Op donderdag 28 november kon het publiek in de Centrale
Openbare Bibliotheek Amsterdam Zuidoost
kennismaken met de nieuwste Caraïbische boeken en hun schrijvers. Maar liefst acht
schrijvers en een uitgever kwamen aan het woord in tafelgesprekken met Michiel
van Kempen. Een foto-impressie.
Journaliste Jeannette
van Ditzhuijzen opende de avond met een portret in woord en beeld van Músika
Curaçao, een boek over Antilliaanse muziek met schitterend fotowerk van Sinaya
Wolfert, waarvoor Jeannette de tekst schreef.
| V.l.n.r. Michiel van Kempen, Leo Balai, Janny de Heer, Karin Amatmoekrim |
De Antilliaans-Nederlandse schrijfster Giselle Ecury ging in
op de familiebanden die aan haar romans binden, en dan met name aan haar nieuwe
roman De rode appel. Eardly van der Geld schreef een roman over wat het
slavernijverleden voor nu betekent: Curaçaos bloed; hij gaf een blik in de
plannen die hij heeft om net nog met onderwerp door te gaan.
| Janny de Heer |
Karin Amatmoekrim bekende dat zij na alle commotie rond haar
roman over Anton de Kom., De man van veel, het boek nog altijd exact zo zou
schrijven. Historicus Leo Balai vertelde gepassioneerdieerd over het
slavenschip Leusden en de moord op meer dan 650 slaven. Janny de Heer vertelde over de lange weg die
zij ging om onderzoek te doen voor haar historische roman over het 19de-eeuwse
Suriname Gentleman in slavernij.
In de laatste ronde spraken Ricardo MacNack en uitgever
Franc Knipscheer. Ricardo MacNack vertelde levendig over zijn jaar in de DDR, waar
hij ervaring op moest doen om een drukkerij op te zetten en hoe er tegen hem
als vreemdeling werd aangekeken; Vervlogen
dagen was daarvan het gevolg. Uitgever Franc Knipscheer van uitgeverij In de Knipscheer vertelde hoe de crisis ook voordelen kan bieden aan uitgeverijen die hun nek uitsteken.







