Posts tonen met het label pyaw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pyaw. Alle posts tonen

zaterdag 16 november 2013

Het pyawspel in Suriname: nostalgie hardnekkig gekoesterd (2 en slot)

door William Man A Hing

Van de bestuurlijke perikelen bij de rechtshandhaving
De organisatie van de pyawspelen had reeds gerui­me tijd de aandacht van de autoriteiten.­ Het ging hier immers om een bij wet verboden ha­zardspel­ dat een ongemeen grote popula­riteit en grote versprei­ding had weten te bereiken onder de bevolking. Onbevestigde berichten hielden het erop dat deze gokactiviteiten ­zeer omvang­rijke omzetten voor een kleine groep chinese medeburgers zouden opleveren. Met de handhaving van het verbod op hazardspelen leek alles in orde. Regelmatig werden verdachte chinese burgers als agent/tussenpersoon en deelnemer aan pyawspelen aangehouden en aan de kantonrechter voorgeleid.
Een Chinees en zijn creoolse vrouw. ca. 1900. Foto Eugen Klein.

Veel publiciteit kreeg in dit verband de zaak van een pyawrecidivist. Bij resolutie van de Gouverneur dd 22 januari 1930 is de verwijdering uit de kolonie gelast van de exploi­tant Chin A Woen(g), ook bekend als Pipo of Piauwkoning. Deze beslissing werd genomen toen de Chi­nees na een reeks van eerdere veroor­delingen voor hetzelfde feit in december 1929 door de rechter werd verwezen tot drie maanden gevangenisstraf met openbare tewerkstel­ling.

Exceptie: preventieve hechtenis voor overtreding
Minder bekend is dat de hele commotie en problematiek rond het pyawspel eveneens aanleiding heeft gegeven tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht (1928).
In november 1932 keurde de Koloniale Staten een wet goed die toestond dat (chinese) personen die betrokken waren bij de organisatie van het gokspel in voorlopige hechtenis werden gehouden. De gebruikelijke sanctie hiervoor was een onvoorwaardelijke gevangenisstraf met openbare terwerkstelling.
Interessant was de opstelling van het opponerend lid Simons bij de behandeling van wetsvoorstel met zijn retorische vraag: "Maar ik vraag U, mijnheer de Voorzitter, welke ambtenaar, die van het Parket niet uitgezonderd, heeft niet eens piauw gespeeld of in de Chineesche sociëteit aan "mai-tan spel" deelgenomen.”

Briefje voor het pyawspel

Het onderwerpen van verdachten aan een voorlopige hechtenis in geval van overtreding, in casu van de wet op het Hazardspel, kan inderdaad een uitzondering worden genoemd. Als regel geldt dat voorarrest gereserveerd is voor misdrijven. In de aanloopperiode naar de fatale politie-inval in de sociëteit van de vereniging Kong Ngie Tong en de daarop gevolgde opheffing van de vereniging bij beschikking van het Hof van Justitie in 1930, was de overheid echter niet in staat gebleken om op effectieve wijze op te treden tegen de pyawloterijen. Corruptie en tegenwerking binnen het ambtelijk apparaat verhinderden de algehele stillegging van de pyawspelen.

Om in elk geval de wettelijke greep op de gokspelen, in het bijzonder van pyawloterijen, te vergroten diende de Gouverneur in 1928 een wetsvoorstel in voor het wijzigen van de wetboeken van strafrecht en strafvordering. Voorgesteld werd om naast de organisatoren/bankiers, eveneens de agenten/tussenpersonen en deelnemers aan het gokspel onder het regiem van de voorlopige hechtenis te stellen. Deze maatregel tegen (alle) betrokkenen bij het “moreel verderfelijke piauwspel” ging de Koloniale Staten te ver. Bij zijn stemmotivering heeft het opponerend lid Simons kennelijk niet zonder heimelijke instemming van menigeen de retorische vraag gesteld: "Maar ik vraag U, mijnheer de Voorzitter, welke ambtenaar, die van het Parket niet uitgezonderd, heeft niet eens piauw gespeeld of in de Chineesche sociëteit aan "mai-tan spel" deelgenomen.”
Het onderwerpen van verdachten aan een voorlopige hechtenis in geval van overtreding, in casu van de wet op het Hazardspel, kan inderdaad een uitzondering worden genoemd. Als regel geldt dat voorarrest gereserveerd is voor misdrijven.

Het compromis mocht er zijn: bankiers/beroepsmatige organisatoren en agenten konden in voorarrest worden gehouden. Dat kwam in de praktijk goed uit, want deze groepen bestonden grotendeels uit chinese medeburgers, die na verbalisering vaker uit het zicht, zo niet uit het land, verdwenen. De deelnemers daarentegen, meestal niet-Chinezen, hoefden niet vastgehouden te worden in afwachting van hun berechting.

Manifest sociaal-culturele impact
Het pyawspel genoot een ongelooflijke populariteit in de samenleving in en rond Paramaribo. De eenvoud van spel en spelregels, de mogelijkheid van variabele inzet met een laag minimum, twee speelrondes per dag en een vlotte uitbetaling bij winst, zijn factoren die daaraan een belangrijke bijdrage hebben geleverd.

Menig oudere Surinamer koestert nog zekere levendige herinneringen aan de dagen van weleer toen op heimelijke wijze briefjes moesten worden afgegeven bij “omu sneysie” alias de pyawagent in de winkel. Het bekende pyawlied, een onafscheidelijke evergreen, roept als een soort anecdote onvergetelijke beelden op van deze episode. Razend knap is de tekst die in twee strofen het wezen van het spel en zijn verloop op accurate wijze weet te typeren. Immers hoe goed men zijn best ook doet om de juiste karaktertekens aan te stippen, telkens weer blijkt men er naast te zitten. Dat de afloop van een rondje pyaw ook fortuinlijk kon zijn getuigt de odo: “Pjaw meki fjofjo go na barkon”(uit: Sranan Pangi van Johanna Schouten-Elsenhout, 1974).

Hoogst opmerkelijk is de volgende anekdote van een attente lezer. Het was zijn vader gelukt om tot twee keer toe een hoofdprijs te winnen. Met de opbrengst hiervan kon hij uiteindelijk de overtocht van zijn moeder uit China bekostigen.

Koopman H. Chin Ten Fung en echtgenote, omstreeks 1890 (collectie J.R.P.J. Chin Ten Fung)


Het merken van de tekens heette bij ingewijden in navolging van het Chinees (het plaatsen van) een “ai” (= oog). Met een chinees penseel en inkt wordt een dikke zwarte “O” op de gekozen karakters met een draaiende beweging geplaatst. Maar ook het aanstippen was  mogelijk.

Met het verdwijnen van het pyawspel is overigens de invloed van Chinese spelen niet geheel verdwenen uit de samenleving. Jarenlang bleef het “fan-tan”-gokspel nog populair. Hierbij wordt gewed op een restaantal fiches na het telkens elimineren van een viertal uit een onbekende(d.i. willekeurig) en afgezonderde hoeveelheid. Tegenwoordig wordt alom het “matjok-spel” beoefend, maar dit behoort niet tot de categorie van kans- of gokspelen.

----


Het boekje Van de roemruchte teloorgang van de Chinese vereniging Kong Ngie Tong (1880-1930) kost  15,00 euro inclusief portokosten en kan besteld worden door storting op rekening ING-bankno. 4221241. Besteladres bij de auteur W.L. Man A Hing, Marathonlaan 37, 1183 VC Amstelveen of op mijn emailadres: william.manahing@gmail.com. (Bestellen worden niet afgehandeld tussen eind november 2013 en eind december 2013.)

Het pyawspel in Suriname: nostalgie hardnekkig gekoesterd (1)

door William Man A Hing

[Eerste hoofdstuk van Van de roemruchte teloorgang van de Chinese vereniging Kong Ngie Tong (1880-1930).]

Voor de bewoners van Paramaribo was het pyawspel tijdens de kommervolle periode van de economische depressie in de jaren dertig van de vorige eeuw een spannende, zo niet lucratieve bezigheid. Talloze burgers konden dagelijks de verleiding niet weerstaan tot het aankruisen of aanstippen van de vreemde en onleesbare karaktertekens op de kleine witte briefjes in de verwachting maar eigenlijk meer nog in de hoop een mooie prijs in de wacht te slepen.

De moeder van het lottospel: het lottobriefje met 120 tekens.


Het illegale gokspel kreeg zijn genadeklap door de opheffing van de vereniging Kong Ngie Tong bij een beschikking van het Hof van Justitie in 1930. Deze beslissing is vervolgens in 1932 bekrachtigd door de Hoge Raad der Nederlanden in Den Haag. De sluiting van het sociëteitsgebouw van de vereniging als logistiek centrum van de activiteiten betekende tevens het einde van de grootschalige activiteiten op het gebied van de pyawloterij. Daarna ging het spel op clandestiene wijze door in kleinere kring totdat razzias van de politie in 1947 (Pronk, 1962) een definitief einde maakten aan de organisatie van het spel.
Het volgende relaas vormt een beschrijving/weergave van de impact van het kansspel op de samenleving in de dagen van weleer.

Het pyawspel: verbreiding en omzet
In zijn studie Verkenningen op het gebied van de criminaliteit in Suriname (1962) heeft B. Pronk in een aparte paragraaf uitvoerig aandacht besteed aan het pyawspel van de Chinezen.(p. 135) Hij stelde vast dat “Het piauwspel deed omstreeks 1912 zijn intrede in de Surinaamse samenleving. Het werd hoofdzakelijk te Paramaribo gespeeld.”  Aanvankelijk door de Chinezen alleen, maar later ook door Creolen en “... tenslotte werd het aantal Creoolse deelnemers het grootst.”

Deze ontwikkeling was waarschijnlijk mogelijk doordat verschillende leden van de chinese vereniging Kong Ngie Tong, ertoe over waren gegaan om voor eigen rekening een pyawspel te orga­niseren. Daarbij werden de loterijbriefjes eveneens in het openbaar aan niet-Chinezen werden aangeboden.

Het gebouw van Kong Ngie Tong Sang aan de Steenbakkersgracht (nu dr Sophie Redmondstraat)


Uit een Nota van de Inspecteur van Politie aan de Procureur-Generaal in 1928, citeerde Pronk voorts de volgende bijzonderheden: de organisatie bestond uit “... een 22 tal piauwbanken, van 2.000 tot 10.000 gulden sterk, gefinancierd door enige min of meer kapitaalkrachtige Chinezen die aandeelhouders in de bank waren, terwijl de distributie van de piauwloten plaats vond door een 200 tal piauw-agenten. De bruto-inkomsten schatte men op fl. 400.000 (d.i. Surinaamse guldens - WMAL) per jaar.” Hoe betrouwbaar de verstrekte cijfers zijn valt niet direct na te gaan, ook al omdat andere bronnen afwijkende aantallen en bedragen vermelden.

Over het spel had in 1927 al een zekere “Practicus” de volgende observatie in het nieuwsblad Suriname prijsgegeven: "Nagenoeg negentig percent van Paramaribo en omstreken nemen deel aan de piauw-loterij. De wensch tot deelneming is bij dat deel zóó hartstochtelijk, dat ik, met mijn leken verstand, de mogelijkheid niet meer kan inzien van het uitroeien van "piauw"." En voorts over het netwerk: "Er zijn thans, naar ik verneem, veertien banken elk met fl.1.5­00,-- kapitaal en ongeveer 90 agenten in de stad."
Het eerste nummer van De Surinamer

Het nieuwsblad De Surinamer van 24 januari 1934 schreef een kritisch commentaar op een artikel in De West door ene H.M. Stephan. Onder de kop “Twee en twintig millioen” parafraseerde het een uitspraak van de genoemde auteur als volgt: "In alle toonaarden klaagt de Heer Stephan, dat sinds 1912 tot den huidigen dag de Chineezen een miljoen gulden per jaar uit de bevolking zuigen met hun piauw.”
Met dit soort aantijgingen was de toon gezet voor een jarenlange polemiek tussen de genoemde plaatselijke nieuwsbladen over de toelaatbaarheid en omvang van het pyawspel. In dit steekspel had nieuwsblad De West de zijde gekozen van de overheid en de wet en haar strikte handhaving, terwijl het ander kamp een sociaal pleidooi hield voor de Chinezen en de deelnemers met een beperkte mate van gedogen van het spel. En marge lieten de burgers zich overigens in de felle discussies niet onbetuigd en verdedigden ze daarbij een eigen standpunt.

De geciteerde Stephan was geenszins een willekeurige toeschouwer. Hij was in feite als ondernemer een belanghebbende die reeds in 1927 een vergunning had aangevraagd voor het organiseren van loterijen. Bij Gouvernements-Resolutie van 14 maart 1932 no. 868 werd hem pas na een eerdere afwijzing vergunning verleend “...tot het aanleggen en houden van geldloterijen op korten trekkingstermijn”. Deze loterij raakte bekend onder de naam “Stephan’s kwartjesloterij”.

Hoe indrukwekkend de geschatte omzetten van de chinese pyawbanken waren kan worden vastgesteld bij een vergelijking met de staatsinkomsten uit die periode. De landsbegroting van de jaren 1928 en 1933 bedroeg fl. 4.380.462 (GAB 1929, no. 8) respectievelijk fl. 3.542.291 (GAB 1934, no. 9).

Van de administratieve rompslomp en logistieke implicaties kan met cijfers uit de geciteerde Nota 1928 de volgende kwantitatieve reconstructie worden gemaakt. Met een jaarlijkse omzet van 400.000 gulden kwam het aandeel van de 22 pyawbanken elk op ruim 20.000 gulden per jaar. Het bedrag zou bij een gemiddelde deelname 50ct per formulier een berg van 800.000 briefjes per jaar kunnen genereren , exclusief de voorgeschreven duplicaten. Het distributienet bestaande uit 200 agenten had op de wijze per jaar dus gemiddeld 4.000 formulieren te verwerken per tussenpersoon.

De ijsfabroek aan de Steenbakkersgracht in Paramaribo


Van de organisatie der pyawspelen
Er vonden per dag twee trekkin­gen plaats, één tegen het middaguur en één op de avond. Voor de noodzakelijke handelingen die betrekking hebben op het spel, zoals de administratie, de trek­kingen, de afdracht van de ingelegde gelden en de uitbetalin­g der prijzen, fungeerde het sociëteitsgebouw van de vereniging op de hoek van de vroegere Steenbakkersgracht, thans de dr Sophie Redmondstraat, en de Ladesmastraat, als centraal punt. Niet geheel duide­lijk geworden is of deze gang van zaken de toestemming dan wel instemming genoot van het bestuur van de vereni­ging.
Van verenigingszijde waren in elk geval geen afdoende maatrege­len ge­troffen om aan deze toestand een eind te maken zodat het bestuur op zijn minst de verdenking op zich had geladen de verboden activiteiten te hebben gedoogd.

Het pand met zijn markante architectuur kreeg in de volksmond weldra de naam van "karta oso"(gokcentrum). Het feit dat tijdens het proces voor het Hof van Justitie in 1930 een van de getuigen à charge, de inspecteur van politie Patrick Duncan Mac Donald, het (gewezen) bestuurslid van de Kong Ngie Tong de heer Woei A Tsoi een "machthebber op piauwgebied" en "houder van piauw­bank no. 6" noemde, ondersteunt de stelling dat de pyawloterij­en in een goed georgani­seerd ver­band werden geëxploiteerd.

Van de lokale trekkingsprocedure
De exploitant of organisator, genaamd de bank(ier), zette een aantal briefjes of formulieren uit bij het publiek. Dit vond op directe wijze plaats of via tussenpersonen, de z.g. agenten.
Deelnemers konden maximaal acht karakters met rode inkt aankruisen of aanstippen tegen een inzet van minimaal vijf cent per formulier. De agent maakte terstond een kopie van het inge­vulde formulier met vermelding van het nummer van de bank(h­ou­der), datum en tijd van de trekking.
Dit tweede exemplaar werd door de tussenpersoon tegen beta­ling van een commissieloon van 10% ingeleverd bij de betrokken bank(ier).
Bijschrift toevoegen

Voor een trekking waren de volgende hulpmiddelen benodigd: vier bussen, genummerd van 1 (één) tot en met 4 (vier); 120 briefjes die elk voorzien was van één der karak­tertekens van de tekst van de loterijbrief alsmede drie dobbelste­nen.
Deze 120 briefjes met elk een enkel karakter werden daarna op gelijke wijze gevouwen en op willekeurige wijze in vier groepen van 30 elk over de vier bussen verdeeld.
De bankhouder gooide zelf daarna de drie dobbelstenen telkens voor elk der bussen. De bus waarvoor de hoogste score was verkregen leverde de winnende (acht) karaktertekens.­
Deze regels over de trekking zijn ontleend aan “een verklaring van de politie” die als Bijlage 4(p. 259/260) is opgenomen in het geciteerde werk van Pronk. De procedure is ook in extenso overgenomen door het plaatselijk nieuwsblad Suriname (1930) en De Telegraaf in Nederland.
De eerste prijs was gereserveerd voor het lot met de acht tref­fers; in de prijzen vielen voorts deelnemers die minimaal vijf treffers hadden gescoord per ingeleverd formu­lier.

Volgens de uitleg in de hierboven genoemde bron leverde bijv. een inzet van 25ct. in geval van vijf treffers een prijs op van fl. 2,60; zes treffers een bedrag van fl. 26,--; zeven treffers een bedrag van fl. 260,-- en de maximale acht treffers de hoge som van fl. 520,--.

[vervolg, klik hier]

Het boekje Van de roemruchte teloorgang van de Chinese vereniging Kong Ngie Tong (1880-1930) kost  15,00 euro inclusief portokosten en kan besteld worden door storting op rekening ING-bankno. 4221241. Besteladres bij de auteur W.L. Man A Hing, Marathonlaan 37, 1183 VC Amstelveen of op mijn emailadres: william.manahing@gmail.com. (Bestellen worden niet afgehandeld tussen eind november 2013 en eind december 2013.)