Posts tonen met het label criminaliteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label criminaliteit. Alle posts tonen

zaterdag 19 april 2014

Massagesalons en seksindustrie in vizier Belastingdienst

Paramaribo - De Belastingdienst heeft de gehele seksindustrie met haar vele massagesalons in het vizier. Dit wordt vernomen van de directeur der Belastingen Cornelis (Tony) Van Dijk. Er wordt reeds opgetreden, beklemtoont van Dijk. De Belastingdienst heeft geen moreel oordeel over de activiteiten die plaatsvinden en of zaken al dan niet legaal geschieden, maar kijkt alleen of ...

er inkomen wordt genoten. Voorts gaan velen er van uit dat pas als er winst wordt gemaakt, men zich moet wenden tot de Belastingdienst, hetgeen onjuist is. Zodra inkomsten worden gegenereerd, dient men alle verdiensten op te geven.

"Voor de Belastingdienst is het niet van belang of iets legaal dan wel illegaal is. Zolang op het grondgebied van Suriname inkomen wordt genoten, koppelt de wet daaraan de verplichting tot het betalen van belasting", benadrukt Van Dijk, die er op wijst dat het 't prerogatief van het Ministerie van Justitie en Politie is om te onderzoeken of iemand legaal is of al dan niet rechtmatig activiteiten ontplooit.
 
Dit protserige bordeel verrees onlangs in Paramaribo. Foto © Hijn Bijnen
In de massagesalons is er niet zelden sprake van kwesties zoals mensenhandel en minderjarigen die al dan niet onder dwang als prostituee worden ingezet. Voorts zijn er vele illegale Brazilianen in Suriname werkzaam in de seksindustrie en in de goudmijnen. Van Dijk bevestigt dat er ongetwijfeld veel meer Brazilianen in Suriname zijn dan het officiële aantal van iets meer dan vijfduizend dat het Algemeen Bureau voor de Statistiek heeft geregistreerd.

Braziliaansen van nachtclub Diamond in een carnavalsoptocht.


Dit baseert hij op zijn eigen inschattingen die hij heeft gemaakt tijdens de operaties die de Belastingdienst onlangs in het achterland heeft uitgevoerd. Hij onderstreept echter dat het werkelijke aantal illegale en legale Brazilianen voor zijn dienst niet relevant is. "Justitie kijkt naar de rechtmatigheid, of de persoon of iemand legaal is, maar voor de Belastingdienst is dat niet van belang", onderstreept de topman van de Belastingdienst.

Zijn dienst houdt zich puur met het vraagstuk bezig of er inkomsten worden gegenereerd. Dit is eveneens het geval bij de eigenaren van de skalians. De vraag of de werknemers die op de skalians in de Marowijnerivier al dan niet illegaal bezig zijn, is voor de Belastingdienst niet interessant. Van belang is dat de skalianhouders eindelijk over de brug komen en aan hun belastingverplichtingen voldoen. "En we zijn binnenkort terug in het gebied", verzekert Van Dijk.

[van nospang.com, vrijdag, 18 april 2014]


zaterdag 12 april 2014

Kunstroof in Cuba

Carnaval Infantil van Eduardo Abela

Verzamelaar Ramón Cernuda was de eerste die de Cubaanse autoriteiten waarschuwde voor een mogelijke kunstroof. Twee weken geleden verkocht iemand aan de Cubaanse verzamelaar een schilderij in een kunstgalerij in Miami. Het werk was gestolen uit het Museum van Schone Kunsten in Havana. 

Luz Merino, de adjunct-directeur van het museum, zei dat niemand een roof had gemeld, maar dat ze zou kijken in de opslagruimte. Na een zoektocht van drie uur meldde ze Cernuda dat het schilderij dat hij had gekocht inderdaad uit het museum was gestolen. Door wie en wanneer was een raadsel. 

Nog erger was dat Merino verklaarde dat zo’n honderd kunstwerken met een geschatte waarde van duizenden dollars, waren verdwenen. Carnaval Infantil van de Cubaanse avant-garde schilder Eduardo Abela, die zijn bloeiperiode periode in de vroege jaren vijftig van de vorige eeuw, was het eerste werk dat Cernuda in februari in een galerie in Miami vond. Het kleine olieschilderij van 30 bij 20 cemtimeter werd verkocht voor 15.000 US$. 
“We ontdekten dat het was gestolen toen we het werk gingen catalogiseren en een reproductie ervan zagen in een boek over Abela, gepubliceerd in Sevilla, dat duidelijk vermeldde dat het origineel toebehoorde aan de collectie van het Nationale Museun”, aldus Cernuda. “We belden meteen het museum.” 

Cernuda is sinds 2000 eigenaar  van de Cernuda Kunstgalerie in Coral Gables, Florida en heeft in het verleden samengewerkt met speciale FBI-eenheden die zich bezighouden met gestolen kunst en antiek. Na Carnaval Infantil, kreeg Cernuda tien werken te zien van Leopoldo Romañach, die met een mes waren bewerkt. De dieven hadden de schilderijen losgesneden in plaats van de spijkers uit de lijst te halen. Ook deze werken waren gestolen uit het museum in Havana. 

Op 28 februari bevestigde de Cubaanse Nationale Raad van Cultureel Erfgoed dat “een belangrijke roof in het museum was ontdekt.” De meeste gestolen werken dateren uit de periode Arte Cubano, waarin een overgang plaatsvond van de academische naar de moderne school, waarvan Leopoldo Romañach een van de bekendste schilders was. 

Het Nationale Museum voor Schone Kunsten in Havana is in 1913 gesticht en herbergt de meest complete collectie van Cubaanse kunt tussen de zestiende en twintigste eeuw. Dit is niet de eerste maal dat er is gestolen, maar het is wel voor het eerst dat de Cubaanse overheid het heeft toegegeven. 

Carnaval Infantil is nu in handen van de FBI en zal tenslotte worden teruggegeven aan het museum in Havana. 


[van LA Chispa, 5 maart 2014; Bron: El País

zaterdag 29 maart 2014

Trinidadiaanse minister ontslagen wegens onzedelijk gedrag

Mogelijk de stewardess in kwestie
Dr. Glenn Ramadharsingh, minister van sociale ontwikkeling van Trinidad, is per direct ontslagen door premier Kamla Persad-Bissessar. Zij adviseerde de president van Trinidad om de minister te ontlasten van alle taken, nadat een stewardess van Caribbean Airlines een klacht tegen hem indiende. Op 16 maart zou de minister tijdens een binnenlandse vlucht onzedelijk gedrag hebben vertoond tegenover deze stewardess. Hij betastte haar borsten toen hij haar badge vastpakte. De badge was vastgespeld op haar bloes.
Zeker de viespeuk in kwestie

Haar protest over dit gedrag viel niet in goede aarde bij de minister, die haar bedreigde met ontslag. Dit voorval bereikte de pers nadat onderzoeksjournalist Denyse Renne het politieonderzoek over dit onzedelijk gedrag publiceerde.

[uit Dagblad Suriname, 28 maart 2014]

zondag 23 maart 2014

Braziliaanse kerk laakt grootschalige mensenhandel

Thaiza Thomsen, een voormalige Miss Brazilië, verdween
in 2007, vermoedelijk als gevolg van mensenhandel.
Foto © AP
De Katholieke Kerk van Brazilië is een grootschalige mondiale campagne gestart tegen mensenhandel, die inmiddels ook in Suriname is gelanceerd vanuit de Braziliaanse kerkgenootschappen hier te lande. Dit jaar is bij de ‘Campanha Da Fraternidade’ gekozen voor het thema ‘Broederschap en Mensenhandel’ en wat ons land betreft worden er onder meer door Braziliaanse campagnevoerders bezoeken afgelegd aan de Braziliaanse ambassade en diverse scholen en kerken. Tijdens de campagne wordt er vrede gepropageerd tussen Surinamers en Brazilianen en de Braziliaanse gemeenschap zal omstandig geïnformeerd worden over de gevaren van mensenhandel.

[uit De West, 20 maart 2014]

 Worldwide numbers
Adults and children in forced labor, bonded labor, and forced prostitution: 12.3 million
Successful trafficking prosecutions: 4,166
Successful prosecutions related to forced labor: 335
Victims identified: 49,105
Ratio of convicted offenders to victims identified: 8.5%
Ratio of victims identified to estimated victims: 0.4%
Countries that have yet to convict a trafficker under laws in compliance with the Palermo Protocol: 62
Countries without laws, policies or regulations to prevent victims’ deportation: 104
Prevalence of trafficking victims in the world: 1.8 per 1,000 inhabitants
Source: U.S. State Department’s Trafficking in Persons Report 2010

zondag 9 maart 2014

Radioman Roué Hupsel hoort strafeis


Paramaribo - Presentator Roué Hupsel hoorde vrijdag vier maanden celstraf waarvan twee voorwaardelijk onder aftrek met een proeftijd van drie jaar tegen zich eisen, wegens overtreding van de Wet Verdovende Middelen. Ook is een boetevoorstel van SRD 1000, te vervangen door twee maanden hechtenis, tegen hem gedaan. De officier van justitie zegt dat op de luchthaven 929 gram cocaïne in pepers bij de verdachte is aangetroffen. Ze geeft aan dat de man een pakketje van een vriend had ontvangen om die voor een ander mee te nemen naar Nederland. Ze vindt dat de man het pakketje had moeten controleren, omdat controle geen daad van vijandschap is.

Advocaat John Ferdinand pleitte dat zijn cliënt tien dagen in detentie heeft doorgebracht, waarbij de man aan de vooravond van zijn 70ste verjaardag door de rechter-commissaris in vrijheid is gesteld. Hij betoogde dat de man geheel op de valreep spullen aangeboden kreeg van een vriend, die hem eerder zou hebben geholpen.
 
Roué Hupsel
Zijn cliënt kende de man niet als iemand die zich met drugspraktijken bezighoudt en nam daarom het pakketje aan. Hij had vertrouwen en geloof in de vriend. Zijn raadsman zegt dat de rechter-commissaris bij de invrijheidstelling van de man heeft meegenomen dat 'vertrouwen onze maatschappij leefbaar maakt'.

Door handel in verdovende middelen ontstaat wantrouwen. Volgens Ferdinand heeft zijn cliënt geen opzet gehad om drugs te smokkelen. Hij vindt dat de wil van de vetdachte op de voorgrond geplaatst moet worden. Ook raadsman John Bouterse betoogde dat zijn cliënt zijn vriend niet kent als iemand die zich bezighoudt met drugszaken.

De man wilde zijn vriend graag helpen. Hij ging naar Nederland om zijn zieke moeder te bezoeken en zijn 70ste verjaardag te vieren. Hij zag pepers in het pakketje, maar hij heeft het niet verder onderzocht. In zijn laatste woord voerde de verdachte aan dat hij nooit had gedacht dat zijn vriend zoiets met hem zou uithalen. Op 4 april doet de rechter uitspraak.

[van nospang.com, zondag 9 maart 2014]


vrijdag 28 februari 2014

Commissie belicht oorzaken en gevolgen revolutie 1980

Studenten en jonge academici krijgen de kans om meer te weten over de zienswijzen over de revolutie van 25 februari 1980. De gevolgen die de revolutie heeft gehad en nog zal hebben voor de ontwikkelingen in Suriname komen aan bod tijdens het seminar over de oorzaken en gevolgen van de Revolutie 1980. 

De nationale commissie herdenking 25 februari 1980 heeft deze activiteit georganiseerd in verband met de 34ste jaardag van de revolutie. De voorzitter van de commissie die op 7 februari 2011 is ingesteld is Radjen Ramdien. De andere commissieleden zijn Glenn Dest, Borger Breeveld, Caroline Heilbron, Paul Lank en Geo Norden. De commissie heeft als primaire taak activiteiten te organiseren in het kader van de herdenking van 25 februari 1980.

Vijftien militairen onder leiding van sergeant Desiré Delano Bouterse hebben op 25 februari 1980 een omwenteling in ’s landsbestuur bewerkstelligd, waardoor de toenmalige regering buiten functie werd gesteld, zegt de commissie. “Net als in andere landen waar een revolutie heeft plaatsgevonden, zijn de meningen over deze revolutie ook in ons land nog verdeeld.” Volgens de commissie zien sommigen het als een mijlpaal en “een moment waarop Suriname zeggenschap kreeg over zichzelf.” Terwijl anderen het typeren als een moment van anarchie, zegt de commissie, “zijn beide partijen het erover eens dat deze dag een belangrijk keerpunt is in de jonge geschiedenis van Suriname.”

Tijdens het seminar dat morgen in de University Guesthouse wordt gehouden, zal Borger Breeveld praten over ‘Mediaverslaggeving ten tijde van de revolutie’ terwijl August Boldewijn het zal hebben over ‘Gebeurtenissen die hebben geleid tot de staatsgreep van 1980.’ Andere sprekers zijn Maya Manohar, Jules Wijdenbosch, Harvey Naarendorp en Amzad Abdoel.

[van Starnieuws, 27 februari 2014]


woensdag 26 februari 2014

Murder and Mayhem in Suriname



How a president's son tried to help Hezbollah attack the United States

by William Rosenau
  
Dino Bouterse thought he'd struck the deal of a lifetime. It was July 31, 2013, and the head of Suriname's counterterrorism force -- who also happened to be the president's son -- had been carefully cultivating what he hoped would become a lucrative relationship with a pair of Mexican drug smugglers. They had already piloted a "line" for shipping cocaine from Suriname, through Trinidad and Tobago, and on to Fort Lauderdale, Fla., but the Mexicans had in mind a vastly more profitable side venture: building a Hezbollah base in Suriname and arming the Lebanese militant organization against the Americans.


[Lees hier verder in FP Magazine, February 24, 2014]

maandag 24 februari 2014

Zware problematiek onder vastgelopen Antillianen

Kenneth Valks; foto Mineke de Vries

door Mineke de Vries

“De problematiek is zo groot, zo complex; jongens zonder inkomen, zonder opvang, een crimineel verleden, soms hebben ze een beperking. Als ik me er echt instort, verzuip ik.” Kenneth Valks, een meer dan betrokken begeleider van Antilliaanse jongeren en gezinnen, werkt sinds kort in Rotterdam, omdat Den Haag hem teveel werd. Maar: Rotterdam is Den Haag in het kwadraat.

Bij De Nieuwe Kans, organisatie voor dagbehandeling van jongeren vanaf achttien heeft Valks de Antilliaanse jongens onder zijn hoede, die niet zonder reden het vertrouwen in anderen, de samenleving en zichzelf zijn verloren. Door hun gedrag waren ze niet meer welkom in het onderwijs of haakten zelf af. “Koste wat kost wil ik bereiken dat ze via welke onorthodoxe manier dan ook weer op het rechte pad komen. Je bent een druppel op de gloeiende plaat, maar passief toekijken is geen optie. En elk mens dat je vooruit helpt, is er één.” Valks is een opvangnet voor die jongens die niet weten hoe het verder moet, vaak hebben ze meer vertrouwen in hem dan in andere hulpverleners. “Toen ik pas met een politiewagen naar de gevangenis was gebracht om met een jongen te praten die was opgepakt na een oproep in Opsporing verzocht zat deze alleen maar te janken. In al zijn verdriet ging het ook om het gemis aan contact met zijn moeder, waarbij ik beloofde hem te helpen. De volgende dag belde hij om te bedanken; hij zag mijn bezoek als het werk van God omdat hij Hem had gevraagd iemand te sturen om hem te helpen.”
Kenneth Valks; foto Mineke de Vries

Real life
Als hij aan het vertellen slaat, is het of hij continu in een spannende film speelt, maar niets is minder waar, het is de harde werkelijkheid waarin hij probeert te redden wat er te redden valt. “Wat kun je verwachten van een knul van wie zijn moeder –opgepakt vanwege drugssmokkel – ontkent dat hij haar zoon is. Dan ben je twaalf en loop je in je eentje op straat met een wapen op zak.” Of een meisje van veertien dat op school alleen maar huilt. Valks wordt door school opgeroepen. Ze blijkt door haar stiefvader vanaf haar zevende te zijn misbruikt. Het meisje vertelt haar verhaal aan een vertrouwenspersoon, die Valks inschakelt. Ze komt in de crisisopvang bij Jeugdzorg, Valks regelt de aangifte, de wijkagent wordt betrokken om toe te zien op de veiligheid, aangezien de stiefvader - eerder vastgezeten voor pedofilie - haar kan opzoeken. Moeder zet druk op haar dochter om de stiefvader te vergeven, moeder is bang hem te verliezen omdat hij kostwinner is.

Na een schietpartij bij een metrostation heeft het slachtoffer op Facebook wraak gezworen. Valks voorziet afrekeningen, licht de politie in en volgt de zaak. Dader - zoon van een beruchte drugsbaron op Curaçao - en slachtoffer wonen in dezelfde wijk, de kans dat ze elkaar tegenkomen en gaan schieten is groot. Het slachtoffer zat zeven jaar vast, heeft geen inkomen, wat het aannemelijk maakt dat hij zijn frustratie gaat botvieren. 

Een groot risico voor de veiligheid op straat is een jongen van zestien zonder huisvesting, zonder uitkering. Dat laatste is hem met terugwerkende kracht toegekend maar hij moet binnen drie maanden een adres hebben. Ondanks Valks’ contact met juridische commissie, ombudsman, sociale dienst is er nog niet uitbetaald. De frustraties lopen op en het gedrag wordt steeds negatiever. Valks heeft moeite hem in toom te houden.

Valks is de spin in het web bij een gezin waarvan vader op Curaçao woont en moeder de opvoeding niet aankan en amper Nederlands spreekt. Met Jeugdzorg is een gezinsplan opgesteld waarbij dochter 24-uursopvang krijgt en een gezinscoach tien uur per week helpt bij huishouden en opvoeding (slaan is niet okee, fruitschillen uit het raam gooien ook niet) en meegaat naar Schuldhulpverlening.

De straat op
Tussen het werk op straat door gaat Valks met de jongens naar psychiaters, bezoekt ze in psychiatrische instellingen, gevangenis, heeft contact met politie, bezoekt instanties, Jeugdzorg, doet huis- en schoolbezoeken en helpt met aangiftes. “De psychiater - die overigens gespecialiseerd is in het behandelen van Caribische mensen - schrijft zonodig medicijnen voor die ze kunnen nemen als ze in paniek raken, zo kunnen we beter aan hun traject blijven werken. Sommigen sturen we naar taalcursus, want er zijn er die met dertig jaar nog analfabeet zijn. Velen hebben een licht verstandelijke beperking, er zijn psychiatrische jongens bij.”

Alle regels, wetten en instanties in Nederland zijn onbegrijpelijk voor bepaalde Antilliaanse jongens, ze raken letterlijk en figuurlijk het spoor kwijt. Ze moeten meelopen in een systeem dat ze niet kennen, de samenleving is te ingewikkeld. “Heb je geen baan, kun je onmogelijk voldoen aan het leventje wat je had. Sommigen begrijpen niet eens dat ze huur moeten betalen, op Curaçao woon je bij tante of oma. Soms vraag ik me wel eens af waar ze beter af zijn. Maar ze mogen op de Antillen minder stress hebben, daar hebben ze nog minder kans op een inkomen.” Het is dramatisch dat het doelgroepenbeleid is afgeschaft, vindt Valks. “Daardoor is ons werk bijna onmogelijk geworden.”
Een groot deel van Valks dag wordt gekenmerkt door contact met ambtenaren: brieven schrijven aan provincie, bezwaarschriften tegen afwijzing van inkomen, bellen met de ombudsman. “Het bemiddelen tussen instanties die elkaar tegenwerken is om gek van te worden, je ziet door de bomen het bos niet meer en de cliëntdossiers zijn dikke pakken papier. Daarnaast probeer je over alle ambtenarij heen te schreeuwen dat mensen in actie moeten komen, de straat op moeten omdat gevaar dreigt. Ik geef al maanden van te voren aan “December is overvallenmaand, wees voorbereid”, maar uiteindelijk loopt iedereen weer achter de feiten aan. Het is een papieren maatschappij, geregeld vanachter bureaus.”

Kenneth Vals. Foto Mineke de Vries


Nieuwe kans
In Den Haag werkte Valks als casemanager Antillianen en Arubanen bij The Mall, een jongerenwelzijnsorganisatie van Youth for Christ, die werkt met risicoroepen. Het centrum werd recent gesloten omdat de gemeente geen geld meer heeft het jongerenwerk structureel een plek te geven in het reguliere aanbod. Bij The Mall dreigde Valks te verzuipen in de problematiek, er werd aan alle kanten aan hem getrokken voor hulp, ondersteuning en advies. Een burn out dreigde en hij vertrok naar De Nieuw Kans in Rotterdam. “Maar qua problematiek ben ik er niet mee opgeschoten.” De Nieuwe kans helpt met individuele coaches jongeren hun leven te verbeteren. De aanpak is gebaseerd is op jarenlange ervaring met complexe doelgroepen, waarbij het  erom gaat ze zelf tot nieuwe inzichten te laten komen, in eigen leven en de plaats in de samenleving. De doelgroep - met ernstige problemen op alle levensgebieden en uiteenlopende intelligentieniveaus – heeft een complex verleden met elkaar gemeen; sinds jonge leeftijd hebben ze te kampen met een labiele gezinssituatie, ouders met verslaving of psychiatrische problemen, waardoor ze in contact kwamen met detentie, politie, geweld, mishandeling, misbruik en verwaarlozing. Van daaruit werden ze naar een veelheid aan hulpverleningsinstanties gebracht, sommige – niet overdreven – hadden te maken met maar liefst 200 hulpverleners.

Kennis uitdragen
Valks gaat onvermoeibaar door, is in gesprek met de reclassering om workshops te geven hoe om te gaan met een doelgroep, die geen of een foute opvoeding heeft gehad en daardoor heftig kan reageren tijdens begeleiding. Hij geeft interviews, pas nog voor het Caribisch Netwerk en is bezig een platform op te zetten met Antilliaanse professionals, waarin kennis wordt gedeeld en mensen worden opgeleid. “Kennis is waar het om gaat, want daarop kun je beleid ontwikkelen.” Ook schreef hij een plan om op Curaçao een jongerencentrum nieuw leven in te blazen waarbij jongens uitstromen met vakkennis. Over alle ervaringen die hij in zijn hoofd heeft, wil hij schrijven. Zo verscheen recent zijn boek Kind van de rekening, over jongens die uitvallen vanwege het feit dat ze de ouderlijke steun moeten ontberen. Het boek is geschreven voor studenten in de sociale studies, docenten, beleidsbepalers etc. Zeker voor studenten is het nuttig te lezen wat er in het veld gebeurt, voor ze erin worden losgelaten. Want net afgestudeerden snappen niks van complexe zaken.” Inmiddels is hij bezig met een volgend boek, bestaande uit casussen. Waar hij kan, zet hij zijn ervaringen om in woorden om anderen tot steun te zijn en zijn deskundigheid te verspreiden.

Foto Mineke de Vries

Trauma’s
Zijn eigen verleden maakt dat hij de jongens begrijpt en zij voelen dat hij het snapt. Zijn eigen traumatische verleden is een hulpmiddel om jongeren verder te helpen. Geboren op Knip, werd hij met nog vijf kleinkinderen opgevoed door oma die werkte voor de eigenaar van het landhuis. Vader was zeeman, moeder werkte in de stad voor Van Eps advocaten. “We droegen hun afgedankte kleren en lazen hun boeken.” Ze hielden zich bezig met tarief heffen voor de toeristen op het strand en gingen vrijdags met de pick up geiten ophalen om die te verkopen. “Het was arm, er was geen water en elektriciteit, ik studeerde bij een petroleumlamp. We leefden op melk en funchi en als de vissers waren geweest kregen we wel eens wat van de emmers vis. We hadden een koelkast op benzine, maar die zat op slot.” De armoede was te verdragen, het gebrek aan liefde en de mishandelingen niet. “Ik lag vaak te janken op bed. Vader mishandelde ons en we gingen dan maar weer terug naar oma, maar ook die ramde erop los, het was geen tijd van praten. We mochten niet zwemmen maar deden we dat toch, streek oma met haar vinger achter je oor en proefde of het zout was. Dan kreeg je slaag met de takken van de kalabasbomen, die in het water hadden geweekt, zodat  de knoppen waren opgezwollen.” Hij ging op school in Westpunt, Barber, Soto. “Later reed een man ons naar school in Punda,  zodat we naar het Thomascollege en het MIL konden. Ik heb hem een paar jaar geleden nog opgezocht om hem te bedanken.”


“Omdat het thuis niet te harden was, sliep ik op straat en vluchtte uiteindelijk naar Aruba. Het leven was vreselijk, ik heb nooit liefde gehad, wat je opbreekt je tijdens je groei naar volwassenheid.” 
In 1984 vestigde Kenneth Valks zich definitief in Nederland en heeft zich sindsdien ingezet bij allerlei organisaties voor opvang en welzijn van Antillianen. Na zijn  therapie in Nederland voelde hij zich herboren en herstelde de relatie met zijn ouders, waarmee hij zich bevrijdde van zijn trauma’s. “Soms voel ik zelf de tranen weer opkomen als ik de verhalen van de jongens hoor. Maar dan vertel ik ze mijn verleden om ze hoop te geven.”


[uit Amigoe, 15 februari 2014]

zondag 16 februari 2014

Gevangen in jezelf


door Mineke de Vries

Een lange lage gang,  aan weerzijden zware deuren. De meeste staan open. Er is lawaai, gedetineerden lopen rond van hun cel naar de woonkamer. Aan het einde van de gang een deur met zwaar traliewerk. Daarachter kun je nog net een grote glazen koepel zien die uitzicht biedt op het licht.

Voor de meesten echter is het licht nog ver weg, of zelfs voor altijd afgesloten. We lopen in vleugel B, waar de zwaarst gestraften van gevangenis Zuyder Bos [in Alkmaar] verblijven. Je zit hier niet voor ‘slechts een enkele moord’, de rest laat zich raden. In de celdeur een luikje, erboven een nummer, ernaast een bordje met naam van de gevangene en zijn mentor. In de gemeenschappelijke woonkamer is voor het zoveelste jaar de kerstboom uit de doos gehaald. Een man van rond de vijftig, holle ogen en een abnormaal afgetraind lijf -  iedereen reageert zich anders af, zo laat ik mij vertellen - vraagt me in zijn cel. Perzische tapijtjes, vogeltjes in een kooi, gettoblaster, spelcomputer, twee levensgrote naaktfoto’s van Tatjana boven het bed - die slepen me overal doorheen - een prikbord met foto’s. Hij heeft er wat van gemaakt in al die jaren. “Maar ook al is het kerst, je deur gaat om half 5 dicht. Je kunt een kerstfilm kijken, je blijft alleen.” Hij heeft zojuist gehoord dat hij er achttien jaar bij krijgt. Maar de tijd begint te dringen: “Mijn vrouw en dochter zijn ziek, mijn ouders leven nog, maar voor hoe lang.” Na ons afscheid loopt hij doelloos de gang op. Alhoewel je weet waarvoor hij zit, is het óók een indrukwekkende ontmoeting van mens tot mens. Je voelt sympathie, maar raakt verstrengeld in je emoties. Stel dat hij je dochter had vermoord.

Om half 5 vallen de deuren in het slot


Tussen de muren
Het duurt lang voordat de deur opengaat om vleugel B te verlaten. Voor een tweede getraliede deur wachten we tussen een groep die van sporten terugkomt. Waar je ook loopt, overal zie je de hoge muren met gaas met om de paar meter een camera. Al bij binnenkomst volgt na registratie een check met poortjes en detectors. De ene na de andere deur valt achter je in het slot, zelfs het trappenhuis wordt afgeschermd met tralies. Je bent afhankelijk van anderen die deuren weer voor je openmaken. Binnendoor lopen we naar de aangrenzende gevangenis Amerswiel, waar gedetineerden in iets vrijere omstandigheden de laatste jaren van hun straf uitzitten. Opeens staan we buiten, weliswaar zijn de muren er nog steeds, maar je lijkt beter te kunnen ademhalen. Twee rijen huizen tegenover elkaar huisvesten elk acht gevangenen. Beneden een woonkamer/keuken, boven acht kamers. Gedetineerden leggen de wekelijkse bonnen bij elkaar om inkopen te doen in de winkel op het terrein. Een dorpje met muren eromheen.

Je kunt spullen in je cel zetten, maar je blijft alleen.

 Sorry
Hier praat ik met de Antiliaanse Shurandy - witte halflange zomerbroek ondanks de vorst, rastastaart op zijn rug - over de Antillen, zijn familie, over kerst. Een lach lijkt als een masker op zijn gezicht bevroren, zelfs als hij in één adem zegt waarvoor hij zit: moord, schiet- en steekpartijen. “Ik ben sinds een paar maanden overgeplaatst, ik ken de jongens nog niet goed, weet niet hoe ze kerst vieren.” Het lijkt hem ook niet te schelen. Hij werd van de LTS gestuurd, had een baantje hier en daar en vertrok naar zijn vriendin in Nederland, waar hij bij de Landmacht wilde. Maar zover kwam het niet. “Ik ging voor het snelle geld, in een paar dagen verdien je waar je maanden voor moet werken. Een groep jongens zocht problemen, ik weet nog altijd niet waarom. Ook al ben ik niet agressief, ik waarschuw maar één keer.” De eerste tijd in de gevangenis dacht hij veel na, ook over wat hij achterliet, zat in over zijn familie. “Na een paar jaar ben je wel uitgedacht.” Hij vermoordde een twintigjarige Antilliaanse jongen. “Ik heb spijt, ik kan sorry zeggen tegen de vader en moeder van de jongen, maar kan het niet goedmaken.”

Het wordt zijn twaalfde kerst in de cel. Met zijn 34 jaar heeft hij nog twee jaar te gaan voor de eenzaamheid wordt verruild voor familie. “We vierden kerst altijd met de familie, maakten samen eten, gingen naar de kerk. Die echte kerstgewoonten.” Inmiddels is hij gewend dat het anders is. “Ik denk er niet over na, elke dag is hetzelfde. Ook met oud en nieuw ga ik gewoon slapen. Het wordt vanzelf Nieuwjaar.”
Voorgaande jaren zaten ze wel bij elkaar in de woonkamer. “Je kunt wat bestellen van de lijst met lekkernijen van de winkel, krentenbollen, zoete dingen. Maar er zijn ook jongens die hartstikke gek worden, die gaan hun cel in, trekken de deur achter zich dicht.” Inmiddels traditiegetrouw belt hij elk jaar met kerst naar huis. Zelf kan hij niet worden gebeld. Zijn moeder kwam twee keer op bezoek, verder is er een nichtje dat wel eens langskomt. Met zijn vriendin verbrak hij spoedig de relatie: “Ze werd lastiggevallen door kennissen van de vermoorde jongen, maar haar mag niks overkomen door mijn schuld.” Zijn zeer gelovige moeder gaf hem een Papiamentstalige bijbel, waarin ze psalmen had aangegeven om te lezen. “Allemaal over je vijanden vergeven. Ik lees er geregeld in en bid ook weleens.”
Even denkt hij dat Jezus met kerst werd vermoord, maar ook al werd hij op kerstmis geboren: “Uiteindelijk hebben ze hem toch vermoord. Er valt niets te vieren.”

Voor velen is het daglicht uitsluitend te zien omhoogkijkend door de
 glazen koepel in de centrale hal waarop de gangen uitkomen.


Vuurwerk bij bajes
“We doen alles om kerst draaglijk te maken”, zegt Frans Douw, directeur van de instellingen. “Er zijn extra geestelijk verzorgers van allerlei geloven, er is een activiteitenprogramma, kerstmaaltijd, kerkdienst, soms optredens.” Dit wordt georganiseerd door de ‘gedeco’ – de gedetineerdencommissie. “In onze open inrichting hebben we zelfs een kerstdiner met gedetineerden en personeel samen.” Voor de ene groep is kerst heel pijnlijk, die trekt zich terug, anderen maken er maar wat van, aldus Douw. Een ex-gedetineerde vertelt: “Wij versierden onze afdeling met het personeel. Soms jatte je wat versiering om je cel op te leuken, maar die lichtjes werden snel teruggehaald. Wij organiseerden bingo of toernooitjes om dingen te winnen uit het winkeltje.” Douw herinnert zich nog een oudejaarsavond toen hij in de gevangenis in Zwaag werkte. “Toen ik traditiegetrouw oliebollen rondbracht, sprak de grootste crimineel ooit in Nederland, me aan: in zijn zijden kamerkas met een Havana in zijn mond zei hij een groot vuurwerk te kunnen regelen voor de gevangenen. Ik stemde toe en een uur later reed een colonne limousines de parkeerplaats op, de achterkleppen gingen open en we kregen een show te zien van zo’n dertig duizend euro. Het hele dorp liep uit en het mooie was, het jaar erop stond een mensenmassa te wachten op het vuurwerk bij de bajes.”

Opgesloten in jezelf, omgeven door muren, tralies en camera's


Overigens was Douw betrokken bij de herziening van de gevangenis op Bonaire in 2010 en bij de inrichting van een psychiatrische afdeling in Bon Futura op Curaçao, die overigens zo goed loopt dat personeel werd uitgenodigd in Rusland te spreken over hun ervaring. Uiterst zorgelijk vindt Douw het gebrek aan re-integratiemogelijkheden. “Vanwege de kleine gesloten gemeenschap zijn Curaçaose gevangenen ratten in de val. En dan te bedenken dat Curaçao één van de hoogste prisonrates (aantal gevangenen per inwonersaantal) ter wereld heeft.”

Leven opbouwen
In een gevangenis wordt weinig gepraat, volgens Shurendy: “Je weet vaak niet waarvoor iemand zit en merkt soms pas later dat iemand weg is.” Een dag bestaat uit een dagdeel werken en een dagdeel sport, activiteiten of je achter de computer voorbereiden op vrijlating. Shurendy werkte in de keuken, is huisreiniger en traint asielhonden. De meest valse hond weet hij zo te trainen dat die weer met mensen kan omgaan. Douw: “Elke hond komt naar hem toe, er moet wel een wereld achter die zogenaamde oppervlakkigheid liggen.”
Shurendy krijgt hoofdpijn van alle regels. Maar ook van de rare mannenwereld. “Komt er een nieuwe, moet die eerst weer stoer doen. En wat buiten gebeurt, gebeurt ook binnen, er zijn geregeld vecht- en steekpartijen. We worden creatief om dingen te vinden waarvan we wat kunnen maken”, zegt hij lachend het kamertje rondspeurend. Een bewaker achter camerabeelden bevestigt dat en zoomt in op een muur: “Hier probeerde er pas één overheen te gaan met zelfgemaakte haken. Hij wist alleen niet dat er alarmdraden lopen.” Ook Douw kreeg eens het uiteinde van een scherpgeslepen houten pollepeltje - waarmee in de isoleer wordt gegeten - tegen zijn hart. De bewaker was vergeten het mee te nemen.

Als Shurendy vrijkomt gaat hij eerst zijn familie bezoeken. Maar de kans is groot dat hij voordien gepakt wordt: “Ze dreigden me te vermoorden als ik vrij kwam. Ze mogen het proberen, als ze me neerschieten, goed voor hen. Alles kan in deze wereld, misschien ben ik dan slachtoffer.” Hij vindt zichzelf veranderd, probeert bewust dingen goed te doen. “Ik ben tien jaar ouder en volwassen geworden, wil niet in dezelfde troep terechtkomen. Ik heb veel gemist, maar wil nog een leven opbouwen en als het lukt een gezin.”

Het luikje in de deur waardoor altijd controle mogelijk is.



Gevoel blokkeren
De Antilliaanse Julian (41) gaat deze kerst op verlof: “Een geschenk uit de hemel. Ik ga in één rechte lijn naar mijn vriendin en dochter! En natuurlijk familiebezoekjes, gelukkig blijven ze me ontvangen, het blijft je bloed.” Het zijn de laatste zes maanden van zijn viereneenhalf jaar in de Beperkte BeveiligingsInrichting Westlinge. “Je bent niet elke dag aan het huilen of depressief, maar prettig kan ik het ook niet noemen.” Zijn detenties ‘zijn niet op twee handen te tellen’. De gewapende overvallen met zijn vereniging (jargon voor bende) waarbij hij als get-away alleen moest rijden, vonden nooit op Curaçao plaats: “Die schande kan ik mijn moeder niet aandoen.” Wellicht houdt nu zijn dochter hem uit de cel, want door video’s leerde hij inzien hoezeer kinderen lijden onder een vader in de cel. “Van celstraf zelf leer je niks, je komt je contacten uit de bajes buiten tegen en maakt een nieuw plan.” De vier jaar kerst in de cel, daarover kan hij kort zijn: “Niks deden we. Ja, zo’n plastic kerstboom en soms werd twintig kilo kip binnengebracht. Eén ding: je moet je gevoel volledig blokkeren, anders ga je ten onder.” Niet voor niets is het aantal incidenten na de feestdagen zo hoog, vertelt hij. Iedereen heeft zich goed gehouden en dan komt de ontlading.

Half vijf ‘s middags. De zware celdeuren vallen dicht. Het wordt langzaam donker in het land waar je letterlijk en figuurlijk ver van huis bent geraakt. Opgesloten in je cel en in jezelf. Ook over de lichtkoepel valt de duisternis. Het is kerstavond.


Foto’s: Mineke de Vries


zaterdag 15 februari 2014

Made in prison

Jorge Amadi. Alle foto's © Mineke de Vries
door Mineke de Vries

Vier jaar zat hij gevangen in de penitentiaire instelling Lelystad. Vier jaar die hij gebruikt heeft om een geheel nieuwe weg in te slaan. Onder zijn pseudoniem Jengo Amadi - ‘vrij man die aan het opbouwen is’ -  schreef hij een boek over het eenzame proces van zijn omslag tijdens detentie. Zijn ervaring en inzichten gebruikt hij nu om voorlichting te geven aan scholieren, slachtoffers en gedetineerden.

Jorge Amadi
Ondanks dat we elkaar vaker hebben ontmoet, vertelt Jengo Amadi nu in zijn kantoor in Amersfoort zijn gehele verhaal. Een verhaal dat ook niet in een paar ontmoetingen verteld kón worden: zijn chaotische jeugd, heen en werd gesleept tussen Curaçao en Nederland, heen en weer geslingerd tussen verschillende ‘vaders’ en deel uitmakend van diverse criminele circuits. Uiteindelijk resulteerde dat alles in een poging tot moord, waarvan hij zich wist vrij te pleiten, maar wel werd hij opgepakt voor diverse gewapende overvallen, wat hem een eis van tien jaar gevangenisstraf opleverde. Hoewel voor velen gevangenisstraf weinig zin heeft - zij vervallen na hun detentie snel in hetzelfde patroon - betekende zijn opsluiting voor Amadi een zware weg naar binnen, een eenzaam proces waarbij hij zich moest afsluiten van de machocultuur van andere gevangenen. Als herboren kwam hij vrij en bouwt met al zijn energie aan een nieuwe toekomst. Hij gebruikt zijn kennis om anderen te weerhouden van het pad dat hij ging.

Roffa
“Ik weet hoe gek het klinkt, maar als crimineel had ik mijn eigen verknipte normen: jatten was achterbaks. Als kind stal ik ooit iets uit een winkeltje op de Jan Noorduynweg, maar ging het later terugleggen. Ik beroofde liever iemand dan dat ik stiekem van hem jatte. Overvallen waren eerlijker, je liet zien wat je deed. Ook op straat of thuis iemand overvallen is niet tof, in een bedrijf leek het anders.”  De nu keurig geklede kantoorman Amadi laat me een paar filmpjes zien om de tegenstelling te laten voelen met zijn tijd op straat, filmpjes van een Amadi met capuchon over zijn hoofd, met zijn ‘gang’ plannen makend in grove staattaal. Maar ook laat hij een filmpje zien van hemzelf in een wit pak, een wit kistje in zijn handen met witte bloemen erop: deze Amadi legt zijn zoontje Tony van acht dagen oud in zijn grafje. Een man die met zijn 29 jaar de wereld van zoveel kanten heeft gezien. Zijn lijf draagt de zichtbare herinnering: op één pols de tatoeage Roffa, straattaal voor Rotterdam, op de andere 5314, de zonegrens van Rotterdam, maar ook cijfers van zijn registratienummer in de gevangenis. In zijn hals Chinese tekens die Toni betekenen.

Amadi heeft zijn eigen kantoor vanwaar hij zijn
 bedrijfsactiviteiten uitvoert
Criminaliteitcultuur
“Het is zo jammer dat we op Curaçao toelaten dat criminaliteit deel uitmaakt van die cultuur. Het cliché is werkelijkheid: vaders lopen weg, moeders blijven alleen en als zoon wil je voor je moeder het gebrek aan middelen oplossen. Het is zó makkelijk die straathandel in drugs, het is zó makkelijk om aan vuurwapens te komen.” Hijzelf is het levende ’clichévoorbeeld’; daarvoor gaan we in vogelvlucht door Amadi’s complexe jeugd. “Ik ben geboren uit een typisch Antilliaans avontuur op Banda’bou: vader was al getrouwd en ging weg toen mijn moeder zwanger bleek.” Moeder hertrouwde, maar deze vader - die hij nog altijd als zijn echte vader ervaart - ging weg toen Jengo tien was. Pas toen vertelde zijn moeder hem dat de vader om wie hij zo verdrietig was, zijn vader niet was. “Ik raakte vreselijk in de war. Eigenlijk is de ellende toen begonnen, ik verviel in slachtofferschap, alles wat fout ging, kwam van mijn biologische vader, maar ook vroeg ik me af waar hij was om me te helpen als ik werd geslagen.” Er kwam snel een derde vader, met wie Jengo veel moeite had maar die hij waardeert om de financiën die hij stak in de educatie van de kinderen. Met zijn broer en zus van weer andere vaders verhuisde het gezin om de paar jaar met of zonder vader van Nederland naar Curaçao. Amadi: “Voordeel is dat ik honderd procent Antilliaan en honderd procent Nederlander ben omdat ik van kleuterschool tot middelbare school alles dubbel deed. Ik praat zowel keurig Papiaments als Nederlands, zowel straattaal Papiaments als Nederlands.” Op zijn twaalfde was hij boos toen hij  terug naar Curaçao moest. “Toen begon het spijbelen op het MIL, ik zette zelf cijfers boven mijn lege blaadjes en liep dan de klas uit. Werd van school gestuurd naar de Sint Jozef Mavo, die ik niet afmaakte.”

Toen zijn moeder op zijn zestiende - inmiddels weer in Nederland - besloot terug te gaan naar Curaçao, wilde hij in Rotterdam blijven, onder voogdij van Jeugdzorg. “Maar ik kwam letterlijk op straat te staan en deed die avond een tasjesroof en werd op heterdaad betrapt. Dan zit je in de cel met dertig anderen die alleen dié avond in Rotterdam zijn opgepakt. Mijn moeder kwam terug en vond mij in de gevangenis. We vertrokken uit Rotterdam om ons te vestigden in een klein dorp in de polder, daar zou het beter gaan. Maar ook daar zag ik algauw kans crack te gaan verkopen in mijn Antilliaanse circuit, veel betere dan de plaatselijke jongens verkochten, wat veel jaloezie en dus geweld opriep. Mijn broer werd opgepakt, ik niet, maar ik kwam vrijwel nooit meer op school.” 

In zijn boek Eens een boef beschrijft Amadi
 de moeizame weg naar zijn mentale genezing,
 vanaf zijn veroordeling tot aan zijn vrijlating
Bewuste misdaad, bewust herstel
Wel werd hij kort daarna opgepakt voor diverse overvallen en de eis van tien jaar werd vier jaar en vier maanden, waarvan drie en een half jaar binnen, de rest met enkelband. “Ik kan je zeggen hoe tergend langzaam de tijd in een cel gaat. Tik-tak-tik-tak. Gaat om vijf uur de cel dicht denk je maar één ding: weer een dag voorbij. Dan de avond zien door te komen in je eentje: opdrukken, tv kijken, rondlopen, naar buiten kijken, rapteksten schrijven. Dan denk je dat er uren voorbij zijn en blijken het maar zeven minuten te zijn.” Tijdens zijn veroordeling was zijn toenmalige vriendin zwanger. “Nogal confronterend als het luikje van je cel wordt opengedaan en iemand roept: je bent vader geworden.” De invloed van dit dochtertje Angela op zijn herstel beschrijft Jengo ontroerend in zijn boek Eens een boef. Ondanks de scheiding ziet hij Angela nog regelmatig. Tijdens zijn detentie kreeg hij een relatie met een oude vriendin maar eenmaal buiten bleek dat hij dat in zijn opsluiting had geromantiseerd. Wel heeft zij door de vele gesprekken zijn kijk op de rol van een vrouw veranderd. “Het lijkt soms alsof het over een ander gaat als ik erover praat, maar ik heb alles heel bewust meegemaakt, elke misdaad maar ook elke verandering naar de goede weg.” In zijn boek beschrijft hij het proces waar hij doorheen ging. Hij moest zich afsluiten van anderen gedetineerden en hun hoon en spot aanhoren. Het maakte hem eenzaam en in zichzelf gekeerd. Hij kwam erachter dat als hij een ander leven wilde zichzelf in de spiegel moest aankijken en stoppen met anderen de schuld geven. Hij initieerde een ontmoeting met zijn vader en rekende af met zijn verleden,  hij kwam één van zijn slachtoffers onder ogen en realiseerde zich de blijvende ravage die hij in dat leven had aangebracht. Hij viel diep maar herstelde. Hij deed de tv weg uit zijn cel en begon met studeren. “Ik heb mijn tijd goed gebruikt, en kan nu zeggen dat ik blij ben dat ik gezeten heb.”

Jorge Amadi
Herstel en terugkeer
Momenteel vertelt Amadi op scholen, in penitentiaire inrichtingen, bij slachtofferhulp zijn verhaal. Hij spreekt bij diverse instanties over de functies van vrijheidsstraf: herscholing, jezelf leren kennen, zingeving. Celstraf heeft alleen dan zin als het niet neerkomt op uitzitten. Hij wijst mensen in praktische zin de weg met opbouwen van hun leven na detentie. “Ik voel vaak dat mijn houding respect afdwingt, anderen willen mijn voorbeeld volgen. Soms vind ik het belastend dat het zo goed met me gaat, omdat het anderen niet goed gaat.” Confronterend daarin was onze tocht door de gevangenisgangen - de eerste keer dat hij weer ‘binnen’ was na zijn vrijlating - waarbij Jengo steeds stiller werd en zich realiseerde dat voor hen niks veranderd was.
Amadi is verder actief in de Stichting Herstel en Terugkeer, een instantie die zich richt op het samenkomen van gedetineerden, ex-gedetineerden, ouders, slachtoffers, gevangenisdirecteuren, officieren van justitie etcetera. “Door samen de confrontatie aan te gaan, de vragen te stellen waarmee iedereen loopt, ontstaat respect en begrip voor elkaar. En alleen door begrip kan verwerking plaatsvinden.” De insteek is om de mens naar voren te halen, zonder labels en etiketten, waarbij geldt dat iedereen recht van spreken heeft.
Tevens is hij bezig met het oprichten van Made in prison, een bedrijf dat in de gevangenis gemaakte spullen verkoopt. “Langzaamaan verleggen we de visie naar mensen die in de gevangenis een andere persoon zijn geworden. We werken nog uit hoe we dit goed vorm kunnen geven. Naast de verkoop van spullen, willen we documentaires en voorlichtingsmateriaal maken om fondsen te werven voor kennis en preventie. We maken daarin een statement om vanaf nu niet meer te praten over ex-gedetineerden, maar mensen met een detentieverleden, een wezenlijk verschil in wat je hébt, niet wat je bént.”

Jorge Amadi
Gebroken vertrouwen
“Ik was 26 toen ik vrij kwam, dan is het alsof de tijd heeft stilgestaan, er waren smartphones, er was facebook, ik wist niet wat pingen was. Ik stapte in de bus en raakte ontroerd toen ik een levende hond zag, niet één op tv. Ik schrok toen ik mensen zag hollen, dacht meteen dat het een vechtpartij was, maar het waren kinderen op een speelplein. Ik was veilig.” Jengo Amadi heeft nu rust. Hij trouwde in 2012 en wordt deze zomer weer vader. Hij bouwt aan financiële zekerheid, wil binnenkort een eigen huis kopen, waar hij oud kan worden en dood kan gaan. “Als ik ’s morgens wakker wordt, dans en zing ik, ik geniet van mijn leven als een gek.

Maar hoe ik ook veranderd ben, ik draag altijd die teleurstelling bij me van de kleine jongen op Curaçao, aan wie beloofd was dat er mensen kwamen om het voetbalveld te repareren, maar die nooit kwamen. Je had op de partij gestemd, die het beloofd had. Verwachtingen van een klein kind verwerden tot wantrouwen. Dat gevoel heeft me nooit losgelaten. En met mij hebben zoveel dat. Als reactie pakken we uit frustratie onze wapens en reageren ons met militant gedrag af op onschuldige burgers. Dáár moeten we massaal verandering in aanbrengen. Als je zo stoer bent om uit geldgebrek overvallen te plegen, wees dan ook zo stoer om zonder wapens, maar mét een statement naar Fort Amsterdam te gaan. Zelf het schoolvoorbeeld van de Antilliaanse cultuur wil ik nu het voorbeeld zijn van de verandering.”


woensdag 22 januari 2014

Robby Morroy: ‘We vieren het feest van de illegaliteit’

Robby Morroy
door Genaro Alpin

Ondanks de vele protesten van de buurtbewoners is de Connection Mall afgelopen zaterdag toch geopend [aan de Henkiweg in Paramaribo]. Robby Morroy geeft in gesprek met Dagblad Suriname aan dat de vergunningen voor de opening van de mall zijn verstrekt door de districtscommissaris. De opening is dan ook een klap in het gezicht van de bewoners die protesteren. Hij wil weten wat met al de bezwaarschriften van de buurtbewoners is gebeurd. Het staatsadvertentieblad is nauwlettend in de gaten gehouden en voor elke unit, waarvoor er een vergunning werd aangevraagd, is er een bezwaarschrift geschreven. Opmerkelijk is dat voor geen enkele verstrekte vergunning een bekendmaking is geplaatst.

Brief van advocaat
Morroy geeft nu aan dat hij een brief heeft ontvangen van de advocaat van de Connection Mall, waarin hij wordt bedreigd naar het gerecht gesleept te zullen worden, omdat hij ze schade berokkent door zijn mening te ventileren via de pers. In de brief staat dat enkele unithouders zich als gevolg van de acties, die Morroy heeft ontplooid, hebben teruggetrokken. Via een bron bij het ministerie van Handel en Industrie heeft hij vernomen dat er voor het eerst zoveel protesten zijn binnengekomen, ongeveer 24 tot 30, van buurtbewoners die het niet eens zijn met de komst van winkelunits. Vreemd dat alleen Morroy een brief van de advocaat ontvangt. De overige buurtbewoners mogen zo te zien wel bezwaren deponeren, zonder bedreigd te worden met een rechtszaak. ‘De vergunningen zijn niet verstrekt, en als ze zijn verstrekt dan wordt er geen rekening gehouden met de buurt.’


Moedeloze burgers voor de Connection Mall

De mensen worden moedeloos, omdat ze blijven protesteren zonder resultaat. Morroy is wel van mening dat wanneer de eigenaar van de units een advocaat in de arm neemt, hij de ‘nattigheid’ begint te voelen. De illegaliteit moet worden teruggedraaid. Het openen van de mall met luide muziek typeert hij als ‘het vieren van het feest van de illegaliteit’. Concreet wordt geprotesteerd tegen de gronden waarop de vergunning is verstrekt. Volgens Morroy zijn de gronden waarop de vergunning is verstrekt, niet rechtsgeldig.

[uit Dagblad Suriname, 22-01-2014] 

vrijdag 10 januari 2014

Murder of former Miss Venezuela spotlights country's rampant crime

The murder of former Miss Venezuela Monica Spear and a companion in a roadside robbery was only unusual for the famous name in a country that suffers one of the world's highest murder rates.


by Whitney Eulich

A Venezuelan beauty queen was killed last night in a reminder of the uglier side of Venezuela. Monica Spear, the 2004 Miss Venezuela and an international Spanish-language soap-opera star, was shot along with her companion Thomas Henry Berry on the road between Valencia and Puerto Cabello.

They were awaiting a tow truck after their car broke down, according to local news reports. Their five-year-old daughter was hurt in the suspected robbery, but is in stable condition.

Many took to social media to lament Spear’s slaying and share condolences. But take away the famous name and the deaths were all too familiar in a country where “express” kidnappings – in which victims are driven around town and forced to drain their bank accounts at gunpoint – are reported weekly and crime rates are notoriously high.

Venezuela has one of the highest murder rates in the world. According to a December report by the Venezuelan Observatory on Violence, an NGO, there were 24,763 murders in Venezuela in 2013, a 14 percent rise in homicides from 2012. UN data from 2010 shows that Venezuela had the fourth highest murder rate in the world behind Honduras, El Salvador, and Jamaica.
Mónica Spear

Last May, President Nicolás Maduro rolled out a security plan dubbed “Patria Segura,” which included mobilizing the military alongside the national police to fight crime. Juan Cristobal Nagel writes in The Caracas Chronicles, an opposition blog, that the homicide rate this year of about 79 people per 100,000 displayed the failure of the government’s program:

In a normal country, the wave of violence alone would be cause for impeachment – from the President, all the way down to the Supreme Court in charge of handing out “justice.” But these are deaths without guilt – according to chavista talking points nobody is responsible, it’s a worldwide trend, and … let’ talk about faulty poverty statistics instead!

David Smilde and Rebecca Hanson from the Washington Office on Latin America in October looked into the question of what Venezuelans think can be done to reduce crime there. The economy is sputtering, inflation is sky high at 54 percent, and shortages of everything from toilet paper to sugar are rampant. However, the top response (respondents selected three measures from a list of seven, noted in full below*) in a survey implemented by polling firm Datanalisis was “improving family values.”
Protestherdenking in Venezuela. Foto © Juan Barreto

Family values was the most common first choice for reducing crime with almost 30% naming it. Indeed 67% of respondents mentioned it among their top three. As we mentioned before, pointing to the family effectively privatizes and depoliticizes crime. But it also heavily genders it. In the Venezuelan context “the family” often boils down to single mothers who are portrayed as “not doing their jobs.”  Such mothers are often referred to as “alcahuetas,” a label that specifically refers to women who cover up or ignore the bad behavior of their sons.

While over 50% of respondents thought that crime would best be addressed by addressing social and cultural causes, it is notable that over 30% of respondents saw reforms in police, penal and judicial systems as the most important actions that could be taken to fight crime. This compared to only 12.3% that saw military deployment—the Maduro government’s favored strategy—as the most effective way to reduce crime.
 
Mónica Spear

More than 70 people have been killed in Venezuela since the New Year, reports NBC.

* Survey choices included: improving the values taught to children by the family; decreasing poverty and social inequality; professionalizing police officers; reforming the judicial and penal systems; a permanent deployment of military in sectors with high rates of crime; improving access to sports and cultural activities; and improving access to public space.

Whitney Eulich is the Monitor's Latin America editor, overseeing regional coverage for CSMonitor.com and the weekly magazine. She also curates the Latin America Monitor Blog.


[from The Christian Science Monitor, January 7, 2014]

zondag 15 december 2013

‘André Pakosie (58) vergreep zich aan meer kinderen’

Utrecht – Net als zijn collega ridder Jan Wubbeling, blijkt dat de 58-jarige André Pakosie, een waar seksueel roofdier is. In het geval van André Pakosie is bekend geworden dat hij zijn drie dochters jarenlang en stelselmatig in zowel Nederland als in Suriname heeft misbruikt. De incestzaak rond de invloedrijke intellectueel zou veel groter zijn dan tot nu toe naar buiten is gekomen.
André Pakosie

André Richard Matiematie Pakosie is een Surinaams schrijver, kruidenkenner, natuurgeneeskundige, kabiten van de Okanisi of Ndyuka Marrons in Nederland en kenner van de Aukaanse cultuur. Hij is geboren en opgegroeid in het Surinaams tropische regenwoud en komt uit een Ndyuka Marron familie van genezers en spirituele leiders. Sinds 1977 is hij ‘dobuu-komfo’, één van de hoogste spirituele leiders van de Ndyuka Marrons. In 1980 stichtte hij in Suriname het dorp en spiritueel- en gezondheidscentrum Sabanapeti. André Pakosie schreef proza en poëzie in het Nederlands, Sranan, Saamaka en Ndyuka over de Surinaamse geschiedenis.
André Pakosie zit sinds 19 oktober 2012 in detentie op verdenking van jarenlange verkrachting van zijn dochter. Bij zijn aanhouding werden diverse computers in beslag genomen. Voorts wordt hij ervan verdacht enkele verkrachtingen te hebben laten filmen of zelf op video te hebben vastgelegd. Zijn vrouw Truus en ex-vrouw Suzette zijn medeverdachten. In deze incestzaak is Peter Plasman zijn advocaat. Vandaag kwam in het nieuws dat hij niet alleen een dochter hier in Nederland heeft misbruikt, maar ook twee andere dochters in Suriname.

André Pakosie z’n dochter verteld: “Hij heeft ook mijn twee zussen in Suriname misbruikt. Dat begon toen ze 16 en 17 jaar waren. Hij en mijn stiefmoeder Truus hebben het zelf aan me verteld. Truus ronselde iedereen. Ze woonde vroeger bij ons in de buurt en maakte een soort indeling: de ene dag sliep hij bij mijn moeder Suzette, de andere dag bij mij. Hij had iedereen in zijn macht, en speelde het zo dat mijn broers het misbruik niet konden ontdekken. Het misbruik gebeurde veelvuldig vanaf mijn 12e jaar, zowel thuis in het Utrechtse Kanaleneiland als in een hotel in Vianen waar hij me naartoe nam. Ik moest seks hebben, anders zou ik ziek worden, of doodgaan. Hij deed het ’uit bescherming’. Gaandeweg kwam het filmen erbij. Hij heeft kasten vol.”
Pas toen zij 21 jaar was deed André Pakosie z’n dochter aangifte bij de politie: “Mijn vader leidde aan grootheidswaanzin, werd op handen gedragen. Hij brainwashte iedereen. Ik werd uit het niets beloond met een televisie of 200 euro. Ondertussen mocht ik nergens heen, zelfs niet naar een schoolfeest. Hij was denk ik bang dat ik hem dan zou verraden.”

De strafzaak tegen André Pakosie gaat op 10 maart 2014 verder. Zowel advocaat Peter Plasman, als justitie-woordvoerster van het parket Midden-Nederland, wilde niet op de zaak ingaan. In 2001 werd André Pakosie onderscheiden tot ridder in de orde van Oranje-Nassau.

[van Crimesite Camilleri, 13 december 2013]


vrijdag 13 december 2013

Pigot accused of larceny at UConn

Diguan Pigot
Srorrs, Conn. -- A 19-year-old former Olympian from Suriname has been accused of illegally using credit cards owned by a teammate on the UConn swim team and faces larceny and other charges. Diguan Denzel Pigot competed in the 100-meter breaststroke for Suriname at the 2012 London Olympics. He was arraigned Wednesday in Rockville Superior Court.

UConn police say Pigot made purchases totaling nearly $13,000 using the cards between September of last year and May of this year and tried to make another $27,000 in illegal purchases that were canceled.
Defense attorney Frank Russo tells the Journal Inquirer that Pigot is cooperating in the police investigation.
Police say Pigot acknowledged setting up accounts on various websites using his teammate's credit card information. Russo says Pigot was dismissed from UConn and is now at the University of Miami.

[from m.espn.go.com/AP, December 12, 2013]

Starnieuws voegt hieraan toe:
Hesdy Pigot (Nieuw Front/NPS), die afgelopen maand toegelaten is als lid van De Nationale Assemblee, zegt aan Starnieuws dat hij diep geschokt is door het gebeurde. "Ik bid de Almachtige om kracht. Ik ga zo snel mogelijk naar Amerika om mijn zoon bij te staan", zegt Pigot diep geraakt door het gebeurde. "Dit had ik niet verwacht. Ik wil zo snel mogelijk bij mijn gezin zijn", merkt Pigot op.


maandag 18 november 2013

Wiesenthal Center: “Accommodatie Hezbollah bevestiging terreurnetwerk in regio”

Dino Bouterse
De bekende internationale joodse mensenrechtenorganisatie Simon Wiesenthal Center ziet in de bereidheid van presidentszoon Dino Bouterse om Hezbollah- strijders te accommoderen, een bevestiging van een zich steeds verder uitbreidend Iraans en Hezbollah terreurnetwerk in Zuid-Amerika en het Caribisch gebied.
“Charges against the son of Surinam President validate our Center’s claims of an extensive Iranian-fostered terrorist sleeper network across Latin America and the Caribbean”, waarschuwt de organisatie in een gisteren uitgegeven verklaring.


[VP-16-11-2013/De West, 18-11-2013]

vrijdag 4 oktober 2013

Woedende eilandbewoners verbranden toeristen levend

Een woedende menigte heeft op een eiland in Madagaskar twee Fransen waarschijnlijk levend verbrand, omdat ze een kind zouden hebben gedood om zijn organen. Dat melden de plaatselijke politie en het Duitse Bild.
 
Jongen met kameleon op Nosy Be. Foto © Ken Gillham
De Fransen, die de taal van Madagaskar spraken, zouden vrijdag op het toeristeneiland Nosy Be een 8-jarige jongen hebben ontvoerd en vermoord. De twee zouden dat onder een foltering hebben toegegeven. Na de vondst van de jongen op het strand kwam een klopjacht door de bevolking op gang.

Een woordvoerder van het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken zei dat uit het lichaam van het kind organen waren verwijderd. Frankrijk heeft alle Fransen in Madagaskar gewaarschuwd en geadviseerd voorlopig binnen te blijven.

 [ANP/Het Parool, 03-10-13]

zaterdag 28 september 2013

'Bisdom Curaçao betaalde vluchtroute pastoors na misbruik'

RK kerk Jan Doret
Willemstad - Het bisdom van Curaçao heeft in de jaren zeventig diverse keren een vliegticket betaald voor pastoors die een kind hadden misbruikt. Terwijl de recherche onderweg was, zaten de daders al in het vliegtuig. Dit stelt politicus Stanley Brown tegenover de Wereldomroep.
Hij houdt een lijst van zulke gevallen bij. In 1969 was hij een van de leiders van de Curaçaose opstand tegen het Nederlandse koloniale gezag.

Het is volgens hem een publiek geheim dat pastoors die in moeilijkheden kwamen nadat ze jongens of meisjes hadden misbruikt, altijd nog van het eiland konden vluchten. "Ze werden overgeplaatst, maar niet gestraft." Omdat de kerk de reis betaalde, is het bisdom Willemstad volgens hem medeschuldig aan de misdragingen.

Een slachtoffer is volgens de Wereldomroep de nu 47-jarige Aldrico Amando Felida, die nu al jaren in Amsterdam woont. Hij werd in 1976 in het dorpje Jan Doret misbruikt door pastoor Fabias. De pastoor werd daarop teruggestuurd naar Colombia.

Bisschop Luis Secco

Toen Felida in 2008 verhaal ging halen, bleek dat het bisdom destijds wist dat Fabias eerder al misbruik had gepleegd, in Colombia en op Curaçao zelf. Felida eiste in 2008 excuses, maar bisschop Luis Secco ging daar toen niet op in. Nu heeft hij een brief gestuurd waarin hij namens de kerk om vergiffenis vraagt.


Het is onbekend wat pastoor Fabias na zijn terugkeer in Colombia heeft gedaan. Hij is onvindbaar. Bisschop Secco voelt zich volgens de Wereldomroep niet genoodzaakt om de zaak verder te onderzoeken, ook niet als er een kans is dat Fabias na zijn overplaatsing meer kinderen heeft misbruikt. "Ik ben geen politieagent, geen advocaat en ook geen rechter."

(Novum)