door Werner Stauder
Een klacht
wegens moord, die een Duitse overlevende in 1953 tegen de gezagvoerder van de Van
Imhoff bij de Nederlandse justitie indiende, werd twee jaar later weliswaar
in onderzoek genomen, maar resulteerde uiteindelijk 1958 in de conclusie dat er
geen redenen waren om een strafvervolging in te stellen. Men beriep zich
hiervoor o.a. op de ‘volledige’ scheepsverklaring, die kapitein H.J. Hoeksema
op woensdag 4 februari 1942 samen met de vierde stuurman M.R. van der Sluis en
de hoofdwerktuigkundige J. van der Ploeg aflegde voor de havenmeester van
Batavia, de heer W.H. Morren ten
havenkantoor Tandjong Priok.
Ondanks de
nadrukkelijke vermelding dat deze verklaring geheel overeenkomstig de waarheid
en zonder bijvoeging of weglating van daadzaken zou zijn, roept het lezen van
dit zeven A4-tjes tellende document toch wel enkele vragen op: De kapitein
verklaarde dat de geïnterneerden goede ligging hadden in de daarvoor genoemde
dekken, maar in hoeverre kan bij prikkeldraadkooien van 2 meter breed en 1
meter hoog van een goede ligging gesproken worden? De kapitein heeft samen met
zijn bemanning en de militairen het zinkende schip verlaten terwijl daar nog
honderden gevangenen in het ruim opgesloten waren, waarvan uiteindelijk 411
personen omkwamen die grotendeels gered hadden kunnen worden. In hoeverre kan
hij dan beweren dat hij en zijn ondergeschikten zich aan hun verplichtingen
hebben gehouden en steeds met de meeste zeemanschap hebben gehandeld? Een goede
kapitein verlaat als laatste het zinkende schip! In zijn verklaring wil
kapitein Hoeksema ons laten geloven, dat de reddingsboten allemaal vol waren en
dat er voor de 477 geïnterneerden geen plaats was, hetgeen enerzijds betekent
dat er al vanaf het begin geen rekening werd gehouden met een eventuele redding
van de Duitse geïnterneerden, maar anderzijds spreekt hij zichzelf ook tegen.
De Nederlanders beschikten over een motorsloep en vier gewone reddingssloepen
met elk een minimale capaciteit van 42 inzittenden. Uit het feit dat er in de
achtergelaten vijfde sloep uiteindelijk 53 man konden plaatsnemen blijkt, dat
er ruim voldoende plaats was om een groot aantal drenkelingen te kunnen redden.
De 84 bemanningsleden en 62 bewakers zaten dus heel uitgebreid in de sloepen
terwijl er nog ruim 100 man erbij hadden gekund. Sowieso hadden ze de Joden mee
moeten nemen, die in principe niet eens geïnterneerd hadden mogen worden. Wat
de zwemmers betreft, die probeerden de reddingsboten te bereiken, heeft de
kapitein het in zijn verslag weliswaar over een gewonde geïnterneerde, die in
een van de sloepen werd meegenomen, maar hij verzuimde daarbij te vermelden,
dat deze Duitser gewond raakte doordat er dwars door zijn hand geschoten werd
bij zijn poging om aan boord van de boot te klimmen. Verder wordt in de
verklaring de aanwezigheid van voldoende reddingsvesten en enkele reddingsmatrassen
vermeld, maar wat hadden de drenkelingen eraan als zij door de haaien werden
aangevallen en de Boelongan de volgende dag weigerde om de Duitse
overlevenden aan boord te laten? Al deze vragen bleven tot op heden
onbeantwoord.
In 1964
kreeg de cineast Dick Verkijk van Herman Wigbold van de VARA de opdracht om een
documentaire over de Van Imhoff-affaire te maken voor de
actualiteitenrubriek ‘Achter het Nieuws’. Vrij Nederland schreef op 1
februari 1969 met betrekking tot het feit dat de kapitein van het zinkende
schip de gevangenen in het ruim aan hun lot overliet nadat hij zichzelf in
veiligheid had gebracht: ‘Voor Wigbold stond vast dat er geweigerd is Duitsers
te redden omdat zij Duitsers waren!’ Hoewel Justitie weigerde om gegevens
hieromtrent aan Verkijk te verstrekken was hij er desalniettemin in geslaagd
een nauwkeurige reportage over deze beschamende gebeurtenis te maken, die
echter nooit is uitgezonden omdat de toenmalige televisiecommissaris Jan Willem
Rengelink de uitzending botweg verboden had. Zo bleef de documentaire achter
slot en grendel op de planken liggen en was later nergens meer te vinden.
Gewoon spoorloos verdwenen! Wij kunnen er gerust van uit gaan, dat het ruwe
materiaal vernietigd is. Een tweede documentaire van Verkijk over hetzelfde
onderwerp, die wel aanzienlijk korter was dan de eerste, werd door de VARA-voorzitter
Jaap Burger persoonlijk verboden, waarbij het niet uitgesloten is dat dit in
overleg met de toenmalige regering gebeurde gezien het feit dat Jaap Burger
onder Willem Drees oud-fractievoorzitter van de PvdA was.
![]() |
| De PSP'er Henk Lankhorst |
Hoe dan ook,
Dick Verkijk liet het er niet bij zitten en publiceerde de resultaten van zijn
onderzoek op vrijdag 16 april 1965 in Het Parool, hetgeen nogal enige
opschudding veroorzaakte. Naar aanleiding hiervan wijdde Der Spiegel op
22 december 1965 en 7 februari 1966 twee uitgebreide artikelen met foto’s en
ooggetuigenverslagen aan de pogingen van zowel de VARA-leiding alsook van de Nederlandse
autoriteiten het Van Imhoff-schandaal in de doofpot te stoppen. Dit had
tot gevolg, dat de fractieleider van de PSP in de Tweede Kamer, Lankhorst, op
15 februari 1966 lastige vragen over deze affaire aan de toenmalige minister
van Defensie Piet de Jong (Kabinet Cals) stelde. In zijn reactie wees de Jong
op het onderzoek uit 1956 met het resultaat dat het ministerie van Buitenlandse
Zaken de regering in Bonn destijds liet weten dat geen strafvervolging zou
worden ingesteld. Ook in maart 1966 werd in de Eerste Kamer door de PSP,
gesteund door de PvdA en de ARP, een voorloper van het CDA, op meer
inlichtingen over de gebeurtenissen rondom de Van Imhoff aangedrongen.
Minister De Jong gaf hierop de schriftelijke reactie, dat er geen onjuiste
beslissingen waren genomen en dus geen grond aanwezig was voor een strafrechtelijke
vervolging tegen de gezagvoerder van de Van Imhoff. De Kamers kwamen
daarna niet meer op het gebeurde terug en de discussie was gesloten.
Zo belandde
de hele affaire opnieuw in de doofpot en werd door de latere publicaties van
Van Heekeren en Bezemer slechts ten dele openbaar gemaakt. Tot op heden werd niemand
verantwoordelijk gesteld voor de dood van 411 geïnterneerde Duitsers en Joden,
waaronder Otto Moszkowicz, waardoor het Van Imhoff-schandaal nog steeds
een zwarte bladzijde in de geschiedenis van maritiem Nederland zal blijven.
Werner
Stauder is van Joodse afkomst en was 34 jaar werkzaam bij de Telegraaf.
Hij
werkt aan een boek over interneringskampen in Nederlands-Indië.















