donderdag 2 februari 2012

Gevonden door niet te zoeken

door Ezra de Haan

Vanaf het moment dat ik de gedichten van Bernardo Ashetu leerde kennen, was ik door hem gefascineerd. De door Michiel van Kempen verzorgde bloemlezing Dat ik je liefheb was van een uitzonderlijke klasse. Het nawoord waarin Van Kempen het leven van Ashetu schetste maakte de gedichten van deze Surinaamse dichter nog raadselachtiger. Wie was Ashetu en waarom stopte hij met publiceren? Niet alleen van Kempen maar ook andere kenners beweerden dat er geen slecht gedicht zat onder de duizend die hij schreef. Binnen een paar dagen wist ik de onder redactie van Gerrit Komrij verschenen bundel Dat ik zong van Ashetu te pakken te krijgen. Maar ook daarmee had ik slechts vijftien procent van de meester in handen. Tweedehands boekverkopers schudden wijs hun hoofd als ik de naam Ashetu noemde en ook de Antilliaanse Cahiers van Debrot waarin hij debuteerde zag je de laatste tijd weinig. Ik besloot blij te zijn met dat wat er verschenen was. Met de in de Knipscheer uitgave Dat ik je liefheb had ik immers een rijke keuze die steevast om herlezing vroeg…

Tijdens een druilerige dag in Den Haag zocht ik een vestiging van De Slegte op. Ik stroopte zoals ik dat gewoon ben de schappen af maar vond niets van mijn gading. Tot ik in de kast voor secundaire literatuur een dun, wit kaftje zag staan. Ik trok het tussen de andere boeken vandaan en las: Poëzie, Poesía en Antilliaanse Cahiers Jaargang V. Te lui om mijn leesbril te pakken kon ik de lijst van medewerkende auteurs in blauw op blauw gedrukte lettertjes niet lezen. Ik besloot het boekje te kopen.
Pas uren later, tijdens een rijsttafel in restaurant Garuda, zette ik mijn bril op en sloeg ik het tijdschrift open. Ik las de namen Pína, Everey, Debrot, Martina, Dennert en veerde op bij het lezen van Frank Martinus. Acht gedichten in het Papiaments vormden zijn bijdrage aan het tijdschrift. Maar wat nog mooier was: het nummer bevatte ook acht gedichten van Ashetu. Door niet naar hem te zoeken had ik hem gevonden. Verstopt in een Antilliaans Cahier dat niet eens zijn naam op de omslag of het titelblad droeg.
Net als in Dat ik je liefheb zijn ook deze gedichten stuk voor stuk origineel, typerend voor de dichter en zijn ze lekker op het randje van dat wat kan geschreven. Twee van de gedichten zal ik niet voor mijzelf houden, daar zijn ze te mooi voor. Ik deel ze graag me u.

Herfst

Het is dagen
en dagen
en eeuwen geleden
dat in warmte
kou voelbaar werd.
Het is lang, lang
en lang geleden
dat in goud, rood
en bruin herfst
ontstond, sluierend
jaargetij,
sluipend aartsgeheim, -
het is lang, lang en
lang geleden.


Niets

Ach,
Vandaag
was er niets
op de berg,
zelfs geen snipper
van een vod.
Daarom bevind ik
mij hier op de
hoge toren bij de
gepolijste vlaggestok.-
En ik hijs de vlag
en ik strijk de vlag
en hijs de vlag
en strijk de vlag
en ik woeker met
haar kleuren.


0 reacties:

Een reactie plaatsen