zondag 31 juli 2011

Surinaamse toverboom - column Hans Dorrestijn

In mijn jongste boek vindt men een tirade tegen de tropen waarin ik bezweer dat de lezer mij nooit in een tropisch land zal aantreffen. Zoals het altijd gaat met mijn stellige uitspraken: de Natuurgids lag nog niet in de winkel of ik zat met mijn dochter Kirsten in het vliegtuig naar Suriname. Ik verwachtte barre tijden: hitte, slapeloosheid en verwarring. Op de schoonheid van de natuur durfde ik mij niet te verheugen. Alle vogeltoeristen jubelen over de Surinaamse soortenrijkdom. Daarbij kijken ze je stralend aan, maar ik huiver. Ik ben niet gebouwd op overvloed. Als u weet hoe verschrikkelijk lang ik erover heb gedaan om een beetje thuis te raken in de vogelwereld van Europa! Het duurde twintig jaar voor ik de Zwarte Mees kon onderscheiden van de Koolmees. In het vliegtuig hoopte ik dat ik een vijftal Surinaamse vogels zou leren kennen. Daar zou ik tevreden mee zijn. Ik blijf een nazaat van de sombere humorist Piet Paaltjens (François Haverschmidt).

We zaten in guesthouse Twenty-4 in de Jessurunstraat. Vlakbij het centrum van Paramaribo. Minder dan tien minuten wandelen van de Domineestraat met het terrasje van hotel Krasnapolsky. Even verderop in dezelfde straat verraste me boekhandel Vaco die in Amsterdam geen gek figuur zou slaan. Op deze zaak kom ik nog terug. Een andere prettige bijkomstigheid voor Kirsten en mij was de broodjeswinkel Krioro. Op het oog niet meer dan een gele houten kraam, maar hun broodjes zijn goddelijk!

Alles bijeen zoveel meevallers dat ik niet op meer durfde te rekenen. Maar de goden waren me deze reis buitengewoon goed gezind; het aantal vogelsoorten dat ik vermocht te identificeren beliep in de dertig (30!)

Bij mijn kamer in een guesthouse hoorde een klein balkon met uitzicht op een woeste tuin met een enorme boom (soort weet ik niet. Aan bomen, dat zult u snappen, ben ik nog niet toe). Deze boom krioelde van de vogels, maar er woonden ook een paar leguanen in. Meteen op de eerste dag kon ik met behulp van mijn verrekijker en van Otte H. Ottema’s gids De wilde vogels van Paramaribo de in Suriname populaire Grietjebie bewonderen (Trutru Griekibi). Dit dier roept op vele manieren zijn naam: vragend, uitdagend, bozig, lachend. Zijn kleur is heel erg geel. Een soort stadswielewaal. Ik zag in die prachtboom ook de Vorkstaartkoningstiran (Sesei Grikibi). En het schattige Katoenvogeltje (Gotro Motyo). Plus de Gebandeerde Mierklauwier (Koko). Dit allemaal op de eerste dag. Verder trakteerde de boom me op de Zwarte Tangare waarvan het vrouwtje hartstikke rood is. En op de Groene Muspapegaai (Okro prakiki) en op de Blauwkeelsaffierkolibri (Blawtere Korke), de Gestreepte Koekoek (Kees), et cetera, et cetera.

Het kostte me veel moeite om me van deze Toverboom los te rukken, maar soms liet ik mij verleiden tot een uitstapje buiten Paramaribo. Diepe indruk maakte de plantage Frederiksdorp met een bizarre uilachtige nachtvogel. Volgens de plantage-eigenaar leefde het geheimzinnige dier van vleermuizen. In de gids van Ottema vond ik dit beest niet, maar in voornoemde boekhandel Vaco hadden ze gelukkig het bewonderenswaardige boek Birds of Suriname van… François Haverschmidt! Een kleinzoon van mijn sombere voorganger. Op bladzijde 239 trof ik de Great Potoo, geen uil, maar een soort reusachtige nachtzwaluw.

Birds of Suriname is een groot, groot meesterwerk. Wie van Suriname houdt en van vogels moet deze Surinaamse vogelbijbel bestellen (Boek- en kantoorvakhandel Vaco, Domineestraat 26, Paramaribo. Prijs ca. € 150,-). Merkwaardige opeenhoping van toevalligheden: de grootvader van de vogelgeleerde was predikant…

[Deze column verscheen eerder in Nouveau.]

Zevende vedantaprijs naar James Ramlall

Paramaribo - De vedantaprijs 2011 is woensdagavond in theater Unique overhandigd aan dichter, vormingswerker, filosoof en vedantist James Ramlall (26 januari 1935). Het was de zevende keer dat de stichting Jnan Adhin Fonds deze prijs, die tweejaarlijks wordt uitgereikt, weggaf. De keuze viel op Ramlall vanwege zijn bijdragen aan een gezonde en evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling en de bevordering van wijsgerige, wetenschappelijke, kunstzinnige en andere culturele activiteiten in de geest van het vedantisch universalisme.

“Vedanta is een millennia oude universalistische eenheidsleer uit het oude India met als fundamenteel uitgangspunt de eenheid van al het bestaande. Populair gezegd: eenheid in verscheidenheid”, deed Rakesh Adhin, voorzitter van het Jnan Adhin Fonds, uit de doeken. Met een passage uit het boek Vedanta, the ultimate truth van Bhagwan Shree Rajneesh illustreerde hij dat er geen afstand bestaat tussen individu en God. “Het goddelijke kan geen object van een zoektocht zijn. Je zult het nergens kunnen vinden, want het is overal. Indien je het goddelijke wilt ervaren, dan is het eerste wat je je moet herinneren: het is waar je nu bent. Je ademt erin en erdoor. Er is daarom geen pad naar God.” Met verschillende activiteiten, waaronder ook de uitreiking van de vedantaprijs, probeert de stichting sinds haar oprichting in 2000 de eenheidsgedachte in Suriname te bevorderen. Carlo Jadnanansing, voorzitter van de Raad van Toezicht van het Jnan Adhin Fonds, die de toekenning van de vedantaprijs aan Ramlal motiveerde, loofde onder andere zijn dichtkunst. Ramlal debuteerde in 1962 met acht van zijn gedichten in Soela onder de naam Bhai (broer). Twintig jaar later, in 1982, verscheen van zijn hand zijn enige bundel Vindu. Hiermee sleepte Ramlall de literatuurprijs van Suriname voor de jaren 1980-1982 in de wacht. Zijn tweede bundel Avinash (onsterfelijk) komt binnenkort uit. Ramlall heeft zich ook op politiek vlak bewogen als actief lid van de Hernieuwde Progressieve Partij (HPP). Zijn motto in de politiek luidt: een ieder mag verdienen, maar dient ook te dienen. “Het leven van de laureaat staat in het teken van de universalistische eenheidsfilosofie, niet alleen van lichaam en geest, maar ook van de eenheid van al hetgeschapen in het universum. Het Jnan Adhin Fonds vindt het daarom een eer Ramlall te belonen met de vedantaprijs”, zei Jadnanansing. In zijn dankwoord toonde Ramlall zich een meester in de filosofie en voerde het publiek met zijn woordenspel naar ongekende momenten en situaties. De vedantaprijs werd eerder uitgereikt aan Jef Crab (2001), Shrinivasi (2002), Abdoelgaffar Muradin (2003), Nico Waagmeester(2005), Vera Kaffiluddin (2007) en Roshnie Radhakishun (2009).

Tori's van Paul Middellijn


Dit is niet de Kerstman, maar storyteller Paul Middellijn die onder muzikale begeleiding 'Peprewatra tori's' vertelt, gisteren op de feestelijke openingsdag van de K'saba fair op plantage Vierkinderen in het Surinaamse district Para. Op de fair wordt op een attractieve manier aandacht besteed aan de cassave als economisch product. De activiteit wordt vandaag voorgezet en morgen. Foto: @ Claudio Barker.

Historie voor hem en voor haar: uitgave tweede editie van His/her Tori

door Cobi Pengel

Het Instituut voor Maatschappij Wetenschappelijk Onderzoek (IMWO) van de Anton de Kom Universiteit van Suriname heeft met de uitgave van het tweede nummer (juni 2011) van het op jaarbasis te verschijnen tijdschrift His/her Tori, tijdschrift voor Surinaamse geschiedenis en cultuur, opnieuw een belangrijke bijdrage geleverd aan de informatievoorziening op het gebied van de twee genoemde disciplines. De ‘prominente historicus’ die suggereerde dat ‘bij verschijning van slechts één nummer per jaar de lezers het tijdschrift misschien al vergeten zijn wanneer de volgende uitgave verschijnt’ (zie ‘Ten geleide'), krijgt ongelijk: een tijdschrift op dit niveau wordt uitsluitend gekocht door de werkelijk geïnteresseerden, die het na lezing zorgvuldig bewaren en uitzien naar het volgende nummer.

Ook de tweede His/her Tori biedt de lezers deskundig geschreven artikelen met een scala aan interessante informatie. Het tijdschrift ziet er verzorgd uit, heeft een smaakvolle, stevige omslag, leest prettig door de lettergrootte en de indeling in twee kolommen en is voorzien van functionele illustraties.

Veel aandacht wordt er besteed aan de proclamatie van de masteropleiding geschiedenis van het Institute for Graduate Study and Research (IGSR) van de Anton de Kom Universiteit op 15 maart 2011. Dit gebeurt in de introductie van Hilde Neus, in het integraal weergegeven openingscollege van directeur Marten Schalkwijk (foto rechts) en het daaropvolgende artikel van Maurits Hassankhan. Hierdoor wordt de indruk gewekt dat de tweede uitgave van His/herTori dan wel niet geheel, maar wel voor een deel in het teken staat van deze mijlpaal van de Anton de Kom Universiteit. Na het college van Schalkwijk en het artikel van Hassankhan volgen er nog zeven artikelen. Aan elk artikel kan helaas vanwege de beperkte ruimte slechts beknopt aandacht worden besteed.

Het openingscollege IGSR master geschiedenis, 15 maart 2011: ‘Uitdagingen en valkuilen in de geschiedenis van Suriname’ is de titel van Schalkwijks tekst. Een boeiend artikel over onder andere het grote belang van het (her)schrijven van de geschiedenis van Suriname vanuit het eigen, Surinaams perspectief en het verzamelen van feiten en verhalen uit verschillende bronnen in het belang van de betrouwbaarheid. Ook noemt Schalkwijk Wij slaven van Suriname van Anton de Kom ‘een geschiedkundige eye-opener voor vele Surinamers, omdat De Kom ‘op indringende wijze de sociaal-economische geschiedenis van het koloniale Suriname beschrijft en daarbij expliciet kiest voor het perspectief van de onderdrukten.’

Ook Maurits Hassankhan (foto rechts) benadrukt in zijn artikel ‘Een masteropleiding geschiedenis in Suriname; Een stap op weg naar versurinamisering van de geschiedschrijving van Suriname’, het eigen perspectief van waaruit de Surinaamse geschiedenis geschreven en/of herschreven moet worden en dus: het grote belang van ‘eigen’ historici. Hassankhans artikel leert ons dat de masteropleiding geschiedenis een eenmalige opleiding zal zijn, waarbij ‘zal worden samengewerkt met bevriende instituten en wetenschappers in het buitenland’ (p. 15).

In de tot artikel bewerkte mo-b-scriptie van Helga Banks (foto links), ‘Integratie van Suriname in de Caricom in historisch perspectief, 1973-2008 een moeizaam maar positief proces’, wordt de toetreding van Suriname tot de Caricom behandeld. Wie alles weten wil over de diverse door Suriname doorlopen stadia in de loop der jaren en de rol die Suriname speelde en speelt in de Caricom, leze dit bol van informatie staande maar toch goed leesbare artikel.

‘Het nieuwe zelfbeeld van de Marronvrouw anno 2011 de traditiegetrouwe tegenover de geïntegreerde en de ontwortelde vrouw vrouw’ is de bijdrage van Martina Amoksi aan deze His/her Tori. Na het lezen van Amoksi’s artikel ben ik de mening toegedaan dat zij in een volgende uitgave niet mag ontbreken. Aandachtig en met plezier heb ik haar boeiende, op een prettige manier geschreven informatie over dit onderwerp gelezen. Amoksi belicht expliciet de ontwikkelingen van de afgelopen
50-60 jaar binnen de Marrongemeenschappen die het zelfbeeld van de hedendaagse Marronvrouw beïnvloedden en veranderden. Het is jammer dat ik door ruimtegebrek niet dieper op dit artikel kan ingaan.

‘Religieus erfgoed onder de mahoniebomen in Paramaribo, de congregatie Dochters van Maria Onbevlekt Ontvangen’ is geschreven door Mildred Caprino (foto links). De rode draad is de geschiedenis (sinds 1817) van de RK missie in Suriname en het materiële en immateriële erfgoed dat in de loop der jaren werd opgebouwd. Interessant zijn de informatie over de ‘inlandse zusters’ en de conclusies over nieuwe bestemmingen voor de religieuze gebouwen met grote cultuurhistorische waarde in de buurt van de kathedraal.

Ook het artikel van Michel Jubithana ‘Soemberredjo in historisch perspectief. Een Javaans dorp in het district Coronie’ is een tot artikel bewerkte scriptie (mo-a). Waarschijnlijk weten velen niet hoe het gekomen is dat zich in Coronie een Javaanse gemeenschap vestigde. Van de trek van Javaanse immigranten uit Nickerie naar Coronie tussen de jaren 1930 en 1960 beschrijft Jubithana enkele uiteenlopende oorzaken. Eén daarvan was de werkloosheid die in Nickerie ontstond toen in 1934 de rijstbouw werd gemechaniseerd, terwijl in Coronie in 1933 een machinale oliepers in gebruik was genomen, wat juist arbeidsplaatsen opleverde.

‘ "Vreemd" en "eigen" met het oog op globalisering: Kwamalasamutu':
Voor dit artikel, geschreven door Els Moor (foto rechts), geldt hetzelfde als voor dat van Martina Amoksi: het zou een langere bespreking verdienen dan de ruimte hier toelaat. Weet Martina Amoksi alles over de Marronvrouw, Els Moor is ‘thuis’ in het inheemse dorp Kwamalasamutu. Zij bezocht het dorp drie jaar lang maandelijks in het kader van het onderwijsproject ‘Change for Children’ en verpandde in die tijd haar hart aan ‘haar Kwamala’. Zij vertelt niet alleen over het onderwijsgebeuren, maar ook over de totale leefgemeenschap. Zoals de titel vermeldt, heeft zij zich in haar artikel toegelegd op dat wat ‘vreemd’ is voor de dorpsbewoners en op dat wat ‘eigen’ is, maar zij vestigt ook de aandacht op de zaken die ‘vreemd’ waren maar steeds meer ‘eigen’ worden. Interessant is de vermelding van de ‘cultuurschool’ voor de oudere leerlingen, naast de ‘gewone’ openbare lagere school van het Ministerie van Onderwijs, waarmee het behoud van tenminste een deel van de eigen cultuur wordt beoogd.

Met ‘Richard Korsten en Heinrich Helstone: twee amateurhistorici’ heeft Jerome Egger behalve een gedegen geschreven artikel, de lezer een goede kijk geboden op het fenomeen ‘amateurhistoricus’. Egger benadrukt het grote belang van ‘historici die geen formele opleiding hebben genoten’ (p. 65) in het algemeen en in het bijzonder de amateurhistorici Korsten en Helstone die waardevolle bijdragen hebben geleverd aan onze Surinaamse geschiedschrijving, elk op een verschillende wijze. De verdiensten van Korsten zijn vooral zijn interviews met voor de historie van Suriname belangrijke persoonlijkheden in het personeelsblad van DSB, Bank Notes. Helstone daarentegen was een onderzoeker, die in zijn vrije tijd in archieven naar materiaal over vooral het Surinaamse slavernijverleden zocht. Samen met Joop Vernooij publiceerde hij Documentatie: Afschaffing van de slavernij in Suriname (Paramaribo, Eigen beheer, 2000) Egger biedt met dit artikel de lezer meer dan alleen informatie: het is tevens een eerbetoon aan de vorig jaar kort na elkaar overleden Richard Korsten en Heinrich Helstone.

Het laatste artikel van deze His/her Tori is een bijdrage van Carlo Jadnanansing (foto rechts, samen met Miss Hindustani 2007). Het is een recensie over het boek Kahe Gaile Bides, wat betekent ‘Why did you go overseas’ of ‘Waarom men wegging’. Het boek is een studie over de hindostanen die uit India zijn weggetrokken, maar er toch in zijn geslaagd generaties lang zekere aspecten van hun cultuur in ere te houden.

Aanbeveling: His/her Tori moet niet alleen in de boekhandel liggen. Dat het ook op de universiteit te verkrijgen is, mag ik zonder meer aannemen, maar ik hoop dat het ook op de middelbare scholen terecht zal komen. De meeste artikelen zijn bijzonder geschikt voor bespreking tijdens een les en voor het voeren van discussies. Het redactieteam, aangevuld met Jan Bongers en Ton Wolf, heeft goed werk verricht. Slechts één opmerking: op p.5 (‘Formele start masteropleiding geschiedenis’) wordt aangekondigd dat de thesis van Marten Schalkwijk ‘integraal in deze editie zal worden afgedrukt’, hetgeen blijkbaar een vergissing is. Zijn openingscollege - eveneens aangekondigd - is wèl afgedrukt.

Aitkanti verovert Suriname

door Carry-Ann Tjong-Ayong


“Ik ga 105 worden!” riep Anna Zandwijken mij lachend toe, voordat ze in de taxi naar huis stapte. Dit krasse oudje is 103 en onvoorstelbaar alert en levenslustig.


Samen met nog vier leeftijdgenoten van allemaal 97 jaar had ze de inauguratie van mijn nieuwste boek Aitkanti over acht rond de 100-jarigen, bijgewoond, in aanwezigheid van First Lady Liesbeth Venetiaan-Vanenburg en parlementariër Wonny Raveles-Resida, mijn jeugdvriendin.

Helaas waren drie van de acht stonfutu verhinderd, omdat Betje Wiebers (93) in Den Helder, Nederland woont, Nelly Rijssel (99) niet lang meer kan zitten en de benjamin van de acht, Gisela Van Trigt (88), begeleid door haar kleinzoon, het gebouw niet kon vinden. Maar de andere vijf waren er, begeleid door dochters en/of vrienden en kennissen. Als je de stralende jeugdige gezichten van deze bloemen van onze natie, stonfutu van mijn trotse volk zag, zou je niet zeggen dat de gemiddelde leeftijd van de dames 96+ is. En zeker niet als je hen binnen zag komen. Slechts een enkele duwde een rollator of zat in een rolstoel, maar die gebruik ik ook en ik ben pas 68, De meesten liepen echter trots aan de arm van een familielid. Ze begroetten elkaar als vrolijke bakvissen, verheugd lachend en de kwinkslagen vlogen je om de oren, terwijl ze elkaar met stevige brasa omknelden.

Ze zochten een plaatsje achter de grote feesttafel en deden zich te goed aan de hapjes en lekkernijen. Vooral de pasteitjes, de sopikuku en de kersenbonbons vielen erg in de smaak. “Dieet!? Wie ik!, Suiker? Ik eet alles!" Alleen de orgeade sloegen ze wat spijtig af, maar dat had een andere oorzaak. “Ik mag zout. Ik heb geen hoge bloeddruk!” en ze reikten verontwaardigd naar nog een pasteitje, zodat ik beschaamd mijn wijdvallende kaftan verschikte, veinzend dat mijn rolstoel een koninklijke zetel was.

Niet te geloven, wat een stelletje mooie krachtige jonge slanke meiden van rond de 100!

Michaël Slory - Jouw naam en de mijne

Zodra de dans begint
tussen jouw naam
en de mijne,
zing dan mee
met je ogen
en je lippen
bij de schuine val
van je handen.

En nu mijn stem
vervlochten met de jouwe:
wat zal het zijn
in de hemel, in de wolken?

Een nieuw gevoel
zal het licht hebben doen zoen
in een nieuwe glans

[4-3-1993/12-4-2010]

Foto: @ Michiel van Kempen

Vier bigi yari

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Vierhonderd jaar worden zij samen in 2012. Mijn oudjes, wat alleen ik liefkozend mag zeggen, want zij zijn zo jong van geest, dat elke vrouw daar jaloers op kan zijn en een voorbeeld aan kan nemen. Ik noemde hen aitkanti, die acht, bijna honderdjarigen, die ik beschreef in mijn gelijknamige boek. Hun wijsheid, hun kracht, zachtheid, liefde, volharding, doorzettingsvermogen, religie en moederschap zijn voor mij de essentie van de Surinaamse vrouw, die ik herken in mijn moeder, grootmoeders, overgrootmoeders en al die andere vrouwen, waaruit wij zijn voortgekomen.

Anna Maria Zandwijken was de oudste die in het boek voorkomt. Zij werd 104.
Nelly Antje Rijssel werd 99 en stierf vlak voor de Kerst van 2009.
Maar Charlotte Eleonore Louise-Ferrier (99) wordt 100 op 2 januari 2012;
Emmy Charlotte Goedschalk - Balinge (99) wordt 100 op 1 maart;
Francis Rine Gertrude Tjong-Ayong-Nahar (99), wordt 100 op 21 maart en
Esseline Louise Gummels (99) wordt 100 op 16 oktober.

Helaas kan ik niet het hele jaar hier zijn en al deze bigi yari meemaken....
Ik zal mij moeten concentreren op de maand maart en op die twee honderdjarigen.

Dan zijn er ook nog
Elisabeth Betje Wiebers (95), die in Den Helder woont
en Gisela Elfriede van Trigt (90), de jongste van het stel.

Ik schreef het boek met liefde. Al die vrouwen hebben een link met elkaar en met mijn ouders, ontdekte ik tijdens het praten met hen. De gesprekken met hen hebben mij verrijkt en vervuld van het verlangen ooit zo’n vrouw te worden. gerespecteerd, geëerd, maar bovenal zo jong van geest.

Wat hun geheim is? Dat is tussen de regels door te lezen en staat in hun zachte ogen, hun milde lach, hun gerimpelde doorleefde handen.
“Ora et Labora” stond met kruissteekjes geborduurd op het wandkleedje, dat ik bij een van hen zag hangen, “Bid en Werk”.
Vrouwen zo oud als de wereld zelf en tegelijk zo jong als de eeuw die hen voortbracht.

cat 24/7 2011

Foto van de auteur; de handen zijn 99,6 jaar oud

Bernardo Ashetu - Salonijs

Ik ben mijnheer Salonijs.
Mag ik mij aan U voorstellen?
Kijk, ik ben mijnheer Salonijs,
kinderen vreten aan m'n hart.
Dat maakt mij zo moe en ik
raak op. Grote God, ik raak op.

[uit Yanacuna, 1962]




Foto: @ Michiel van Kempen

Zomercarnaval Rotterdam

Zaterdag 30 juli 2011, een fotoreportage








Foto's @ ANP

Nieuw bestuur Schrijversgroep '77

Op woensdag 27 juli is in een Bijzondere Algemene Ledenvergadering bij acclamatie een nieuw bestuur gekozen. Het bestuur bestaat uit 7 leden t.w. Ismene Krishnadath (voorzitter), Arlette Codfried (ondervoorzitter), Jeffrey Quartier (penningmeester), Andy Plak (secretaris), Robbie Parabirsing (lid), Kadi Kartokromo (lid) en Sylvana Dankerlui (lid). De verkiezing werd geleid door de verkiezingscommissie bestaande uit Nelius Codrington, Sombra en Alphons Levens. Helaas kon Sylvana Dankerlui (foto rechts) vanwege ziekte niet lijfelijk aanwezig zijn bij de verkiezing. Na de verkiezing volgde een uitgebreide fotosessie om het pas gekozen bestuur te vereeuwigen voor de komende generaties van S’77. Van het nieuwe bestuur is te verwachten dat het de huidige trend in S’77 van groei van activiteiten en leden doorzet. Ook wil het komend bestuur zorgen voor een solide financiële basis van de vereniging.

Astor wordt weer mooi

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Astor is een pekinees. Net als de talloze, zeer geliefde langharige mini-hondjes
in Suriname, loopt hij er al tijden zeer onverzorgd bij. Niet omdat zijn baasje niet van hem houdt. Het is meer uit wanhoop. Hoe krijg je die uit dichte klitten bestaande, vervilte vacht weer los en schoon? Die moest al sinds hij een puppy was regelmatig gekamd, ontwart, gewassen en gedroogd worden. En dan elke drie maanden getrimd, bijgeknipt, door een deskundige hondentrimster. Dat zou iedere hondenbezitter in Suriname moeten weten. Vooral die van pekinezen als Astor.

Er is echter maar 1 hondentrimster in Suriname en die is altijd bezet. Astor heeft geluk. Zo’n deskundige is ook mijn dochter, die naast vele andere kwaliteiten ook een opleiding hondentrimmen telt. Zij logeert bij ons en bood aan Astor professioneel te verzorgen. De behandeling duurt 5 uur. De klitten worden weg geknipt. De haren voor zo ver mogelijk, gekamd en met de speciale tondeuse kort geschoren, weer bijgeknipt. Daarna wordt Astor gewassen en gedroogd. Inmiddels zijn de ontstoken oogjes en oren goed gereinigd. De nageltjes zonodig geknipt.

Astor is blind aan het ene oog. Hij had als pup een ongeluk met een stok. Met het andere oog ziet hij maar voor een deel. Toch rent hij als een jonge hond vrolijk over het erf achter zijn dochter Mini aan. Zij spelen “schuiltje”, vangen beestjes, happen in de bladeren van planten, rollen in het zand. Nu ook de lange haren voor zijn ogen kortgeknipt zijn, zie ik eindelijk een mooi bruin oog. Het oude mannetje blijkt een mooi bruinwit hondje en kilo’s slanker te zijn.

Morgen wordt Mini onder handen genomen. Dan kunnen ze lekker licht en luchtig door de tuin dartelen. Astor en Mini. Twee gelukkige, verzorgde hondjes.

cat, 25/7 2011
Foto's van de auteur

Vishnudatt: Wij en ons Verleden wordt over mijn lijk uitgegeven

Assembléelid Theo Vishnudatt (Mega Combinatie/NDP) zegt dat het nieuwe geschiedenisboek Wij en ons Verleden, over zijn lijk zal worden uitgegeven. Hij is lid van de vaste assembleecommissie voor Onderwijs en Volksontwikkeling. Doelende op Nederlandse invloeden, zegt Vishnudatt aan Starnieuws dat "het blauwe oog heeft meegekeken” bij het herschrijven van het geschiedenisboek voor de zesde klas van de basisschool.













Vishnudatt zegt dat het boek “niet alleen verscheurd moet worden maar in de oven moet worden verbrand; het is pure onzin en rommel”. In het boek staat veel informatie over de jaren tachtig en decembermoorden van 1982. Behalve de inhoud heeft een foto van een demonstratie in Nederland met het opschrift ‘Bouterse moordenaar’ voor opschudding gezorgd in de NDP.

Onwaarheden en verdraaiing
De NDP vindt dat het hier om vervalsing gaat van de Surinaamse geschiedenis. De opdracht voor het schrijven van het boek heeft volgens Vishnudatt een raar verloop. Aanvankelijk was het de bedoeling dat het huidige leerboek, dat al enkele jaren is opgenomen in het curriculum van de basisschool, zou worden herdrukt.

Door de afdeling Curriculum Ontwikkeling was de opdracht gegeven voor een herdruk van 20.000 exemplaren. “Ik zie nu in mijn dossier dat er een aanpassing is gepleegd. Het onderdirectoraat Leermiddelen Productie en Distributie heeft een nieuwe opdracht gegeven voor het schrijven en drukken van het gewraakte boek”, zegt Vishnudatt. Volgens hem is de inhoud volledig geredigeerd door een Nederlandse bril en zijn feiten voorzien van commentaren en onwaarheden.

Rol vaste commissie
Ex-president Ronald Venetiaan (Nieuw Front/NPS) is ook lid van de vaste commissie van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling. Venetiaan én Vishnudatt zeggen dat de vaste commissie weinig of helemaal geen aandacht heeft besteed aan de inhoud van het boek. De vaste commissie kreeg de exemplaren van minister Raymond Sapoen. De commissie heeft in tweede instantie ook niet gereageerd op een herinneringsschrijven van het ministerie. Venetiaan zegt dat hij slechts de handleiding voor leerkrachten in handen heeft gehad en niet het leerboek voor de leerlingen. Een oordeel geven over de inhoud kan hij nu niet doen. “Ik zal het boek eerst moeten bestuderen”, zegt hij.

Vishnudatt steekt de hand ook in eigen boezem. Hij geeft toe dat de commissie ernstig in gebreke is gebleven tijdig commentaar te leveren naar het Minov. “Ik schuif het niet van me af, maar ik zeg net als assembleevoorzitter Simons, dat het parlement geen uitvoerend orgaan is, maar de ministers. Ik had gedacht dat de bijdrage van de commissie slechts zou zijn om didactisch het materiaal te bekijken en niet inhoudelijk’, zegt Vishnudatt.

Beschuldigingen
'Wij en ons Verleden’ heeft gezorgd voor politieke verwijten tussen de NDP en het Nieuw Front. De NDP beschuldigde het Nieuw Front ervan in zijn regeerperiode de opdracht te hebben gegeven voor het herschrijven van het boek en daarmee Bouterse, te willen criminaliseren.

Het Nieuw Front sloeg terug en stelde dat de NDP worstelt met het verleden van Bouterse en zich had moeten beraden alvorens hem naar voren te schuiven als president. In een verklaring stelde het Nieuw Front dat Bouterse zijn verleden met de decembermoorden met zich zal blijven meedragen.

[uit Starnieuws, 27 juli 2011]


[NRC, 30 juli 2011; klik op afbeelding voor groter formaat]

zaterdag 30 juli 2011

Gravenstraat

door Carl Haarnack

Wat is de belangrijkste straat van Paramaribo? Op de kaart van Isaak Tirion, “Landkaart van de Volksplantingen Suriname en Berbice” (1776) heeft de Gravenstraat in elk geval nummer 1 gekregen. De geschiedenis van de Gravenstraat gaat veel verder terug, tot in de tijd dat Suriname in handen was van de Engelsen. Fort Willoughby, door de Nederlanders in 1667 Fort Zeelandia gedoopt, werd in 1651 door Engelse kolonisten gebouwd. De Gravenstraat vormde de belangrijkste straat omdat zij de verbinding vormde tussen dit fort en het achterland. Over de herkomst van de naam doen verschillende verhalen de ronde. Op 25 april 2003 werd de Gravenstraat in Paramaribo omgedoopt in Henck Arronstraat. Henck Arron (1936 – 2000) was de eerste minister-president van de Republiek Suriname.
Op deze pagina’s laten we u een aantal oude foto’s van de Gravenstraat zien. Op de eerste foto zien we de nog onverharde Gravenstraat ter hoogte van begraafplaats Nieuwe Oranjetuin.



(klik op foto voor vergroting)

Deze foto dateert vermoedelijk van de jaren 30 van de vorige eeuw. De Oude Oranjetuin bevond zich op de plek waar nu het Kerkplein is. De Nieuwe Oranjetuin werd in 1756 geopend. Hier werden veel vooraanstaande welgestelde Surinamers begraven. Zo ligt Samuel Pichot, een van de rijkste en machtigste mannen van Suriname hier begraven (1763). Maar ook Elisabeth Samson, de eerste vrije zwarte vrouw die met een blanke man trouwde ligt hier begraven (1771). Samson behoorde tot de rijkste personen van Suriname. Zij was een vrij geboren dochter van een voormalige slavin. Elisabeth Samson bezat verschillende plantages en veel slaven. Haar vermogen werd geschat op een miljoen gulden. Op de achtergrond ziet u het gebouw van de toneelvereniging Thalia. Op de voorgrond de scharenslijper Wibo.


De tweede foto stamt uit dezelfde periode. We zien hier een bijna verlaten Gravenstraat, een stukje verder richting het toenmalige Oranjeplein. Rechts zien we twee figuren staan. Veel gebouwen aan dit statige deel van de Gravenstraat zijn verloren gegaan. Het grootste en naar verluidt mooiste woonhuis van de stad werd in 1774 gebouwd voor Gouverneur Jean Nepveu. Hier zetelde later vanaf 1860 de vrijmetselaarsloge “Concordia”. Loge Concordia beschikte over een zeer goede bibliotheek. Vanaf de jaren ’60 werd het pand gebruikt als Ministerie van Buitenlandse en Algemene Zaken. In 1996 werd dit gebouw echter volledig door brand verwoest. Evenals het gebouw van de Koloniale Staten; de latere Nationale Assemblee.


Foto nummer drie is een detailopname van een ansichtkaar uit 1905. We kijken nu de Gravenstraat in in westelijke richting. Hier zien we rechts het oude gebouw van de Surinaamse Bank. Op de voorgrond een aantal jongeren die behoorden, althans voor de meeste van ons, tot de generatie van onze opa’s en oma’s (of overgrootouders). Misschien interessant voor genealogen en historici: deze ansichtkaart werd verstuurd op 9 oktober 1905 door ene Jean A. Gaddum aan Herrn Georg Kahlert in Maagdenburg, Duitsland.


Op de vierde en laatste foto zien we de Gravenstraat rond 1900. Links zit een vrouw op de stoep van haar huis. Tegen de gevel staat een fiets, ongetwijfeld van Hollandse makelij. Aan de rechtkant zien we een winkel die de naam draagt Tourtonnestore. Deze bevindt zich op de hoek met de Tourtonnelaan. Even verderop bevindt zich ’s Lands Hospitaal. Dit ziekenhuis gaat terug naar het midden van de 18e eeuw. Gouverneur Crommelin liet rond 1760 een militair hospitaal bouwen.



(Dit artikel verscheen eerder in het blad Obsession)

Nieuws van het Sarnamihuis

Internationaal India Dans Festival 2011
Platform Indiase Dans en Korzo presenteren op zaterdag 1/10 en zondag 2/10 de 4e editie van het Internationaal India Dans Festival
Locatie Korzo Theater, Prinsestraat 42 Den Haag

Uitnodiging om deel te nemen aan 'the Big Indian Dance Battle'
Tijdens de Haagse India Maand en in het kader van het Internationaal India Dans Festival organiseert het Platform Indiase Dans (PID) op zaterdag 1 oktober een Indian Dance Battle! De vierde editie van het Internationaal India Dans Festival is een coproductie van PID, Korzo, Culturalis en het Sarnamihuis .Met dank aan Fonds 1818 en het Prins Bernhard Cultuurfonds.
Schrijfcursus ´Familieverhalen` in het najaar
In het najaar geven auteurs Amal Chatterjee en Rihana Jamaludin een Schrijfcursus Familieverhalen in het Sarnamihuis in Den Haag.
Ontdek hoe van een familieverhaal méér te maken dan slechts een overlevering. Maak van de herinneringen aan uw grootvader, uw moeder, van uw jeugdherinneringen, een goed gestructureerd verhaal, dat lezers zal boeien. Leer hoe te beginnen en hoe een verhaal verder uit te bouwen. Ontdek hoe schrijven uw persoonlijkheid kan verrijken en hoe uw herinneringen vorm krijgen in een tastbaar resultaat.
Weekendcursus schrijven op 15 + 16 oktober tijdens de Haagse India Maand

Sarnámihuis op zomervakantie van 13 juli tot en met 23 augustus
Het Sarnámihuis heeft zomerreces van 13 juli tot 23 augustus. Tijdens het Milan Zuiderparkfestival van 29 t/m 31 juli in Den Haag hebben wij een eigen stand op het Zuiderpark in Den Haag.

Dubbelspel vertaald in Papiamentu

In 1973 kwam Frank Martinus Arion met een klap de Nederlandse literatuur binnen. Zijn debuutroman Dubbelspel kreeg juichende kritieken en werd bekroond met de Van der Hoogtprijs. Nu is het boek voor het eerst verkrijgbaar in het Papiamentu, de taal van het eiland waar de roman is gesitueerd.



Dubbelspel is een roman over vier dominospelers, gezeten aan een tafeltje in het Curaçaose dorpje Wakote. De rust die hen omgeeft is schijn. Wat een pastorale leek, blijkt plotseling een strijd op leven en dood. Want de mannen nemen ook hun problemen mee naar het dominotafeltje: aan het eind van de dag kennen we hun gedachten over elkaar, over elkaars vrouwen, over politiek en over de wereld. Het hele register van verborgen vijandschap en schijnheiligheid is opengetrokken en de lezer blijft verbijsterd achter.



Frank Martinus Arion (Curaçao, 1936) verhuisde in 1955 naar Nederland, waar hij Nederlandse taal- en letterkunde studeerde. Sinds 1981 woont hij weer op Curaçao. Hij schreef romans, een verhalenbundel, gedichten en essays. Van zijn roman Dubbelspel werden meer dan 100 000 exemplaren verkocht. In 2006 werd de roman uitverkoren voor de actie ‘Nederland leest’ van de CPNB.

Madame Cleopatra (2)

door Ed Hart


Als muzikale verrassing verschenen twee aanbiddelijke schoonheden in paarse avondtoiletten die men alleen in films en op de high-society van de stad te zien kreeg. Met blote schouders dicht naast elkaar, hieven ze een harmonieus Yours aan, maar wel in hun eigen taal n.l. het Spaans. Met zilverig getinte zangstemmen en een zielberoerende vertolking van Quiereme Mucho betoverden ze de zaal en voerden ons mee naar de kwintessens van muzikaal genot. En nog verder naar de schoonheid van het allerfijnste. Dit was voor ons dan Roem in vol ornaat die voor een afgeladen theater stond te schitteren..
“Cuando se quiere de veras / como te quiero yo a ti…”. Het jonge publiek lag aan hun voeten. Ot en ik zwijmelden ook weg. Want om wat je slechts via de radio hoorde live mee te maken was zo meeslepend dat je de werkelijkheid ontsteeg en alleen nog het magisch gezang van deze sirenen hoorde...… “Es imposible mi cielo tan separados, vivir / tan separados…. vivir…”
Ze werden overladen met warm en bewonderend applaus.
De pauze werd aangekondigd, lichtjes gingen weer aan en we daalden terug op aarde. Zodra het liedje weer te horen was via een of andere radiozender verscheen het beeld van die bevallige nachtegalen en hun glansrijke momenten.
Een beeld dat nog lang en levendig in onze herinnering bleef..

Na de pauze werd iemand uit het publiek genodigd het toneel op te komen.Een vrijwilliger stapte er parmantig op af en bleek al te bereid zich te onderwerpen aan hypnose. Toen hij in die slaap toestand was geraakt werd hij op een hoge ligbank bestaande uit drie segmenten geplaatst. Onderwijl cirkelde Madame Cleo aaneen stuk door prevelend en gesticulerend om hem heen. Alsof ze aan het bezweren of oproepen was. Nadat ze de toneelknechten een wenk had gegeven begonnen die omzichtig het ene na het andere element van onder de liggende man te verwijderen. Je kon een speld horen vallen in de geladen stilte van deze onwerkelijke sfeer. Wat zich op het toneel voltrok grensde aan het onvoorstelbare. Het lichaam van de man bleef horizontaal gestrekt in de lucht hangen alsof het gewichtloos was. Cleopatra schoof een lange lat heen en weer in de ruimte tussen de vloer en ‘t zwevende lichaam om aan te tonen dat niets onzichtbaars het ophield. Als je de ogen even sloot dan waande je je alleen in de bioscoopzaal, zo wonderlijk stil ‘t was. En terwijl de zaal gebiologeerd en vol ongeloof toekeek werd de handeling langzaam afgebouwd. De man, weer tot z’n positieven gekomen, keek eerst wat wezenloos rond en mocht net zo onnozel als toen ie zich beschikbaar stelde terug gaan naar z’n plaats. Daar zullen ze hem tot z’n eigen ongeloof uitgelegd hebben wat hem was overkomen. Het daaropvolgende applaus had ook iets verlossends na de lange concentratie waarmee iedereen had zitten kijken.Koket glimlachend en buigend nam Madame Cleo het applaus in ontvangst. O. en ik uitten geen woord tegen elkaar want we moesten even bijkomen van deze, als zuivere toverkunst ervaren vertoning.

De laatste act moest dan het neusje van de zalm worden.Ook dit zouden we voor het eerst meemaken. Alles voor de trapeze act stond gereed en nu zou het andere nummer waarover alom zo werd gediscussieerd, een aanvang nemen. Via een touw-ladder klom Madame Cleo behendig als een panter naar boven waar ze met veel souplesse uiteenlopende stunts ten beste gaf.
Dat er een vangnet onder haar hoorde te zijn drong niet tot ons door. Heen en weer zweefde ze boven de achterover geleunde hoofden van ’t rechterpubliek op de derde rang. Het appplaus dat ze na elk gewaagd huzarenstukje oogstte was vooral aangedreven door ingehouden nervositeit van het publiek. Aan het begin van haar laatste stunt hing de trapeze in ruststand. Al was er wat gevaarlijk beweeg tijdens haar eerste pogingen. De gedachte dat ze misschien eraf zou kunnen vallen veroorzaakte een ondraaglijke spanning en riep lichte weerstand op tegen dit nummer. Toen het lukte stond ze met haar hoofd erop, de armen gespreid en met de benen naar boven te balanceren. De trapeze begon lichtjes heen en weer te zwaaien. Voldoende om de alerte toeschouwers bijna ineen te laten krimpen. Met stomheid geslagen vielen monden open en opengesperde ogen wilden maar konden zich nauwelijks afwenden van wat de Madame daar presteerde en vooral riskeerde. Dit bedoelde men dus met een duivelskunstenares.
Van ons mocht ze onmiddellijk terug naar de “veilige” eerdere stunts of desnoods direkt stoppen ermee. We hadden genoeg gehad. Dit was nauwelijks nog te verteren. Na nog wat verontrustende minuten hernam ze de normale stand op de trapeze die weer heen en weer zwaaide terwijl een hartgrondig-opgelucht applaus naar haar opsteeg daar in de hoogte. Met deze duizelingwekkende opvoering werd de show afgesloten. De artiesten kwamen samen nog een afscheidsapplaus in ontvangst nemen. Daarmee was het afgelopen en begon de massa het gebouw te verlaten. Eenmaal buiten, kwamen de tongen goed los over al het waargenomene. Een lawine aan indrukken had zich over ons uitgestort en ze vergden tijd om te bezinken.
Nu wisten wij waar men ’t over had en in een wat zweverige stemming en vol van het spektakel keerden O. en ik huiswaarts. En de voorstellingen werden weer geprolongeerd.


(Jaren later deed een hardnekkig gerucht de ronde dat de Madame in Port of Spain (Trinidad) tijdens die gewaagde stunt was neergestort. Enfin beweren is een, bewijzen is twee).


dinsdag 26 juli 2011

Madame Cleopatra (1)

door Ed Hart




Toegangskaartjes voor de kindervoorstellingen op vrijdagmiddag in Theater Bellevue waren doorgaans uitverkocht. De voorstelling van deze middag was echter geen zwemspektakel met Esther Williams of Cowboyfilm met Roy Rogers, ook geen Tarzan avontuur of musical met zingende en dansende wittedoek sterren. Vanmiddag gingen levensechte circusartiesten het jonge publiek vermaken.

Een half uur voor de aanvang was de drukte voor Bellevue enorm. Vanaf Ketmien tot Vervuurt stond een menigte uitgedoste kinderen op het trottoir te wachten om zich in de rij te voegen. De jongsten onder begeleiding van een ouder of ander familielid.
Een stoet particuliere auto’s kwam langzaam aanrijden om vlakbij de hoofdingang hun pronkende kroost te laten uitstappen als bij een filmpremière maar zonder camerageflits en bleecher-seats vol dweepzuchtigen.
En het waren geen goedkope garagewagens van het merk Ford, Chevrolet, Plymouth of Dodge maar Nash, Buick, Packard en Kaiser-Fraser. Het wachtende publiek ving een glimp op van de wereld van de welgestelden.
Met iets overbodig vertoon alsof ze van kristal waren hielpen de begeleiders en begeleidsters de bevoorrechte kinderen uitstappen waarna suppoosten ze de twee trappen ophielpen naar de duurdere zitplaatsen boven in de loge. Stil-bewonderd maar ook benijdend nagestaard door sommigewachtende leeftijdgenootjes. Toen ontstond er commotie en iedereen begon reikhalzend te kijken naar de hoofdingang. Want uit de auto die ervoor was gestopt zag men twee jonge, identieke meisjes die zo uit een sprookje schenen te zijn gestapt. De omstanders vergaapten zich aan hun uiterlijk waaraan de grootste zorg was besteed. Gekleed in zijden taffetta jurkjes met wijde rokjes opgesierd met strikjes, lintjes en andere glanzende frutsels.
Een weelde aan Shirley Temple pijpekrulletjes omlijstte hun gezichtjes. Alleen lichtkransjes ontbraken boven hun lieftalligheid.
Als gracieuze kindsterretjes werden ze blozend in hun duur ritselende jurkjes haastig de stenen trap opgeloodst door een kinderjuf om via een tweede trap naar de loge te gaan waar ze in een gereserveerde box plaats gingen nemen. Ze hadden geen toegangskaartjes nodig want deze bioscoop en een andere moderne, behoorden aan hun schatrijke oom
Een lange rij voor de zij-ingang van het theater schoof langzaam door naar de tweede en derde rang. Nieuw aagekomenen sloten zich meteen aan.
Tot grote teleurstelling van een overgebleven rij voor het loket, ging deze dicht want de kaartjes waren weer uitverkocht.
Popelend en met toegangsbewijzen in de aanslag gaven broer O. en ik onze ogen en oren goed de kost. Eindelijk konden we naar binnen. En hadden wat geluk om twee vrije plaatsen naast elkaar te vinden vlakbij een uitgang. Niet te ver van of te dichtbij het hoge podium.









’t Duurde een tijdje voordat de lange rij bij de ingang binnen was. Daarna begonnen de theaterlichten een voor een te doven. De half openstaande donkerrode gordijnen van de ingangen werden dichtgetrokken en de deuren gesloten.In de onstane donkerte gloeiden boven de uitgangen alleen nog langwerpige Exit wandlampen op. ‘t Gegons in de zaal nam snel af en toen de indigoblauwe statiegordijnen van het toneel geruisloos uiteen weken, werd het volkomen stil.Ook de kranten hadden gewag gemaakt van dit gezelschap en hun sensationele nummers die ze nu voor kinderen gingen opvoeren.Volwassenen die naar de avondvoorstellingen waren geweest raakten niet uitgepraat over wat ze allemaal met eigen ogen aan verbazingwekkends hadden gezien.Maar er was ook twijfel aan de echtheid van bepaalde opgevoerde stukken.Langslopend kon men op zekere hoeken waar hangmannen hun plek hadden, discussies opvangen die soms verhit klonken.“Optisch bedrog, massa hypnose, hocuspocus, duistere machten”, klonk het vernietigend. Maar zulke boude uitspraken maakten de mensen nog nieuwsgieriger en geen wonder dat de voorstellingen uitverkocht raakten.Vanuit een buurland of iets verdere landen streken van tijd tot tijd artiesten in Paramaribo neer en wisten de stad wel ‘s op stelten te brengen met hun revue.Madam O’Lindy, een vaudeville artieste uit Demerara, was een van ze.Haar specialiteiten waren zang en dans. Zij en haar troepje artiesten traden ook op in andere landen van de regio en in het Caribisch gebied..Het gezelschap dat ons deze avond ging vermaken werd aangevoerd door een trapeze artieste en hypnotiseuse die de roemruchte naam van een glorieuze vrouw uit de oudheid had aangenomen. Madame Cleopatra noemde ze zich.De kunstjes die men van haar had gezien waren zo bizar dat sommigen overtuigd waren dat het een duivelskunstenares moest zijn.Op het intussen helverlichte toneel stonden de nodige props voor het eerste nummer.De zaal fixeerde zich op wat zich daar begon af te spelen.Voorafgegaan door tromgeroffel brachten de artiesten afwisselende acts, van acrobatiek, mime en goocheltrucs tot clowneske nummers die geweldig in de smaak vielen. Ze veroverden ons met hun kunne en wij gaven ons massaal over aan het spectaculaire dat ze ten toon spreidden. Zij op hun beurt omarmden ons muzikaal begeleid vanop afstand, mikten kusjes de zaal in, voelden zich geadoreerd en wij waren in de wolken. Hunkerden naar nog meer. Zo machtig hadden ze ons tot nu toe vermaakt.De clowns sloofden zich ook uit. Kinderstemmen die het uitgierden en uitproestten van het lachen. De lachsalvo’s schalden keer op keer door het gebouw gevolgd door explosies van applaus. Het verschilde weinig van een circus.Voor ieder onderdeel werd het decor veranderd.



(wordt vervolgd)

maandag 25 juli 2011

Geen slapende honden wakker maken, was mijn credo

Mijn vrienden op Facebook. Ooit had ik er 140, dat vond ik een mooi rond getal. Tegenwoordig zijn het er 104 ook mooi. Wanneer ik nu naar de ‘vrienden’ op Facebook kijk, kan ik verschillende categorieën maken. De eerste en belangrijkste is toch mijn familie. Dan zijn er de aangetrouwde personen met nazaten. Een grote groep Boeddhisten Er zijn (ex)collega’s, oud-studiegenoten, ex-vriendjes, exen van familieleden, oud-buurtgenoten, mensen die ik ooit op Trance feestjes, mamacafé’s en moederbijeenkomsten ontmoette, exen van exen, vrienden van zussen, vrienden van vrienden, vrienden van exen, exen van vrienden, mensen van de yoga, kinderen van vrienden van mijn ouders en die enkeling die ik nergens onder wil plaatsen.

In het echte niet digitale leven heb ik 1 vriend, mijn verloofde zogezegd en verder nog drie zussen die ik als 'beste vriendinnen' bestempeld heb. Natuurlijk zijn er dan nog een paar vrienden man of vrouw maar ik ben niet de persoon die een vaste vriendengroep heeft. Nooit gehad trouwens, ik zou niet weten hoe dat moet of voelt.
Op de kleuterschool begon mijn carrière als vriendin. Ik werd vrienden met Liesbeth en verliefd op Bob. Meestal ging ik bij Liesbeth spelen of zij bij mij. Eén keer had ik het voor elkaar om bij Bob te spelen. Ik vond het geweldig stoer dat zijn vader piloot was en ik herinner mij zijn moeder met lang bruin haar, meer weet ik er niet van. Toen ik naar de lagere school mocht, emigreerden wij naar Nederland. De eerste dag op school weet ik nog goed. Er zat een meisje met rood haar bij mij in het groepje. Ik hoorde haar naam niet zo goed en vroeg vol verwachting; "Heet jij Liesbeth?"

Tanja was bijna een kop groter en zeker een kont dikker dan ik. Bij haar thuis was alles anders, heerlijk vond ik dat. Ze woonde tussen de boerderijen in met haar ouders en broer, dronk Yogidrink, at stamppot en Negerzoenen. Haar vader was duivenmelker en haar oma woonde aan de overkant van de straat op een echte boerderij met de bijkeuken die aan de stal grensde. Geweldig vond ik het om je schoenen uit te moeten doen en dan binnendoor van de woonkamer naar de stal te mogen lopen waar de koeien stonden.
Tanja mocht op de fiets naar school, in haar eentje. Dat vond ik helemaal briljant. Wij werden elke dag naar school gebracht, bij mijn vader achterop de fiets of door mijn moeder met mijn zusjes in de rode Peugeot 504 met drie banken en op elke bank nog een paar buurkinderen. Ik wilde ook fietsen naar school, maar dat vonden mijn overbezorgde ouders geen goed plan.
Bij Tanja was het altijd feest, alles mocht. Haar vader nam ons een keer na lang zeuren,mee in de aanhanger achter de auto. Tanja en ik stuiterden bijna de bak uit, we lachten ons slap. Van haar moeder mochten we op een avond vlak voor het slapen gaan een trekje van haar sigaret, de hele verdere nacht hoestte ik de longen uit mijn lijf. Thuis verklapte ik niets van mijn wilde avonturen, ergens voelde ik dat het niet mijn ouders goedkeuring zou krijgen.

De eerste jaren in Nederland had ik wel erg moeten wennen aan de kou, het dialect dat gesproken werd door de kinderen die op de boerderijen woonden en ons gezinsleven dat zich nu veel vaker binnenshuis dan op het strand afspeelde dan op Curaçao. Ik was me wel degelijk bewust van het feit dat wij er heel anders uitzagen. Mijn haar hing niet soepel op mijn rug en schouders als ik rond huppelde, mijn ogen waren niet blauw en ik kende mijn buren niet al mijn hele leven. We woonden in een groot oud huis en mijn vader was de enige Surinaamse oogarts in de wijde omtrek. Iedereen kende hem en daarom dus ook zijn dochters alleen al door onze achternaam en donkere uiterlijk. Als kind vond ik het maar raar om op straat aangesproken te worden door voor mij totaal vreemde mensen. Ik kon niets met die aandacht, je wist nooit wanneer die plotsklaps kon omslaan in iets negatiefs.
Op school waren het de broers Bodegraven met hun vrienden die mijn zus en ik regelmatig uitscholden Dat was voor mij op een onverwacht moment begonnen en tegelijkertijd niet iets dat zich dagelijks afspeelde. Het maakte dat ik altijd op mijn hoede was, je wist immers maar nooit wanneer ze er weer zin zouden krijgen. Verjaardagspartijtjes bezocht ik standaard met buikpijn van de zenuwen. Als de dood was ik voor de eventuele onbekende buurkinderen van het feestvarken. Ook die konden zich opeens tegen mij keren en mij uitlachen om mijn anders zijn. Daarom durfde ik in gezelschap nooit de aandacht te trekken, geen slapende honden wakker maken, was mijn credo.
Na de lagere school kreeg ik mijn schooladvies; Mavo met een kleine kans op Havo, stond er op het kleine briefje dat we pas thuis open mochten maken maar waar we stiekem in het fietsenhok naar keken. In het stadje waar we woonden waren niet veel middelbare scholen. Eén katholieke, een openbare en een protestant christelijke. Naar de laatste ging ik zo ook Tanja en de meeste kinderen met Mavo, Havo of Vwo advies uit onze klas.
Op de middelbare school veranderde er veel. Je moest snel populair zien te worden, daar had ik geen lef voor. Mijn vriendinnen van de lagere school bouwden nieuwe vriendschappen en ik paste er opeens niet meer echt bij. Dit was een langzaam en geleidelijk proces. Weer was ik dat andere meisje in de groep. Mensen konden mij maar moeilijk in een vakje plaatsen. Ik probeerde mij te profileren, maar wist niet goed hoe. Me anders dan de anderen kleden was een manier, maar het leverde mij geen vriendschappen op, wel aandacht en die pakte soms ook verkeerd uit.

In drie Havo was ik zo ver van mijn vroegere klasgenootjes verwijderd geraakt, dat zij heel hard meelachten met de grote pester uit mijn klas wanneer hij mij belachelijk probeerde te maken en ik het in stilte over me heen liet komen.
Het deed mij beseffen dat ik nooit één van hen zou worden, het werd tijd me af te zetten tegen hen die mij niet wilden accepteren.
Mijn vriendschap met mijn zus groeide. We zaten allebei in vergelijkbare situaties, steeds vaker gingen we er samen op uit en zochten we steun bij elkaar wanneer één van de twee zich gekwetst voelde door klasgenoten of door voorbijgangers op straat. Onze horizon verbreedde zich doordat we elke vakantie met de trein richting de randstad reisden. Al snel merkten we dat ons uiterlijk, oftewel onze huidskleur in Amsterdam niet opviel wanneer we over straat liepen en dat gaf een enorme rust. De aandacht die we nu kregen was ten aller tijde positief. Mensen vonden ons interessant omdat we anders waren, niet vreemd maar mooi. Dit was een totaal nieuwe ervaring waar we erg van genoten, hoewel het vreemd genoeg ook erg wennen was.

Nadat ik op mijn 19e in Amsterdam kwam wonen, was de enige hechte vriendschap die ik had opgebouwd in al die jaren die met mijn zus. Meer ervaring had ik niet en dit bleek wel een mankement te zijn bleek al snel. Binnen no time had ik een relatie en woonde ik samen met mijn vriend. Hij was een Amsterdammer die menig middelbare school en coffeeshop van binnen had gezien en zo zijn vriendschappen had opgebouwd. Ik liftte mee op zijn vriendschap-skills en werd zo ook vrienden met de zijne, voornamelijk jongens, meiden waren een verhaal apart.
De behoefte om meiden te leren kennen, was er wel en niet. Enerzijds schaamde ik me soms voor het feit dat ik geen beste vriendinnen had aan de andere kant vond ik het prima. Ondertussen was ik ook al bevriend met zus nummer twee geworden. Echt veel lef had ik niet om die meiden op de juiste manier aan te spreken of beter gezegd te verleiden tot een vriendschap. Toch kwamen er meiden, ik ontmoette ze in het uitgaanscircuit, via via, in coffeeshops, op werk, tijdens mijn studie, noem maar op en met sommige heb ik nog altijd contact.
Maar een grote groep die ik al vanaf mijn middelbareschooltijd ken, is er nooit geweest. In de periode dat je leert vriendschappen te sluiten en te onderhouden, ontbrak het mij aan oefenmateriaal. Ruzie krijgen en weer vrede sluiten, op gaan in een groep metgezellen, je één voelen met de anderen in de groep, ik heb het allemaal moeten missen. Duidelijk de reden waarom het mij vervolgens in Amsterdam jaren later ook niet lukte om wel die groep te vormen.

Nu op Facebook speel ik het digitalespel van vrienden maken gewoon mee. Het is totaal niet hetzelfde als echt vriendschap sluiten, want dat heb ik ondertussen toch wel geleerd. De droom van die ene vriendengroep heb ik ondertussen uit mijn hoofd gezet. Door de jaren heen begon ik te accepteren dat ik een vreemde eend ben en zal blijven. Ik heb het vermogen om me razendsnel aan te passen aan mijn omgeving, dit leerde ik als overlevingsstrategie toen ik nog gepest werd en niet op wilde vallen in gezelschap. Het maakt dat ik me nu heel snel ergens op mijn gemak kan voelen maar ook mijn eigenheid weet te behouden want ja een vreemde eend ben en blijf ik.

zondag 24 juli 2011

Milan Festival

Milan Festival (‘milan’ is het Hindoestaanse woord voor ‘ontmoeting’) is een jaarlijks terugkerende activiteit die, sinds 1985, op de speelweiden van het Haagse Zuiderpark wordt georganiseerd. Begonnen als een locaal Haagse manifestatie is Milan thans uitgegroeid tot een festival met een nationale uitstraling. Gebleken is dat mensen uit Suriname (en ook elders) zelfs hun vakantie op Milan afstemmen. Milan trekt ruim 65.000 bezoekers, waaronder een steeds groter wordend deel autochtone Nederlanders.

Kort gezegd bestaat dit festival uit de thema's "Kunst en Cultuur", "Informatie en Voorlichting", "Thema en Eductie", "Sport spel en kermisattracties" en een "Exotische markt". Nieuw op deze Milan is dat het thema "Gezondheid" breder wordt belicht. Daarnaast heeft de Kunst & Cultuur-tent dit jaar een eigen podium met modeshows, workshop, muziek en dans.

Uitgeverij In de Knipscheer heeft op zaterdag en zondag een boekenkraam in de Kunst & Cultuur-tent.

Klik hier voor het programma

Foto: Eugene Klein, ca. 1906

vrijdag 22 juli 2011

Een Du in Paramaribo

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Het kleine meisje was vier of vijf jaar oud. De hele voorstelling volgde zij intens geboeid op en neer wippend op haar stoel het ritme van de trommels. Haar hele wezentje leek er naar te snakken mee te dansen op de meeslepende muziek.

De DU Prey in de gehoorzaal van CCS had een volle zaal getrokken. Niet alleen de Afro-Surinamers van de Culturele Vereniging NAKS, die garant staat voor een vast publiek. Er waren allerlei mensen, van intellectuele vakantiegangers tot muziekvrienden en gewone Surinamers. Eigenlijk het CCS publiek van de jaren ‘50
dat naar concerten, balletvoorstellingen en jeugdorkest kwam om hun kinderen te zien dansen of musiceren.

In het programma staat:

“De Du Prey is een theaterspel dat zijn origine heeft in de slavernij in Suriname, Het spel dat vergeleken kan worden met Commedia del' Arte heeft vaste karakters. Het spel dat werd geproduceerd door de Sisi (concubinaat van de plantage-eigenaar) werd gebruikt om de rijkdom van de eigenaar ten toon te stellen, maar werd door de slaven ook gebruikt om kritiek te leveren, geheime boodschappen over te dragen, als afleiding om weg te rennen en puur vertier. Het hoogtepunt van de Du is de Banyadans.”

NAKS heeft voor deze DU samengewerkt met de University Edwardsville (SIUE) uit Illinois. Hiertoe zijn vijf Amerikaanse studenten zijn, met hun begeleider Kathryn Bentley en een assistent-onderzoeker, naar Suriname gekomen om het Du-theater te onderzoeken. Aan het eind van hun onderzoek presenteren zij een mini-Amerikaanse versie van het Du-theater aan het Surinaamse publiek. Met NAKS-leden en externe experts werd de groep studenten vanaf 4 juli getraind. De prachtige koto’s en angisa’s zijn in bruikleen afgestaan door Christine van Russel – Henar, die het Koto Museum in Paramaribo, Livorno op deskundige wijze beheert.

De voorstelling was voorbij. Het publiek klapte geestdriftig. De spelers bogen en trokken zich terug in de coulissen. Een korte pauze voordat de discussie zou beginnen. Een klein schimmetje vloog de trap naar het podium op en begon bezield en vol overgave te dansen op de muziek, die nog steeds ritmisch door de zaal klonk. Mijn kleine vriendinnetje Sadee. Zij bleef dansen tot de pauze afgelopen was. Toen ging zij weer snel op de eerste rij naast haar moeder. zitten. Zij had haar punt gemaakt.

cat 18/7 2011

Je moet maar het lef hebben!


Waar haalt Struikelblok het lef vandaan om dat gedrocht ‘I love Su’ bij Fort Zeelandia, dat hij volledig onterecht een ‘kunstwerk’ noemt, in miniatuur aan te bieden aan de zogenaamde first lady? En hoe durft de verslaggever van StarNieuws te spreken van het 'origineel’ ontwerp? Heeft niemand de first lady en Struikelblok duidelijk gemaakt dat dat
‘I love ding’ niet alleen een ergerlijke vorm van plagiaat is, maar dat het in de gemeenschap op zo’n grote weerstand is gestuit, dat het Directoraat Cultuur zich onmiddellijk genoodzaakt zag bekend te maken dat dat ding daar maar tijdelijk staat?

[zie ook de andere reacties door op het label Struikelblok onder dit bericht te klikken]

donderdag 21 juli 2011

Giselle Ecury in de Prinsentuin

De Arubaans-Nederlandse auteur Giselle Ecury treedt op 28 juli a.s. op in het Gronings poëziefestival Dichters in de Prinsentuin. Vanaf 2000 wordt dit festival bijna jaarlijks in Groningen georganiseerd. Het is inmiddels uitgegroeid tot een driedaags poëziefestival met optredens van 80 dichters. In 2011 vindt Dichters in de Prinsentuin plaats van 27 t/m 29 juli. Dit jaar behoort Giselle Ecury tot de uitgenodigde dichters.

Giselle Ecury werd op Aruba geboren, maar woont in Nederland. Zij debuteerde in 2004 met de bundel Terug die tijd, in 2010 gevolgd door Vogelvlucht. Behalve dichter is Giselle Ecury ook schrijfster van de romans Erfdeel en Glas in lood.


Youtube klik hier

Foto: @ Petra van Vliet

Laatste kabinet voor Tjeenk Willink

Freek van Beetz heeft gisteren in Den Haag zijn boek Het laatste kabinet, Kroniek van de ontmanteling van de Nederlandse Antillen uitgereikt aan de vicevoorzitter van de Raad van State van het Koninkrijk, Herman Tjeenk Willink. Het boek, dat op 9 oktober 2010 officieel werd overhandigd aan kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima, beschrijft de politieke en staatkundige ontwikkelingen die leidden naar de opheffing van het land de Nederlandse Antillen. Volgens Tjeenk Willink is het een goede zaak dat de recente geschiedenis van de Nederlandse Antillen is vastgelegd, aldus auteur Frederik ‘Freek’ van Beetz,die lange tijde op Curaçao werkzaam was, maar tegenwoordig in Oegstgeest in Nederland woont.

Van Beetz was vanaf begin 2001 tot 10-10-10 adviseur van de minister-president van de Nederlandse Antillen, achtereenvolgens van Miguel Pourier en Etienne Ys (zijn eerste kabinet). Met de regering van Myrna Godett was hij tijdelijk terug in Nederland. Ys vroeg hem terug voor ‘Ys II’ en daarna heeft de adviseur de beide periodes van Emily de Jongh-Elhage uitgediend. Dus alles bij elkaar bijna tien jaar Curaçao.

Vicevoorzitter van de Raad van State van het Koninkrijk, Herman Tjeenk Willink, bekijkt het boek Het laatste kabinet, Kroniek van de ontmanteling van de Nederlandse Antillen geschreven door Freek van Beetz.

Het laatste kabinet en kroniek van de ontmanteling van de Nederlandse Antillen heeft Beetz samen met Jefka Martha-Alberto als producente geschreven in opdracht van de (laatste) regering van de Nederlandse Antillen. De rest van de oplage behoort tot de boedel van het land Nederlandse Antillen dat is overgegaan naar het Land Curaçao. Die heeft daarover geen beslissing genomen. Daarom is het boek op Curaçao niet of nauwelijks verkrijgbaar.

De auteur heeft overigens een boek in manuscript gereed over het ‘IMF-traject’, de laatste periode van het kabinet Pourier, dat hij schreef in de periode dat hij in Nederland terug was (november 2003 - juni 2004) en Van Beetz verklapt nu te werken aan een boek over de laatste tien jaar van de Nederlandse Antillen ‘vanuit de optiek van een adviseur die dat allemaal van nabij heeft meegemaakt’. De werktitel van het manuscript over de periode 2001-2004 is Met lege handen, een verwijzing naar de wijze waarop de toenmalige Nederlandse regering Pourier in de kou liet staan.

[uit Antilliaans Dagblad, 15 juli 2011]

Muziekschool start opleidingen instrumentenreparateur

Paramaribo - De Nationale Volksmuziekschool (NVMS) begint in oktober opleidingen tot pianostemmer en instrumentenreparateur. Bij de opleiding pianostemmer leert de cursist een piano te stemmen met een RCT-stemcomputer. Daarnaast zal hij ook kleine onderhoudswerkzaamheden kunnen verrichten.


Illustratie uit J.G. Stedman, Narrative of a five year's expedition against the revolted Negroes of Surinam, 1792

Tijdens de opleiding strijk- en snaarinstrumentenreparateur wordt geleerd hoe de gitaartoets kan worden afgesteld, fretjes worden afgevlakt, halsbreuken worden hersteld, de strijkstok van de viool wordt behaard en anderen kleine reparaties worden verricht. De opleiding tot reparateur blaasinstrumenten leert de deelnemers kleine reparaties bij deze instrumenten te verhelpen. “Met het verzorgen van deze opleidingen zullen wij die faciliteiten en randvoorwaarden creëren die nodig zijn voor een goede ontwikkeling van het muziekleven en het muziekonderwijs in Suriname”, schrijft de NVMS in een persbericht. Aanmelden voor de opleiding kan tot en met 23 juli. De opleidingen worden betaald uit het instrumentenfonds van de school, dat eerder dit jaar officieel is opgericht. Dit fonds wordt gefinancierd door de Nederlandse ambassade en moet een bijdrage leveren aan het (instrumentaal) muziekonderwijs in het land. Aan de opleidingen, die tussen de zes maanden en een jaar duren, zijn kosten verbonden.
De belangrijkste vereiste is dat belangstellenden affiniteit moeten hebben met muziek en het betreffende instrument op tenminste beginnersniveau moeten kunnen spelen. Na afronding krijgen deelnemers een certificaat.

De behoefte aan de opleidingen blijkt volgens de muziekschool uit de verhoogde interesse voor muziek. Steeds meer personen willen snaar-, strijk-, blaas- (koper en hout) en toetsinstrumenten bespelen. Op de muziekschool worden deze lessen al sinds de oprichting verzorgd.
Met de verhoogde belangstelling worden ook meer van deze instrumenten verkocht, waardoor er een noodzaak is ontstaan tot goed en verantwoord onderhoud en reparatie bij schade. Beschadigde instrumenten worden nu nog naar het buitenland verstuurd om gerepareerd te worden.
Ook voor hetstemmen en onderhouden van piano’s is niet voldoende deskundigheid aanwezig. Daar moet verandering in komen, schrijft de NVMS, omdat muziekinstrumenten kostbaar en kwetsbaar zijn en dus goed onderhoud nodig hebben.

[uit de Ware Tijd, 21/07/2011]

Aangeklaagd wegens downloaden te veel tijdschriftartikelen

De Amerikaan Aaron Swartz wordt aangeklaagd wegens het downloaden van te veel tijdschriftartikelen. Citaat:

"Moments ago former Demand Progress Executive Director Aaron Swartz was indicted by the US government. As best as we can tell, he is being charged with allegedly downloading too many journal articles from the Web. The government contends that downloading so many journal articles constitutes felony computer hacking and should be punished with time in prison. We disagree.

The charges are made all the more senseless by the fact that the alleged victim has settled any claims against Aaron, explained they've suffered no loss or damage, and asked the government not to prosecute.

James Jacobs, the Government Documents Librarian at Stanford University -- where Aaron did undergraduate work -- denounced the arrest: "Aaron's prosecution undermines academic inquiry and democratic principles," Jacobs said. "It's incredible that the government would try to lock someone up for allegedly looking up articles at a library."

[Bron: http://act.demandprogress.org/sign/support_aaron/]

Saba nam afscheid van Anthony Jansen


The Bottom — Priester Anthony Jansen werd afgelopen maandag op Saba begraven. De in Nederland geboren priester was sinds 1984 op Saba woonachtig.

Hij overleed op dinsdag 12 juli op 89-jarige leeftijd op het Bovenwindse eiland. Anthony was jarenlang actief in Afrika en met name Kameroen, voordat hij zich op Saba vestigde. Met een speciale Mis in de Sacred Heart-kerk, waar Jansen jarenlang pastoor was, werd afgelopen maandag afscheid genomen van de overleden priester. De Mis werd geleid door bisschop Luis Secco. Op de foto een momentopname van de speciale Mis met de doodskist van Jansen voor het altaar.

Claus! warme ode aan idealistische prins

door Ariën Rasmijn

Oranjestad — De eerste opvoering van de theatervoorstelling Claus! vond gisteravond plaats in Cas di Cultura. Het was een lange en bij vlagen mooie zit.



Nog voor de voorstelling kan beginnen, zijn er drie toespraken. Regisseur John Leerdam en Noraly Beyer, directeur van Stichting Julius Leeft! vertellen het verhaal van wat een uitdaging het was om de voorstelling naar Aruba te brengen. Alice van Romondt, adviseur van Cultuur-minister Michelle Winklaar (AVP) en ‘madrina’ van het project wordt bedankt voor haar vasthoudendheid en enthousiasme. De minister zelf is niet aanwezig, maar wel premier Mike Eman (AVP) en zijn echtgenote. De premier geeft zelf nog een toespraak waarin hij prins Claus prees om zijn houding van inclusiviteit en nadruk op menselijke waarden. Hierna kon de voorstelling echt van start.

De musici en cast komen het podium op. Zangers en voorlezers gaan op stoelen zitten. Dan klinken Afrikaanse trommels en rennen dansers via het publiek het podium op. Een opzwepende dans wordt uitgevoerd, onder meer door de gezusters Alydia en Pierangely Wever die aan de cast hier zijn toegevoegd. Een overrompelende binnenkomer dat met gretig applaus van het publiek wordt ontvangen. Het verhaal wordt voorgelezen door onder meer oud-nieuwslezeres Maartje van Weegen en de gevolmachtigde minister Edwin Abath.
Achter het podium en de castleden op hun stoelen worden archiefbeelden getoond. Niet altijd voegen die iets toe aan de vertelling, maar daar waar het wel gebeurt is het indrukwekkend. Zoals aan het begin van de voorstelling, tijdens het themalied ‘Hoe val je onopvallend op’, waarin jeugdfoto’s worden getoond om uiteindelijk de nog jonge maar niet minder onmiskenbare diplomaat Claus von Amsbergen te tonen. De blik in zijn ogen is nieuwsgierig, maar toont ook daadkracht. Ontroerend zijn de beelden van een smoorverliefde prinses Beatrix, die helemaal in de wolken haar verlovingsring toont aan een interviewer. “Hij is helemaal van diamanten”, laat ze weten. Claus zit met een koele blik en een glimlachje naast haar. Een ander fragment toont de toekomstige Koningin die in een auto liefkozend aan de haren zit van haar man. Claus haalt haar hand zachtjes weg en kamt er nogmaals overheen. Ze hielden zielsveel van elkaar. Zoveel is duidelijk, ook aan het eind van de voorstelling.



Tussen het beginstuk en het eind, waarin acteur Thom Hoffman hartverwarmend is als de oude prins met Parkinson op de grens van deze wereld en de volgende, is het af en toe echter wel doorbijten. De muzikale nummers zijn fantastisch, daar niet van. Regisseur Leerdam heeft de eredivisie van muzikaal multicultureel Nederland meegenomen, maar dat is niet voor niets. Want hoe gevarieerd, humoristisch en laagdrempelig de setting ook wordt gemaakt voor de voorgelezen dialogen, een groot deel van de materie – het hardnekkige vraagstuk over ontwikkelingshulp aan derdewereldlanden – blijft gortdroog. Het is zelfs met een swingende Jetty Mathurin, een net zo swingende PvdA-kopstuk Bert Koenders, een Jan van der Straten als oude versierder of een grappig prevelende Omayra Leeflang niet altijd even sexy te maken. Zeker wanneer de dialogen, ook die van de Arubaanse advocaten Oomen, Kloes, Schwengle, Lejuez en Justitie- en Onderwijsminister Arthur Dowers (AVP) ook nog eens wat aan de lange kant zijn. Los daarvan is Claus! toch vooral een lust voor het oor en een warme ode aan prins Claus en zijn idealen. Vanavond om half acht vindt de tweede en laatste voorstelling plaats, met daarna een afterparty in de Sky Lounge in Paseo Herencia.

[uit Amigoe, 20 juli 2011]