vrijdag 28 februari 2014

De Nederlandse taal lijkt stervende op Curaçao


door Helga Mensing

Hoe gaan we verder?
Ik moet helaas constateren dat steeds minder mensen en vooral jonge mensen, bij steeds minder gelegenheden de Nederlandse taal bezigen. En het Nederlands dat gesproken wordt is vaak gebrekkig, terwijl het geschreven Nederlands vol spelfouten zit.
Daarentegen heeft het Papiaments zich steeds meer ontwikkeld als onze eigen taal die op veel scholen als instructietaal wordt gebruikt en die in het dagelijks leven als voertaal wordt gebruikt.
Op twee radiozenders na, zenden alle hier bestaande radiostations, net als onze tv-stations, uit in het Papiaments. Ook worden steeds meer boeken en tijdschriften in het Papiaments uitgegeven, terwijl het aantal toneelstukken in het Papiaments sterk toeneemt. En niet te vergeten de vele composities in onze eigen taal welke geestdriftig worden gezongen door enthousiaste lokale artiesten.
Sint Nicolaas wordt bij aankomst in het Papiaments toegesproken, terwijl de kleintjes hem verwelkomen met Papiamentse liedjes. Toen het onderwijs werd geïntroduceerd was de instructietaal Nederlands en werd onderwezen door fraters van de rooms-katholieke missie uit Nederland en door andere Europese Nederlanders. De Curaçaoënaars die toen opgeleid werden als leerkracht werden onderricht door deze Europese Nederlanders. En, heel belangrijk, de leermiddelen werden in het Nederlands geschreven en dat is voor een groot deel nog steeds het geval. In de loop der jaren namen Curaçaoënaars het onderwijs over en sloop het Papiaments steeds meer de klas binnen en ook op het speelplein hoorde je steeds minder Nederlands…
Het is begrijpelijk en goed dat het Papiaments steeds meer waarde krijgt als onze eigen taal, maar er wordt te weinig nagedacht over de consequenties van deze houding wanneer de nadruk op het Papiaments steeds verder doorgezet wordt ten koste van een goede beheersing van het Engels en Nederlands.
Er werd steeds minder Nederlands gesproken en gelezen, waardoor nog maar een kleine minderheid van onze jonge mensen deze taal voldoende beheerst. De studenten die gaan doorstuderen in Nederland en de jongeren die zomaar naar Nederland gaan, beginnen daar vaak met een achterstand waardoor ze niet goed mee kunnen doen en een aantal studenten de studie noodgedwongen moet afbreken.
Gelukkig gaan ook steeds meer instellingen voor hoger onderwijs en andere opleidingen in Nederland over op de Engelse taal waardoor veel studenten vanuit het buitenland toch in Nederland kunnen gaan studeren.
Dit betekent dat Curaçaose studenten die het Engels goed beheersen in de USA, in Jamaica, in Puerto Rico en ook in Nederland hun studie kunnen voortzetten… een wereld gaat voor je open…
Nu vechten voor het Nederlands een verloren strijd lijkt te zijn, wil ik er voor pleiten dat ons onderwijs zo gauw mogelijk, maar wel goed voorbereid, overgaat op Engels als instructietaal. Ik weet dat dit idee wordt ondersteund door veel ervaren leerkrachten.
En wees eerlijk: de kinderen op ons eiland horen van jongs af aan Engels via gameboys en playstations, op de computer, in Amerikaanse films et cetera.

Ik zag laatst op het nieuws dat verschillende scholen in Duitsland zowel het Duits als Engels als voertaal hebben om de aansluiting op de rest van de wereld veilig te stellen. Een idee voor ons?
Hoe jammer ik het ook vind, we moeten realistisch zijn en niet langer de halfzachte manier tolereren waarop nu met Nederlandse leermiddelen, Nederlandstalige toetsen en examens gewerkt wordt, maar verder in het Papiaments les wordt gegeven met als grote verliezers onze jongeren. 

Op Curaçao is het Nederlands dood, leve het Engels !
Helga Mensing,
een bezorgde burger,
Curaçao

[uit Antilliaans Dagblad, 26 februari 2014]


Commissie belicht oorzaken en gevolgen revolutie 1980

Studenten en jonge academici krijgen de kans om meer te weten over de zienswijzen over de revolutie van 25 februari 1980. De gevolgen die de revolutie heeft gehad en nog zal hebben voor de ontwikkelingen in Suriname komen aan bod tijdens het seminar over de oorzaken en gevolgen van de Revolutie 1980. 

De nationale commissie herdenking 25 februari 1980 heeft deze activiteit georganiseerd in verband met de 34ste jaardag van de revolutie. De voorzitter van de commissie die op 7 februari 2011 is ingesteld is Radjen Ramdien. De andere commissieleden zijn Glenn Dest, Borger Breeveld, Caroline Heilbron, Paul Lank en Geo Norden. De commissie heeft als primaire taak activiteiten te organiseren in het kader van de herdenking van 25 februari 1980.

Vijftien militairen onder leiding van sergeant Desiré Delano Bouterse hebben op 25 februari 1980 een omwenteling in ’s landsbestuur bewerkstelligd, waardoor de toenmalige regering buiten functie werd gesteld, zegt de commissie. “Net als in andere landen waar een revolutie heeft plaatsgevonden, zijn de meningen over deze revolutie ook in ons land nog verdeeld.” Volgens de commissie zien sommigen het als een mijlpaal en “een moment waarop Suriname zeggenschap kreeg over zichzelf.” Terwijl anderen het typeren als een moment van anarchie, zegt de commissie, “zijn beide partijen het erover eens dat deze dag een belangrijk keerpunt is in de jonge geschiedenis van Suriname.”

Tijdens het seminar dat morgen in de University Guesthouse wordt gehouden, zal Borger Breeveld praten over ‘Mediaverslaggeving ten tijde van de revolutie’ terwijl August Boldewijn het zal hebben over ‘Gebeurtenissen die hebben geleid tot de staatsgreep van 1980.’ Andere sprekers zijn Maya Manohar, Jules Wijdenbosch, Harvey Naarendorp en Amzad Abdoel.

[van Starnieuws, 27 februari 2014]


donderdag 27 februari 2014

Biografen geven college over Anton de Kom

Alice Boots en Rob Woortman. Foto © Michiel van Kempen

Alice Boots en Rob Woortman, de biografen van Anton de Kom, geven op vrijdag 28 februari een college aan de Universiteit van Amsterdam over Anton de Kom. Hun omvangrijke biografie verscheen in 2009 en kreeg in de pers een bijzonder goed onthaal. In 2010 werden het biografenechtpaar bekroond voor hun werk met de E. du Perronprijs. De rechten van de biografie zijn inmiddels verkocht voor verfilming van het levensverhaal van De Kom.

Het college is publiek toegankelijk en vindt plaats in de collegereeks Caraïbische Dromen en wordt ingeleid door prof. Michiel van Kempen. Het vindt plaats in het PC Hoofthuis, Spuistraat 138 te Amsterdam, in zaal 4.04 (4de verdieping) en begint om 13.00 uur. De toegang voor belangstellenden is gratis en vooraf aan melden hoeft niet.

woensdag 26 februari 2014

St. Martin: 2014 Black History Month Exhibitions


This year's Black History Month salutes St. Maarten, as well, Caribbean, and African-American literature, history and culture. Right: Lasana M. Sekou. Picture taken at Philipsburg Jubilee Library

Venezuela in de vaart der volken

De Venezolaanse president Maduro balt de vuist naar zijn voorganger Chávez

Verhalen uit het ongerijmde

door Fred de Haas

Jaren geleden maakte ik kennis met de ambassadeur van Argentinië in Oekraïne. In Kiëv. Of all places.
We zaten met zijn allen aan de maaltijd en na een paar wijntjes leek het of we elkaar al jaren kenden. Zo gaat dat immers. Ik raakte in een geanimeerd gesprek met de ambassadeur en vroeg hem – met mijn gebruikelijke Hollandse botheid -  of hij geen vervelend gevoel had bij het idee dat hij ambassadeur was van een land dat politieke tegenstanders uit vliegtuigen in de Rio de La Plata had gegooid en hoe hij dat dan wel had kunnen uitleggen aan de mensen. De ambassadeur keek me glimlachend aan en zei: ‘Er valt altijd wel iets goeds van je land te vertellen’.

Proost!


Mijn aangeboren wantrouwen tegen diplomaten bleek weer eens bevestigd. Altijd een rotsmoes bij de hand. Ja, we gooien mensen uit vliegtuigen, maar in Buenos Aires dansen we lekker de tango en we hebben ook nog Eduardo Falú en zijn gitaar.

Folklore als Haarlemmerolie.

Vraag nooit aan een diplomaat of politicus wat ie ergens van denkt als je uit bent op betrouwbare informatie.

Enige maanden geleden hoorde ik een Curaçaose parlementariër iets uitleggen waarvan me de haren te berge rezen. De man was - en is nog steeds - zeer welbespraakt en een voortreffelijk acteur. Als hij in Amerika was geboren zou hij ongetwijfeld een briljante toneelcarrière hebben gehad. Maar hij was geboren in Curaçao en zat in het Parlement. Daar kunnen ze ook goede acteurs gebruiken. De parlementariër zat als spreker in een Papiamentstalig TV programma en werd ondersteund door een presentator die door iedereen sympathiek wordt gevonden alleen al omdat ie heel vaak ‘Correcto’ zegt, ook al moet hij de meest baarlijke nonsens aanhoren.

Het gesprek ging over Colombia en Venezuela. Dat waren toch buren waar je aansluiting bij moest zoeken, zei de parlementariër.
‘Correcto’, zei de presentator. 'Maar neem nou Venezuela,' zei hij wat aarzelend, 'dat is toch een van de meest gewelddadige landen?'
'Nou,' zei de Curaçaose parlementariër, 'dat wordt sterk overdreven. Ze zeggen dat er 2000 moorden per maand plaatsvinden in Venezuela, maar dat kan helemaal niet want dan zou de hele Curaçaose bevolking in 8 maanden tijd zijn uitgeroeid. Nou, dat kan dus niet.'
Ik zag paniek in de ogen van de presentator die onverhoeds werd geconfronteerd met de schoonheid van een bewijs uit het ongerijmde: je kon er niet meteen je vinger op leggen, maar je voelde dat je werd belazerd.

‘E, e’, zei ie. Dat betekende geen ja en geen nee.
 
Een barrio van Caracas
Zo werkt de politiek in sommige landen. Met bewijzen uit het ongerijmde. Hoe bestrijden we extreme armoede? Dat doen we als volgt. We weten dat arme mensen geen kaviaar eten. Weet je wat? We gaan de prijs van kaviaar drastisch verlagen. Wat zien we? We zien dat arme mensen ineens allemaal kaviaar gaan eten! Maar omdat arme mensen geen kaviaar eten, kunnen het geen arme mensen zijn. Probleem opgelost.

Terug naar de werkelijkheid die vaak de fictie overtreft. Hoe kom je te weten wat er, bijvoorbeeld, in Venezuela de laatste jaren aan de hand is? Zoals ik al in een eerder bericht heb verteld heeft de voormalige President zeker goede bedoelingen gehad met Venezuela. Maar als je ziet dat die goede bedoelingen in de praktijk niet werken, moet je ook openstaan voor kritiek. Dat ligt wat moeilijker.

Een paar jaar geleden vroeg ik aan een Venezolaanse professor van de Universidad de los Andes of de – veelgeprezen -  Misiones (Sociale Projecten) van President Chávez wel werkten. Zijn antwoord luidde: ‘No funcionan’ (ze werken niet). Over Chávez wilde hij niets loslaten. Te link. ‘Ik doe alleen aan wetenschap’.
We tapten samen koffie aan hetzelfde koffieapparaat en hij zag aan mijn gezicht dat ik zijn stilzwijgen toch wel erg jammer vond. Hij stond wat bedremmeld met de koffie in zijn hand, keek wat schichtig om zich heen en fluisterde: ‘Lo controla todo’ (hij heeft alles onder controle). Ik wenste hem sterkte.

Bij de Sociale Projecten deed zich de gelegenheid voor dat elke aanhanger van Chávez (en dat was de ene helft van de bevolking waar de andere helft de pest aan had) zich kon inschrijven voor een of meer Sociale Projecten. Dat betekende dat elke ‘chavista’ daarvoor ook maandelijks een bedrag kreeg uitgekeerd. Als je dus bij meerdere projecten betrokken was, wilde dat wel eens lekker aantikken en zeker als de hele familie meedeed. Wat er zoal werd gedaan was wat onduidelijk. Het werkte niet erg.

Waarom Chávez dit bleef volhouden? Moeilijk te zeggen. Waarschijnlijk omdat ie zoveel van zijn mensen hield, maar vooral ook om aan de macht te kunnen blijven. Typisch een eigenschap van machthebbers. Een nadeel was wel dat het land op die manier langzaam failliet ging.

Als je in een of meer ‘Misiones’ zat viel je ook automatisch niet meer in de categorie ‘extreme armoede’. Op die manier werd de ‘extreme armoede’ dus effectief teruggedrongen.


Wie eenvoudig werk verrichtte in de ‘Misiones’ zoals meelopen in rode kleren in optochten (wie als ‘chavista’ niet meeliep zou als anti-revolutionair beschouwd kunnen worden en kon zijn baantje bij een van de Misiones kwijtraken) werd dus niet meer beschouwd als werkloos, ook al produceerde hij geen bolívar voor het land. Op deze wijze kon de regering comfortabel aankondigen dat de werkloosheid sterk was afgenomen. Het was ook niet ongewoon om in het kader van de werkgelegenheid 15 Venezolanen enkele tientallen meters straat te zien vegen waarbij er 10 op hun bezem leunden en de rest, nou, u raadt het al…

Hoeveel intellectuelen er nog in de Venezolaanse regering zitten? Volgens een andere professor niet zoveel. Misschien wel geen een. Bij elke wijziging van het kabinet zag je dezelfde mensen opduiken en van plaats verwisselen, zei de professor. Je zocht tevergeefs naar toespraken van enig niveau en wanneer er een parade werd afgenomen zag je vaak alleen maar het optreden van een generaal met veel ordetekens op zijn borst waarbij je je afvroeg in welke oorlog hij deze had verdiend.

Bij een parade van President Maduro kon je de volgende dialoog van niveau horen:

Generaal: Chávez vive! (Chávez leeft)
President: La lucha sigue! (de strijd gaat door)
Generaal: viviremos y venceremos! (we zullen leven en overwinnen).

Quod erat demonstrandum.

Kwame Dandillo - Paramaribo

Heerenstrraat Paramaribo met links de YWCA, ca. 1940


Verloren loop ik langs
je mooie straten
en zie de krotten
als een reeks van gaten
in een blinkend wit gebit

De mensen schuiven transpirerend
in alverzengend zonlicht rond
en vraag mij vreemd verwonderd af
waarom men lacht
waar vinden zij de kracht
te gaan te staan
terwijl de hitte stijgt
en elk levend wezen hijgt

Ik voel de drang naar vrijheid
wurgend om mij heen

Vergeef mij als ik
in mijn wanhoop meen
dat oog om oog en tand om tand
de wet moet zijn van elk land
waar scharen armen eindloos paraderen
tussen limousines van
de nieuwe heren



[uit Palito, 1970]

Paramaribo 2014

Colonial ghosts haunt Belgium as Africa museum eyes change

Shadows of visitors are seen as they walk past stuffed zebras at the Brussels Royal Museum for Central Africa in Tervuren November 16, 2001. Reuters/Yves Herman/Files

by John O’Donnell


 (Reuters) - At the entrance to Belgium's Museum for Central Africa stands a giant golden statue of a European missionary with an African boy clutching his robes, along with a plaque that reads: "Belgium brings civilisation to Congo".

The statue and some of the exhibits inside anger many visitors for the way they portray African people and Belgium's brutal colonial past.

Now Belgium wants to change that, at least a little. It is spending 66 million euro to modernise the museum, set in rolling gardens outside Brussels, and put a new face on the colonial experience.

Klik hier voor het hele artikel.


[van Reuters, 24 februari 2014]

Het beeld van de missionaris bij de ingang van het Afrika Museum te Tervuren.

Meer vissen in verhalen en gedichten

Vissen leven onder water. In de natuur zien we ze als we hengelen en ze vangen. De dode vissen, die eten we, zelf gevangen of gekocht. We zien levende vissen eigenlijk alleen in gevangenschap, in een aquarium. Misschien is het daarom dat ze zo weinig voorkomen, levend of dood, in Surinaamse verhalen en gedichten, maar ook in de wereldliteratuur spelen deze zwemmende onder-water-dieren zonder poten een kleine rol.  In kinderverhalen en – gedichten komen weinig vissen voor en dan zijn ze al dood. In de vele bundels met Surinaamse inheemse verhalen vond ik  slechts één  verhaal waarin vissen een rol spelen en dan gaat het ook om hun dood. Het boek van Gerard R. Maynard, Anjumara en Sriba, over levende vissen, is dus uniek      


Vissen die de pot in gaan 
Verse vis die gevangen is om opgegeten te worden. Orlando Emanuels heeft er een versje over in zijn bij jonge kinderen  geliefde  bundel:  Popki patu 1

Vis, vis, verse vis
die vandaag gevangen is
smaakt zo lekker in mijn mond
maakt me stevig en gezond
Mama kookt soms peprewatra
van kwikwi en ook van datra
Vis, vis, verse vis
die vandaag gevangen is
(p.11) 

Ram eet kwie-kwie
Ismene Krisnadath heeft een verhaal over kwie kwie, Ram eet kwie-kwie. De jongen Ram gaat met zijn vader hengelen en hij vangt een grote kwie kwie. Mama maakt hem later thuis klaar met massala. Kwie-kwie is om te zoenen en dat laten Ismene en haar illustrator Raquel Yap ieder op hun eigen manier zien!


Murder and Mayhem in Suriname



How a president's son tried to help Hezbollah attack the United States

by William Rosenau
  
Dino Bouterse thought he'd struck the deal of a lifetime. It was July 31, 2013, and the head of Suriname's counterterrorism force -- who also happened to be the president's son -- had been carefully cultivating what he hoped would become a lucrative relationship with a pair of Mexican drug smugglers. They had already piloted a "line" for shipping cocaine from Suriname, through Trinidad and Tobago, and on to Fort Lauderdale, Fla., but the Mexicans had in mind a vastly more profitable side venture: building a Hezbollah base in Suriname and arming the Lebanese militant organization against the Americans.


[Lees hier verder in FP Magazine, February 24, 2014]

Menselijke beenderen bij opgravingen

Paramaribo - Bij het doen van opgravingen op de hoek van de Heffen- en Korte Kerkstraat zijn zaterdag menselijke beenderen aangetroffen en in beslag genomen. Het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg was bezig de opgravingen te verrichten toen ze op de beenderen stuitte. De politie werd ingeschakeld en constateerde dat het daadwerkelijk om beenderen gaat. De in ...
beslag genomen beenderen zijn overgebracht naar het mortuarium van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo. Vorige week waren reeds menselijke resten aangetroffen bij het graven van een kuil voor het aanleggen van een vetput op de hoek van de Heeren- en Klipstenenstraat.

Archeoloog Benjamin Mitrasingh zegt dat het niet zozeer om menselijke beenderen hoeft te gaan. "Er zijn vaak beenderen gevonden bij opgravingen en vaak genoeg ging het om dierlijke beenderen", zegt Mitrasingh. Hij heeft de beenderen niet gezien. Mitrasingh vindt het jammer dat hij als archeoloog niet erbij is gehaald toen de beenderen ontdekt werden.

"De ligging van de beenderen is onder andere van essentieel belang om te kunnen constateren als het werkelijk om menselijke beenderen gaat" zegt de archeoloog. Veel meer kan hij niet kwijt over de gevonden beenderen, omdat hij die niet heeft kunnen zien.


[van nospang.com, 26 februari 2014]

De avonturen van twee vissen


door Giarzino Dewnarain

Ik  vind  het  verhaal  van  Anjumara en Sriba leuk, want het vertelt over het leven van twee vissen, namelijk Anjumara en Sriba. Het boek is erg spannend.

Anjumara is een roofvis, die voorkomt in rivieren in het binnenland. Sriba is een zwampvis. In dit verhaal  is er een kanaal en een vijver. Wanneer het grote regentijd is, is er veel water in het kanaal, dan is er een smalle waterweg te zien. Twee visseneitjes zijn via de waterweg in de vijver gekomen. En zo zijn deze vissen in de vijver geboren. Maar wat ik leuk vond van dat boek, is dat onze vissen ook avonturen beleven. Eerst een man met een net die in de vijver was komen vissen. Sriba en Anjumara werden nieuwsgierig en keken wie de man is met het net. Maar ze schrokken toen ze zagen dat de man met het net al heel dichtbij de vijver was. Gauw schuilden ze bij het gras in de vijver en dan plotseling hoorden ze een harde plons in het water. Vanaf hun schuilplaats keken ze hoe dat net naar beneden ging. Het was een werpnet.

Ook is er een aanval van Pataka (ook een roofvis van de zwamp). Het was weer grote regentijd. Anjumara en Sriba zwommen met plezier in het water van de vijver, want voor het eerst hadden ze een hoge waterstand in de vijver. Maar ze wisten niet dat er weer een waterweg was van het kanaal en de vijver. En via die waterweg kwam hij in de vijver. Toen hij Sriba zag, deed hij erg vreemd alsof hij Sriba wilde opeten. Maar gelukkig kwam Anjumara op tijd aan, voordat Sriba werd opgegeten.

Zielig is het verhaal van de dood van Pataka. Hoe Pataka dood is gegaan, vertel ik niet, jullie moeten het boekje kopen en zelf lezen.

Wat ik ook spannend vind in het verhaal is hoe Anjumara met roodborstje (een vogelsoort) door het moeras gaat en weer in het kanaal terugkeert, dichtbij de vijver. Grappig is dat deze Anjumara , in dit verhaal, druiven eet. Ik vraag me af of Anjumara’s druiven eten. In het echt eten ze toch kleine visjes en waterplantjes?

Gerard R. Maynard, Anjumara en Sriba, Paramaribo: Stichting Projekten, 2014.

Giarzino Dewnarain is 11 jaar


Geen zee te diep

De heren van Bluerise voor hun prototype: v.l.n.r. Remi Blokker, Paul Dinnissen,
Diego Acevedo, Berend Jan Kleute. Foto © Mineke de Vries

door Mineke de Vries

Vrijwel altijd schijnt de zon, vrijwel altijd waait de wind. Belangrijke leveranciers van duurzame energie op de eilanden. Echter, ze zijn er niet altijd. Wat er wel altijd is, is het koude water uit de diepte van de oceaan, water dat met gemak vele malen het eiland Curaçao van energie kan voorzien. Als één van de weinige op de wereld is Curaçao bezig met het gebruik van deze energiebron, wat naar verwachting in 2015 een feit is bij de airport. Naast koeling en energie kunnen bovendien tal van bedrijfsactiviteiten worden gekoppeld aan dit slimme maar eigenlijk zo simpele principe.
 
Het prototype van het station staat opgesteld
 in een hal van de TU Delft. Foto © Mineke de Vries
Een buis van zes kilometer lang met een doorsnee van een meter wordt op een diepte van zo’n duizend meter op de bodem van de oceaan geplaatst. Drijvend tussen twee sleepboten wordt deze in secties van een paar honderd meter naast elkaar over de oceaan naar Curaçao vervoerd, mocht hij niet op het eiland zelf gemaakt kunnen worden. Door de buis - vervaardigd van hoogwaardig polyethyleen, waarvan ook frisdrankflessen en rioolbuizen worden gemaakt - wordt dieptewater van zo’n vier graden Celsius opgepompt en na gebruik voor koeling en energieopwekking teruggevoerd naar een oceaanlaag die qua temperatuur vergelijkbaar is met het gebruikte opgewarmde water, dit om de ecologie niet te verstoren.
Ingenieurs rekenen momenteel exact uit op welke plaatsen de buis op de bodem van de Curaçaose zee moet worden bevestigd en verankerd, rekening houdend met rotsblokken en hoogteverschillen ter plekke. Vorig voorjaar bracht een Amerikaans bedrijf met boten de zeebodem met behulp van sonar in beeld, op basis waarvan het tracé van de buis wordt bepaald. Na het laatste technische ingenieurswerk kan de productie een aanvang nemen.

Koudwaterinfrastructuur
Het plan vindt naadloos aansluiting bij de plannen van de overheid. Tijdens een indrukwekkende presentatie van minister Martina van Economische Zaken tijdens zijn bezoek aan Nederland eind februari 2013, was dit één van de innoverende projecten. Het laatste half jaar is besteed aan het samenbrengen van gebruikers van de koeloperatie, vooralsnog Curaçao Airport Partners (CAP) - de uitvoerder van initiatiefnemer Curaçao Airport Holding - en CTEX, het meest geavanceerde datacentre van de Cariben en Latijns Amerika. Ook Swissport aircargo service met een groot koelcentrum en Hato Handling - en wellicht FOL operations, met een locatie net even naast de airport - sluiten zich naar verwachting aan: het gebruik van deze nieuwe koeling is een voordeliger alternatief dan alle huidige eigen airco-units. CAH tekende inmiddels een aantal contracten voor koeling met de eindgebruikers en investeerde bovendien reeds anderhalf miljoen, wat zekerheid biedt over doorvoering van de plannen.
 
Hato. Foto © Michiel Bijkerk
Het gebied dat is ingericht voor de te plaatsen buis en installatie is gesitueerd ten oosten van de airport. De capaciteit is ruim voldoende om het begin van de landingsbaan bij de vlakte van Hato te bereiken en datzelfde stuk oostwaarts, maar ook het binnenland in. Een mogelijkheid om toegang te krijgen tot deze nieuwe manier van koeling ligt binnen handbereik voor bedrijven die binnen deze vijf kilometerstraal van koudwaterinfrastructuur liggen.

Briljante breinen
De breinen achter dit concept verenigden zich in Bluerise, een bedrijf dat werkt vanuit een unit in de Yes!Delft, een aan de TU Delft gelieerd complex met zo’n honderd bedrijven dat afgestudeerde ingenieurs de kans biedt briljante ideeën in hun eigen bedrijf te commercialiseren. Remi Blokker van Bluerise: “Dit project op Hato moet gezien worden als pilot om de wereld te tonen dat het technisch kan. Qua schaalgrootte is de kleinste schaal die commercieel gezien zinnig is om te bouwen in energieopbrengst vergelijkbaar met de windmolenparken op Curaçao.” Er is dus nog zoveel meer potentie. “We spreken natuurlijk ook met Aqualectra, die al langer aan dergelijke projecten bij Piscadera werkt, voor de hotels daar en wellicht het ziekenhuis, als dat in Otrobanda blijft. Daarnaast spreken we met de UNA: de Jan Noorduynweg is technisch net te bereiken met de geplande capaciteit op Hato. In die zin uitermate interessant het nieuwe ziekenhuis op deze locatie te bouwen.” Verder denkend zou een station bij Oostpunt kansen bieden: de oceaan gaat daar snel de diepte in, je kunt rondom betrekkelijk korte buizen plaatsen die een enorme capaciteit opleveren.” Bij Bluerise zitten mensen die veel zien in Nederlands/Caribische samenwerking, maar die in plaats van Nederlandse oplossingen naar de Cariben brengen gezamenlijk Nederlandse kennis willen toepassen op locale condities.
 
Het prototype van het station. Foto © Mineke de Vries
Het begon toen Berend Jan Kleute (MSc Offshore Engineering) in 2009 met vier studenten bij een project bij Piscadera werd betrokken. Blokker kwam hem kort daarna op het spoor via TU Delft en raakte zo gefascineerd dat hij na de verkoop van zijn IT-bedrijf zijn Masters behaalde in Business in Energy Systems en met Kleute, Acevedo en Dinnissen (Internet Entrepeneur) Bluerise opstartte. Kleute presenteerde het jaar daarop zijn plannen op een conferentie in de VS en zo kwam Bluerise in aanraking met de wereld van Ocean Thermal Energy Conversion (OTEC), wat hen inmiddels zowel in de VS als in Europa een innovatieprijs opleverde.

Eenvoudig principe
“Het principe van een raket is simpel, maar aan het uitwerken komt heel wat denkwerk te pas”, aldus Blokker. “Zo is ook dit principe eenvoudig - bovendien zijn de risico’s zeer gering - , maar het ingenieurswerk, bedenken hoe je het station bouwt, de buis plaatst, is een tweede verhaal.” De buis wordt met betonnen ringen, die plat zijn aan de onderkant op de bodem verankerd en op plaatsen waar de bocht te groot is, worden aan betonnen blokken op de bodem touwen gespannen naar de buis om die daarmee op zijn plek te houden. Dit betekent exact rekenen, er mogen geen fouten gemaakt worden. “De buizen op zich zijn niet spectaculair, ze worden ook gebruikt voor riolen en waterleidingen, maar de doorsnee van een meter is wel fors, alhoewel er op Aruba nog grotere mogelijkheden zijn voor bijvoorbeeld Palm Beach - om alle hotels van koeling te kunnen voorzien - waar een diameter van twee meter nodig zal zijn.” Overigens zijn de buizen vrijwel onverslijtbaar, gezien het feit dat degene die in de jaren tachtig in Hawaï zijn gelegd nog geheel gaaf zijn. Ook het huidige project moet minstens twintig à dertig jaar lopen. In tegenstelling overigens tot zonnepanelen of windmolens is de koudwaterenergie niet ‘zichtbaar’ in het landschap.

Foto © Bypass
Diepzeewatergezichtsmaskers
In Hawaï, Japan, Taiwan en Korea zijn dergelijke stations reeds in gebruik. Blokker: ‘’Ze bieden een prachtig voorbeeld van toepassingen die ook Curaçao kunnen verrijken. Naast een duurzame manier van koeling hebben we namelijk ook te maken met bijzonder zuiver water.” Het is het principe van de thermohaline circulatie: het opgewarmde zeewater uit de tropen (Indische Oceaan, Pacific, Caribische zee) gaat in de warme golfstroom naar de polen; in geval van de Antillen via Europa naar de Noordpool. Hier koelt het af en aangezien koud water een hogere dichtheid heeft dan ijs (dat drijft), zinkt het naar de bodem van de oceaan en glijdt van daaruit als onderstroom terug naar de tropen. Gaat het water in een dunne, smalle en daardoor snelle band richting de polen, de weg terug is de watermassa uiterst massief en legt deze weg in niet minder dan duizend jaar af. Water dat we van die diepte oppompen is zodoende nog niet met industrie en dus vervuiling in aanraking gekomen. Terwijl hij de producten op tafel zet, vertelt Blokker: “In Hawaï wordt dit uiterst zuivere water - voor hen uit Groenland afkomstig - ontzout en gebotteld onder namen als Pure Diamond en Kona Deep. Maar het restproduct, het onttrokken zout op zijn beurt bevat een enorme hoeveelheid rijke voedingsstoffen, vanwege het uit hogere oceaanlagen gedaalde organisch materiaal. Van deze restproducten maken ze in Taiwan gezichtsmaskers en lotions: Deep sea water moisture essence.” Het lijkt wellicht toekomstmuziek voor Curaçao, maar de realiteit ervan is heel dichtbij.

Agri- en aquacultuur
Oftewel, is het opgepompte water eenmaal gebruikt voor koeling, blijft er tal aan toepassingen over om met het water te doen. Op de kaart is een gebied van twintig hectare uitgestippeld voor het Ecopark, waar verschillende mogelijkheden zijn ingetekend. Diego Acevedo (MSc Sustainble Energy Technologies) van Bluerise legt uit: “In kassen kunnen we planten, groenten en fruit verbouwen die niet op het eiland groeien. Kan het eiland ze zelf leveren, betekent dat uiteraard een enorme kostenbesparing ten opzichte van de import van deze producten: gewassen kunnen tot veertig procent goedkoper worden geproduceerd. Daarnaast zijn er mogelijkheden om in deze gecontroleerde gekoelde omgeving - met ook nog eens brandschoon water zonder zware metalen, bacteriën of virussen - hoogwaardige vis te kweken, die normaal niet voorkomt in de tropische omgeving, en niet te vergeten algengroei, biobrandstoffen en farmaceutische producten.” Al genoemd zijn de cosmetische producten en mogelijkheden van het pure zuivere water. De bedrijvigheid is tenslotte aanjager voor de locale arbeidsmarkt. De bouw van de installatie en het aanleggen van de buis zijn voor lokale aannemers werkgenererend, maar belangrijker nog, duurzame arbeidsplaatsen zijn te vinden in onderhoud van het station - waarbij te denken valt aan geschoolde monteurs van olieplatforms, de Isla - maar ook in de lokale bedrijfsactiviteiten die ermee gepaard gaan.
De grond van het Ecopark is eigendom van Curaçao Airport Holding, die kavels verhuurt aan lokale partijen die bedrijfsactiviteiten willen ontwikkelen en daarmee toegang krijgen tot het koude water. Ook Bluerise is proactief in het benaderen van partijen in agri- en aquacultuur.

Het pure zuivere water uit de diepte van de oceaan
 kan worden gebotteld en van het restproduct
 van het ontzilten worden cosmeticaproducten gemaakt;
in Taiwan gebeurt het al. Foto © Mineke de Vries

Blokker: “In dit geheel is het tevens een enorme kans, zo niet noodzaak om te praten met de UNA. Het lijkt ons van groot belang dat de UNA minstens één leerstoel besteedt aan Ocean Energy Applications; het is technisch dusdanig interessant, dat je buitenlandse talenten naar Curaçao kunt halen voor research of om hun master te behalen. Maar ook het feit dat flink wat Antilliaanse studenten in Delft zo graag terug naar huis willen, betekent voor het eiland een unieke mogelijkheid om eigen kapitaal aan kennis terug te halen.

OTEC rendabel
Naast koelen is opwekken van elektriciteit één van de belangrijkste toepassingen. Aangezien de wereld voor zeventig procent uit water bestaat, is de oceaan onze grootste zonnecollector. Deze vorm van energieopwekking maakt gebruik van het temperatuurverschil tussen het warme oppervlaktewater en het koude dieptewater. Acevedo: “Netto wordt de oceaan hiervan niet veel warmer of kouder, hooguit wordt op een bepaalde laag warmte of kou toegevoegd. Dat kan een reden zijn voor een onderzoeksprogramma om bedreigde koralen weer te laten groeien en restocking programs om visstanden aan te zuiveren, wat in Japan al wordt gedaan.” Het werken met OTEC is niet nieuw. Wat wel nieuw is, is dat Bluerise de gemeenschap erbij betrekt, het verschil met een bedrijf als Lockheed. Blokker: “Onze vraag was hoe je OTEC rendabel kunt maken zonder enorme risico’s te lopen. De meeste OTEC-partijen hebben plannen voor gigantische installaties voor honderden miljoenen dollars voor de klant zonder zelf risico te lopen. Dat is een reden dat het tot nu toe niet echt van de grond is gekomen.”



De kennis van koude onderstromen (met een temperatuur tot nabij het vriespunt onder duizend meter) en warme stromen met hooguit wat menging door de golven was al bij Jules Verne bekend getuige de feiten uit zijn boek Twintig duizend mijl onder de zee (1860). Eind 19e eeuw becijferde de Franse professor Jacques Arsène d’Arsonval de gegevens en was daarmee de bedenker van OTEC. Rond 1930 bouwde de Fransman Georges Claude - tevens uitvinder van neonlicht - op Cuba een heuse installatie, die ten onder ging door een zware storm. Volgens hetzelfde principe bouwde hij op een schip een installatie voor het produceren van ijs, gezien de behoefte voor het koelen van voeding. Uit angst dat anderen er met zijn idee vandoor gingen, blies hij uiteindelijk de boot op. Het duurde tot na de oliecrisis dat Nixon het Independance-project  afriep, waarbij de VS binnen tien jaar onafhankelijk moest zijn van olie. Er waren grootse plannen voor een project langs de gehele kust van Florida, maar gebrek aan ervaring deed deze plannen in het water vallen.

Het goud ligt in de oceaan. Foto © Oro
Toekomst voor Curaçao
We zijn vele jaren verder, inmiddels staat er in Delft een prototype van het station, waar momenteel de hand wordt gelegd aan de laatste testen en proeven en waar desgewenst professoren worden betrokken bij de uitwerking van de finesses. Het proefstation is opgesteld in een immense hal van de TU Delft, waar genieën bouwen aan diverse noviteiten en uitvindingen.

Van alle uitvindingen wordt deze in elk geval realiteit. Curaçao als voorbeeld voor de Cariben, voor de wereld? We krijgen te maken met enorme besparingen en fantastische uitdagingen: dat alles te danken aan de peilloze dieptes van de schone oceaan die ons eiland omringt.

In de ban van slavernij - Zo tolerant is Suriname helemaal niet

Foto © Northeast Kingdom Photography


door Nancy de Randamie

De Surinaamse regering doet haar uiterste best om aan haar volk en de rest van de wereld te tonen dat het land een culturele en etnische melting pot is. Daarom werden het afgelopen jaar op grootse wijze alle herdenkingsdagen gevierd. Gezamenlijk, gecoördineerd en landelijk. Deze termen werden bedacht door de Nationale Commissie Herdenking Jubileumjaren, NatCom. Helaas blijft de intolerantie, segregatie, discriminatie en zelfs racisme hier dwars doorheen sijpelen.

Toen ik elf jaar geleden vanuit Nederland naar Suriname terugkeerde, haalde ik opgelucht adem. Pim Fortuyn was net twee weken voor mijn vertrek vermoord. Nederland stond aan het begin van een reeks rechtse kabinetten, dat weer symbool stond voor een meer openlijk intolerantere samenleving. De CDA-er Jan Peter Balkenende werd premier en partijen als de VVD en Fortuyn's LPV regeerden mee. Geert Wilders maakte na de dood van Pim zijn politieke opmars en Mark Rutte werd premier.

Ik ben teruggekeerd naar Suriname omdat ik mijn geboorteland beter wilde leren kennen en een steentje wilde bijdragen aan de ontwikkeling. Maar het feit dat Nederland alsmaar verhardde, heeft zeker meegespeeld in mijn beslissing te remigreren.

Interkrasie
Ik raakte flink ontgoocheld  toen ik er al snel achterkwam dat Suriname lang niet zo tolerant en muliticultureel is als wordt beweerd. Ja, aan de oppervlakte is het pais en vree. En het klopt: in tegenstelling tot buurland Guyana in de jaren zestig bijvoorbeeld, zullen hier niet snel rassenonlusten uitbreken. Toch is er sprake van een behoorlijke dosis intolerantie, discriminatie en zelfs racisme. Deze zijn onderhuids aanwezig en juist dat is gevaarlijk.

Deze regering (en in feite alle regeringen aan hen voorafgaand) gaat er met zo’n beetje het hele Surinaams volk er prat op dat Suriname zo multi-etnisch en mulitcultureel zou zijn. De cabaretgroep 1+1=3 twijfelt hier, net als ik, aan. Op 10 november, de laatste dag van de door de NatCom uitgeroepen Jubileumdag, uitte 1+1=3 op ludieke wijze wat ik bedoel: een racistische opa van Creoolse komaf, zoals er zovele zijn in Suriname, wordt door twee buurtgenoten terechtgewezen. Het is zijn Hindostaanse buur die het op een gegeven moment heeft over interkrasie. Ras, etniciteit, het zal allemaal vervagen, als maar genoeg kinderen van gemengde komaf geboren worden. Dat is nou interkrasie. Krasi is Surinaams voor geil.

Voor Suriname is het niet moeiljk om multicultureel en multi-etnisch te zijn. De kolonisator heeft ons ooit samen gebracht. In mijn ogen is dit niet iets om trots op te zijn. We moesten noodgedwongen samenleven.

Remigrantendiscriminatie
Dat samenleven gaat tot op zekere hoogte goed, maar lang niet altijd. Zo word je als remigrant regelmatig gediscrimineerd. Op de werkvloer. In het voorbijgaan. In winkels, kantoren, discotheken. Zo hoorde ik vorige maand nog iemand in een verkeersincident tegen mij roepen "Ga terug naar je eigen land!"

Runderen aan de waterkant. Foto © Haydo Simoons


Mijn ervaring is niet uniek. Veel remigranten ervaren vaak een onwelkome behandeling bij terugkeer. Een vingerwijzing dat er wel degelijk iets niet goed zit en dat Surineds worden gediscrimineerd, blijkt uit de cijfers van het Algemeen Bureau voor Statistiek. Van de 13.000 Nederlanders (meerendeels Surinamers met een Nederlands paspoort, Surineds) die in de periode 2000 tot 2012 naar Suriname kwamen om zich te vestigen, keerde 40 procent terug naar Nederland.

Dat kan de regering Bouterse met haar diasporabeleid mooi in haar zak steken. De reden van terugkeer van deze groep is nog niet onderzocht. Maar ik ken een flink aantal van hen die terugkeerden en bij hun beslissing speelde niet zelden mee dat ze zich in Suriname onvoldoende welkom voelden. Een nog grotere groep aarzelt om naar Suriname terug te keren precies om deze reden.

Maar ik kijk er anders tegenaan. Men kan nog zoveel tegen mij zeggen of doen, maar mij laten ‘wegpesten’ uit mijn eigen geboorteland zal niemand lukken. Als ik wegga, is dat omdat ik het tijd vind. Dat wegpesten gebeurt heel subtiel. En het ergste is: veelal hebben de plegers het zelf niet goed door. Dat is natuurlijk typisch voor discriminatie. En ook kenmerkend voor het racisme in Suriname. 

Moskee Keizerstraat. Foto © Hannes Rada

Hoezo multicultureel en multireligieus?
De verschillende bevolkingsgroepen leven in vrede naast elkaar, maar nog altijd niet echt met elkaar. Men proeft letterlijk van elkaars cultuur dankzij interkrasie en door elkaars gerechten te eten, maar daar blijft het in feite bij. De leus Eenheid in Verscheidenheid, bedacht door wijlen staatsman Jnan Adhin, lijkt wel een vloek te zijn geworden.

Waarom praat men nog over 'ik ben een Hindostaanse Surinamer' en 'Ik ben een Javaanse Surinamer'? Dat hokjesdenken – overgenomen van een ooit verzuild Nederland? – houdt juist integratie tegen! Tijdens de afgelopen Divali, het belangrijkste Hindoefeest, werd door Christenen een duizendmannenmars gehouden. De loop had als eindpunt het Onafhankelijkheidsplein. Daar bevond zich ook het centrum van de nationale Divaliviering. De ambtenaar die de vergunning voor de loop had afgegeven, moet vast Christen geweest zijn. En de duizend mannen Christenen. Je vraagt je af waarom ze uitgerekend op het belangrijkste Hindoefeest van het jaar deze mars moesten houden.
Shareen Damrie. Foto © Samir Photography

Sommigen zagen deze gang van zaken als het summum van multiculturalisme en multireligiositeit. Ik niet. Ik zie het als het geen respect tonen aan een andere religie. Andersom zou geen Hindoe het in zijn hoofd halen om op Eerste Kerst op het Onafhankelijkheidsplein een pudja – een traditionele hindoeceremonie – te houden. Multicultureel en multireligieus betekent voor mij dat je elkaars hoogtijdagen samen viert of tenminste respecteert dat een andere religieuze groep haar hoogtijdag heeft. Die duizend mannen mars had op een andere dag of ten minste op een andere plek gehouden kunnen worden.

Etnische politiek
De verscheidenheid is er zeker. Maar echte integratie blijft uit. Een nieuwe Surinaamse cultuur is zeker aan het opkomen, maar veel te langzaam. En als het erop aankomt, maken teveel mensen zich schuldig aan racisme. Een mooi voorbeeld is het huidige kabinet. Terwijl de regering Bouterse met man en macht zegt te streven naar  integratie van culturen en natievorming, vindt de toedeling van ambtenarenposten op basis van etniciteit onverminderd plaats.
Javaans feestje. Foto Facebook

Etnische politiek, onderdeel van de Oude Politiek zoals Bouterse dat zelf ooit noemde, staat nog recht overeind. Etnische politiek is een systeem van samenwerking op basis van etnische segregatie. En dit systeem werkt op haar beurt racisme in de hand. Etnische politiek is weer een uitvloeisel van Verbroederingspolitiek. Voor mij is meer dan duidelijk dat verbroederingspolitiek haar langste tijd heeft gehad. Toen het door wijlen staatsmannen Jagernath Lachmon en Johan Adolf Pengel eind jaren zestig van de vorige eeuw werd ingevoerd, bewees het in eerste instantie haar nut. De twee grootste bevolkingsgroepen, de creolen en hindostanen, moesten verbroederen omdat er onderhuidse rassensentimenten sluimerden. Nu, meer dan 40 jaar later, blijkt dat Verbroederingspolitiek werkelijke integratie belemmert, omdat het zich heeft ontwikkeld tot etnische politiekvoering.
Surinaamse kip.
Foto © Michiel van Kempen

Depolitiseren
Een voorbeeld: op het ministerie van Transport zit nu een marronminister, dus zie je steeds meer ambtenaren op dit departement, van hoog tot laag, die van marron komaf zijn. Dit beeld voltrekt zich overigens op elk department. Laatst maakte Paul Somohardjo (leider van het Javaans partijblok Pertjajah Luhur in het parlement) zijn misnoegen bekend over het feit dat Ashwin Adhin (een jonge hindoestaanse minister op de post onderwijs) aan depolitisering van ‘zijn’ ministerie deed. Wat Somo bedoelde is dat ‘de mensen die op hem lijken’ niet automatisch meer aan de bak komen en zelfs ontslagen worden op dit ministerie. Wat er aan de hand is? Minstens 16 jaar zwaaide een Surinamer van Javaanse komaf de scepter bij het ministerie van Onderwijs en zo werden een aantal van de belangrijkste posten toebedeeld aan Javanen. Volgens Somohardjo moet Adhin het veld ruimen als hij zo doorgaat.
Paul Somohardjo

Ook buiten de politiek woekert het racisme welig. Het racisme is terug te vinden in de manier waarop men zich uitdrukt. Als men het hier in Suriname heeft over ‘Surinaams' eten, bedoelt de gemiddelde Surinamer creools eten. Oftewel: Hindostaans, Javaans, Chinees, Marron en Indiaans etens is dus niet echt Surinaams? Dit is iets waar men niet bij stilstaat.

Roy en Rubia
Toen Pim de la Parra in 1975 Wan Pipel maakte, over de liefde tussen de creoolse Roy en hindostaanse Rubia, kwam het onverholen racisme van Rubia’s familie aan het licht. Wie deze film nog niet heeft gezien, moet dat zeker doen. De thema’s uit de film waren kenmerkend voor het Suriname van toen, maar zijn helaas nog actueel.
...huidskleur telt nog altijd... Foto © P. Somohardjo

Gelukkig gaan steeds meer jongeren en zeker ook remigranten multi-etnische relaties aan. Maar Suriname kent nog altijd haar Roy’s en Rubia’s. Racisme op basis van huidskleur is er ook. Als lichte creool wordt je door anderen anders bejegent dan een donkere creool.

In mijn periode hier, heb ik vaak genoeg meegemaakt hoe huidskleur een rol speelt bij intermenselijke relaties, zowel privé als op de werkvloer. Het zelfbeeld wordt vaak ook bepaald aan de hand van de kleur van de huid. Ik ken helaas heel wat donkergekleurde mensen die zich minder voelen en zich als zodanig gedragen ten opzichte van Surinamers met een lichtere huidskleur. Ook de autoriteiten discrimineren. In Nederland worden donkere jongens die in een groep op een hoek staan te lanterfanten eerder aangehouden door de politie. Dat geldt ook voor Suriname!

Zenora Bharos. Foto Facebook
Tien Koeien
Tegelijkertijd is men overgevoelig voor discriminatie. Grappen over andere etnische groepen maken kan niet, vinden sommigen. Een mooi voorbeeld is het lied Tien Koeien, waar de succesvolle rapper Scrappy W op hilarische wijze de verboden liefde tussen hem en een hindostaanse verwoord. Scrappy W is van marron komaf. Hij zingt dat hij tien koeien en een Zundapp bromfiets zal kopen voor zijn aanstaande schoonvader om zo zijn liefje te schaken. Toen dit lied op de radio werd afgedraaid, vonden veel mensen dit niet kunnen. Enkele hindostanen, maar ook niet-hindostanen reageerden beledigd. Want: hindostanen zijn toch allang niet enkel landbouwers? Waarom dan zo denigrerend over hen praten? Het lied werd zelfs op een bekend radiostation verboden. Na protest werd dit verbod teruggedraaid. Een grote misstap van dit station. Juist als je niet kan lachen om elkaars eigenaardigheden of typische kenmerken, ben je aan het discrimineren. Wat een overgevoeligheid. Het is in mijn ogen precies hetzelfde als wanneer je iemand beoordeelt op de tint van diens huidskleur. 

Geforceerde unificatie
Wat zou moeten gebeuren is dat je erkent dat er typische verschillen tussen de rassen zijn, maar dat deze er in the end helemaal niet toe doen, omdat wij nu eenmaal allemaal mensen én Surinamer zijn. Verschillen hoeven dan ook niet constant te worden benadrukt. Dat leidt tot segregatie en soms zelfs discriminatie. Behalve als 1+1=3 het doet of Scrappy W. Dan wordt het weer leuk.

President Bouterse heeft het op zich goed gezien dat de integratie van culturen in Suriname nog geen feit is. Het afgelopen jaar heeft hij via de viering van de jubileumdagen – 140 jaar Hindostaanse immigratie, 150 jaar afschaffing van de slavernij, 160 jaar vestiging Chinezen – angstvallig geprobeerd de groepen nader tot elkaar te brengen, via de instelling van de NatCom.
Carifesta. Foto © Sirano Zalman

Je zag het terug op het podium op het Onafhankelijkheidsplein. Was het 140 jaar Hindostaanse immigratie? Dan dansten en zongen de creolen, marrons, javanen, chinezen, indianen mee. Elke jubileumdag was telkens weer een weergaloos mooi multicultureel spektakel. Maar daar bleef het helaas bij.

Onderhuids, zelfs binnen de organisatie van de NatCom en haar vertakkingen, was animositeit, zelfs discriminatie en racisme te bespeuren. Ik kan het weten. In april werd ik gevraagd zitting te nemen in de Commissie Afro Surinaamse Organisaties, dat resorteert onder de NatCom. Ik aarzelde, maar heb het toch gedaan. Mijn motivatie? Ik ben ook hier om iets terug te doen voor Suriname en helpen bijdragen aan natievorming doe ik graag.  

Avondvierdaagse. Foto © J. Voskuil
Bondru
Racisme en discriminatie in Suriname is anders dan in Nederland. Het is heimelijk en onder de oppervlakte. Wat hetzelfde is, is dat ook hier discriminatie en racisme zo diep geworteld is, omdat het een erfenis is van de slavernij. Wij Surinamers discrimineren onze eigen mensen. Die bondru, eenheid die we zo graag zeggen te willen, helpen wijzelf om zeep. Jammer hoor!

Een verandering zal er niet 1, 2, 3 komen. In ieder geval niet vanuit de politiek. Politiek Suriname gedijt op het etnisch sentiment. Ook al krijgen steeds meer mensen hier genoeg van. Ook binnen de politiek.
Natievorming en uitbanning van discriminatie en racisme is iets dat moet komen vanuit de mensen zelf. Er zijn er al genoeg die beseffen hoe het anders kan en die hiernaar leven. De verandering zal van onderop moeten komen. Het geld van al die commissies kan beter worden besteed. Ik richt mijn ogen op de organisaties, artiesten, kunstenaars en vele jongeren die het al wel hebben begrepen. De Scrappy W’s en de 1 en 1 is 3’s.


[van www.oneworld.nl, 11-11-2013]


Herrenberg presenteert boek over ondernemingsraad

Henk Herrenberg. Foto ANP
De ondernemingsraad nu ook bij ons voor een moderne vakbeweging is de titel van het boek dat oud vakbondsleider en schrijver Henk Herrenberg aanbiedt aan de samenleving op 25 februari. 
Het voornaamste doel van het schrijven van dit boek is het overdragen van vakbondskennis aan de jongeren, deelt de schrijver mee. Ook is getracht om voor de arbeidersklasse de mogelijkheden voor een modernere kijk op de 
vakbeweging vast te leggen.

Herrenberg voorspelt dat zijn lang gekoesterde droom voor de vakbeweging, namelijk de ondernemingsraad, in vervulling zal gaan met de overname van de bacovenbedrijven te Jarikaba en Nickerie door het Belgische Univeg.  Hij benadrukt wel dat deze 'eerste ondernemingsraad' niet klakkeloos moet worden overgenomen maar opgezet en gevormd moet worden door 'Surinaamse karakteristieken'. Herrenberg vindt dat door de ondernemingsraad, arbeiders een gelijkwaardige partner vormen binnen de organisatie.


Dit boekje is te koop voor SRD 10.

De verkooppunten van dit boek op 25 februari zijn: Palmentuin, OCER, Stibula, Plein van de Revolutie en de markt in Nickerie.


[uit Starnieuws, 25 februari 2014]


dinsdag 25 februari 2014

Een Surinaams recept tegen overspel

Dresi/kruiden in Suriname. Foto © J. van Leeuwaarde

door Marjolijn van Heemstra

De man van Ria heeft een probleem. Met monogamie. Ria heeft een oplossing die in het Surinaamse dorp waar ze woont heel gewoon is: een vaginaal stoombad.
Ria zit al zeker tien minuten met gespreide benen op de plank. Ze heeft me net gierend van het lachen voorgedaan hoe haar man Roy vanavond zal klaarkomen. Schreeuwend, met zijn ogen stijf dichtgeknepen. Nu staart ze peinzend naar de grond.

Ria heeft een probleem. Of eigenlijk heeft haar man een probleem. Met monogamie. En aangezien hij in de stad werkt en Ria hem alleen in het weekend ziet, als hij naar zijn dorp hier aan de rivier komt, is ze als de dood dat hij zijn heil bij andere vrouwen zoekt.

Ik kwam in dit dorp op weg naar de Voltzberg in Suriname, waar we opnames maken voor een volgende voorstelling. Toen ik vroeg of iemand hier nog een oplossing had wees iedereen naar de hut van Ria.

Want Ria heeft een oplossing gevonden voor haar probleem: een dagelijks vaginaal stoombad. Niks nieuws in dit Marrondorp. Wel nieuw is de combinatie van kruiden die Ria gebruikt. Nieuw en geheim. Ze heeft lang gezocht naar de juiste combinatie, die waarmee ze Roy bij zich kan houden. Ze probeerde van alles. Bijvoorbeeld de Paranamklem, die de man het gevoel geeft dat hij klem zit tijdens de seks. En ook de wasidoekoe (alsof je het met een handdoek doet). Niks hielp. Roy was er altijd na een dag alweer vandoor terwijl zijn weekend toch twee-enhalve dag duurt.

Tinde van Andel zoekt kruiden op de markt in Accra. Foto © C. van der Hoeven


Een oud vrouwtje gaf haar dit geheime recept. Kruiden mengen, kokend water eroverheen en dagelijks vijftien minuten stomen. De eerste keer dat ze het gebruikte bleef Roy het hele weekend en meldde hij zich maandag ziek. Nu wil iedereen van haar weten wat ze gebruikt. Ze vertelt het niet. Straks pikken ze Roy van haar af. Maar als ik het echt wil weten mag dat. Ik ben toch niet Roy's type. Veel te wit en weinig vlees. Ze lacht zo hard dat ze bijna van de plank valt.

Ze steekt een mollige vinger met een lange paarse nagel in de lucht en begint op te sommen: "Grote pinya. Klein swietboontje. Papegaaiennagel. Hoor je me?", vraagt ze streng.

Ik vraag of het niet handiger zou zijn als Roy het probleem zou oplossen door minder vreemd te gaan. Ze kijkt me stuurs aan vanaf haar plank. Dat vindt ze een typische opmerking voor een witte, zegt ze. "Voor jullie moet de oplossing altijd van een ander komen. Aanpassen dit, aanpassen dat. Waarom niet gewoon doen wat je kan? Zo is iedereen blij."

Ze slaat haar grote ronde handen op de plank en even denk ik dat ze me de badkamer uit zal zetten. Maar ze laat haar stoombad niet door mij verpesten.

Ik kijk naar de geruite doek over haar schoot, naar haar treurige ronde gezicht. Ik wil zeggen dat Roy het niet waard is, dat een man die alleen maar bij je blijft als je elke dag met je benen wijd boven dampende kruiden hangt misschien wel geen leuke man is. Maar Ria wacht op Roy, niet op mijn adviezen.

Of het wel gezond is, durf ik snel te vragen. Ze schudt haar hoofd en klakt met haar tong. "Je bent net die witte dokter, een vrouw die hier was, die begon over scheuren en schimmels. Als je van hem houdt is hij een paar scheurtjes waard. Ik vroeg die dokter: hoe lang ben je van huis? Een maand, zei ze."

Ria schudt meewarig haar hoofd.

"Eindstand heb ik haar een zakje meegegeven. Voor als ze haar man weer zou zien."
Marjolijn van Heemstra
Foto © Thomas Huisman



Marjolijn van Heemstra is schrijver en theatermaker. Ze zoekt oplossingen voor prangende problemen.


[uit Trouw, 13/10/12]


Sexy Suriname


Suriname en seks, is als latex op een fetish feestje. Onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar waar wij in Nederland heilig zweren bij seksspeeltjes om de boel wat spannender te maken. Doen de Surinamers ’t op een iets andere manier. Zij zoeken hun toevlucht meer in huis tuin -en keukenwerk.

Boegroe. Foto © Metropolis
Fuck seksspeeltjes!
Van chemische troep moeten veel Surinamers niets van hebben. Dus als je wat probleempjes ervaart met het omhoog krijgen, dan neem je geen Viagra, maar Biti! [sic - red CU] Een kruidendrankje om de potentie te verhogen. Maar dat is natuurlijk kinderspel vergeleken met het echte werk. Namelijk: de boegroes! Boegroes zijn kogeltjes in je lul. Geen echte natuurlijk,  maar gevijlde dominostenen in de vorm van een kogeltje. Deze worden geplaatst onder de penishuid. Handmatig met een fijn geslepen tandenborstel. Althans, in de Surinaamse gevangenis dan, waar de hele boegroe-hype ontstaan is.

Black stone
Waarom in godsnaam? Zo'n fine getunede Boegroe-lul is voor de vrouwtjes een enorm genot. Binnen no-time is het hoogtepunt krijsend en al bereikt. Ook zo’n levensechte dildo? In Nederland kun je hiervoor gelukkig gewoon bij de piercingshop terecht. Overigens niet zonder gevolgen, de kogeltjes kunnen de punani van binnen behoorlijk beschadigen!
Wat gebruiksvriendelijker, en minder pijnlijk, is de Black Stone. Een steen die de penis verdooft. En dus uren mee geknald kan worden. De steen werkt als volgt: je maakt de steen vochtig, wrijft de pielemuis ermee schoon, wacht 15 minuten, spoelt ‘m af en tadaa: de ultra penis is ready to rambo.

Hyptis lanceolata, een van de  kruiden voor vaginale
behandelking. Foto © Pierre Grard
Supersonischeflamoes!
Ook de vrouwen moeten eraan geloven. Géén kogeltjes of stenen voor hen, maar een faya watra! Ook wel vaginaal stoombadje genoemd. Het effect: een superstrakke flamoes, alsof je voor het eerst ontmaagd wordt. De Surinaamse mannen en vrouwen zweren erbij. Deze faya watra is overigens niet puur alleen voor het genot. Ook de baarmoeder krijgt een flinke opknapbeurt. Daarbij zou het korte metten maken met kraamkoorts en baarmoederontstekingen.

Gevaarlijk water
Veel Surinaamse vrouwen gebruiken het badje na de menstruatieperiode. Een ongestelde vrouw in Suriname wordt namelijk als onrein beschouwd. Het badje zou de vrouw weer rein maken. Maar er zijn er ook een hele hoop die zich hier dagelijks aan wagen. Soms zelfs twee keer per dag.
Wat velen niet weten, is dat zo’n badje levensgevaarlijk is. Het tast de natuurlijke zuurgraad aan en droogt het de vagina enorm uit. Tijdens het stoten kunnen hierdoor wondjes en ontstekingen ontstaan. Deze droogheid zorgt er ook voor dat condooms sneller schuren, wat de kans op soa’s en hiv vergroot. Sommige gaan echter nog veel verder. Die wassen hun flamoes met Dettol!

Alles, maar dan ook écht alles, wordt in het werk gesteld om het seksuele genot te vergroten. Hoe, klinkt echter niet bepaald lichaamsvriendelijk. Mocht je deze wijze toch ambiëren, gebruik dan iets wat minder schadelijk is, een komkommer bijvoorbeeld.

[van spuitenenslikken.bnn.nl]