woensdag 24 april 2013

De Surinaamse bibliotheken in beeld (1)

Voor Bibliotheekblad, het vakblad voor Nederlandse bibliotheken, schreef journalist Kirsten Dorrestijn een reportage over de Surinaamse bibliotheken. Hieronder leest u de inleiding van het artikel. Later deze week volgen de hoofdstukken waarin wordt ingezoomd op de verschillende bibliotheken. Eerder schreef Dorrestijn haar scriptie over de boekhandels in Suriname aan de Universiteit van Amsterdam, onder begeleiding van bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren Michiel van Kempen.

door Kirsten Dorrestijn

Met de Surinaamse bibliotheken gaat het niet altijd voor de wind. Budget om de collecties op peil te houden is er zelden en sommige wachten al jaren op nieuwe huisvesting. Toch wijzen alle tekenen in de goede richting. De bibliotheken van Suriname in beeld.



Suriname kent zo’n 50 bibliotheken. Het Cultureel Centrum Suriname met de hoofdvestiging in het centrum van Paramaribo en vijf filialen in wijken en districten, is de bekendste. In totaal heeft die bibliotheek 40.000 boeken in bezit. Daarmee is het niet de grootste bibliotheek, want dat is die van de Anton de Kom Universiteit met 100.000 wetenschappelijke werken. De bibliotheek van het Surinaams Museum heeft de grootste historische collectie. De Algemene Onderwijs Bibliotheek verzorgt boeken voor scholen in het hele land. Een aanwinst voor Suriname is het nieuwe Nationaal Archief waarvan het nieuwe gebouw in 2010 de deuren opende. Het is van alle moderne technieken voorzien.

Particuliere initiatieven
Bij alle andere bibliotheken gaat het om particuliere initiatieven. De Bukutori bibliotheek is bijvoorbeeld opgezet door Guillaume Pool, een Surinamer die voor de helft van het jaar in Nederland en de andere helft in Suriname verblijft. Hij is al jaren bezig om geschikt onderdak te vinden voor zijn collectie van 5000 boeken. Het zijn afgeschreven bibliotheekexemplaren en giften van antiquariaten die hij in de loop der jaren in zijn woonplaats Groningen (Nederland)  bij elkaar heeft gesprokkeld. Dan is er nog Rappa’s Bibliotheek. Rappa is het pseudoniem van Robby Parabirsing, een Surinaams schrijver en docent Nederlands. Elke doordeweekse avond stelt hij zijn bibliotheek-aan-huis open voor middelbare scholieren die voor hun lijst boeken moeten lenen. Op de literatuurlijsten in Suriname staan vaak sterk verouderde titels van Nederlandse schrijvers (denk aan: Slauerhoff, Mulisch, Wolkers) die nauwelijks meer verkrijgbaar zijn in het land. Ten slotte zijn in dorpjes in het tropisch regenwoud, Jawjaw en Nieuw-Aurora, twee bibliotheken opgezet door Nederlandse vrijwilligers. Door de Surinaamse stichting Projecten worden leeshoekjes geïnstalleerd in het binnenland. Is de boekenvoorraad in Paramaribo al niet overweldigend, in de districten en in het binnenland gaat het echt om een nijpend probleem.



Weinig lezers, maar tekort aan leesvoer
Lezen is geen populaire hobby in Suriname. In het openbaar zie je vrijwel nooit iemand in een boek verdiept. Behalve een kleine groep intellectuelen, blijft slechts een enkeling na de middelbare school voor het plezier lezen. Vaak gaat het dan om bouquetreeksen, esoterische lectuur, kinderboeken of strips. Vanwege ontbrekende belangstelling heeft het CCS afgelopen jaar twee filialen moeten sluiten.

Ondanks het minimale aantal volwassen lezers, bestaat er voor kinderen en middelbare scholieren een groot tekort aan boeken. Slechts enkele wijken in Paramaribo hebben een bibliotheek. In de tweede grote stad van Suriname, Nieuw-Nickerie, heeft stichting WIN een bibliotheek opgezet en wie naar het oosten rijdt, maakt alleen nog kans bij het CCS-filiaal in Moengo een boek te vinden. Niet alle scholen hebben een eigen voorraad en als ze die wel hebben, worden de boeken soms niet uitgeleend uit angst dat de exemplaren niet meer terugkomen. Wat dat betreft speelt het CCS een belangrijke rol met de bibliotheekbussen die langs scholen rijden die geen eigen bibliotheek hebben. Ook de Algemene Onderwijs Bibliotheek heeft goed werk verricht door mediatheken in te richten op 250 basisscholen in het land.

Om boeken voor hun lijst te lenen, komen kinderen met hun ouders van heinde en verre naar de twee filialen van het CCS, de Algemene Onderwijs Bibliotheek, Rappa’s bibliotheek of de Bukutori bibliotheek. Vijf openbare bibliotheken in Paramaribo voor 243.000 inwoners (Suriname telt in totaal 520.000). Ook in kindertehuizen en bejaardencentra is vaak maar weinig leesvoer voorhanden. Een boek kopen is alleen voor de rijke elite weggelegd: Suriname is nog altijd een ontwikkelingsland. Een jaarlidmaatschap bij de bibliotheken kost gemiddeld een half tot een kwart dagloon.

Collecties
De collecties van de openbare Surinaamse bibliotheken bestaan voor het grootste deel uit romans en kinderboeken van Nederlandse schrijvers. Met het aanbod dat in Suriname wordt geproduceerd, kan geen bibliotheek gevuld worden, al verschijnt er wel steeds meer op eigen bodem. Uitgeverijen bestaan niet in Suriname, maar de printing-on-demand-techniek wordt gretig toegepast. Het aantal vrouwelijke Surinaamse schrijvers is daarbij opvallend, net als het aantal kinderboeken dat de overhand heeft. De openbare bibliotheken hebben verder meestal een afdeling met Spaanse boeken, want die taal kan men op school kiezen als keuzevak. Daarnaast is er Engelse literatuur, zijn er studieboeken, naslagwerken en boeken over het Caraïbisch gebied.

Weinig bibliotheken hebben zelf genoeg budget om de collectie aan te vullen. Het CCS kreeg de afgelopen vier jaar subsidie van de Nederlandse ambassade en heeft zo het gebouw en de collectie weer op peil kunnen brengen – iets wat hard nodig was. De meeste bibliotheken maken dankbaar gebruik van de donaties uit Nederland: afgeschreven bibliotheekboeken of giften van uitgeverijen.



Kaartenbakken
Behalve de bibliotheek van de Anton de Kom Universiteit en het Nationaal Archief, werken alle bibliotheken nog met kaartenbakken. Het CCS en de Algemene Onderwijs Bibliotheek zijn bezig met het invoeren van de titels. Geen van de bibliotheken heeft een aparte collectie cd’s of dvd’s in het bezit. Het CCS heeft wel videobanden.

In 2009 werd voor het eerst sinds tientallen jaren weer een opleiding tot bibliotheekassistent aangeboden op Surinaamse bodem. Dit gebeurde op initiatief van het CCS en werd gefinancierd uit de subsidie van de Nederlandse ambassade. Stichting Nationale Database is de uitvoerende orgaan van deze mbo-opleiding.

Al is er nog veel werk te verzetten, elk jaar worden er stapjes vooruit gezet en het land is goed op weg om de collecties, de voorzieningen, de huisvesting en het opleidingsniveau van het personeel van de bibliotheken flink op te krikken.

[wordt vervolgd]

Dit artikel verscheen eerder in Bibliotheekblad

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen