donderdag 31 mei 2012

Rapperdepapper de pappappap…


Wat bedoelt Rappa nu eigenlijk met zijn commentaar op de brandbrief van Michiel van Kempen en Theo Para? "Ze" fulmineren dan wel, “maar wij wonen en werken hier, wij vangen die klappen het eerste op”. Wat voor klappen heeft Rappa ooit opgevangen? Hij babbelt wekelijks een eind weg in zijn volledig gratuite column op StarNieuws en in plaats van daar te fulmineren op alles wat Bouterse en die companen van hem misdoen, praat hij ze alleen maar naar de mond, bang om anders boomrijp te zijn voor een nieuw 8 december. Maar nee, dat wil hij vooral voorkomen! En ook als lid van de Schrijversgroep ’77 heeft hij niet de moed kunnen opbrengen om dat clubje een ferm standpunt te laten innemen inzake de annexatie van Fort Zeelandia-complex. Dit is geen zelfbeschikkingsrecht, dit is over je heen laten lopen, anderen over je laten beschikken!

Dan durft hij ook nog te besluiten met een verwijzing naar de reactie van een van de meest dubieuze figuren rond Bouterse, Eugène van der San, op StarNieuws van maandag als bewijs dat “het echt wel goed komt”. Op zo’n wijze loopt het Fort echt wel weg, te beginnen met “Devil”.

StarNieuws is niet echt gezegend met columnisten als Hira en Rappa!

Rappa



Portret van de Surinaamse schrijver Rappa, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 79 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto is ook in verschillende uitvoeringen te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Reactie Rappa op de Open Brandbrief over Zeelandia

Open reactie terug aan onze terecht bezorgde broeders en zusters.

28 mei 2012
Rustig aan, jongens, rustig aan. Niet met zo een blinde jodenhaat steeds inhakken op alles wat Bouterse en die companen van’em doen, rustig mang! Jullie zitten daar lekkertjes vaak terecht te fulmineren op dat o zo gehate monster, maar wij wonen en werken hier, wij vangen die klappen het eerst op, niet jullie. Dus, niet te hard van stapel lopen, we wassen dit varkentje ook wel. Als we jullie ondersteuning nodig hebben, zullen we daar beslist om vragen, liever niet andersom. Dat is nou eenmaal het zelfbeschikkingsrecht dat wij als Surinamers op 25 november 1975 toch hebben gehad? Wel nu. Lieb’oen doe oen egi tori, oen n’e kong troeb’oen fasi f’wroko. En zie de reactie van Van der San vandaag, maandag, het komt wel goed, echt wel. We willen niet nog een keer 8 en 9 december hebben. Jullie toch ook niet? Wel nu, rustig aan, rustig aan, dat fort loopt echt niet weg.

Rappa

Paramaribo, Het presidentieel paleis gezien vanuit het complex Fort Zeelandia




Beste Rappa,

Er lijkt sprake van misverstand, wij in Nederland zijn slechts de kruiwagens van een verzet tegen de annexatie van het Fort Zeeandia door 'het gehate monster' dat in Suriname zelf begon. Dat zal ook blijken uit de ondertekening, die een mooie synthese laat zien van patriottisme en internationale solidariteit. Het is mij ook bekend dat E. van der San een geschrokken terugtrek beweging maakte ('het is slechts een plan'), ze zijn geschrokken van de 'heisa'. Ik wil er verder op wijzen dat 8 december 1982 (9 december was een misleiding van de macht) niet het gevolg was van het assertief gebruik van het recht op vrije meningsuiting door de slachtoffers en anderen, maar van het aangematigd recht van de daders te kunnen bepalen wie al dan niet mag leven of wie menswaardig mag leven. De opzet was de vestiging van de totalitaire staat, die zij ook vestigden. Het is als bij de verkrachting, niet het minirokje van het slachtoffer, maar het crimineel gedrag van de dader staat terecht. Zwijgen heeft nooit geholpen mensenrechtenschenders halt te doen houden!

Odi,

Henry Does

Fra Fra Sound gast van Caraibische Zomer Amersfoort

Fra Fra Sound. Foto @ Ronald Knapp

In het kader van de tentoonstelling Who More Sci-Fi Than Us, hedendaagse kunst uit de Cariben organiseert kunsthal KAdE, in samenwerking met Theater Film Café De Lieve Vrouw, een Caribische avond in Amersfoort op vrijdag 1 juni 2012, met o.a. een rondleiding over de tentoonstelling en een optreden van de Surinaams- Caribische jazzband Fra Fra Sound.

Van 18.00 - 20.00 uur is de tentoonstelling te bezoeken tijdens een speciale avondopenstelling. Om 19.00 uur is er een rondleiding. Het KAdECafé heeft voor deze gelegenheid een Caribisch menu samengesteld, in buffetvorm.
Om 20.30 uur treedt Fra Fra Sound op in De Lieve Vrouw.
Kosten voor deze avond (alle onderdelen zijn afzonderlijk te bezoeken):
Entree KAdE: € 3,50 (indien in het bezit van een kaartje voor het optreden van Fra Fra Sound in De Lieve Vrouw of een reservering voor het buffet in het KAdECafé). Anders geldt de reguliere entreeprijs van € 7,- (tot 18 jaar gratis, 65+ €3,50).
Rondleiding: gratis
Buffet: € 15,- (a.u.b. vooraf aanmelden bij Coen Molenveld via: c.molenveld@kunsthalkade.nl)
Optreden Fra Fra Sound: € 12,50 (kaartverkoop via kassa van de Lieve Vrouw en via de website www.www.lievevrouw.nl)
Fra Fra Sound: Fra Fra Sound is een Surinaams- Caribische band, die Afrikaanse, Caribische, Latijns- Amerikaanse, soul, blues en funk muziek laat samen smelten in een eigen en aanstekelijk geluid. Fra Fra Sound is de Amsterdamse jazzband die op concertpodia in meer dan 50 landen heeft gestaan. Zeven meestermuzikanten combineren verschillende elementen uit zwarte muziek tot een eigen sound. Energieke jazz in de breedste zin van het woord, met wereldse invloeden vanuit Noord-Amerikaanse jazz en funk, Surinaamse kaseko, kawina en winti en Afrikaanse ritmes. Met zijn unieke sound is de band een veelgevraagde act over de hele wereld. Zo toerde Fra Fra Sound onlangs door Brazilië. Meer informatie: www.frafrasound.com

Sandew Hira is laf


Sandew Hira (ps. v. Dew Baboeram)
Hira zegt in zijn antwoord op StarNieuws van vanavond 19.00 uur aan Stichting Surinaams Museum:

“Een historische invulling vanuit de ziel van een volk is dat je een bordje plaatst met de tekst: Op deze plek en in dit land heeft Nederland een misdaad tegen de menselijkheid begaan.’ Daarna kun je een toelichting geven dat Nederland nog steeds geen excuses heeft gemaakt voor deze misdaden waarbij duizenden mensen zijn geëxecuteerd in de loop der eeuwen”.

Hierin mag alleen worden  meegaan indien er ook een bordje wordt geplaatst met de tekst:
“Op deze plek en in dit land zijn weerloze en onschuldige burgers gemarteld en afgeslacht door –of tenminste in opdracht van– die pikin indji boy Bouterse, met de toevoeging dat Bouterse’s proces  ongrondwettelijk voortijdig is gestopt, waarna hem en zijn mede- verdachten klakkeloos amnestie is verleend, zonder dat Bouterse en zijn medeplichtingen schuld hebben beleden en hun excuses hebben aangeboden voor het doden van deze en die vele honderden andere onschuldige burgers van dit land, die onder andere in een zinloze –door Bouterse ingezette– Binnenlandse Oorlog het leven hebben gelaten.
Dat is de voorwaarde om de Surinaamse geschiedenis à la Hira recht te doen, maar dat durft Hira niet zeggen. Laf!

woensdag 30 mei 2012

Open brandbrief: 'Handen af van Fort Zeelandia'




Uitgenodigd door schrijver Michiel van Kempen en essayist Theo Para hebben binnen enkele dagen 123 mensen in Suriname, Nederland, Curaçao en Aruba de Open Brandbrief ‘Handen af van Fort Zeelandia’ ondertekend. De brief is een protest tegen de plannen van het Kabinet van de President om het Fort Zeelandia Complex onder zijn controle te brengen.

De tekst van de brief luidt:




Vanuit het Kabinet van President Bouterse zijn het Surinaams Museum en andere gebruikers van het Fort Zeelandia Complex in de vorm van ‘een plan’ te kennen gegeven dat uiterlijk 1 september 2012 het Fort Zeelandia moet zijn ontruimd. Dit om 'een nieuwe culturele invulling te geven aan het Complex die past bij de inzichten van het beleidscentrum.' Het Surinaams Museum heeft echter sinds vele jaren op uitstekende wijze culturele invulling gegeven aan het Fort Zeelandia. Er zijn tal van culturele manifestaties geweest, er zijn belangwekkende exposities georganiseerd en de ruimten van het complex bieden onderdak aan vooraanstaande culturele instellingen. Er is geen andere instelling in Suriname die zoveel Surinaams historisch-cultureel erfgoed beheert als het Surinaams Museum. Het doet dat zonder politiek oogmerk, zonder winstoogmerk en met als enig doel het conserveren en uitdragen van alle culturen die Suriname rijk is.

Het heeft voor de renovatie van het Fort Zeelandia substantiële ondersteuning gehad van Nederland. Die hulp aan het conserveren van het culturele erfgoed vond plaats in de geest van de culturele paragraaf van het Raamverdrag voor Vriendschap en Nauwere Samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname. In die zin kan het gerenoveerde Fort Zeelandia worden beschouwd als een cultureel project van vriendschap tussen de volkeren van Suriname en die van het Koninkrijk der Nederlanden.

Overgaan tot het ontruimen van het Fort Zeelandia Complex is een schoffering van alle bijzondere inspanningen die op het complex gedurende jaren zijn geleverd. De geest van rechtszekerheid en behoorlijk bestuur verdraagt zich niet met het willekeurig terzijde schuiven van gewekte verwachtingen.

Een bijzondere plaats in het Fort Zeelandia wordt ingenomen door het Nationaal Monument Bastion Veere - 8 december 1982, dat op 8 december 2009 met de onthulling van de plaquette door president-dichter Ronald Venetiaan officieel werd opgericht. De vijftien slachtoffers van de decembermoorden waren daarmee officieel gerehabiliteerd. Naast de plaquette bestaat het monument uit de muren van het Bastion waarin de kogelinslagen van de standrechtelijke executies zijn geconserveerd. Met het monument kregen nabestaanden en sympathisanten eindelijk een plek waar zij de gevallenen gezamenlijk kunnen herdenken en er bloemen kunnen leggen. Het monument ligt achter in het Fort Zeelandia en de toegankelijkheid en het beheer zijn slechts gegarandeerd door het Surinaams Museum. Als het Surinaams Museum moet verdwijnen uit het Fort betekent dat ook het eind van het Nationaal Monument Bastion Veere - 8 december 1982. Het is immers onbestaanbaar dat die hulde aan de vijftien voormannen van democratie en recht in Suriname past binnen 'een culturele invulling' van het 'beleidscentrum' van de hoofdverdachte.

Wij roepen allen op deze aanslag op de museale cultuur, de human rights memorial beweging en de Surinaams-Nederlandse vriendschap met klem af te wijzen.

[einde tekst]



Hieronder in alfabetische volgorde de namen van de ondertekenaars van de Open Brandbrief:



Natascha Adama, politicoloog

Willy Alberga, journalist

Marijke Amatdjais, Sociaal Juridisch Dienstverlener

Henna Asin, bestuurslid mensenrechtenorganisatie OGV/gepensioneerd leerkracht

Wim Bakker, muziekauteur

Kees de Bakker, uitgever Conserve

Rochitas Baldew, gepensioneerde

Shyam Baldew ,supervisor

Sylvia Baldew-Tilakdharie , OGV, gepensioneerde

Henri Behr

Noraly Beyer, journalist

Hans Blom, voorzitter bestuur Verzetsmuseum Amsterdam

P.B.M. Bolwerk, Oud waarnemend Directeur Surinaams Museum in Paramaribo/Oud museum consulent in de Provincie Gelderland/Oud Streekconservator in de Gemeente Ede/Oud directeur Nederlands Tegelmuseum

Ronald Bos, intercultureel letterenconsultant

Sharlene Bosk, Line Producer bij The Backlot

F. Brewster-Liesdek, gepensioneerd docente

Helga Burnet

John H. de Bye, chirurg

Ernestine Comvalius, Directeur Bijlmer Parktheater

Carmen Daal, namens nabestaanden van Cyrill Daal, Erven Daal

Eddy C. Dawson, bioloog/ondernemer

Gust De Weerdt, radiologisch laborant, gepensioneerd

Koenti De Weerdt-Baldew, radiologisch laborant, gepensioneerd

Jane Dijk

J.E. Dijkstra, leraar

John Djojo, ontwerper, beeldhouwer, schilder

Albert Doelwijt, tandarts

Thea Doelwijt, schrijfster/theatermaakster

Ida Does, documentaire filmmaker

Michel R. Doortmont, UHD internationale betrekkingen en Afrika studies/voorzitter Nederlandse Vereniging van Afrika Studies/lid ICOMOS Scientific Committee on Shared Built Heritage

Hans Dorrestijn, cabaretier/schrijver

Dolf Douglas

Olga Douglas-Jie A Looi
Bob Dwarka, secretaris VHP Nederland


Alfred Edelstein, directeur Joodse Omroep

H. van Eer

W.A. Egger, jurist

Lydia Emanuels, journaliste/radiomaakster

Andree van Es, wethouder te Amsterdam

Eva Essed-Fruin, voormalig directeur Instituut voor de Opleiding van Leraren, voormalig voorzitter Stichting Surinaams Museum

Maurice Ferrier, chirurg

Gerda Ferrier-Ho Kang You

Hermina G.B. Gaikhorst, vertaalster Spaans en Portugees

Ko van Geemert, publicist

Marijke van Geest, neerlandica

Carolyn Gerling, consultant

Monique Geux, facilitair coördinator

Janis Goede, project Manager

Jennifer Goede, socioloog

Jolanda Goede, thuisbegeleider Vierstroom

Betty Goede - Jong-A-Lim, voorzitter Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede

Rie Goede-Koster

Chequita Goedschalk, coördinator Archief en Kerkelijk Museum

Vanessa Goedschalk

Patty D. Gomes, historica

L.Y. Gonçalves – Ho Kang You, Staatsraad

Valérie Gonçalves, zelfstandig ondernemer
Carel de Haseth, schrijver

Martha Haverkamp,

Martha Hering

Jeroen Heuvel, docent Papiamentu, storyteller en theatermaker

Dorine E.G. van Hinte-Rustwijk, Frankrijk/Nederland

A.E. (Eurlien) Hira, registratiemedewerker

Rosemarijn Hoefte, historicus KITLV

Romeo Hoost, voorzitter schaduwbestuur Moederbond, in 1982, voorzitter Comité Herdenking Slachtoffers Suriname

Liesbeth van der Horst, directeur Verzetsmuseum Amsterdam

Isabel Hoving, literatuurwetenschapper

Mike Jacobs, socioloog

Rihana Jamaludin, schrijfster

Denise Jannah, zangeres/zangpedagoge/componiste/actrice

John Jansen van Galen, journalist

Els Jap-A-Joe

Karina Jap a Joe, chemisch technoloog

Sherman de Jesus, cineast

D.C.Jones-Overdulve, lid Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede

Jongeren Tegen Amnestie

Joke Kardux, universitair docent

Michiel van Kempen, schrijver/ bijzonder hoogleraar Caribische literatuur

Vanda Kernizon, social marketeer

Geert Koefoed, taal- en letterkundige

Ada Korbee, kunst- en cultuurmanagement

Sanne Landvreugd, saxofoniste

John Leerdam, politicus en theatermaker

Roos Leerdam-Bulo, informatiemanager

Enver Lieuw, software engineer

Helen Lionarons, psychotherapeut

Wilfred Lionarons, journalist

K.R. Lo Fo Wong, officier KL/SKM/KL b.d.

Ken Mangroelal, filosoof/schrijver

Jetty Mathurin, theatermaker

Ronald May, intercultureel psychiater

May Ling Thio, adviseur/onderzoeker

W.H. Metz, voorziter Stichting MoWic en gastonderzoeker Amsterdam Archeologisch Centrum, UVA

Agnes M. de Miranda-Tjon A Meeuw, sociaalwerkster/pro deo

Els H.P. Moor, redacteur de Ware Tijd Literair/redacteur van vele kinderboeken

Fred Muskiet, kinderarts

Kurt Nahar, beeldend kunstenaar in Suriname

Marianne Nga Yien Elias-Chan, jurist

Carol Nijbroek, MPA-Administrator

Gerard Nijkamp, directie-assistent bij CKC, 1971 tot 1975

Marjo Nijkamp-Treffers, diëtiste in het Diakonessen Ziekenhuis, 1971 tot 1974

Gert Oostindie, directeur KITLV/hoogleraar Caribische geschiedenis Universiteit Leiden

André R.M. Pakosie, natuurgeneeskundige/dichter/schrijver

Theo Para, essayist

Jetty Polanen, onderwijsdeskundige

Milton Ponson, Stichting Rainbow Warriors Core, internationaal activist voor duurzame ontwikkeling en mensenrechten

Ruth del Prado, gepensioneerd leerkracht

Pepijn Reeser, historicus

Gerard Reteig, journalist

Rita Rahman, schrijver, Nederlands Ambassadeur in Santo Domingo

Yasser Riedewald, ondernemer

Gino de Robles, contractadviseur Rijkswaterstaat

Jos de Roo, publicist

G. C. van Roozendaal, UD Internationale Betrekkingen en International Organisatie, Universiteit Groningen

M. Rozenblad, lerares

Wim Rutgers, buitengewoon hoogleraar Literatuurwetenschap en Literatuurgeschiedenis aan de UNA, visiting professor IOL

Yvonne Samson, moeder van de drie jongste kinderen van Cyrill Daal

Ruth San A Jong, schrijver en directeur van de Schrijversvakschool te Paramaribo),
José H. Schmitz, juriste

Tammo Schringa, beeldend kunstenaar

Paulette Smit, actrice

Willy Smits, gepensioneerd Bankemployee RBTT Suriname

Janice Sohansingh, dochter van Robby Sohansingh, Operations/Projectmanagement

Harold Sohansingh, namens de familie Sohansingh

Ravi(jay) Sohansingh, ondernemer

Rob Spong, huisarts te Curaçao

Adriaan van der Staay, cultuursocioloog

Dineke Stam, Intercultural museum and heritage projects

Karel van der Sterren, praktijktrainer en personal coach

Alex van Stipriaan Luïscius, hoogleraar Zuid-Amerikaanse geschiedenis, conservator KIT

Frits Terborg, boekhandelaar te Paramaribo

Anne-Marie Tjin-A-Tsoi, apotheker te Curaçao

P.P.A.M. van Thiel, internist, infectious diseases physician

Ronald Tjoe Ny, gepensioneerde

Ellen Tjon A Meeuw, freelance creative producer

Pieter van der Torn, arts

Owen Venloo, politiek en juridisch adviseur

Hebe Verrest, sociaal-geograaf

Karel de Vey Mestdagh, juridisch adviseur Buitenlandse Zaken/schrijver

Annette de Vries, auteur

Hein Vruggink, auteur Surinaams-Javaans woordenboek

Robert Vuijsje, schrijver

Carlos Weeber, voorzitter bestuur Curaçaosch Museum

Gloria Wekker, hoogleraar gender en diversiteit Universiteit Utrecht

Tanya Wijngaarde, redacteur

Ieteke Witteveen, ex-president Museum Association of the Caribbean

Eddy Wijngaarde, producent

Annet Zondervan, Directeur Centrum Beeldende Kunst Zuidoost, Amsterdam.

dinsdag 29 mei 2012

Johannes King



Portret van de Surinaamse schrijver en zendeling Johannes King, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 78 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto is ook in verschillende uitvoeringen te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Johannes King (1830-1898)


door Carl Haarnack

Wie de geschiedenis van Suriname bestudeert komt al snel tot de ontdekking dat deze voornamelijk gebaseerd is op bronnen die afkomstig zijn van de Europese koloniale elite. Dat geldt voor de archieven maar ook voor de beschrijvingen van natuurvorsers, ontdekkingsreizigers en andere passanten. Met de boeken die geschreven zijn over Suriname door mensen die er zelf nooit zijn geweest kunnen we een hele bibliotheek vullen.
De laatste jaren wordt er vaak geklaagd over het gebrek aan boeken die voortgebracht zijn uit de eigen gewone Surinaamse bevolking. Over het leven van de Marrons bestaan sowieso weinig bronnen en deze zijn vrijwel allemaal van de hand van de koloniale elite en missionarissen. Maar één man vormt de uitzondering op deze regel.
Gedurende de periode 1864 en 1895 schreef Johannes King meer dan duizend pagina’s over de geschiedenis van de Marrons (toen nog bosnegers genoemd), zijn familiegeschiedenis en over zijn ervaringen als zendeling van de Evangelische Broedergemeente (EBG). Het ging hierbij om dagboeken, reisverslagen en verhalen over visioenen die King kreeg. Hij leerde zichzelf schrijven, met behulp van Bijbelvertalingen en Singi Buku, toen hij ongeveer 32 jaar oud was. In een visioen was hem door God opgedragen zich bij de missionarissen van de Evangelische Broedergemeente voor de doop aan te melden. Ook kreeg hij visioenen waarin hem werd opgedragen het christelijke geloof uit te dragen. Johannes King (1830-1898) behoorde tot de Matawai (Matoewari) en was de eerste belangrijke schrijver in het Sranan Tongo.


Johannes King (ca. 1870, collectie Buku)

De Matawai was één van de drie groepen Marrons, naast de Djuka en de Saramacca, die in de periode 1761-1762 vredesverdragen sloten met het koloniale bestuur. Door hun aanhoudende aanvallen op plantages vormden de weggelopen slaven en hun nazaten een grote bedreiging voor het voortbestaan van de kolonie. Het koloniaal bestuur zag zich gedwongen om de Marrons te pacificeren. De Marrons zijn de enige nazaten van slaven die hun emancipatie door strijd hebben afgedwongen. De Matawai leefden in het stroomgebied van de Saramacca. De Djuka (ook wel Aucaners genoemd) die leefden aan de Marowijne en de Tapanahony. De Saramacca bewoonden het gebied aan de bovenloop van de Surinamerivier.


Marrons, Suriname (litho ca. 1865)

King werd geboren als Adiri. Hij was de zoon van Adensi, de dochter van de Matawai chief Josua Kalkoen (die ook wel Kojo of Bojo werd genoemd). Adensi was eerder getrouwd met Akama Jaw. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren. Toen Adensi ernstig ziek werd (door wisi van een familielid) verliet ze haar geboortedorp en trok naar Paramaribo. Daar werd zij genezen door een Europese arts. Zij besloot in de buurt van Paramaribo te blijven wonen en niet terug te keren naar de Matawai. Daar werd zij de vrouw van een Djuka genaamd Kwamina Atjodi. Uit dit tweede huwelijk werden ook drie kinderen geboren, onder wie Noah Adrai. Deze zou later een fervente volgeling worden van Johannes King en vervolgens één van zijn ergste vijanden. King werd geboren uit het derde huwelijk van Adensi. Nadat Kwamina Atjodi aan pokken was overleden kreeg zij met een ander lid van de Djuka, genaamd Louis, nog acht kinderen. Johannes King groeide op in de buurt van de plantages Haarlem en Maho, niet ver van Paramaribo. Na de dood van Louis zwierf de familie onder leiding van Noah Adrai (die eigenlijk Adam heette) van plantage naar plantage. Uiteindelijk kwamen zij terecht op een verlaten houtgrond Maripaston, onderdeel van de plantage Sonette.



Gedoopte hoofdmannen met links Johannes King (foto: Surinaams Museum)

In Tori vo Maripaston (verhaal van Maripaston) schrijft King voornamelijk over de strijd met zijn broer Adrai. Noah Adrai werd granman van de Matawai en King, die de zg. Gaan Tata-cultus fel bestreed, botste vaak met zijn halfbroer. In 1973 werd de volledige tekst in het Sranan Tongo (met een samenvatting in het Engels) uitgegeven door Henny de Ziel als Life at Maripaston. King probeerde in dit boek de achtergrond van zijn ruzie met zijn broer Noah Adrai uit de doeken te doen. Tegelijkertijd geeft hij ons een bijzonder inzicht in het leven van de Marrons in Suriname in de 19e eeuw. Hij maakte tenslotte verschillende zendingsreizen naar andere Marrongemeenschappen (Djuka en Aluku) maar ook naar de plantage Berlijn in het Paragebied.

Wie gelooft dat de leefwereld van de Marrons in de bossen van Suriname vol idylle en romantiek was wordt door de geschriften van King hardhandig uit de droom geholpen. Het dorp Maripaston was voordat King zijn zendingswerk begon in de ban van de slangencultus. Hekserij speelde eveneens een grote rol. Vaak werden mensen vergiftigd. En mensen die door de dorpsvergadering van hekserij verdacht werden konden rekenen op een gewelddadige dood, vaak na langdurige folteringen. Ook het gebruik van bakroe en obia feti tierden welig.


Mama-sneki (uit: Voyage a Suriname. Benoit, 1839)

Skrekibuku (1886) is het verslag van dromen en visioenen die King kreeg. De volledige tekst werd pas in 1995 integraal gepubliceerd door Chris de Beet. Zo leren we over twee broers François en Abena die leefden in het Matawaigebied. François was een slecht mens die vele mensen door middel van hekserij uit de weg had geruimd. Hij was een gifmenger en een tovenaar die veel kwaad op zijn geweten had. François werd door de granman ter dood veroordeeld en levend in het vuur geworpen. Zijn broer Abena hield zich ook bezig met tovenarij. Hij ging regelmatig met anderen op de vuist. Volgens King werd Abena uiteindelijk door God gestraft. Maar King beschreef ook het positieve gebruik van obia. Zo bestond er ook een medicijn tegen hekserij dat hij omschreef als een dresi foe tapoe wisi. Hij schreef in Dresibuku over de werking van medicijnen onder Marrons. Rond 1868 had hij al eerder een kleine verhandeling geschreven over de religie en gebruiken van de Marrons.
Dankzij het werk van Freytag, Voorhoeve, Henny de Ziel (Trefossa) en Chris de Beet is het werk van King voor een groter publiek toegankelijk gemaakt. Het merendeel van de geschriften van Johannes King wordt bewaard in de archieven van de Evangelische Broedergemeente in Zeist en Herrnhut (Duitsland).

Verder lezen:
  • Chris de Beet, Inleiding en vertaling van Johannes King, Berichten uit het Bosland (1864-1870). Utrecht: Rijksuniversiteit Utrecht, Instituut voor Culturele Antropologie, 1981 [Bronnen voor de Studie van Bosneger Samenlevingen, deel 7].
  • Skrekiboekoe : boek der verschrikkingen : visionen en historische overleveringen van Johannes King. Bewerking Chris de Beet. Vakgroep Culturele Antropologie, Universiteit Utrecht, 1995.
  • J. Voorhoeve, “Johannes King 1830-1899: een mens met grote overtuiging.” In: Emancipatie 1863 – 1963: biografieën. Paramaribo: Historische Kring, 1964, pp. 53-66.
  • Hesdie S. Zamuel, Johannes King: profeet en apostel van het Surinaamse binnenland. Zoetermeer: Boekencentrum, 1994. (Diss.)
  • Johannes King, Bushland Prophet. Gottfried Freytag. Verlag der Missionsbuchhandlung, 1927.
  • Bibliographie du Négro-Anglais du Surinam van Jan Voorhoeve en Antoon Donicie (1963). Hierin vinden we een opsomming van de teksten van King en hun verblijfplaats.
  • In the Shadow of the Oracle. Religion as Politics in a Suriname Maroon Society. H.U.E. Thoden van Velzen en W. van Wetering. Waveland Press, 2004.
[van de site van Buku Bibliotheca Surinamica]

Sandew Hira, de afgewezen minnaar van Suriname



In zijn wekelijkse column op StarNieuws heeft Sandew Hira gister weer eens zijn monomane dekolonisatie-stokpaardje van stal gehaald, kennelijk heeft hij met zijn boek Decolonizing the Mind onvoldoende bereik gehad. Het nationale drama, de annexatie  van het Fort Zeelandia complex, grijpt hij daarom aan tot meerdere eer en glorie van zichzelf en de auteurs van zijn uitgeverij Amrit, Radjinder Bhagwanbali, De werving en selectie van arbeidskrachten onder het indentured laboursysteem uit India voor de kolonie Suriname, 1873-1916, en Armand Zunder, Herstelbetalingen, en hernieuwde verspreiding van zijn idee van dekolonisatie.
November 1975, het einde van een tijdperk, het standbeeld van Koningin Wilhelmina moet plaats maken voor het Onafhankelijkheidsplein, foto Surinaams Museum

Nu heeft Fort Zeelandia natuurlijk alles te maken met kolonisatie, maar het is niet zinnig, onkies, welhaast onethisch, om opnieuw de dekolonisatie-strijd op te pakken op het moment dat het hele complex geannexeerd wordt om de geschiedenis geweld aan te doen ten behoeve van de hoofdverdachte in het 8-december-proces. Daarbij gebruikt Hira ook nog valse argumenten: “Maar deze plek is in de loop der tijd verworden tot een folkloristisch museum dat die vier eeuwen durende geschiedenis van pijn en ontmenselijking bagatelliseert en zich beperkt tot 8 december. Het museale gedeelte heeft weinig te maken met de geschiedenis van onderdrukking en uitbuiting en de misdaad tegen de menselijkheid die daar begaan is. Het is een nietszeggend verhaal over cultuur- geschiedenis. Het hele concept van de misdaad tegen de menselijkheid is afwezig. Alleen het verhaal van de Decembermoorden springt eruit terwijl dit verhaal verbonden had moeten worden met het verhaal van pijn en verdriet door de eeuwen heen.”

Hier tegenover staat de perceptie van Theo Para en Michiel van Kempen in hun ingezonden brief in de Ware Tijd van vandaag: “Het Surinaams Museum heeft echter sinds vele jaren op uitstekende wijze culturele invulling gegeven aan het Fort Zeelandia. Er zijn tal van culturele manifestaties geweest, er zijn belangwekkende exposities georganiseerd en de ruimten van het complex bieden onderdak aan vooraanstaande culturele instellingen. Er is geen andere instelling in Suriname die zoveel Surinaams historisch-cultureel erfgoed beheert als het Surinaams Museum. Het doet dat zonder politiek oogmerk, zonder winstoogmerk en met als enig doel het conserveren en uitdragen van alle culturen die Suriname rijk is.”

Hira  is totaal verblind door “die vier eeuwen durende geschiedenis van pijn en ontmenselijking bagatelliseert en zich beperkt tot 8 december. Het museale gedeelte heeft weinig te maken met de geschiedenis van onderdrukking en uitbuiting en de misdaad tegen de menselijkheid die daar begaan is.” Het enige wat Hira ziet en wat voor hem telt is de kolonisatie, of dekolonisatie, al naar gelang. Hij ziet zijn kans schoon om de gedachte van Armand Zunder aan de man te brengen: “Het eeuwenoude fort zou ter nagedachtenis en eerbetoon aan de voorouders van de huidige Surinamers die in Fort Zeelandia zijn vernederd, gemarteld en ook het leven hebben gelaten kunnen worden omgedoopt van Fort Zeelandia in Fort Buku. Liefhebbers van historische namen zouden zich mogelijk kunnen troosten met de gedachte, dat de eerste naam van dit fort, Fort Willoughby was. De sporen van deze naam zijn echter uitgewist. Dit moet niet met de benaming Fort Zeelandia gebeuren. Omdat juist aan deze locatie het afschuwelijke verleden tussen Nederland en Suriname is verbonden moet er een plakkaat komen die uitlegt wat de naam Fort Zeelandia heeft betekend in de historie en verbonden is met het afschuwelijke verleden dat in herinnering moet blijven. Het fort wordt nu als een normaal historisch symbool geprojecteerd, terwijl de historie van de voorouders van vele Surinamers bewust of onbewust in presentaties in het fort wordt verdraaid.
Theo Para

We stellen voor", aldus nog steeds Zunder, "om de naam Fort Zeelandia te veranderen in Fort Buku, omdat Fort Buku de naam van het Fort is van waaruit de Surinaamse vrijheidsstrijder Boni opereerde. De naamsverandering zou moeten worden gezien als een overwinning van het goede op het kwade. Tegelijk met de naamsverandering zou er in dit fort een mausoleum kunnen worden geplaatst. Het mausoleum dient 24 uur per dag, 7 dagen per week, 365 dagen per jaar door militairen van het Nationaal Leger te worden bewaakt als eerbetoon aan de voorouders van de huidige Surinamers.” Alleen dit laatste zal (de militair) Bouterse aanspreken. Maar ook Zunder doet de werkelijkheid geweld aan door te stellen: ”Het fort wordt nu als een normaal historisch symbool geprojecteerd, terwijl de historie van de voorouders van vele Surinamers bewust of onbewust in presentaties in het fort wordt verdraaid.”
Michiel van Kempen

Hira sluit af met te zeggen: “Het huidige museum in Fort Zeelandia is een Nederlands koloniaal museum. Suriname heeft ook behoefte aan een nationaal museum. Ieder land heeft zo’n instituut. Het wordt tijd dat Suriname dat ook krijgt.” Waarschijnlijk is dit hele verhaal van Hira een ordinaire wraakactie, lees maar: “Het museum wordt ook beheerd vanuit een koloniale visie. Ik heb vorig jaar geprobeerd te filmen in het museum, maar kreeg geen toestemming hiervoor. De wachter aan de poort, een oude vriend van me, zei dat hij opdracht van hogerhand hand had om me niet toe te laten. Ik was daar met Armand Zunder voor een televisie-serie over de geschiedenis van Suriname. We mochten niet naar binnen. Een toestemming die niet onthouden werd aan de Nederlandse makers van de beschamende televisieserie getiteld ‘De Slavernij’. Die mochten zonder problemen filmen.”
Sandew Hira, de afgewezen minnaar van Suriname.

P.S.: Het was verwachtbaar, maar zó snel?!  Lees de reactie van Eugène van der San, de waakhond van Bouterse, op StarNieuws.

P.S. 2: Graag wil ik verwijzen naar een open brief van Stichting  het Surinaams Museum op StarNieuws van woensdag 30 mei, waarin de 'heren' Hira, Van der San en Doekhie beleefd doch krachtig op hun vingers worden getikt.

maandag 28 mei 2012

Paul Marlee


Portret van de Surinaamse schrijver en dichter Paul Marlee, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 77 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto is ook in verschillende uitvoeringen te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Sombra herdenkt 55 jaar schrijverschap: ‘Ik wilde de geschiedenis van mijn eigen land leren’

door Charles Chang

Wanneer hij voordraagt, luistert iedereen geboeid. Al hebben ze het voor de zoveelste keer gehoord. Sombra begint dan gelijk met de eerste zin, waardoor velen de titel van zijn gedichten niet kennen. De medeoprichter en stonfutu van de Schrijversgroep kijkt terug op 55 jaar schrijverschap.

S. Sombra; foto @ Nicolaas Porter

Uit zijn portemonnee haalt hij iets wat hij altijd bij zich draagt: een foto van Otto Sterman, geknipt uit het blad Suriname. In 1953 kwam Sterman in opdracht van Stigusa naar Suriname om de schooljeugd te interesseren voor poëzie. “Ik zat toen in de zesde klas van de Mariaschool in Coronie”, vertelt Sombra (73), “maar de wijze hoe hij gedichten kon voordragen, inspireerde mij. En één gedicht greep mij heel erg aan: het gedicht van de Negro Spiritual. Het leek alsof ik op dat moment de opdracht kreeg om ook voordrachtkunstenaar te worden en de boodschap over te brengen. Uit de les van hem heb ik geleerd dat we solidair met elkaar moeten zijn om te bereiken wat we willen in de samenleving. Want alleen dan kunnen we meer bereiken.”

Een jaar later rolde het eerste gedicht van Sombra eruit, maar de dichter ziet dit niet als het begin van zijn schrijversschap. Het begon in ’57 met een korte geschreven tekst, getiteld ‘De Geschiedenis der Marrons’. Daarin omschreef Sombra de marrons als helden in hun strijd tegen de slavernij. “Vroeger had je een boom tegenover het commissariaat van Coronie en bij elke emanicipatieviering had je mannen als de vader van Michaël Slory, mijn grootvader Lodewijk Nibte en andere vooraanstaande Coronianen, die dan wat stonden te vertellen over de slavernij vanuit een andere bril dan die van de kolonisator. Al die woorden nam ik dan op en verwerkte ze in mijn eerste werk. Op school kreeg ik nooit hoger dan een vier voor geschiedenis en aardrijkskunde, omdat ik weigerde te leren over de wereldgeschiedenis. Ik wilde de geschiedenis leren van mijn eigen land.”

Onderschat
De eerste publicatie van Sombra gebeurde in 1965, in het maandblad Contact van de firma Kersten waar hij werkte. Sombra was inmiddels vier jaar verhuisd naar de stad waar hij in het begin pinaarde en soms niets te eten had. “Als je wil weten hoe zo’n persoon zich voelt, dan kan ik je alles daarover vertellen, geeft de dichter mee over die periode. In zijn werken komen dit soort gevoelens over armoede, onderdrukking en ellende soms terug, maar dan ook zoals hij het bij de ander heeft gezien. Onderwerpen die de meeste invloeden hebben op Sombra zijn echter het verleden, heden en de toekomst. “Den fromu ini ala den wroko fu mi”, zegt hij hierover.
Toch is de rode draad van zijn werken ‘het onderschatten van de ander’. In het leven worden we te vaak onderschat, meent Sombra-pseudoniem voor Stanley Slijngaard. “Ik heb zelf moeten meemaken hoe mijn eigen neef, Jozef Slagveer, mij weigerde toen ik vroeg of ik mocht optreden tijdens een evenement in de Palmentuin.”
Sombra wist dat hij kon voordragen door de lessen die hij nam bij Eddy Hoost die toen nog onderwijzer was. Het dynamische van zijn performance komt niet alleen door zijn woorden en krachtige stem, maar vooral de kunst om al de gedichten uit het hoofd voor te dragen. “Alleen op die manier haal je alles uit het gedicht, want op dat moment ben je alleen bezig met het publiek. Niets komt ertussen.”

Sombra vertelt; foto @ Michiel van Kempen


Gestopt
Vanaf 1972 begon Sombra uit zichzelf de scholen te bezoeken. “Ik ging naar de inspecties van EBG, RKBO en Minov voor het halen van een briefje waarin stond dat ik toestemming kreeg voor het houden van voordrachten. Daarmee bezocht ik scholen in de stad en districten. Onbetaald. Voor mij betekende het een voortzetting van de missie van Otto Sterman. Sommige leerkrachten juichten het toe, andere hadden totaal geen belangstelling.
Van ’82 tot ’91 deed ik mee aan een project voor creatieve expressie. Ik bezocht dan zes scholen in de week om de kinderen te interesseren voor poëzie. Wie ik dan heb geïnspireerd weet ik niet, maar twee maanden terug werd ik op straat gestopt door iemand in een auto. Een mevrouw van middelbare leeftijd stapte uit en gaf mij een hand: ze herkende mij nog van de lagere school. Op het Kwakoefestival in Nederland word ik aangesproken door oude scholieren. Ik ken ze niet meer, maar zij hebben blijkbaar goede herinneringen gehad aan mijn voordrachten.”

Pen en papier
Tot zijn oeuvre behoren niet alleen zeven gedichtenbundels, maar ook drie proza’s die verschenen zijn in verschillende verhalenbundels: ‘Futumarki fu grebi’, een anansitori, ‘Fa du kon dat Coronman en Paraman lobi den srefi’ en ‘Pikin agu’ die beide vallen onder agersi tori. In 2010 werd Sombra gedecoreerd met de Gele Ster. Hij is een veelgevraagde dichter door zijn impressieve voordrachten. Over zijn afkomst is hij onvoorwaardelijk, maar in hoeverre zijn cultuur en moslimgeloof invloeden hebben op zijn werken zegt de dichter: “Op de eerste plaats kom ik uit een multiculturele samenleving. De Coronie van toen bestond niet alleen uit Creolen, maar ook uit Hindostanen, Javanen en Chinezen. Mijn eerste gedicht ging over de acceptatie van het kroeshaar. Ik zag dat creoolse vrouwen hun cultuur lieten vallen door hun haren glad te maken. En nu bedekken ze het met vals haar! Hoe moet zo iemand zich voelen met iets dat niet van haar is? De dingen die ik zie gebeuren in de samenleving geven mij de inspiratie. Vroeger liep ik altijd met pen en papier op zak. Als ik wat zag, schreef ik het meteen op. Ik kom dan niet meer op terug om het te veranderen. Wat ik de eerste keer heb geschreven, dat wordt het gedicht.”-.


S. Sombra
De eerste bundel van Sombra die verscheen, heette Tarta (1974) en betekent taart. Iedereen weet een taart te eten, maar niet iedereen weet het goed te eten! En zo is dat ook met een boek. Elk gedicht hierin heeft een boodschap die de lezer moet gaan zoeken. Een bekende hieruit draagt de titel Boskopu gi James en begint met ‘Mi na wan blakaman’… Dagwè (1976) is de tweede gedichtenbundel en betekent tapijtslang. Als je het kweekt, wordt je rijk! En zo is dat ook met een boek, maar dan geestelijk. Twee bekende gedichten hieruit zijn Boskopu gi Grontapu en Boskopu gi Iwan, die respectievelijk beginnen met ‘Ik wil mijn vrouw ruilen voor een pen’…en ‘Stop voor een kwartier met het kerkelijk gedoe’… Kroi verscheen in 1982 en door medewerking van de drukker, kon Sombra voor het eerst zelf publiceren. De naam betekent verslaving, maar dan in de positieve zin. Sombra’s meest bekende voordracht, waar hij de apintidrum naspeelt, komt uit deze bundel en heet Wan krin Boskopu. Het gedicht ‘Sudati’ verwijst naar de riskante toespraak van Cyril Daal in september ’82. Ten (1989) werd in Nederland gedrukt, door tussenkomst van Michiel van Kempen. Sombra was op de terugreis naar Suriname, maar kon op de bewuste dag niet vertrekken. Die vlucht stortte later neer in de omgeving van Zanderij. In Ten komen voor het eerst ook vertalingen van zijn gedichten voor. Een bekende hieruit begint met‘ Begraaf de doden, als de doden de doden willen begraven’… De vijfde bundel heette Griot (1992), een Swahiliwoord voor cultuurdrager. Ook deze werd met medewerking van de drukker zelf gepubliceerd door Sombra. Een bekend gedicht hieruit heet Boskopu gi Celestien en begint met ‘Gi mi wan pangi nanga anisa’… Bezinning (1995) is een platte bundel met vier gedichten: drie in het Nederlands en een in het Surinaams.‘Het is mijn pen die jou verleden zal vertolken’…is de meest bekende hieruit. De laatste gedichtenbundel heet Boskopuspikri (2009). De inhoud heeft te maken met cultuur, de dingen in het leven en respect voor de ander. De gedichten zijn nog niet bekend, “want”, zegt Sombra, “Het publiek wilt nog altijd de oude bekende horen, waardoor er weinig ruimte is om de nieuwe voor te dragen.” De komende schrijversavond van S’77 in Tori Oso is gewijd aan Sombra, 55 jaar schrijverschap. Wie weet zal hij dan gedichten uit deze laatste bundel voordragen.

[uit de Ware Tijd, 26/05/2012]

De “Saramaka-zaak”

Voorlichtingsbijeenkomst over de uitspraak van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens

Gastsprekers: Prof.Dr. Yvonne Donders en Mr. Hugo Jabini
Dagvoorzitter: Dr. Hugo Fernandes Mendes

Op 3 juni a.s. organiseert het Collectief van Saamaka Gezagsdragers in Nederland een voorlichtingsbijeenkomst over de Saramaka-zaak. Het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens deed in november 2007 uitspraak in de zaak van het Saramakaans volk versus de staat Suriname. In de Saramaka-zaak bevestigde het Hof dat de inheemse en tribale volken, al eeuwen woonachtig in het binnenland van Suriname, recht hebben op de gebieden waar zij wonen. De uitspraak maakte duidelijk dat eerder verleende concessies voor houtkap, mijnbouw, goudwinning en andere projecten, een schending zijn van hun rechten.

Hoewel de Surinaamse regering de uitspraak officieel heeft erkend, wachten de inheemse en tribale volken nu al bijna 5 jaar op uitvoering.

Regenwoud; foto Jakob Slee


Prof. Dr. Yvonne Donders is hoogleraar internationale mensenrechten en directeur van het Amsterdam Center for International Law van de Universiteit van Amsterdam. Zij zal uitleggen wat mensenrechten zijn, en hoe het systeem van internationaal recht werkt, waar het Saramaka volk een beroep op heeft gedaan. Prof. Donders zal ook ingaan op de vraag hoe Suriname gebonden is aan de uitspraak van het Hof.

Mr. Hugo Jabini, tegenwoordig lid van de Nationale Assemblee, is vanaf 1999 actief als vertegenwoordiger het Saramaka volk in de juridische strijd om erkenning van de tribale grondenrechten. Hiervoor ontving hij in 2009, samen met hoofd-kapitein Wanze Eduards, de prestigieuze Goldman Environmental Prize. Jabini zal uitleg geven over de inhoud van het vonnis en hoe het op dit moment staat met de uitvoering.

Onder leiding van dagvoorzitter Dr. Hugo Fernandes Mendes is er ruimschoots gelegenheid voor het stellen van vragen aan de sprekers.

Aanmelden: U kunt zich aanmelden voor het bijwonen van deze bijeenkomst door een email te sturen naar jotacath@gmail.com . Aanmeldingen worden op volgorde van ontvangst genoteerd; het aantal plaatsen is gelimiteerd. Bij binnenkomst wordt u gevraagd een bijdrage te geven van € 5.

Datum: 3 juni 2012
Locatie: OASE, Cartesiusweg 11, 3534 BA Utrecht, Zaal open 14:00 uur

'Ons hele leven draait om het bos'


Case nr. 12.338


door Christine F. Samsom

Al maanden ligt het boek Saramaka. De strijd om het bos, te wachten op bespreking. Het boek bevat het vonnis van het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens (IACtHR), geredigeerd door de jurist Fergus MacKay en uitgegeven door het KIT in Amsterdam, met financiële ondersteuning van Oxfam-Novib. De eerste 50 bladzijden geven een historisch overzicht over de aanleiding van de gang van het Saramakaanse volk naar de Inter-Amerikaanse Commissie en het Hof en de werking van die twee organen van de O.A.S. Van pagina 63 tot 210 staat het vonnis van 28 november 2007 en de interpretatie van dit vonnis op 12 augustus 2008, gewezen door het Inter-Amerikaanse Hof  in de zaak van het Saramakaanse volk versus de staat Suriname.  Als bijlagen zijn er tot slot verklaringen van twee getuigen opgenomen.

Ja, het boek gaat over de grondenrechten, in het boek worden ze landrechten genoemd, van het Saramakaanse volk, een half jaar  geleden nog hot item in alle media vanwege de vroegtijdig, abrupt afgesloten conferentie op Colakreek.

Amazone regenwoud onder water

In juli 1997 werd het Boven-Suriname-gebied opgeschrikt door de komst van Chinezen die gidsen zochten om het bos in te gaan om te kijken naar de hoeveelheid winbare bomen in het gebied. Na enig speurwerk werd een concessie-aanvraag bij LBB aangetroffen voor een gebied van 127.000 ha aan de linkeroever van de Surinamerivier ongeveer tussen Pokigron en de overkant van Semoisi, een gebied waar grote dorpen als Guyaba, Pikin Slee, Nw-Aurora, Botopasi, JawJaw en nog zo’n 18 kleinere dorpen te vinden zijn. Wie zich verdiept heeft in het leven van de Saramakaners (en dit geldt natuurlijk ook voor de andere inheemse en tribale volken) weet, dat het leven van de mensen daar draait om het bos, zoals kapitein César Adjako van Kajapaati tijdens een verhoor voor het Inter-Amerikaanse Hof van de OAS in Costa Rica  zo kernachtig uitdrukte. Als vreemdelingen de bomen achter hun dorpen zouden kappen en meenemen (en daarbij het bos, de kostgronden, de heilige plaatsen, de kreken, de jachtgebieden  niet onbeschadigd zouden laten!!), waar zouden zij dan nog hout vandaan halen voor hun boten, huizen, peddels en andere gebruiksvoorwerpen? Die verwevenheid van het leven van de binnenlandbewoners met het bos speelt een hoofdrol in het vonnis van het IACtHR. Uit de getuigenissen in de bijlagen op de laatste pagina’s blijkt dat ook  heel duidelijk. Het pas schoongemaakte kostgrondje van Silvi Adjako ergens langs de Atjonipasi werd door Chinese houtkappers van Ji Shen (onder bescherming van militairen van het Nationaal Leger), totaal overhoop gehaald, de kreek waaruit ze haar drinkwater haalde werd dichtgegooid en vervuild. In totaal verloor Silvi drie kostgrondjes en leed daardoor grote schade! De mannen van het gebied mochten daar ook niet meer jagen van de Chinezen.

Houtkap bij Brokopondo, augustus 2007; foto archief Kraaijer

Het verhaal van Silvi is exemplarisch voor het gebrek aan zorg van opeenvolgende regeringen voor het welzijn van de binnenlandbewoners. Silvi werd ook nog eens geboren in een dorp dat nu op de bodem van het stuwmeer ligt. De bouw van de stuwdam heeft veel meer impact gehad op het denken van de Saramakaners over de centrale regering in Paramaribo, dan mensen in de stad over het algemeen waar willen hebben. Lees daarvoor de verhalen uit ‘Rond het sterfbed van mijn dorp’ van Dorus Vrede maar. In elk geval heeft die ingrijpende gebeurtenis zeker ook bijgedragen tot de wens om het probleem van de landrechten grondig aan te pakken. Toen de toenmalige regering eind 90-ger jaren niet reageerde op brieven van het Saramakaanse volk, dienden de 12 Saramakaanse lö als eigenaren van de grond samen met de Vereniging van Saramakaanse Gezagsdrager (VSG) met hulp van de in landrechten gespecialiseerde advocaat Fergus MacKay in oktober 2000 een petitie in bij de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens. Die petitie werd bekend als ‘Zaak 12.338, Twaalf Saramakaanse Clans’.

In het boek wordt ingegaan op de mogelijkheden die de OAS heeft geschapen via de ‘Amerikaanse Verklaring inzake de rechten en plichten van de mens’ uit 1948 en het ‘Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens uit 1969, waar Suriname in 1987 lid van werd. Daarmee erkende Suriname zonder voorbehoud de bevoegdheden van de Inter-Amerikaanse Commissie en het Hof. In 2007 oordeelde de Commissie onder andere dat de staat Suriname ‘het recht op rechtsbescherming in artikel 25 van het Amerikaans Verdrag had geschonden’ en deed aanbevelingen aan Suriname. Omdat Suriname niet adequaat reageerde, stuurde de Commissie de petitie door naar het Inter-Amerikaanse Hof dat in november 2007 vonnis wees in het voordeel van het Saramakaanse volk. Het vonnis is niet alleen in extenso afgedrukt, maar ook toegelicht in het boek. Voor mensen die hun nieuwsgierigheid ten aanzien van de grondenrechten willen bevredigen, geeft dit boek een duidelijke uitleg.

Hugo Jabini

Toch heb ik één groot probleem: Voorop het boek staat, in vol bigi-pangi-ornaat, de woordvoeder van de VSG, Hugo Jabini. Vele malen stelde hij in de media de nalatigheid van opeenvolgende  regeringen aan de kaak om de rechten van het Saramakaanse volk te erkennen. Vele malen reisde hij naar Washington, Costa Rica en Genève om te getuigen over de schending van de rechten van zijn volk. Hij kreeg zelfs samen met de voorzitter van de VSG, hoofdkapitein Wazen Eduards, de Goldman Environmental Prize. Als deze intussen afgestudeerde jurist en parlementariër de jurisdictie van het IACtHR van wezenlijk belang acht voor de erkenning van de rechten van zijn volk op het land waar zijn voorouders al eeuwen wonen, hoe kan hij dan stemmen vóór de amnestiewet die ook na de recente uitspraak van de Krijgsraad volgens deskundigen op het gebied van internationaal recht tegen internationale verdragen ingaat die Suriname heeft getekend? Het IACtHR heeft talloze uitspraken gedaan waarin amnestie voor mensenrechtenschenders wordt afgekraakt. Genoemd kunnen bijvoorbeeld worden de uitspraken van het Hof tegen de amnestiewet van Brazilië in november 2010 en natuurlijk de Moiwana-case. Is Jabini het eens met zijn fractievoorzitter Panka, één van de indieners van de amnestiewet, dat de OAS zich niet moet bemoeien met de binnenlandse aangelegenheden van Suriname? Geldt dat dan niet ook voor het Inter-Amerikaanse vonnis ten aanzien van de Saramaka-case? Compromitteert Jabini met zijn stemgedrag daarmee niet ook de jarenlange inzet voor de Saramakaanse zaak van getuige-deskundigen in het proces, zoals Richard Price, Peter Poole en David Padilla, en niet in de laatste plaats van de mensenrechtenjurist Fergus MacKay?

  
Saramaka, de strijd om het bos; inclusief de uitspraak van het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens. Redactie Fergus MacKay. 223 pp. Amsterdam: KIT Publishers 2010. ISBN 978 90 6832 612 3, Nugi 680/828.

Igma van Putte-de Windt


Portret van de Antilliaans-Nederlandse dichter, vertaalster en lexicografe Igma van Putte-de Windt, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 76 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto is ook in verschillende uitvoeringen te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Albert Roessingh & Els Moor - Immigrantenpaar



Immigrantenpaar

wij samen zijn hier
in een vreemde omgeving
denkend aan ons land



Beeld: Albert Roessingh; gedicht: Els Moor

Pijnen van een Pachakuti

Walter Lotens over Bolovia onder Evo Morales

Bolivia is een maatschappelijk laboratorium waarin oud en nieuw aan het gisten zijn. Moeder Aarde én moderniteit, buen vivir én productiviteit, platteland én verstedelijking, culturele eigenheid én pluraliteit, traditionele politiek én nieuwe sociale bewegingen, fundamentalisme én realpolitiek, centralisme én regionalisme, (neo)liberalisme én (neo)socialisme. Dat veranderingsproces verloopt niet zonder slag of stoot. Daar komen groeipijnen bij te pas. In dit inspirerende maatschappelijke proefveld gaat auteur, reiziger en Boliviakenner Walter Lotens op zoek naar constructieve elementen voor een nieuwe grammatica van links.

Pijnen van een Pachakuti. Bolivia onder Evo Morales is ook een reis door het land van Evo Morales waarin de auteur zijn dagelijkse contacten met de gewone Boliviaan beschrijft. Het geeft tevens een inkijk in het werk en het engagement van de Belgische oblaten, die al meer dan vijftig jaar actief zijn in Bolivia.

“(Een boek) over het heden en het verleden van een land op zoek naar een ‘socialisme van de 21ste eeuw’, naar een nieuw ontwikkelingsparadigma, naar een ‘buen vivir’ of ‘het goede leven’, met lessen voor de linkerzijde in Europa.” (Francine Mestrum)

Walter Lotens is een kosmopoliet met speciale aandacht voor Latijns-Amerika. Hij schreef Abya-Yala (1993), De pijn van Pachamama (1997) over Bolivia en Deuken in Sandino’s hoed (1998). Over Suriname, waar hij jaren gewoond heeft, verschenen Gesprekken aan de waterkant (2000), Suriname in stukjes (2002) en Omkijken naar een "revolutie” (2004). Ticket naar Shangri-la, (2006) en De ziel reist te voet (2008) zijn beschouwingen over reizen. Voor Het vacuüm van de kosmopoliet (2008) en Groeten uit Borgerhout (2010) bleef hij dichter bij huis. Lotens houdt lezingen rond de thema's die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterlotens.net).

Uitgeverij: ASP editions
Prijs € 25,00
ISBN: 9789070289171
309 pagina's

Eugène Rellum



Portret van de Surinaamse dichter Eugène Rellum, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 75 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto is ook in verschillende uitvoeringen te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

It's not cool to be cruel

Workshop on “bullying” in St. Martin schools coordinated by Book Fair Committee

Great Bay/Marigot, St. Martin (May 22, 2012) — The St. Martin Book Fair Committee (BFC) is coordinating the workshop on bullying in schools and at the book fair, said Ari Sutton, a senior BFC member. “How to stop bullying” is the name of the workshop that will be held at USM, Room 202, on Saturday, June 2, at 9 am – conducted by Eric Fenwick, a certified non-violence intervention counselor. “The workshop will help participating parents and teachers to identify and handle bullying whether it occurs in the classroom, on the playground, on BB or on Facebook and other online social media,” said Sutton.

On June 1, Fenwick will also participate in the “Meet the Writers” school program of the 10th annual St. Martin Book Fair.

“According to educators, the instances of bullying among children in our schools in St. Maarten are on the rise and starting at an earlier age,” said Sutton.“The BFC wants Mr. Fenwick to hear from teachers as well, about their experiences with addressing bullying in their schools,” said Sutton. Fenwick is also the Executive Director of Aunt Hattie’s Place, a residential foster care program in Maryland, USA. Bullies are not born, they are created, said BFC workshop coordinators Merlyn Williams-Joseph and Leandra Edwards, both teachers on the island.

Another facet of the anti-bullying workshop is that the USM session will conclude with the launch of a year-long BFC collaboration with the Peace Is foundation, to address this issue, said Williams-Joseph.

The BFC workshop coordinators invited Fenwick because of his “extensive history of working with adolescents affected by sexual, emotional, and verbal abuse, and has had to deal with the issue of bullying both personally and professionally,” said Sutton.

In a telephone interview with Fenwick this week, he said that, “When children feel unaccepted and left out they often turn to bullying because they don’t understand the difference between fear and respect. We have to keep stressing the consequences of bullying and involving parents more in the everyday lives of their children in order to combat this problem,” said Fenwick. Fenwick said that he intends to focus on what causes children to become bullies, how children who are bullied deal with the pain of being bullied and most importantly what parents and teachers can do to prevent it. “We have to identify and assist. We seek to teach children that you don’t have to humiliate someone else to bolster your self-image,” Fenwick said. “Mr. Fenwick considers helping children his ministry, and looks forward to meeting teachers and children during his visit,” added Sutton.

Conscious Lyrics Foundation and House of Nehesi Publishers organize the St. Martin Book Fair, which takes place from May 31 – June 2, 2012, in collaboration with the St. Maarten Tourist Bureau, the Ministry of Education & Culture (MECSY), the Collectivity of St. Martin, and the University of St. Martin (USM).

Joanna Werners



Portret van de Surinaams-Nederlandse schrijfster Joanna Werners, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 74 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Immigratiesymbool wordt in ere hersteld

door Sabitrie Gangapersad

Het Lalla Rookh complex werd in verband met honderd jaar Hindostaanse immigratie op 5 juni 1973 door Nederland geschonken als gemeenschapscentrum aan Suriname. Het symbool voor de immigratie raakte kort na de officieuze in gebruik name in verval en is tot nu toe niet volledig in ere hersteld. De Nationale Stichting Hindostaanse Immigratie (NSHI) streeft ernaar om volgend jaar tijdens de lustrumviering onder andere een museum in het gebouw te openen.

Tijdens een ontmoeting tussen personen van Indiase origine (PIO’s) en de Indiase ambassade op 11 mei, is door historicus Maurits Hassankhan geopperd om eventueel met hulp van India ook het auditorium te herstellen. De NSHI heeft zelf nog geen middelen hiervoor. Het complex kan volgens Hassankhan de plek worden waar studies over de Hindostaanse cultuur en historie kunnen worden verzorgd. “We willen contacten leggen met instituten en universiteiten in India. Een deel van de Indiase historie ligt hier en een deel van onze geschiedenis is in India. Het is erg belangrijk om met elkaar samen te werken.”

Het Lalla Rookh-gebouw zoals het er nu uitziet. Foto: Irvin Ngariman

Het gebouw Lalla Rookh beeldt een schip uit, als symbool voor het eerste schip dat in Suriname aankwam.

Museum
De plannen om een museum neer te zetten in het Lalla Rookh-gebouw dateren van langer dan een decennium. In december 2000 werd in het blad Hindorama een oproep geplaatst waarin NSHI aangaf op zoek te zijn naar gebruiksvoorwerpen van Hindostanen ten behoeve van het museum. De meningen over een museum in het Lalla Rookh-gebouw waren toen nog sterk verdeeld. Zo gaf Benjamin Mitrasingh in een interview in hetzelfde blad te kennen dat er eerst onderzoek zou moeten komen om na te gaan of er daadwerkelijk een museum of iets anders zou moeten komen op het complex. Rabin Lala, de toenmalige voorzitter van NSHI, was duidelijk in zijn oordeel. “Wel of geen museum? Je kunt dit van twee kanten bekijken. Of je zegt: we hebben al het Surinaams Museum, dus een ander museum is niet nodig. Of je kunt het praktisch bekijken en zeggen dat we in samenwerking met het Surinaams Museum de culturele expositie verder uitbouwen. Zij hebben namelijk nu reeds gebruiksvoorwerpen die zij niet permanent tentoonstellen, aan ons geschonken. We willen geen werk van anderen overdoen, ons werk moet worden gezien als een aanvullende bijdrage.” De huidige voorzitter van NSHI, Faried Ketwaru, bevestigt dat het museum volgend jaar bij de viering van 140 jaar Hindostaanse immigratie wordt opengesteld.

Herstel
De totstandkoming van het Lalla Rookh-complex is niet zonder slag of stoot gegaan. Zo ook de renovatie. Hoewel de eerste steen voor de bouw van het Lalla Rookh gebouw op 5 juni 1973 werd gelegd, begonnen de werkzaamheden pas vier jaar later in 1977. Dit had te maken met de voorwaarde dat Suriname een kwart van de middelen zelf moest opbrengen, terwijl het resterende deel uit de Nederlandse ontwikkelingsgelden werden vrijgemaakt. Het complex werd begroot op acht miljoen NF. Het Lalla Rookh werd op 13 december 1980 officieus in gebruik genomen. In korte tijd traden grote Indiase artiesten als Anup Jalota en Lata Mangeshkar in het auditorium op. Maar door gebrek aan ownership en slecht management raakte het complex vijf jaren later al in verval. Plannen en voorstellen voor renovatie werden niet uitgevoerd.

Toen in 1997 voorbereidingen werden getroffen om 125 jaar Hindostaanse immigratie in 1998 groots te vieren, werd wederom planmatig besloten om het gebouw in ere te herstellen.
Velen zullen zich het vervallen beeld nog herinneren. Het Lalla Rook complex was zodanig in verval geraakt dat het bijna onmogelijk was om het terrein en de gebouwen te betreden. In oktober 1997 besloot NSHI als eerste het terrein op te schonen. Hiervoor werd medewerking gekregen van de dienst Milieubeheer en de Brandweer. Om draagvlak te creëren voor behoud van dit immigratiesymbool, werden daarna verschillende bijeenkomsten en fundraisingactiviteiten georganiseerd zoals een culturele avond waarbij het publiek oude herinneringen aan Lalla Rookh kon ophalen en de viering van Hindostaanse immigratie. Sinds de viering van 125 jaar Hindostaanse immigratie heeft de NSHI een vast programma op die dag met onder andere bloemlegging bij de Niemboom en het beeld van Baba en Mai. Ook de Culturele Unie Suriname laat de Hindostaanse immigratie niet onopgemerkt voorbij gaan. Dit jaar wordt op zondag 3 juni bloemen gelegd bij het standbeeld van Baba en Mai en zal het publiek onder andere door president Desi Bouterse worden toegesproken.

[uit de Ware Tijd, 6/05/2012]

zondag 27 mei 2012

10 Years Book Fair St. Martin

Michiel van Kempen: Het zwijgen van 1977



Naar aanleiding van het commentaar van Michiel van Kempen op Schrijversgroep '77 (zie het bericht dat hier vlak onder staat), zond beeldend kunstenaar Nicolaas Porter ons dit fotoportret van Michiel van Kempen, dat Porter de titel gaf Het zwijgen van 1977.

zaterdag 26 mei 2012

Het schrijnende zwijgen van Schrijversgroep '77

door Michiel van Kempen

Het zal weinigen ontgaan zijn: de Surinaamse regering/Bevel/Bouterse eist het Fort Zeelandia-complex op, gooit het Surinaams Museum en zijn zusterinstellingen eruit en wil het complex herinrichten voor eigen gebruik, onder meer als feestruimte (zie ook de berichten hieronder op deze blogspot).
De Schrijversgroep '77 deelt in S77 Info van 25 mei 2012 onder de kop 'Plannen ontruiming Fort Zeelandiacomplex' over deze kwestie het volgende mee, ik citeer het bericht integraal:

"Paul Middellijn, cultureel adviseur van de president van Suriname, heeft een plan opgesteld om het totale Fort Zeelandia complex een nieuwe bestemming te geven. Onder andere is voorgesteld om in Huis 9, waar momenteel de Educatieve Dienst van het Surinaams Museum is gevestigd, zijn stichting, Sranan Tori Akademya, te vestigen en dit tevens tot Huis van de Surinaamse Literatuur te maken. Wat dit vooralsnog in de praktijk zal betekenen, en hoe dit Huis van de Literatuur zal functioneren is niet duidelijk. Het is jammer dat er bij het opstellen van dit plan zo weinig overleg geweest is met de stakeholders in het literaire veld en de Educatieve Dienst zelf. Paul Middellijn is in het culturele veld vooral bekend als storyteller en het verzorgen van workshops op dit gebied. Voor het veld is het nog onduidelijk hoe de functieverdeling is tussen de Directeur Cultuur en de cultureel adviseur van de president."

Mij valt in dit bericht op dat de plannen door de Schrijversgroep '77 al onmiddellijk als definitief en onweerlegbaar worden neergezet, en dus impliciet worden geaccepteerd. De Schrijversgroep maakt er zich vooral druk over dat de groep zelf ('de stakeholders in het veld')  niet is gekend in het opstellen van de plannen, dat het nog onduidelijk is wat de literatuurgroep er aan gaat hebben en vindt het reuze belangrijk hoe de functieverdeling is tussen de cultureel adviseur Paul Middellijn en de Directeur Cultuur. Terwijl de Schrijversgroep (met actieve mensen als Ismene Krishnadath, Alphons Levens, S. Sombra en Arlette Codfried) vaak voor zijn activiteiten een beroep heeft gedaan op het Surinaams Museum om het Fort ter beschikking te stellen voor manifestaties, staat in het bericht niet één woord van medeleven met deze culturele zusterinstelling. Dat het Museum voor een groot drama wordt gesteld en jaren en jaren aan hard werken met één pennenstreek vernietigd ziet worden: de Schrijversgroep wijdt er niet één (zegge: 1) woord aan. Niet alleen geen protest van een schrijversorganisatie die toch normaal gesproken kritisch zou moeten zijn naar alle geledingen van de maatschappij toe (en deze regering in het bijzonder), ook geen woord van solidariteit met de verdrevenen: het Nola Hatterman Instituut, Cultuurstudies, het Surinaams Museum en zijn Educatieve Dienst. Niet één. Het ontbreken van dat woord is veelzeggender dan een website vol woorden van de Schrijversgroep '77.

de Ware Tijd aan lafheid ten onder




Kruithuis van Fort Zeelandia met ingemetseld Zeeuws wapen

Wat een labbekakkerig stukje tekst, wat een lafheid (je weet immers maar nooit…), wat een onbenul, die slotalinea van het hoofdredactioneel commentaar van de Ware Tijd van vandaag over de militaire operatie Fort Zeelandia Complex. Hier loopt Bouterse met bloed besmeurde laarzen aan zijn platvoeten dwars door de historisch meest beladen plek van Paramaribo en van heel Suriname, tweemaal het teken van de knoet: de eerste knoet zijnde de kolonialisering en de slavernij, de tweede knoet zijnde de minstens even brutale vrijheidsberoving van de Surinamers door Bouterse’s revo van 1980, die nu moet worden bekroond met het uitwissen van de laatste bloedsporen. Door deze job te klaren denkt Bouterse de geschiedenis definitief naar zijn hand te hebben gezet. Denkt hij.

Met een lafhartig verhaaltje draait dWT om de hete brij heen, in de verwachting dat “geluisterd wordt naar de opvatting van personen die ook andere inzichten willen delen met de beleidsmakers”, denkend dat “uitwisseling van inzichten en het zoeken naar de juiste oplossing partijen dichter bij een oplossing brengt”. Laat Meredith Helstone eens informeren bij Leo Mopurgo of “de beleidsmakers” ten tijde van de censuur inzichten wilden delen met Mopurgo en naar een oplossing wilden zoeken. Mevrouw Helstone, het is maar dat u het weet, het is nu precies hetzelfde als toen, de vordering van het hele Zeelandia Complex is dwingend opgelegd, de Directeur Cultuur is voor de vorm geraadpleegd, maar de containers staan al gereed om de boedel van de weigerachtigen in te pleuren en af te voeren. “Wie niet voor mij is, is tegen mij”, begrijpt u dat, mevrouw Helstone? Retorische vraag, want u heeft blijk gegeven het helemaal niet te begrijpen. Een tragische afgang voor wat eens dé krant van Suriname was.
Luctor et emergo


Helaas is het einde van alle ellende nog niet in zicht, zeker niet zo lang de media, zoals in dit geval de Ware Tijd, te laf zijn om een vlammend protest te laten horen. Laten we hopen dat de tekst in het Zeeuwse wapenschild –zoals aangebracht in het Kruithuis van Fort Zeelandia– snel weer bewaarheid wordt: Luctor et emergo, Ik worstel en kom boven. de Ware Tijd is echter voor goed ten onder.

Naschrift
Toen ik de url wilde opzoeken om de lezer te verwijzen naar het desbetreffende stuk op dWT-online kwam ik tot mijn stomme verbazing een heel ander hoofdartikel tegen dan ik vanmorgen hier had gelezen; ook in de papieren editie was de door mij gedownloade versie niet te vinden. De enig mogelijke conclusie is dus dat het door mij gelezen stuk vóór het ter perse gaan vervangen is, maar nog even (maar te lang!) op de online-editie is blijven staan.

Hier de volledige door mij gewraakte tekst:

Het Fort Zeelandia en omgeving is zwaar beladen maar is tegelijk een belangrijk historisch plekje waar zorgvuldig mee moet worden omgegaan als het gaat om de verfraaiïng van de omgeving. Plannen voor verfraaiïng van het Onafhankelijkheidsplein, de Waterkant en omgeving worden uitgevoerd. Basis voor deze stap wordt gezocht in het toeristvriendelijk maken van de omgeving. Bewakers van het cultureel erfgoed worden nu geconsulteerd alvorens over te gaan tot uitvoering van plannen. Het kabinet van de president en de directeur van Cultuur zullen wat dat betreft aan hun woord herinnerd worden. Het is te hopen dat zorgvuldig en serieus wordt gekeken en geluisterd naar de opvatting van personen die ook andere inzichten willen delen met de beleidsmakers. Belangrijke zaken zoals het bewaken en beschermen van culturele eigendommen mogen niet door de kelen van actoren worden gedrukt. Uitwisseling van inzichten en het zoeken naar de juiste oplossing brengt partijen dichterbij een oplossing.

Artist Talk; Close Encounters of the Caribbean Kind

In het kader van de expositie Who More Sci-Fi Than Us, hedendaagse kunst uit de Cariben, organiseert Kunsthal KAdE in samenwerking met de debatorganisatie Framer Framed op 26 mei een Artist Talk; Close Encounters of the Caribbean Kind. De toegang tot deze Artist Talk die gehouden wordt in Kunsthal KAdE is gratis!



Jennifer Allora & Guillermo Calzadilla, 'Returning a sound', video, 2004. Courtesy of the artists and Lisson Gallery, London


Onder leiding van moderator Francio Guadaloupe presenteren vijf deelnemende kunstenaars hun werk en gaan in op de Caribische artistieke en culturele context. Migratie, kolonialisme en diaspora kenmerken de regio en zijn belangrijke thema's in de getoonde werken. Tijdens de bijeenkomst vertellen de deelnemende kunstenaars hoe zij vanuit hun artistieke praktijk een eigen perspectief op deze thema's hebben ontwikkeld.
Aanwezige kunstenaars zijn o.a.: Pepón Osorio (Puerto Rico), Tirzo Martha (Curaçao), Mario Benjamin (Haïti), Remy Jungerman (Suriname) en Jean-Ulrick Désert (Haïti).

Waar: Kunsthal KAdE, Smallepad 3, 3800 MG Amersfoort
Wanneer: zaterdag 26 mei 2012
Tijd: van 14.00 tot 16.00 uur
Toegang Artist Talk: Gratis (voor de tentoonstelling geldt de reguliere entreeprijs)
Voertaal is Engels

Met dank aan:
 
Deze Artist Talk wordt georganiseerd in het kader van de tentoonstelling 'Who More Sci-Fi Than Us, hedendaagse kunst uit de Cariben'.

In Kunsthal KAdE is van 26 mei tot en met 26 augustus 2012 de tentoonstelling ‘Who More Sci-Fi Than Us, hedendaagse kunst uit de Cariben’ te zien. De tentoonstelling is samengesteld door gastcurator Nancy Hoffmann. ‘Who More Sci-Fi Than Us’ toont werk van een representatieve selectie van hedendaagse kunstenaars uit de Cariben, van het zuiden (Antillen en Suriname) tot het noorden (Cuba en Jamaica) en van het westen (Costa Rica en Panama) tot het oosten (Haïti en
Dominicaanse Republiek) en alle eilanden daartussen.




Ryan Oduber, 'Kima Momo', video still, 2011. Courtesy of the artist


Nancy Hoffmann: 'Met deze tentoonstelling laten we voor de eerste keer in Nederland het brede palet aan hedendaagse Caribische kunst en kunstenaars zien. De tentoonstelling focust op een gedeelde identiteit, geschiedenis, economische en sociale condities; een combinatie van factoren die tot een bepaalde surrealistische manier van communiceren leidt, in woord en beeld. Of, zoals de Dominicaans-Amerikaanse auteur en Pulitzer Prize winnaar Junot Diaz het zo welbespraakt formuleert: 'It might have been a consequence of being Antillean. Who more sci-fi than us?'
‘Who More Sci-Fi Than Us' vertelt een discursief verhaal over het Caribisch gebied waarin een soort overeenkomstige cultuur naar voren komt, die alle eilanden met elkaar delen. Daarnaast laten we zien hoe complex en veelzijdig het gebied is. In feite bestaat er misschien wel niet eens zoiets als ’Het Caribisch Gebied’. We willen de kunstenaars niet ‘framen’ in een geografische context, maar het verhaal over de regio de hoofdrol laten spelen. De tentoonstelling vertelt onder andere het verhaal over een gedeelde historie, politieke omstandigheden, de rol van religie en het dagelijks leven van de gemiddelde bewoner’.
De relevantie van het Caribisch gebied voor Nederland is evident, met o.a. de grote Antilliaanse, Arubaanse en Surinaamse gemeenschappen in ons land. Op kunstgebied is in Nederland tot nu toe slechts spaarzaam aandacht besteed aan deze ‘bloedgroepen’. KAdE zet ze, voor het eerst in Nederland, in het kader van het grotere Caribische gebied.

Catalogus
De catalogus, die bij de tentoonstelling verschijnt, laat nog een extra realiteit zien. Het gebied is gedeeld door verschillende talen en dus taalbarrières. De cultuurverschillen zijn vooral te herleiden naar de relatie met het (voormalige) moederland: Spanje, Frankrijk, Engeland en Nederland. De catalogus is daarom verdeeld in vier katernen, die allen ingeleid worden met een algemene tekst van een auteur uit elk taalgebied: Leon Wainwright (UK), Charl Landvreugd (NL/ SU), Giscard Bouchotte (FR/ Haïti) en Blanca Victoria López Rodríguez (Cuba). De catalogus bevat tevens een interview met Simon Njami (FR) door Jocelyn Valton (Guadeloupe).

Deelnemende kunstenaars:
Aruba: Ryan Oduber, Barbados: Joscelyn Gardner, Sheena Rose, Colombia: Oswaldo Macia, Costa Rica: Edgar León, Cuba: Alexandre Arreachea, Carlos Garaicoa, Yaima Carrazana, Ana Mendieta (†), Curaçao: David Bade, Tirzo Martha, Tony Monsanto, Dominicaanse Republiek: Marcos Lora Read, Jorge Pineda, Limber Vilorio, Guadeloupe: Bruno Pedurand, Guyana: Hew Locke, Haïti: Mario Benjamin, Jean-Ulrick Désert, Edouard Duval Carrié, Jamaica: Marvin Bartley, Renée Cox, Leasho Johnson, Ebony G. Patterson, Martinique: Jean Francois Boclé, David Damoison, Panama: Jhafis Quintero Gonzales, Jonathan Harker/ Donna Conlon, Puerto Rico: Pepón Osorio, Puerto Rico/ Cuba: Jennifer Allora & Guillermo Calzadilla, St. Vincent: Michael McMillan, Suriname: Remy Jungerman, Charl Landvreugd, Marcel Pinas, Trinidad: Wendell McShine.




Marvin Bartley, 'The Great Rape', 2011, foto, 51 x 94cm. Courtesy: the artist


Sculpturen, installaties, schilderijen, tekeningen, foto's, film & animatie
'Who More Sci-Fi Than Us' toont een selectie sculpturen, installaties, schilderijen, tekeningen, foto’s, film & animatie van jonge veelbelovende kunstenaars en meer gevestigde kunstenaars. Sommigen leven en werken nog altijd in de Cariben, anderen zijn naar het Westen geëmigreerd.
Titel 'Who More Sci-Fi Than Us'
De titel van de tentoonstelling: 'Who More Sci-Fi Than Us' is ontleend aan een uitspraak in het boek: 'Het korte maar wonderbaarlijke leven van Oscar Wao' van Dominicaans-Amerikaanse auteur en Pulitzer Prize winnaar Junot Díaz. Nancy Hoffmann:'Met deze tentoonstelling laten we voor de eerste keer in Nederland het brede palet aan hedendaagse Caribische kunst en kunstenaars zien. De tentoonstelling focust op een gedeelde identiteit, geschiedenis, economische en sociale condities; een combinatie van factoren die tot een bepaalde surrealistische manier van communiceren leidt, in woord en beeld. Of, zoals de Dominicaans-Amerikaanse auteur en Pulitzer Prize winnaar Junot Diaz het zo welbespraakt formuleert:'It might have been a consequence of being Antillean. Who more sci-fi than us?'




 

Marcos Lora Read, 'Sub-Mundo Caribeño', 2009, hout, aluminium, circa 300 x 80 x 80cm. Courtesy: Platform3, München



Samenvatting:
In Kunsthal KAdE is van 26 mei tot en met 26 augustus 2012 de tentoonstelling ‘Who More Sci-Fi Than Us', hedendaagse kunst uit de Cariben’ te zien. De tentoonstelling is samengesteld door gastcurator Nancy Hoffmann. ‘Who More Sci-Fi Than Us’ toont werk van een representatieve selectie van hedendaagse kunstenaars uit de Cariben, van het zuiden (Antillen en Suriname) tot het noorden (Cuba en Jamaica) en van het westen (Costa Rica en Panama) tot het oosten (Haïti en Dominicaanse Republiek) en alle eilanden daartussen.
Nancy Hoffman: 'Met deze tentoonstelling laten we voor de eerste keer in Nederland het brede palet aan hedendaagse Caribische kunst en kunstenaars zien. De tentoonstelling focust op een gedeelde identiteit, geschiedenis, economische en sociale condities; een combinatie van factoren die tot een bepaalde surrealistische manier van communiceren leidt, in woord en beeld. Of, zoals Dominicaans-Amerikaanse auteur en Pulitzer Prize winnaar Junot Diaz het zo welbespraakt formuleert:'It might have been a consequence of being Antillean.Who more sci-fi than us?'



Edouard Duval Carrié, 'Silver Landscape', 2011, gemengde technieken op aluminium, 244 x 366cm. Courtesy: the artist





Jonathan Harker & Donna Conlon, 'Drinking song', 2011, still from film. Courtesy: the artists



Over Nancy Hoffmann

Drs. Nancy Hoffmann was directeur/ mede-oprichter van het Instituto Buena Bista – Curaçao Center for Contemporary Art in Willemstad (Curaçao). Samen met medeoprichters Tirzo Martha en David Bade richtte zij zich in die jaren met name op educatie, gastkunstenaars, projecten en strategie. Hoffmann doet nog steeds veel onderzoek naar hedendaagse kunst in het Caribisch gebied en werkt onder meer aan een dissertatie over de kunstenaarsinitiatieven in die regio. Ze bezoekt daarvoor een groot aantal (ei)landen, maar ook instituten die zich hiervoor inzetten binnen en buiten het Caribisch gebied (Americas Society NYC, Museo del Barrio, Hemispheric Institute of Performance and Politics) en overzichtstentoonstellingen zoals ‘Infinite Islands’ (Brooklyn Museum 2008), ‘Krèyol Factory’ (Parijs 2009) en de Biennial de Pontevedra ‘Utrotopicos’ (Spanje 2010).