![]() |
| Een kleine kantjil. Foto © Artis |
door Jerry Dewnarain
Dongeng Kantyil, verteld door pak Saleman Siswowitono bevat
een aantal verhalen over de lotgevallen van Kantjil, de held uit de Javaanse
fabelwereld. Deze verhalen werden 23 juni 1981 op band opgenomen en vervolgens
door de samenstellers van het boek, J.J. Sarmo en H.D. Vruggink, letterlijk
opgeschreven en uitgegeven in 1983. Siswowitono was toen kaum (islamitisch
religieus leider) en ketuwa (geestelijk voorganger) op Meerzorg. De letterlijke
Javaanstalige tekst is ook in deze herdruk (2013) opgenomen en de taalfouten in
het Nederlands zijn gecorrigeerd.
![]() |
| Een uitgave van Indra Kamadjojo en Wim Burger |
Kantjil is in Indonesië een dwerghertje. In Suriname komt dat
diertje niet voor en denkt men bij Kantjil aan het Surinaamse konijn Konkoni. Kantjil
heeft hier dus een gedaanteverwisseling ondergaan. Een duidelijk geval van
aanpassing aan de Caraïbische situatie. Op de Franse Antillen speelt het konijn
een belangrijke rol als slimmerik in de orale vertellingen uit de slaventijd.
Het kleine slimme konijn, Lapin, naast het grote, machtige dier Zamba, dat men waarschijnlijk
heeft geassocieerd met de hyena van West-Afrika.
Net als de konkoni is Kantjil een slim diertje dat veel
voorkomt in dierenverhalen. De kantjilverhalen zijn min of meer te vergelijken
met anansitori, omdat Anansi en Kantjil allebei slim zijn. Bovendien zijn er
heel veel kantjilverhalen wat ook het geval is bij anansitori. Dat komt door de
mondelinge overlevering. Ze zijn van generatie op generatie doorverteld waarbij
iedere verteller er wat aan kan toevoegen
of iets kan weglaten.
![]() |
| Een uitgave van S. Franke |
Sommigen vertellen
maar één scène, bijvoorbeeld van ‘Kantjil en Slak’. Pak Saleman vertelt een
aaneensluitend verhaal dat uit meerdere scènes bestaat, zoals ‘Kantjil en
Tijger’, Kantjil en Slak’, enzovoort. Dit maakt het boek boeiend, vol met
belevenissen van Kantjil. De illustraties van Doel Soekinta inspireren ook de
jeugd om het boek te lezen. Het taalgebruik is eveneens voor deze doelgroep
toegankelijk. In kantjilverhalen kunnen de dieren praten zoals in anansitori
(wat maakt dat ook kinderen zich kunnen inleven in deze verhalen). Dit hangt
samen met een Javaanse overlevering die zegt dat Salomo de taal van de dieren
verstond. Daaruit kwam het geloof voort dat de dieren ten tijde van Salomo
konden denken en spreken. Pak Saleman Siswowitono zegt het in zijn inleiding als
volgt: ‘Vroeger was de aarde rein en licht, er was nog geen oorlog en ook geen
leugen en bedrog. De dieren van het bos en de dieren in het water konden toen
nog praten zoals de mens.’ Daarom wordt Salomo in dit boek een aantal keren
beschermheer van de dieren genoemd.
Over de herkomst van de kantjilverhalen is niets met
zekerheid te stellen. Bepaalde elementen zijn uit India afkomstig, maar de
kantjilverhalen zoals we die nu kennen zijn Indonesisch. Deze verhalen zijn
niet alleen bij Javanen populair maar ook bij andere etnische groepen in
Indonesië, zoals de Maleisiërs en Atjehers. Kantjilverhalen zijn heel oud: van vóór
de komst van de islam in Indonesië (15de eeuw). Op tempels uit de tijd dat Java
nog hindoeïstisch en boeddhistisch was, treffen we al afbeeldingen van Kantjil
aan.
Men kan kantjilverhalen lezen als een fantastisch sprookje of
als symbolische verhalen met een diepe moraal en een rijke geestelijke
boodschap. Als je het verhaal oppervlakkig leest, is het een leuk sprookje over
dieren die kunnen praten en Kantjil die net als Anansi of Reinaert de Vos de
andere dieren steeds te slim af is. Wie het zo leest kan er veel plezier aan
beleven, en dat geldt vooral voor de jeugdige lezer. Maar er zit ook diepte in
het verhaal, waardoor het ook voor oudere lezers een bijzondere waarde heeft.
Dongeng Kantyil/ Het
verhaal van Kantjil, verteld door pak Saleman Siswowitono. Samenstelling en
vertaling: J.J. Sarmo en H.D. Vruggink. Paramaribo: VACO Uitgeversmaatschappij,
2013. ISBN 978-99914-0-097-6



