![]() |
| China, het Nationaal Centrum voor de Uitvoerende Kunsten. Foto © Ray Wise |
door Els Moor
De titel Op de vleugels van de draak van het nieuwe boek van de universele schrijfster van Vlaamse komaf Lieve Joris klinkt opwindend. Wie of wat is die draak? En wie vliegen mee op zijn vleugels? Al gauw wordt dat duidelijk. Het uit Europa overgekomen kapitalisme is de draak en op zijn vleugels vliegen China en Afrika een nieuwe toekomst binnen met veel onderlinge handel, welvaart en armoede, zakelijkheid, geweld en bedrog.
Lieve Joris is in 1953 in Vlaanderen geboren. Ze studeerde
journalistiek in Nederland en werkte daar bij verschillende kranten. Reizen is
haar grote onderwerp. In 1986 verscheen haar eerste boek, De golf. Daarna volgden
er nog elf, allemaal over reizen in Afrika, Oost-Europa en de Arabische wereld.
Op de vleugels van de draak uit 2013, waarin ook China een grote rol speelt
is haar laatste. Het exemplaar uit 2014 dat wij hebben, is al de zesde druk!
Dat zegt wel iets over het werk van deze vaak bekroonde schrijfster.
Het werk van Lieve Joris is voor Suriname uitermate
interessant en vaak herkenbaar. In De hoogvlaktes uit 2008 bijvoorbeeld
schrijft zij over het binnenland van Congo, waar de bewoners dagelijks grote
afstanden lopen naar hun kostgronden, terug met veel hout en cassave op hun
rug, omhoog en omlaag, door modder en moeilijk begaanbare bossen. Kent u het
Surinaamse binnenland? Ook de invloed van het christelijke denken is er
herkenbaar en de problemen om er het onderwijs draaiend te houden.
| Lieve Joris |
Lieve Joris schrijft journalistiek, maar haar werk heeft ook
veel literaire kwaliteit. Ze heeft haar heel eigen manier van kijken naar
situaties en mensen. Vaak is het voor haar anders wat ze ziet en beleeft, maar
nergens heeft ze de afstand van een buitenlandse - vaak Europese - auteur die
een ‘ontwikkelingsland’ bezoekt en alles zo goed weet en met arrogantie
bekijkt.
In Op de vleugels van de draak vertelt Lieve Joris wat er
gebeurt als volken die geen koloniale ervaringen samen hebben gehad (zoals
bijvoorbeeld Suriname en Nederland wel) met elkaar aan de slag gaan, vooral op
commercieel gebied. Na jarenlang door veel Afrikaanse landen gereisd te hebben,
komt Lieve Joris aan het begin van dit boek in Dubai, op de grens van een
Arabische republiek, richting China. In Dubai zijn veel Afrikanen die koopwaren
uit China komen halen, om daar in hun eigen land winst mee te maken. Die waren
worden in grote containers naar de verschillende landen gestuurd. Ook met die
containers gebeurt veel, vooral als de Afrikaan de vracht eigenlijk niet kan
betalen. Van daar gaat de schrijfster naar verschillende steden in China, waar
ook veel Afrikanen wonen of komen handelen. Er zijn er nogal wat die gestudeerd
hebben aan Chinese universiteiten en er daarna gebleven zijn om hun studievak
uit te oefenen en daarnaast... handel te drijven. Er zijn ook veel Afrikanen
tijdelijk in China, puur om producten te kopen voor de handel in hun land.
Chinese waren zijn goedkoop! Afrikanen worden niet altijd menselijk behandeld
in China, vooral als het om geld draait. Ook speelt racisme vaak een rol.
Etienne, een Afrikaanse kennis van Lieve Joris in China,
zegt erover: ‘De Chinezen die ons zwarte duivels noemen, zijn onwetend. Ze gaan
ervan uit dat alle Afrikanen in de brousse wonen. Over onze steden weten ze
niets, ze hebben alleen films over de slavernij gezien. Sommige Chinezen vinden
dat Afrikanen stinken, terwijl ze zichzelf in de winter maandenlang niet
wassen. Dan ruikt het in de bus als in een schapenhok!’(pp. 59-60)
Veel steden van het kapitalistische China zijn modern, met
veel dure huizen en zaken, druk verkeer, heel luxe wagens, en alle soorten
restaurants met eten van verschillende streken in de wereld, uiteraard ook
Afrikaans. Zo’n consumptiemaatschappij in steden, zo stellen wij ons het
‘communistische China’ niet voor, maar na Mao Zedong zijn er veel veranderingen
gekomen, hoewel ook veel armoede op het platteland is blijven bestaan. Op een
socialistische wijze met je geld omgaan, dat is er meestal niet bij! En de
Afrikanen die goedkope goederen naar hun land willen sturen, ondervinden maar
al te vaak veel dyugudyugu.
Lieve Joris legt makkelijk contact met mensen, overal waar
ze komt. Ze wordt dan ook vaak thuis of in een restaurant uitgenodigd door
degenen met wie ze kennis heeft gemaakt. Contacten zijn open en gemakkelijk en
daardoor komt ze veel en op een eigen wijze, te weten van het land waar ze
verblijft. Over het China van deze tijd waarover vanuit Europa maar mondjesmaat
informatie komt. Het land blijft nog dat oude beeld houden van een
communistische dictatuur. De meeste verhalen uit China komen uit de steden
Guangzhou, Beijing, Shanghai en Jinhua. Wij lezers krijgen een goed beeld van
hoe men in een andere samenleving zaken doet en wat de psychologische gevolgen
zijn van ontmoetingen met andere culturen, zoals tussen China en Afrikaanse
landen. Heel bijzonder aan dit boek is dat het nu eens niet gaat over de
westerse wereld en hun relatie met de zogenaamde ‘derde wereld’,
‘ontwikkelingslanden’, maar dat het draait om ontmoetingen tussen Afrikanen en
Aziaten. De westerse wereld blijft totaal op de achtergrond!
Tot slot een citaat: Lieve Joris reist in China per trein
met studenten en docenten naar een conferentie. Li Baoping, die ook in Afrika
geweest is en daar nare dingen meegemaakt heeft met een controleur in de trein,
praat erover met Lieve Joris: ‘Wij hadden in China een filosoof die Confucius
heette’, vervolgde Baoping tegen de controleur, hij zei: ‘Iedereen houdt van
geld, maar laten we het op een eerlijke manier verdienen.’ Al die tijd zat zijn
paspoort in het borstzakje van de controleur. Nu gaf die het hem terug en zei: ‘Scheer
je weg.’ Baoping heeft zitten vertellen met een mengeling van plezier en
afgrijzen. Nu lacht hij bevrijd. Confucius in een trein in Kameroen, denk ik,
dat is eens wat anders dan de blijde boodschap van Christus of de leer van
Mohammed. (p.146)
Lieve Joris: Op de vleugels van de draak. Reizen tussen
Afrika en China. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Augustus, 2013. Zesde druk
2014. ISBN 978-90-450-24 2461-5

