door Mineke de Vries
Een lange lage gang, aan weerzijden zware deuren. De meeste staan
open. Er is lawaai, gedetineerden lopen rond van hun cel naar de woonkamer. Aan
het einde van de gang een deur met zwaar traliewerk. Daarachter kun je nog net
een grote glazen koepel zien die uitzicht biedt op het licht.
Voor de meesten echter is het licht nog ver weg, of zelfs voor
altijd afgesloten. We lopen in vleugel B, waar de zwaarst gestraften van
gevangenis Zuyder Bos [in Alkmaar] verblijven. Je zit hier niet voor ‘slechts een
enkele moord’, de rest laat zich raden. In de celdeur een luikje, erboven een
nummer, ernaast een bordje met naam van de gevangene en zijn mentor. In de
gemeenschappelijke woonkamer is voor het zoveelste jaar de kerstboom uit de
doos gehaald. Een man van rond de vijftig, holle ogen en een abnormaal
afgetraind lijf - iedereen reageert zich
anders af, zo laat ik mij vertellen - vraagt me in zijn cel. Perzische
tapijtjes, vogeltjes in een kooi, gettoblaster, spelcomputer, twee levensgrote
naaktfoto’s van Tatjana boven het bed - die slepen me overal doorheen - een
prikbord met foto’s. Hij heeft er wat van gemaakt in al die jaren. “Maar ook al
is het kerst, je deur gaat om half 5 dicht. Je kunt een kerstfilm kijken, je
blijft alleen.” Hij heeft zojuist gehoord dat hij er achttien jaar bij krijgt. Maar
de tijd begint te dringen: “Mijn vrouw en dochter zijn ziek, mijn ouders leven
nog, maar voor hoe lang.” Na ons afscheid loopt hij doelloos de gang op.
Alhoewel je weet waarvoor hij zit, is het óók een indrukwekkende ontmoeting van
mens tot mens. Je voelt sympathie, maar raakt verstrengeld in je emoties. Stel
dat hij je dochter had vermoord.
 |
| Om
half 5 vallen de deuren in het slot |
Tussen de muren
Het duurt lang voordat de deur opengaat om vleugel B te
verlaten. Voor een tweede getraliede deur wachten we tussen een groep die van
sporten terugkomt. Waar je ook loopt, overal zie je de hoge muren met gaas met
om de paar meter een camera. Al bij binnenkomst volgt na registratie een check
met poortjes en detectors. De ene na de andere deur valt achter je in het slot,
zelfs het trappenhuis wordt afgeschermd met tralies. Je bent afhankelijk van
anderen die deuren weer voor je openmaken. Binnendoor lopen we naar de
aangrenzende gevangenis Amerswiel, waar gedetineerden in iets vrijere
omstandigheden de laatste jaren van hun straf uitzitten. Opeens staan we buiten,
weliswaar zijn de muren er nog steeds, maar je lijkt beter te kunnen ademhalen.
Twee rijen huizen tegenover elkaar huisvesten elk acht gevangenen. Beneden een
woonkamer/keuken, boven acht kamers. Gedetineerden leggen de wekelijkse bonnen bij
elkaar om inkopen te doen in de winkel op het terrein. Een dorpje met muren
eromheen.
 |
| Je
kunt spullen in je cel zetten, maar je blijft alleen. |
Sorry
Hier praat ik met de Antiliaanse Shurandy - witte halflange
zomerbroek ondanks de vorst, rastastaart op zijn rug - over de Antillen, zijn
familie, over kerst. Een lach lijkt als een masker op zijn gezicht bevroren,
zelfs als hij in één adem zegt waarvoor hij zit: moord, schiet- en
steekpartijen. “Ik ben sinds een paar maanden overgeplaatst, ik ken de jongens
nog niet goed, weet niet hoe ze kerst vieren.” Het lijkt hem ook niet te
schelen. Hij werd van de LTS gestuurd, had een baantje hier en daar en vertrok naar
zijn vriendin in Nederland, waar hij bij de Landmacht wilde. Maar zover kwam het
niet. “Ik ging voor het snelle geld, in een paar dagen verdien je waar je maanden
voor moet werken. Een groep jongens zocht problemen, ik weet nog altijd niet
waarom. Ook al ben ik niet agressief, ik waarschuw maar één keer.” De eerste
tijd in de gevangenis dacht hij veel na, ook over wat hij achterliet, zat in over
zijn familie. “Na een paar jaar ben je wel uitgedacht.” Hij vermoordde een
twintigjarige Antilliaanse jongen. “Ik heb spijt, ik kan sorry zeggen tegen de
vader en moeder van de jongen, maar kan het niet goedmaken.”
Het wordt zijn twaalfde kerst in de cel. Met zijn 34 jaar
heeft hij nog twee jaar te gaan voor de eenzaamheid wordt verruild voor
familie. “We vierden kerst altijd met de familie, maakten samen eten, gingen
naar de kerk. Die echte kerstgewoonten.” Inmiddels is hij gewend dat het anders
is. “Ik denk er niet over na, elke dag is hetzelfde. Ook met oud en nieuw ga ik
gewoon slapen. Het wordt vanzelf Nieuwjaar.”
Voorgaande jaren zaten ze wel bij elkaar in de woonkamer. “Je
kunt wat bestellen van de lijst met lekkernijen van de winkel, krentenbollen,
zoete dingen. Maar er zijn ook jongens die hartstikke gek worden, die gaan hun cel
in, trekken de deur achter zich dicht.” Inmiddels traditiegetrouw belt hij elk
jaar met kerst naar huis. Zelf kan hij niet worden gebeld. Zijn moeder kwam
twee keer op bezoek, verder is er een nichtje dat wel eens langskomt. Met zijn
vriendin verbrak hij spoedig de relatie: “Ze werd lastiggevallen door kennissen
van de vermoorde jongen, maar haar mag niks overkomen door mijn schuld.” Zijn
zeer gelovige moeder gaf hem een Papiamentstalige bijbel, waarin ze psalmen had
aangegeven om te lezen. “Allemaal over je vijanden vergeven. Ik lees er geregeld
in en bid ook weleens.”
Even denkt hij dat Jezus met kerst werd vermoord, maar ook al
werd hij op kerstmis geboren: “Uiteindelijk hebben ze hem toch vermoord. Er
valt niets te vieren.”
 |
Voor
velen is het daglicht uitsluitend te zien omhoogkijkend door de glazen koepel
in de centrale hal waarop de gangen uitkomen. |
Vuurwerk bij bajes
“We doen alles om kerst draaglijk te maken”, zegt Frans
Douw, directeur van de instellingen. “Er zijn extra geestelijk verzorgers van
allerlei geloven, er is een activiteitenprogramma, kerstmaaltijd, kerkdienst,
soms optredens.” Dit wordt georganiseerd door de ‘gedeco’ – de
gedetineerdencommissie. “In onze open inrichting hebben we zelfs een kerstdiner
met gedetineerden en personeel samen.” Voor de ene groep is kerst heel pijnlijk,
die trekt zich terug, anderen maken er maar wat van, aldus Douw. Een
ex-gedetineerde vertelt: “Wij versierden onze afdeling met het personeel. Soms
jatte je wat versiering om je cel op te leuken, maar die lichtjes werden snel teruggehaald.
Wij organiseerden bingo of toernooitjes om dingen te winnen uit het winkeltje.”
Douw herinnert zich nog een oudejaarsavond toen hij in de gevangenis in Zwaag werkte.
“Toen ik traditiegetrouw oliebollen rondbracht, sprak de grootste crimineel
ooit in Nederland, me aan: in zijn zijden kamerkas met een Havana in zijn mond
zei hij een groot vuurwerk te kunnen regelen voor de gevangenen. Ik stemde toe
en een uur later reed een colonne limousines de parkeerplaats op, de achterkleppen
gingen open en we kregen een show te zien van zo’n dertig duizend euro. Het
hele dorp liep uit en het mooie was, het jaar erop stond een mensenmassa te
wachten op het vuurwerk bij de bajes.”
 |
| Opgesloten
in jezelf, omgeven door muren, tralies en camera's |
Overigens was Douw betrokken bij de herziening van de
gevangenis op Bonaire in 2010 en bij de inrichting van een psychiatrische afdeling
in Bon Futura op Curaçao, die overigens zo goed loopt dat personeel werd uitgenodigd
in Rusland te spreken over hun ervaring. Uiterst zorgelijk vindt Douw het
gebrek aan re-integratiemogelijkheden. “Vanwege de kleine gesloten gemeenschap zijn
Curaçaose gevangenen ratten in de val. En dan te bedenken dat Curaçao één van
de hoogste prisonrates (aantal
gevangenen per inwonersaantal) ter wereld heeft.”
Leven opbouwen
In een gevangenis wordt weinig gepraat, volgens Shurendy: “Je
weet vaak niet waarvoor iemand zit en merkt soms pas later dat iemand weg is.”
Een dag bestaat uit een dagdeel werken en een dagdeel sport, activiteiten of je
achter de computer voorbereiden op vrijlating. Shurendy werkte in de keuken, is
huisreiniger en traint asielhonden. De meest valse hond weet hij zo te trainen
dat die weer met mensen kan omgaan. Douw: “Elke hond komt naar hem toe, er moet
wel een wereld achter die zogenaamde oppervlakkigheid liggen.”
Shurendy krijgt hoofdpijn van alle regels. Maar ook van de
rare mannenwereld. “Komt er een nieuwe, moet die eerst weer stoer doen. En wat
buiten gebeurt, gebeurt ook binnen, er zijn geregeld vecht- en steekpartijen.
We worden creatief om dingen te vinden waarvan we wat kunnen maken”, zegt hij lachend
het kamertje rondspeurend. Een bewaker achter camerabeelden bevestigt dat en zoomt
in op een muur: “Hier probeerde er pas één overheen te gaan met zelfgemaakte
haken. Hij wist alleen niet dat er alarmdraden lopen.” Ook Douw kreeg eens het
uiteinde van een scherpgeslepen houten pollepeltje - waarmee in de isoleer
wordt gegeten - tegen zijn hart. De bewaker was vergeten het mee te nemen.
Als Shurendy vrijkomt gaat hij eerst zijn familie bezoeken.
Maar de kans is groot dat hij voordien gepakt wordt: “Ze dreigden me te
vermoorden als ik vrij kwam. Ze mogen het proberen, als ze me neerschieten,
goed voor hen. Alles kan in deze wereld, misschien ben ik dan slachtoffer.” Hij
vindt zichzelf veranderd, probeert bewust dingen goed te doen. “Ik ben tien
jaar ouder en volwassen geworden, wil niet in dezelfde troep terechtkomen. Ik
heb veel gemist, maar wil nog een leven opbouwen en als het lukt een gezin.”
 |
| Het
luikje in de deur waardoor altijd controle mogelijk is. |
Gevoel blokkeren
De Antilliaanse Julian (41) gaat deze kerst op verlof: “Een
geschenk uit de hemel. Ik ga in één rechte lijn naar mijn vriendin en dochter!
En natuurlijk familiebezoekjes, gelukkig blijven ze me ontvangen, het blijft je
bloed.” Het zijn de laatste zes maanden van zijn viereneenhalf jaar in de
Beperkte BeveiligingsInrichting Westlinge. “Je bent niet elke dag aan het
huilen of depressief, maar prettig kan ik het ook niet noemen.” Zijn detenties
‘zijn niet op twee handen te tellen’. De gewapende overvallen met zijn
vereniging (jargon voor bende) waarbij hij als get-away alleen moest rijden,
vonden nooit op Curaçao plaats: “Die schande kan ik mijn moeder niet aandoen.”
Wellicht houdt nu zijn dochter hem uit de cel, want door video’s leerde hij inzien
hoezeer kinderen lijden onder een vader in de cel. “Van celstraf zelf leer je
niks, je komt je contacten uit de bajes buiten tegen en maakt een nieuw plan.” De
vier jaar kerst in de cel, daarover kan hij kort zijn: “Niks deden we. Ja, zo’n
plastic kerstboom en soms werd twintig kilo kip binnengebracht. Eén ding: je moet
je gevoel volledig blokkeren, anders ga je ten onder.” Niet voor niets is het
aantal incidenten na de feestdagen zo hoog, vertelt hij. Iedereen heeft zich
goed gehouden en dan komt de ontlading.
Half vijf ‘s middags. De zware celdeuren vallen dicht. Het
wordt langzaam donker in het land waar je letterlijk en figuurlijk ver van huis
bent geraakt. Opgesloten in je cel en in jezelf. Ook over de lichtkoepel valt
de duisternis. Het is kerstavond.
Foto’s: Mineke de
Vries