door A. Dirven
‘Er bestaat geen witte visie op de geschiedenis, en er
bestaat geen zwarte visie op de geschiedenis. That’s all bullshit! Mijn moeder
was wit en mijn vader was zwart, wat zou mijn perspectief dan moeten zijn? Ik
ben opgegroeid in Liverpool, van oudsher een van de zwartse steden van
Groot-Brittannië en een belangrijke havenplaats, waarvandaan de slavenhalers
uitvoeren. Ik heb het allemaal
meegemaakt; racisme, partijdigheid, discriminatie, en ook de eindeloze debatten
over zwart en wit perspectief die uiteindelijk allemaal nergens toe geleid
hebben. Ik begrijp dat dit in Nederland nog een issue is. Maar ik zeg: er zijn concurrerende
verklaringen van de geschiedenis, elkaar bestrijdende interpretaties, er is een
heftig debat. Maar ik omarm alle concurrerende perspectieven, ik wil dat er
zoveel mogelijk mensen bezig zijn met de slavernijgeschiedenis, ze zijn
allemaal welkom.’
![]() |
| Stephen Small |
Dat zei Stephen Small, bijzonder hoogleraar Nederlands
slavernijverleden en erfenis, aangesteld vanwege het NiNsee aan de Universiteit
van Amsterdam, èn docent Afro-American Studies in Berkeley, op vrijdagavond 27 juni 2013 in het academisch debatcentrum
Spui25 in Amsterdam. Prof. Small besteedde veel aandacht aan de verschillende
onderzoeksgebieden waarop hij werkzaam is, onder meer dat van de
mentaliteitsgeschiedenis van de nazaten van de slaafgemaakten.
Naast hem hielden ook prof. Alex van Stipriaan
(Erasmusuniversiteit Rotterdam) en drs Suze Zijlstra (UvA-promovenda die de machtsverhoudingen
tussen etnische groepen in het 17de-eeuwse Suriname bestudeert)
levendige inleidingen. Van Stipriaan wees erop dat recent onderzoek aantoont
dat de Nederlanders al vroeg in de 17de eeuw een groot aandeel
hadden in het transport van Afrikanen naar de Nieuwe Wereld. Al in 1797, zo tonde
hij aan, had het weinig gescheeld of de Bataafsche Republiek had de slavernij
afgeschaft; vervolgens trad er een windstilte in tot ca. 1840 toen de
abolitionisten (onder wie Van Stipriaans
betovergrootvader, Hendrik Koenen) weer luid hun
stem lieten horen. Maar eerst recentelijk wordt er de nadruk op gelegd dat
niet de Nederlandse politiek of de Koning de afschaffing van de slavernij
naderbij hebben gebracht, maarde uitholling van het slavernijsysteem van
binnenuit.
Zijlstra ging in op de hardheid van de vroegste planters in
Suriname en hun angsten voor de overmacht aan slaven. Al in 1678 vonden er
aanvallen op de plantages plaats door weggevluchte slaven die hadden gekozen voor
de marronage in het binnenland van Suriname.
Interessante historische verhalen. Maar het was de
openingsvraag van moderator prof. Michiel van Kempen (bijzonder hoogleraar Caraïbische
literatuur UvA) die Small zijn tirade ingaf. Een bomvolle zaal luisterde toe en
nam met veel vragen actief deel aan de bijeenkomst.

