vrijdag 30 november 2012

Ontboezemingen en overpeinzingen uit de Kraalzee

door Jeroen Heuvel
Willem van Lit

Een bundel afleveringen uit het weekboek van Willem van Lit, vaak afgesloten met een recente evaluatie, gelardeerd met gedichten en foto’s van zijn hand, dat is zijn boek Atlantisch rendez-vous. Een keer per week zette hij zich tussen juni 2003 en juli 2006 tot het neerschrijven van een thema dat hem op Curaçao of tijdens een van zijn reizen naar een ander eiland of het vasteland heeft gefascineerd. In de ondertitel van zijn boek heten het Verhalen uit de Kraalzee, maar ik noem het liever ontboezemingen en overpeinzingen. Ontstaan uit zijn interesse als Nederlander voor Curaçao, waar hij vijf jaar heeft gewoond. Van beroep is hij arbeids- en organisatiedeskundige. Het onderhavige boek is gepubliceerd in 2010, een jaar nadat zijn boek De Caribische eilanden: het alternatief, waarin hij een mogelijke sociale ontwikkeling heeft geschetst voor Curaçao, is verschenen.
Je kunt daar verschillend op reageren. Wat aanmatigend dat iemand denkt het beter te weten; of wat leerzaam, die andere kijk erop. Feit is dat –zover ik heb kunnen achterhalen – niemand hem erom heeft gevraagd. Waarom geeft iemand – is Van Lit buitenstaander, of is hij geen buitenstaander – dan toch advies? Schrijft hij voor zichzelf, om meer grip op de omgeving te krijgen? “Af en toe blader ik terug in de bundel afleveringen van mijn weekboek en soms heb ik het gevoel dat het niet méér is dan een brei van woorden over onafgemaakte gedachten, hooguit lezenswaardig voor een enkele zonderling. Ik heb steeds gezegd dat ik met dit weekboek wil bekijken of ik kan snappen waar het om gaat in deze hoek van de wereld.” (pp 64 – 65) Maar dit is te bescheiden. De man houdt niet alleen van schrijven, hij kan het ook, heeft er gevoel voor. Kijk maar naar de volgende delen uit het gedicht op p 260:

Bekentenis

De ochtend maakt me oud.
Ik strik de labels aan het ongemak;
de hanen kraaien. Bij elke nieuwe dag
bedenk ik hoeveel ik heb te gaan;
tel.
Iemand noemt mijn naam; ik schrik en
ik beken dat ik getekend ben
naar het verblijf,
hier
in dit land, waar ik maar niet genoeg van krijg.

Van Lit beschrijft hoe hij in de ochtend, als hij gaat zitten schrijven, zich oud voelt. Hij kan niet meer mee met de tijd, voelt zich ongemakkelijk omdat hij geen invloed meer kan uitoefenen op zijn omgeving. Hem rest niets dan het beschrijven van dit ongemak. Elke ochtend denkt hij eraan hoeveel hij nog moet doen om het land, de mensen, de wereld te redden, te verlossen. Hij geeft toe dat hij vast zit (geketend versus getekend) aan dit Curaçao, dat hem in haar greep heeft. Aan het eind van het gedicht staat:

Later,
als het donker wordt, de nacht die zinnespeelt op rust.
Ik hoef alleen de lijnen maar te trekken
over het schijnsel dat voor mij
is uitgesneden op dit blad en
luister!

Uit de regen die nu valt, hoor ik de oorsprong.

De schrijver hoeft alleen maar verbanden te leggen en op die manier zin te geven. Verbanden tussen wat hij ziet onderling en wat hij hoort. Als mens kan hij het ontstaan vernemen in een regenbui.

Cinelandia Curaçao. Foto: @ Dushi Photos


In een ander gedicht – Genesis (p 88) – verwoordt hij het doel van zijn zijn zo:

Alsof ik iemand antwoord wilde geven
op een vraag die nooit gesteld,
waarop ik echter zelf nog wel wat 
wilde zeggen, steeds maar zeggen.
[…]
Dit is het verband van het vermogen
waarbij ik enkel zat en keek
[…] 
Nu schrijf ik maar betekenis terwijl ik raad

Het lot van de mens is verbanden leggen, duiden. In de inleiding schrijft Van Lit weliswaar dat hij observeert en probeert zichzelf te onthouden van een opvatting over de dingen die hij zag gebeuren, maar op pagina 284 geeft hij toe dat hij niet meningloos is. “Ik ben de verpersoonlijking van een opvatting (…)”. Hij heeft immers voortdurend een gedachte, een opvatting over wat zijn hersens via zijn zintuigen grijpen. De keuze van zijn thema’s verraadt al een opvatting, elke interesse is al uiting van de wil ergens op in te gaan. “Tegelijkertijd weet ik dat ik niet de maatstaf kan zijn voor de ontwikkeling van de identiteit van deze samenleving.”
Van Lit is zich ook drommels goed bewust van zijn motieven voor het schrijven. Allereerst beleeft hij er plezier aan. “Mensen houden ervan geschiedenissen te vertellen met opsmuk en in enkele gevallen groeien die uit tot ware mythen. Op deze manier nam ik deel aan de cultuur van dit gebied.(…) Natuurlijk is de verhouding met de omgeving waar ik vandaan kwam ook van belang. Hoe past iemand met een Nederlandse kijk en instelling op zo’n eiland? (…) Zonder ontmoetingen is er geen menselijke ontwikkeling nodig; je leeft bij de gratie van die andere zwaartekrachtvelden. Soms groeien daar nieuwe vriendschappen uit.”
Ook al pretendeert de auteur oplossingen voor de obstakels in het land te hebben, toch klinkt hij niet pretentieus. Eerder kwetsbaar en bescheiden. Alsof hij zich voor zijn waarnemingen verontschuldigt. Dat maakt zijn teksten eerlijk, zijn intentie transparant. Dat maakt dat je naar hem, ondanks zijn vooroordelen, blijft luisteren, dat je zijn leesvriend wordt. Hij zegt het allemaal niet om mij, lezer, luisteraar, zijn mening op te dringen. Je hoeft het ook niet met hem eens te zijn, je kunt doorlezen, je bent in het gezelschap van iemand die aandacht aan zijn taalgebruik besteedt en oprecht in zijn verwondering is. “Ik realiseerde me achteraf dat ik met dit weekboek de geschiedschrijving van mijn eigen verwachting beoefende.” (p 15)

“Ook in dit weekboek moet ik vertellen van de dingen die er ogenschijnlijk niet toe doen. De dagelijkse gang is doorgaans saai en mist het baren van groots opzien. Toch is het allemaal wel van belang voor de reproductie van de eigen energie en het herstel van het vermogen voor onderhoud van hetgeen je wel belangrijk vindt.” (p 185) Het gaat niet altijd om grote thema’s, maar Willem van Lit denkt interessant en heeft altijd iets interessants te melden. Wellicht ook in zijn derde boek waar hij momenteel aan werkt: Cariben, laten we het onmogelijke vragen.

Willem van Lit, Atlantisch rendez-vous, verhalen uit de Kraalzee. 2010, uitgave in eigen beheer, productie: Free Musketeers. ISBN 978-90-484-1268-6
Zie verder: www.freemusketeers.nl

p.s.

Willem van Lit is een van de initiatiefnemers van Bedrijvenplatform Milieu (BPM) op Curaçao, samen met Karel Tujeehut die nu voorzitter is, Tim van den Brink van Ecovision, Ottie Martina (net als Tujeehut van Aqualectra) en John Amarica (Selikor). Momenteel zijn er 43 bedrijven aangesloten bij BPM dat op zijn beurt lid is van de wereldberoemde en invloedrijke World Business Council for Sustainable Development (WBCSD). Ze werken samen aan een duurzame ontwikkeling van het eiland. BPM viert in november haar eerste lustrum.

‘Surinaams Nationalisme wordt beïnvloed door literatuur’

Ismene Krishnadath bezig met haar lezing over de invloed van literatuur op natievorming en volksnationalisme. Foto © Stefano Tull


Paramaribo - ‘Literatuur, nationalisme en politiek, oftewel de invloed van schrijvers op het maatschappelijk denken in Suriname vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw tot heden.’ Een lange titel voor een lezing van de Schrijversgroep ’77. De inleider was voorzitter Ismene Krisnadath. Ze gaf in vogelvlucht een korte weergave van de geschiedenis van de Surinaamse literatuur. De panelleden waren schrijvers Robby ‘Rappa’ Parabirsingh, Cynthia Abrahams en Gerrit Barron.

Vastleggen
Gerrit Barron. Foto @ Nicolaas Porter
Krisnadath begon haar lezing door Cynthia Mc Leod, Gerrit Barron en Rappa voor te stellen als de schrijvers die tot de populairste zijn uitgeroepen in 2012 door VOS-studenten. Volgens de voorzitter komt de bekendheid doordat zij de Surinaamse identiteit bevestigen en daarom geliefd zijn. Zij schrijven soms ronduit nationalistisch zoals Barron en hebben een bijdrage willen leveren aan de eenheid en verbondenheid van het volk door hun werk. "Dus aan het proces van natievorming", stelde de inleider.

Nationalistische beweging
"Schrijvers hebben vanaf het begin een duidelijke rol gehad in de nationalistische beweging. Al in 1933 presenteerde Anton de Kom een politiek programma waarin de staatkundige onafhankelijkheid was opgenomen. Vanaf 1959 toonde ook politiek activist/dichter Dobru zich een voorvechter van onafhankelijkheid. Hij was lid van de Partij Nationale Republiek (PNR). Deze politieke partij kwam voort uit de culturele vereniging Wie Eegie Sanie (Ons eigen ding), die algemeen beschouwd wordt als het thuisfront van de groep nationalisten van de zestiger jaren," legde Krishnadath uit.

Surinaamse identiteit
Taal was een belangrijk element in het nationalistisch denken. Het Sranan was de taal die stond voor de strijd voor het eigene, omdat die taal vanaf 1876 na de invoering van verplicht onderwijs in het Nederlands systematisch was onderdrukt. De inleider roemde hoe de schrijvers toen met woorden de eigen Surinaamse identiteit trachtte te creëren. "Zoals Cynthia Mc Leod met Hoe duur is de suiker?. Zij nam hele dialogen in het Sranan op in het boek."
Michiel van Kempen: Erg geliefd

Jaren tachtig
Uiteraard kon de inleider er niet onderuit om te spreken over de jaren tachtig. De Decembermoorden en de pamfletten die diverse schrijvers uitgaven als protest tegen het gebeuren. Maar ook hoe Surinamers in het begin nog sympathie hadden voor de revolutie en dat enkele schrijvers zich aansloten bij de ideologie, zoals Dobru die minister werd. De inleider eindige met de stelling: kritiek van Nederlandse critici werkt versterkend op de populariteit van schrijvers en personen in Suriname'. Ze haalde als voorbeeld aan Hoe duur was de suiker? van Cynthia Mc Leod dat sterk bekritiseerd is door de Nederlandse Michiel van Kempen. "Ik denk dat de populariteit van Bouterse ook op die manier gestuwd wordt. Het is bekend dat hij niet gelust wordt door de Nederlandse regering. En wat zien we? Bouterse wordt gekozen tot president. Misschien heeft hij dit aangevoeld en gevoed met zijn slogan 'Neks no fout'. In ieder geval zien we dat hij momenteel als president functioneert en zijn functioneren als zodanig vrij algemeen geaccepteerd is in ons land."

[uit de Ware Tijd, 30/11/2012]

Voor een reactie van Rolf van der Marck, klik hier

Modeshow moet zedig kleedgedrag promoten


Alice Vyent
Paramaribo - “Te vaak zien we vrouwen en mannen met teveel delen van hun lichaam geaccentueerd of ontbloot. Dit is geheel onnodig. Men weet niet meer wat sexy is en denkt dat alles open en bloot buiten zetten sexy is. Dorette Alice Vyent laat er geen twijfel over bestaan wat zij vindt van wat bijna de algemene modetrend is.
"Als christen geloof ik dat het lichaam volgens Gods woord een tempel is van de Heilige Geest en zedig gekleed moet worden" stelt Vyent die al 35 jaar modiste en kledingontwerpster is. "Van Godswege" heeft zij de "opdracht" gehad om een kledingpresentatie te houden waar het accent gelegd word op zedigheid. Vrijdag vindt in theater Thalia deze presentatie plaats.
...te kort... Foto Imani Halfhide

Aanstootgevend
...teveel ondergoed...
Volgens de modiste betekent zedige kleding geenszins dat men als non gekleed moet gaan, van top tot teen bedekt. "Maar die kleine rokjes waar men bijna niet in kan lopen, die kleine shorts die nauwelijks meer stof hebben dan een onderbroek of jonge mannen met hun onderbroeken buiten en ontbloot bovenlijf midden in de stad, dat kan toch niet ?", foetert de godvrezende vrouw. Zij struikelt ook over "vrouwen die geen behoorlijk ondergoed dragen en die aanstootgevend zijn voor mannen". Vyent gelooft dat een groot deel van het moreel verval te maken heeft met de verloederde kledingstijl. "Het constant openlijk tonen van verleidelijke lichaamsdelen moedigt lustig, buitensporig seksueel gedrag aan", stelt Vyent resoluut.
...aanstootgevend... Foto Xiomara Beuty

Richtlijnen

De modiste onderkent dat "in deze moderne tijd" zij als ouderwets kan worden bestempeld. "Maar nogmaals: zedig kleden wil niet zeggen bedek je van hoofd tot teen. Maar ga niet voor extreme decolletés, minirokken en draag een onderjurk of een onderblouse als de stof dun is", luidt de richtlijn.
...te bloot...

Wat Vyent ook jammer vindt is het verdwijnen van het echt kinderlijke. Kleine meisjes en jongens zien er te vaak uit als verkleinde versies van mama en papa. Vroeger was kindermode duidelijk definieerbaar. "Leuke kinderjurken gedragen met strikken, balletjes en leuke versierselen in het haar." De kleding zal gepresenteerd worden door leden van Logos International, de kerkgenootschap waartoe Vyent behoort. "Het wordt een vlotte presentatie van kleding voor verschillende gelegenheden, afgewisseld met zang en dans. Mode die modern, stijlvol en bovenal zedig is.".

[uit de Ware Tijd, 29/11/2012]


Marley, Tosh en Wailer (1)

door Peter Meel

Bob Marley

Marley, de bejubelde documentaire over reggaelegende Bob Marley, is inderdaad een indrukwekkende film. Vooral de eerste helft van dit muzikale portret, over de jaren vóór de internationale doorbraak, geven een meeslepend beeld van de moeizame carrièrestart van Bob Marley, Peter Tosh en Bunny Wailer. De drie vrienden verruilden in de jaren vijftig het Jamaicaanse platteland voor Kingston, vastbesloten om het in de stad te gaan maken. Met wisselend succes traden zij op, brachten zij nummers uit en hielden zij zich staande in de jungle van de lokale muziekindustrie. Simmer down, de eerste single van hun groep The Wailers, haalde in 1964 de top van de hitparade. Veel wijzer werden zij niet van hun gestaag groeiende populariteit. Inkomsten uit hun platenverkoop verdwenen in de zakken van louche studiobazen en producers. Ook de opbrengsten uit optredens waren te gering om de armoede van Trenchtown te kunnen ontvluchten. Volgens Marley bood het westelijk deel van Kingston in de jaren zestig maar één troost: er borrelden creatieve muzikale ideeën op.
Bunny Wailer, Parijs 1990
  
In de documentaire zijn overgeleverde fragmenten uit interviews met Marley verwerkt en worden veel intimi aan het woord gelaten. Tot deze groep behoren Bunny Wailer (die ook als associate producer optreedt), Marley’s vrouw Rita, zijn moeder Cedella Booker en vrienden, vriendinnen en kinderen van Marley. Zij laten zich op een openhartige wijze over de reggaester uit. Dat doen ook muzikanten, managers en producers met wie Marley samenwerkte. Daarnaast hebben veel historische opnamen in de film een plaats gekregen (het bezoek van Haile Selassie aan Jamaica in 1966, Marley’s optreden tijdens het One Love Peace concert in 1978, Marley’s bezoeken aan Gabon en Zimbabwe) en is er op locatie gefilmd. Er zijn beelden van zijn geboortedorp Nine Miles, van Trenchtown en van 56 Hope Road, Marley’s villa in uptown Kingston waar hij vanaf de middenjaren zeventig woonde en dat tegenwoordig als museum dienst doet. En natuurlijk ontbreken de zinderende concertfragmenten niet en duiken er af en toe minder bekende opnamen van beroemde nummers op (waaronder een gospeluitvoering van No woman, no cry met Peter Tosh op piano).

Een terugkerend aspect in de film is Marley’s gemengde afkomst. Als zoon van een blanke vader (een Engelsman over wie weinig bekend is en die hij nooit zou leren kennen) en een zwarte moeder (die toen hij zeventien jaar oud was naar de VS emigreerde) was hij in de raciaal gestratificeerde samenleving een buitenstaander. Hij werd geplaagd met zijn lichte huidskleur, maar vaker nog afgewezen. Zelf zei hij er over: ‘Ik sta niet aan de kant van de zwarten. Ik sta niet aan de kant van de witten. Ik sta aan de kant van God. De man die mij uit zwart en wit gecreëerd heeft.’ Zijn bekering tot het Rastafari geloof was volgens mensen in zijn directe omgeving een bevrijding. Hij zou in Ras Tafari (de als God vereerde Ethiopische keizer Haile Selassie) de vader hebben gevonden die hij een leven lang had gezocht. Volgens Rita Marley was haar man vanaf dat moment niet langer gemengd, maar zwart en Afrikaan. In 1970 zou Marley in het liedje Corner Stone die omslag pakkend onder woorden brengen. De steen die de bouwer verwierp, was een hoeksteen geworden.
Melanoom onder grote teen

Zijn gemengde afkomst en geloof zouden een doorslaggevende rol spelen toen in 1977 werd vastgesteld dat Marley een melanoom aan de grote teen van zijn rechtervoet had. Amputatie was volgens artsen geboden om de huidkanker effectief te kunnen bestrijden. ‘Zijn blanke genen waren de oorzaak van zijn melanoom, niet zijn zwarte genen’, merkt Rita Marley in de documentaire gedecideerd op. De behandelende geneesheren kregen van de Marley’s geen toestemming om de noodzakelijke medische ingrepen te verrichten. Volgens Rastafarians is het lichaam een tempel van Jah en mag de integriteit ervan niet worden geschonden. De verwaarlozing van zijn ziekte en de ontoereikende behandeling die erop volgde, zouden in 1981 leiden tot Marley’s vroegtijdige dood. Een half jaar vóór zijn overlijden had hij zich laten dopen in de Ethiopisch Orthoxe Kerk. Voor de toetreding tot deze gemeente wordt in de documentaire geen verklaring gegeven. Bij het organiseren van Marley’s staatsbegrafenis werd er wel rekening mee gehouden. De plechtigheid bevatte verwijzingen naar het christendom èn het Rastafari geloof.

Regisseur Kevin Macdonald lijkt zich te hebben voorgenomen alle hoogtepunten uit het leven van Marley in de documentaire voorbij te laten komen. Dit gaat onvermijdelijk ten koste van de verdieping, ook bij een filmlengte van bijna tweeënhalf uur. Controle van de kant van de familie Marley en producer Chris Blackwell zal eveneens van invloed zijn geweest op de vluchtige behandeling die een aantal zaken ten deel is gevallen. Blackwell en zoon Ziggy Marley treden op als uitvoerend producent en hebben zich kennelijk op voorhand tegen al te veel reuring willen indekken. Kijkers die het naadje van de kous willen weten, zullen dat als een gemis ervaren. Een voorbeeld.
Rita Marley
 
Wie zat er in 1976 achter de moordaanslag op Bob Marley? In een in de film gemonteerd interviewfragment weigert de zanger/musicus hierop een rechtstreeks antwoord te geven. Hij wijst ‘de duivel’ als dader aan, maar – zo voegt hij eraan toe – ‘God beschermt je’, verwijzend naar de omstandigheid dat hij de aanslag op 56 Hope Road overleefde. Andere geïnterviewden laten weten dat de regering van Michael Manley de reggaelegende had gestrikt voor het geven van een gratis concert en kort daarna bekend maakte dat er diezelfde maand verkiezingen zouden plaatsvinden. Had Marley dit van tevoren geweten dan had hij nooit in een overeenkomst met de regering ingestemd. Want nu laadde hij onbedoeld de verdenking op zich dat hij Manley en zijn PNP politiek steunde. De aanslag – waarbij Bob en Rita Marley en familievriend Lewis Griffith licht gewond raakten en manager Don Taylor zware kwetsuren opliep waarvan hij als door een wonder herstelde – was voor Marley geen reden het concert af te gelasten. Maar na het optreden nam hij een radicaal besluit. Teleurgesteld door het aanhoudende politieke geweld in zijn land vertrok hij naar Engeland. Daar verbleef hij gedurende achttien maanden in vrijwillige ballingschap.

Er zijn aanwijzingen dat politieke tegenstanders van Manley, verbonden met de JLP, achter de aanslag op Marley zaten, maar dit is nooit bewezen. De gids die ik er in 2008 tijdens een rondleiding op 56 Hope Road naar vroeg, weigerde erop in te gaan. Eerder had hij nog bevlogen verslag gedaan van de beschieting van de ruimte waar Marley en de zijnen voor het concert aan het repeteren waren geweest. Nu vroeg hij als bij toverslag aandacht voor de blender in de keuken van de reggaekoning. Was Marley naïef geweest door met Manley in zee te gaan? Had hij onvoldoende beseft dat die link (ongeacht of er verkiezingen in aantocht waren) hem verdacht maakte in de ogen van diens opponenten? Hoe serieus moeten wij Marley’s tegenwerping nemen dat hij met geen van de twee partijen sympathiseerde, dat hij politiek geweld verafschuwde en dat hij als toegewijd Rastafarian geen enkel vertrouwen had in de politiekvoering in Babylon? Manager Don Taylor zou in 1987 tijdens een rechtszaak in New York verklaren dat de aanslag behalve een politieke ook een zakelijke achtergrond had. Marley werd er volgens hem van verdacht met de winst van gemanipuleerde paardenraces vandoor te zijn gegaan. Bovendien was hij verwikkeld in een conflict over de rechten op een aantal van zijn liedjes. Taylor – die tussen 1974 en 1979 van Marley een man in bonus maakte – liet weten dat de zeven schutters ‘door onze vrienden in het getto’ waren berecht en uit de weg geruimd. Justitie was er niet aan te pas gekomen. Sprak Taylor de waarheid? Bekend om zijn grootspraak en in 1979 op beschuldiging van bedrog door Marley aan de kant gezet als manager, kan hij redenen hebben gehad om zaken op te blazen en de rol van Marley een hem welgevallige invulling te geven. Maar zeker weten doen we het niet.
Jah

Hoe ging Rita Marley om met de vrije seksuele moraal van haar man? In de documentaire is de reactie van de echtgenote soeverein. Zij was naar eigen zeggen niet alleen de eerste onder zijn vrouwen, zij was de status van vrouw ontstegen en zijn beschermengel geworden. Hun huwelijk draaide niet zozeer om de instandhouding van een persoonlijke relatie, maar diende een hoger doel: mensen inspireren met de bedoeling hen dichter bij Jah te brengen. Zoveel onbaatzuchtigheid kunnen de geïnterviewde kinderen niet opbrengen. Een van hen laat met veel gevoel voor understatement weten: ‘Bob Marley was geen overbezorgde vader.’ Als hij er al was, dan ging hij in de beleving van zijn zonen en dochters tamelijk ruw met hen om. Hij daagde hen uit voor een partijtje hardlopen of voetbal, maar vermeed intiem contact. De documentaire houdt het erop dat Marley elf kinderen bij zeven verschillende vrouwen verwekte. Gelet op wat andere bronnen melden, is dat een conservatieve schatting. Volgens de geïnterviewden lag voor vrouwen de aantrekkingskracht van Marley in zijn verlegenheid. Vrouwen kwamen naar hem toe, hij hoefde hen niet het hof te maken. Er zijn fragmenten in de film die dit weerspreken.

[vervolg: klik hier]

donderdag 29 november 2012

Wie wordt het literaire talent van 2013?


Write Now! - de grootste schrijfwedstrijd voor jongeren in het Nederlandse taalgebied - barst voor de dertiende maal los. Alle jongeren in Nederland, Vlaanderen en Suriname tussen de 15 en 24 jaar met een passie voor schrijven krijgen de mogelijkheid met eigen geschreven werk hun talent te testen. Inzenden kan tot 1 april 2013. 

Winnaars van Write Now! worden steeds vaker opgemerkt door landelijke uitgeverijen, gebruiken de ervaringen die ze opdoen om met andere wedstrijden mee te doen of timmeren aan de weg met optredens op festivals, publicaties in magazines en dagbladen.

Write Now! 2013 begint met voorronden in meer dan tien grote steden in Nederland en België en sinds 2012 ook in Paramaribo. Voorafgaand aan de uitreiking wordt per regio een schrijfworkshops georganiseerd, waarbij een bekende schrijver tips geeft om een geschreven tekst nog beter uit de verf te laten komen. Na een programma met muziek, voordracht en film bepaalt een vakjury welke deelnemer zich van elke stad plaatst voor de grote finale in Rotterdam. De winnaar uit Suriname wordt met een begeleider in staat gesteld geheel verzorgd naar de finale in Rotterdam af te reizen, zoals Reza Madhar van Lyco 1 dat het afgelopen jaar heeft gedaan.


Wie deze mogelijkheid met beide handen wil aangrijpen, meldt zich aan via www.writenow.nu. Tevens zijn hier alle voorwaarden te lezen.
Voor Suriname lopen de contacten ook via de Schrijversgroep ’77 in de persoon van R.Parabirsing (Rappa)www.rappasbieb.com, tel 464725, e-mail litap@cq-link.sr

Mijn wonderlijke reizen met Sinterklaas en kerstman

Arnold-Jan Scheer: Wild geraas

Het is misschien ongelooflijk, maar Sinterklaas vertelt ons in dit boek wie we zijn en waar we vandaan komen. De auteur bleef niet achter zijn bureau zitten, maar trok langs ravijnen naar afgelegen bergdorpen, nam desnoods de helicopter, trotseerde lawines, ging tunnels door om in een andere wereld terecht te komen en brengt ons tot in de krochten van de Amsterdamse onderwereld en de obscure gedachten van nazi's, hooligans en racistische genootschappen. Naar de meest afgelegen plekken in een ontdekkingsreis die niemand in deze tijd nog voor mogelijk achtte.

Onder het Sinterklaasfeest ligt een heel ander verhaal. Terreur, strijd, primitiviteit en lust. Als de schillen van een ui pelt dit boek de lagen af en vertelt waar het allemaal om begon in een totale omverwerping van het beeld dat wij van de Bisschop hebben. Dit verhaal van Sinterklaas onthult als eerste het diepste trauma: de doorgesneden band met de natuur en het natuurverleden. Een verbreking van ons pact met de natuur en de dieren.

Blader door de demo van het boek, klik hier

Arnold-Jan Scheer komt erover vertellen op de Sinterklaasavond van de Werkgroep Caraïbische Letteren, donderdag 6 december, om 19.30 uur in theater Perdu, Amsterdam.

Leonard Nolens – De dichter tegen zichzelf

Toe maar, probeer het maar, kleed mij maar uit
Tot op het bot, ik blijf de laatste snit
Van je pak, de uitgeslapen rechthoek
Van je bed, je handigste vorm van hoop.

En jij, jij bent toch maar een glimp
Van mij, ach jij, mijn kettingrokende schaduw
Tussen twee treinen, mijn kreunende schim

Met koffers, jij, mijn hinkend spook
Dat weg zal spoelen in de trage draaideur
Van een afgedankt station.

Toe maar, probeer het maar, vergeet me maar,
Mijn vriend, mijn volmondig afwezige slaaf
Ik ben je zweep, jij bloedt mijn uren uit.
Ik ben je werk en jij bent mijn bediende.


Uit: Laat alle deuren op een kier. Verzamelde gedichten
 Querido, Amsterdam, 2004



The poet to himself

Go on, just you try, unclothe me
To the bone, I’ll remain the final cut
Of your suit, the rested rectangle
Of your bed, your handiest form of hope.

And you, you’re nothing but a glimpse
Of me, oh you, my chain-smoking shadow
Between two trains, my moaning phantom

With suitcases, you, my hobbling ghost
Who will wash away through the slow revolving door
Of a derelict station.

Go on, just you try, forget me,
My friend, my frank absent slave.
I am your whip, you bleed from my hours.
I am your work and you are my servant.

Vertaling: Scott Rollins.


Morgen, vrijdag 30 november 2012 ontvangt Leonard Nolens uit handen van H.M. Koningin Beatrix de hoogste literaire onderscheiding binnen de Nederlandse taal, de Prijs der Nederlandse Letteren. Vertaler Scott Rollins is te gast bij de Werkgroep Caraïbische Letteren volgende week donderdag 6 december bij de Sinterklaasviering in literair theater Perdu in Amsterdam.

Eenheid in verscheidenheid werkbaar of staatspropaganda?

door Rolf van der Marck

Minister Moestadja van Binnenlandse Zaken heeft vandaag voor de voltallige vergadering van de ACP/EU-meeting een lezing gehouden met als titel “Eenheid in verscheidenheid, de harmonische, plurale Surinaamse samenleving”. Met de als een ‘leermoment’ op de agenda geplaatste lezing heeft Moestadja, van huis uit antropoloog, de stelling ontkracht dat multiculturele samenlevingen een harmonische samenleving onmogelijk maken, waarmee hij indruk heeft gemaakt op de verzamelde ACP/EU-parlementariërs, zo willen de media ons laten geloven.

Eenheid

Nu krijg ik altijd jeuk zodra die term ‘eenheid in verscheidenheid’ wordt gebruikt, want het is altijd bedoeld om iets samen te binden dat niet of nauwelijks samen te binden valt, het is in de meeste gevallen een excuus voor iets dat niet samengaat of niet wil samen- gaan, het moeizaam goedpraten van een onverhoopte mislukking, of iets dergelijks. In ieder geval de EU-parlementariërs zouden zich dat bewust moeten zijn, want de Europese Unie heeft als motto “In varietate concordia”, waarvan de officiële Nederlandse verklaring luidt: “In verscheidenheid verenigd”. Op het Nederlandstalige gedeelte van EU-website staat dat het motto aangeeft “dat de Europese eenwording een proces is van werken aan vrede en welvaart, dat gevoed wordt door de vele verschillende culturen, talen en tradities van Europa.”

Malcolm X
Malcolm X

Toevallig is het vandaag 45 jaar geleden dat El-Hajj Malik El-Shabazz, beter bekend als Malcolm X, werd doodgeschoten in New York. Malcolm X wordt nu herinnerd als held, als Afro-Amerikaans leider en mensenrechtenactivist, vergeten is dat hij aanvankelijk zijn Islamitische broeders en zusters opriep tot gewapend verzet tegen de blanke onderdrukker. Maar na zijn bedevaart naar Mekka was hij bekeerd en was zijn boodschap er een van solidariteit tussen mensen met verschillende huidskleuren en culturele achtergronden. Wat hij in Mekka had gezien had hem voorgoed veranderd, hij besefte dat de Islam niet een religie is van uitsluiting maar van “eenheid in verscheidenheid”, maar hem werd niet meer vergund deze boodschap vreedzaam uit te dragen.

Rig Veda

De term 'eenheid in verscheidenheid' is in Suriname overigens al lang bekend en gebruikt, geïmporteerd als het uit de Rig Veda afkomstig oud Indiaas begrip na de Tweede Wereldoorlog is door de toenmalige ideoloog van de Verenigde Hindostaanse Partij, Jnan Hansdev Adhin, en gebruikt door de Hindostaanse politiek als uitgangspunt voor samenwerking met andere bevolkingsgroepen, echter met nadrukkelijk behoud van de eigen Hindostaanse identiteit. Adhin was voorvechter voor een cultuursynthese waarbij verschillende tradities en godsdiensten naast elkaar bestaan, echter geschraagd door een diepere eenheid. Hij zag geen heil in de uniformiteit van godsdienst en cultuur maar in de culturele verscheidenheid: “Laat elke groep haar taal behouden en tot ontwikkeling brengen, waarbij als eenheidstaal het Nederlands fungeert”, aldus Adhin. Onnodig te zeggen dat deze visie met name door de Creoolse ‘counterpart’ van de VHP werd veroordeeld als zijnde niet nationalistisch.

Terug naar de leerstof van Moestadja. Deze herinnerde zijn gehoor eraan aan dat weinig plurale samenlevingen zich kenmerken door etnische conflicten. In het nieuws worden juist de zeldzame gevallen van soms extreme etnische botsingen uitvergroot. “Wat vaak niet wordt gemeld is dat er dikwijls sprake is van economische, politieke en historische belangen die samenvallen met de etnische groepen”, zegt Moestadja. Volgens hem ontstaat daardoor de indruk dat etnische pluraliteit een probleem is. “Wij in Suriname hebben die ervaring niet. De doden die wij in de Surinaamse politieke geschiedenis hebben te betreuren, zijn gevallen tijdens stakingen, betogingen, en militair optreden. In geen enkel geval was er sprake van etnische onlusten. Dat geldt ook voor spanningen op terreinen als religie en taal. Suriname is niet alleen een beknopte uitgave van de wereld, maar ook, zoals een andere auteur dat formuleerde, een ‘raciaal paradijs’.”

Jnan Hansdev Adhin
Welke auteur Moestadja hier bedoelde, weet ik niet, maar ook bij het begrip ‘raciaal paradijs’ krijg ik altijd spontaan jeuk. Moestadja heeft slechts half gelijk waar hij zegt dat etnische botsingen plaats- vinden als gevolg van “economische, politieke en historische belangen die samenvallen met de etnische groepen”. Nee, niets toevallig samenvallen, die vormen toevallig het lont in de licht ontvlambare etnische tegenstellingen. Steeds meer krijg ik de indruk, en de leerstof van Moestadja bevestigt mij hierin, dat we hier te maken hebben met staatspropaganda. Omdat het oeroude, van de kolonisator gretig overgenomen en nog altijd volop gepraktiseerde systeem van patronage hoogtij viert bij etnische verscheidenheid, omdat de politiek weigert om dit verwerpelijke systeem los te laten, en evenzeer omdat bijvoorbeeld het Hindostaanse bevolkingsdeel – geheel volgens Adhin – strikt vasthoudt aan de eigen identiteit, moeten wij onze samenleving aanprijzen als een raciaal paradijs. Ik weiger in die opvatting mee te gaan.

Wat Moestadja heeft gepresenteerd is een schaamlap voor de bittere realiteit dat Suriname na 37 jaar onafhankelijkheid nog niet eens een begin heeft gemaakt met het vormen van een natie, en dit begin zal er ook niet komen vooraleer het begrip 'eenheid in verscheidenheid' bij het groot vuil is gezet.

Quito Nicolaas - Sinner Klaas (fragment)

E Tefi a yega disfrasa man’e un Piet blanco
Mira cu el mira Brahm na suela, a core bai cerca
Goh leeder y bis’e: M’a bisa bo cu e ta tuma e
expresion Liberté, égalité, fraternité na serio.


De teef kwam verkleedt als een Witte Piet
Bij het zien van Brahm op de grond, liep hij door naar
Goh leeder en zei: Ik zei je toch dat hij de uitspraak
Liberté, égalité, fraternité serieus nam.

[Fragment uit het gedicht dat Quito Nicolaas heeft geschreven voor de Sinterklaasavond van de Werkgroep Caraïbische Letteren, donderdag 6 december a.s. in het Amsterdamse Theater Perdu. Nog tien anderen treden daar op. Er is nog een handvol kaarten beschikbaar. Klik hier voor het gehele programma.]




Studie over het Doe-theater 1970-1983

KITLV Press heeft het genoegen u uit te nodigen voor de presentatie van het boek Lachen, huilen, bevrijden; De weerspiegeling van de Surinaamse samenleving in het werk van het Doe-theater, 1970-1983 door Annika Ockhorst met medewerking van Thea Doelwijt. Lachen, huilen, bevrijden beschrijft het reilen en zeilen van het Doe-theater tegen de achtergrond van een veelbewogen Surinaamse geschiedenis. Het portret dat zo ontstaat, is gebaseerd op het privé-archief van Thea Doelwijt, interviews met voormalige Doe-theaterleden en andere betrokkenen en Surinaamse en Nederlandse krantenartikelen. Foto’s, liederen, theaterteksten en de bijgevoegde documentaire Libi Span van Jan Venema geven een levendig beeld van het Suriname van toen.

De boekpresentatie vindt plaats op zondag 9 december van 15.00 tot 17.30 uur. Locatie: Vereniging Ons Suriname Zeeburgerdijk 19 a, 1093 SK Amsterdam
I.v.m. het beperkt aantal plaatsen is aanmelden verplicht vóór 30 november a.s. via: mahabir@kitlv.nl / 071-5272372

dinsdag 27 november 2012

Snake van Michael Tedja in Cobra Museum

Michael Tedja, Snake. Foto @ Miek Hoekzema.

In het Cobra Museum is van 2 februari tot en met  26 mei 2013 Snake  te zien van Michael Tedja (1971 Rotterdam). De opening vindt plaats op 1 februari om 17.30 uur. Michael Tedja toont een selectie uit zijn in een periode van tien jaar ontstane oeuvre: meer dan 1500 tekeningen en schilderijen op papier en linnen. Tedja’s energie is grenzeloos en zijn visie geslepen. Hij werkt geconcentreerd met materialen, kleuren en woorden.

De ongeveer 350 voor Snake geselecteerde werken zijn soms intiem klein, soms van monumentale afmetingen en in de schilderijen zijn vrijwel altijd de meest uiteenlopende objecten verwerkt, waaronder zelfs een keer een fiets.
Michael Tedja. Foto @ Miek Hoekzema

Tedja’s geheel eigen universum kwam de afgelopen tien jaar tot wasdom in een loods buiten Amsterdam. Het fictieve karakter Snake speelt hierin een centrale rol. Snake vertelt een gelaagd verhaal, waarin alledaagse zaken hand in hand gaan met geopolitieke en historisch beladen onderwerpen. Zelf heeft hij geregeld uitwisselingen over dergelijke onderwerpen op internetfora. Daar houdt hij zich bijvoorbeeld bezig met het duiden van verbanden tussen op het eerste oog onsamenhangende cijferreeksen, wat ook in zijn beeldende werk weer zijn beslag krijgt.

Tedja is daarnaast ook schrijver. Een aantal jaren geleden schreef hij een experimentele roman van waaruit zich zijn fantasierijke beeldenwereld en universum ontvouwt. Kortom: niets is te klein voor Tedja om er aandacht aan te besteden en niets is te groot om er een mening over te hebben.

In het Cobra Contemporary-programma van het museum wordt hedendaagse kunst getoond waarin de kernwaarden en de geest van Cobra bewust of onbewust zijn te herkennen. Juist hier valt het universum van de Snake op zijn plek, vindt de directie. ‘Tedja’s gebruik van beeld en taal binnen hetzelfde beeldvlak, de betrokkenheid bij de wereld die in zijn werk tot uiting komt, en de wijze waarop zijn expressionistisch aandoende beeldtaal gevat is in een strikt en conceptueel denkkader, zijn allemaal elementen die binnen de context van het Cobra Museum uitstekend tot hun recht komen.’

Atelier Michael Tedja. Foto @ Miek Hoekzema


In één van zijn nieuwe series werken kritiseert Tedja ook de manier van ‘display’ en toe-eigening van etnografische objecten in de Westerse culturele wereld. Dit toont, zeker gezien het “veelzijdig primitivisme” van de Cobra-beweging, een zekere verwantschap, en vormt eveneens een scherpzinnig commentaar op hedendaagse discussies.

Totempaal in De Nieuwe Kerk

Totempaal, Douglas Cranmer, Kwakwaka'wakw, British Columbia, 1969, Hout. Ca. 9 m. Eigendom van de Salford City Council. Foto Evert Elzinga
Een gigantische totempaal is onlangs in Amsterdam gearriveerd en zal vanaf 14 december een blikvanger zijn in de tentoonstelling Indianen in De Nieuwe Kerk in Amsterdam.

De totempaal is negen meter hoog en weegt tweeënhalve ton. Hij is in fel rood en groen beschilderd en wordt bekroond door de kop en vleugels van een enorme dondervogel (heerser over de hemelen). Met zijn reusachtige afmeting en zijn knalgele snavel torent hij boven alles uit. Hij lijkt het overzicht in de kerk te willen houden.

In 1969 is deze totempaal gemaakt door opperhoofd Pal’ nakwalagalis Wakas Douglas Cranmer (Canada, British Columbia). De figuren op de totempaal zijn afkomstig uit de indiaanse mythologie. De rangschikking van de dieren is hiërarchisch met bovenaan de dondervogel, daarna de orka, een trouw dier dat symbool staat voor familie en gemeenschap. Daaronder de raaf, de boodschapper, en helemaal onderaan de mens. Op deze manier eert de totempaal de goden en de natuur, en tonen de indianen hun nederige plaats daarin.
Totempalen worden traditioneel uitsluitend gemaakt aan de westkust van Canada. Eind negentiende eeuw ging de traditie vrijwel verloren, maar recentelijk is de kunst heropgeleefd.



Van 14 december tot en met 14 april 2013 is de grote tentoonstelling over de artistieke tradities van indianen van het Noord-Amerikaanse continent in De Nieuwe Kerk te zien. Tweehonderd kunstobjecten en gebruiksvoorwerpen schetsen een beeld van de rijke kunst en cultuur van indianenvolken. De bruiklenen komen oorspronkelijk uit zeven specifieke regio’s, waarvan elk een zeer eigen kunst- of kunstnijverheidstraditie heeft.
       
Het transport van de totempaal van Groot-Brittannië naar Amsterdam is mogelijk gemaakt door Stichting Vrienden van De Nieuwe Kerk. De Nieuwe Kerk is uitzonderlijk verheugd met deze ondersteuning. De totempaal is een van de belangrijkste iconen binnen de indianencultuur en daarom een waardevolle aanvulling op de tentoonstelling.

maandag 26 november 2012

Jadnanansing in de slag met Evers & Van Maele


Evers & Van Maele

door Rolf van der Marck

De gepensioneerd notaris en rechtskundige Carlo Jadnanansing is ongetwijfeld een veelzijdig scribent, want behalve rechtskundige verhandelingen in vaktijdschriften, dikwijls ook in de krant maar dan in begrijpelijke taal, zien wij – sinds hij er de tijd voor heeft – ook veel muziekrecensies van hem in de krant. Nu heeft hij vriend en vijand verrast met twee volle pagina’s boekrecensie van het boek Bouterse aan de macht van de journalisten Evers & Van Maele in Dagblad Suriname, echter hinderlijk verdeeld over twee dagen (23 en 24 november), zodat je ergens aan begint waarvan je niet weet hoe het afloopt. Zou dat opzettelijk zijn omdat hij ook nog niet wist hoe het zou aflopen?

Dat vond ik al irritant, evenals de veel te lange en ingewikkelde kop, die luidt: “Reflecties naar aanleiding van: ‘Bouterse aan de macht’ | Pleidooi (contrecoeur) voor ons staatshoofd? (deel 1).” Wat ik me afvroeg voor ik eraan begon, bleek achteraf juist, Jadnanansing komt er evenals de auteurs van Bouterse aan de macht niet uit, vandaar waarschijnlijk dat hij het ‘reflecties’ noemt. Jadnanasing volgt als het ware met instemming de benadering van Evers & Van Maele in hun boek, een soort golfbeweging van nauwelijks verholen bewondering voor de ‘good guy’, zo hier en daar onderbroken door de ‘bad guy’, de drugsveroordeelde en van meervoudige moord verdachte couppleger, waar ze uiteraard niet omheen kunnen.

Aan het slot verschuilt Jadnansing zich echter achter de auteurs van het boek waar hij zegt: “Het lijkt erop dat de auteurs aan het einde van hun verhaal gekomen zijnde, beseffen dat de redelijk positieve toon ervan met betrekking tot ons staatshoofd weleens in hun nadeel zou kunnen uitvallen. (…) Vandaar dat de slotzin in mineur geschreven moest worden, teneinde de verkoopbaarheid van het boek niet negatief te beïnvloeden.” Met andere woorden, ook het slot van het boek had in feite redelijk positief van toon moeten zijn. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Jadnanansing daarin volledig meegaat. Hoe dan ook, we komen niet te weten of het een pleidooi is of een pleidooi?.

Carlo Jadnanansing
Het verwijt van Jadnanasing dat Evers & Van Maele veel te wijdlopig zijn, treft ook hemzelf, twee volle pagina’s DB is wel heel veel van het goede. Met een kritische instelling en een rode pen in de aanslag had hij hooguit driekwart pagina overgehouden, ruimschoots voldoende om zijn boodschap over te brengen. Nu heeft hij ongetwijfeld potiëntiele lezers voortijdig doen afhaken.

Jadnanansing besluit met twee door de auteurs genoemde gevleugelde Surinaamse zegswijzen te citeren, waarvan ik deze wil aanhalen: “Het ondenkbare is in Suriname denkbaar”. Waarom realiseren Evers & Van Maele zich dat al op pagina 28 (volgens Jadnanansing) van hun boek, zonder daar consequenties uit te trekken? Want dat Bouterse president werd, was ondenkbaar. Waarom hebben zij niet gereflecteerd op dat ondenkbare gegeven?  En, hoe het ondenkbare weer denkbaar te maken? Ook vanwege de verkoopcijfers?

zondag 25 november 2012

Bundeling Surinaamse media in Nederland gewenst

Vlnr Peggy Brader, Florence Rustveld, Jimmy Sewnath, Roshnie Phoelsingh, Guilly Koster en Henry Strijk Foto: Eric Mahabier
  

door Eric Mahabier

Amsterdam - Het niveau van de Surinaamse media in Nederland moet omhoog. Een bundeling van de Surinaamse media zou daar verandering in kunnen brengen. Want nu is er geen eenheid; Surinamers bekampen elkaar op de radio.

Dat waren de belangrijkste punten die zondag aan de orde kwamen tijdens een mediaconferentie in Amsterdam. Hier werden de problemen van de Surinaamse media in Nederland geïnventariseerd.
De conferentie werd georganiseerd door het Surinaams Inspraak Orgaan (SIO). Volgens Roy Ashruf van het SIO wil het orgaan met deze conferentie de samenwerking tussen de Surinaamse media bevorderen. Journalist Henry Strijk vindt dat er zelfs opnieuw initiatieven ondernomen moeten worden om tot een omroep voor Surinaamse media in Nederland te komen. Ondanks de vele initiatieven is dat nog steeds niet van de grond gekomen.

De opmerkingen kwamen niet alleen vanuit de zaal, maar ook van de vier inleiders: programmamakers Jimmy Sewnath, Florence Rustveld en Guilly Koster en de journalisten Roshnie Phoelsingh en Peggy Brader. De discussie was af en toe behoorlijk fel.

[uit de Ware Tijd25/11/2012]

Echt HEMA!

door Nellie Bakboord


Wie kent die tune van de HEMA niet? Die bekende jingle. Volgens mij zelf tot in Suriname. En natuurlijk daarbuiten. In Nederland zweren echt niet alleen witte Nederlanders bij de producten van dit bekende warenhuis. Hemaworst is populair. Moet ik een worst voor je meenemen? Of twee? Eén voor die bruine bonen en één voor snert. Iedereen in Suriname loopt nu te watertanden. Terwijl ik hen gevaarlijk rustig een Hemaworst voor hun neus laat bengelen. Via skype. Tussen ons gezegd, ik heb vaak genoeg mijn kondremans horen roepen dat ze niet buiten de HEMA kunnen. Vooral die verwende types die zelf tijdens hun vakantie in switi Sranan een HEMA missen. Naast Blokker zou een HEMA het centrum van Paramaribo compleet maken. Bijna op de automatische piloot chat ik dromerig verder via skype.

Een toeriste spoedt zich naar het pas geopende filiaal van de HEMA in Paramaribo

In die droom wandel ik de Jodenbreestraat in en sta op de hoek waar deze straat kruist met de Domineestraat in één keer helemaal stijf. Alsof ik geëlektrocuteerd ben. Op de plaats waar volgens mij een prachtig woonhuis annex winkel stond, staat nu een HEMA. Ik ben de enige die stomverbaasd staart, terwijl de ene klant na de andere met goed gevulde tassen het warenhuis in en uit loopt. Allemaal tevreden. Sommigen flink kauwend en zichtbaar genietend van een bloedhete Hemaworst in het welbekende papieren zakje. Ik wist gewoon niet wat ik zag. Pijlsnel dacht ik aan het prachtige gebouw. Hier woonde toch de Familie Sowma? Ik moet Frank Consen bellen. Ik moet hem vertellen wat er gebeurd is in hartje Paramaribo. Hij en ik gaan vaak in gesprek over prachtige karakteristieke gebouwen en woonhuizen in Paramaribo. En over de taak van Stichting Monumentenzorg. Frank kan weten of dit huis behoort tot ons cultureel erfgoed. Een keer had hij me al verteld dat op die hoek een manufacturenzaak was. Van de familie Sowma? Frank beaamde dat toen. Hij zat ook met een Sowma op de Paulusschool. In de jaren vijftig. Wat heeft de HEMA in Godsnaam met dit gebouw gedaan.

Men kan ook voor fladder kiezen.

Intussen zie ik een grootmoeder met haar kleindochter naar buiten komen. Dat kind kan twee en een half zijn. Hooguit drie. Met Hemaworst en al. Smullend tot en met! Hebben de eigenaren toestemming gegeven? Hebben zij het pand verkocht? Ik sta nu oog in oog met een HEMA alsof ik in de Kalverstraat sta. Tril-lend. Terwijl ik net als alle worstverslaafden superblij moet zijn. Ik hield toch van drop van de HEMA. Zoete zachte. Die met dat yoghurtsmaakje? Het gebouw laat al jaren in het midden of het gesloten is of niet, maar volgens Frank woonde er nog wel iemand. Met Frank heb ik toen uren zitten praten over dit gebouw. Ik durf wat ik nu zie gewoon niet aan Frank te vertellen. ‘Het gebouw was in redelijke staat maar verkocht al jaren geen manufacturen’. Dat waren Franks woorden. Hij klonk toen erg emotioneel. Terwijl mijn rechtervinger op het toetsenbord een kennelijk verkeerde manoeuvre maakt, schiet mijn beeld weg. Ik hoor het typische geluid van skype. Verbinding verbroken. Droom verbroken. Een hele opluchting? Misschien een diep weggestopt verlangen naar een HEMA.

Campo Alegre: Een avondje uit in een Curaçaos hoerenkamp

door Chantal Journeys

Beeld je het volgende plaatje even in: een park vol met dezelfde genummerde huisjes, redelijk grote looppaden ertussen, veel bomen, een groot plein waaromheen alle gebeurtenissen plaatsvinden en een stamkroeg waar alle gasten zich ’s avonds neersettelen. Klinkt als Center Parks, nietwaar?
...de winkel in vakkleding...

Ik zit op de voormalige Antillen, en daar gaan de dingen net even iets anders dan wat we normaal gesproken gewend zijn in Nederland. Zo is deze Center Parks look-a-like op Curaçao geen braaf familie-vakantiepark met entertainment voor de allerkleinsten, maar een bordeel waar zo’n driehonderd vrouwen op gestationeerd zijn. Welkom bij Campo Alegre, waar het amusement vooral gericht is op de wat oudere mannen.
Gelukkig snappen ze hier het principe van nieuwsgierige Nederlanders en weten ze dat het overgrote deel van deze groep jong en van het vrouwelijk geslacht is. Daarom hebben ze dinsdagavond tot Ladies Night gebombardeerd, en zijn niet alleen opgewonden mannen welkom, maar mogen ook de vrouwen een kijkje nemen in het enige legale bordeel op het eiland.
bloemverzorging

Op een paar te vroeg aanwezige jongeren en een aantal loslopende prostituees zijn er nog maar weinig anderen, zo aan het begin van de nacht. Langzaamaan stroomt de overige meute binnen, variërend van jonge, Nederlandse jongens tot locals van middelbare leeftijd. Hoewel het officieel Ladies Night is vertonen vooral mannen zich in het publiek. We zijn de enige groep die voor het grootste gedeelte uit Nederlandse meisjes bestaat. Waar alle nieuwsgierige kijkers met name voor komen zijn de podiumshows. Een paar buitenlandse prostitués draaien een heleboel rondjes draaien om de paal en ontdoen zich langzaam maar zeker van hun toch al schaarse kledij. Daarna breekt echter hét moment van de damesavond aan: er komt een indiaan het podium op. Ja lieve mensen, jullie lezen het goed: een indiaan.
Althans, daar moet hij voor doorgaan. Men neme een donkere man, kleden hem geheel in witte kleding met gaten op plekken waar ze normaal niet horen te zitten en we zetten een verentooi op z’n hoofd. Een indiaan. Na een paar rondjes om de paal te bewegen, besluit deze weledele heer vervolgens om het publiek in te gaan. Aangezien wij nogal opvallen door onze blanke huidskleur, geslacht en plek vlakbij het podium, is zijn keuze niet zo heel lastig te maken waar hij het eerst heen zou gaan om zijn moves van dichtbij te laten zien. Een voor een krijgen we hem van heel dichtbij te zien, de ene keer met iets meer kleding aan dan de andere keer, maar hij houdt het nog best netjes. Tot hij een van mijn metgezellen het podium optrekt en nogal - tja - provocerende bewegingen maakt. Laten we het er maar op houden dat ik heel blij was dat ik a) een broek aan had getrokken en b) naar de bar was gevlucht voor een drankje na zijn eerste bezoek aan onze bank.
Waar is de badruimte?

Naast een paar mannelijke prostitués, zijn er In het ‘kamp’ zo’n driehonderd meisjes werkzaam. Al die meisjes blijken hier een eigen kamer te huren voor een vast bedrag per maand en mogen voor drie maanden op het terrein blijven. Daarna moeten ze terug naar hun eigen land (veelal Colombia, Venezuela of de Dominicaanse Republiek). Wat ik heb begrepen van anderen is dat ze drie maanden blijven, dan drie maanden teruggaan en dan weer voor drie maanden komen. En zo blijft dat doorgaan. Anderen zeggen dat er elke drie maanden nieuwe meisjes komen. Hoe het precies zit weet ik niet. De huisjes zijn ingericht met een tweepersoonsbed, een nachtkastje en een spiegel. Of er een badkamer in zit kon ik van buitenaf niet zien. Zodra een meisje bezig gaat de voordeur dicht en gaat er buiten een rood lampje aan.

De eerste hulp-post


Wat me erg stoort is dat de meisjes echt worden neergezet als een nummer. Tijdens de podiumacts worden de meisjes constant omgeroepen met hun persoonlijke getal. Eerst staat daar nummer 29, later tweehonderd zoveel. Het valt me op hoe sommige meisjes kijken; totaal geen emotie in hun ogen en soms hebben ze zo’n ontzettend hulpeloze blik dat het lijkt alsof ze elk moment in tranen kunnen uitbarsten.

Dat maakt de avond nog meer memorabel. Aan de ene kant lach ik een scheur in m'n broek om alles wat er om me heen gebeurt, maar aan de andere kant voel ik me schuldig vanwege die meisjes die daar drie maanden zitten om hun geld te verdienen. Ook al zitten ze er officieel vrijwillig, je weet dat ze er vaak alleen maar werken omdat ze geen enkele andere uitweg meer zien.

[uit Columbus Magazine]

Behuizing

Katholieke kerk Curaçao hielp bij opzetten bordeel

De Rooms-Katholieke kerk op Curaçao heeft in de jaren veertig het megabordeel Campo Alegre op Curaçao helpen opzetten. Campo Alegre, adult resort zoals de officiële benaming is, is een hoerenkamp en is uitgegroeid tot het grootste openluchtbordeel van het Caribisch gebied.

Adult Saint

Het Amerikaanse leger, de Nederlandse staat, Shell en de RK-kerk waren voorstander van het oprichten van een staatsbordeel. Officieel kende Nederland wel een bordeelverbod en wees de rk-kerk prostitutie af. Maar stiekem hielp Nederland en de rk kerk mee aan de opzet van dit hoerenkamp. Met de inrichting van een bordeel kon het kwaad van de prostitutie worden ingedamd en konden geslachtsziekten bestreden. De klandizie van het staatsbordeel waren immigranten voor de olieraffinaderij, zeelieden en militairen. In het kamp mochten geen meisjes van Curaçao werken. Voor de arbeid werden prostituees uit de Dominicaanse Republiek en Colombia geronseld, voor maximaal drie maanden, zodat ze geen relaties konden aanknopen met hoerenlopers.
Veel van de Dominicaanse en Colombiaanse vrouwen die als slachtoffer van vrouwenhandel in de Nederlandse prostitutie zijn terechtgekomen, kwamen via Campo Alegre - vrolijk kamp - Nederland binnen.

[van Antillen.blogo.nl, Bron: Trouw]

Advertentie uit een oude Surinaamse krant

Suriname geliefd bij Braziliaanse “seks-mensenhandelaars”

Suriname staat bovenaan de lijst van de landen waar seks-mensenhandelaars de meeste van hun slachtoffers uit Brazilië naar toe smokkelen. De online krant Infosur Hoy en de Zwitserse website swissinfo.ch noemen Suriname samen met Zwitserland als de toplanden voor de illegale mensen-export, en wel op basis van informatie van het Braziliaanse ministerie van justitie. Van de 475 Brazilianen, van wie de meeste vrouwen, tussen 2005 en 2011 werden verhandeld, werden 337 ge-dwongen zich in de seks-industrie te begeven. Van die 475 belandden 133 in Suriname om te werken in bordelen, 127 in Zwitser-land. Spanje volgt daarna met 104 meldingen, en Nederland als nummer vier met 71. Vaak gaat het om meisjes die nog niet eens 17 jaar oud zijn.

[uit De West, 24 november 2012]