dinsdag 30 juli 2013

Cursus Paleontologie (Fossielen)


Paleontologie is de wetenschap die zich bezighoudt met het leven in vroegere geologische perioden, gebaseerd op het bestuderen van fossiele resten van planten en dieren. De cursus paleontologie is een vervolg op de cursus Geologie van Curaçao, maar kan ook als op zichzelf staande cursus worden gevolgd.


Zuleika Coffie heeft de cursus eerder gevolgd op Aruba

Topics (onderwerpen die behandeld zullen worden):
- Paleontologie – de geschiedenis van het leven op aarde;
- Het ontstaan van leven – de theorieën;
- De ontwikkeling van het leven – Lyell, Hooker, Huxley, Darwin, Wallace en hun visie op de
  geschiedenis van het leven;
- De studie van gesteentelagen – (bio)stratigrafie en de geologische tijdschaal;
- Het proces van fossilisatie – wat vinden we eigenlijk terug?
- Een reis door de (geologische) tijd – een kennismaking met de bewaard gebleven resten van de
  meest karakteristieke organismen;
- Massa-extincties – rampen als drijfveer voor vernieuwing;
- Excursies – het “bevroren” leven op Curaçao. Lokale fossielen, en het verhaal wat ze vertellen.


Niveau:
MBO+ voor ieder die interesse heeft in natuur, geologie, gesteenten of die op professioneel niveau te maken heeft met het onderwerp.

Docent:
Drs. Leon Pors (geoloog)

Startdatum + tijden:
Donderdag 29 augustus, donderdagen 5, 12 en 19 september van 18.00 tot 20.30 en zaterdagen 7 en 21 september excursie van 08.00 tot 12.00.

Locatie:
Wordt later bekend gemaakt

Afsluiting cursus:
Excursie
Certificaat

Kosten:
Eenmalige betaling van Naf. 280 (excl. OB) per persoon inclusief materiaal, snacks, koffie/thee en lichte lunch tijdens de excursie. (Inclusief OB: Naf.296,80).

Inschrijven:
Inschrijven voor deze cursus is mogelijk via de cursuspagina op de website www.curassavica.com. Vul het inschrijfformulier op deze site in en stuur dit naar ons op. U krijgt dan zo snel mogelijk een confirmatiemail met de betalingsvoorwaarden en andere bijzonderheden. Pas bij betaling staat uw inschrijving vast.

Aruba: Hoe duur was de suiker voor/door kinderen

Foto @ Paulette Smit

Junadry C Leocaria werkt met Arubaanse kinderen aan een minivoorstelling gebaseerd op Hoe duur was de suiker, de slavernijroman van Cynthia Mc Leod. Beweging, rap, tekst, dans, alles zit er in!




Antilliaans boekenfestijn

Op zondag 8 september vindt er een Antilliaans boekenfestijn plaats in het Amsterdamse Podium Mozaïek, met de schrijvers Jopi Hart en Ronny Lobo uit Curaçao, Jacques Thönissen uit Aruba en Giselle Ecury, muzikaal omlijst door Izaline Calister.
Izaline Calister. Foto © Michiel van Kempen

Een gevarieerd Antilliaans schrijversprogramma met film, voordracht, lezing, interview en muziek rond hun nieuwe boeken bij Uitgeverij In de Knipscheer. In het programma wordt kort stilgestaan bij het overlijden op Curaçao van Els Langenfeld en Elis Juliana in juni van dit jaar, en via hen bij ‘150 jaar afschaffing slavernij’.
Presentatie: Franc Knipscheer | interviews: Peter de Rijk | zangeres Izaline Calister wordt begeleid door gitarist Ulrich de Jesus.


Plaats: Podium Mozaïek
Bos en Lommerweg 191, Amsterdam
Datum: zondag 8 september 2013
Aanvang: 15.00 uur
Prijs online/voorverkoop   € 5.00
prijs (deur)   € 7.50


Afscheid Helen Kamperveen met humor in achteruitkijkspiegel

Helen Kamperveen

door Donovan Mijnals

Paramaribo - De verrassing wacht met een geduld dat zelfs Job jaloers zou maken, op het einde van de avond. Want voor dat moment hebben de leerlingen van ‘tante’ Helen Kamperveen een waardig afscheid in elkaar gezet met een blik op de achteruitkijkspiegel. Zaterdag deed Kamperveen officieel een stap terug van haar ‘baby’ Jeugdtheaterschool OnStage. “Ik draag de sleutel aan je over”, kondigde ze al aan het begin van de avond aan, terwijl ze Karin Lachmising het podium optrok. En hoewel het niet meteen tranen met tuiten regende, klonk de emotie toch nog in de ietwat trillende stem door toen de initiatiefneemster daarna tot aan de schoonmaakster bedankte voor de steun.

Helen Kamperveen (in het groen) met naast haar Damaru en tweede van links Karin Lachmising


Afscheid
Op dat moment kon Kamperveen echter nog niet weten dat haar leerlingen een heel ander afscheid in gedachten hadden. Aan het einde van de verschillende voorstellingen werd ze pontificaal op een stoel voor het podium geplaatst, en kon ze zichzelf aanschouwen door de bril van pupillen gezien. Ze presenteerden namelijk een sketch van theaterstukken die de afgelopen jaren op de planken zijn gezet bij OnStage. Maar wat zou zo een sketch zijn zonder de hoofdpersoon: Helen Kamperveen. Ze werd op voortreffelijke wijze uitgebeeld door Geoffri Bell, die met een karakteristiek Kamperveenlachje, voor grote hilariteit zorgde. Even daarvoor had hij ook al een overtuigend optreden in het hoofdtoneelstuk Romeo en Julia.

Drama op drama bij de uitbeelding van het stuk van Renate Galdey over hoe de familie van zowel slavenmeester als slaaf eruit zag tijdens slavernij. Foto: Irvin Ngariman.


Theater
Ook de stukken van de laatste avond van het theaterfestival waren zeer goed in elkaar gezet. Het thema 'Familie' werd op verschillende manieren uitgebeeld. Eerst met een stuk van jonge kinderen over de situatie thuis, het vroeg opstaan om naar school te gaan en een familiediner waar lang niet eenieder op elkaar gestemd is. Daarna volgde een wat langere uitbeelding van familie in de slavenperiode, waarin het tragedie van de slavernij werd afgewisseld met geestigheid. Niettemin eindigde dat stuk, gebaseerd op Hoe Duur Was De Suiker van schrijfster Cynthia Mc Leod evenals het boek in drama. Een slavin moest het zelfs met de dood bekopen.



[uit de Ware Tijd, 29/07/2013]

Het geheim van Mariënburg ontrafeld?

door Stuart Rahan

Den Haag - In Nederland groeien kinderen vrijpostig op. Zij willen het naadje van de kous weten, het waarom of de diepere achtergrond van een familiekwestie doorgronden. In Suriname echter worden kinderen afgescheept met, “daar praten wij niet over”. Dat taboe wordt doorbroken in Het geheim van Mariënburg.

Opnames voor de film in Guyana. Foto © Onno van der Wal

Het is zo'n typisch (familie) drama dat bij iedere Mariënburger bekend is maar waar ouderen angstvallig over zwijgen. "Om de doden niet te storen in hun zielenrust."
Helaas blijken nog steeds bewoners op mysterieuze en onverklaarbare wijze ziek te worden of sterven zij aan niet nader vastgestelde diagnoses. Dit mysterie heeft regisseur Ramdjan Abdoelrahman jarenlang beziggehouden. "Als filmmaker en rechtstreekse zoon van een contractarbeider voelde het als mijn plicht om dit verhaal naar buiten te brengen voor een breed publiek."

Docudrama
De première was zaterdag in het filmhuis Den Haag. Als de vader van de in Nederland geboren en getogen Reshna Sewnath plotseling ernstig ziek wordt na een bezoek aan de oude suikerplantage Mariënburg in Suriname, weet zij niet dat zij een hoofdrol gaat spelen bij het oplossen van een mysterieus familiedrama.
Sewnath ziet voorouderlijke geesten, die alleen zij kan waarnemen. Het blijken oude zielen te zijn van Hindostaanse en Javaanse contractarbeiders toen in dienst van de Nederlandse Handelsmaatschappij. Na een arbeidersrel in 1902 werden zij in opdracht van het koloniale bewind door de Nederlandse militaire macht doodgeschoten. De doden willen rust en slechts een voorouderlijk ritueel, de poojah, kan deze garanderen.
Het is een boeiend docudrama geworden waarbij vooral de combinatie met het documentaire element, het verhaal dichter bij de kijker brengt. Geschiedschrijfster Cynthia McLeod weet met haar kennis en beleving in dat stukje Surinaamse geschiedenis het verhaal heel beeldend te verwoorden. Haar weergave wordt ondersteund door de laatste directeur van de suikerplantage, Michael Shak Shie. Ook hij is bekend met deze mysterieuze geschiedenis. Hun verhalen krijgen body door authentieke beelden en foto's van de toen bloeiende suikeronderneming.

Ramdjan Abdoelrahman in de film. Foto © Onno van der Wal

Actueel
Het zijn de jonge Reshna en Sadhana die met hun zoektocht er een stukje emotioneel drama aan toevoegen alsof het hun eigen voorouderlijk verhaal is. Je hebt er geen moment last van dat je naar een stel amateuracteurs zit te kijken. Daar zit juist de kracht en geloofwaardigheid van het verhaal in dat zich afspeelt in een bijzonder decor, bestaande uit restanten van de suikerfabriek en de waterrijke omgeving. Bijvoorbeeld Ashwin Adhin, de nieuwe minister van Onderwijs en Volksontwikkeling, vertolkt geen onaardige rol net als regisseur Abdoelrahman. Het bekende 'Alfred Hitchcock-momentje' waar de regisseur zelf een opvallend 'rolletje' speelt in zijn eigen film.
De film is opgenomen in Nederland, Suriname en, vanwege het ontbreken van suikerplantages in Suriname, Guyana.
Het geheim van Mariënburg draait de komende dagen nog in zowel Den Haag als Rotterdam. Eind augustus vindt de première plaatst in Suriname, waar de zoektocht naar het massagraf op Mariënburg erg actueel is.

[uit de Ware Tijd, 24/07/2013]

maandag 29 juli 2013

Première Jouw mooie kapitein weekt emoties los

door Jerry Dewnarain

Paramaribo - In een vol Theater Unique heeft het publiek ongetwijfeld kunnen genieten van Jouw knappe kapitein. Het theaterstuk van Simone Schwarz-Bart Ton beau capitaine, door Lucia Nankoe vertaald in Jouw knappe kapitein, is donderdag in première gegaan.

"Ik vond het stuk niet mooi", zei een bekende advocaat tijdens de discussie die na de opvoering plaatsvond. Niet mooi, omdat het ons confronteert met de harde realiteit van armoede en uitbuiting van onder andere Haïtianen. De tekst, de productie en de opvoering vond ik wel prachtig. Maar nee, ik word er droevig van."

Eenzaamheid
De voorstelling presenteert het hoofdpersonage Wilnor Baptiste, die als veldarbeider werkt op Guadeloupe, terwijl zijn vrouw Marie-Ange achterblijft op Haïti. Gedurende hun lange scheiding communiceren zij met behulp van cassettebandjes. Eenzaamheid, scheiding en ontheemding zijn de thema's die steeds naar voren komen gedurende de gesprekken tussen Wilnor en zijn vrouw. Ook de ruimte heeft een belangrijke functie in de voorstelling. De kleine kamer van Wilnor ademt een sfeer van armoede en soberheid. De enige meubelen in de kamer zijn: een stoel, een oude krat en een matras op de vloer. Dit doet denken aan een cel in een gevangenis, wat tegelijkertijd ook het thema eenzaamheid benadrukt. Ver weg van zijn land en familie lijkt Wilnor wel veroordeeld tot een eenzaam leven.

Groot en waardig
Het stuk is verdeeld in twee delen: in het eerste deel luistert Wilnor naar de stem van Marie-Ange via de cassettebandjes en geeft af en toe lachwekkende commentaren. In het laatste deel is Wilnor aan het woord wanneer zijn krachtige stem als reactie wordt vastgelegd op de band. Het toneelstuk, gaat van start wanneer Wilnor terugkeert naar huis van de zware arbeid. Het is dan avond. Hij gaat op zijn enige stoel zitten en haalt uit zijn tas een cassetteband die door zijn vriend uit Haïti is gebracht. Hij luistert naar zijn vrouw Marie-Ange. Haar eerste woorden zijn liefdevol: 'Hallo, hallo Wilnor Baptiste', wat lijkt op een telefoongesprek. Uit het gesprek blijkt uiteindelijk dat Marie-Ange zwanger raakt van de vriend van Wilnor die haar het geld van haar man uit Guadeloupe brengt. Desondanks accepteert Wilnor de pijnlijke daad van zijn vrouw en hij lijkt haar die te vergeven. Dit maakt dat haar kapitein Wilnor een man is met een mooi hart. Een hardwerkende man in een vreemd land die toch groot en waardig blijft voor zijn vrouw.

Aan de discussie hebben meer mannen deel genomen dan vrouwen. Een notaris zei: "Ik vind dat het stuk de zwarte man niet op een voetstuk plaatst, maar dat er juist een loopje met hem wordt genomen. Dit blijkt uit fragmenten van de tekst waarbij je wel moest lachen." De première kreeg een staande ovatie van het publiek. Het stuk is zaterdag nog te zien in Theater Unique.

[uit de Ware Tijd, 27/07/2013]

Wooding binnenkort herdrukt

De voorinschrijving van het boek Winti: Een Afro-amerikaanse godsdienst in Suriname – Een cultureel-historische analyse van de religieuze verschijnselen in de Para van Charles J. Wooding is van start gegaan. Eindelijk na ruim 40 jaar binnenkort weer verkrijgbaar! De herdruk verschijnt eind augustus 2013 in samenwerking met dhr. K.A. Wooding bij Uitgeverij Dubois:
Omslag van de 1e druk

Charles Wooding is de grondlegger van het winti-onderzoek. Deze uitgave is de ongewijzigde herdruk van zijn proefschrift uit 1972. Het bevat een uitvoerig historisch onderzoek naar de herkomst van de Afrikaanse elementen, een systematisch beeld van de religieuze voorstellingen en de belangrijkste rituelen van de godsdienst. Ook omvat Winti: Een Afro-amerikaanse godsdienst in Suriname de uitleg van de liederen die bij de winti-pré’s gezongen worden en een zeer uitgebreide woordenlijst waarin woorden die bij Winti eraan te pas komen zijn opgenomen.
Wooding omschrijft Winti als een Afro-Amerikaanse godsdienst die zich concentreert op het geloof in gepersonifieerde bovennatuurlijke wezens, die van een mens bezit kunnen nemen en zijn bewustzijn uitschakelen, waarna zij verleden, heden en toekomst kunnen openbaren en ziekten van bovennatuurlijke aard kunnen veroorzaken en genezen.

Er bestaan nog steeds over Winti veel misopvattingen. In Suriname was het lang bij wet verboden om Winti en de daarbij behorende rituelen in het openbaar te beoefenen. Pas in 1971 werd artikel 540 (Hij die afgoderij pleegt wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 3 maanden of geldboete van ten hoogste honderd gulden.) geschrapt. Mede daardoor wordt vaak Winti tot op de dag van vandaag geassocieerd met iets dat slecht is, met zwarte magie (wisi). Een andere oorzaak is gebrek aan kennis. Het wegnemen van vooroordelen en misvattingen vraagt om correcte informatie. Dit boek kan een nuttige bijdrage leveren om dat doel te bereiken.

Wooding was de eerste Creool die Winti wetenschappelijk verklaarde. Met zijn studie heeft hij het bewijs geleverd dat Winti geen afgoderij is, maar een godsdienst met een duidelijke Afrikaanse oorsprong waarin veel positieve elementen aanwezig zijn, zoals de hoge moraal, de groepsgebondenheid en het ontladen van psychische spanningen tijdens riten die de dagelijkse problemen verlichten. Dit proefschrift is een standaardwerk geworden voor alle geïnteresseerden in Winti en wordt niet zelden als de wintibijbel betiteld. Het leent zich ook goed als aanvulling op de standaardliteratuur die in de opleiding en de dagelijkse praktijk van de reguliere Nederlandse en Surinaamse geestelijke gezondheidszorg wordt gebruikt.

Over de auteur:

Charles Wooding werd in 1932 in Paramaribo geboren en was enkele jaren werkzaam in het onderwijs. In 1962 kwam hij als hoofdonderwijzer naar Nederland en na het behalen van een colloquim doctum ging hij Sociale Wetenschappen studeren aan de Rijksuniversiteit in Leiden. In 1967 voltooide hij zijn doctoraalstudie in de Sociologie der Niet-Westerse Volken en daarna maakte hij voor zijn proefschrift een diepgaande studie van de West-Afrikaanse maatschappijen om de Afrikaanse zeden en gewoonten in de Creoolse bevolkingsgroep beter kunnen analyseren. In 1972 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is in 2007 overleden.

Winti: Een Afro-amerikaanse godsdienst in Suriname – Een cultureel-historische analyse van de religieuze verschijnselen in de Para van Charles J. Wooding
Prijs: € 24,95
Pagina’s: 592 Taal: Nederlands Uitvoering: paperback Formaat: 225 X 150 mm ISBN: 9789075812077
De oplage is beperkt, dus reserveer op tijd! Uitgeverij Dubois
Tel.  +31 6 30941635
Email: info@uitgeverijdubois.nl

Trommelgeesten (5)

door Fred de Haas

De Franse Antillen
Op Martinique en Guadeloupe zijn de oude Afrikaanse godsdienstige tradities verwaterd tot magie en bijgeloof. Er wordt geloof gehecht aan de macht van de zogeheten ‘quimboiseurs’ of zwarte magiërs. De ‘quimboiseurs’ maken ‘quimbois’ (kenbwa). Dat zijn ‘magische’ pakketjes van, bijvoorbeeld, aarde van een kerkhof, beenderen van een geraamte, kruiden en andere rommel, waaraan een bepaalde kracht wordt toegekend. Het volk van de Franse Antillen is vaak in de weer met baden, kruiden, kaarsen, magisch geladen watertjes, enzovoorts.
Er zijn uitgebreide uitvaartriten waarbij verhalen worden verteld over de spin Anansi en Broer Konijn, figuren uit de West-Afrikaanse folklore. In de nacht van Allerheiligen zet men kaarsen en eten op de graven van de overledenen.
 
Voorwerpen gebruikt bij Vodou
Haïti
Sinds 2003 is ‘Vodou’, naast het katholicisme, een officiële godsdienst op Haïti.
In de eerste helft van de 19e eeuw is er een curieuze mengeling ontstaan van Afrikaanse en katholieke praktijken. Zoals boven reeds aangegeven waren er in die tijd, vanwege een conflict met het Vaticaan, geen katholieke priesters in Haïti. Hun taken werden min of meer overgenomen door de zogeheten ‘prêtres de savanne’, een soort lekenpriesters die geen enkele opleiding hadden genoten maar toch wat katholieke ceremoniën verrichtten zoals dopen en begraven. De ‘Vodou’ kon zich toen in alle vrijheid ontwikkelen. Leegstaande kerken konden worden gebruikt voor op Afrikaanse leest geschoeide diensten en de Vodou werd stevig verankerd in het volk. Politici maakten gebruik van de Afrikaanse godsdienst voor hun eigen politieke doelen. De sinistere dictator ‘Papa Doc’ Duvalier werd zelfs beschouwd als een opper Vodou priester.

Vodou is is een mengsel van Afrikaanse (Fon en Yoruba) en katholieke erediensten. Het woord ‘Vodou’ (‘Vodun’) zelf komt uit de taal van de Ewe-Fon uit Bénin (Dahomey) en betekent ‘godheid’. De Haïtiaanse goden komen voornamelijk uit Bénin en Nigeria. Sommige zijn van eigen – Haïtiaanse – bodem. De godennamen verraden vaak het Afrikaanse gebied waaruit ze afkomstig zijn: Vodun Singa (uit Senegal), Erzulie Freda (uit Whydah, Benin/Dahomey), Ogun Badagri (uit Badagri / Nigeria). De Afrikaanse tradities worden mondeling doorgegeven. Veel ‘priesters’ zijn analfabeet, maar er zijn ook academisch gevormden bij die hun geestelijke bestemming  in de Vodou hebben gevonden. Er zijn ook verschillende Vodou sektes met hun eigen Creools-Afrikaanse interpretaties.

Zoals gezegd zijn er ook katholieke elementen in de Vodou te vinden. Op de altaartjes van de Vodou priesters prijken ook allerlei katholieke heiligen.
Een Vodou altaar voor Petwo, Rada en Papa Gede: mengsel van katholiek en animistisch

De geesten worden, behalve met het woord ‘Vodun’ ook aangeduid met de term ‘Loa’. De priester, de ‘houngan’, heet ook ‘Papaloa’ (vergelijk de ‘babalao’ uit Cuba). Priesteressen heten ‘mamaloa’ of ‘mambo’.
De priester die de ceremonie verricht leidt ook de koorzang. In de gezangen komen ook woorden voor uit het Yoruba, Fon en andere Afrikaanse talen die met de vorming van het Franse Creools in Haïti verloren zijn gegaan (het Haïtiaanse Creools is een taal met fonologische en grammaticale elementen uit Afrikaanse talen en een vocabulaire dat zich heeft ontwikkeld op basis van het 17e en 18e eeuwse Frans uit West-Frankrijk).
Vodou priesters zijn ook kruidendokters, waarzeggers en duiveluitdrijvers.

De geesten spreken door de mond van de mediums, meestal vrouwen, die ‘hounsi’ heten, naar het woord ‘vodunsi’ (= echtgenote van de godheid) uit Bénin. Ze dansen om een paal die midden in de ‘kerk’ staat, de zogenoemde ‘poteau mitan’ (letterlijk: de paal in het midden). De mediums dragen ook zorg voor de ‘heilige’ voorwerpen en houden de tempel schoon.
Vlak voordat de eigenlijke dienst begint maakt de priester met maïsmeelpoeder prachtige tekeningen (vèvès) op de grond die bij bepaalde godheden horen. Dat gebeurt ook in Brazilië en in het Afrikaanse Bénin.


Een poteau mitan

Het Opperwezen, wiens naam je ook wel op een stadsbus tegenkomt, heet – in het Frans – ‘Le Bon Dieu Bon’ (Onzelieveheer) of, in het Creools, ‘Bondye’. Maar die bemoeit zich, evenmin als in Afrika, niet met aardse zaken. De god Legba speelt ook in de Vodou een belangrijke rol. Hij is de baas van de kruispunten en wordt in Haïti dan ook “Maître Carrefour’ ( = Baas Kruispunt) genoemd. Voordat er andere geesten kunnen worden opgeroepen moet eerst Legba worden aangeroepen omdat Legba de weg opent naar de geestenwereld. Andere godheden zijn LOKO (die we ook in Suriname tegenkomen) en de godin van de liefde Erzulie Freda die ook wel samenvalt met de Maagd Maria, hoewel de ‘hounsi’ die in trance raakt van Erzulie vanwege haar manifeste sensualiteit niet direct voor die kwalificatie in aanmerking komt. Tijdens de dans benaderen de mediums de mannelijke gelovigen met seksuele bedoelingen. Ze zijn daar niet verantwoordelijk voor omdat dit allemaal tijdens de trance gebeurt en zij zich na het ontwaken uit de trance niets meer kunnen herinneren.
In Haïti is men als de dood voor de Guede, de geesten van de doden. Een beroemde Guede is de geest van het kerkhof ‘Baron Samedi’ (= Baron Zaterdag), die altijd gekleed is in rok en een hoge hoed draagt. De ‘hounsi’ van de Guede dansen met Allerzielen in de straten. Ze zijn dan gekleed in rok, dragen een hoge hoed en zijn verkleed als lijk. Bij die gelegenheid drinken ze veel rum, dansen sensueel en vermaken het volk met obscene grappen.
 
Een Rara optocht waarin seksuele verleiding belangrijk is
Elk jaar is er een groot feest ter ere van de Maagd Maria in Ville Bonheur. Duizenden pelgrims trekken naar de waterval van Saut d’Eau, raken soms in trance en steken kaarsen aan voor de kerk. Zie You Tube Saut D'eau Haiti Vodou TT (Ville-Bonheur).
Tot slot is er een processie waarbij het beeld van de Maagd Maria wordt rondgedragen.

Zombies in Haïti
Men gelooft dat heksenmeesters iemand kunnen doden met vergif en de doden weer met een ander soort gif tot leven kunnen wekken. Deze tot leven gewekte doden, ‘zombi’ geheten, zijn willoze werktuigen in de handen van hun meester. Haïtianen zijn als de dood dat hun overledenen als zombis worden gebruikt en waken daarom drie dagen op het graf zodat niemand het lijk kan stelen.
Om zich te beschermen tegen kwade machten en hekserij maken Haïtianen gebruik van magische voorwerpen (amuletten, talismans) die, zoals we hierboven al vertelden, met een Congolees woord ‘wanga’ worden genoemd.
Haïtiaanse emigranten hebben hun godsdienst verspreid in het Caribisch gebied (ook op Curaçao) en daarmee ook hun geloof en hun magie. In Santo Domingo raadpleegt men bij voorkeur Haïtiaanse Vodou priesters.
 
Een Haïtiaanse zombi
Formele Vodou organisaties en pogingen tot Afrikanisering
Een van de eerste formele Vodou organisaties was ‘ZANTRAY’, opgericht in 1986 in de streek rond Gonaïves. Zantray is de afkorting van ‘Zanfan Tradisyon Ayisyen’ (Kinderen van de Haïtiaanse Traditie). ‘Zantray’ is ook een afleiding van het Franse ‘les entrailles’, een woord dat ‘ingewanden’ betekent en dus symbolisch duidt op de ‘essentie’ van iets. ZANTRAY legt de nadruk op de Afrikaanse erfenis, net als CONAVO (Commission Nationale pour la Structuration du Vodou, gesticht door Wesner Morency).

De meeste Vodou aanhangers zijn ook Rooms-Katholiek. De katholieke kerk heeft nog steeds groot gezag in Haïti en een katholiek doopbewijs is een document dat helpt bij het verkrijgen van een identiteitsbewijs of anderszins. Haïtianen zijn er trots op dat hun kinderen communie doen en in de kerk trouwen.
Zwarte Madonna

Vodou ceremonies beginnen vaak met het aanroepen van God (Bondye), het slaan van een kruisteken en het reciteren van een katholiek gebed. Pogingen om de katholieke heiligen uit de Vodou religie te bannen hebben niet veel resultaat opgeleverd. De Haïtianen zijn aan de Franse en Spaanse heiligen verknocht en zonder die heiligen komen de traditionele, Afrikaanse geesten óók niet.

Men heeft geprobeerd de Vodou te Afrikaniseren o.a. door het introduceren van het Yoruba Opperwezen Olorun (in Haïtiaans Creools ‘Olowoum’). Dat is gedeeltelijk gelukt, omdat
zo’n Afrikaans Opperwezen zich niet bemoeit met aardse zaken en een Vodou dienst niet is gericht op God, maar op de geesten. Last hebben ze er dus niet van.
Er zijn ook toonaangevende Vodou priesters die de afrikanisering van de Vodou grote onzin vinden. Juist het multiculturele karakter, die mengeling van katholieke rituelen en Creoolse rituelen maken de Vodou voor velen aantrekkelijk.

[vervolg, afl. 6, klik hier] 

Naschrift Cariben laten we het onmogelijke vragen (2)

door Willem van Lit

In Lommel en dan … naar de overkant
Op 27 maart presenteerde ik mijn boek aan het publiek in Lommel. De lezing was hier een mix van toeristische en geografische uitleg enerzijds en het centrale thema van het boek Cariben anderzijds. Een deel van het publiek wist nog niet goed waar ik het over heb als ik het Caribische gebied noem. Ik vertelde over de wonderlijke schoonheid ervan en over het bedrog van de fascinatie, juist door die schoonheid. Hier sluit het thema van het boek goed op aan. Opvallend was dat er voor mijn verhaal een aantal mensen soms honderd kilometer of meer had gereisd. Ik ben verbaasd over hun verhalen en hun motieven om zo ver te reizen: men is zeer geïnteresseerd in het thema en de manier waarop het is uitgewerkt in het boek. Het zijn mensen die de eilanden (en hun bewoners) kennen, soms van heel dichtbij.

Willem van Lit. Foto © Michiel van Kempen

Het schrijven van dit boek (met de wekelijkse publicaties als een feuilleton op Facebook in de periode 2011 – 2013) bracht mij ook in contact met vele anderen. In dit geval wil ik vooral Michiel van Kempen, hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur bij de Universiteit van Amsterdam noemen, die in mijn boek een aanbeveling heeft geschreven. Hem wil ik voornamelijk danken omdat hij mijn geschriften via de blogspot van de Caribische letteren op het wereldwijd net onder de aandacht heeft gebracht van vele anderen: http://caraibischeletteren.blogspot.nl/p/werkgroep-caraibische-letteren.html .Daarbij heb ik eveneens het genoegen gehad hem persoonlijk te leren kennen op een koude en winderige dag in dit voorjaar.

Op 2 april vlogen mijn vrouw en ik naar Curaçao. Er gingen boeken mee. Ik had er ook al een deel opgestuurd. We gingen voor de presentatie van het boek, maar we wilden ook vakantie. Drie weken. En met een verblijf van enkele dagen op Bonaire. Vlak voor ons vertrek kocht ik nog het boek van Trix van Bennekom De tragiek van Bonaire; vooral om me actueel op de hoogte te brengen over de situatie op dit eiland, de nieuwe buitengewone gemeente – ‘openbaar lichaam’ genoemd (tja waar haal je zo’n benaming vandaan?)– van Nederland, het Caribische Nederland. Van Bennekom schrijft journalistiek; ze onderzoekt op deze manier de gebeurtenissen en verschijnselen. Ik lees in haar boek zeker dingen die passen in het thema van ‘Cariben’. Bonaire … het broeit en smeult er; zoveel is duidelijk.

Bonaire, zoutwinning. Foto © C. Ridley

“Het onwaarachtige ‘we zijn allemaal gelijk’ heeft gezorgd voor een toneelspel dat al decennia duurt. Met argwaan, verwijten en ergernis in de hoofdrol. Het klinkt niet aardig maar het Koninkrijk doet me vaak denken aan een dysfunctionele familie. Volkomen verziekte verhoudingen. De kans dat het nog ooit goed komt, is minimaal. Af en toe staat er iemand op die een verzoeningspoging waagt, maar dat is tijdelijk. Structureel zit het helemaal fout. Daarvoor is generaties lang teveel misgegaan”. Mijn hoofdstuk 2 gaat daarover, over die generatielange teloorgang, maar ook op andere plaatsen in ‘Cariben’ schrijf ik over de duurzaam moeizame verhoudingen (pag. 316 – 322, 354 – 355, 358 – 363). Dat blijft zo. Onlangs heeft minister Plasterk aangegeven dat Nederland niks zal ondernemen tegen de al decennia durende ecologische en humanitaire ramp van de raffinaderij op Curaçao (die toch een erfenis is van Nederlands ondernemen) en dat met verwijzing naar artikel … enz. Maar ja, wél treiterbeleid op de eilanden die ‘openbaar lichaam’ zijn. Van Bennekoms boek staat er vol van: het ‘satisfait’, de hooghartigheid van de bovenmeester (zie Cariben pag. 317 – 319, 358 – 368). Van Bennekom: “In feite zegt Nederland tegen Bonaire: ‘Je bent wel een deel van Nederland, maar wij beschouwen jullie als tweederangsburgers. Jullie hebben niet dezelfde behoefte als wij en kunnen best met wat minder toe’”. (Van Bennekom, pag. 160).

Douane van Bonaire. Foto © Geha

Treiterbeleid. Dat merkte ik direct bij aankomst op Flamingo Airport op Bonaire. Ik had twintig exemplaren van mijn boek meegenomen, die ik op Bonaire wilde verkopen of weggeven (o.a. aan de bibliotheek). Dat ging zó maar niet. Of ik maar invoerrechten wilde betalen of – en dat was de keuze – onmiddellijk de helft inleveren. De douaneambtenaar (een jongeman van het eiland) bleef keurig, netjes en bedaard rigoureus. Hij bleef mij geduldig uitleggen waarom ik moest betalen en hoe dat komt. Ik kon mijn verbazing heel moeilijk verbergen en beteugelen, maar ik wilde geen gedoe. Uiteindelijk kwamen we tot een voorlopige oplossing. Ik heb geen zin het allemaal tot in detail uit te zoeken en me te verdiepen in een naar mijn idee volkomen idiote douaneregeling bínnen Nederland. In Europa kan ik met vrachtwagens vol van land tot land rijden zonder één keer op de rem te hoeven trappen bij een douanestal tussen de landen.

Tóch wil ik de jongeman van de douane vanaf dit geschrift complimenten geven met de wijze waarop hij mijn verontwaardiging zo waardig kon pareren. Ook dat heeft me getroffen, moet ik zeggen.

L.J. Brinkhorst: ijdel en zuur

Het lijken details, maar dit treiteren past volkomen in het patroon waarin de krampachtige Euro-Caribische verhoudingen zich al honderden jaren bevinden. Dat patroon, zoals ik het zelf heb beschreven in Cariben met de onder andere de brandende effecten van het zogeheten politiek correct handelen en denken, komt steeds weer naar voren. Van Beetz bespreekt deze relaties van dichtbij. Hij zat er als Nederlands adviseur in de binnenste cirkel van de politieke arena bij. Hij heeft het politieke en bestuurlijke manoeuvreren direct meegekregen. Sprekend zijn de momenten waarop hij in deze positie als Nederlands ambtenaar, verbonden en uitgeleend aan de Antilliaanse regering op een tweetal momenten persoonlijk te maken kreeg met de navrante kregeligheid van Nederlandse politici. Hij beschrijft het in zijn kroniek op een rustige toon, maar je leest de verbazingwekkende verontwaardiging er duidelijk doorheen. Indringend. (Van Beetz, pag. 31/32 ‘Op het matje…’ en pag. 156 – 160 ‘De lezing van een ijdele minister’; het gaat om L.J. Brinkhorst in dit geval). Hier wordt de duurzaamheid van de zurige verhoudingen zelfs persoonlijk.

Verdonk: snauwend en denigrerend


Zijn relaas zit voorts vol van constateringen over narrig en ergerlijk gedrag van Nederlandse zijde (o.a. pag. 137 – 138), slordig handelen en denken (pag. 149), hooghartigheid (pag .65 – 66, 169), desinteresse en gebrek aan betrokkenheid (onder andere bij de ondertekening van het Slotdocument op 9 september 2010), gebrek aan werkelijkheidszin, snauwend en denigrerend optreden (o.a. van minister Verdonk op verschillende momenten, maar ook van minister Ter Horst – pag. 259).
Gijs de Vries: verraad

In dit verband moeten we zeker ook niet het zogenaamde verraad van staatssecretaris Gijs de Vries vergeten in 2001 ten opzichte van de Antilliaanse premier Miguel Pourier. Dit voorval is een van de belangrijke factoren geweest die geleid hebben tot de ontmanteling van het land Antillen. Van Beetz beschrijft dat uitvoerig met de daarbij behorende uitputtende excuses van Nederland in latere jaren, maar ja, toen was het te laat. En het uiteenvallen van de Antillen is eigenlijk hét zure koekje van eigen deeg dat Nederland zichzelf als poets heeft gebakken: de geschiedenis keert zich tegen de nalatige; Nederland wíl eigenlijk helemaal geen openbare lichamen beheren in een lauwe kom Caribisch water. Dat is alleen nóg maar eens meer lastig, brrr…

[vervolg, deel 3, klik hier]

Carry-Ann Tjong-Ayong - knsm

verweerde balkengrijze posten door de zon gebleekt
kwijnt daar de steiger op haar laatste dagen
waar ooit geschoeide voetjes triptrap langs het gangpad vluchtten
omhoog, waar ’t uitzicht op de stroom landinwaarts bedwong
grauwbruin als koffie aangelengd met melk zou je haast nippen
hier kwam de zee tot rust aan vroege haven
ving verre reis aan kwam de zeeman thuis
en kinderen lieten triest hun moeder achter
en moesten onder dak in vreemde haven
nooit meer in huis omhelsd door warme armen
die troostend wiegden
als was men eeuwig kind

KNSM-steiger te Paramaribo



From Routes to Crown

Klik voor groter formaat
From Routes to Crown is een theatervoorstelling die de sociaalpsychologische invloeden van de slavernij belicht die in onze huidige samenleving nog steeds merkbaar zijn. ‘Routes’ staat hier voor de zowel fysieke als mentale reis die door de slaven uit het koloniale tijdperk is afgelegd. Bij uitspraak zijn ‘routes’ ook de wortels van een boom. ‘Roots’; wortels die meestal ver de grond in reiken. Dit verwijst naar de aardse elementen die het stuk bevat. ‘Crown’ is de uiteindelijke overwinning; als metafoor voor de afschaffing van de slavernij en een symbool van koningschap. Ook is de ‘crown’ van een boom het bovenste gedeelte; de kruin, waar takken en bladeren aan vast zitten.

De voorstelling onderzoekt de gevolgen van onderdrukking van de gekleurde bevolking, anderhalve eeuw na de afschaffing van de slavernij. From Routes to Crown laat zien dat de voorouders van het voormalig onderdrukte volk ergens zijn begonnen en hebben moeten vechten voor hun recht op bestaan, zodat er nu jaar in jaar uit nieuwe generaties mogen bloeien zoals bladeren aan een boom. Zij hebben het fundament gelegd voor het bestaan van de voormalig onderdrukte volkeren van nu.

Door middel van dans, drama en spoken word wordt het verhaal van de reis van ‘Routes’ naar ‘Crown’ verteld. Het wordt een voorstelling waarin de toeschouwers de ruimte krijgen om zelf te beslissen hoe zij zich bij dit onderwerp voelen. Het morele doel van deze voorstelling is het creëren van bewustzijn en begrip, bij zowel de blanke als de donkere gemeenschap. Bij wederzijds begrip zal racisme minder voorkomen en, ideaal gezien, leiden naar een betere samenleving.


De choreograaf en regisseur van From Routes to Crown is Gianni Grot, oprichter van dansgezelschap My Art. De eerste My Art-productie; ‘Aces’, ging op 27 oktober 2012 in premiere in Nederland. ‘Aces’ werd ook gedanst in Suriname in de theaters On Stage en Thalia. Grot wil kunst maken door middel van beweging en muziek.

Grot produceert ‘From Routes to Crown’ samen met Helen Kamperveen, actrice en oprichter van Jeugdtheaterschool On Stage en Ann Hermelijn van Aco Multi Services, een cultuuronderneming die zich primair inzet om artistieke en creatieve projecten van organisaties en zelfstandige kunstenaars in en buiten Suriname tot leven te brengen.
Opvoeringen van ‘From Routes to Crown’ zijn te zien op 1, 2, 4, 8, 9 en 10 augustus telkens om 20.00 uur in On Stage aan de Mgr. Wulfinghstraat 5, Paramaribo. Kaarten @ SRD 35,- te koop vanaf 27 juli bij On Stage (Wulfinghstraat), Vici (Henck Arronstraat), Sun Ice (Wilhelminastraat), Zus & Zo (t/o Palmentuin) en Optica (Hermitage Mall).


Enthousiaste viering van de vrijheid in Den Haag

door Otti Thomas

Op verfrissende wijze besteedde ook de regeringsstad Den Haag afgelopen vrijdag aandacht aan de afschaffing van de slavernij, 150 jaar geleden. Samen met de Openbare Bibliotheek zorgde Guisella Starink-Martha voor een afwisselend programma, dat scherp contrasteerde met de doorgaans eenzijdige focus op problemen in de Tweede Kamer, een paar honderd meter verderop.
De bijdragen uit de wetenschap en literatuur, traditionele en moderne Caribische muziek, dans en beeldende kunst waren samengebracht onder de titel ‘Geluid van de Vrijheid’. “In mijn beleving gaat echte vrijheid gepaard met stilte. Iets wat vanzelfsprekend is heeft geen geluid nodig om het te ervaren”, zei Melvin Statia, directeur van het Curaçaohuis, in zijn openingswoord. Maar vrijheid is niet vanzelfsprekend en daarom is er soms wel geluid nodig om de waarde van vrijheid te benadrukken, zowel lichamelijke vrijheid als geestelijke. “Er moet nog veel worden gedaan voor die mentale vrijheid echt begrepen en beleefd wordt op de eilanden, maar ook in dit deel van het Koninkrijk”, zei hij.
Valika Smeulders

Statia noemde meer kennis over de geschiedenis een belangrijke stap voor die bewustwording, waarmee hij tevens de tweede spreker introduceerde. Valika Smeulders presenteerde de eerste resultaten van haar onderzoek naar de rol van Den Haag in de slavenhandel. Zoals bekend werd hier de basis gelegd voor de slavenhandel en werd besloten tot de afschaffing ervan. Maar het was ook de stad van de rechtszaken, waarin slaven hun vrijheid eisten. Den Haag had bovendien – net als Middelburg, Rotterdam en Amsterdam – inwoners die geld verdienden aan de slavenhandel, waaronder de beleidsmedewerkers van verschillende ministeries. “Er is Haagse welvaart gebouwd op de onvrijheid van de Afrikaanse slaaf-gemaakten. En de slaaf-gemaakten hebben zich altijd verzet, onder meer door de regels aan te vechten, hier in Den Haag. Het is een deel van de geschiedenis dat verder uitgediept moet worden om ervan te leren en inspiratie uit op te doen”, zei Smeulders.

Rotsen
Ook in de voordrachten en bijdragen die volgden werd teruggeblikt op het slavernij-verleden, inclusief enkele tambú-nummers en optredens van dansgroep Chi Ku Cha. Van Walter Palm was er zijn gedicht ‘De Driemaster met drie masten, Liberté, Egalité en Fraternité’, over de Franse revolutie die na enige vertraging ook Curaçao bereikte. Izaline Calister zong ‘Lamento di Mosa Nena’ over de liefdesgeschiedenis van slaaf Buchi Fil. Kunstenaar Nelson Carrilho verbeeldde de zware strijd voor de vrijheid met bronzen beelden van slaven op een weg vol vervaarlijke pinnen.

Izaline Calister. Foto @ Michiel van Kempen

Maar meer dan een pijnlijke terugblik, was ‘Geluid van de Vrijheid’ vooral een ode aan de Caribische cultuur, die onlosmakelijk met het verleden verbonden is. Het onverwacht hoge aantal van meer dan 250 bezoekers, waaronder Hagenaars die eigenlijk alleen naar de bibliotheek kwamen om een boek te lenen, kon genieten van de Curaçaose wals door muziekgroep Tipiko Den Haag. Carilho maakte speciaal voor de expositie een kopie van zijn beeld ‘Carriers from Far’, om hiermee aan te tonen dat mensen hun cultuur altijd met zich meedragen. En Palm liet de spin Nanzi een overwinning behalen op Koning Zon. De bezoekers hadden het zo naar hun zin dat Calister tot twee keer toe om een toegift werd gevraagd, hetgeen ze beloonde met haar luidkeels meegezongen hit ‘Wow’i Kariña’. Het programma liep daardoor wel uit, maar ook dat past bij de Caribische cultuur.

Kade
r
‘Geluid van de Vrijheid’ omvat verschillende activiteiten in de Openbare Bibliotheek van Den Haag. Tot en met 25 augustus worden er schilderijen en beelden geëxposeerd van Nelson Carrilho, Felix de Rooy, Helen Martina, Boy Namias de Crasto, Hector Ceferino Raphaela en Wilson Garcia. Op 3 augustus is er een literaire middag met gedichten, verhalen en rap, en op 18 augustus volgt een optreden van Nueva Tradición. Op zondag 25 augustus wordt het programma feestelijk afgesloten met tambú-muziek.

[uit Amigoe, 22 juli 2013]