door Walter Palm
De tweede vraag is in hoeverre deze novelle autobiografisch
is, want de hoofdpersoon Frits Ruprecht is op dezelfde dag geboren als de auteur
Cola Debrot, namelijk op 4 mei 1902.
Zijn biograaf Jaap Oversteegen rept in de biografie Gemunt
op wederkeer (1994) over Cola Debrot niet over een halfzus van Cola. Ook
ontkende Cola Debrot dat hij ooit een halfzus heeft gehad. Als ik de biograaf
van Cola Debrot en Cola Debrot zelf mag geloven, dan is Mijn zuster de
negerin niet autobiografisch in de zin dat Cola Debrot een halfzus gehad
heeft. Wel schrijft Jaap Overstegen dat Cola Debrot veelvuldig last had van
depressies. Is Mijn zuster de negerin in die zin autobiografisch dat Cola
Debrot net als Frits Ruprecht last had van depressies?
Een derde vraag is in hoeverre Mijn zuster de negerin nog
actueel is. Deze novelle speelt zich af tegen de achtergrond van een etnisch
gesegregeerde samenleving waarbij als erecode gold dat een vader de opleiding
van zijn buitenechtelijk kind betaalde. De vraag is of Curaçao bijna tachtig
jaar na het verschijnen van deze novelle nog steeds een etnisch gesegregeerde
samenleving is. En de vervolgvraag is of deze erecode nog steeds actueel is.
![]() |
| Walter Palm (rechts), naast hem met open mond Gilbert Wawoe, en daarnaast Quito Nicolaas |
