Onlangs - 17 maart jl - luisterde ik naar een reportage van de
journalist Dick Drayer. Hij sprak in Museum Tula met Meindert Fennema over
Toussaint Louverture en Tula. Dat wil zeggen, Meindert doceerde en Dick
luisterde. Samen met die sympathieke Mildred Rafaela die het tweetal rondleidde
en te aardig was om Meindert tegen te spreken.
Tegenspreken was ook een beetje moeilijk, hoewel Meindert
maar wat uit zijn nek liep te kletsen. Zijn geruststellend stemgeluid en -
terechte - autoriteit als emeritus
hoogleraar hadden zo’n impact dat het tweetal geneigd was om eerbiedig te luisteren.
Fennema was op dreef. Hij had die ochtend of middag zijn
wetenschappelijke akribie maar even in de ijskast gezet en trok onverdroten de
conclusie dat Curaçao hetzelfde ellendige lot beschoren zou zijn geweest als
Haïti, indien Tula, net als Toussaint en Dessalines, had gewonnen van de
Nederlanders.
Die Meindert!
Dick Drayer bood nog zwakjes wat weerstand en vroeg hoe hij
die lijn zo kon doortrekken.
Nou, zei Meindert, dat zie je toch aan wat er is gebeurd na
de Sovjet revolutie en de Cubaanse revolutie? Van al die gewelddadigheid komt
niks goeds.
Volgens Meindert, maar dat zei ie niet, hadden de Tsaar en
dictator Batista dus nog lekker een tijdje moeten blijven zitten en hun eigen
gewelddadigheid op hun gemak moeten kunnen uitleven…
Wat Meindert in feite ook impliceerde was dat Curaçao blij
mocht zijn dat de Nederlanders hun heilzame kolonisatie nog zo’n tweehonderd
jaar hadden voortgezet. Zaten ze immers nu niet gezellig en ontspannen te
praten? Nee, die Hollanders hadden het maar goed gedaan. Duizenden Afrikanen
geïmporteerd en er flink de wind onder gehouden!
Nou, Meindert, misschien kan je een volgende keer wat
voorzichtiger en wetenschappelijker zijn in je uitspraken. Professorale
kletskoek hebben we niet nodig. Dat moet je haast wel met me eens zijn. Sterker
nog: je bént het met me eens!