woensdag 30 november 2011

Kuis op de middelbare scholen

De roman Kuis van Rihana Jamaludin is op initiatief van Hilde Neus, van de vakgroep Nederlands in Suriname, gekozen om in Suriname en op de Antillen op de middelbare scholen gelezen te worden. Tot nog toe werden de boeken van het project Inktaap over de scholen in het (Nederlandstalig) Caraïbisch gebied gedistribueerd. Deze boeken bleken echter niet aan te sluiten bij de ervaringswereld van jonge Caraïbische lezers, wat een barrière vormde voor de prikkel tot lezen. Om het lezen en de waardering voor literatuur te stimuleren, hoopt de vakgroep Nederlands met de keuze van Kuis een begin te maken dat een jaarlijks vervolg zou kunnen krijgen: naast de drie Inktaap boeken, ook een literair werk uit het Caraïbisch gebied aan de scholen te bieden. Kuis en het vorige boek van Rihana De Zwarte Lord zijn nu ook verkrijgbaar als e-book. Kuis: 12,50 euro als e-book (paperback 17,50 euro), De Zwarte Lord: 15 euro als e-book (hardcover met leeslint 24,95 euro).


Tekening: Jos Collignon

dinsdag 29 november 2011

Ingrid Hoogervorst in Tori Oso

Op de laatste woensdag van november, de dertigste, zal er tijdens de reguliere Tori Oso avond van Schrijversgroep ’77 een kennismaking zijn met de Nederlandse schrijfster Ingrid Hoogervorst. Hoogervorst is momenteel Writer in Residence in Suriname en verzorgt in die hoedanigheid colleges op het Instituut voor de Opleiding van Leraren. Ingrid Hoogervorst is schrijfster, radiohost van een literaire programma’s en geeft les op de Schrijversvakschool in Nederland. De avond draagt een informeel karakter. Aanwezigen kunnen vragen stellen en zichzelf introduceren. Het is de bedoeling dat de mensen op de avond de schrijfster Ingrid Hoogervorst beter leren kennen en ongekeerd.

[Bericht van S'77]
Foto: @ Jean-Pierre Jans

maandag 28 november 2011

Discovering Sranan poku

Lezing door Prof. Kenneth Bilby

Kenneth Bilby, Amerikaans onderzoeker, publicist en professor is een autoriteit op het gebied van muziek uit de Afrikaanse diaspora. Hij is verbonden aan de Center for Black Music Research in Chicago (USA) en doceert aan de Universiteit van Chicago. Hij heeft in de jaren tachtig gedurende meerdere jaren veldonderzoek verricht in de binnenlanden van Suriname. Hij spreekt enkele Surinaamse marrontalen vloeiend.

Kenneth Bilby is in Nedeland op voorspraak van de band Fra Fra Sound met als doel een relatieve buitenstaander (niet Surinamer of Nederlander) ook te laten reflecteren op Afro-Surnaamse muziek, zijn eigen waardeoordeel te laten uitspreken, Afro-Surnaamse muziek vanuit internationaal perspectief te bezien en beoordelen. Kortom, het doorbreken en oprekken van bestaande visies. Hij is een gepassioneerd en boeiend verteller, hij is zeer goed ingevoerd en op de hoogte van alle ontwikkelingen zowel in Suriname zelf als in Nederland.

Co-referenten zijn Marcel Weltak, auteur van Surinaamse muziek in Nederland en Suriname en Ronald Snijders, etno-musicoloog, fluitist en componist.


Aansluitend is er live muziek.
Locatie: Vereniging Ons Suriname, Zeeburgerdijk, Amsterdam
Datum: zondag 4 december 2011
Tijd: 15.00 tot 18.00 uur
Toegang: €2,50

zaterdag 26 november 2011

De laatste parade

Negen variaties op een thema. Zo zou je het debuut van Ruth San A Jong het beste kunnen omschrijven. De verhalen in De laatste parade worden bij elkaar gehouden en zijn met elkaar verbonden door de omgang met de dood. De keuze voor dit thema is niet vanzelfsprekend. Als er één onderwerp is dat met taboes is omgeven en dat mensen als gespreksonderwerp bij voorkeur mijden, dan is het wel de dood. Voor San A Jong was het geen reden om deze problematiek te laten rusten. Juist de onontkoombaarheid van de dood en de verwevenheid van de dood met het leven van alledag worden door haar aangegrepen om dit thema als een gangbaar menselijk verschijnsel te benaderen en aan de orde te stellen.

De negen verhalen – op de omslag van het boek uitgebeeld als een ketting met detailopnamen van de faja lobi – zijn vanuit verschillende perspectieven geschreven, bestrijken een breed spectrum aan emoties, en verwijzen naar uiteenlopende aspecten van de sociale werkelijkheid. De meeste indruk maken de verhalen waarin de auteur vormvast de stof over de pagina’s doseert en even vastberaden als onnadrukkelijk naar een point toewerkt. Dat geldt voor de meerderheid van de bijdragen. Enkele verhalen kennen een meer schetsmatige opzet en doen in hun beknoptheid soms verlangen naar een nadere detaillering en inkleuring van de plot. In één van deze vertellingen (‘Dood door schuld’) wordt na een wat aarzelend begin de handeling zo snel afgewikkeld dat de lezer enigszins verbouwereerd achterblijft. De lading die het verhaal in potentie heeft, komt daardoor jammer genoeg niet over het voetlicht.

Maar zoals gezegd, dergelijke verhalen zijn in de minderheid. Zes van de negen verhalen zijn zonder meer juweeltjes en maken De laatste parade tot een overtuigend debuut. Twee van deze pareltjes waren al in kleine kring bekend. In het titelverhaal komt een ‘verloren zoon’ afscheid van zijn overleden vader nemen. In de consternatie die in het ouderlijk huis ontstaat, valt de kist met het stoffelijk overschot en vliegt het kunstgebit uit de mond van de vader. De uitvaart kan desondanks op een waardige manier plaatsvinden. Het verwante ’De onderbroek’ gaat over een buitenvrouw die haar onderbroek in de kist van haar overleden minnaar laat verstoppen om er verzekerd van te zijn dat zijn geest haar met rust zal laten. In beide verhalen toont San A Jong haar talent voor het schrijven van tragikomische verhalen die dicht bij de belevingswereld van de volksklasse liggen.

Huiveringwekkend is ‘Aan de dood ontsnapt’, waarin de herinnering aan de binnenlandse oorlog het leven van een Marronvrouw tot een hel maakt als zij er in de stad achter komt dat zij de huishoudster is geworden van haar toenmalige verkrachter. Niet minder schokkend is ‘Lelijke dingenschrift’. Hierin worden de zelfmoord van een moeder en de incestpraktijken van een stiefvader uit de doeken gedaan bezien vanuit het gezichtspunt van een kind. Samen met haar zusje is dit kind het slachtoffer van de ontaarde ouders, begrijpelijkerwijs zonder dat de volle waarheid tot het meisje doordringt. In het beklemmende ‘Uit de droom helpen’ moet een man grafschennis plegen om verlost te raken van de geestverschijning van zijn overleden vriend, die hem ’s nachts komt bezoeken en die hij tot zijn ontsteltenis veel minder goed blijkt te hebben gekend dan hij altijd had gedacht. ‘De geur van de dood’ volgt een aflegster die maar geen afscheid kan nemen haar roeping, ook al wordt het werk met het klimmen der jaren zwaarder en realiseert zij zich dat haar privéleven altijd vergaand onder haar arbeid heeft geleden.

Een bijzondere vermelding verdient het laatste verhaal van de bundel, ‘Inferno’. San A Jong blijft hier dicht bij haar eigen leven, wat het schrijven van deze tekst niet altijd gemakkelijk moet hebben gemaakt. In uitgebeend en staccatoachtig proza doet zij het relaas van haar moeder, die als psychiatrisch patiënte in het toenmalige LPI verbleef en daar goeddeels aan haar lot werd overgelaten. De onverschilligheid van en verwaarlozing door het personeel van de inrichting probeert de dochter te compenseren door haar moeder met ijzeren discipline, tot aan haar plotselinge overlijden, te verschonen, te voeden, medicijnen te laten innemen en liefde en aandacht te geven. Achter de beheersing waarmee het verhaal geschreven is, liggen woede over onrecht en onbegrip voor een overheid die niets tegen aantoonbare misstanden wenst te ondernemen. ‘Inferno’ – dat in de vorm van een novelle misschien nog beter tot zijn recht zou zijn gekomen – is een aanklacht tegen de geestelijke gezondheidszorg en een monument voor degenen die deze zorg ten onrechte wordt onthouden.

De laatste parade benoemt dingen die veel mensen liever onbenoemd laten en legt dingen bloot die menigeen bij voorkeur toegedekt wenst te zien. San A Jong verliest haar respect voor de omgang met de dood niet, maar wil het mysterie niet groter maken dan het is. Zoals zij de aflegster in ‘De geur van de dood’ laat denken: ‘Eigenlijk doen we niet geheimzinnig; het is geheimhouding. Een arts vertelt zijn vrouw en kinderen toch ook niet dat hij een zaagmachine gebruikt om een been te amputeren? Of dat er soms verkeerde medicatie wordt gegeven waardoor de patiënt sterft? Nou dan. Mensen in Suriname maken van alles een geheim, een drama.’ In deze bundel wordt het drama klein en onnadrukkelijk gehouden, waardoor het aan zeggingskracht wint. De geringe omvang van de bundel – in aantal pagina’s en wat betreft het formaat – draagt mede aan dit effect bij. Het is bovendien lang geleden dat een Surinaams literair debuut er zo mooi verzorgd uitzag en met zoveel liefde voor vorm, typografie en kleurgebruik werd geproduceerd.

De laatste parade, Ruth San A Jong, 2011, Uitgeverij In De Knipscheer, ISBN 9789062656721

Illustratie: Magda Francot, La Mort, olieverf op canvas

Laat Anton de Kom leven


Dikwijls wordt het mij droef te moede als ik zie hoe voortgang wordt belemmerd, als ik zie hoe mensen horende doof zijn en ziende blind. Als tien jaar in Suriname wonende Nederlandse expat moet ik helaas constateren dat dit in Suriname evenzeer het geval is als in Nederland, maar waarom zou Suriname een uitzondering zijn? De ontwikkeling van het Surinaamse land en volk is eeuwenlang geblokkeerd door de koloniale overheersing. Eerst zesendertig jaar heeft Suriname zelfbeschikking en zie wat er is bereikt, maar helaas wordt daar meestal alleen maar geringschattend over gesproken. Daarbij is de vrije republiek nog eens extra op afstand gezet door de sergeanten-coup en de zogenaamde revo, die nadreunen zolang de couppleger nog leeft en aan de macht is.

Met andere woorden, hier is trauma op trauma gestapeld, en dat is nog dagelijks merkbaar. De revo heeft –op precies eendere wijze als de kolonist– de Surinamers gegijzeld en onder de knoet gehouden met fysieke en geestelijke martelingen, anders gezegd, de revo heeft voortgezaaid op de geploegde akkers van de kolonist. Nauwelijks uit de boeien en opnieuw geketend, is het een wonder dat nog steeds veel Surinamers een minderwaardigheidscomplex hebben? Toch heeft Anton de Kom nu al achtenzeventig jaar geleden haarscherp blootgelegd waar het de Surinamers aan schort: eigenwaarde, zelfrespect. Kon het anders na eeuwenlange onderdrukking?

Nee, tóen niet, maar nú wordt het tijd dat die woorden van De Kom dóórdringen en dóórwerken. In Wij slaven van Suriname heeft hij de geschiedenis van Suriname herschreven vanuit de optiek van de onderdrukten. Fel in de aanklacht, verrassend persoonlijk in de verwoording van zijn overtuiging. “Het heeft lang geduurd voor ik mijzelf geheel van de obsessie bevrijd had, dat een neger altijd en onvoorwaardelijk de mindere zijn moest van iedere blanke.”

Strijden ga ik, gedichten en teksten van Anton de Kom (1969)

Helaas staat de naam van Anton de Kom hier te lande nog altijd in een kwade geur door de verdachtmakingen die dateren uit de uiterst korte tijd dat Anton de Kom hier actief was, namelijk van 4 januari tot 1 februari 1933 (!), want sinds- dien was hij onder arrest tot op de dag van zijn uitzetting, 10 mei 1933. Het was dan ook wel zeer subversief en staatsgevaarlijk om te beweren dat een neger niet de mindere is van een blanke. Die kwade geur is nog eens versterkt toen de revo meende Anton de Kom als verzetsheld te moeten inlijven bij wijze van afweerschild voor haar wandaden. Hiermee is De Kom dúbbel beschadigd en dúbbel gemangeld door de Surinaamse geschiedenis, en dus nog steeds verkeerd geïnterpreteerd en miskend.

Jammer genoeg heeft de publicatie van Anton de Kom | biografie, nu zo’n twee jaar geleden, tegen de verwachting in níet het broodnodige eerherstel gebracht. Het is onbegrijpelijk dat de verschijning van deze biografie toen niet door de regering is aangegrepen om de schijnwerpers vol te richten op Anton de Kom. Waarom moest de biografie stiekem aan Hassankhan worden gegeven in een morsige uitspanning als Zus&Zo, in plaats van een spektakel aan te richten in en rond Fort Zeelandia, waar het boek plechtig had moeten worden overhandigd aan de President? Waarom is er niet een volkseditie uitgebracht van Wij slaven van Suriname en gratis uitgereikt aan alle scholieren?

Hesdy Lonwijk

Er is nog hoop
Dit alles speelde door mijn hoofd toen ik hier op Caraïbisch Uitzicht las dat het leven van Anton de Kom verfilmd zal worden. In-Soo Productions en Fu Works hebben de rechten verworven op De Kom’s biografie, het scenario voor de in vier delen te filmen televisiedrama is in handen van Rob de Barbanson en Sjaak Vlaming en de regie zal worden gevoerd door Hesdy Lonwijk. De opnamen, die voor een groot deel in Suriname zullen plaatsvinden in samenwerking met Stichting The Back Lot, zijn gepland voor eind 2012/begin 2013, waarna de serie eind 2013 op de televisie zal worden uitgebracht.

Het is de producenten niet ontgaan, staat in genoemd artikel, dat er in de afgelopen decennia veel verhalen over Suriname zijn gemaakt vanuit westers perspectief, evenmin als hun zal zijn ontgaan dat er krachten in werking zijn om de Surinaamse geest te dekoloniseren en de geschiedenis vanuit eigen perspectief te bekijken. Daarom, vinden zij, is het tijd om het verhaal van binnenuit te vertellen. Wij slaven van Suriname is daarvoor natuurlijk het best mogelijke uitgangspunt, want naar mag worden aangenomen is De Kom de eerste Surinamer geweest om zijn geest te dekoloniseren, in ieder geval de eerste Surinamer die dat begrip heeft uitgedragen.

Waarom wordt Anton de Kom in Suriname nog altijd niet uitgedragen als voorvechter voor vrijheid en zelfrespect en als rolmodel voor de Surinaamse jeugd? Hopelijk kan deze film het tij keren.

Zwarte Piet verboden tijdens Sinterklaasfeest Canada

© anp

Sinterklaas moet het dit jaar in de Canadese stad Vancouver stellen zonder zijn traditionele helpers. Na een klacht over racisme hebben de organisatoren besloten dat er geen Zwarte Pieten aanwezig zullen zijn bij het volksfeest, waar jaarlijks 400 tot 600 Canadese Nederlanders op afkomen. Dat meldde de krant Vancouver Sun.

Leden van de Afrikaans-Canadese gemeenschap in Vancouver hadden hun beklag gedaan over de aanstaande komst van Zwarte Piet, die volgens hen beledigend en gedateerd is en een racistisch stereotype. Sinterklaas arriveert volgende week zaterdag wel gewoon in de haven van Vancouver.

'We hebben onderzoek gedaan en zijn tot de conclusie gekomen dat ze een punt hebben', aldus Sinterklaas-organisator Tako Slump in het dagblad. 'We kunnen de Afrikaans-Canadese gemeenschap verzekeren dat er geen aanstootgevende zwarte gezichten te zien zullen zijn'.

Het is nog onduidelijk wie de goedheilig man nu gaan helpen bij het uitdelen van pepernoten en cadeautjes. De organisatie van het sinterklaasfeest in Vancouver neemt daarover later een besluit.

[ANP / Redactie de Volkskrant / 26/11/11]

vrijdag 25 november 2011

Driehoeksreis [6]

Eind januari opent in het Curaçaosch Museum een overzicht van het grafisch werk van Bert Kienjet. Deze Leidse kunstenaar laat zich in zijn grafisch werk inspireren door de Dutch Caribbean. Dit leidde tot een reeks etsen met de titel Driehoeksreis.
De reeks bestaat uit tientallen portretten van ‘personages’ die de driehoeksreis bevolk(t)en. Deze reis van Europa via West Afrika naar het Caraïbisch gebied en weer naar Europa werd in de 17de eeuw door de West-Indische Compagnie begonnen. Deze reis wordt door Kienjet als metafoor gebruikt voor de sociale, culturele en bestuurlijke beïnvloeding en banden tussen Westerse, Afrikaanse en Caraïbische culturen.
Soms betreft het personages die zich feitelijk op en tussen de drie continenten manifesteerden, soms gepersonifieerde cultuurdragers, soms bestaande figuren die een grote of kleinere rol spelen/gespeeld hebben in het grote geheel van cultuuroverdracht en identiteitsbevestiging. Door het groepsgewijs tonen van de portretten worden verhalen zichtbaar, wordt een hernieuwd combineren en vergelijken mogelijk.
In het Curaçaosch Museum zal de serie Driehoeksreis in zijn geheel getoond worden. Vanaf 21 oktober, vrijdags zes weken lang, alvast een voorproefje van dit bijzondere kunstwerk op Caraïbisch Uitzicht, voorzien van korte onderschriften door Kienjet zelf.
Links: portret van Cola Debrot, 2011, ets/aquatint
Rechts: portret van Shon B., 2010, ets/aquatint

De sombere nestor van de Nederlands-Caraïbische literatuur. Wie leest Bewolkt bestaan tegenwoordig echt helemaal en kan het samenvatten of navertellen? Wie reist de literaire driehoeksreis met Debrot mee van Curaçao naar Amsterdam naar Parijs, naar Caracas en komt uiteindelijk toch weer op Miraflores terecht? Is de Shon B. die uit de nacht opdoemt, een van Debrots personages? Oscar, Ferdinand of Cola zelf? Waarom heeft hij dan zijn eiland de rug toegekeerd? Droevig eiland droevig volk. [B.K.]

Driehoeksreis, no. 1., no. 2., no. 3., no. 4., no. 5.
.

Dwight Isebia - Arogansha di poder y plaka

Ta kiko bo ke pa mi bisa,
awor ku b’a trata di tapa
mi boka promé ?
Ta kiko bo ke pa mi splika,
si úniko hues ku bo ke komprondé,
t’ esún ku ta dikta loke bo mes ke?
Ta kon bo por yega n’e simpel idea,
ku semper por paga pa kumpra palabra?
Kon bo tabata por ta bobo asina
pa no ta konsiente,
ku konsenshi di hende ta algu potente,
ku abo tambe , maske kon fwerte,
lo tin ku tene kwenta kuné?




The arrogance of power and money

What do you want me to say,
now that you first tried to
shut my mouth ?
What do you want me to explain,
if the only judge you understand
is the one whose verdict is exactly what you want ?
How could you get that simple idea
that you may always buy the words with money?
How could you have been such a fool,
not to be aware that the conscience of man
is something with power,
you have to take into account,
even if you are so strong ?

'Ons kent ons' luchtig, maar kritisch over Nederland



Op de 36ste Onafhankelijkheidsdag van Suriname gaat de cabaretmusical Ons kent ons van Thea Doelwijt in première in het Bijlmerparktheater. Het stuk is kritisch over de Nederlandse samenleving en humoristisch tegelijk. De verhoudingen in de samenleving en het slavernijverleden komen luchtig, maar met een serieuze ondertoon, aan de orde.

In het stuk zijn nog wat elementen terug te vinden uit de periode van het Doe-theater in Suriname van weleer. Zo is Harto Soemodihardjo ook betrokken bij het stuk, naast Doelwijt. "Dit is mijn leven", zegt ze over haar zoveelste productie. Ze werkte met Soemodihardjo aan een ander stuk, maar dat ging niet door. "Toen zei hij tegen mij: laten we gewoon iets proberen zoals vroeger."

Nederlands publiek
Op het resultaat is Doelwijt (foto links) trots. Ons hent ons is toch duidelijk iets anders geworden dan het toenmalige Doe-theater. De cabaretinvloeden zijn er wel, maar de productie is ook op een Nederlands publiek afgestemd: "En uiteraard mijn eigen Surinaamse publiek." Ze denkt dat het stuk de Nederlanders zal aanspreken: "Ze kunnen het aan. Het is goed dat ze zoiets horen."

Ons kent ons is vanuit de tekst ontstaan, zegt Soemodihardjo, die de muziek maakte. "Om het luchtig te maken probeer ik iets luchtigs tegenover de tekst te zetten." Hij houdt het eenvoudig om het niet te dramatisch te maken.

Boodschap
Volgens Lucinda Sedoc, een van de spelers, zal het publiek tevreden zijn. "Het is een mix van dingen die niet gezegd mogen worden, maar toch gezegd kunnen worden in een vrolijk jasje." De eerste reacties bij de try-outs waren positief, juist omdat het luchtig wordt gebracht, zegt Sedoc. Maikel van Hetten ziet invloeden van het volkstoneel terug in het stuk. "De uitdaging was dat het publiek het mooi zou vinden." En dat lijkt gelukt. Hij hoopt dat de toeschouwers er een goede boodschap uithalen, want die zitten er genoeg in.

[RNW, 25 november 2011]


Foto's: @ Christian van Geest

SORES organiseerde succesvol internationaal baithak gáná-festival

Baithak gana; kunstwerk door Krishna Ramdew

Harry Sewbalak en Rampersad Ramkhelawan benoemd tot“baithak gáná guru”

door Carlo Jadnanansing

Sores organiseerde wederom een internationaal baithak gáná festival in De Olifant aan de Lachmonstraat te Paramaribo op zaterdag 19 november 2011. Aan dit gebeuren namen dit keer behalve ons land ook Guyana en Trinidad deel. Baithak (zittend) gáná (muziek/zang) is een uit India (Bihar, Uttar Pradesh) door de toenmalige immigranten meegenomen muziekvorm die zich ontwikkeld heeft tot een Indo-Caraibische muziekstijl met een eigen karakter. In principe zijn voor een baithak gáná formatie maar drie muziekinstrumenten nodig nl. de harmonium (een op een orgel lijkend draagbaar toetseninstrument dat op de vloer geplaatst wordt)meestal bespeeld door de zanger die de melodie aangeeft) de dholak (trom; afbeelding links) en de dantál (klankstaaf; afbeelding rechtsonder). Interessant is dat dit laatste instrument in India niet (meer?) bekend is. Het is echter niet zeker of het van Surinaamse oorsprong is. Baithak gáná was tot ongeveer de zeventiger jaren zeer populair bij het hindostaanse deel van onze bevolking, maar heeft steeds meer terrein verloren aan de moderne, sterk verwesterde Bollywood muziek. Het leek er zelf op dat deze muziekstijl aan het uitsterven was. Dit is de reden geweest waarom SORES het mede tot haar taak gesteld heeft baithak gáná te conserveren en te promoten. Hiervoor is waardering en ondersteuning gekregen van het Minov (directoraat Cultuur) hetgeen onder meer tot uiting gekomen is in het feit dat dit ministerie, samen met Combé Markt en het notariaat Jadnanansing, hoofdsponsor was van het baithak gáná spektakel. De organisatie was aangenaam verrast door het aantal bezoekers dat het verwachte getal van 800 verre overtrof.

Het grootste aantal deelnemers aan de show kwam, zoals te verwachten was, uit Suriname. Onze landgenoot Rajesh Sewnandan mocht met zijn zuivere en volumineuze stem de spits afbijten. Hierna was het de beurt van Priya Singh uit Guyana. Zij heeft een welluidende stem maar bracht voornamelijk filmliederen. Dit strookte niet helemaal met het karakter van de show. Gelukkig bracht haar landgenoot Ramkissoon daar verandering in. Naar ik vernomen heb maakt baithak gáná in ons buurland moeilijke tijden door.



De Trinidadiaanse afvaardiging met als sterzanger de jeugdige Ravi Jagroop liet merken dat baithak gáná in Trinidad nog steeds op niveau wordt beoefend. Ook zijn drummer liet prachtige staaltjes van percussie horen. Opmerkelijk is dat de dholakspelers uit dit land hun instrument op een andere wijze bespelen dan hun Surinaamse collega’s. Jagroop veroverde de harten van het publiek door een evergreen van onze eigen (overleden) ustad (maestro) Ramdew Chaitoe te laten horen, namelijk: Ho pritam pyari tu kahán basat ho … (o, mijn allerliefste waar heb je je genesteld). Ook onze chutney queen Motimala Bholasing en een van onze jongere talenten Tulsie Malaha hebben voor een goed stuk entertainment gezorgd. Alle artiesten traden in twee fasen op. Vóór de pauze werd voornamelijk religieus getinte muziek gebracht weliswaar van een goed niveau, maar iets teveel voor het vermoeid rakende publiek dat na bijkans twee uren toch wel iets anders wilde horen. Gelukkig werd dat na de pauze geheel goedgemaakt. Motimala wist het tot dan toe apatisch lijkende publiek met haar chutney muziek voor een deel zelfs op de dansvloer te krijgen. Dit zorgde direct voor een andere sfeer bij het helemaal weer opgeleefde auditorium. Voor mij als liefhebber van goede instrumentale muziek was het optreden van een muziekgroep o.l.v. Lando Ramdin het hoogtepunt. Laatsgenoemde had een scala van percussionisten aangevuld met twee gitaristen en een keyboardspeler bijeengebracht. Het geheel klonk als een professioneel jazzensemble met invloeden van hindostaans muziek.
Ik denk dat de groep bij alle grote muziekevenementen in ons land geen gek figuur zou slaan.

Een ander hoogtepunt van de avond was de benoeming van twee oude ustads namelijk Harry Sewbalak en Rampersad Ramkhelawan (vader van onze internationaal bekende baithak gana artiest Kries Ramkhelawan) tot “baithak gana–guru”. In zijn korte toespraak memoreerde Sores – voorzitter Rudi Ardjoen de grote verdiensten van de ustads. De certificaten werden hun uitgereikt door baithak gáná ká sanrakshak (beschermheer van de baithak gáná) en exVHPvoorzitter Ram Sardjoe.
De geluidsweergave van de show was van een behoorlijk niveau.
Van bezoekers aan een baithak gáná manifestatie wordt een goed uithoudingsvermogen verwacht. De duur van dergelijke shows bedraagt vele uren. Het evenement begon, zoals bij dit soort presentaties veelal het geval is, meer dan drie kwartier later dan de aangegeven aanvangstijd van acht uur en eindigde omstreeks twee uur in de ochtend. Het goed opgekomen publiek heeft echter waar voor zijn geld gekregen (het entreegeld was slechts SRD 15,) en vergat gedurende enkele uren alle sores (zorgen).
Proficiat Sores!

[uit de West, 25 november 2011]

Fort uit 1790 in Saramacca ontdekt

door Wanita Ramnath

Het fort Groningen, dat gebouwd werd in 1790 door gouverneur Jan Gerhard Wichers, is door de Nederlandse historicus Beno Hofman te Groningen, Saramacca ontdekt. Na een uur graven, werd het vermoeden van de historicus hard. Het vijfhoekige fort kon niet in zijn geheel opgegraven worden, omdat er gebouwen op staan. Ook het districtscommissariaat van Saramacca staat erop.


Het fundament van fort Groningen. (Foto: Wanita Ramnath)


Het fort was gebouwd om de plantages tegen aanvallen van buitenaf te beschermen en werd genoemd naar de geboorteplaats van de gouverneur, Groningen in Nederland.

Beschrijvingen
Hofman wist precies waar er gegraven moest worden. Een oude kaart van de boerenkolonisatie uit 1845 had een schets van het fort. Daarnaast zijn er ook luchtfoto’s geschoten. Een militair had deze schetsen ooit op papier gezet. Een militair rapport uit 1800 beschrijft het fort als volgt: "…In Saramacca ligt even boven de nieuwe stad Columbia het Fort Groningen, zijnde aangelegt voor reguliere vijfhoek, de muuren van schulpsteen opgemetzeld; aan hetzelve wordt nog gewerkt...". Het straatje vanaf de fortpoort naar de landingplaats bij de rivier werd al gauw de ‘Landingstraat’ genoemd. De straat liep door de achterpoort landinwaarts naar het kerkhofje en de veeweide.

De post Groningen was een hoofdpost van het militaire cordon. Mr. A. F. Lammens bezocht de post in 1818 en legde het volgende vast: "...Op de westelijken oever van de Saramaka agt a negen uren van zee, is de Fortres Groningen...De post Groningen, ligt op de boord van de rivier, is ten zuiden door een muur van zandsteen omringd, en voor het oog de fraaijste post in de Kolonie, het Komandantshuis en alle de gebouwen, waren in de besten staat.”

Meerdere forten
Historicus André Loor zegt desgevraagd aan Starnieuws dat fort Groningen tot 1843 als legerplaats diende. Het fort werd daarna door de militairen verlaten en er is nooit meer naar omgekeken. In het fort lagen de kanonnen opgeslagen op de vele plantages die het district Saramacca kende, te beschermen. Het district beschikte ook nog over de forten Nassau en Carel.

Het belangrijkste fort was toch Groningen. Haast alle forten werden vijfhoekig gebouwd. Dit was een militaire strategie voor een betere verdediging. Loor merkt op dat vele plantages achteruit gingen, maar de mensen bleven wel wonen in het district en brachten Saramacca verder tot ontwikkeling.

Behoud erfgoed
Districtscommissaris Aroenkoemar (Ro) Ramdhani van Saramacca zegt dat hij zijn ogen niet kon geloven. “Die man kwam met een korte boomgraafmachine en was nauwelijks een uur bezig. De grote ontdekking werd gedaan. Hij hoefde net 40-60 centimeters te graven”, vertelt Ramdhani.

Hij merkt op dat er niet veel gedaan kan worden aan deze historische ontdekking, omdat het districtscommissariaat en de gevangenis nu erop staan. Een ding is zeker: deze gebouwen hebben een stevig fundament. De dc is van plan om contact op te nemen met het Surinaams Museum om na te gaan wat eventueel de mogelijkheden kunnen zijn om dit erfgoed te behouden.

De oudste bewoner van het district Saramacca, Christiaan Roseval (103), zegt geen informatie te beschikken over Groningen. Ook heeft hij nooit in de hoofdstad van het district gewoond. Daarnaast heeft Roseval geen verhalen over het fort van Groningen van zijn voorouders gehoord.

[uit Starnieuws, 25 november 2011]

Leven Anton de Kom verfilmd als televisiedramaserie

Het leven van Anton de Kom (1898–1945), Surinaams vrijheidsstrijder en Nederlands verzetsheld, wordt verfilmd in een vierdelige televisiedramaserie.

Producenten In-Soo Productions (Parradox, Carmen van het noorden, Spion van Oranje) en Fu Works (Tirza, Zwartboek, Oorlogswinter) hebben de rechten verworven op de prijswinnende biografie Anton de Kom (Uitgeverij Contact) van schrijvers Rob Woortman en Alice Boots. Zij ontvingen voor dit boek de E. Du Perron-prijs 2010. De regie is in handen van Hesdy Lonwijk (Johnny Bingo, Feuten, Seinpost Den Haag, Hard tegen hart). Rob de Barbanson (o.a. Prijs Netwerk Scenarioschrijvers voor Zwart goud) en Sjaak Vlaming (o.a. Grijpstra & De Gier, Mees, Zwart goud, De wachtkamer) schrijven het scenario voor de verschillende afleveringen.

De Surinamer Anton de Kom is vooral bekend vanwege zijn strijd voor de vrijheid van zijn land, de hoop die hij zijn landgenoten gaf als “Papa de Kom’ en bovenal zijn boek Wij slaven van Suriname uit 1934.

Nadat hij verbannen werd uit zijn geboorteland Suriname [dit wordt dus weersproken door de biografie van Boots & Woortman! - red.], vestigt hij zich in Den Haag. Hij wordt in Nederland vooral bekend als antikoloniaal schrijver en intellectueel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gaat De Kom in het verzet. Hij wordt opgepakt en overlijdt in 1945 in het Duitse kamp Sandbostel. In 1982 ontvangt hij postuum het Verzetsherdenkingskruis.

De producenten willen de serie koppelen aan de herdenking van 150 jaar afschaffing slavernij die in 2013 wordt herdacht. Het is de producenten In-Soo Radstake en San Fu Maltha opgevallen dat er in de afgelopen decennia veel verhalen in en over Suriname zijn gemaakt, maar steeds vanuit een Westers Nederlands perspectief. Het is tijd, vinden zij, om het verhaal van binnenuit te vertellen, om een ander geluid te laten klinken over ons gezamenlijke koloniale verleden dan tot nu toe gehoord is.

Voor de in Suriname geboren regisseur Hesdy Lonwijk (foto links) is de serie een droom die uitkomt. “Jaren geleden stond ik model voor het standbeeld van Anton de Kom in Amsterdam-Zuidoost. Er ontstond veel commotie over dat standbeeld en ik voel een grote verantwoordelijkheid om het verhaal van Anton de Kom op de juiste manier te vertellen.”

Anton de Kom’s dochter Judith en zoon Kees de Kom maken deel uit van een op te richten Comité van Ambassadeurs, alsmede politicus Harry van Bommel. Van Bommel: “Anton’s politieke acties en deelname aan het verzet in de Tweede Wereldoorlog vormen voor mij een belangrijke stimulans om zelf politiek actief te zijn. Zijn boek zou verplichte literatuur moeten zijn op Nederlandse scholen en deze serie verdient het om door iedereen te worden gezien.”

De producenten voeren op dit moment gesprekken met verschillende partijen, die enthousiast gereageerd hebben op de plannen, zoals de Stichting Herdenking Slavernijverleden 2013 en het NiNsee (Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden).

De opnamen moeten eind 2012, begin 2013 starten en zullen voor een groot deel in Suriname plaatsvinden in samenwerking met de in Suriname gevestigde Stichting The Back Lot. De serie moet op tv uitkomen eind 2013. Momenteel zijn de producenten in gesprek met diverse omroepen.

Group exhibition Running Thread (Wakaman)

Remy Jungerman, Iris Kensmil, Charl Landvreugd and Kurt Nahar

Exhibition date – 17th of December, 2011 until the 4th of February, 2012
Opening – 17th of December, from 3p.m. to 7p.m.
Gallery hours - Thursday to Saturday, from 11a.m to 6p.m

Remy Jungerman was born in Moengo, Suriname and has lived in Amsterdam since 1990. His work is intrinsically related to his Surinamese origins and is centered on global citizenship in today’s society. Jungerman uses collages, sculptures and installations to show cultural critique(s) of the local and the global, the internal and the external. Traditional materials and objects are placed in different contexts that challenge the established notions of their representation within Western society. Jungerman gets his inspiration from Afro-religious elements of the traditional Maroon culture in Suriname and the Diaspora. At the same time he is also inspired by Western trends in art and modern communication technology.


Rechts: Remy Jungerman, White Hand, 2007

Jungerman first studied art at the Academy for Higher Arts and Cultural Studies, Paramaribo (Suriname). After moving to Amsterdam in 1990 he studied at the Gerrit Rietveld Academy. Since his first group exhibition in the Stedelijk Museum, Amsterdam, Jungerman has participated in several solo and group exhibitions worldwide.

Creating an image of the (historical) presence of black people is the drive behind all the works of Iris Kensmil. Although she has born in Amsterdam, Kensmil lived part of her youth in Suriname. As she states: “Because of my black skin, I can’t take my participation in the European Culture for granted the way white people think they can do (Frantz Fanon). From 2004 on she makes works that commemorate historical moments from struggle for the emancipation of black people.


Rechts: Iris Kensmil, Blue turns grey


Kensmil draws on personal memories as well as a range of historical textual and visual material. She selects this materials on base of how she perceives what is the history of a Black European, a history that is paradoxically non-European. So most of her works are about the African-American movements or about Suriname, beside the “global” works of free imagination, e.g. about Ragga. Born in 1970, Iris Kensmil lives and works in Amsterdam. She graduates in the Minerva Groningen. In 2004 she won the Wim Izaks Prize, in 2009/2010 she did a residency at the ISCP, New York.

Charl Landvreugd was born in Suriname and raised in Rotterdam. Aesthetically, politically, theoretically as well as practically, black is the base color in his practice. Landvreugd has studied at the Goldsmiths College (London) and Columbia University (NYC), and continued his investigations of black and Blackness. He explores the plurality of black hues and advocates for distinctions in black diversity. Although Landvreugd works as a visual artist, mainly sculpture, installation and video, he has also a wide experience as a curator and a writer, working in Europe, the Caribbean and the United States.

Rechts: Charl Landvreugd - disco goes to holiday spacecamp to find Anana Keduaman Keduampon. 30 x 30 x 15 cm stone, plastic, paper, glitter, sugar, feathers, 2007



Charl Landvreugd uses Black as an instrument to speak off our communal efforts to bridge cultural gaps worldwide. Since 2009, Landvreugd has already shown his work in New York, London and Amsterdam, and also is his home country, Suriname, along with some of the other artists presented in this exhibition at C&H art space. Despite of his short career, this young artist has already developed three artist residencies, participated in several publications and curated exhibitions with other artists, all related to black-Dutch artists in Dutch society.

Kurt Nahar defines his art works as a contribution to raising the consciousness of the general public and to encourage discussions around important, sometimes forgotten subjects. The Dada movement is clearly present in his work and Nahar’s work can be seen as an act of protest and contestation for social and political circumstances in Suriname, where he lives. Nahar’s works are a combination of common objects, photographs, film, painting, poems and furniture all together. The visual chaos, full of provocative symbolisms, tends to confront the viewer’s with social issues, of which the artist thinks that they should be brought out to public discussion.


Rechts: Werk van Kurt Nahar met het beeld van Kwaku


Kurt Nahar, 1972, was born in Paramaribo, Suriname, where he lives and works. Between 1993-1997 he studies at the Nola Hatterman Institute (Art School), and in 2000 Nahar attended the Edna Manley College for the Visual and Performing Arts, and in 2009 Research residency at the Rijksacademie. He has exhibit mostly between Suriname and the Netherlands.

C&H art space
Tweede Kostverlorenkade, 50
1053 SB - Amsterdam
info@ch-artspace.com
www.ch-artspace.com

How the Dutch Are Coming to Terms With the Colonial Past

door Bastiaan Scherpen

After a brief controversy, a ruthless former governor-general of the Dutch East India Company is back on his pedestal in his Holland birthplace. Literally, that is.

But the dispute over the statue of Coen doesn’t stand alone.

The controversial panel on the late 19th-century royal vehicle shows colonial subjects presenting gifts to their Dutch rulers. (AP Photo)



The statue of Jan Pieterszoon Coen (1587-1629) in the city of Hoorn, North Holland province, was accidentally hit by a vehicle during construction works in August. Despite calls to use the opportunity to replace the effigy with one of a less controversial figure than the man nicknamed the Butcher of Banda, the Hoorn City Council in late September decided to restore the monument. It was placed back on Oct. 19.

[Lees hier verder in de Jakarta Globe, November 21, 2011]

Opening Conservatorium van Suriname

door Donovan Mijnals


Paramaribo - Er worden al twee weken lang colleges verzorgd, maar zondag is het dan toch echt zover. Die dag vindt de galaopening van het Conservatorium van Suriname plaats. Ondertussen zijn de uitnodigingen al de deur uit en wordt verwacht dat vertegenwoordigers van de regering, het korps diplomatique en het bedrijfsleven acte de presence zullen geven op de avond. Inmiddels wordt er nog druk gewerkt aan een vlekkeloos verloop van de formele opening.

Albert Arens, de adjunct-directeur van het opleidingsinstituut, geeft aan dat naast het officieël gedeelte, waarbij verschillende sprekers aan het woord gelaten zullen worden, ook diverse optredens op het programma staan. “De docenten staan op die avond niet centraal, maar Kenrick Gunther zal in zijn optreden de identiteit van het Conservatorium Surinaame tot uiting brengen”, licht Arens een puntje van de sluier. Ook de versbakken studenten van het nieuw muziekopleidingsinstituut zullen op de planken staan om zich voor te stellen aan het Surinaamse volk.



Albert Arens bezig les te geven in het nieuwe Surinaams Conservatorium. Foto: @ Cedric Cooman

Maandag kregen zij al hoog bezoek van jazz-diva Denise Jannah, die een gastcollege verzorgde. Maar daar houdt het volgens Arens niet op. Hij onthult dat ook operazangeres Tania Kross met de studenten zal werken en colleges zal verzorgen. Daarbovenop laat de tweede man van het conservatorium weten dat Kross maandag een openbare masterclass zang zal geven, waarbij de mogelijkheid bestaat dat er publiek als toehoorder wordt toegelaten.
“De opening van het conservatorium wordt live door ATV uitgezonden en er zal een videoboodschap door een zeer speciale gast worden uitgesproken. Wie dat is, blijft nog een verrassing”, zegt Arens geheimzinnig.

[uit de Ware Tijd, 24/11/2011]

Studentenoproer AdeKUS gesmoord


Onderwijsminister Sapoen installeert Dr. Ir. Rayn Sidin, rechts, als voorzitter
van het universiteitsbestuur. foto
dWT/Stefano Tull


Het studentenoproer van eerstejaars-rechtenstudenten aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS) (zie mijn artikel hier “Wanbeleid bij AdeKUS van 22 november) van afgelopen maandag is op een even voorspelbare als belachelijke wijze gesmoord: “om de rust te doen terugkeren onder de studenten” heeft Koningin Schaak Ryan Sidin, bestuursvoorzitter AdeKUS, zijn pion Mr. Judy de Graav, rond welke docent het oproer was ontstaan, geofferd. Het bestuur heeft vandaag een studentenafvaardiging ontvangen en aangehoord, waarmee duidelijke afspraken zijn gemaakt. De Graav is dan wel ontlast van haar onderwijstaken, maar zij is niet ontslagen, zoals bestuurslid Khalid Saboerali heeft laten weten.

Alhoewel De Graav na haar op TV vertoonde afpoeieren van de pers (“wat een misbaksel van een mens” was de veel gehoorde reactie) de schijn tégen zich heeft, is het een kwalijke zaak dat het universiteitsbestuur haar met deze actie zonder enig pardon het bos in stuurt, als zou het bestuur zélf part noch deel hebben aan dit drama. De Graav, jurist genoeg, weigerde vandaag opnieuw de pers te woord te staan en verwees naar het bestuur. Enkel symptoombestrijding door het bestuur, maar dit is nog slechts ‘schaak’, het universiteitsbestuur moet er echter voor uitkijken straks niet ‘schaakmat’ te worden gezet.

Het bestuur van de AdeKUS wordt gevormd door: Dr. Ir. Ryan Sidin, voorzitter, K. Goenopawiro MSc, secretaris, Ir. K. Vaseur, lid, Dr. H. Ori, lid, Mw. Mr. H. Djosetiko, lid, R.F. Franklin MSc, lid, Khalid Saboerali BSc, namens de studenten, Alisa Darson-Grant, namens het technisch en administratief personeel en Drs. Leatitia Beek, namens het wetenschappelijk personeel.

---------

Dit artikel is eerder gepubliceerd op Suriname Stemt.

donderdag 24 november 2011

Sinterklaas een waardevolle fictie?

Sinterklaas bij zijn aankomst in Dordrecht op 12 november. ©ANP

De vraag blijft: hoe ervaren donkere mensen dit feest?
“De discussie over het racistische gehalte van Sint en Piet is al bijna even folkloristisch als het sinterklaasfeest zelf. En toch is er dit jaar iets anders dan anders: bij de intocht van de Sint in Dordrecht en in Amsterdam werden in totaal tien mensen gearresteerd, omdat ze teksten toonden als 'Zwarte Piet is racisme'. In het jaar van revoluties en pleinbezettingen wordt Sinterklaas een figuur die bij zijn intocht activisten laat verwijderen door de politie. Een zorgelijke ontwikkeling?”

Dit is het intro bij het artikel “Sinterklaas blijft een lastige leugen” in dagblad Trouw van vandaag, waarin twee denkers, bijzonder hoogleraar politieke filosofie en ethiek van technologie aan de Universiteit Twente Sabine Roeser, en filosoof en directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) te Leusden René Gude, hun visie geven op de actualiteit. Zij vragen zich af of deze kwestie te obscuur is om aandacht aan te besteden, of dat die juist duidelijk maakt dat de sinterklaastraditie aan vernieuwing toe is. Alhoewel beiden een aantal punten scoren, stelt hun discussie toch zwaar teleur. En of dit als een zorgelijke ontwikkeling moet worden gezien zoals in de inleiding wordt gevraagd, blijft door hun domweg onbeantwoord.

Sabine Roeser

Alhoewel Roeser begint met het racisme van het sinterklaasfeest te relativeren: “Zwarte Piet is getransformeerd van een slaafje naar een slimme, snelle kinderheld”, vervolgt ze: “Maar dit jaar ben ik zelf gechoqueerd. Want als blanke kan ik zo'n redenering wel houden, maar de vraag blijft: hoe ervaren donkere mensen dit feest? Als zij zich gekwetst voelen, is het minste wat wij kunnen doen: die gevoelens serieus nemen. Maar wat doen we? Precies het tegenovergestelde. We pakken die mensen hardhandig op, omdat ze het kinderfeest zouden bederven. Terwijl ze daar in stilte stonden en geen kind daar aanstoot aan neemt - anders dan aan zo'n arrestatie.”

Schrijnend dat dit gebeurt,
schrijnend dat er nauwelijks discussie over is

Haar conclusie: “Het feit dat er mensen worden opgepakt omdat ze een onwenselijke boodschap verkondigen, is een gotspe. In alle andere gevallen zou hier grote commotie over zijn ontstaan. Maar kennelijk is Sinterklaas ons te heilig om het politieoptreden bij zijn intocht te bekritiseren. Helaas bewijst het optreden het gelijk van de demonstranten: Sinterklaas wordt in het populistisch-nationalistische kamp getrokken. Niet de demonstranten politiseren de Sint, maar de agenten en mensen die geen aanstoot nemen aan hun optreden. Schrijnend dat dit gebeurt, en schrijnend dat er nauwelijks discussie over is. Ik denk dat het komt doordat we niet meer politiek correct mogen zijn. In de jaren negentig moest je het zijn, nu mag het niet meer."

Behalve dat hij ergens roept: “Maar dat racistische element blijft problematisch”, gaat het begrip racisme echter helemaal aan Gude voorbij, hem is het meer te doen om het sinterklaasfeest als een “lastige leugen”. Gude: "Ik zou er persoonlijk niet rouwig om zijn als we Sinterklaas zouden afschaffen, maar ik begrijp best dat dit voor velen een te groot offer zou zijn. Bovendien ben ik zeer voor volksfeesten. Eén van de grote problemen van de wereldbevolking, maar ook van de 17 miljoen Nederlanders, is dat we een soort band moeten zien te creëren, een band die er zonder inspanning niet is. Een nationale identiteit is net zo'n grote leugen als Sinterklaas zelf."

René Gude

"Ik ben er dus voor", vervolgt Gude, "om bepaalde waardevolle ficties collectief in leven te houden. Dat is zelfs hard nodig om te kunnen samenleven. Maar uit dit kwalijke incident blijkt wel eens te meer dat we ons er altijd van bewust moeten blijven dat wij het zelf zijn die de traditie vormen. Sinterklaas is als was in onze handen, dus hebben we de plicht om hem zo te modelleren dat hij past bij onze manier van leven. Er is niets aan de Sint dat niet ter discussie gesteld mag worden. Er is geen onaantastbare, 'echte' kern van de traditie. Ik stel voor: Sint in de komende jaren geleidelijk aan bruin laten worden, en de pieten wit. Volgend jaar beginnen."

Inderdaad een zorgelijke ontwikkeling
De punten van belang uit deze discussie zijn:

1) Het sinterklaasfeest wordt niet gepolitiseerd door de demonstranten, nee, het wordt gepolitiseerd door de agenten en de mensen die géén aanstoot nemen aan hun optreden, of sterker nog, die het toejuichen.
2) Politieke correctheid is niet meer toegestaan.
3) Wij zijn het zélf die de traditie vormen: “Sinterklaas is als was in onze handen, dus hebben we de plicht om hem zo te modelleren dat hij past bij onze manier van leven. Er is niets aan de Sint dat niet ter discussie gesteld mag worden. Er is geen onaantastbare, 'echte' kern van de traditie.”

Het slot van Gude, tevens het slot van deze discussie: “Ik stel voor: Sint in de komende jaren geleidelijk aan bruin laten worden, en de pieten wit. Volgend jaar beginnen”, is even belachelijk als ontmoedigend. Als dit alles is wat Gude ziet als zijn “plicht om het sinterklaasfeest zó te modelleren dat hij past bij onze manier van leven”, had hij beter thuis kunnen blijven.

Het is de hoogste tijd dat deze discussie op een hoger niveau wordt getild, want op deze manier gebeurt er nooit iets.

Prijsuitreiking dWTLiterair



Els Moor van de redactie van de Ware Tijd Literair reikt in Tori Oso de DWTL-award uit aan mevrouw Busropan, de moeder van Chris Polanen. Polanen, die in Nederland woont, is de winnaar van de verhalenwedstrijd die de redactie van dWTLiterair uitschreef in verband met het 25-jarig bestaan van de rubriek. Ook de broer van Henna Goudzand-Nahar, winnares van de tweede prijs, kreeg een prijs overhandigd.

Foto @ Cedric Cooman

Voor de hele uitslag, zie dit eerdere bericht

Het Gym brengt multiculturele nuance terug


Ze is hard op weg om een bekend schrijfster te worden in Nederland: de in Suriname geboren Karin Amatmoekrim. Haar vierde roman Het Gym is goed ontvangen door de Nederlandse media. Het boek gaat over het Surinaamse pubermeisje Sandra uit een achterstandswijk dat naar het gymnasium gaat, het hoogste niveau van het middelbaar onderwijs.

Karin Amatmoekrim noemt het gymnasium, waar ook Latijn en Grieks worden gegeven, een school voor de intellectuele elite. "Je moet meer dan vwo-advies hebben. Er zitten bijna alleen maar witte kinderen op." In het boek loopt Sandra aan tegen de verschillen tussen haar en haar klasgenoten. Zo blijkt ze de enige te zijn die geen muziekinstrument speelt.

Het leven van Sandra lijkt verdacht veel op dat van de schrijfster. "Ik wilde laten zien hoe de samenleving eruit ziet in de extremen. Ik heb dat zelf zo meegemaakt." In de eerste klas werd ze daar 'keihard' mee geconfronteerd, zegt ze. Pas nu ze zelf moeder is beseft ze hoe zwaar het was. "Kinderen zijn best sterk en flexibel. Pas als we ouder worden vinden we het zielig."

Multiculturele samenleving
Dat er veel aandacht is voor haar boek, komt volgens Amatmoekrim doordat Nederland de afgelopen jaren zich van de multiculturele samenleving heeft afgekeerd. "Het was sexy om te zeggen dat de multiculturele samenleving is mislukt. Dit boek is een tegengeluid." Dat dit positief wordt gewaardeerd doet haar goed, omdat ze de laatste tien jaar erg teleurgesteld was geraakt in Nederland.

De discussie over straatjongeren moet volgens haar los gezien worden van hun etnische achtergrond, want het gaat om de sociale klasse. Als Het Gym kan bijdragen aan het terugbrengen van de nuance in de discussie dan is het boek een succes, vindt ze. De schrijfster kan zich ook wel vinden in de redenering dat haar boek een antwoord is op Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje, dat geschreven is vanuit het perspectief van de blanke elite op de lage zwarte klasse.

Gymnasium
Amatmoekrim vindt niet dat haar boek een negatief beeld schept van het gymnasium. Integendeel: "Als je goede cijfers haalt ben je een goede leerling. Afkomst en etniciteit hebben er niks mee te maken." Ze gaat haar best doen om haar kinderen ook op een gymnasium te krijgen, zegt ze lachend.

[RNW, 23 november 2011]


Foto: @ Merlin Daleman.

woensdag 23 november 2011

Caribbean Combo kerstspecial

‘Twee extra voorstellingen in Carré’


Na het enorme succes van de vorige comedyshow Daar zal je ze hebben is Caribbean Combo terug in het theater. Deze keer met een bijzondere show, de kerstspecial. “Het is meer dan stand-upcomedy. Er is ook dans en zang erbij. Gewoon een show om van te genieten. Wij hebben drie weken uitgetrokken om te repeteren”, vertelt Roué Verveer die samen met Muth Mossel, Jandino Asporaat en Howard Komproe Caribbean Combo vormen. Vier comedians met de zelfde achtergrond.



De 11 geplande voorstellingen (van 29 november tot en met 16 december) waren binnen korte tijd uitverkocht. Zelfs de extra voorstelling in het Koninklijk Theater Carré op 11 december in Amsterdam was binnen een paar dagen uitverkocht. Daarom is er besloten om nog een extra voorstelling in Carré te doen. Deze show is ook op 11 december om 1400 uur ’s middags en is inmiddels voor de helft uitverkocht.

“Dit is niet alleen een unieke prestatie, maar ook een mijlpaal. Carré is niet voor iedereen. Alleen de groten in de Nederlandse cabaretwereld spelen daar. Nu staan wij plotseling daar en de show is uitverkocht”, reageert Verveer. “Caribbean Combo is een gelegenheidsgroep. Een keer per jaar doen we iets groots. Onze volgende voorstelling is voor december 2012 gepland”, vervolgt hij.

[uit de Ware Tijd, 22/11/2011]

dinsdag 22 november 2011

DWT-Literair presenteert katern verhalenwedstrijd



In Tori Oso vindt woensdagavond de feestelijke prijsuitreiking plaats aan de twee winnaars van de verhalenwedstrijd die de literaire pagina van het dagblad de Ware Tijd onlangs uitschreef bij het 25-jarig bestaan van de rubriek. Op deze avond wordt ook een speciaal verhalenkatern gepresenteerd om dit heuglijke jubileum van ‘Literair’ te vieren.

In de katern zijn naast de twee winnende verhalen, een geselecteerde ‘top-tien’ uit alle ingezonden verhalen opgenomen. Dit katern verschijnt zaterdag als een extraatje in de krant, als een jubileumcadeau voor alle lezers van de Ware Tijd. Duizend extra exemplaren van het verhalenkatern worden door boekhandel VACO voorzien van een harde kaft en komen ter beschikking aan scholen en bibliotheken in het hele land.

99 inzendingen
Na het doorlezen, beoordelen en opnieuw lezen van maar liefst 99 inzendingen, heeft een jury twee winnaars aangewezen: dierenarts Chris Polanen en docente Nederlands Henna Goudzand-Nahar. Beide winnaars zijn afkomstig uit Suriname en wonen in Amsterdam.

Het is de derde keer dat de redactie van dWT-Literair een verhalenwedstrijd organiseert. In november 1995 was er een wedstrijd bij gelegenheid van de 400ste editie en in 2001 werd ook een wedstrijd gehouden toen de pagina 15 jaar bestond en de 700ste editie verscheen.

De opzet van dWT-Literair is divers. De rubriek verschaft de lezers informatie door het bespreken van nieuw verschenen boeken; daarnaast schrijven de medewerkers essays over literaire onderwerpen die binnen het onderwijs gebruikt kunnen worden, die discussies teweeg kunnen brengen en die vooral ook het lezen bevorderen, in het bijzonder van de jeugd.

Lasana Sekou’s English/Spanish book represents Caribbean Literature in Venezuela

Great Bay, St. Martin (November 21, 2011)—Representing what is new or canonical in Caribbean Literature is probably getting more difficult as the region’s national literatures continue to produce more writers within the various countries and territories. But independent Cuban scholar Emilio Jorge Rodríguez recently went to one of Venezuela’s prestigious universities to do just that.

“I was invited to give lectures during two weeks in October to the Master of Arts program on Ibero-American Literature, headed by Professor Arnaldo Valero at the Instituto de Investigaciones Literarias Gonzalo Picón Febres, of the Universidad de los Andes in Mérida, Venezuela,” said Rodríguez on Sunday. “As my last lecture in Mérida was about Lasana M. Sekou, they decided to launch Corazón de pelícano on October 14," said Rodriguez.
And that is how the St. Martin book Pelican Heart – An Anthology of Poems by Lasana M. Sekou/ Corazón de pelícano – Antología poética de Lasana M. Sekou was launched as a contemporary example of Caribbean Literature at the University of the Andes (ULA).

In addition to the copies bought by students and other guests, review copies of the book were “presented to professors and researchers at ULA who would make use of it in the classroom and in their studies of Caribbean and Latin American literatures,” said Rodríguez. ULA is the second-oldest university in Venezuela, dating back to 1810; and ranks among “the top 30 research institutions in Latin America.” (wikipedia.com)
The ULA request for the Pelican Heart launch allowed Rodríguez to continue his introduction of the St. Martin author to Hispanic audiences. Rodríguez is the editor of Pelican Heart/Corazón de pelícano (HNP, 2010), in which all of the poems are translated into Spanish by Maria Teresa Ortega from the original English. The editor wrote the critical introduction to the 432-page book. There’s an extensive bibliography by the editor and the poet explaining a number of words, terms, symbols, names, dates, and language fragments in the poems.

At the ULA lectures Rodríguez focused critically on performance poetry and what he terms the “oraliture” of a region that has produced a stellar number of world-class authors, across its different language zones, in a short historical period, and in a relatively very small geographic space. Rodríguez included video clips of writers, poets, and storytellers he discussed as central to the graduate class theme: Kamau Brathwaite (Barbados), Linton Kwesi Johnson (UK), Mutabaruka (Jamaica), Paul Keens-Douglas (Trinidad & Tobago), Louise Bennett (Jamaica), Elis Juliana (Curacao), Mikey Smith (Jamaica), and Sekou (St. Martin).


Left: A university student smiles while Rodríguez signs her copy of Pelican Heart/Corazón de pelícano, an English-Spanish anthology of poems by Lasana Sekou, in Mérida, Venezuela. (Cristina Gutiérrez photo)


The Pelican Heart collection, which Italian literary critic Dr. Sara Florian calls “an election” of Sekou’s poems from 1978 to 2010, has been previously launched with critical introductions in Barbados, Cuba, and Mexico. A book signing for Pelican Heart was held in St. Martin last February at the Jubilee Library as part of the Tribute to the Great Salt Pond concert by Sekou (poetry) and Nicole de Weever (dance).

Suriname en een scheermes in het hart

door Walter Palm

Onder de intrigerende titel Scheren zonder spiegel presenteerde de dichter Ezra de Haan enige tijd geleden zijn tweede gedichtenbundel. In het titelgedicht beschrijft hij zichzelf als “een land dat strooide, lang voordat er sneeuw viel”. Angst bedekt zijn straten en het leven is als scheren zonder spiegel. En net als scheren zonder spiegel moet hij maar op zijn gevoel verder.
En de dichter gaat verder. De gehele wereld is zijn speelveld. Hij laat zich inspireren door talloze artiesten zoals de Tsjechische schrijver Franz Kafka, de Oostenrijkse schilder Egon Schiele, de Britse dichter John Keats, maar ook de Surinaamse schrijver Ruth San A Jong.


De Wijdenboschbrug over de Surinamerivier

Plekken over de hele wereld spreken tot zijn verbeelding. Zo schrijft hij in het witgekalkte dorpje Chefchaouen in Marokko het openingsgedicht “Wit paleis”, en in Praag de gedichten“Ptak” en “Schim”. Als Slauerhoff wordt de dichter gedreven door innerlijke onrust.

In Suriname vindt de dichter rust. In het gedicht “Suriname” ziet hij gezeten aan de Surinamerivier “het water gaan” en vergeet hij de onrust die in zijn aderen brandt. De dichter geniet van de zilte lucht van de rivier, en van de regenwolken die zich spiegelen in de rivier.
De gedichten over Suriname vormen het poëtisch hart van Scheren zonder spiegel. Zij zijn als het ware het oog van de orkaan van onrust die raast in het hart van de dichter. Rust is de gouden draad in de Surinaamse gedichten. Zo beschrijft hij de Chinezen in Suriname die hun toko’s gebarricadeerd hebben zodat ze houden wat ze hebben

rijst, radio’s en rust
ogels goud en geld.

In een ander gedicht over Suriname, namelijk “Paramaribo”, beschrijft hij tropisch onweer met zinnen als mokerslagen:

fosforwit licht
de hemel op
bij klaarlichte nacht
ls de donder op tafel slaat.

Maar zelfs het onweer “gromt, snauwt en slaat/ de klauwen uit. Krimpt dan ineen. Slaapt”. Ook hier wordt de rust hersteld.

De gedichten over Suriname maken onderdeel uit van het tweede deel van de bundel, namelijk ‘Waan”. Het eerste deel van de bundel heet “Zin”en het derde deel "Waanzin”. Het derde deel doet apocalyptisch aan. Verdampt is de rust van Suriname, nu wordt in het gedicht “Vroeger doolden zebra’s” bij de supermarkt gewaarschuwd voor leeuwen, blokkeren giraffes wegen en klaagt de buurvrouw over een luipaard in de kast. Het is als Berlijn in de laatste dagen van de oorlog toen wilde hongerige dieren uit het Berlijnse dierentuin door de hoofdstad zwierven op zoek naar prooien.

Ezra de Haan schrijft gedichten die je bij de keel grijpen en niet meer loslaten. Poëzie als een scheermes dwars door het hart.

Ezra de Haan, Scheren zonder spiegel. Haarlem: In de Knipscheer, ISBN 978 90 6265 673 8

Alien in Peru

Een gemummificeerde langwerpige schedel die gevonden is in Peru, zou wel eens het bewijs van het bestaan van buitenaardse wezens kunnen leveren. De vreemd gevormde schedel van bijna 50 cm, gevonden in de stad Andahuaylillas in de zuidelijke provincie Quispicanchi van Peru, stelt antropologen voorlopig voor een raadsel. Dat meldt The Daily Mail.


De schedel heeft een aantal bijzondere kenmerken. Zo zit er een zachte plek in de schedel – een open fontanel – wat kenmerkend is voor kinderschedels van een jaar oud. De schedel heeft echter ook twee grote kiezen, die weer horen bij volwassen mensen.

Antropologen uit Spanje, Rusland en Peru bestuderen op dit moment de vreemde schedel en lijken te concluderen dat het gaat om een ‘niet-menselijke’ schedel. Door DNA-bepaling van de overblijfselen van een oogbal zal binnenkort duidelijk worden of we daadwerkelijk te maken hebben met een alien of met een menselijke schedel.

De alternatieve verklaring voor de bizarre vervorming van de schedel is dat hij kunstmatig werd vervormd, als onderdeel van een ritueel. In diverse culturen over de hele wereld (zoals bijvoorbeeld bij de Maya’s en bij Australische Aboriginals) werd het hoofd van de overledene gewikkeld in een strak doek. De techniek zou meestal worden uitgevoerd op een kind, omdat de schedel dan het soepelst is. Door deze procedure werd de schedel opgerekt en afgeplat. Met als gevolg een langwerpige schedel.

Wanbeleid bij AdeKUS


Judy de Graav, docent Rechten AdeKUS, pakt haar biezen en verlaat de collegezaal, nadat ze gisteren is uitgejouwd door stakende, het volkslied zingende studenten. (Foto dWT/Stefano Tull).

Gister is er weer eens een bom gebarsten bij de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS), nu bij de Rechtenfaculteit, waar slechts 4 van de 117 eerstejaars-studenten in staat zijn gebleken een voldoende te halen voor het vak ‘Recht en Rechtssystemen’. Het staat terecht breed uitgemeten op de voorpagina van de Ware Tijd van vandaag en je hoeft niet eens alle ins en outs te kennen om onmiddellijk te kunnen zeggen dat dit een grof schandaal is. Zo’n wanprestatie kán niet zijn ontstaan door de docent alleen, óók niet door de studenten alleen, nee, dit is het compleet falen van het hele systeem. In feite moet ons enige en kostbare instituut voor hoger onderwijs onmiddellijk aan de beademing, om de ernst van de situatie duidelijk te maken.

Wie vervolgens zoekt wat de krant er zélf van denkt en je gaat naar het hoofdredactioneel artikel, dan vínden ze toevallig wel wat, “maar ze vinden het moeilijk door te dringen tot de essentie van het probleem”. Ze wijzen er enerzijds op dat dit soort situaties al jarenlang voortduurt –decaan Clayton Wallerlei zegt ook dat er met haast alle eerstejaarsvakken problemen zijn–, maar anderzijds zeggen ze dat “studenten aan hun stand verplicht zijn kritisch te blijven denken, van hen wordt verwacht de handen uit de mouwen te steken en diepteanalyses te maken over de kansen en bedreigingen op de universiteit, waar in belangrijke mate hun maatschappijvisie en intellectuele vaardigheid wordt ontwikkeld.” Wat een gelul, de Ware Tijd is hard toe aan een nieuwe hoofdredacteur, zo’n kulargument kan ‘n beetje krant zich niet permitteren.

Kortom, ‘there is something rotten’ in de AdeKUS. Het kan aan van alles liggen, ik noem maar een paar mogelijkheden: gebrek aan financiële middelen, verkeerd management, onvoldoende gekwalificeerde staf en docenten, gebrek aan cohesie tussen universiteitsbestuur en de faculteiten onderling, onvoldoende tot slecht gemotiveerde docenten, te lage drempel bij de instroom van studenten, meest waarschijnlijk –naar mijn mening– een aantal van deze zaken mét elkaar. Er zal dus noodgedwongen ingegrepen moeten worden om te voorkomen dat de AdeKUS volledig teloor gaat. Nu ben ik een verklaard tegenstander van politiek/etnisch bestuurde ministeries en instituten en al helemaal van door Bouterse ingestelde sturingscommissies, maar het rot zit te diep om het probleem over te laten aan het universiteitsbestuur, ze zitten te diep in de shit om er zélf nog uit te kunnen komen.

Wil Suriname zich niet internationaal nog meer te schande maken dan door het bij gebrek aan quorum in het parlement níet ratificeren van internationale verdragen, dan moet het wanbeleid bij de AdeKUS onmiddellijk een halt worden toegeroepen, opdat onze universiteit niet helemaal verloren gaat. Trek een ervaren ‘verandermanager’ aan zoals Ajax dat heeft gedaan in de persoon van Ten Have versus Cruijff, en geef die de opdracht ons nationale wetenschaps- en opleidings- instituut drastisch te reorganiseren. Hoeveel geld daartoe moeten worden neergeteld maakt niet uit, het is altijd vele malen goedkoper dan de teloorgang van de AdeKUS.

[Dit artikel is eerder gepubliceerd op Suriname Stemt.]

Werkgroep taal op Bonaire


door Eveliene Coenen en Johannetta Gordijn

Op Bonaire is Nederlands niet de moedertaal van het merendeel van de leerlingen (en leerkrachten), maar een vreemde taal (en dus zelfs geen tweede taal). Volgens de huidige wetgeving zijn er twee gelijkwaardige instructietalen in het primair onderwijs (PO), waarvoor ook vergelijkbare kerndoelen gelden. Dit heeft als gevolg dat binnen de onderwijstijd die scholen tot hun beschikking staat de leerlingen voor twee talen hetzelfde (hoge) niveau moeten bereiken. Dit is een grote opgave voor de leerlingen. Scholen worstelen met de manier waarop ze aan deze opgave invulling moeten geven. Het voortgezet onderwijs (VO) op Bonaire heeft Nederlands als instructietaal en de leerlingen moeten aan de Nederlandse eindtermen voldoen.

In februari j.l. is op Bonaire een werkconferentie georganiseerd waarbij alle scholen, zowel PO als VO, waren vertegenwoordigd. Tijdens de conferentie is naar voren gekomen dat er een werkgroep opgericht moet worden die de scholen ondersteuning kan bieden op de werkvloer. Van iedere school is er een leerkracht, of een Interne Begeleider afgevaardigd. Ook de schoolcoach voor PO neemt deel aan de bijeenkomsten van de werkgroep. Daarnaast zijn ook de beide stichtingen die zich richten op het Papiamentu vertegenwoordigd in deze werkgroep. De organisatie van deze werkgroep wordt gefaciliteerd door RCN/OCW en het openbaar lichaam Bonaire. De werkgroep houdt zich vooralsnog bezig met taalbeleid voor de scholen en doorlopende leerlijnen binnen PO en VO. De werkgroep heeft aangegeven behoefte te hebben aan meer deskundigheid.

Paper wordt gepresenteerd op het congres Neerlandistiek in het Caribisch gebied, sectie Didactiek Nederlands als vreemde taal. Voor programma klik hier


Foto: @ National Geographic, Yevgeni Timashov

Presentatie Dobru-biografie

Het ministerie van Binnenlandse Zaken / het Nationaal Archief Suriname organiseert in samenwerking met het directoraat Cultuur een boekpresentatie met als titel Robin ‘Dobru’ Raveles. De presentatie wordt gehouden door dr. Cynthia Abrahams. In november 2010 promoveerde zij aan de Universiteit van Amsterdam als eerste Surinaamse letterkundige op een onderwerp binnen de Surinaamse literatuur. Abrahams beschrijft het literaire klimaat in Suriname in de jaren ‘60 en ‘70 van de twintigste eeuw met als uitgangspunt het leven van de schrijver - dichter - politicus Robin Raveles (Dobru), één van de centrale figuren uit de literaire beweging Moetete. De schrijvers van Moetete hebben een wezenlijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de moderne Surinaamse literatuur. Dobru, een introvert en timide jongetje, ontwikkelde zich tot de bekendste dichter van zijn tijd. Als charismatisch voordrachtskunstenaar wist Dobru volle zalen te boeien. Zijn leven is bovendien van betekenis geweest als nationalistisch politicus die zich inzette voor het bewustwordingsproces en het onafhankelijkheidsstreven.

Datum: dinsdag 29 november 2011, 19.30 uur
Locatie: Nationaal Archief Suriname, Mr. Jagernath Lachmonstraat # 174, Paramaribo.
Meer info: 430035/430040.

Theatergroep Flint presenteert: De Morgen Loeit Weer Aan

Een hallucinerende vertelling naar de gelijknamige roman van de Antilliaanse schrijver Tip Marugg (1923-2006).

Tip Marugg (foto: Enid Hollander, 1987)

In een lange nacht laat de als een kluizenaar levende hoofdpersoon – gespeeld door Felix Strategier - zijn leven aan zich voorbijtrekken. Met vier bloeddorstige honden, een grote drankvoorraad, een doorgeladen pistool en messcherpe observaties in een prachtig archaïsch taalidioom brengt hij de lange nacht door. Koning Alcohol in de vorm van lauwe whisky en ijskoud bier zijn de vloeibare ingrediënten van een broeierige avond die wordt om lijst met klaterende Caribische gitaarklanken.

Felix Strategier (foto: Krijn van Noordwijk, 2011)

De schrijver Tip Marugg heeft de Nederlandse literatuur verrijkt met drie exotische romans van ongewone kwaliteit, enkele dichtbundels en een serie opmerkelijke statements:
“Zonder alcohol kan een mens niet nadenken”
“Ik ben niet gelovig, daarom drink ik, je moet ergens houvast aan hebben”
“Ik bemin niemand, want ik vind geen object voor mijn liefde”
“ik ken geen patriottisme, want ik heb geen land om patriottistisch voor te zijn”
“Ik leef in het voortdurende besef dat ik mijn tijd verpruts, gruwelijk verpruts”
“Ik leef op een negereiland en ben vernegerd”

Idee, script, spel : Felix Strategier
Muziek, gitaren : Joeri de Graaf
Kaartverkoop via Roode Bioscoop of bel naar 020 6257500 .

Speeldata:
Roode Bioscoop in Amsterdam / 6 t/m 30 december [di t/m za]
Theater Bouwkunde in Deventer / 16 december 2011
Theater Achterom in Hilversum /29 maart 2012
Theater ‘t Beest in Zeeland / 13 april 2012
Theater aan Zee in Zeeland / 14 april 2012

Het Nederlands in de Scol Multilingual

door Joyce Pereira

Het Nederlands is in Aruba een vreemde taal, ondanks het feit dat deze taal al bijna 200 jaar de enige instructietaal in het onderwijs is. Een gegeven waarmee rekening gehouden moet worden. De beslissing om het Nederlands als enige onderwijstaal te gebruiken was duidelijk niet gebaseerd op de linguïstische, sociale en onderwijspsychologische realiteit van het lerende kind, het was eerder een politieke beslissing die de taalsituatie moest ombuigen naar een politiek ideaal: In een Nederlandse kolonie moet Nederlands gesproken worden. Tot op de dag van vandaag worstelen we met de weeēn en naweeēn van deze beslissing. Dat het Nederlands als vak én tegelijk als instructietaal in de basisschool en in het voortgezet onderwijs het leren voor het schoolkind en het onderwijzen voor de leraar op een ongekende wijze bemoeilijkt, wordt niet door iedereen onderkend. Voor de nieuwe Scol Multilingual echter is gewerkt aan aangepast NVTmateriaal en NVT-didactiek.


In deze presentatie zullen de kenmerken van de huidige NT1-didactiek vergeleken worden met de kenmerken van de nieuwe NVT-didactiek. De plaats van het Nederlands in de Scol Multilingual zal worden toegelicht. Er zal aandacht besteed worden
aan de leerlijnen en aan realistische eindtermen voor de basisschool en het voortgezet onderwijs. Er zal ook gepleit worden voor een belangrijke rol van de moedertalen in deze nieuwe taaldidactische aanpak.

Paper wordt gepresenteerd op het congres Neerlandistiek in het Caribisch gebied, sectie Didactiek Nederlands als vreemde taal. Voor programma klik hier

maandag 21 november 2011

Bernardo Ashetu - Janet

Do you leave me, Janet
said her master -
desert me in such a strait?
Nu
werd
als een
blauwe wolk
de
korenbloem
in
de smalle
vaas
op de
lichte tafel.
Desert me in such a strait?
Nu
was als
een dolk
haar stekende blik en joelende
kinderen bij honderden bedierven
op de speelplaats het vroege
ochtendlicht.

[uit Yanacuna, 1962; op 11 december wordt Ashetu's nieuwe bundel Dat ik je liefheb gepresenteerd; nadere berichten volgen.]