woensdag 31 augustus 2011

Verhalen die ons verleden navertellen

door Quito Nicolaas

Zondag 4 september is het zover en viert schrijversorganisatie St. Simia Literario haar 2e lustrum met een gevarieerd programma. In het Theater aan het Woord zal het allemaal gebeuren, waar behalve voordrachten, o.a. ook een optreden van zangeres Izaline Calster en van 'Pro Guitara'. Op deze zondagmiddag zal de presentatie van een tweetal boeken plaatsvinden: Wie ik ben – Ta ken mi ta met werken van leden van de Simia-schrijfgroep. Het tweede boek Compa Nanzi’s capriolen is een verhalenbundel van de Arubaanse auteur Joan Leslie. Het gehele programma dat het publiek terug in de tijd neemt wordt in samenwerking met Uitgeverij In de Knipscheer, Werkgroep Caraïbische Letteren, Amsterdams Fonds voor de Kunst, NiNsee, Openbare Bibliotheek van Amsterdam (OBA) en Cake du Fortin georganiseerd.



De ondertekening van de stichtingsakte

Stichting St. Simia Literario werd in juni 2001 opgericht als een schrijversgroep. Meteen na de uitnodiging voor de oprichtingsvergadering, stroomden de eerste aanmeldingen binnen. Bij de eerste bijeenkomst ging men van start met een groep van 22 leden. Tijdens deze samenkomst werden de doelen door de oprichters – Quito Nicolaas en Liberta Rosario - uitgelegd dat het in het bijzonder gaat om de leden het schrijverschap aan te leren. De schrijversorganisatie heeft de functie om als kweekvijver te dienen en toekomstige schrijvers en dichters op hun taak en rol voor te bereiden. De schrijversgroep was goed geëquipeerd en werd bijgestaan door een viertal linguïsten, vertalers, redacteur, I. van Putte-Florimon, J. Labadie, R. Martina en Ch. Bolivar.

Tijdens de maandelijkse bijeenkomsten werd het werk van de groepsleden – zowel proza als poëzie – besproken en van commentaar voorzien. Of er werden bekende auteurs als Denis Henriquez, Walter Palm en Henry Habibe uitgenodigd om een praatje te houden, zodat er een identificatie tussen auteur – aspirant schrijver/dichter kon plaatsvinden. Ook zij die voor korte tijd in Nederland vertoefden kwamen dan langs; zo waren o.a. Diana Lebacs, Manchi Hennep, Roy Colastica en Wim Rutgers te gast. Elk kwartaal stond in het programma een lezing of een spreekbeurt geprogrammeerd over b.v. grammatica, spelling van Papiamento(u). Deze werd dan afgewisseld met workshops over proza-schrijven en de dichtkunst. Het was een intensief jaarprogramma dat werd aangeboden, maar niet iedereen kon dat bijbenen. De eerste lichting Simia-schrijvers/dichters was over het algemeen een zeer gemotiveerde groep met het eigen belang vooropgesteld. Door sommigen werd flink gelobbyd om in een goed blaadje te staan bij de bestuursleden.

Richtingenstrijd
De organisatie werd op een bepaald moment geteisterd door een richtingenstrijd, een verhevigde taalstrijd en belangenverstrengeling. Pogingen om van Simia Literario een organisatie binnen een andere organisatie te maken werden heel diplomatiek afgewenteld. Veel van de bestaande Antilliaanse organisaties opereren op deze basis. De eerste groep leden die afhaakten waren zij die van veraf naar Amsterdam moesten reizen en vervolgens een nog grotere groep die financieel het niet kon opbrengen om maandelijks de bijeenkomsten bij te wonen. Het was het bestuur niet gelukt om met een regeling tegemoetkoming in de reiskosten te komen – dit wegens het ontbreken van voldoende financiële middelen op de langere termijn – om deze leden tegemoet te treden. Halverwege de zittingstermijn had de organisatie een literair café, diverse workshops en een schrijfwedstrijd georganiseerd.

Korte tijd nadat het bestuur, bestaande uit Q. Nicolaas, N. Wanga en R. de Veer, de statuten bij de notaris had gepasseerd en bij de Kamer van Koophandel ingeschreven, remigreerde een van de bestuursleden en trad een tweede bestuurslid vanwege zijn leeftijd terug. Tal van projecten en activiteiten die daarna in gang werden gezet, zoals o.a. het CD-project, uitgave van de bloemlezing Bentana Habri, samenwerkingsverband met In de Knipscheer om hun boeken te verkopen, is het resultaat van het stichtingsbestuur van het eerste uur met de vervangende leden J. Fortin, J. Herry en M. Koek. Als de organisatie tijdens de eerste zittingsperiode in een crisissituatie was beland of ergens de brui aan werd gegeven, was een doorstart van de organisatie uitgebleven en bestond er vandaag geen literaire organisatie.

Nadat in 2004 een paar leden remigreerden, waren nog zo’n vijftien leden binnen de schrijversgroep actief. Na een eerste periode van allerlei kinderziektes, was de rust teruggekeerd en werd een basis gelegd voor een no-nonsense beleid dat in het heden nog steeds als een stevig fundament geldt. De organisatie wist ondanks alles heel wat projecten te realiseren, om in Nederland meer bekendheid te geven aan de Arubaans-Antilliaanse literatuur.

Literair café
In mei van 2002 werd een eerste Literair café in het Amsterdamse café El Diferente gehouden. In een volle zaal, traden de verschillende dichters op. Elke dichter met zijn eigen stijl, variërend van lees- tot voordrachtpoëzie. Het publiek kon van ritmische en in het Papiamento of Engelstalige gedichten genieten. Daar bij het voordragen van een gedicht het voornamelijk gaat om je performance, werd in najaar van 2002 een workshop performance gegeven. In 2003 werd het grootser aangepakt en was Cosmictheater het podium waarop de Simia-dichters optraden. Onder de charmante begeleiding van Jeanine Eddine werd het aanwezige publiek verrast met optredens van tot dan toe onbekende dichters. Tania Pietersz verscheen op de bühne en had het publiek meteen in haar greep. De climax van deze middag werd gevormd door dichter Brigida Meyer-Cratz (1936 - 2005) die onder begeleiding van fluitist Runny Margareta het gedicht 'Chuchubi' voordroeg.

Een tweede literaire middag die het bestuur (2001-2005) organiseerde, vond plaats in het Rotterdamse Theater Zuidplein. De Simia Literario-prijs werd toen voor de tweede maal uitgereikt. Hier waren de Simia-dichters door de opgedane ervaring in topconditie. De muzikale omlijsting was in handen van Alwin Toppenberg die met de onvergetelijke liedjes van Padu Lampe en Rufo Wever het publiek meesleepte. Opnieuw waren er nieuwe gezichten op af gekomen en onder de aanwezigen was een groot deel landgenoten uit het zuiden des land, studenten en tweeverdieners.

Schrijfwedstrijd
Het jaar 2003 werd gemarkeerd dat voor het eerst een schrijfwedstrijd gehouden werd met de mogelijkheid dat iedereen binnen het Koninkrijk kon deelnemen. Hiermee werd de kans geboden dat ook aspirant-schrijvers en dichters op Aruba en de Nederlandse Antillen aan de schrijfwedstrijd konden deelnemen. De reacties waren overweldigend en er kwamen veel inzendingen van met name Aruba en Curaçao binnen. Het bestuur was met Uitgeverij In de Knipscheer overeengekomen dat de winnaars in de categorie proza en poëzie een contract zouden krijgen om hun werk uit te geven. Een jury, bestaande uit Henry Habibe, Paulette Smit en Walter Palm, koos voor Munye Oduber-Winklaar en Joan Leslie als winnaars in de categorie proza en poëzie. Zodoende verscheen in 2007 de dichtbundel Zo reken ik nu met je af van M. Oduber-Winklaar met financiële steun van UNOCA en later in dat jaar de verhalenbundel De Bloeiende flamboyant van Joan Leslie.

Met de ervaringen die werden opgedaan en de grote belangstelling op de eilanden die hiervoor bestond, werd in 2004 opnieuw een schrijfwedstrijd georganiseerd. Bij het bestuur leefde het idee dat er nieuwe gezichten moesten komen in de Arubaans- Antilliaanse literatuur. Het imago van de Grote Drie – Boeli van Leeuwen, Tip Marugg en F.M. Arion – was enigszins verbleekt en er werden amper nog boeken van voornoemde schrijvers uitgegeven. Dit gold voor zowel de Papiaments- als Nederlandstalige literatuur, waarbij vanuit Simia Literario een extra impuls werd gegeven tot herleving van de Papiamentstalige literatuur op de eilanden. Bij de tweede prijsvraag werden de mail van Simia overbelast met allerlei gedichten en korte verhalen van deelnemers. Uit de inzendingen bleek hoeveel talenten nog rondlopen en je kon meteen zien wie van hen met een goede begeleiding het ver zou schoppen. Onder de deelnemers waren een groot aantal onbekende namen, naast een enkel die al gepubliceerd had en thans meer op zoek was naar een bevestiging van zijn schrijverscapaciteit. De bekendmaking van de winnaars, de uitreiking van de Simia Literario-prijs en certificaten aan de deelnemers van de schrijfwedstrijd vonden in Theater Zuidplein plaats.





Bentana Habri
Nadat de anthologieën Pa saka kara(1999) en Isla di mi(2000) respectievelijk op Curaçao en Aruba verschenen, was de tijd rijp om met een bloemlezing van de in Nederland gevestigde auteurs voor de dag te komen. Temeer daar in de jaren ´90 in Nederland voor het eerst een roman verscheen van een Arubaanse auteur c.q. van Denis Henriquez en Jacques Thönissen, was het verder stil aan de literaire horizon. Pas in 2003 verscheen weer een eerste roman - De Engelenbron - van Erich Zielinski. Op basis van o.a. die overwegingen werd besloten om een bloemlezing op de markt te brengen. In Bentana Habri (2004) werd het werk van tien Arubaanse en Curaçaose schrijvers /dichters opgenomen, waarin ze hun schrijverschap tonen. Eerder verscheen in 2003 een bescheiden bloemlezing Waves of words met gedichten en verhalen van Simia-auteurs. In beide publicaties kregen we te maken met een nieuwe lichting dichters die duidelijk afstand namen van hun voorgangers Pierre Lauffer en Elis Juliana. Op het gebied van proza zagen we eveneens een verschuiving in het Papiamentstalig proza, waar niet langer werd vastgehouden aan de concepten van E. Rozenstand en L. Booi. Er werd alom geëxperimenteerd met nieuwe technieken en schrijfstijlen.

Van de inzendingen van de eerste en tweede schrijfwedstrijd zou eveneens een bloemlezing verschijnen, die jammer genoeg niet door het opvolgend bestuur (2005-2010) werd opgepakt. Met de viering van het 50-jarige bestaan van het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden werd door het bestuur gezorgd dat de gedichten van talrijke Simia-dichters in de bloemlezing Met de wil elkander bij te staan (2004) werd opgenomen. Een ander verschijnsel wat zich voordeed is dat steeds meer Simia-leden gingen publiceren. Gedurende de afgelopen jaren werden er van de Simia-leden maar liefst drieëntwintig boeken gepubliceerd. Zowel in het genre van de kinderliteratuur als van poëzie en proza is er sprake van een redelijke spreiding en zijn de meeste boeken meertalig uitgegeven. Alleen al uit de boektitels ademt een sfeer van nieuwe geluiden, het bewandelen van een andere route en op zoek gaan naar nieuwe grenzen. Met hun publicaties hebben de Simia-leden een substantiële bijdrage geleverd aan de Papiaments- alsook Arubaans/Curaçaose Nederlandstalige literatuur.

Nieuwe wegen
Het nieuwe bestuur dat in september 2005 geïnstalleerd werd, bestond uit Gerarda Lauf, Olga Orman, Corry Paesh en Joan Leslie. In de periode 2005 – 2010 is er een koerswijziging gekomen en richtte het bestuur zich meer op de kleine podia – met name in Amsterdam – en kleinschalige activiteiten. Daarmee is duidelijk geopteerd voor een verdere versteviging van de basisactiviteiten, met een knipoog naar de Nederlandse samenleving. Bij elke culturele manifestatie staat de organisatie met een boekenkraam om hun boeken – waaronder die van In de Knipscheer - aan de man te brengen en zodoende meer bekendheid aan de Caribische literatuur te geven.

Er is bewust geopteerd om op kleinere schaal te opereren, en in die zin dat de Arubaanse- en Antilliaanse literatuur op buurt- en wijkniveau meer onder de aandacht wordt gebracht. Een noodzaak die werd geboren nadat was geconstateerd dat ook de activiteiten van Simia onder de negatieve beeldvorming van Antilliaanse jongeren te lijden had en om het imago van Antillianen een beetje op te poetsen. Een zware opgave als men het feit meetelt dat sinds de jaren tachtig de belangstelling voor de Nederlandstalige Antilliaanse literatuur afneemt. Door de verrechtsing in Nederland zie je een tendens dat migrantenliteratuur steeds minder wordt gelezen en dat geldt eveneens voor de Surinaamse, Turkse en Marokkaanse literatuur.





Niettemin heeft Simia deze stap aangedurfd en een belangrijke brugfunctie vervuld die later z’n vruchten zal afwerpen. Qua doelstelling, activiteiten en projecten zette men het beleid van het vorige bestuur voor een groot deel voort. Het gaat nog steeds om o.a. het schrijverschap te bevorderen, het creëren van een nieuwe generatie schrijvers en dichters, jongeren stimuleren hun schrijftalent te gebruiken, immateriële steun verlenen aan schrijvers, het publiceren van literair werk, het deelnemen aan literaire activiteiten en het vergroten van de belangstelling voor Caribische literatuur in Nederland. Een interessant detail is dat men de uitwisseling met schrijvers uit andere culturen nastreeft. Hiermee wordt niet alleen kennis gemaakt met andere literaturen, maar worden tevens dwarsverbindingen gelegd.

Het Stichtingsbestuur heeft zich gedurende haar zittingstermijn toegespitst op het succesvol lanceren van nieuwe producten. Zo heeft men het CD-project Cosecha / Kosecha/ Oogst (2006) met gedichten afgerond en zijn achtereenvolgens de publicaties Fruta Hecho / Rijpe Vruchten(2006), Symbiose tussen pen en penseel (2008) en Nostalgia na fin di Aña/ Nostalgie aan het eind van het jaar (2009) uitgegeven. Allemaal uitgaves die terugblikken op een tijdperk Caribische literatuur, maar die tot verwaarlozing van andere aandachtsgebieden – zoals een schrijfwedstrijd – leidden. Gedurende deze periode zag je steeds meer Simia-leden op enkele Nederlands podia optreden. Het recept dat Nicolaas als voorzitter in zijn afscheidstoespraak meegaf had gewerkt: schrijven-publiceren-optreden.

Balans 2011
Na tien jaar heeft het merendeel van de gewezen Simia-leden een of meerdere publicaties op hun naam staan, en een drietal ex-leden treedt als uitgever op. De in Nederland uitgegeven boeken hebben – zonder enigerlei financiering vanuit Aruba en Curaçao – een wezenlijke bijdrage geleverd aan de Papiamentstalige literatuur. Simia Literario is nooit bedoeld om net zoals in de beginfase een schrijfgroep van zo’n vijfentwintig man te opereren. De opzet is altijd geweest om de aspirant-dichters/schrijvers gedurende een aantal jaren de nodige begeleiding te geven, zodat ze op een door hen zelf te bepalen tijdstip het nest verlaten.

Vast staat dat Simia Literario sinds haar oprichting een katalyserende rol heeft gespeeld naar de activiteiten op Aruba, Curaçao en sinds kort ook Bonaire. De dynamiek in deze samenlevingen als het om literaire activiteiten gaat is groeiende. In het verleden waren vergelijkbare initiatieven om een schrijversclub of literare organisatie op te richten geen lang leven beschoren. De eilandelijke cultuur, botsende persoonlijkheden, het gebrek aan eensgezindheid en onverenigbare ideeën waren daarvan de oorzaak geweest. Hoe dan ook is Simia Literario een van de weinige organisaties zo niet de enige die het zo lang wist vol te houden en met alle fanfare haar 2e lustrum viert. Een gemeenschap in het buitenland dient zich op verschillende terreinen te kunnen manifesteren en een daarvan is die van de literatuur. Schrijvers en dichters in den vreemde moeten een rol spelen, hoe gering ook qua mogelijkheden, om te laten zien dat ook zij in die maatschappij een eigen stem hebben. Het uitgeven in eigen beheer is in dat opzicht een instrument dat men steeds meer is gaan hanteren als blijk dat het vooralsnog onmogelijk is om Papiamentstalig werk bij een Nederlandse uitgeverij gepubliceerd te krijgen. Het is te hopen dat het uitgeven van Changá, de vertaling van de roman Dubbelspel van F.M. Arion, geen uitzondering is.

Het nieuwe bestuur onder leiding van Sandra Sue zal de uitdagingen uit deze tijd moeten aangaan. In een tijdperk dat er haast geen subsidie meer wordt verstrekt aan culturele organisaties, ontstaat de verplichting tot nauwere samenwerkingsverbanden, andere benaderingen en het ontwikkelen van een toekomstvisie. Maar ook hoe efficiënter om te gaan met het Internet en de sociale netwerken als Facebook, Hyves en Twitter. Dit vereist een nadere structurering van het stichtingsbeleid en inspelen op de marktontwikkelingen. Wellicht dat de stichting in de komende tijd zich moet buigen over het feit om naast het geven van masterclasses, met andere alternatieven van commerciële aard op tafel te komen. Evenals de vraag of men zich moet beperken tot het Papiamento (u) en het Nederlands als publicatietaal of deze juist moet uitbreiden met het Engels, om de aansluiting in de regio te herstellen.
Cruciaal in het geheel is hoe zich te positioneren in een klimaat, waarin de eigen literatuur, geschiedenis en werkelijkheid ondergeschikt wordt gevonden. Simia Literario heeft nu eenmaal haar bestaansrecht bewezen.


De Kroon op het werk


door Carry-Ann Tjong-Ayong

Toen mijn vader in 1938 als 26-jarige jongeman directeur werd van het St. Vincentiusziekenhuis, stonden er drie torentjes op het dak. Twee kleine op elke zijvleugel en 1 grote met een kruis er boven op in het midden. De hoogste verdieping was het klooster, waar de nonnen, de zusters van Liefde uit Tilburg, huisden. Niemand mocht die verdieping betreden. Wij kwamen er pas toen zij verhuisden naar het nieuw gebouwde klooster achter in de tuin, dat werd geopend door mijn zus Nell en ik, door de bel te luiden.



Alle vijf kinderen zijn in het St. Vincentius geboren. Net als vele duizenden Surinamers, want mijn vaderwas een zeer geliefd arts en specialist. Onze hele jeugd keken wij vanaf het balkon naar het mooie oude gebouw uit 1916 met de drie torentjes. Aan de voorgevel stonden vier mooie heiligenbeelden.

Wij waren trots op Pa zijn ziekenhuis, ons tweede huis, waar we vaak in en uit liepen om Pa en de nonnetjes te gaan groeten. Wij namen in 1955 afscheid om naar Nederland te gaan voor studie. Rond die tijd verdwenen bij een verbouwing de drie torentjes. Mijn broer Fritz die architect was deed de verbouwing van nieuwe vleugels, poliklinieken en later restauratie en renovatie. Pa was daar erg trots op.



Maar de drie torentjes moesten wachten tot 31 augustus 2011. Toen belde hij ons.
“Ik ga de torentjes vandaag plaatsen. Er is een hijskraan besteld, kom kijken!”
We belden taxi John en reden naar de hoofdingang. Daar stond een enorme gele kraan van Haukes, hijgend en puffend. Eerst werd het platform voor het grootste torentje geplaatst en vastgelast. Toen werd het rechtertorentje geplaatst. Het achthoekige koepeltje zag er mooi uit met zwart dak, waarboven op een bol. Het moment was daar. Ik zag mijn broer Fritz even op de plaats waar de grote koepel moest komen. Wat passen en meten, schuiven en daar stond de mooie koepel als een achthoekige kroon, met het kruis gekroond. Het ijzeren balkonnetje sierlijk er onder. “Champagne!” riep iemand van beneden en mijn broer schudde onder daverend applaus de schuimende fles over het dak, de drie bouwers namen beurtelings een slok. De klus was geklaard. De kroon op hun werk.



Beneden feliciteerden wij elkaar. Het St. Vincentius was in de oude glorie hersteld. Mijn vader zou trots zijn.

cat, 31 augustus 2011

Seks en de Koran

De mythe van het maagdenvlies... Het kan niet vaak genoeg worden herhaald: het is flauwekul. „Veel meisjes denken dat het een soort koffiefilter is. En dat tijdens de huwelijksnacht dat ding moet scheuren”, legt een gynaecologe uit. En: „Vloeit er tijdens de eerste geslachtsgemeenschap bloed, dan is dat altijd te wijten aan verkramping.”

Ze luisteren aandachtig, een groep allochtone meisjes en jongens van het Haagse City+ College. Dit is geen biologieles, geen lerares maatschappijleer die een spannend uitstapje maakt, maar een boekpresentatie. ’Jongeren, seks en islam’ is een boekje van journaliste Rachida Azough en de jongerenvoorlichters Suzanne Meijer en Jos Poelman van Soa Aids Nederland, expertisecentrum voor seksueel overdraagbare aandoeningen.

„Als je als meisje voor het huwelijk al bent ontmaagd, word je een hoer genoemd. Die jongens willen allemaal een maagdenmeisje, maar zelf doen ze wel allerlei dingen die niet mogen maar die wel zogenaamd stoer zijn. Dat is het verschil”, klagen de dames. „Dat is oneerlijk. En ze vergeten dat Allah wel alles ziet.”

„We hebben gewoon een grotere geslachtsdrift”, zegt Amro, een zeventienjarige Havo-scholier. „Dat is wetenschappelijk bewezen.” Met dezelfde bravoure stond hij even daarvoor achter de microfoon om een zelfgemaakt gedicht voor de te dragen:

Sex is kunst

Mijn ouders waren er goed in
Ze waren dus echte kunstenaars
Kijk maar wat voor een meesterwerk
Ze hebben afgeleverd
Oefening baart dus letterlijk kunst

Amro is in training voor Kunstbende, de jaarlijkse wedstrijd voor creatief talent tussen de dertien en achttien jaar. Hij toont lef, ook in het debat over seks en de islam dat wat moeilijk op gang komt. Er verschijnt niet voor niets een boekje over. Het is niet voor niets een taboe. Vooral in allochtone kringen.

Dit is de aula van het City+ College, zwarte school in de Schilderswijk, de wijk die zo vaak werd zwartgemaakt. „Dit is de onderkant van Nederland”, zegt directeur Eduard Nagel. „De Schilderswijk is een synoniem voor crimineel, explosief, gevaarlijk. Maar in de acht jaar dat ik hier werk, ben ik slechts één keer bang geweest. Dat was toen ik een keer ’s avonds laat naar huis ging. En eigenlijk had dat niets met mijn school te maken.”

Mavo, havo en vwo hebben hier onderdak. „Dit is een zwarte school om trots op te zijn. Dankzij het niveau van onze leerlingen en ook de kwaliteiten van onze docenten op het gebied van lesgeven en pedagogie”, zegt Nagel die niet lang twijfelde toen de auteurs van het nieuwe boekje om zijn medewerking vroegen.

„Het was een risico, want het is hier rustig en met dit soort gevaarlijke discussies zou het zomaar ineens fout kunnen gaan. Maar aan de andere kant... We hebben elkaar de afgelopen jaren leren vertrouwen. En we vinden hier ook dat er in dit land al 25 jaar een soort van apartheid was. Het wordt tijd dat we met z’n allen eens over belangrijke onderwerpen gaan discussiëren.”

Ze debatteren over maagdenvlies, masturberen, abortus en de pil. Over verschillende interpretaties van de Koran. Over religie en cultuur. Over seksuele voorlichting. Praten over seks is en blijft een taboe. Seks zelf is kunst, zei Amro, niet zo bescheiden. Kijk mij!

[uit Uitkijk]

Michaël Slory - Onmogelijk

Die onmogelijke plek
waar ik je tegenkwam!
En ik ondergedompeld
in die roes
vol schaduwen
van vallende blaren!

Was het najaar of voorjaar?

De stemmen klonken zo vreemd.

Een man, hij weet zich niet.
Een vrouw die voortgaat
door zijn aderen.


[uit de bij In de Knipscheer, Haarlem, te verschijnen bundel Torent een man hoog met zijn poëzie, met vertalingen uit het Sranantongo door John Leefmans en een nawoord van Michiel van Kempen]

Besme Abb weWelid weMenfes Qiddus Ahadu Amlak



(In naam van de voorouder, de zoon en de heilige eeuwige adem, de enige bron)

In oktober verschijnt een boek met gedichten en poëzie van een drietal mensen. Een drietal mensen die elkaar hebben gevonden in hun gezamenlijke liefde en bewondering voor het keizerlijke echtpaar uit Ethiopië. Door hen liefdevol Vader of Moeder genoemd of Alpha en Omega, gaat het hier om Haile Selassie I en Woyzero Menen. In dit bijzondere echtpaar herkennen zij alle drie de allerhoogste eigenschappen waar een mens naar kan streven. Een volmaaktheid zo vaak afwezig in onze huidige maatschappij. Een waardigheid die het leven van deze dichters optilt uit de grauwheid van hun dagelijkse bestaan.

In de geest van Selassie wat drie-eenheid betekent, vertellen deze drie dichters ieder drieëndertig verhalen. En zo komt deze drie-eenheid uit op drie maal drieëndertig is negenennegentig verhalen, opgevangen en tot woorden omgevormd, vanuit het diepst van hun ziel. Alle drie ervaren ze dat deze woorden hen gegeven zijn, op momenten dat ze er wakker voor waren, op het moment dat ze het horen konden. Ook al was dit in het midden van de nacht. Als de woorden verschenen, moesten zij er gehoor aan geven. Alle drie zijn zij ervan overtuigd dat het niet om hen gaat als vertolkers van deze woorden, maar om de bron waaruit deze woorden ontstonden. In den beginne was het Woord.

Deze bundel heet Qererto wat in het Amharinja, de officiële voertaal van Ethiopië, zoiets als strijdliederen betekent. En strijdliederen is de juiste benaming voor deze verzameling van gedichten en poëzie. Ze bezingen de strijd, zowel de uiterlijke strijd tegen misstanden, onderdrukking, uitbuiting en racisme die in het hedendaagse Babylon aan de orde van de dag zijn, als een innerlijke strijd. Een innerlijke strijd om het echte van het onechte te scheiden, om diep in jezelf dwars door de dualiteit van het menselijke bestaan, een plaats van eenheid te vinden. In die zin ademen de teksten de inspiratie uit van hen die hen voortgingen en gaan; Vader en Moeder.



Het drietal bestaat uit Mystic, Orsine Walden, aka HanSéMuYe Oheema Amba en Roland van Reenen. Mystic en HanSéMuYe Oheema Amba, stammen beiden vanuit de Afrikaanse, of anders gezegd, de Ethiopische diaspora. Roland is geboren en getogen in Nederland. Alle drie echter hebben echter een spirituele nationaliteit die vanuit Ethiopië stamt. Niet zo vreemd als je bedenkt dat Ethiopië de bakermat is van alle menselijke beschaving.

Mystic schrijft al jarenlang poëzie en zou met zijn oeuvre vele boeken kunnen vullen. In zijn poëzie wisselen hard en zacht heel natuurlijk af. De harde bruine korst aan de buitenkant, maar het zachte brood aan de binnenkant. Zijn woorden kunnen teder zijn, en getuigen van een diepe natuurlijke schoonheid, maar kunnen ook oproepen tot gerechtigheid en revolutie.

Orsine Walden schrijft ook al vele jaren poëzie. Zij is bekend vanwege haar spoken word performances, waar zij als een waarlijk Afrikaanse koningin haar werken tot leven brengt. Poëzie in het Nederlands, Engels, Sranang Tongo en Samaaka Tongo.

Vooral die laatsten, geschreven in haar stamtaal van de Saamaka´s, dragen een muzikaliteit uit, die zelfs diegenen in vervoering brengen, die deze taal niet machtig zijn. Orsine brengt je zoals zij het zelf noemt words from the heart of spirits.

Roland van Reenen heeft een tweetal boeken op zijn naam staan. In 2010 verscheen van hem de roman One Love en recentelijk verscheen van zijn hand de dichtbundel Ik en Ik in Gedicht. Zijn werk is doordrenkt met een fascinatie voor de mystieke eenheid waar dichters al eeuwen over reppen. Een mystieke eenheid die, eenmaal gevonden in je zelf, alle grenzen van cultuur, religie en ras overstijgt.

Ik en Ik: Poetry avond

Klik op afbeelding voor groter formaat


Inca food

door Carry-Ann Tjong-Ayong

In Cochabamba, Bolivia, leerden wij bij vrienden quinoa eten, een zeer voedzame graansoort, waar je heerlijke schotels met vlees, vis, groenten en dergelijke mee kan maken.

Hoger in de Andes, in het bergdorpje Vila Vila, waar onze dochter vandaan komt, leerden wij de variant Amarantha kennen, fijner,voedzamer en lekkerder.



“Amaranth is verre familie van quinoa en wordt op kleine schaal in Zuid-Amerika verbouwd. Het graan stamt vermoedelijk uit Mexico, waar de Azteken het op grote schaal kweekten. Ook speelde dit graan een belangrijke rol bij religieuze ceremonies waar het als dank aan de goden geofferd werd. Amaranth betekent ‘onsterfelijk’ en dankt zijn naam aan het feit dat de plant niet direct afsterft zodra de zaden rijp zijn, wat wel bij andere granen het geval is. Eén plant kan wel meer dan 500.000 zaden produceren, die nog kleiner zijn dan een speldenknop. Het zaad kan als glutenvrij ‘graan’ gegeten worden en door het te poffen krijgt het een aangename nootachtige smaak. Gekookte amaranth wordt wat papperig en is daardoor prima te gebruiken voor soep en pap”.

“Quinoa behoort eigenlijk niet tot de granen, maar wordt wel als zodanig gegeten. Het werd al meer dan 5.000 jaar geleden in het Andesgebergte verbouwd door de Inca’s. De van oorsprong Zuid-Amerikaanse plant kan groeien op arme gronden, in koude en droge hooglanden, is resistent tegen nachtvorst en genereert een hoge opbrengst zonder dat het land intensief bewerkt wordt.
Quinoa heeft een buitengewoon lekkere nootachtige smaak. Het wordt gegeten bij de warme maaltijd in plaats van aardappelen of rijst en is van nature glutenvrij”.


Tot mijn genoegen zijn beide soorten in Utrecht in de biologische winkels verkrijgbaar, zodat ik weer eens een lekker recept kan uitproberen.

dinsdag 30 augustus 2011

'Met de zwarte Surinamer komt het nooit goed'

De Surinaamse criticus Julian With gooit de handdoek in de ring als het om de zwarte Surinamer gaat. Zijn nieuwste publicatie heet dan ook Het komt nooit meer goed.

In zijn boek zijn brieven en eerder verschenen columns opgenomen. With pakt mensen op een harde manier aan. Vooral de stadscreool moet het ontgelden. Zelf is hij Marron, maar dat die ook zwart zijn doet niet terzake: "Ik kan rationeel aangeven wat niet goed is." Dat niemand luistert is voor hem onbegrijpelijk.

With haalt sociale gebruiken aan om zijn stelling te bewijzen, zoals het spaarsysteem kasmoni en de winti. Mensen raken erdoor in financiële problemen, zegt hij. "De winti brengt zwarte mensen naar de verdoemenis. Die geeft alleen maar adviezen om geld te spenderen."

Dwaze ideeën
De zwarte gemeenschap brengt zichzelf in de problemen, vindt With. De gezinnen van vrouwen met kinderen van meerdere vaders leveren sterke vrouwen op, wordt vaak gezegd. "Maar het is geen normale gang van zaken. Laat je niet belazeren!" De stadscreool moet uit 'zijn dwaze ideeën' worden gehaald. Dat is zijn doel en daarom ontkent With dat hij iets tegen hen heeft.

Dat hij harde kritiek heeft op hele groepen mensen heeft hem veel aanvaringen opgeleverd, erkent With. "Er zijn idioten die zeggen dat ik een trauma heb, omdat ik in het binnenland geboren ben." Hij wil met hen niet in discussie, want dat is volgens hem een onzinnige uitspraak. Zijn doel met zijn boek is dat voor de toekomst wordt vastgelegd dat er tenminste iemand was die zich druk maakte over 'de schandalige wijze waarop zwarten met elkaar omgaan'.

[RNW, 25 augustus 2011]

Julian With: Brunswijk had nooit de wapens moeten oppakken

Auteur en psycholoog Julian With zegt dat Ronnie Brunswijk nooit de wapens had moeten oppakken tegen de militairen om de democratie te herstellen. Hij heeft kritiek op president Desi Bouterse die Surinamers heeft opgeroepen om de irrationele vijandigheid tegenover landgenoten in Nederland te staken. With presenteert zaterdagavond zijn nieuwste boek Het komt nooit meer goed. Bij de presentatie hoort een lezing waarbij de auteur zijn visie zal geven op verschillende vraagstukken.


Ronnie Brunswijk in een vliegtuig, in 2008

Wth zegt desgevraagd aan Starnieuws dat de strijd van het toenmalige Jungle Commando disproportioneel veel levens van Marrons heeft gekost en heel veel sociale problemen heeft veroorzaakt. “Dus als wij een kosten- en batenanalyse maken, dan moeten wij concluderen dat hij een ernstige beslissingsfout gemaakt heeft door zoveel levens van Marrons te riskeren voor het herstel van de democratie in een land waarvan wij weten dat de inwoners de mensen uit het binnenland minachten”, stelt With.


Kritiek op president

With heeft kritiek op Bouterse, die zijn nek uitgestoken heeft voor Surinamers in Nederland. “Ik ben van mening dat de vijandigheid in een andere intergroepsrelatie belangrijker is dan die van de Surinamers uit Suriname tegenover de Surinamers uit Nederland”, zegt de auteur.

Ook de aanpak van het onderwijsprobleem vindt hij niet slagvaardig genoeg. Het is bekend dat op de scholen in het binnenland veel onbevoegde leerkrachten werkzaam zijn. De overheid moet volgens With ervoor zorgen dat voortaan alle kinderen, ongeacht waar ze geboren zijn in Suriname, les krijgen van bevoegde leerkrachten. Door de huidige situatie wordt het lage gemiddelde geslaagden voor de GLO-toets sterk beïnvloed door de grote groep kinderen uit het binnenland die de GLO-toets niet haalt. Om dit probleem op te lossen heb je geen commissie nodig. De president benoemde eerder deze maand een ‘Task Force’ onder leiding van Eddy Jozefzoon.

Ook in het mulo-onderwijs worden de leerlingen geconfronteerd met onbevoegde leerkrachten. Ook hiervoor is er geen commissie nodig, vindt With. “Pas als je ervoor zorgt dat over de hele onderwijslinie bevoegde leerkrachten werken en de resultaten zouden toch nog slecht zijn, dan heb je redenen om een onderwijscommissie in te stellen. Dezelfde slagvaardigheid die nu gedemonstreerd wordt door belastingdeskundigen uit Nederland te halen om het belastingstelsel hier te repareren, zou ook aan de dag gelegd moeten worden om de problemen in het onderwijs op te lossen”, meent With.


Incompetente personen
De Surinamers hier noemen landgenoten uit Nederland verraders, “maar bij nader inzien blijkt dat zij zich ernstig vergissen, want de beslissingen die leiden tot stagnatie in de ontwikkeling van Suriname worden niet door de Surinamers in Nederland genomen, maar door Surinamers in Suriname”, betoogt With. Hij wijst erop dat de benoeming van incompetente personen op bestuurlijk belangrijke posten niet de verantwoordelijkheid is van Surinamers uit Nederland. Die groep uit Nederland is juist zeer solidair. Jaarlijks maakt ze meer dan 125 miljoen euro over naar familieleden in Suriname. De SLM en de reisbureaus in Suriname zouden niet kunnen bestaan zonder Surinamers in Nederland, stelt With.

Stellingen
Enkele stellingen waarop With zijn visie zal geven zaterdagavond zijn: de nutteloosheid van het geschiedenisonderwijs in Suriname, afschaffing van 1 juli als nationale feestdag. De slavernij heeft geen enkele invloed op het hedendaagse gedrag van Creolen, dus is het ook niet mogelijk dat er zwarte mensen rondlopen met een slavernijtrauma. De rampzalige gevolgen van het onvermogen bij Creolen om op basis van statistieken het gedrag en denken te veranderen. De onhebbelijkheid bij Creolen om bij alles wat ze doen andere etnische groepen te betrekken. De onverschilligheid onder Creolen over het nut van het onderwijs. Het verzet bij de stadscreolen tegen de maatschappelijke vooruitgang van de Marrons. De hoogopgeleide verraders onder de Marrons. Het misverstand dat de djoeka’s in Suriname uit het binnenland komen; het wetenschappelijk bewijs dat ze allen in Paramaribo geboren zijn. Redding voor allen die lijden aan het djoekasyndroom.

Het boek (SRD 50) wordt voor de aanvang van de lezing en tijdens de pauze verkocht. With zegt dat hij de presentatie in Nederland heeft kunnen 'overleven', “dus heb ik geen enkele reden om pessimistisch te zijn over aanstaande zaterdag”. De lezing begint om half 8 in het SPA-gebouw.

[[uit Starnieuws, 213 augustus 2011]


Nederlandse Holloway-film in première

Uttrecht - De film Me and Mr Jones on Natalee Island gaat 22 september in première op het Nederlands Film Festival (NFF) in Utrecht. Regisseur Paul Ruven en de cast zijn daarbij aanwezig. Rockband Within Temptation schreef de titelsong van de film en treedt daarom op tijdens de première.

Dat maakte het NFF dinsdag bekend. Me and Mr Jones on Natalee Island gaat over een undercoverjournalist die op zoek gaat naar het op Aruba verdwenen meisje Natalee Holloway. De hoofdrollen zijn voor Hanna Verboom en Robert de Hoog.

[ANP, 30 augustus 2011]

Henry Ori promoveert in Brussel op toerisme

Henry Ori promoveert op 5 september in Brussel. Hij vindt dat er een gebrekkig en beperkt inzicht is bij de private ondernemers, het maatschappelijk middenveld, de politieke en bestuurlijke beleidsmakers. Dit klemt te meer, nu deze sector met zoveel potentie in Suriname en gegeven de economische en maatschappelijke betekenis niet die aandacht krijgt die ze verdient. Ori houdt op 11 september in Den Haag een lezing met als titel: Kan toerisme uitgroeien tot een volwaardige bedrijfstak in Suriname?

Toerisme is een sector die wereldwijd in expansie is. Prognoses van de World Tourism Organization (WTO) tonen een sterke groei voor de mondiale markt in de komende 30 jaar. Ook in Suriname groeit het toerisme, maar het kan altijd beter. Ondanks de in de afgelopen jaren gegroeide inzet, gaat het met het toerisme in Suriname minder goed dan de toeristische sector zou wensen. Dit komt door het gebrek aan samenhang en samenwerking binnen de sector, en de aanbodgerichte -in plaats van marktgerichte- benadering die de sector hanteert.

Wat is er nodig om de toeristische sector in Suriname in een aanvaardbare concurrentiepositie te brengen? Hoe kunnen we de kansen en bedreigingen tijdig onderkennen? Er zijn weinig gegevens en kengetallen over toeristische stromen in Suriname beschikbaar. Toerisme is een onderzoeksarme sector in Suriname, waar nauwelijks beleidsmatige aandacht voor is. Dit was voor Ori aanleiding om een agenda voor een strategisch, integraal en duurzame ontwikkeling van toerisme te gaan opstellen. Ori heeft een studie hiernaar gedaan en promoveert op 5 september in Burssel op dit onderwerp. Dit meldt International Institute for Scientific Research (IISR) in haar nieuwsbrief. IISR is mede organisator van de lezing die in het Sarnamihuis in Den Haag wordt gehouden.

Poëzie en geschiedschrijving

De kritiek op de koloniale geschiedschijving vindt ook haar weerklank in kunst en literatuur. Tijdens Black Talk op vrijdag 5 augustus 2011 in Comedytheater in de Nes in Amsterdam, trad T. Martinus (Quisy Gario - foto rechts) op met het stuk Prof. Dr. Den Heijer en Seks met Dieren. Black Talk is een avond geïnitieerd door Stichting Alma en Simpla en beleefde dit jaar haar derde editie. De avond gaat om seksuele diversiteit en verschillende stemmen over seksualiteit een podium te bieden.

In het stuk maakt T. Martinus korte metten met de oratie van Prof. Dr. Den Heijer door te wijzen op het inconsequente en irrationale taalgebruik van de professor. T. Martinus is onder andere dichter en columnist. In september 2011 komt zijn eerste dichtbundel uit en speelt hij op het Amsterdam Fringe Festival zijn eerste solo-voorstelling genaamd The Bearable Ordeal of the Collapse of Certainties in Stay Okay Hostel Zeeburg. In zijn voorstelling onderzoekt hij via poëzie, muziek en lokatie theater hoe het zo gekomen is dat xenofobie in Nederland nu zo geaccepteerd wordt. Op 1 oktober treedt hij op op de Vierde Caraïbische Letterendag van de Werkgroep Caraïbische Letteren.

Voor zijn kritiek op Den Heijer zie de YouTube video klik hier

[IISR]

Drama workshop

Op maandag 5 september verzorgt Tolin Alexander een drama workshop speciaal voor schrijvers of a.s. schrijvers in Suriname. Leer jezelf en je werk te presenteren.
Plaats: Kennedyschool, Paramaribo
Opgave en info: 8687763

Kick-off 'Commewijne Leest'

Paramaribo - ‘Commewijne Leest’ is een project dat wordt georganiseerd door het CCS en stichting Vrienden van Commewijne. Volgens Shailendra Girjasing, voorzitter van de stichting, zullen de kinderen vanaf de lagere school die nu thuiszitten vanwege de vakantie, op hun leesvaardigheid worden getest. Is het tot nu toe zo dat leerlingen boeken lezen die passen bij hun leeftijd, bij dit project wordt vastgesteld welk niveau het kind aankan.

CCS komt in met het leesmateriaal, gesorteerd op basis van leesniveau en stelt een boekenbus ter beschikking, terwijl Vrienden van Commewijne het testmateriaal beschikbaar stelt en het onderhoud van de boekenbus tijdens dit project op zich neemt. Gedurende de maand september zullen alle kinderen in het district Commewijne de gelegenheid krijgen om zich te laten testen voor wat het lezen betreft. De bibliobus zal zoveel mogelijk buurten aandoen. Bij positief resultaat van dit project willen het CCS en Vrienden van Commewijne nagaan hoe aan dit project een permanent karakter kan worden gegeven. De rechteroever van de Commewijnerivier zal ook worden aangedaan zegt Girjasing, omdat daar ook Surinamers wonen.

De kosten van dit project komen geheel voor rekening van de stichting. Er zijn verschillende personen die al geld hebben gedoneerd en de verkoopopbrengsten van de cd Yaad Kiya Dil zullen aan dit doel ten goede komen. Donderdag zal de kick-off zijn van dit project. De eerste stopplaats is bij het zwembad van de heer Emelio Lens aan de Pt. Murlieweg. Gedurende de maand september zullen wekelijks twintig plaatsen, verspreid over geheel Commewijne, worden aangedaan. Girjasing is er van overtuigd dat de kinderen in het district met dit leesproject hun leerprestatie kunnen verhogen, “want wie niet leest zal moeilijk begrijpen.”.

[uit de Ware Tijd, 30/08/2011]

Mavis Spong


Mavis Spong, de moeder van Pim de la Parra, anno 1943. Van haar handgeschreven De eerste levensjaren van Pimmy de la Parra werden passages opgenomen in Prins Pim: Overdenkingen van een levensgenieter (1978), Pim de la Parra's autobiografische boek, dat uitkwam bij Loeb, en dat ook aan haar is opgedragen.

Vaders achter de coulissen



Op vrijdag 2 september spreekt Jean-Jacques Vrij bij het NiNsee over vaders binnen de vrije bevolkingsgroep van Suriname vóór 1830.

Wie een Surinaamse familiegeschiedenis of stamboom onderzoekt, stuit in de slavernijperiode vaak op het probleem van de ‘onbekende vader’. Het gaat daarbij uitdrukkelijk niet om in het leven van hun kinderen afwezige vaders, maar om vaders die in de bewaard gebleven archieven geen of alleen maar cryptische sporen hebben achtergelaten. Archiefbronnen kunnen op die manier echter gemakkelijk een verkeerd beeld van de werkelijkheid geven.

Als het gaat om slavenvoorouders blijven vaders door het gebrek aan informatiebronnen meestal onbekend. Maar als het gaat om voorouders uit de vrije bevolkingsgroep (in 1830 overigens voor 62 procent bestaande uit mensen die of zelf, of wier voorouders tenminste een deel van hun leven slaaf geweest waren) zijn er vaak wel wegen om de identiteit van een vader toch te achterhalen. In hun geval valt het probleem van de zich schuilhoudende vader vaak terug te voeren op het concubinaat, ook wel ‘Surinaams huwelijk’ genoemd. Ook aan dit instituut zal in deze lezing aandacht besteed worden.


Over de spreker
Jean Jacques Vrij is een freelance historisch onderzoeker, die zich vooral bezig houdt met de sociale geschiedenis van de vrije bevolkingsgroep van Suriname in de slaventijd. Hij was in 2001 één van de oprichters van de Stichting voor Surinaamse Genealogie en enkele jaren eindredacteur van het blad van deze stichting, Wi Rutu. Met Pieter Bol schreef hij de onderzoeksgids Sranan famiri (2009), een publicatie van het Centraal Bureau voor Genealogie.

Datum: vrijdag 2 september 2011
Lokatie: NiNsee Adres: Linnaeusstraat 35f, 1093 EE Amsterdam
Presentatie: 18.00 - 18.45 uur Vragenronde/ Discussie: 18.45 - 19.15 uur Afsluiting met een borrel!
Contact: drs. Ruth Dors, r.dors@ninsee.nl
of telefoon (020) 568 2083
N.B. Reserveren verplicht
Uw aanwezigheid wordt zeer op prijs gesteld!



vrijdag 26 augustus 2011

Bernardo Ashetu - Hersteld

Geheel hersteld van een langdurige
ziekte liep hij over een smalle weg
waar niets op was en niets omheen
was, een weg zonder einde. Hij dacht,
nu schuilt de zon in deze zoete regen
want een parelende regen viel. Hij
dacht eraan dat nu z'n bloed op
was en dat over zijn gebeente be-
driegelijke eeuwen zouden heengaan
en verglijden.

[uit Yanacuna, 1962]

Marcel Pinas in Frankrijk

Klik op afbeelding voor groter formaat



Vakantie op Commewijne

door Carry-Ann Tjong-Ayong

De monotone geluidjes van het veer Marataka, dat - pakkapakkapakka - de rivier oversteekt en ons meevoert naar Meerzorg. We gaan logeren op Voorburg, Commewijne bij oom Bert Sanches en tante Emmy Ferrier.

Elke schoolvakantie is dit het hoogtepunt. Logeren in het grote houten plantagehuis met de andere kinderen, Leo en Stanley Ferrier, Ricardo Wong Fong Sang, Cynthia Ferrier, mijn broers Wim en Fritz en ik.

Nell gaat niet altijd mee. Ze doet liever andere dingen, wanneer wij als jonge honden over het erf en de grond er naast rennen, op onze buik op de steiger liggen om in het water de “zoutjes” te zien en de kleine krabbetjes uit de gaten te zien kruipen. Op blote voeten de hete zandweg af te lopen naar Zoelen of Tamanredjo met Javaanse vriendjes spelen. We plukken zure birambi die we met zout opeten, tot onze tanden zo zuur zijn, dat ze pijn doen. We eten telo en petjil bij de Javanen. We genieten.


Tante Emmy staat ons op te wachten. Ze probeert streng te kijken.
”Waar waren jullie?”
We moeten al lang eten. Oom Bert is er al op zijn motorfiets met de grote brede leren zadels. We mogen om de beurt een ritje mee. Hij lacht hartelijk en tilt ons een voor een achterop.

We moeten gaan baden. Het water is fris en koel. We slapen op de vloer op gevlochten papayamatten met alleen een laken. De jongens zijn nog lang bezig, bulderen van het lachen, vertellen yorka tori, tot zelfs tante Emmy het genoeg vindt.
“Zo, ga slapen, morgen is er weer een dag!” roept ze bij de trap. Vlugge voeten rennen door de kamer. Oom Bert lacht bulderend.

De volgende morgen zijn de jongens vroeg op. Ze fluisteren geheimzinnig, ze zijn wat van plan. Ik probeer ze uit te horen, maar ze ontwijken mij. Dat belooft wat.

Later op de dag verdwijnen ze een voor een in het hokje, waar René, de opgeschoten hulp huist. En dan rennen ze allemaal hoestend weer naar buiten gevolgd door een grote rookwolk. “Brand!” roepen ze door elkaar.
Tante Emmy komt al aanlopen.
“Allemaal naar boven!" zegt ze streng. Ze grijpt Leo bij zijn arm. Hij moet alles opbiechten. Hij aarzelt maar zijn gevoel voor rechtvaardigheid overheerst. Het komt er op neer, dat ze een pakje met twee sigaretten van oom Bert hadden gevonden en in het hokje van Rene waren gaan oproken. De sigaret viel en Rene’s kleren vlogen in brand. Tante Emmy is boos.
”Weet je wat er had kunnen gebeuren?” waarschuwt ze de kwajongens. En nu heeft René geen kleren meer.
De jongens kijken schuldbewust. Ze roepen door elkaar dat zij het niet meer zullen doen.

Cynthia en ik zitten gierend van het lachen op het balkon. Morgen hebben ze weer een andere streek uitgehaald.

Dit is de vakantie van de jaren ’50 toen zwarte dienstmeisjes nog Blanche heetten, en je een stang ijs in een kist met zaagsel koud hield, je de koolpot waaierde met de driehoekige rieten waaier en je pofmouwtjes met rikrak versierd werden.

cat 24/8 011

'Seksstaking' in Paramaribo


door Jerry Dewnarain

Studenten van de opleiding Nederlands MOB, voeren ter afronding van hun studie een toneelvoorstelling op. Het stuk heet Vrouw Helouise. Het is een versurinamiseerde versie van een van de vrouwenkomedies van de Griekse blijspeldichter Aristofanes, genaamd Lysistrata.



Geschiedenis Lysistrata
De Griekse opvoering vond begin februari 411 na Christus plaats. In dat jaar was de stad Athene er slecht aan toe. Als gevolg van de voortdurende oorlog was maar een derde van de mannelijke bevolking overgebleven. Ruim een jaar tevoren was een strafexpeditie tegen Sicilië op een volslagen mislukking uitgelopen. De meeste bondgenoten van Athene waren in opstand gekomen en kregen daarbij steun van de Spartanen. De Perzische machthebbers in Klein-Azië probeerden daar de steden die met Athene verbonden waren onder hun gezag te plaatsen en wilden gemene zaak met Sparta maken. In Attika hadden de Peloponnesiërs een garnizoen gevestigd dat het land onder controle hield en de Atheners verhinderde de akkers te bebouwen en de zilvermijnen te exploiteren. Al meer dan twintigduizend slaven waren weggelopen. De aanvoerroutes over land waren afgesneden. Een klein lichtpunt was het Atheense militaire succes op het eiland Lesbos. Het enige redmiddel in deze uitzichtloze situatie leek een volledige politieke omschakeling.

De Surinaamse versie Vrouw Helouise
In deze sfeer is Lysistrata ontstaan. Aristofanes reikt een oplossing aan die de stoutste dromen overtreft: de vrouwen van heel Suriname gaan zich verenigen om hun mannen tot vrede te dwingen. Het meest effectieve middel lijkt een seksstaking!
Maar de gevolgen van het plan, dat door Lysistrata (‘zij die de legermacht ontbindt’) geopperd wordt, laten nog even op zich wachten. Eerst wordt een tweede plan uitgevoerd: de vrouwen houden het kantoor van de staatskas aan de Knuffelsgracht bezet, waar zich de schatkist bevindt, zodat de oorlog niet meer gefinancierd kan worden. De aanvallen van de mannen slaan ze met succes af. Dit zijn de twee belangrijkste thema’s van het stuk.


Maar er is nog een derde verwikkeling. De koren van de oude mannen en oude vrouwen nemen na de strijd om de Knuffelsgracht niet aan de staking en ook niet aan de verdere bezetting deel. Nadat ze elkaar uitgescholden en bedreigd hebben, sluiten ze dankzij verzoeningspogingen van de vrouwen ‘eeuwige vrede’ met elkaar. Hiermee eindigt deze komedie.

Vrouw Helouise is door de MO-B-studenten zelf geschreven en geregisseerd. Zij zijn geen professionele toneelspelers, maar het stuk is zeer de moeite waard om te zien. Helouise wordt vandaag en morgen in Theater Unique gespeeld. De voorstellingen beginnen om zeven uur ‘s avonds.


[uit de Ware Tijd, 26/08/2011]

donderdag 25 augustus 2011

Michaël Slory - Liefde

O, als ik maar met die bladeren
van die wuivende broodboom
kon schrijven:
‘Op een dag ontmoette ik haar,
en ik was overrompeld!’

Maar dat maakt mij
niet geloofwaardig.

Nee, liefde beitel je
niet zomaar in steen
of maak je niet zomaar openbaar.

Maar vanwaar dan dit vuur?
Vanwaar dit zonlicht
dat met al zijn kracht erin slaat?
Vanwaar die wolkenloze hemel
en die schone straat?

[uit de bij In de Knipscheer, Haarlem, te verschijnen bundel Torent een man hoog met zijn poëzie, met vertalingen uit het Sranantongo door John Leefmans en een nawoord van Michiel van Kempen]



Foto: @ Michiel van Kempen

Interguyanese literatuur in Fort Zeelandia

Het Inter Guyana Cultural Festival gaat deze week van start en duurt het hele weekend door. In samenwerking met Schrijversgroep ’77 is een literair programma uitgezet. Op vrijdag 26 augustus beginnen de workshops Proza en Drama, verzorgd door resp. Ismene Krishnadath en Tolin Alexander. De workshops worden in de Louiseschool verzorgd en duren van 9.00 – 13.00u.

Op zaterdag 27 en zondag 28 augustus gaat het het literair gebeuren verder in Fort Zeelandia, in de expositiezaal boven de oude apotheek. Het publiek kan de hele dag, vanaf 9.00u boeken bekijken en kopen in de boekenstands. Op zaterdagochtend om 10.00u zijn er presentaties van schrijvers uit Guyana, Suriname en Frans Guyana. Vanuit Frans Guyana schuiven M. Henri Claude Coeta, Tchisseka Lobelt, Monique Dorcy, Marie Benoit aan. Coeta is schrijver, de rest van de delegatie is verbonden aan de Frans Guyanese organisatie Promolivres die regelmatig boekenbeurzen en internationale literatuurfestivals organiseert in Frans Guyana. Uit Guyana komen Jolyon Boston en Petambar Persaud (foto links). Deze laatste is bekend van zijn televisieprogramma’s met spoken word en orale vertellingen en erg actief in Guyanese literaire kringen.

Op zondag is er van 11.30u tot 12.30u een ochtendcauserie, een luchtig gesprek over schrijvers, boeken en leven in de Guyana’s. Hierbij zitten schrijvers Petambar Persaud, Tchissèka Lobelt en Cynthia McLeod aan. Zowel op zaterdag en zondag kunt u aanschuiven bij schrijvers aan tafel om hen de vragen te stellen die u altijd wilde stellen.

Op zaterdagochtend zijn de volgende Surinaamse schrijvers aanwezig: Rappa, Soecy Gummels, Jeffrey Quartier en Sombra. In de middaguren zijn dat: Susan van Dijk, Cobi Pengel en Charles Chang. Zondagmorgen kunt u babbelen met Kadi Kartokromo, Jit Narain, Indra Hu. ’s middags zijn Sombra, Roué Hupsel en Celestine Raalte present. Alphons Levens kunt u beide dagen ontmoeten in de boekenstand. Het is ook een goede gelegenheid om een praatje te maken met onze gasten uit de buurlanden en hun literaire producties te bekijken.

Dhiradj Ramsamoedj: Van Art Zuid naar Alice Yard

Rond eind mei/begin juni gebeurde er iets gedenkwaardigs dat veel aandacht genoot binnen de kunstkringen in Suriname. Het betrof de jonge Surinaamse kunstenaar Dhiradj Ramsamoedj die in Nederland was in verband met Art Zuid, een openluchttentoonstelling van ruimtelijke kunstwerken langs enkele straten in Amsterdam. Op aanbevelen van Thomas Meyer waren werkstukken van Dhiradj Ramsamoedj alsook de Surinaamse kunstenaars Marcel Pinas en Roberto Tjon A Meeuw te zien langs deze kunstroute die gecureerd was door schrijver/kunstenaar Jan Cremer. Op 27 juni plaatste Readytex Art Gallery op haar facebook pagina een link, inclusief foto, van de website van de Gemeente Amsterdam Stadsdeel Zuid Daar was een foto te zien van Dhiradj Ramsamoedj in gesprek met de Nederlandse vorstin, Koningin Beatrix. Ze stonden bij zijn Mighty Man het werk waarmee hij aan ‘Art Zuid’ participeerde en Dhiradj gaf op verzoek van de Koningin een korte toelichting op zijn werk.




Hij herinnert zich te vertellen hoe Mighty Man voor hem een representatie is van de kleurrijke Surinaamse identiteit, gevoed en gevormd door invloeden van alle verschillende culturen die het land rijk is. Op 26 mei, de dag van de opening van Art Zuid stond er ook in Het Parool diezelfde avond al een artikel over het evenement met een grote foto wederom van Dhiradj en de Koningin bij Mighty Man. Vrienden, kennissen en collega’s in Suriname reageerden trots en verheugd op de goede publiciteit die Dhiradj in Nederland genoot.

Natuurlijk was ook Dhiradj blij met deze publiciteit. Maar hoe mooi het moment met de Nederlandse Koningin ook was, het is volgens de kunstenaar nog veel belangrijker dat hij daar bij Art Zuid, voor het eerst heeft kunnen exposeren samen met zoveel andere grote namen uit de kunstwereld. Bij Art Zuid stond er namelijk werk van hedendaagse en klassieke kunstenaars, van nu en vroeger, uit verschillende landen van de wereld. Volgens de website van Art Zuid (http://www.artzuid.nl/) confronteert Jan Cremer de Europese beeldhouwkunst met werken van kunstenaars uit onder andere de Verenigde Staten, Brazilië, Suriname, India, China, Zuid-Afrika, Indonesië en Japan. Op de site staat verder: “Cremer toont lef en maakt van Amsterdam tijdelijk een echte ‘Global City of Sculptures’ met onder meer kunstwerken van Anthony Caro, Yayoi Kusama, Auguste Rodin, Jean Tinguely, Niki de Saint Phalle, Jean Arp, Antony Gormley, Salvador Dali en Subodh Gupta. Westerse en niet-westerse kunst wordt op een gelijkwaardige wijze tentoongesteld”.

Ramsamoedj heeft zijn tijd in Amsterdam goed benut. Hij heeft kunnen genieten van kunst op wereldniveau en heeft nieuwe inspiratie en ideeën kunnen opdoen. Daarnaast heeft hij ook andere participerende kunstenaars kunnen ontmoeten, met enkelen contactgegevens uitgewisseld en heeft hij ook in de Amsterdamse kunstwereld potentieel waardevolle contacten kunnen leggen. Hij beseft heel goed dat wil je carrière maken in de internationale kunstwereld, ook netwerken een absolute must is. De internationale sculptuurroute Amsterdam, Art Zuid, staat er nog tot en met 28 augustus 2011.

Ook in de Verenigde Staten trok een soortgelijk kunstwerk van Ramsamoedj dit jaar veel aandacht. Een vrouwelijke versie van zijn lappen figuur, genaamd Flexible lady, stond in het kader van het About Change-kunstprogramma van de Wereldbank, geëxposeerd in de gebouwen van de OAS (januari t/m maart 2011) en de Wereldbank (vanaf mei), beiden in Washington DC.

Dhiradj is druk bezig om gebaseerd op deze figuren die gemaakt zijn van duizenden bontgekleurde stukjes textiel, een nieuw project te ontwikkelen. Binnen dat project overweegt hij momenteel om ook een performance-element aan zijn presentatie toe te voegen en in dat kader is er ondertussen een flexible man-kostuum in zijn eigen maat in de maak. Dit kostuum neemt hij binnenkort mee naar Trinidad. In augustus zal Ramsamoedj daar op uitnodiging van de Trinidadiaanse kunstenaar, schrijver en curator Christopher Cozier enkele weken doorbrengen bij Alice Yard, een onafhankelijke plek voor creatieve experimenten in Trinidad (www.aliceyard.org). Het project waar Dhiradj aan gaat werken bij Alice Yard wordt ter plekke verder uitgewerkt en Dhiradj kijkt er naar uit om binnen de inspirerende kunstenaarsgemeenschap van Alice Yard samen te werken en te collaboreren met zijn Trinidadiaanse collega’s.

Dhiradj Ramsamoedj zit boordevol ideeën en plannen. Naar eigen zeggen heeft hij voorlopig de schilderkunst even laten liggen om zich verder te verdiepen in ruimtelijk werk. Voor enkele projecten die hij in gedachten heeft wil de kunstenaar onderzoek gaan doen naar het gebruik van andere materialen zoals fiberglass en metaal.

woensdag 24 augustus 2011

Duo Expo 2011 Robbert Enfield & Remond Mangoensemito

(Robbert Enfield, Next Chapter of My Life, acrylverf op canvas, 63 x 46”)

We kennen allemaal de ‘struggle for life’, maar zodra je geconfronteerd wordt met het mensensoort kunstenaar, en ziet en je realiseert wat die moet doen om mee te komen in de ‘ratrace’ van het dagelijks leven, dan wekt dat op zich al bewondering. Nog bewonderingswaardiger is het wanneer blijkt dat dat persoonlijk gevecht niet enkel instandhouding maar -méér nog- vernieuwing en intensivering van hun werk tot gevolg heeft, en dan kan en mag respect niet uitblijven. Dat is wat Robbert en Remond met elkaar verbindt: het blijven vechten voor méér en beter, daaraan ontlenen zij het recht om u te tonen waartoe zij in staat zijn.

Zij hebben een verschillende achtergrond en een verschillende stijl van werken, daarin zijn ze niet vergelijkbaar, dat is in deze tentoonstelling duidelijk te constateren. Maar ze hebben wél een aantal dingen met elkaar gemeen, zoals de afkomst uit en het opgroeien in een multicultureel ontwikkelingssland, die niet hebben nagelaten sporen te trekken in beider werk. Bovendien wisten beiden al jong wát zij wilden en dat ze niets ánders wilden, waardoor ze als vanzelf terecht kwamen op Suriname’s unieke instelling, het Nola Hatterman Instituut, nu modisch Nola Hatterman Art Academy geheten, maar nog steeds dezelfde gedreven opleiding voor gedreven mensen: de naam Nola Hatterman staat daarvoor nog altijd garant.

(Robbert Enfield, Step up in Life, acrylverf op canvas, 62,5 x 52”)

Maar aan die opleiding hadden zij niet genoeg, beiden zijn, zij het op verschillende tijdstippen, hun ‘roeping’ gevolgd en zijn hun kennen en kunnen gaan verbreden aan het Edna Manley College of the Visual and Performing Arts te Jamaica, welke opleiding zij hebben afgesloten met het diploma Bachelor of Art. Geen eindpunt, een beginpunt. Sindsdien zijn hun wegen weer volledig gedivergeerd, om met deze expositie elkaar weer even te kruisen.

Enfield
Robbert is naar The British Virgin Islands vertrokken en heeft daar tien jaar gewoond en gewerkt, waar vandaan hij nu is geremigreerd naar Suriname. Sinds hij schildert heeft hij zich laten leiden door wat hij gemist heeft, of wat er niet goed was, in zijn jeugd. Zijn thema’s waren de afgelopen jaren dan ook Loniless of Childhood, The Time en Timeless Childhood. Met de geboorte van zijn derde en jongste kind, Pharrell, is Robbert een nieuwe levensfase ingegaan, waarbij zijn focus is komen te liggen op het (eigen) gezin, waarbinnen liefde, structuur en regelmaat de voorwaarden moeten vormen voor een gelukkige jeugd van het kind.

(Remond Mangoensemito, Know your History)

Robbert realiseert zich dat hij verkeert in wat wel genoemd wordt de ‘middelbare volwassenheidsfase’, en hij heeft voor zichzelf vastgelegd wat hij wil en hoe dat past in zijn gezin. “Daardoor is mijn techniek en mijn kleurgebruik beïnvloed”, zegt hij, “ik heb teksten verwerkt in mijn werkstukken en gebruik gemaakt van verschillende lettertypen, blauw, paars, soms zelf zwart, heel felle contrasten en overlappingen. Als je iets kon veranderen zou je het willen ‘oplappen’ en dat kan je ook uitbeelden. Ik heb rekening gehouden met de lettertypen om een bepaalde uitingen ook visueel te laten spreken, zonder het werk ‘grafisch’ te willen maken.”

(Remond Mangoensemito, Whaa sweet Nanny Coat a go run im Belly)

Mangoensemito
Remond is na Jamaica teruggekeerd naar Suriname en er gebleven. “Mijn werken”, zegt hij, “zijn een antwoord op de impuls van culturele desintegratie. Het lijdt geen twijfel dat de westerse beschaving een grote invloed heeft gehad op de niet-westerse beschavingen. Deze invloed is grotendeels negatief geweest, omdat de westerse beschaving door de manier waarop die is gevormd een superioriteit heeft aangenomen boven alle andere beschavingen. Veel aspecten van niet-westerse gemeenschappen zijn aan ernstige culturele erosie, kaalslag, onderhevig geweest, zoals op het gebied van familieleven, taal, kleding en een aantal specifieke culturele patronen. Deze culturele erosie heeft een soort van vervreemding en gevoel van misplaatst zijn gecreëerd binnen die geërodeerde cultuur. Dat is wat ik culturele desintegratie noem. Die manifesteert zich duidelijk wanneer mensen vergeten wie ze zijn en zodoende hun eigen culturele continuïteit ontkennen als antwoord op de ‘superieure’ cultuur die hun domineert en dikwijls onderdrukt. Op die manier is mijn werk een antwoord op de impuls van de culturele desintegratie”, besluit Remond.

__________

De tentoonstelling wordt gehouden in het Waaggebouw aan de Waterkant te Paramaribo en is te bezichtigen van zaterdag 10 tot en met donderdag 22 september a.s. van 10.00 tot 21.00 uur.
De tentoonstelling wordt geopend door Nancy de Randamie op vrijdag 9 september a.s. om 19.00 uur.

maandag 22 augustus 2011

Femme (slot)

door Ed Hart

Je kon je zo een fraai-ogende vrouw mak’lijk voorstellen op een prisiri. Vol broko meedeinend in de rij of met een danspartner, menig andere met goud of zilver behangen prodo-uma schalks de loef afstekend. Na ongeveer een half jaar ging ze in dienst bij een andere familie en kwam er een nieuwe huishoudster in haar plaats. In het begin misten we haar gerechten. Op de lobi-singi zagen we haar ook niet meer. Daarna vergaten we haar. ” Allons enfants de la patrie..” De afgelopen jaren begonnen en sloten buitenlandse radio stations via de kortegolf hun uitzendingen af met respectievelijk La Marseillaise, God Save the King en The Star Spangled Banner. Drie van de liedjes die we konden fluiten. Oorlogsberichten werden afgewisseld met strijdliederen en marsmuziek. Yankee Doodle was een van de populaire meezingers. Dat er een tweede wereldoorlog woedde was in Paramaribo en op vliegveld Zanderij te merken aan de aanwezigheid van een paar duizend strijdkrachten uit Amerika en Canada. Het was ook te merken aan de schaarste van bepaalde voedselproducten en in onze buurt aan enkele loopgraven die in de wandel schuilkelders werden genoemd. De gezonken "Goslar"sprak boekdelen. Daarentegen werd er op los gefuifd in Halekibe en andere dansgelegenheden. Er waren trein en boot excursies. De bioscopen vertoonden elke avond speelfilms. Katwijk was een gevreesd ballingsoord geworden voor losbandige vrouwen. De oorlog liep nu ten einde. Le jour de gloire est arrivé.

Toen werd een nachtelijk drama als voorpagina nieuws door de kranten gebracht. Een ontstellend bericht dat van mond tot mond snelde, van wijk tot wijk, tot ver buiten Paramaribo een spoor van ongeloof en verbijstering achterlatend maar vooral afgrijzen in het gemoed van de bevolking. Men kon het maar niet bevatten en velen wilden geen details horen of werden niet goed van ze, zo huiveringwekkend. De getraumatiseerde nabestaanden behoefden enorme steun. De afleggers kregen een psychisch loodzware taak. Ook wij gruwden toen we het hoorden over die, voor het slachtoffer fatale nacht. Binnen een week kregen we te horen wie het was toen de voornaam in onze directe omgeving ontdaan werd rondgefluisterd. En toch brachten we het gebeurde niet direct in verband met degene die we ons herinnerden met dezelfde voornaam. Meerdere vrouwen heetten zo. Maar het was niet anders en zo vernamen we dat het wel degelijk onze ex-huishoudster was die op zo onvoorstelbaar beestachtige wijze het leven had gelaten. De sfeer in ons huis veranderde op slag, alsof er een schaduw was neergedaald. Herinneringen aan de ongelukkige vrouw kwamen naar boven. Waar ze stond te koken, de smakelijke gerechten en overige indrukken van haar. Met wroeging dachten we ook terug aan hoe irritant we soms tegen haar waren geweest. Bewogen geraakt in ons onbekommerd kinderbestaan door het wrange besef, duurde het een hele tijd voor we het van ons konden afzetten. Wanneer het regende richtten we onze aandacht op de anga-lampu haag waarop de rode en witte bruidstranen welig tierden. Aangaande het ware motief van de dader tastte men eerst in het duister maar al snel rees het sterke vermoeden en raakte men overtuigd dat het om een crime-passionel ging. De naam van de vrouw raakte in vergetelheid maar niet de naam van de dader. Zijn naam riep jaren later nog weerstanden op. Als een nachtmerrie bleef deze schokkende gebeurtenis lang in de herinnering van velen voortspoken. Toen haar beeld een halve eeuw later aan iemand verscheen in een droom, herinnerde ze zich niets van een gruweldaad haar aangedaan. Ze was gered, gereinigd, en weer gaaf.


De schoonheid van de rivier

door Carry-Ann Tjong-Ayong

De boot snijdt met de punt door het donkere spiegeloppervlak van fijn craquelé,
links en rechts aan de zijkanten fijne zilveren stralen als ijspegels opwerpend. Tegelijk sproeien fijne druppeltjes verkoelend op mijn hete armen. De zon is fel op dit middaguur wanneer wij Atjonie verlaten temidden van de drukte van andere boten die naar de bovenloop van de Surinamerivier varen.



De meeste zijn gevuld met bakra’s die de meest nabije dorpjes bezoeken of de iets verdere resorts die nog een zekere luxe hebben. Wij zijn echter al elf jaar op zoek naar de meest primitieve traditionele vorm van overleven en durven het aan minstens vier uur verder te gaan over grotere en kleinere sula met onze ervaren bootsman Sami, die feilloos de onderwaterrotsen omzeilt.

Mijn rolstoel is weliswaar vastgeklemd met een houtblok maar helt toch links en rechts mee met de bewegingen van de boot. Gelukkig ben ik een ervaren ruiter en kan ik met de bewegingen meebuigen. Voorbijvarende korjalen vol mensen met zwemvesten aan zetten grote ogen op als zij mij zo hoog en relaxed zien zitten in mijn rolstoel.

Het is puur genieten op het water van de rivier die zich nu eens heel breed voor ons uitspreidt, dan weer zich smal door een kreek wringt aan weerszijden van een groen eilandje, dat men hier “paati” noemt. Wij verlangen naar onze eigen Masia Paati, waar de mannen vijf huisjes voor ons hebben gebouwd, met een minimum aan luxe. Traditioneel met houten wanden en kunstig gevlochten daken van palmbladeren, die zelfs bij de hevigste regenbui geen druppel water doorlaten en koel wuiven in de felle zon. Ik heb een kleine veranda die uitkijkt op de rivier, waar ik kan zitten eten, mijn boeken schrijf en koffie of een glaasje rum drink als de maan vol is en er duizenden sterren twinkelen in de inktzwarte hemel. Dat zie je niet in de stad. Ik luister naar de rustige diepe stem van Biga die vertelt over de rituelen en culturele gewoonten.

Deze avonden geven ons de kracht en het verlangen keer op keer de voor mij best zware tocht te ondernemen. Ik doe er veel inspiratie op en geniet. Soms nemen we vrienden en familie mee, maar het liefst zijn wij hier samen met de plaatselijke bevolking, reeds jaren onze bloedbroeders. De vrouwen, mijn sisa, hurken op de lage bankjes en vragen: ”Yu weki no?”
“Ay, mi weki tanga!”
Ze koken voor mij, wassen mijn kleren, vlechten mijn haren, vertroetelen me met de liefde van zusters.

Ik ontwaak graag, met de zachte nevels die de rivier sluieren en verjongd doen oprijzen in het ochtendlicht, dat nog fris is. Kon ik maar een duik nemen, de wal is te hoog dit seizoen en ik moet het dus in de hut doen met een emmer warm water en een kalebas. Op de aangestampte lemen vloer, die snel droogt, is het een heerlijk bad.

Kakaw heeft ook een ketel heet water voor thee of koffie. We ontbijten met Saamaka brede, cassavebrood met pittige pindakaas. Primitief ontbijtje aan de rivier. De vrouwen doen er de was of de vaat. Hun vrolijke gekwebbel vult de lucht en draagt ver over de rivier. Zelfs de zachtste stem is duidelijk hoorbaar aan de overkant.

Af en toe plenst een bootje naderbij, gepeddeld door een bekende, die komt buurten.
Ik krijg regelmatig bananen, cassave, bacoven en andere gaven van de kostgrondjes, die ik dankbaar aanvaard. Of een gevangen vis, tukunari, anyumara. Frando snijdt kunstige bankjes en kleine kapasi, pagaaien voor me om mee te nemen als souvenir.



We maken weer de tocht naar de tapawatra van Dyumu, de kleine watervallen, begroeid met paarse pluimen en groene bladeren. De kinderen kunnen daar heerlijk zwemmen en ik zit tot halverwege mijn wielen in het water te genieten van het pootjebaden. We komen verbrand terug, maar het is niet pijnlijk. De rivier heeft een helende werking op body and soul.

Het eilandje Masia Paati tegenover Masiakriki wordt bewoond door Mikael en zijn vrouw Elna. Zij hebben drie kinderen. De 10-jarige Asoko, en de peuters Kodjo en Apomba. Mikael beheert het eiland samen met Biga en Sami.

Masia Paati biedt ruimte voor 10 mensen, die twee aan twee een hut kunnen huren.
Je moet zelf je rijst en groenten meenemen en evt. vlees. Dan wordt er voor je gekookt in de Saramakkanse keuken op houtvuur of gas. Hangmatten en klamboes zijn aanwezig. Baden doe je in de rivier. Desgewenst kun je wandelingen maken in het bos, kaiman bekijken, een zang- en dansavond bijwonen of een theatervoorstelling van de vrouwengroep. De kosten zijn 40 srd per overnachting pp. Inlichtingen bij Carry-Ann tel. 06 221 79 131 of 898 60 11

Verlies van taal en Afrikaanse cultuur


Op 23 augustus wordt de Internationale UNESCO-dag ter herdenking van de slavenhandel en de afschaffing van slavernij gevierd. Op deze dag organiseert het NiNsee een lezing ter herdenking van wijlen directeur Glenn Willemsen. Dit jaar is de eregast Dr. Renata de Bies van Anton de Kom Universiteit, Suriname. Haar lezing zal het verlies van taal en de Afrikaanse cultuur in Suriname en de rest van het Caribisch gebied behandelen.


Toegang is gratis. Bezoekers van de lezing kunnen voorafgaand gratis de tentoonstellingen van het NiNsee bezoeken. Voor meer informatie, zie de bijgevoegde uitnodiging.

Tijd: Dinsdag 23 augustus 2011, 18.00 uur
Locatie: Muiderkerk, Linnaeusstraat 37, Amsterdam

Graag aanmelden voor deze lezing. U kunt dit doen door contact op te nemen met Amy Abdou, e-mail a.abdou@ninsee.nl

Foto: @ Roger Issako

Sunil Puljhun exposeert

Sunil Puljhun exposeert bij Readytex Art Gallery, Paramaribo.


Untitled 8, Mixed media on paper, 74 x 90 cm

Medicinale en Rituele Planten van Suriname

Klik op afbeelding voor groot formaat


Herdenking Kerwin Duinmeijer een feest?

De 28ste herdenking van de moord op Kerwin was dit jaar geheel in het Vondelpark. De dood van de 15-jarige Antilliaanse jongen werd gezien als de eerste racistische moord sinds de Tweede Wereldoorlog. Het wordt jaarlijks herdacht als eerbetoon aan hem, maar ook als protest tegen racisme. Dit jaar was er aan deze herdenking een festival gekoppeld: Melting Pop. Maar is een feest wel de juiste manier om de dood van Kerwin te herdenken?

[Luister hier verder bij RNW]

Schrijfcursus familieverhalen


In het najaar geven auteurs Amal Chatterjee en Rihana Jamaludin een Schrijfcursus Familieverhalen in het Sarnamihuis in Den Haag. Ontdek hoe van een familieverhaal méér te maken dan slechts een overlevering. Maak van de herinneringen aan uw grootvader, uw moeder, van uw jeugdherinneringen, een goed gestructureerd verhaal, dat lezers zal boeien. Leer hoe te beginnen en hoe een verhaal verder uit te bouwen. Ontdek hoe schrijven uw persoonlijkheid kan verrijken en hoe uw herinneringen vorm krijgen in een tastbaar resultaat.

De weekendcursus Van Toen naar Nu wordt gehouden tijdens de Haagse India Maand, op 15 en 16 oktober. Aan het eind van de weekendcursus heeft u een bladzijde van uw verhaal en een opzet voor het vervolg.

De 8 weekse cursus Awakening / Selecting the Memory & Structuring / Presenting it wordt gedurende 8 zaterdagen gehouden in de periode van 29 oktober t/m 18 december.
Aan het slot van de 8 weekse cursus heeft u een eerste hoofdstuk of een kort verhaal.
Meer informatie op http://www.rihanajamaludin.com/varia/view/schrijfcursus_familieverhalen.html

Amal Chatterjee is the author of the novel Across the Lakes and the historical study, Representations of India, 1740-1840. His short fiction has been published in Time Out and Atlas, and he is currently working on his second novel and a collection of new writing, Creative Writing: Writers on Writing. Amal also reviews regularly for Trouw and teaches Creative Writing at the University of Oxford. More at http://amal.tomali.net

Rihana Jamaludin is de auteur van de hisorische roman De Zwarte Lord (2009), verhalenbundel Minnewake (2008) en de roman Kuis (2011). Zij schreef artikelen voor de blog van de Werkgroep Caraïbische Letteren en voor DWT Literair. Verhalen verschenen in Lava, Brabant Cultureel en in de bundel t.g.v. 35 jaar Onafhankelijkheid van Suriname, Voor mij ben je hier. Meer info www.rihanajamaludin.com

Aanmelden:
Via e-mail: rjamaludin@online.nl
Of via het Sarnamihuis tel. 070 - 3651828

1001 Spreekwoorden in het Papiaments

Kralendijk — Gezaghebber Glenn Thodé van Bonaire neemt volgende week zaterdag het eerste exemplaar in ontvangst van een nieuw spreekwoordenboek 1001 Proverbio na Papiamentu.

Zoals de titel al zegt bevat het boek meer dan 1000 spreekwoorden in het Papiaments, met een letterlijke vertaling in het Engels en Nederlands. Het boek is geïllustreerd met foto’s van fotografen Jacqueline en Bart Landheer. Zij zijn bekend van hun jaarlijkse Jong Bonaire fundraising kalenders.


Pater Brenneker

Het boek is gemaakt met de hulp van leden van de Akademia Papiamentu, docenten en studenten van Scholengemeenschap Bonaire (SGB), jongeren van Jong Bonaire, verschillende (groot) ouders en vrijwilligers die hielpen met vertalingen, correcties en met de productie van 30 speciale foto’s die de spreekwoorden uitbeelden. Het boek vindt zijn oorsprong in een uitgave van Pater Brenneker, een Dominicaner pater, die in 1962 Antilliaanse spreekwoorden verzamelde en publiceerde. Fundashon Bon Kousa kreeg in december 2010 toestemming van de erfgenamen van pater Brenneker om de inhoud van zijn boek als vertrek punt te nemen voor de de nieuwe uitgave. Bon Kousa wil met dit spreekwoordenboek de culturele taalschat opnieuw toegankelijk maken voor toekomstige generaties.


School

Het boek is speciaal ontworpen om ook op school te gebruiken. Het boek kan gebruikt worden in de laatste klassen van de basisschool als ook in de eerste klassen van de middelbare school. Het kan worden ingezet zowel voor taalonderwijs als ook voor maatschappelijke discussies waarbij de inhoud en herkomst kunnen worden getoetst aan de hedendaagse culturele norm. Op Bonaire staan dit jaar de spreekwoorden extra in de belangstelling. In de jaarlijkse fundraising kalender voor Jong Bonaire zijn 12 spreekwoorden ook voorzien van hun betekenis in het dagelijks gebruik. Samen met Akademia Papiamentu organiseert Bon Kousa een ‘Proverbio TV game show’, een competitie voor de hoogste klassen van de basisscholen. Begin volgend jaar zal de tv-registratie hiervan worden uitgezonden. Het boek is verkrijgbaar bij de boekwinkels op Bonaire. Scholen en bedrijven kunnen ook contact opnemen via de website www.1001proverbio.org.


Kalenders

Jacqueline Bremmers en Bart Landheer verblijven ongeveer de helft van het jaar op Bonaire en het andere deel in Nederland. Ze zijn de afgelopen jaren intensief betrokken geweest bij een aantal projecten voor lokale niet gouvernementele organisaties. Naast de Jong Bonaire kalenders, hebben ze soortgelijke kalenders voor de jeugd op St. Eustatius en Saba gemaakt, helpen ze Mangazina di Rei met hun marketing en verzorgen ze voor de Classical Music Board Bonaire een website. Dit naast soortgelijke projecten in Nederland. “We werken graag samen met anderen om zo een beter resultaat te realiseren”, aldus Landheer. “Wij vinden het dan ook heel bijzonder dat we dankzij de enthousiaste inzet van zoveel mensen van Bonaire dit prachtige boek hebben mogen maken.”
[uit Amigoe, 20 augustus 2011]