donderdag 28 februari 2013

‘Oom Tom was een lafaard’

door Stuart Rahan

Den Haag - Het mensonterende verhaal van Oom Tom is ontsproten uit het brein van de blanke schrijfster Harriet Beecher-Stowe. Zij vergrootte en exploiteerde het verhaal van Oom Tom dat de geschiedenis is ingegaan als het keerpunt van besef bij het toen heersende blanke instituut om een eind te maken aan de slavernij. De bevinding dat de slavernij uit economisch oogpunt is gestart maar de meest wrede verachting van het mens-zijn met zich meebracht, is geen reden om slavernij en economische ontwikkeling in één adem te noemen.

De drie acteurs die zichzelf spelen in hun gevecht om de hoofdrol in de musical Oom Tom. v.l.n.r. Sergio IJssel, Ruurt de Maesschalk en schrijver/regisseur Raymi Sambo.  (Foto: Stuart Rahan)


Gelijkwaardige relaties
Oom Tom heeft nooit bestaan, de slavernij met al haar excessen wel. Een oordeel vellen over de geromantiseerde figuur, is dus niet van toepassing. Helden of lafaards zijn mensen van vlees en bloed. Slavernij leent zich niet voor geromantiseerde verhalen om de simpele reden dat van gelijkwaardige relaties geen sprake was. Liefde tussen de twee totaal verschillende werelden van toen, is pure fictie. Beide werelden keurden vanwege de enorme sociale druk geen enkele zwart/witte relatie goed. Of het nou om de relatie van witte man/zwarte vrouw ging, of bij hoge uitzondering zwarte man/witte vrouw, vanwege de dwingende sociale controle bezweken dergelijke relaties vroeg of laat.
Simon Legree bedreigt Oom Tom

Na 150 jaar
In Op zoek naar Oom Tom wordt het publiek als het ware meegezogen in de stroom van populariteit en entertainment, die met de kennis van nu een blik werpt op het verraderlijke en verachtelijke van de slavernij. Een enquête met korte aanvullende reacties van het publiek geeft een verbluffende uitslag, die vooraf ook vastgesteld had kunnen worden. De vragen zijn doelgericht, maar de antwoorden toch confronterend. Na 150 jaar afschaffing van de slavernij zou de wereld er iets gebalanceerder uit moeten zien, zou je denken. In Nederland, dat doorgaat als progressief en liberaal, blijkt vooral de allesomvattende beleving van media, cultuur en entertainment alles behalve pluriform te zijn. Nog steeds is er sprake van typecasting, of in het ernstigste geval worden witte acteurs donker geschminkt om dat ene karakter neer te kunnen zetten. Het publiek kon zich geen zwarte hoofdrolspelers in een Nederlandse film, theaterstuk of musical herinneren. Het zwarte karakter Rowanda uit Alleen maar nette mensen haalde het net, maar de rol werd dan weer als heel slecht ervaren.

De meesters overtroffen
Zijn zwarten zo slecht of zijn er geen verhalen waarin zwarten de hoofdrol spelen. Beide vragen kunnen ontkennend beantwoord worden, want in de ogen van de witte producenten is het commerciële aspect belangrijker dan de inhoudelijke boodschap. Gelukkig dat de 'zwarte' acteurs Raymi Sambo, Ruurt de Maesschalk en Sergio IJssel tijdens hun zoektocht naar Oom Tom, daar een stokje voor hebben gestoken. Hun onderlinge strijd om die ene rol heeft tijdens de première van hun musical, na 150 jaar afschaffing van de slavernij, de ogen van het aanwezige publiek geopend. Het waren er tweehonderd bezoekers in het Theater aan de Spui waar helaas de nazaten van de slavenhouders in zeer beperkte mate de confrontatie durfden aan te gaan.

Een held vecht voor zijn leven en dat van anderen. Oom Tom liet zich leiden door de wil van de witte slavenmeesters die hem de Bijbel in handen duwden met de stille doch voor hem overtuigende boodschap: In het hiernamaals zijn wij allen gelijk. Op zoek naar Oom Tom is een bijzondere weergave van hoe zwarten met hetzelfde lot elkaar bejegenen met het angstaanjagende beeld dat de onderdrukte elke gelegenheid aangrijpt om zijn meester te overtreffen als het om onderdrukken gaat.

[uit de Ware Tijd, 28/02/2013]

woensdag 27 februari 2013

Kris Berry in North Sea Jazz Club


“Dat Kris Berry een naam is om rekening mee te houden is ruimschoots bewezen.”
Kris Berry. Foto Rob Neeleman

Daarmee opende de Volkskrant een cd-recensie (zie bericht hieronder) van Kris Berry’s album Marbles dat vorig jaar verscheen. Want al voor die cd er kwam stond zij op North Sea Jazz Festival en speelde ze in voorprogramma’s van onder meer Eli ‘Paperboy’ Reed en Selah Sue.
Kris heeft een soepele stem en maakt jazzpop, afgewisseld met soul, folk en diverse Caribische muziek. Al haar teksten schrijft ze zelf. Het is alsof je als luisteraar meeleest in haar dagboek. Samen met gitarist Paul Willemsen (Beans & Fatback en Lefties Soul Connection) maakte ze de muziek bij haar nummers.

Onlangs toerde ze nog met haar muzikale vrienden Wouter Hamel & Ruben Hein en het Amsterdam Sinfonietta. Nu met eigen band in de North Sea Jazz Club.

Datum: 16 maart 2013
Aanvang: 21.00 uur

Dat Kris Berry een naam is om rekening mee te houden is ruimschoots bewezen


door Gijsbert Kamer 

Ruim een jaar na haar enthousiast door de radio opgepikte debuut-EP is er het echte album debuut van de van Curaçao afkomstige Kris Berry. Berry lost de belofte gemakkelijk in met zeer prettig in het gehoor liggende jazzy popliedjes.
Kris Berry. Foto Klaar Guchelaar
Los van haar warme, soepele stem is het haar begeleidingsband die opvalt. Staande bas, gitaar, trompet en een enkel strijkje geven Marbles een weinig alledaags, aangenaam geluid. Gitarist en medecomponist Paul Willemsen laat zich een enkele keer gaan, zoals in het sterke Waiting For The Rain. Mooiste liedje is het melancholieke Always Or Never, dat het beste werk van Norah Jones in herinnering roept.

De tweede helft van Marbles klinkt iets plichtmatiger, alsof de ideetjes even op zijn. Het mag af en toe ter afwisseling van de vele midtempo nummers ook wel wat vlotter. Maar dat Kris Berry een naam is om rekening mee te houden heeft ze nu ruimschoots bewezen.

[Uit de Volkskrant,  11/04/12]

Districtscommissaris Naana: Leescultuur moet worden bevorderd


Ruim 3000 tot 4000 kinderen van Boven Suriname in het district Sipaliwini zullen het Kinderboekenfestival kunnen bezoeken. Districtscommissaris (dc) Naltus Naana is ingenomen met dit groots gebeuren voor het district. "De kinderen hebben geen leescultuur. Daarom is het heel belangrijk dat het lezen wordt bevorderd", stelde hij vandaag in een live uitzending vanuit Atjoni van Radio Boskopu, verzorgd door Ramon Keijzer. 

Leerlingen luisteren naar schrijver Gerrit Barron op het Kinderboekenfestival in Atjoni. (Foto: Ramon Keijzer)

Het Kinderboekenfestival werd geopend door First Lady Ingrid Bouterse-Waldring. Zij benadrukte hoe belangrijk het is om te lezen. "Door veel te lezen, kom je ook veel meer te weten", zei ze. Hoewel het festival drie dagen duurt, is het volgens de echtgenote van de president de activiteit nu al een succes. Dit baseert zij op de opkomst van de scholen, de presentaties en de activiteiten die aangeboden worden. De kinderen van Boven-Suriname zullen met boten het festival bezoeken.

SRD 1.5 miljoen 
De kinderen worden niet alleen beziggehouden met lezen, maar er zijn diverse creatieve activiteiten. Er zijn 35 stands, waarbij het thema 'welzijn' aan de orde komt. Ook de Schrijversgroep 77 is een van de vaste deelnemers. Het Kinderboekenfestival wil de kinderen op diverse gebieden stimuleren. Dit project wordt door de regering ondersteund, legde Ingrid Bouterse uit. Directeur van Onderwijs, Grace Malm-Lackin was ook aanwezig en beantwoordde enkele vragen van kinderen over lezen en welzijn.

Yvonne Caprino van het Kinderboekenfestival legde uit dat het bijzonder moeilijk was om alles voor elkaar te krijgen. Vooral het vinden van geld om de onkosten te dekken, heeft veel energie gekost. Uiteindelijk is het gelukt om de middelen rond te krijgen. De drie festivals die voor dit jaar gepland zijn, kosten SRD 1.5 miljoen. Na Sipaliwini gaat het Kinderboekenfestival naar Commewijne in april en een maand later volgt Paramaribo.

[uit Starnieuws, 27 februari 2013]


Caribbean Cocktail Show 2013

 

Laatste kansen om deze show te zien in de Nederlandse theaters:

Donderdag 7 maart - Tilburg, Theaters Tilburg (Concertzaal)
Vrijdag 8 maart - Rotterdam, Nieuwe Luxor
Zaterdag 9 maart - Alphen a/d Rijn, Theater Castellum
Woensdag... 13 maart - Eindhoven, Parktheater
Donderdag 14 maart - Arnhem, Musis Sacrum
Vrijdag 15 maart - Roermond Theaterhotel de Oranjerie
Zaterdag 16 maart - Almere, Schouwburg
Zondag 17 maart - Venlo, Theater de Maaspoort

.

Bouw jouw schrijfconditie op

...niet klein denken...

Zoals elke sporter moet trainen om zijn conditie op peil te houden, moeten ook schrijvers voldoende meters maken om in vorm te blijven. Maar hoe doe je dat? Je schrijfconditie opbouwen?

Voldoende meters maken als schrijver
Door veel te schrijven, bouw je conditie op. Hoe meer je traint, des te makkelijker komen de woorden. Als je veel schrijft, blijft je inkt warm.
Om je conditie op te bouwen, hoef je geen meesterwerken te maken. Het gaat, heel simpel, om het laten bewegen van de pen.

[Lees hier verder op boekschrijven.nl]



Racism: A History


The Conciiliation, Australian, colonial oil painting by Benjamin Duterrau (circa 1840; Tasmanian Museum and Art Gallery Hobart.) Zie het commentaar van Margaretta Pos onder aan dit bericht.

“Africans are items for trade”. Dat zegt James Walvin, hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van York in de serie ‘Racism – A History’. Is de economie ook de drijfveer achter racisme? De driedelige BBC-serie onderzoekt de oorsprong en gevolgen van racisme wereldwijd door de eeuwen heen. Vanaf woensdag 27 februari, wekelijks op Holland Doc 24. 

Aflevering 1: The Colour of Money

De eerste aflevering onderzoekt de opvattingen over menselijke verschillen in de geschriften van de belangrijkste filosofen en historici uit de geschiedenis: van Aristoteles tot Immanuel Kant. Welke gevolgen heeft het Oude Testament gehad voor de ontwikkeling van het idee van 'ras' in Europa? Het programma toont ook de oorsprong van racisme in de geschiedenis van de slavernij en de vestiging van Europa’s eerste kolonies in Amerika. 

Slavernij bij de Romeinen


Aflevering 2: Fatal Impact

De aflevering 'Fatal Impact' concentreert zich op racisme als wetenschap. Gezien als een geloofwaardig wetenschappelijk concept om theorieën aan te verbinden, uitgevonden in de 19e eeuw. Met dergelijk pseudo-wetenschap werd ondertussen de weg vrijgemaakt voor het principe van 'raciale hygiëne', een van de ideeën die zouden dienen om genocide in de 20e eeuw te rechtvaardigen, met name de Holocaust. 

Schedelmeting


Aflevering 3: A Savage Legacy

De derde en laatste aflevering onderzoekt de gevolgen van racisme in de 20e eeuw. Met aandacht voor de raciale slachtingen in Belgisch Congo, maar ook voor de geïnstitutionaliseerde vormen van racisme zoals uitgedrukt in de apartheid van Zuid-Afrika en de rassenscheiding op scholen en bij sociale voorzieningen in Amerika. En wat is er veranderd vandaag de dag?

Missionering in de Congo


Uitzending aflevering 1:
Wo 27 feb 2013 - 20.26 uur
Do 28 feb 2013 - 08.52 uur
Vr 1 mrt 2013 - 17.00 uur


Margaretta Pos uit Hobart schrijft ons over de bovenste afbeelding van een schilderij:


The image beneath the heading of this post about a BBC series, has a  caption beneath: "Africans are items for trade." They are not  Africans, they are Tasmanian Aborigines. This is an Australian
colonial oil painting by Benjamin Duterrau, called The Conciliation. It was painted circa 1840 and hangs in the Tasmanian Museum and Art  Gallery in Hobart. (Indeed, if you look carefully, you can see a  kangaroo in the painting).

Duterrau was born in London of Huguenot descent. He arrived in Van Dieman's Land, as Tasmania was then called, in 1832 aged 65, and spent  the next ten years depicting Aborigines. His most famous painting is  The Conciliation.

The subject of it was Methodist preacher George Augustus Robinson's mission to persuade surviving Aborigines to leave Tasmania for  Flinders Island in Bass Strait. The picture is of Robinson in the centre of a group of Aborigines, with two dogs and a kangaroo together  to suggest harmony. (There were no dingos in Tasmania, as on mainland  Australia). The removal of the Aborigines was a disaster - most died on Flinders Island and the settlement was abandoned.

I don't know how this painting came to represent the African slave  trade, but I hope you will add a rider to the post to correct it.

dinsdag 26 februari 2013

Lucille Berry-Haseth, embahador inkansabel di papiamentu

De directeur van Fundashon pa Planifikashon di Idioma (FPI), prof. dr. Ronnie Severing, heeft donderdag 21 februari jl., op de Internationale Dag van de Moedertaal, aan Lucille Berry-Haseth een plakkaat (plaka di mérito) overhandigd om haar te bedanken voor haar veelzijdige werk ten behoeve van de promotie van haar moedertaal Papiamentu. Zij werd lovend toegesproken door Ini Statia met de volgende woorden.

Lucille Berry-Haseth en Ronnie Severing. Foto FPI


door Ini Statia

Pierre Lauffer a usa e metáfora di ‘chapi pa sigui bòltu e tera gordo di papiamentu’, kurashando asina stimadónan di papiamentu pa sigui kultivá ‘e lenga dardu di nan mama.’ Ma ora nos para ketu na loke Lucille Berry-Haseth a hasi komo embahador di su lenga stimá, mester bisa ku Lucille a hasi muchu mas ku esei. Manera un hardinero i mama dediká Lucille a kuida e mata di papiamentu ku amor i kariño, yay’é, snui e ora mester, transplant’é, piki su flornan, kosechá i kompartí ku otro e dulsura sabroso di nos lenga materno.

Lucille tin mas ku 50 aña kaba ta koba, saka i sleip tur sorto di piedra presioso i djamanta for di e barankanan di papiamentu. Su trabounan komo dosente, lokutor, outor, poeta, traduktor, konsehero i stimuladó di bon uso di papiamentu ta inkontabel i impagabel.
Lucille ta eksperto den mas ku ún lenga. E tabata dosente di spañó i ingles. El a skirbi, publiká i presentá un kantidat numeroso di teksto tokante papiamentu i su literatura. Komo outor, redaktor i traduktor Lucille a kontribuí en grande na obranan voluminoso i na bida kultural di Kòrsou i e anterior Antia Hulandes.

Mi ta djis menshoná algun ehèmpel so. Komo poeta Lucille a publiká dos tomo di poesia, titulá Resonansia i So ku Palabra. Komo redaktor i traduktor i trahando añanan largu komo sekretario den direktiva di Fundashon Pierre Lauffer, Lucille a redaktá i tradusí entre otro e antologia Pa saka kara. Korona riba Lucille su labor di tradukshon ta e tradukshon na papiamentu di Dubbelspel, alias Changá, e obra maestro di Frank Martinus Arion.

Lucille Berry-Haseth. Foto FPI


Lucille su relashon di trabou i amistat ku FPI ta estrecho. FPI ta masha gradisí pa su kolaborashon ku diferente obra ku FPI a produsí i publiká. Semper nos por aserká Lucille pa informashon i konseho. I ku masha táktika Lucille no por laga di ekspresá su preokupashon pa i krítika riba sierto desaroyo no deseá. Nos ta gradisí pa esei, pasobra nos ta siña hopi di dje. Pero no ta p’esei so nos ke honra Lucille. Awe, riba Dia Internashonal di Idioma Materno di 21 di febrüari 2013, nos ke duna un homenahe meresí na Lucille pa su kontribushon total i sumamente balioso na evolushon di nos dushi lenga papiamentu. Lucille, mashá pabien i masha masha danki. Awor dr. Ronnie Severing, direktor di FPI, lo entregá e plaka di mérito n’abo.


Competencia di Dictado Nacional den Cas di Cultura


En coneccion cu celebracion di Dia Internacional di Lenga Materno dia 21 di februari, a organisa un dictado nacional den Cas di Cultura. Esaki ta un competencia di skirbi "diktee" manera ta bisa na Hulandes, pero na Papiamento. E evento a bay compaña pa canto y poesia di autornan local.

Ganador(a)s: 1. Mayra de Graaf; Frank Williams y 3. Angelo Angela




Ramon Todd Dandaré

[di 24ora.com]

Behoud kawinamuziek belangrijk voor identiteit Afro’s

door Audry Wajwakana

Paramaribo - De traditionele kawinamuziek dreigt door invloeden van andere muziekstijlen verloren te gaan. Inleider Henri Ceder uitte zondagochtend te Sarafina, zijn bezorgdheid hierover tijdens een lezing over de ontwikkeling van de kawinamuziek vanaf de slavernij tot heden. "Het is belangrijk dat mensen hun roots hierin terugvinden. Als je niet weet vanwaar je komt, weet je in het leven ook niet waar je naar toe gaat", gaf Ceder de aanwezigen mee.

Het lijkt op een kawina workshop. Tijdens een lezing over de ontwikkeling van kawinamuziek op het adres van Fiti fu Wini, werd aan het publiek gevraagd wie het wilde proberen. Tot verrassing lieten de vrouwen zich niet tweemaal vragen, de mannen lieten het juist afweten. Foto: Charles Chang.


Geschiedenis
Ceder is voorzitter van Surinaamse Artiesten Vereniging in oprichting en van de Stichting Sukru Sani. In zijn presentatie vertelde Ceder over de ontstaansgeschiedenis van de kawina. Deze is een puur creoolse volksmuziek die na de afschaffing van de slavernij in 1863 verder tot ontwikkeling is gebracht. Tijdens de slavernij communiceerden de slaven met zang middels vraag en antwoord. Hierdoor is de traditionele kawina ontstaan die raakvlakken heeft met gospelmuziek in het meerstemmige vraag- en antwoordspel. De muziek werd begeleid met traditionele percussie-instrumenten. Het vraag- en antwoordsysteem is daardoor uitgegroeid tot een ritmische dans. De teksten waren van oorsprong religieus en na de slavernij veranderden deze naar maatschappijkritische tot zelfs politieke passages. De kawina is ook heel goed geïntegreerd bij andere bevolkingsgroepen. Daarbij bezingen en bespelen Javaanse en Hindostaanse bands dit genre. "Een gegeven waarop wij als Afro's trots kunnen zijn", zegt Ceder.

Behoud
Tegenwoordig wordt de kawinamuziek weggedrukt door de vermenging met andere populaire muziekstijlen zoals kaseko, kaskawi en kabula. Over het laatste sprak Ceder zijn afkeuring uit. "Ik schaam me er soms voor én het is niet onze muziek", legde Ceder uit. De andere (populaire) stijlen, waarvoor jongeren meer aandacht hebben, hebben ertoe geleid dat de kawina minder actief wordt bespeeld. Om dit muziekgenre te behouden had Naks in 2011 het initiatief genomen om een kawinafestival te organiseren. "Dit was een positieve insteek om de muziek weer de plek te geven die deze verdient in Suriname", vindt Ceder. De muziekkenner geeft aan structureel activiteiten te zullen organiseren die ervoor moeten zorgen dat de traditionele kawina niet uitsterft. Na de presentatie konden belangstellenden de instrumenten uitproberen. De kwa-kwa bangi, har kawna, kot kawna, timba en sek seki werden passioneel bespeeld door de aanwezigen.

[uit de Ware Tijd, 26/02/2013]

Julian Basilico Coco


door Jeannette van Ditzhuijzen

Hij woonde net iets meer dan zestig jaar in Nederland. Op de dag van de watersnoodramp, 1 februari 1953, kwam Julian Coco met de boot aan. Zijn gastvrouw van die dag zou hebben gezegd: “Coco is aangekomen, een ongeluk komt zelden alleen."

 Julian Coco en Magdalena Kuhn, Foto: Marisa Leinhos.

Het is een van de vele verhalen die de Curaçaose gitarist en contrabassist Julian Basilico Coco graag mocht vertellen. Of ze waar zijn, doet niet ter zake. Het gaat om de pretoogjes waarmee hij dergelijke verhalen opdiste. Dat hij de waarheid soms iets leuker voorstelde, dat hoorde bij hem - een vrolijke man die graag grappen maakte.

Julian werd in 1924 geboren in een klein huisje in de Curaçaose volkswijk Colon. Zijn oudste zuster Petronilla, die een bekende zangeres zou worden, moest als jong meisje van school om voor de zeven kinderen te zorgen, wanneer moeder werkte. Vlakbij woonden diverse (aankomende) musici. Pianist Wim Statius Muller bijvoorbeeld. Wanneer die als kind piano studeerde, bleef Coco vaak staan luisteren, terwijl zijn vrienden juist wilden uitgaan. “Ik kom wel als die kleine naar bed gaat”, riep Julian hen dan na.

Chinees restaurant in de wijk Colon, Willemstad. Foto @ Michiel van Kempen


Ook leden van de muzikale en vooraanstaande familie Palm woonden in de buurt. Elsa Debrot-Palm, die piano speelde, had Julian horen spelen en vroeg hem bij haar te komen musiceren. Maar, bescheiden als hij was, weigerde hij binnen te komen, dat paste niet in het nog gesegregeerde Curaçao. Dus speelden ze samen muziek, hij buiten op het terras, zij binnen op de piano.
Julian begon als achtjarige met een tokkelinstrument dat hij maakte van een plankje en vislijnen. Daarna leerde hij zichzelf mandoline en gitaar spelen. Zijn vader, die kapper was, maakte elke zaterdag muziek met een groep vrienden. Ook de kleine Julian was van de partij onder de boom achter een café. “Iedere week maakte iemand een liedje”, vertelde hij kort voor zijn overlijden. “Toen de gitarist een liedje van mijn vader niet kon begeleiden, wilde ik het doen. Mijn vader beloofde me een gitaar als me dat zou lukken. Het ging prima, maar tot op heden heb ik van hem geen gitaar gekregen”, vervolgde hij lachend.
Johnny Guitar van Julian Coco

Cruciaal voor zijn muzikale carrière was zijn confrontatie met de Curaçaose violist Jossy van der Linde. Die hoorde Julian op een gitaar tokkelen en vroeg hem om een mi te spelen. Julian had geen idee wat hij bedoelde. “Ik wist het verschil niet tussen een noot en een akkoord, en sloeg dus een akkoord aan.” Van der Linde liep smalend weg en Julian was razend. “Als ik had geweten dat iemand zo zou reageren, had ik op school wel noten geleerd. Toch ben ik hem dankbaar. Zonder deze ‘tik’ was ik dom en trots gebleven.” Julian volgde daarna een schriftelijke cursus Harmony and Arranging.

In zijn vrije tijd ging Julian in lokale orkestjes spelen, overdag werkte hij. Onder meer bij het departement van landbouw. De gitaar ging mee, zodat hij er stiekem op kon spelen. Tot op een dag, eind 1952, de Nederlandse muziekpedagoog Willem Gehrels langskwam en hem hoorde. “Hij vroeg of ik niet aan de door hem opgerichte Volksmuziekschool in Amsterdam wilde studeren. Een paar maanden later zat ik – dankzij bemiddeling van enkele Curaçaoënaars – met een studiebeurs op de boot naar Nederland.”
Een eerder aanbod voor een beurs voor Amerika had hij afgeslagen. “Daar wilde ik niet heen, omdat daar destijds te veel negers werden doodgeschoten.” In Amsterdam kon hij al snel door naar het conservatorium. Gitaar was nog geen hoofdvak - “Daar keek men een beetje op neer” – en omdat Julian graag in een orkest speelde, koos hij voor de contrabas. Toen gitaar een paar jaar later wel een hoofdvak werd, deed hij ook het solistenexamen klassieke gitaar.

Soms kostte het Julian moeite om een kamer te vinden. Om teleurstellingen te voorkomen zei hij daarom door de telefoon alvast dat hij zwart was. Maar in de Michelangelostraat, waar meer conservatoriumstudenten woonden, bleek hij welkom, ongeacht zijn kleur. Dat hij hard moest werken, had hij graag voor de muziek over. Niet voor niets staat op zijn buste in zijn geboortewijk Colon ‘Leren is je enige redding.’ Dat hield hij de jeugd van Curaçao ook voor: leren, leren, leren.
Op het conservatorium leerde Julian de Amsterdamse vioolstudente Helena Blans kennen, met wie hij in 1956 trouwde. Op de verbaasde vraag van een docente, wanneer deze relatie was begonnen, antwoordde hij droogjes “’s Nachts”. Deze directheid is bepaald niet Curaçaos, maar typeerde Julian. Toen een man met een bos zwart krullend haar voor zijn deur stond, vroeg hij doodleuk: “Waarom ben jij geen neger?”

Julian Coco en Magdalena Kuhn


Zijn schoonouders hadden kennissen en vrienden van zeer gemengd pluimage, waar deze zwarte jongeman uit Curaçao prima tussen paste. Met zijn schoonvader deelde Julian de liefde voor muziek, met zijn schoonmoeder voerde hij levensbeschouwelijke gesprekken met een luchtig tintje. Vanwege de woningnood trok het echtpaar bij Helena’s ouders aan de Witte de Withstraat in. Op die bovenwoning woonden ook een tante in, twee zusjes en een zwager. Plus tien katten. Pas in 1960 konden Helena en Julian naar de Admiraal de Ruyterweg verhuizen.

In die jaren was Julian bijna elk weekeinde in België te vinden waar hij in clubs speelde om geld te verdienen. Dat was hard nodig, want al snel werd zoon Ciro geboren, vijf jaar later gevolgd door Julian. Inmiddels speelde hij toen contrabas bij het Utrechts Stedelijk Orkest.
Zijn grote liefde was klassieke muziek, vertelt fluitiste Magdalena Kuhn. Met haar vormde hij vanaf 1964 ruim veertig jaar een duo en toerde hij door Europa en de West. “Het publiek wilde graag Curaçaose muziek van hem horen. Maar daaraan gaf hij niet toe. Die speelden we altijd alleen als toegift.” Als concessie aan de Antillen nam het duo in 1991 wel de cd Sin Duda (zonder twijfel) op met Antilliaanse muziek.

Hij gaf ook gitaarlessen en zijn oud-leerlingen lopen weg met hem. Julian Coco is hun grote voorbeeld, wat ook bleek uit het concert dat een Arubaanse gitarist en een Curaçaose pianist in 2010 voor hem organiseerden in de Rotterdamse Doelen. Die verering voor hem als docent deed hij af als onterecht. “Als het talent er niet is, kan ik op mijn kop gaan staan, maar dan komt het er niet uit”, zei hij daarover, bescheiden als altijd. Over zijn koninklijke leerling, prinses Christina, weigerde hij iets te zeggen. Dat vond hij niet netjes.

Sinds hij getroffen werd door een herseninfarct (2007) trad hij niet meer op. Na het verpleeghuis verzorgde Helena hem nog altijd thuis. Maar toen vanwege zijn suikerziekte een onderbeen werd afgezet, was dat volgens de arts niet meer mogelijk. Hoe erg ze het ook vond, ze moest hem loslaten. Zo vertrok hij in 2011, in een rolstoel, naar het Rosa Spierhuis.
Stanley Betrian

Hij leed onder zijn slechte gezondheid die hem verhinderde om muziek te maken. Zijn vrouw en kinderen bezochten hem uiteraard, net als Magdalena Kuhn, met wie hij samen naar muziek luisterde. Ook oud-leerlingen kwamen langs en onlangs nog de toenmalige interim-premier van Curaçao, Stanley Betrian, zelf een fanatiek gitarist. “Kennelijk voelde hij zijn einde naderen. Hij wilde dolgraag nog een keer naar Curaçao en ik heb hem toen plechtig beloofd al het mogelijke te doen om dat verlangen te realiseren. Tevergeefs, Julian vertrok alvorens hij overgebracht kon worden.”

Net als veel Curaçaoënaars is Betrian maar wat trots op zijn beroemde eilandgenoot. Julian zelf voelde zich in de eerste plaats Nederlander, maar hij verloochende zijn afkomst bepaald niet. En hij miste de sfeer van de volkswijk waar hij opgroeide; waar de deuren altijd open stonden en iedereen muziek maakte.

Julian Basilico Coco werd op 9 januari 1924 geboren op Curaçao. Hij overleed op 4 februari 2013 in Laren.

[uit Trouw]

Eerste papiervrije bibliotheek van de VS komt in Texas

door Sebastiaan Kort

In de Amerikaanse staat Texas zal komende herfst een bibliotheek openen waar alleen e-boeken te vinden zijn, zo meldt onder andere ABC News. Boeken van papier komen er niet in.
Het gebouw in aanbouw in de buurt van San Antonio zal BiblioTech gaan heten en is een idee van Nelson Wolff, een Texaanse politicus.
Foto © AFP

Wolff kwam op het idee van een elektronische bibliotheek toen hij de biografie van de overleden Apple-topman Steve Jobs las, geschreven door Walter Issacson. ABC News merkt overigens fijntjes op dat Wolff waarschijnlijk wel meer dan alleen het idee aan Jobs te danken heeft, aangezien de schetsen van BiblioTech veel overeenkomsten vertonen met ontwerpen van Apple-producten.
Bbliotheken die alleen e-boeken aanbieden hoeven niet groot te zijn, zo valt uit de plannen te concluderen, want BiblioTech wordt slechts 463 m2 groot.

Gangpaden vol computers dus, en geen gangpaden vol boeken. Maar: BiblioTech is wel degelijk het project van een boekenliefhebber. Wolff noemt zichzelf een ‘gretige boekenlezer’ die in BiblioTech de juiste stap ziet voor een veranderende wereld. “De wereld verandert en dit is de juiste en meest geschikte manier om de gemeenschap een dienst te bewijzen.”

Bezoekers kunnen e-readers lenen en er zullen, in samenwerking met uitgeverijen, 10.000 boektitels beschikbaar zijn. Wolff hoopt dit aanbod gaandeweg uit te kunnen breiden. Het enige waar in BiblioTech geld voor gevraagd zal worden is voor het maken van…een printje.

[uit NRC, 17 januari 2013]

maandag 25 februari 2013

Waar blijft het Surinaamse goud?

Vereniging Ons Suriname en Uitgeverij Conserve nodigen u uit voor een forumdiscussie en presentatie van het boek Gowtu, Klopjacht op het Surinaamse goud van Volkskrant-onderzoeksjournalist Jeroen Trommelen.


Gouddeals zijn op komst. De ordening in deze sector is niet transparant. Natuurgebied Brownsberg staat op afbrokkelen terwijl de geheime uitgifte van goudconcessies doorgaat. De brulapen huilen.
Wat gebeurt er in de goudsector van Suriname? Op die vraag probeert een forum het antwoord te geven. U wordt uitgenodigd hierover mee te discussiëren.

Discussieleider Roy Khemradj is journalist.
Antropologe Marjo de Theije (VU Amsterdam en GOMIAM, CEDLA) doet al jaren onderzoek bij kleine goudzoekers in het Lawagebied in Suriname en in Brazilië.
Robby Makka is voormalig hoofd Fiscale Zaken van het Surinaamse ministerie van Financiën. Hij is oud-voorzitter van de Investeringscommissie Suriname en voorzitter van de Kenniskring Nederland Suriname en neemt deel op persoonlijke titel als kenner van de Surinaamse economie (onder voorbehoud).
Jeroen Trommelen is onderzoeksjournalist voor de Volkskrant en Parbode. Hij onderzocht ruim een jaar de nieuwe goudkoorts in Suriname. Wie controleert de goudhandel en verdient er het meeste aan? Hoe kreeg de pleegzoon van president Bouterse de legendarische goudconcessie Benzdorp in handen? Hoe konden goudzoekers het waardevolle beschermde natuurpark Brownsberg vernielen terwijl overheid en Wereldnatuurfonds toekeken?

Forumdiscussie en Presentatie
Zondag 10 maart 2013
Tijd: 15:00 - 18:00 uur
Vereniging Ons Suriname
Zeeburgerdijk 19a
1093 SK Amsterdam (gratis parkeren; gratis toegang).
Informatie: info@veronsur.org/tel: 020-6935057
Informatie: info@conserve.nl/tel: 072-5093693


Cimaké over Frank Martinus Arion

Frank Martinus Arion op 2 februari 2013
Stichting Cimaké van Cindy Kerseborn presenteert in 2013 het project Hommage aan Frank Martinus Arion. Er zullen o.a. een tentoonstelling, een literaire avond, een dominotournooi, debatten en een documentaire komen. Frank Martinus Arion is in Suriname en Nederland vooral bekend door zijn boek Dubbelspel. Op de Antillen heeft hij, behalve door zijn literair werk, vooral furore gemaakt als voorvechter van het Papiamentu. Cindy Kerseborn maakte eerder een documentaire over Edgar Cairo.

Meer info over het nieuw project, klik hier.

Hypotheek of verheven principes?


door Ruud Buurman

Het zijn alle drie integere ‘donkere’ acteurs. Hun helden zijn Mohammed Ali, Malcolm X, Martin Luther King, Barack Obama. Zoals het hoort. Reuze politiek correct weten zij de juiste redevoeringen van hun helden uit het hoofd op te lepelen. Aan het begin van Op zoek naar oom Tom nemen de drie acteurs Raymi Sambo, Ruurt de Maesschalck en Sergio IJssel ons vanuit die superieure houding ook even de maat met een enquête: hoeveel donkere acteurs kennen wij eigenlijk? En weten we een theaterstuk met een donkere acteur in de hoofdrol?


Foto: Francis Sling.

Ja, dán vallen we natuurlijk genadeloos door de mand en lachen we besmuikt. Het zou mooier zijn als zoiets ons niet zomaar te binnen wil schieten omdat we niet in dat soort stereotiepe groepjes denken. Maar helaas, shame on us. Tot Op zoek naar oom Tom een ontnuchterende wending krijgt en je ‘opgelucht’ mag constateren dat generaliserend denken geen kwestie is van welke huidskleur ook en dat deze niet automatisch een stevig fundament is voor vriendschap, samenwerking en solidariteit.

Wisten we dat eigenlijk al wel? Ja natuurlijk. Maar Sambo, De Maesschalck en IJssel, samen het theatercollectief VIG (Very Important Group), zetten eerst erg hoog in voordat ze ons die conclusie laten trekken. Het boeiende van Op zoek naar oom Tom is dan ook dat het stuk je meeneemt van je allerhoogste gedachten naar je lage instincten. Van superieur naar sneu. Wát nou, heersende moraal? Hoor ze eens dwepen met uitspraken van Obama, met een gedicht van Mohammed Ali en met de uitspraak van Malcolm X: ‘Als je je filosofie verandert, verandert je denken. Als je denken verandert, verandert je houding en als je houding verandert, kun je in actie komen.’
Dat is allemaal reuze interessant. We steken nog eens wat op. Maar wat is het waard als je er je hypotheek niet van kunt betalen? Wel met een rol in Oom Tom, de musical, vrij naar het boek De Negerhut van Oom Tom. Waarvoor IJssel auditie wil doen. Want als hij de stem van de onderdrukte speelt, toont hij immers óók zijn loyaliteit. Maar hoe kan een boekfiguur een voorbeeld zijn voor anderen? Een fictieve slaaf, een ‘jaknikker’ die niets deed om het lijden van zijn mensen te verlichten, kán geen held zijn.

Wat de hoon en walging over de stap van IJssel waard is, blijkt als ook de andere twee zich blijken te hebben gemeld voor de rol. Ze hebben het geld nodig. Wie de hoofdrol krijgt, wordt bepaald in de talentenjacht Op zoek naar oom Tom, live uitgezonden op tv. Ze spelen scènes uit het boek en grijpen die fictie aan om een paar rekeningen te vereffenen.
Eerlijkheid, samenwerking, integriteit, identiteit, loyaliteit, heldendom… Wat stellen ze nog voor in een machtsstrijd om de glansrol met eeuwige roem binnen te slepen? Het publiek mag de winnaar kiezen. Niet te doen, áls je daar al zin in hebt.

[uit Theaterkrant, 2013]

De dokwerker

Kranslegging bij het beeld voor de dokwerker ter herdenking van de Februaristaking, op 25 en 26 februari 1941

Koningssloep

Koningssloep


Even was er sprake van dat de Koningssloep, ook wel de ‘Gouden Koets te water’ genoemd, gebruikt zou worden bij de troonsiwsseling op 30 april in Amsterdam. Het Scheepvaartmuseum heeft van de BankGiro Loterij geld gekregen om de koninklijke sloep te restaureren.
De Koningssloep is een galei uit 1816 waarmee de koninklijke familie zich bij bijzondere gelegenheden liet vervoeren. Koningin Juliana en prins Bernhard hebben het schip nog gebruikt bij hun zilveren huwelijk in 1962.

Maar zoals het er nu naar uit ziet lukt het niet om de sloep voor 30 april vaarklaar te maken. Dat betekent dus dat op 30 april, de dag van de inhuldiging van koning Willem-Alexander, de Koningsloep zeer waarschijnlijk niet door de Amsterdamse grachten zal varen. Dat zei de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan vrijdag bij AT5. Tijdens het bevrijdingsconcert op 5 mei zal er volgens hem wel degelijk gevaren worden met de koningssloep.

[van Koningsdag 27 april.info, 23 februari 2013]

Tentboot uit de slaventijd

Hecht en Sterk

door Lila Gobardhan-Rambocus
Shrinivási bij de presentatie van Hecht en Sterk op Curaçao in  het auditorium van de Nationale Bibliotheek Curaçao op 2 februari 2013

Hecht en Sterk verschijnt tweeëntwintig jaar na Sangam, de bundel waarvoor Shrinivási de Literatuurprijs van Suriname 1989-1991 werd toegekend. Geert Koefoed heeft in 1993 de tweede uitgave verzorgd en nu ook Hecht en Sterk, waarin hij een mooi nawoord heeft geschreven.

Shrinivási's poëzie is voor elk wat wils: mooi, eenvoudig van taal én met diepere betekenislagen. Denkend aan Shrinivási komt meestal meteen ‘Deháti’ in mij op. Het gedicht uit zijn eerste bundel Anjali (1963) dat mij toen zo heeft geraakt. Het deed me denken aan het kind dat ik was toen ik op Meerzorg woonde. Ik voelde de pijn die de dichter verwoordde:

Opgebezemd
uit de modder
met koemest
aan de hielen
heb ik de drempel
van de Stad overschreden.

Ik heb een nieuw geloof beleden
van Caritas
Justitia.
Maar de patriciërs
braken het brood
nimmer met een paria.

Toen keerde ik
terug naar de rook
van de stallen
vreemd en
verstoten
onder mijn eigen volk.
Shrinivási en de Arubaans-Nederlandse criticus Henry Habibe

In Hecht en Sterk komen thema's uit zijn eerdere poëzie terug. Zes gedichten uit Sangam zijn in deze bundel opgenomen, omdat, volgens Koefoed, Sangam niet bekend is in Nederland en Vlaanderen. Een van de mooiste gedichten uit deze groep is ‘Toen realiseerde hij zich...’ (p. 68). In dertien versregels een enkele zin. Het terugkeren van de thema's - steeds anders verwoord - geeft deze bundel iets vertrouwds, en in deze fase van zijn leven accepteert de dichter het leven zoals het komt. Hij heeft net als in eerdere bundels oog voor alle details die naar hem toekomen, zoals een kind dat verwonderd zijn kleine wereld tegemoet treedt.

In 1991 schreef ik op de achterkant van het omslag van Sangam onder meer dat Shrinivási’s schrijven een zoektocht is naar de essentiële vraagstukken in het menselijk leven, waarin leven en dood centraal staan. Binnen deze zoektocht bleef hij oog hebben voor de schoonheid van de samenleving. Voor Shrinivási geldt daarom nog steeds dat een kunstenaar maar één lied heeft. In Hecht en Sterk is de melodie heel anders dan bij de vorige bundels: herinnerend, beschouwend, aanvaardend en speels. Zij blijft echter mooi en blijft nog lang in onze oren naklinken.

Tentoonstelling Indianen eerder dicht



Tentoonstelling in De Nieuwe Kerk over Indianen eerder dicht i.v.m. voorbereidingen voor de inhuldiging

De tentoonstelling over de kunst en cultuur van de Noord-Amerikaanse Indianen sluit in verband met de inhuldiging van koning Willem-Alexander en de daaraan voorafgaande voorbereidingen in De Nieuwe Kerk twee weken eerder dan gepland.



Tweede Paasdag, maandag 1 april, is de laatste dag van de tentoonstelling.

In De Nieuwe Kerk starten daarna de voorbereidingen voor de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal om op dinsdag 30 april koning Willem-Alexander in te kunnen huldigen.  

  

De tentoonstelling Indianen, kunst & cultuur tussen mythe & realiteit werd op 12 december jongstleden geopend. De meer dan 200 bruiklenen uit 30 verschillende particuliere collecties en musea verspreid over meerdere continenten trokken in Amsterdam tot op heden bijna 50.000 bezoekers en gasten en keren nu vervroegd terug naar de eigenaars. 





Alle foto's @ Michiel van Kempen

Brazilian Jazz

Bijlmer Jazz presents Brazilian Jazz met Anna Beck (vocals), Enrique Firpi (drums), Pablo Nahar (Bass) en Jan Wouter Oostenrijk (gitaar) Bijlmer Jazz brengt elke eerste zondag van de maand verrassende ontmoetingen tot stand. Tussen muzikanten, tussen muziekstijlen en tussen bezoekers. Middels een sturend thema verkennen we, onder leiding van jammaster Jan Wouter Oostenrijk, de wereld van jazz. Met gelouterde muzikanten en aanstormend talent verweven we Jazz met de warme klanken van Bossa Nova, Samba en andere Braziliaanse ritmes. Wil jezelf meedoen? Neem vooraf dan even contact op met Jan Wouter Oostenrijk: cd_jwo_rai@hotmail.com

Datum: zondag 3 maart 2013
Tijd: 16.30 uur
Locatie: Bijlmerpraktheater, Amsterdam

Willem van Lit - Neoromantiek


Hij loopt om in zijn bestaan
de regels uit, van dromen weg
vandaan dat lastige ontstaan,
te nauw gegespte nostalgie.

Hij zit geconcentreerd
rond knobbels van de taal
in wat verstaanbaar formuleren
rond te draaien, drenteldraaien.
Hier wringt de pijn
van aandacht op de fistels van plezier
die niet weg te halen zijn.

Hij voorziet de komst van mollen,
woelend in de aarde van verbeelding
die in vers gegraven stelsels
blind te hoop gelopen zijn.
En hij wacht op het natuurgeweld
van vlinders, dans van myriaden muggen:
alle ruimte boven struiken en het veen.

Maar weet: dát is de natuur die
onverschillig haast heeft met het leven.

Hij draait zich terug met nieuwe beelden
gebruikt de aandacht om hem heen
en zegt: “dichterbij kan ik niet komen
dan door deze wal van woorden,
maar onthoud me”. 

Albert Roessingh - De voorbijvliegende man

Verdraagzaamheid, een programma voor vrijheid (11)


door Willem van Lit

In deel 11 van dit hoofdstuk 6 een verdere beschouwing over de risico’s van het onwrikbaarheid van het bestaan en de noodzaak van wederzijdse achting. Daarnaast het derde spoor voor tolerantie: de cultuur.
Foto © Jodie Karssemaker

Een beweging als Antillanté hanteert een grotere openheid dan Négritude. Een dergelijke opstelling leidt tot menswaardiger bejegening door interetnische acceptatie, zoals Phillips bedoelde. Men ontwikkelt vermogen tot verkenning en aanvaarding van elkaars leefwereld. In termen van Guépin wil dit zeggen dat de voorwaarden voor ruilinteractie zijn verbeterd. Men voert de dialoog op een hoger plan (kenmerk van de dialectische methode), dit wil zeggen dat men de regressieve en eenduidige benadering van de enkelvoudige zoektocht naar voedingswortel, ras of afkomst overstijgt. Identiteit kan men niet als excuus gebruiken om onwrikbaar te blijven hangen in de eigen positie. Op deze manier vormt identiteit zelfs een ernstige bedreiging voor de dynamiek van tolerantie. De ruilinteractie - de beweging van dienst en wederdienst - die zo belangrijk wordt geacht voor de cultivering van verdraagzaamheid, krijgt een grotere dynamiek als men de relatie-identiteit centraal zet in plaats van de ‘gewortelde’ identiteit. Het maakt door de grotere complexiteit een mobielere uitwisseling van opinies en ideeën mogelijk. Er ontstaat ruimte voor onderhandeling, empathie, affectie en erkenning van elkaars waardigheid. Trots kan zich goed ontwikkelen binnen de bezieling van de grotere dynamiek die onderlinge betrekkingen bieden met een hechting die wederzijds sociaal van aard is. Dit is een volledig andere benadering van tolerantie dan die door het politiek correcte geschuifel wordt gepropageerd: de eenzijdige benadering van vergeven en toegeven, die door de ander als neerbuigend en beledigend wordt ervaren.
Foto © Caribe

Het model van de Frans-Caribische eilanden hoeft niet één op één hetzelfde te zijn als dat van de Nederlands Caribische eilanden. Natuurlijk zijn er verschillen, maar het conceptueel denken kan wél op een zelfde manier worden bekeken. Het draait om de wezenlijke vraag over de oplossing voor de ziekmakende verstrengeling van schuld en schaamte die telkens tot ontbranding komt en die tot lethargie en stagnatie leidt. Hier ligt, zoals sommigen beweren een specifieke interpretatie van het begrip authenticiteit aan ten grondslag: mensen zouden niet weten waarvandaan ze komen en dus ook niet waar ze heen gaan. Door de toepassing van de dynamiek van ruilinteractie (zoals dat tot uitdrukking komt in Antillanté), ontstaat er ruimte die nodig is om de beweeglijkheid in gang te zetten. Authenticiteit ontstaat uit het beginsel van ‘ken uzelf’, dat wil zeggen met de vraag over de manier waarop u zich onderscheidt van anderen in een voortdurend veranderende sociale context. Hierdoor is men in staat vrijheid en ruimte voor zichzelf te scheppen om de interactie op gang te brengen en te houden. Identiteit wordt dan gevormd door de mate waarin je in staat bent die ruilinteractie te onderhouden. Authenticiteit, persoonlijke hechting en identiteit staan voortdurend onder invloed van de dynamiek van menselijke betrekkingen: ruimte en ruilinteractie. Op deze manier kan men de waardigheid van zichzelf en ánderen blijven onderhouden in de wederzijdse verantwoordelijkheid die ruilinteractie te onderhouden. Slachtofferisme bijvoorbeeld lokt eenzijdige naastenliefde uit en dat is nooit de basis voor ontwikkeling van verdraagzaamheid.

Foto © Robert Love


Spontaneïteit en vitaliteit geven de thymotische energie die nodig is voor het onderhoud van de eigen hechting en dus voor de (voortdurende) vorming van identiteit en persoonlijkheid in een sociale context. Deze energie vormt tevens de basis voor werking van menselijke betrekkingen, die pas betekenis krijgen bij wederzijdse bejegening: de ruilinteractie. Pas op deze manier kan men ontsnappen uit lethargie en stagnatie (deze fenomenen staan tegenover spontaneïteit en vitaliteit). Het gaat hier om - zoals dat met een moderne uitdrukking heet - het ontwikkelen van een win-win situatie. Ook hierbij respecteert men het ongelijk van de ander, is zelfbeheersing bij oordelen vanzelfsprekend en wil men elkaars uitgangspunten, leefwijze en opinies leren kennen. De ongelovigen worden niet ‘geduld’, maar in de waardigheid van hun ‘ongelijk’ erkend.

Don Clarke - Lady in red


Cultuur is, zoals gezegd, het derde spoor waarlangs ik het pleidooi voor tolerantie laat lopen.

"Als ik iemand tegen zou komen van wie ik wist dat hij zich aan geen enkele regel zou houden - erger dan een psychopaat -, ik zou terecht doodsbang voor hem zijn". [1]. Zo typeert Guépin het nihilisme en grijpt hij aan bij de kern van mijn betoog. Hierbij wordt de redenering omgedraaid: er bestaat geen cultuur zonder verdraagzaamheid, dit wil zeggen zonder de bereidheid zich te houden aan normen van terughoudendheid ten opzichte van elkaar. Hij gebruikt de term conventies (als synoniem voor regels in sociaal verkeer) om aan te duiden dat geen enkele cultuur zonder intrinsieke afspraken en leefregels kan. Deze conventies zijn niet onveranderlijk, sterker nog: als we willen dat er vooruitgang is, dan moeten conventies juist veranderlijk zijn.

Matapica. Foto © Sleuvolk


Cultuur kunnen we plaatsen tegenover natuur. De natuur functioneert in alle onverschilligheid, als een ‘lege’ vanzelfsprekendheid [2]. Mensen hebben eigenschappen en aanleg die zij van nature gebruiken. Men noemt het talenten, maar het zijn ook driften of instincten voor zelfhandhaving. Uit de natuur lijken dingen als vanzelf te ontstaan met een plausibele volgorde en werking. In hoofdstuk drie heb ik het verhaal verteld van de goddelijke toebedeling van het eergevoel en het recht (aidos en dikè) die samen met de smeedkunst aan de mens werden uitgereikt. Deze vermogens stelden mensen in staat met elkaar te leven, met andere woorden een cultuur te ontwikkelen op basis van conventies die geregeerd werden door de juiste werking van schaamte en schuld. De onverschilligheid van de natuur is hiermee doorbroken, maar ook de vanzelfsprekendheid van de loop der dingen én de chaos. Het reguleert evenzeer het sociale verkeer. Guépin noemt dit op subtiele wijze de scheiding tussen feiten en opinies. Mensen hebben een mening en dus moraliteit, een vermogen waarmee men de natuur kan bewerken, veranderen en ontwikkelen. In die zin is elke bewerking tegelijkertijd een morele keuze en - andersom geredeneerd - heeft de mens de morele plicht tot veranderen.

Gandalf


Uit deze constatering volgt dat alles wat met civilisatie of beschaving te maken heeft, begint met de morele vraag: "hoe moet ik leven"? [3]. Riemen veronderstelt hierbij een voortrekkersrol voor de intellectuelen. Deze vraag geldt echter voor iedereen: eenieder moet zich voortdurend oefenen in de kennis van wat goed is of waar én in de eerbied voor de waardigheid. Het is een basale menselijke opdracht de werkelijkheid permanent te onderhouden. Het is hierbij niet altijd gemakkelijk de belangrijke keuzes te maken.

Beschaving veronderstelt - zoals ik al diverse malen heb geschreven - dat de samenleving in staat is veranderingen te realiseren zonder gebruik te maken van geweld. Thymos verdraagt zich kennelijk slecht met de opdracht tot het voortdurend maken van keuzes en de zoektocht naar waarheid en waardigheid. Op deze manier kon Lucebert ook dichten dat alles van waarde weerloos is. De zoektocht en de veranderbaarheid vereisen een zekere moed; men moet er voor willen gaan. Wholeheartedness. Deze Engelstalige term is in zwang en hiervoor is niet zo gemakkelijk een Nederlandstalig woord te vinden dat precies uitdrukt wat ermee wordt bedoeld. Men wil zich met hart en ziel geven, vol enthousiasme, met volle overtuiging en vervuld van geestdrift. Ook dit is de thymotische geest. Venmans [4] zegt dat bij dit fenomeen, dat met overtuiging plaatsvindt, er even geen gespletenheid meer is in de mens. Er is geen twijfel en men gaat op in de daad. Je hebt je dan verbonden met je bestemming en dat lijkt op lotsverbondenheid, het ‘amor fati’; de ‘wholehearted’ mens is opgehouden met piekeren en suffen: hij handelt. Voor anderen is hij dikwijls een voorbeeld, een rolmodel. Men vindt het mooi te zien hoe anderen zich met volle overtuiging op hun passie gooien: muziek, dichten, films maken, sport, een veeleisende opdracht, enz. Venmans verwijst hierbij onder andere naar Harry Frankfurt die dit fenomeen beschrijft in zijn Reasons of Love. Hij zegt hierover: "Wholeheartedness geeft zin en betekenis aan wat je doet, maakt je gelukkig, al gebeurt dat via een omweg. Wie zich met enthousiasme op een zaak stort, doet dit namelijk niet op de eerste plaats om gelukkig te worden, maar omwille van de zaak zelf. Geluk komt er hoogstens bovenop. Frankfurts warme pleidooi voor wholeheartedness herinnert ons aan een diepe existentiële waarheid, namelijk dat de mens een wezen van liefde is, van hechtingen, verankeringen en sterke waarderingen. We willen ergens toe behoren, we zijn bereid tot loyauteit, zowel ten goed als ten kwade".


De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen. Ook dat is een gezegde dat ons weer met beide benen op de grond plaatst en het drukt uit dat nuchterheid en overweging steeds noodzakelijk blijven. Iemand die zich voluit en met overgave op zijn ideaal stort, kan verblind worden en is in staat tot handelingen en uitspraken die tot gruwelijke effecten kunnen leiden. Revoluties zijn heel vaak gesmoord in bloed. Ook wholeheartedness, als uiting van de gedreven energie die thymos heet, kan slecht samengaan met verdraagzaamheid.

Een ander aspect van de cultuur en verdraagzaamheid heb ik al eerder besproken. Het gaat hier om de betrekking tussen de cultuur en het verleden met verwijzing naar folklore, waarover ik eerder in dit hoofdstuk schreef onder ‘Kunnen beschavingen volwassen worden?’  Folklore kan mooi zijn en getuigen van een creatieve en inventieve geest, maar het is slechts een verwijzing naar een (geïdealiseerd) verleden. Als dit als hét ideaal van de cultuur wordt gepresenteerd, dan betekent het tenminste stilstand. Op deze manier zal het geen condities scheppen voor de ontwikkeling van de tolerante geest of de verdraagzaamheid in het algemeen.

(wordt vervolgd)



[1] Guépin, De Beschaving,  pag. 161.
[2] Guépin, De beschaving, pag. 253 – 256.
[3] Riemen, Adel van de geest, pag. 116.
[4] Venmans, Het derde deel van de ziel, pag. 98 - 101