarming van de wereld. Evertsz behandelt ook sommige thema’s als religie, sociologie en een rassentheorie, maar het boek betreft voornamelijk de natuurwetenschappen. Ook de vorming van de Antilliaanse eilandenboog komt aan de orde.
Redacteur (en zoon) Carl Evertsz

Vader en zoon, auteur en redacteur
Het boek is het levenswerk van Domingo Evertsz, geboren op 13 januari 1927 op Curaçao en overleden op 21 juli van het afgelopen jaar. Hij heeft ruim vijftig jaar gelezen en geschreven aan deze verhandeling. In 2005 moest hij plotseling zijn schrijfwerk staken nadat hij een hersenaanval had gekregen. Hij was op 18 jarige leeftijd gaan werken, meteen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Door zijn grootste hobby, lezen, heeft hij de wereld leren kennen. In 1962, nadat zijn tweede en laatste kind was geboren, ging hij zich meer en meer beperken tot het lezen van boeken en artikelen over de aarde. “The ideas that came up, the end result of all my reading and ruminations through the years, are put in the following pages for whatever they are worth,” tekent de redacteur van het boek, zoon Carl Evertsz, in zijn voorwoord op (p iv). “The main challenge editing this work was the occasional existence of different embodiments of similar trains of thought and slight variations of similar text passages,” zegt hij over het redigeren van alle teksten die deels op zijn vaders computer stonden. Carl heeft bij voorbeeld ook gezorgd voor een prettige leesbaarheid van de tekst, waar overigens geen illustraties in zijn opgenomen, door het plaatsen van tussenkopjes en door in de lay-out variatie aan te brengen tussen de standaardtekst, citaten, persoonlijke opmerkingen van Domingo, zijdelingse opmerkingen en door het markeren van tussentijdse conclusies, samenvattingen en nieuwe wendingen. Volgens mijn eerste indruk heeft zoon Carl met veel interesse en liefdevolle eerbied voor zijn vader heel veel tijd gestoken in de redactie van al de teksten.

Alfred Wegener
Gezien de doelgroep is de tekst niet eenvoudig. Hier volgt een voorbeeld van het taalgebruik. Het komt uit de inleiding van de auteur, waarin hij uitlegt hoe hij zijn boek in twee delen heeft opgedeeld. Het eerste deel geeft de premissen aan en gaat over het vastleggen van de geschiedenis, magnetisme, de zon en het ontstaan van geologie als natuurwetenschap.
‘While the first part is a line of reasoning that has not been put yet to any practical assessment (…), the second part is basically not more than a rearrangement, the reconstruction of a demolished wall using the stones salvaged in a differentiating pattern, from an added overhead perspective characteristic of intuition and of current interpretations of the physical features, visible and invisible of our planet that have long been the subject of analyses and already related into a comprehensive context in the light of discoveries that have sparked diverse theories that are under continuous modification in the course of time up into the present. Because an umbrella-theory is lacking in the earth sciences, whenever some new data has to be integrated, the whole matter gets skewed to accommodate, instead of only filling an appropriate empty niche.
This arrangement in two different parts is dictated by the manner in which the flow of ideas acquired form. The second part is a continuation along the same lines of thought followed in the first. Much as I would have preferred to present the second part only, I thought it useful nevertheless to indicate whatever precipitated the process of speculation that debouched into a commitment with the earth sciences.’ (p 5)
Elie de Beaumont
De laatste woorden van deel 1 en van hoofdstuk 5, dus vlak voordat het tweede deel, de eigenlijke stellingen met onderbouwingen, begint luiden als volgt:
‘The pattern I see encompasses, not a look limited to the controversy over congruent coastlines, but the whole globe as a functioning organism, it explains its continents and its oceans, its mountain ranges and its rivers, its geologic activity, its atmosphere and the vicissitudes of life and the vestiges of its beginning and the prospect of an end.’ (p 167)
De schrijver heeft een stijl waarin hij afwisselt tussen persoonlijke opmerkingen, herinneringen en wetenschappelijke stellingen met argumenten. Hij gebruikt soms lange zinnen en heeft een grote woordenschat. Hij durft toe te geven dat hij in de loop van de tijden zijn stellingen soms aanpast en argumenten niet meer zo sterk vindt, maar hij gaat steeds onverdroten op zijn doel af: proberen te achterhalen waarom de aarde is zoals ze is en hoe het einde van de periode waarin we nu leven eruit zal kunnen zien.

Gemis
Ook al is het niet de bedoeling geweest van de auteur om zich te richten op geesteswetenschappelijk onderzoek, toch mis ik het Socratisch doorvragen naar het waarom van alles, voorbij de grenzen van de natuurwetenschap, met zijn beperkte meetmiddelen. Wellicht omdat het binnen de regels van de natuurwetenschap geldt dat alleen dat wat gemeten kan worden waar is. De natuurwetenschap beseft dan haar eigen grenzen, en verlegt die telkens door het bedenken en maken van nieuwe meetapparaten. Maar het leergierige wezen in de mens vraagt zich al sinds men iets van bewustzijn heeft af wat de zin van het leven is, wat er was voor en wat er zal zijn na het leven van niet alleen een mensenkind, maar ook van dier, plant, mineraal, kortom de aarde en het universum. Omdat de aarde een levend organisme is, mag je je afvragen waarom zij er is, waarom het universum, en wat de geestelijke realiteit is achter de voor onze zintuigen zichtbare. Zonder iets af te doen aan de toegevoegde waarde van het natuurwetenschappelijk onderzoek naar het verleden, is geesteswetenschappelijk onderzoek nodig om tot het wezenlijke te komen. Het gevaar hierbij is dat men vervalt in science-fiction, abracadabra en fantasie, maar dat moet worden onderscheiden van heuse geesteswetenschap. Ik denk dat we meer te weten komen als geologie wordt bedreven samen met geosofie.

Fragment uit het boek
‘At this stage, sleep having fled, I got up again and sat down at my desk, lost in thought. Taking up from its stand my inflatable globe – alas, now defunct, having succumbed to the irreverent use as an indoor volley-ball by the children – I bounced it off the table top so as to simulate an imagined impact by a Moon violently detached from its orbit.
As I was doing this, at the same time wondering about the most unpleasant consequences for the planet that might ensue from such an encounter, and being familiar with the multiple riddles that justly make geology so very fascinating, I was struck by one particular situation, not as an independent phenomenon, but as an interrelated complex of problems where the interplay between cause and effect began to take shape.
Here I am alluding to the curiously dualistic nature of planet Earth, where a wholly oceanic hemisphere is neatly opposed by a wholly continental hemisphere. This dualism was later proved to be natural to all the solid bodies in the solar system and is evidently related to impact. Mars, the Earth, the Moon, Venus and Mercury all present the same picture. On the gaseous giants and the Sun itself impact cannot expected to leave behind any permanent trace.
All of a sudden the pieces of the great puzzle began to fall into place, in such a natural order, and in such a rush, that it was only a matter of time and perseverance for the general picture to reach completion, a picture in which to every geologic phenomenon is allotted its rightful time and place against the background woven by that fateful EVENT and its aftermath that began to unreel before my eyes. It was a sudden rush and tumble of facts and imagination, mixed with that intoxicatingly sweet taste that accompanies the unforgettable moment of precipitation of insight into a mystery, a new and revolutionary concept thrust upon the mind; new in terms of magnitude. It imparted to the pageant of drift a deeper meaning as it leapt to new life in a transcendence of planetary boundaries which restricted the scope of ancient advocates of catastrophism who thought only in terms of Earth-bound destructions.’ (p 134)

Uit: Antilliaans Dagblad, 30 januari 2014, pp16-17

Evertsz, Domingo, 2013, (red. Evertsz, Carl) The vestige of a beginning, The prospect of an end; An inquiry into the n ature and causes leading to the dismemberment of the urkontinent of Pangaea (uitgegeven in eigen beheer) isbn 9781482624700

Onderwaterwandeling het mooist in Aruba

Foto Abi Smigel Mullens
Oranjestad — Aruba biedt de mooiste onderwaterwereld voor Sea Trek, ofwel een onderwaterwandeling. Dat vindt Sea Trek grondlegger Sub Sea System. Zij hebben De Sea Trek van de De Palm Tours uitgeroepen tot Operator van het Jaar. Een opkikker voor de toeristische attractie die het momenteel moeilijk heeft.

Ruim 30 Sea Trek organisaties vanuit de VS, Mexico, Azië, Europa, het Midden-Oosten en het Caribisch gebied streden om de prijs. Sub Sea System lette bij het selecteren van de beste aanbieder op de kwaliteit, de innovatieve instelling van de organisatie, de professionaliteit van de medewerkers, de promotie en of de organisatie zich houdt aan de standaarden van de oorspronkelijke Sea Trek.

Opruiend zand
Sea Trek De Palm is opgericht in 2000. Terwijl de Arubaanse onderwaterwereld in het begin nog niet veel meer bood dan een zandhoop, zijn er in de loop der jaren interessante objecten geplaatst om de wandeltocht onder water iets spectaculairder te maken. Zoals een gezonken vliegtuig en een bus. Niet alleen bracht dit iets om naar te kijken, het zorgde er ook voor dat er beweging kwam in het leven onder water. Zo kwamen er octopussen, adelaarsroggen en zeeschildpadden op af.

Merlijn van Lelyveld van De Palm Tours is vereerd met de prijs. “Sea Trek de Palm verkeert in zwaar weer. Het zicht onder water is namelijk vertroebeld door lokale constructiewerkzaamheden. Die zorgden voor zand en modder in de zee waardoor het zicht slecht was.” Momenteel werkt Sea Trek de Palm aan de aanleg van een duikgedeelte aan de andere kant van De Palm Island. Ze verwachten deze nieuwe duikspot op korte termijn te openen.

[uit Amigoe, 30 januari 2014]





15-jarig bestaan De koningin van Paramaribo feestelijk gevierd!


In verband met het derde lustrum van de verschijning van De Koningin van Paramaribo van Clark Accord werd door de Clark Accord Foundationaan diverse VOJ en VOS scholen in Paramaribo, een tour aangeboden dwars door het leven en werk van Wilhelmina Rijburg aka Maxilinder. Foto’s van Marcel Accord.

Deze week is het 15 jaar geleden dat wijlen Clark Accord zijn stormachtige debuut maakte met het boek De koningin van Paramaribo.



Sterke vrouwen
Als onwaarschijnlijke hoofdpersoon voerde Accord in zijn roman Maxi Linder op; de roemruchte hoer van Paramaribo en bekend tot in de hoogste sociale kringen van de stad. Maxi Linder was in de ogen van de schrijver niet zozeer een hoer, als wel een sterke zwarte vrouw, sociaal bewogen en compromisloos. Uit een document dat gevonden werd in Accords nalatenschap,  blijkt dat hij tot aan zijn dood bleef zoeken naar inspiratie bij vrouwen als Maxi Linder. Zo maakte de opofferingsgezindheid en sociale bewogenheid van zijn moeder, Jeanette Brudet, een diepe indruk op hem en keek hij naar de strijdlust van Winnie Mandela en de no nonsens-mentaliteit van Michelle Obama, om zichzelf en zijn blik op de wereld te vormen.



Lustrumviering
Clark Accord vierde  het 10 jarig bestaan van De koningin van Paramaribo met de opvoering van de muziektheate voorstelling  De koningin van Paramaribo in het MLAB theater in Amsterdam. Het derde lustrum van De koningin vieren wij zonder hem, maar helemaal in de geest van Clark Accord en zoals hij het ons voor heeft gedaan.

Het hele jaar door wordt op verschillende plekken zowel in Suriname als in Nederland voorgelezen uit De koningin  van Paramaribo.



De bewerking van de monoloog, de Koningin van Paramaribo  ‘Een gevallen vrouw bestaat niet’, door Maikel Austin, wordt opgevoerd  in theater Unique,  aan de Fred Derbystraat te Paramaribo, waar Clark Accord in 2000 zijn debuut maakte in  Suriname

Op 25 januari 2015 sluiten we het jubileumjaar af in Nederland met de opvoering van de monoloog in het Bijlmerparktheater in Amsterdam Zuidoost.



Clark Accord Foundation
Naast de jubileumviering van De koningin zullen ook de reguliere activiteiten van de Clark Accord Foundation, wederom zowel in Suriname als in Nederland, plaats vinden. Een van de activiteiten in Amsterdam is het uitreiken van de Clark Accord Column Award, in samenwerking met de Scholen Gemeenschap Reigersbos.



De jaarlijkse Clark Accord Lezing vindt afwisselend in Suriname en in Nederland plaats. In 2014 staat het podium in Suriname, waar mental coach en media icoon Karin Refos zal spreken over jong ondernemerschap.
Naast de lezing wordt ook weer de jaarlijkse Sori yu talenti Clark Accord  Award voor jong Surinaams schrijftalent uitgereikt.

Elke maand vindt bovendien een historische Maxi Linder Stadstour plaats. Speciaal voor leerlingen van de middelbare scholen in Paramaribo wordt er in het kader van 15 jaar De koningin van Paramaribo, een stadstour gehouden met een feestelijke afsluiting.

Informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Liesbeth Accord
Voorzitter Stichting Auteursrechten Clark Accord (STAR)
Telefoon: 06-27336249
Email: Liesaccord@gmail.com




Antoine de Kom in de bloemen

Antoine de Kom in gesprek met Michiel van Kempen. De dichter droeg ook voor
 uit zijn winnende bundel, Ritmisch zonder string. Foto © Marjon Aker.
Noraly Beyer bood Antoine de Kom bloemen aan.
Foto © Maaike Ambags
Dichter Antoine de Kom, werd gisteren, vrijdag 30 januari, in de bloemetjes gezet, nadat hij de dag ervoor de VSB Poëzieprijs had gewonnen. Hij werd door Michiel van Kempen geïnterviewd in de Amsterdamse Academische Club, voorafgaand aan het gesprek dat deze had in ket kader van het door Vera de Kort georganiseerde Boekencafé met schrijvers Karin Amatmoekrim en Stephan Sanders over de zeven hoofdzonden. Antoine de Kom ontving namens de Werkgroep Caraïbische Letteren bloemen uit handen van bestuurslid Noraly Beyer en kreeg ook een boeket van Maaike Ambags, directeur van de Amsterdamse Academische Club.

Raad van Ministers keurt noodplan goed behoud monumentale panden centrum Paramaribo



Plan klaar binnen door UNESCO gestelde termijn

Een noodplan en een beheersplan voor het behoud van de koloniale gebouwen in Paramaribo is goedgekeurd. Volgens de Ware Tijd van donderdag 30 januari 2014 is het door VN-organisatie UNESCO voorgeschreven ultimatum nipt gehaald.
UNESCO had gedreigd het stadscentrum te schrappen van de culturele werelderfgoedlijst.
Het noodplan, dat de ministerraad nu heeft goedgekeurd, moet voor februari bij de de VN-organisatie liggen. Waarschijnlijk lukt dat.
‘Dit is een belangrijke stap vooruit. We zijn ermee ingenomen, dat beide documenten nu een officiële status hebben’, zegt Stephen Fokké, directeur van Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname, SGES. Het is nu nog wachten op de financiering.
Dat kan een ander bureaucratische barrière worden. Suriname heeft weinig gedaan aan behoud van zijn gebouwd erfgoed uit de koloniale periode. Dit wordt vooral geweten aan bureaucratie.
Het oude deel van Paramaribo inschrijven op de werelderfgoedlijst, bracht de verplichting tot onderhoud. Sindsdien is er niets van geworden. Aan pleidooien en smeekbeden van SGES heeft het niet gelegen. Volgens de plannen krijgt de stichting meer macht als toezichthouder.

[van Obsession, 30 januari 2014]


Juryrapport VSB Poëzieprijs 2014

Antoine de Kom. Foto © Tineke de Lange
Afgelopen donderdag werd bekend dat aan Antoine de Kom de VSB Poëzieprijs is toegekend voor zijn jongste bundel, Ritmisch zonder string. Hieronder het integrale juryrapport.


De jury van de VSB Poëzieprijs nomineerde uit honderd en vijftien ingezonden dichtbundels die allen verschenen tussen 1 september 2012 en 31 augustus 2013 de bundels Jaja de oerknal van Maria Barnas, De zon in de pan van F. van Dixhoorn, Bewegend doel van Micha Hamel, Ook daar valt het licht van Miriam Van hee en Ritmisch zonder string van Antoine de Kom.

Jaja de oerknal
Maria Barnas (De Arbeiderspers, 2013)
Jaja de oerknal is meditatief van opzet. De thema’s draaien om gevoelens en gewaarwordingen, angst en herinneringen, de creatieve vonk; de gedichten verkennen de grenzen tussen wat beschreven wordt en wat verzwegen of impliciet blijft, tussen omgeving en beleving. Die spanning wordt fraai in stand gehouden dankzij het subtiel uitgebalanceerde taalgebruik: in klare, goed gedoseerde formuleringen biedt Barnas vignetten die de lezer raken door hun mimetische trefzekerheid, hun metaforische suggestiviteit en hun zuivere verwoording.
Barnas is een beheerst en integer dichter. Dat frappeert de lezer allereerst op stilistisch niveau: de vrije versvorm (de bundel hanteert er een rijke schakering van) wordt nooit een vrijbrief voor vormeloosheid. Zinsbouw, versregel en strofeopbouw bewegen soepel om elkaar heen; de enjambementen geven steeds een ritmische of emotionele meerwaarde en wisselen op verrassende momenten af met krachtige regels die door hun syntactische eenheid een grote zeggingskracht krijgen.
Ook inhoudelijk maakt Jaja de oerknal indruk door zijn evenwicht en integriteit. Barnas kan lyrisch schrijven zonder ooit in effectbejag te vervallen en thematiseert de eigen zielenroerselen zonder een zweem van ijdelheid. Het is een bundel die tot herlezen uitnodigt, steeds weer imponeert door Barnas’ voortreffelijke omgang met het medium taal en telkens nieuwe bekoorlijkheden aanreikt.

De zon in de pan
F. van Dixhoorn (De Bezige Bij, 2012)
F. van Dixhoorn leverde een bundel aan van hooguit twee gedichten. Het kan ook minder zijn, want De zon in de pan is met durf volgehouden soberheid, buitenissig en bewonderenswaardig.
Van Dixhoorn lijkt pretentieloos: hier is geen dichter aan het werk die zichzelf wil presenteren. De poëzie gaat voor de man. Zij is bovendien eigenzinnig en doet geen handreiking aangaande haar betekenis, ze legt zichzelf niet uit. Er zijn nauwelijks concessies aan het conventionele te vinden. Dit is bij uitstek poëzie om de poëzie. Ze stelt de lezer de vraag wat die woorden op dat blad doen. Het papier zelf is er bovendien niet enkel om de tekst te dragen, het dwingt in het omslaan van de bladen het ritme van het gedicht te volgen. De lezer ervaart zo een cyclisch gebeuren dat tegelijk in de klanken en de inhoud van de taal plaatsvindt. Overigens biedt de bundel geen eenduidige instructies over samenstelling of leesvolgorde – lof in dezen komt ook De Bezige Bij toe. Dichter, taal, uitgever, papier en lezer nemen hier samen deel aan een poëtisch ritueel.
De jury besteedde aan het werk nu al haast evenveel woorden als de dichter. De zon in de pan neigt naar nietsigheid, toch is de uitgave een dichterlijke daad en levert ze de (her)lezer groeiende rijkdom op. Om kort te gaan: Van Dixhoorn toont de Nederlandse poëzie de kunst van het minimalisme.

Bewegend doel Micha Hamel (Atlas-Contact, 2013)
Bewegend doel lijkt met zo'n gemak geschreven, zo evident is Hamels rijk en muzikaal taaluniversum, dat het grenst aan machtsvertoon. Hier geen oerknal, maar donkere materie; meer als uitgangspunt dan als metafoor: waar staan we nu eigenlijk? De bundel is een plaatsbepaling. Waar staat de dichter? Waar de moderne mens? De dichter als én versus de moderne mens. Aan de haren sleept hij zichzelf en de lezer langs afgronden van het moderne bestaan. Vorm, vormpje en het vormelijke worden ter discussie gesteld.
Het perspectief is breed: elk miezerig moment of detail blijkt, haarfijn gefileerd,
wezenlijk; Micha Hamel maakt poëzie van de klei die het leven tot in alle hoeken en gaten vult (deze jongen doet wat met zijn algemene ontwikkeling). Met uiterste precisie en gedetailleerdheid dicht hij daarbij van zijn gedichten alle hoeken en gaten. Er is een ziekte, een leven en doodsdrift. Enig sentiment poogt Hamel middels vaart, humor en vaardigheid te ontwijken; hij dendert maar door, deze meester van de vermaakindustrie.
Hamel bespeelt virtuoos vele registers; ook dat doet hij telkens met een grote vanzelfsprekendheid, tot zijn slechtgezindheid en cultuurpessimisme over het heden aan toe. Die thematiseert hij nooit op een opvallende of opzichtige manier; zijn bundel biedt levende poëzie.

Ook daar valt het licht
Miriam Van hee (De Bezige Bij, 2013)
Miriam Van hee beheerst haar vak dusdanig dat vorm en inhoud perfect samenvallen. In een vrij eenvoudige stijl maakt ze in deze bundel optimaal gebruik van beelden, ritme en enjambementen om de lezer mee te doen kijken naar een wereld waarin mensen maar schaduwen zijn, mensen die veel onheil kunnen aanrichten maar toch ons mededogen verdienen. Het vaak door haar gehanteerde vogelperspectief zorgt voor afstand, het dwingende ritme voor betrokkenheid. Door het ritme te veranderen zorgt ze voor dramatiek
in deze op het oog zo ‘sur place’ geschreven gedichten. Verandering is dan ook een van de thema’s van deze bundel. De dichteres wil iets vasthouden voor het kantelt. Ze vindt een evenwicht tussen betrokkenheid op de wereld en individueel verlies, tussen oog voor de grote geschiedenis en intimistische waarneming. Met veel precisie en nuance roept ze zowel de gruwelen in Oost-Europa als de landschappen en mensen uit haar eigen jeugd op. Ze vraagt zich telkens op een subtiele manier af wat haar eigen beweegredenen zijn en die van anderen, en hoe zich daartegenover te verhouden. De slotregel van een gedicht uit de cyclus ‘Nulpunt’ luidt: ik zocht een sleutel / tot beschrijving, niet van alles wat verdwenen was / maar van een kleine poolse stad die overal kon zijn. Die sleutel heeft de dichteres gevonden. Van hee is een vuurpijl: ze verlicht niets maar herinnert ons eraan dat het licht bestaat.

Ritmisch zonder string
Antoine de Kom (Querido, 2013)
Door een zintuiglijke en krachtige beeldtaal, vermengd met slang en folklore, worden in Ritmisch zonder string vele werelden welhaast tastbaar. Vreemde werelden, extravert, voluptueus, voelend, maar: ‘onze weefsels zijn nog jong en als de maan wast worden wij dezelfde soortelijke massa wat wil zeggen dat het vreemde aan ons inboet’. Dat is wat De Kom doet, het vreemde zijn kracht ontnemen, zonder hang naar exotisme of oriëntalisme; hij staat midden in de wereld van nu.
Knap weet De Kom uit het korset van de dichtregel te breken. Zijn voortdurende gevecht met de syntaxis geeft zijn taal spanning, vaart en energie. Soms klinkt die bijna als rap, als bedoeld om naar te luisteren.
Voorbij de beeldtaal en het spel van de dichter gaat een echte realiteit schuil,
een realiteit die soms hard is. De Kom toont een diep verankerd engagement, waarin – gelukkig – ook de spot gedreven wordt met de rol van de dichter.
De jury was unaniem in het aanwijzen van Antoine de Kom als winnaar van de VSB Poëzieprijs 2014. In zijn bundel klinkt een nieuw geluid, waar wel nood aan is. Dit is poëzie die erbij gebaat is zichtbaar te zijn in de wereld en veel wereld binnen brengt, deze poëzie verdient een wereldse beloning.

Rotterdam, januari 2014
Ahmed Aboutaleb
Saskia de Jong
Hilde Keteleer
Joep Leerssen
Jan Rock

Janny de Heer in Suriname

Op vrijdag 7 februari 2014 presenteert Janny de Heer haar historische roman Gentleman in slavernij in de Bibliotheek CCS, soldatenstraat, Paramaribo. Aanvangstijd 18.00 uur.

Deutsche in Suriname, Familie und Freunde Ihr seid alle herzlich zur Buchpräsentation der Autorin Janny de Heer eingeladen. Sie stellt ihr Buch "Gentlemen in slavernij" vor und in diesem Zusammenhang das Leben und Wirken des Deutschen Dietrich Horst zur Zeit der Sklaverei in Suriname. Ein lohnenswerter Beitrag zur Geschichte Surinams.

Facebook-pagina voor e-dichtbundels


MartsArts PoetryPictures is een aparte facebook-pagina gestart voor het toegankelijk maken en promoten van e-gedichtenbundels. Dit omdat ik er regelmatig mooie voorbij komen. Dus als jíj ook een e-bundel ergens beschikbaar hebt of er goede weet, plaats ze op deze pagina en help deze pagina bekend te maken onder jouw fb-contacten!

Kijk op Facebook op Poëzie gebundeld
of maak contact via infoi@martsarts.nl

woensdag 29 januari 2014

Dichter Antoine de Kom wint VSB Poëzieprijs

Antoine de Kom ontving een geldbedrag van 25.000 euro
 en een glaskunstwerk van kunstenares Maria Roosen. Foto © ANP

De Nederlandse schrijver en dichter Antoine de Kom (57) is de winnaar van de VSB Poëzieprijs 2014. Hij krijgt de jaarlijkse onderscheiding voor Nederlandse poëzie voor zijn bundel Ritmisch zonder string, maakte de jury vandaag bekend tijdens de prijsuitreiking in het stadhuis van Rotterdam.

 'Door een zintuiglijke en krachtige beeldtaal, vermengd met 'slang' en folklore, worden vele werelden welhaast tastbaar.'

Jury
De jury onder voorzitterschap van burgemeester Ahmed Aboutaleb was unaniem in de keuze van De Kom als winnaar. 'Door een zintuiglijke en krachtige beeldtaal, vermengd met 'slang' en folklore, worden vele werelden welhaast tastbaar.' Zijn taal krijgt spanning, vaart en energie 'door zijn voortdurende gevecht met zinsbouw en grammatica', oordeelde de jury. 'Deze poëzie verdient een wereldse beloning.' De Kom ontving een geldbedrag van 25.000 euro en een glaskunstwerk van kunstenares Maria Roosen.

Antoine de Kom is van gemengd Nederlands-Surinaamse afkomst en een kleinzoon van Anton de Kom, de bekende Surinaamse nationalist en verzetsstrijder. De Kom bracht een groot deel van zijn jeugd in Suriname door. Van dat verblijf getuigen zijn eerste twee poëziebundels Tropen (1991) en De kilte in Brasilia (1995). Zijn laatste dichtbundel Ritmisch zonder string verscheen vorig jaar.

Voor de prijs waren vijf dichtbundels genomineerd. Ook de dichters Maria Barnas, F. van Dixhoorn, Micha Hamel en Miriam Van hee dongen mee. De jury koos de genomineerde titels uit 115 bundels die waren ingezonden. De uitreiking van de VSB Poëzieprijs is het eerste hoogtepunt van de Poëzieweek 2014, die donderdag begint. De hele week vinden in Nederland en Vlaanderen talloze activiteiten plaats rond poëzie en gedichten.


[uit de Volkskrant.nl, 29/01/14, 21:53  − bron: ANP]

Drie Knipscheer-auteurs bij ‘De 100 beste gedichten voor de VSB Poëzieprijs 2014’

Suzanne Binnemans, Michiel van Kempen en  Rogi Wieg 

Dit jaar stelde Ahmed Aboutaleb, juryvoorzitter van de VSB Poëzieprijs 2014 (de belangrijkste prijs voor dichters in het Nederlands taalgebied) De 100 beste gedichten samen.
Michiel van Kempen. Foto © Sanne Landvreugd

De VSB Poëzieprijs is een literaire prijs voor de beste dichtbundel van het voorgaande jaar. De winnaar krijgt een geldbedrag van 25.000 euro en een glaskunstwerk van Maria Roosen. De prijs werd op 29 januari bekendgemaakt, aan de vooravond van de Poëzieweek 2014 (van 30 januari tot en met 5 februari). Aboutaleb koos voor ‘De100 beste gedichten’ werk uit drie door In de Knipscheer uitgegeven bundels.
Van Suzanne Binnemans gedicht ‘14’ uit de bundel Omwille van het bloed, van Michiel van Kempen het gedicht ‘Runenteken’ uit de bundel Wat geen teken is maar leeft en van Rogi Wieg het gedicht ‘Traag verdwenen zwarte bloemenvelden’ uit de bundel Khazarenbloed.

Andere dichters in de bundel onder meer: Maria Barnas, F. van DixhoornMicha HamelMiriam Van heeAntoine de Kom.

Lees meer over de bundel Omwille van het bloed 
Lees meer over de bundel Wat geen teken is maar leeft
Lees meer over de bundel Khazarenbloed


Curaçao: Verblijfstoeristen genereren 401,4 miljoen dollar


De zgn. "swingbrug" of "pontjesbrug" verbindt Punda met Otrabanda

Willemstad — De voorlopige data van de laatste twee maanden van 2013 zijn door de Curaçao Tourist Board (CTB) vrijgegeven, waarop een totaaloverzicht van het jaar 2013 kon worden gegeven. Het toeristenbureau maakt verheugd melding dat de toeristische sector in totaal 401,4 miljoen dollar voor Curaçao heeft gegenereerd.

Deze data vloeien voort uit het zogenoemde ‘Turistika’-calculatiemodel, dat ingezet wordt voor berekeningen van toerismeprestaties op Curaçao en wordt gehanteerd door het ministerie van Economische Ontwikkeling (MEO) en het CTB. De bovengenoemde gegenereerde valuta influx wordt vergeleken met de totale opbrengsten uit de toeristische sector in 2012, die toen 376,7 miljoen dollar bedroegen. Dit levert een stijging aan inkomsten van 24,7 miljoen dollar op binnen de toeristische sector.

Strandvermaak trekt vele jonge mensen

De Europese regio leverde vorig jaar het grootste aantal bezoekers op, die in totaal 174,6 miljoen dollar op het eiland hebben besteed ofwel 43 procent van het totaalbedrag. Toeristen uit de Zuid-Amerikaanse regio spendeerden 113,9 miljoen dollar op Curaçao en degenen uit Noord-Amerika waren goed voor 74,3 miljoen dollar. De toeristen uit het Caribisch gebied genereerden vorig jaar in totaal 25,6 miljoen dollar. Het eiland heeft in 2013 in totaal 440.714 toeristen mogen verwelkomen die voor een verblijf op Curaçao kozen. Dit laat zich naar een gerealiseerd groeipercentage van 5 vertalen, dit in vergelijking met het jaar 2012. In dat jaar waren er 420.868 verblijfstoeristen.
Watersport in alle seizoenen

Ondanks de aankondiging van het toeristenbureau, dat 2013 als een uitdagend jaar werd gezien vanwege de precaire economische tijden en ‘het moeilijk zou zijn om de toestroom naar het eiland ofwel de bezoekersaantallen constant te houden’, zijn er vorig jaar 175.607 Europese bezoekers geregistreerd. Dit levert een vlakke prestatie vanuit Europa op, dat door het toeristenbureau als hoofdmarkt wordt aangemerkt, aangezien er in 2012 in totaal 175.161 bezoekers uit deze regio zijn ontvangen. Binnen de Zuid-Amerikaanse markt wordt een toename van 10 procent geregistreerd met 135.773 verblijfstoeristen in 2013, dit in vergelijking met de 123.490 Latijns-Amerikaanse bezoekers een jaar eerder. Vanuit de Noord-Amerikaanse regio is in 2013 een afname in bezoekers waargenomen van 1 procent. In dat jaar hebben 71.228 bezoekers uit deze regio gekozen voor een vakantie op Curaçao. De bezoekersaantallen uit het Caribisch gebied namen vorig jaar met 3 procent af, met totaal 38.936 toeristen, vergeleken met 2012.

Mountainbiken op Curaçao


Marktaandeel
De top-5 markten die het grootste aantal bezoekers genereerden, verhouden zich qua marktaandeel als volgt: Nederland voert de lijst aan met 30 procent, ofwel 131.995 bezoekers, gevolgd door buurland Venezuela met in totaal 92.256 toeristen (20,9 procent). Op de derde plaats staan de Verenigde Staten met 14 procent ofwel 61.627 bezoekers, gevolgd door zustereiland Aruba met 4,5 procent (20.041 bezoekers) en Duitsland met 4 procent ofwel 17.604 verblijfstoeristen.
Het totaal aantal geregistreerde overnachtingen nam vorig jaar met 2 procent toe, met een totaal van 3.750.631. Uit de Noord-Amerikaanse regio werd een afname in het aantal overnachtingen waargenomen van 4 procent. Uit Latijns-Amerika was er een toename van 8 procent. Uit de regio en omliggende eilanden zijn er 3 procent minder overnachtingen geboekt, vanuit Europa bedroeg de daling 2 procent.

Kleurrijke huizen


Gekozen accommodatie
Vorig jaar koos 33 procent van het totaal aantal bezoekers voor een verblijf op een lokaal adres. Voor accommodatie in een groter hotel – 150 of meer kamers – heeft 32 procent van de verblijfstoeristen gekozen. 14 procent verbleef in een bungalow en eenzelfde percentage koos voor een verblijf in een kleiner hotel of appartement.

November
In november 2013 is een stijging in het aantal aankomsten geregistreerd van 9 procent. Het eiland heeft toen 38.577 verblijfstoeristen verwelkomd, tegen 35.467 in dezelfde periode een jaar eerder. In november 2013 is er een toename aan Europese bezoekers (hoofdmarkt, red.) waargenomen van 20 procent, met in totaal 15.127 bezoekers. In 2012 waren dat er nog 12.637.

De pontjesbrug in de Kersttijd

Nederland, het land dat doorgaans het grootste aantal bezoekers voor het eiland genereert, leverde in totaal 10.750 toeristen op, wat zich laat vertalen naar een toename van 13 procent vergeleken met november 2012. Toen werden 9489 Nederlandse bezoekers geregistreerd. Onder de Duitse bezoekersaantallen is in november vorig jaar een groei van 29 procent waargenomen met in totaal 1970 toeristen. In dezelfde periode het jaar daarvoor waren dat er nog 1528.

[van Amigoe, 29 januari 2014]

Westpunt. Foto Maria Laborde